Wet van 9 april 1998, houdende regels inzake een stelsel van varkensrechten en een heffing ter zake van het houden van varkens (Wet herstructurering varkenshouderij)
- BWB-id
- BWBR0009542
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2004-09-01 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009542
- ELI
- /eli/nl/wet/1998/wet-herstructurering-varkenshouderij
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1998/wet-herstructurering-varkenshouderij/2004-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009542&g=2004-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009542&z=2026-06-06&g=2004-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009542/2004-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1998/wet-herstructurering-varkenshouderij
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; b. artikel 1, onderdeel p, van de Meststoffenwet landbouwgrond: grond waarop enige vorm van akkerbouw, veehouderij – daaronder begrepen intensieve veehouderij – , tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, planten, bloemen en bloembollen – en bosbouw die aan de krachtensgestelde regels voldoet, wordt uitgeoefend; c. artikel 7 van de Meststoffenwet hoofdstuk III hoofdstuk V van de Meststoffenwet Wet verplaatsing mestproductie bedrijf: geheel van productie-eenheden bestaande uit één of meer gebouwen of afgescheiden gedeelten daarvan en de daarbij behorende landbouwgrond, uitsluitend of onder meer dienende tot de uitoefening van de landbouw, zulks beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden, en in ieder geval dat geheel van productie-eenheden dat als één bedrijf is opgegeven op grond van de krachtensgestelde regels inzake de registratie van de productie van dierlijke meststoffen, dan wel het na deze opgave ontstane geheel van productie-eenheden als gevolg van splitsing of samenvoeging overeenkomstig de bij of krachtens,, of degestelde regels; d. Bureau Heffingen: Bureau Heffingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te Assen; e. bijlage A bij deze wet varken: dier van de diersoort varken, uitgedrukt in varkenseenheden overeenkomstig de invoor de dieren van de onderscheiden diercategorieën opgenomen normen; f. onderdeel 1, onder a of b, of 5, van bijlage A bij deze wet fokzeug: varken behorend tot de diercategorie, bedoeld in; g. jaar: kalenderjaar; h. artikel 32 varkensrecht: gemiddeld aantal varkens dat gedurende een jaar op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde ten hoogste op een bedrijf mag worden gehouden, uitgezonderd het aantal varkens dat ingevolgemag worden gehouden; i. artikel 32 fokzeugenrecht: deel van het varkensrecht dat overeenkomt met het gemiddelde aantal fokzeugen dat gedurende een jaar op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde ten hoogste op een bedrijf mag worden gehouden, uitgezonderd het aantal fokzeugen dat ingevolgemag worden gehouden; j. overdracht: eigendomsovergang, het vestigen of overdragen van een zakelijk gebruiksrecht dan wel het tenietgaan van dat recht, of het totstandkomen of eindigen van een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst; k. artikel 1, eerste lid, onderdeel aa, van de Meststoffenwet mestproductierecht: mestproductierecht als bedoeld in; l. artikel 1, eerste lid, onderdeel ab, van de Meststoffenwet niet-gebonden mestproductierecht: niet-gebonden mestproductierecht als bedoeld in; m. bijlage B bij deze wet concentratiegebied: concentratiegebied Zuid of concentratiegebied Oost als aangegeven in; n. artikel 12, eerste lid, van de Pachtwet tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: in Nederland gelegen oppervlakte landbouwgrond, daaronder niet begrepen de oppervlakte waarop zich de bedrijfsgebouwen en daarbij behorende voorzieningen bevinden, die tot het bedrijf behoort op grond van eigendom, een zakelijk gebruiksrecht of een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst als bedoeld in, en die in het kader van een normale bedrijfsvoering bij dat bedrijf in gebruik is; o. artikel 14a, eerste en derde lid artikelen 16 tot en met 19 grondgebonden deel van het varkensrecht: deel van het varkensrecht, bepaald overeenkomstig, zoals dit deel in voorkomend geval is gewijzigd door toepassing van de; p. artikel 14a, eerste en tweede lid artikelen 16 tot en met 19 grondgebonden deel van het fokzeugenrecht: deel van het fokzeugenrecht, bepaald overeenkomstig, zoals dit deel in voorkomend geval is gewijzigd door toepassing van de; q. groen-labelstal: voor de huisvesting van varkens bestemde stal met een stalsysteem waarvoor een Groen Label als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Convenant Groen Label (Stcrt. 1993, 21) is afgegeven. 2003 542 23-12-2003 10-12-2003 28818 2004 38 05-02-2004 26-01-2004 06-02-2004 01-01-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Voor de toepassing van deze wet: a. worden het niet-gebonden mestproductierecht en het grondgebonden mestproductierecht telkens in aanmerking genomen zoals deze, al naar gelang het geval, op het desbetreffende tijdstip dan wel met betrekking tot het desbetreffende jaar voor het desbetreffende bedrijf door het Bureau Heffingen zijn geregistreerd; b. artikel I, onderdeel G, van de wet van 2 mei 1997, houdende wijziging van de Meststoffenwet (Stb. 360) wordt het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen telkens vermenigvuldigd met 10/7, behalve het niet-gebonden mestproductierecht dat geldt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt geen rekening gehouden met handelingen waarvan, op grond van de omstandigheid dat zij geen wezenlijke verandering van feitelijke verhoudingen hebben ten doel gehad of op grond van andere bepaalde feiten of omstandigheden, moet worden aangenomen dat zij achterwege zouden zijn gebleven, indien daarmee niet de toepassing van deze wet voor het vervolg geheel of ten dele onmogelijk zou worden gemaakt. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 15 De omvang van het varkensrecht en de omvang van het fokzeugenrecht van een bedrijf op het tijdstip van inwerkingtreding vanworden bepaald overeenkomstig dit hoofdstuk. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. artikelen 8 13 van de Meststoffenwet wet van 2 mei 1997, houdende wijziging van de Meststoffenwet aangifte overschotheffing: schriftelijke opgave, zoals in voorkomend geval gecorrigeerd, die ter vaststelling van de verschuldigde overschotheffing met betrekking tot het bedrijf is gedaan krachtens deen, zoals deze artikelen luidden onmiddellijk vóór inwerkingtreding van de; b. aangifte overschotheffing 1995: aangifte overschotheffing die betrekking heeft op het jaar 1995; c. aangifte overschotheffing 1996: aangifte overschotheffing die betrekking heeft op het jaar 1996; d. afsluitformulier 1995: Afsluitformulier bijzondere gebruiksnormen 1995 (125-) of Afsluitformulier mestboekhouding 1995 (110–125) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling vaststelling afsluitformulieren 1995; e. afsluitformulier 1996: Afsluitformulier bijzondere gebruiksnormen 1996 (125-) of Afsluitformulier mestboekhouding 1996 (110–125) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling vaststelling afsluitformulieren 1996; f. vrijstellingsverklaring: formulier als bedoeld in artikel 3 van de Regeling vaststelling mestboekhoudplicht (algemeen); g. vrijstellingsverklaring 1995: vrijstellingsverklaring die betrekking heeft op 1995; h. vrijstellingsverklaring 1996: vrijstellingsverklaring die betrekking heeft op 1996; i. grondgebonden mestproductierecht: deel van het mestproductierecht dat overeenkomt met 125 kilogram fosfaat per jaar per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende jaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond; j. belanghebbende: persoon of rechtspersoon die, of samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen dat over het desbetreffende bedrijf beschikt ingevolge eigendom, een zakelijk gebruiksrecht, of een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst; k. artikel 1, eerste lid, van de Wet verplaatsing mestproductie verplaatsing: verplaatsing als bedoeld in; l. artikel 9 van de Wet verplaatsing mestproductie kennisgeving van verplaatsing: kennisgeving als bedoeld in; m. artikel 9 van de Wet verplaatsing mestproductie registratie van een kennisgeving van verplaatsing: registratie als bedoeld in. 2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de gegevens van de aangifte overschotheffing – daaronder begrepen de correcties –, het afsluitformulier 1995, het afsluitformulier 1996 en de vrijstellingsverklaring slechts in aanmerking genomen voor zover deze vóór 10 juli 1997 door het Bureau Heffingen zijn ontvangen. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het varkensrecht komt overeen met het in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, verminderd met 10%. 2 Het fokzeugenrecht komt overeen met het in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal fokzeugen, verminderd met 10%. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde vermindering met 10% is niet van toepassing op het aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, dat groter is dan het aantal dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te delen door 7,4 kilogram fosfaat. 4 Het in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, is het in 1996 gemiddeld gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, dat met betrekking tot het desbetreffende bedrijf is opgegeven in de aangifte overschotheffing 1996, bij gebreke daarvan, op het afsluitformulier 1996, dan wel, bij gebreke daarvan, op de vrijstellingsverklaring 1996. 5 Indien in 1996 overdracht van het bedrijf heeft plaatsgevonden, wordt het in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, bepaald door de som van het over het gehele jaar 1996 gemiddelde aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, dat door de vervreemder van het bedrijf is gehouden en het over het gehele jaar 1996 gemiddelde aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, dat door de verkrijger van het bedrijf is gehouden, zoals deze aantallen blijken uit de door de vervreemder en de verkrijger gedane opgaven, bedoeld in het vierde lid. 6 Het in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, is ten hoogste het aantal dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te vermeerderen met het grondgebonden mestproductierecht geldend met betrekking tot 1996 en de som te delen door 7,4 kilogram fosfaat. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van een daartoe aangemeld bedrijf komen overeen met het in 1995 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, verminderd met 10%. 2 Artikel 6, derde, vierde, vijfde en zesde lid , is van overeenkomstige toepassing op de bepaling van de omvang van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat in plaats van «1996» telkens moet worden gelezen: 1995. 3 De belanghebbende doet de in het eerste lid bedoelde melding binnen zes weken na inwerkingtreding van deze wet bij het Bureau Heffingen, met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister vastgesteld formulier, dat overeenkomstig de op het formulier aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld en door de belanghebbende is ondertekend. 4 Indien in 1995 of 1996 registratie van een kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen heeft plaatsgevonden, wordt het overeenkomstig het eerste en tweede lid bepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, vergroot voor het bedrijf waarheen is verplaatst en verkleind tot ten minste nihil voor het bedrijf waarvan het niet-gebonden mestproductierecht afkomstig is. 5 artikel 9, tweede en vijfde lid artikel 9, derde, vierde en vijfde lid artikel 10, tweede en vierde lid artikel 10, derde en vierde lid Ingeval de in het vierde lid bedoelde registratie plaatsvond in 1995, komt de in dat lid bedoelde vergroting overeen met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door overeenkomstige toepassing van, en komt de in het vierde lid bedoelde verkleining overeen met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door overeenkomstige toepassing van, met dien verstande dat in het tweede, derde en vierde lid van dat artikel in plaats van «1996» telkens wordt gelezen: 1995. Ingeval de in het vierde lid bedoelde registratie plaatsvond in 1996, komt de vergroting overeen met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door overeenkomstige toepassing van, en komt de verkleining overeen met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door overeenkomstige toepassing van. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 6, vierde lid 7, tweede lid Bij gebreke van enige opgave als bedoeld in de, en, komt het varkensrecht van het bedrijf overeen met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door het door de belanghebbende daartoe bij wijze van melding aangegeven deel van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te delen door 7,4 kilogram fosfaat en op de uitkomst 18% in mindering te brengen. 2 Het fokzeugenrecht van het in het eerste lid bedoelde bedrijf komt overeen met een percentage van het varkensrecht, welk percentage wordt bepaald door het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal fokzeugen te delen door het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100. De in de eerste volzin bedoelde aantallen fokzeugen en varkens zijn de aantallen die met betrekking tot het bedrijf zijn opgegeven in de aangifte overschotheffing die betrekking heeft op het jaar 1994. Bij gebreke van deze opgave is het fokzeugenrecht nihil. 3 Artikel 7, derde lid artikel 7, derde lid , is op de melding, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Bij gebreke van een overeenkomstig, gedane melding, is het varkensrecht nihil. 4 artikel 7, derde lid artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid In geval in 1996 of 1995 het bedrijf is overgedragen, wordt, indien de belanghebbende overeenkomstigeen melding doet, voor de toepassing van het eerste lid onder het ontbreken van een opgave als bedoeld in, onderscheidenlijk, mede verstaan het geval dat met betrekking tot het desbetreffende jaar hetzij door de vervreemder, hetzij door de verkrijger geen opgave is gedaan. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 9, zesde lid, van de Wet verplaatsing mestproductie artikel 6 8 11, tweede lid Indien in 1996 registratie van een kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen heeft plaatsgevonden, wordt, in verband met de toepassing van, het overeenkomstig,of, bepaalde varkensrecht vergroot voor het bedrijf waarheen is verplaatst en verkleind tot ten minste nihil voor het bedrijf waarvan het niet-gebonden mestproductierecht afkomstig is. 2 De in het eerste lid bedoelde vergroting betreft het fokzeugenrecht en komt overeen met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door het door de belanghebbende daartoe bij wijze van melding aangegeven deel van de kilogrammen fosfaat waarmee het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen is vergroot, maar die volgens de in de kennisgeving van verplaatsing gedane opgave in 1996 niet meer konden worden benut, te delen door 7,4 kilogram fosfaat. 3 De in het eerste lid bedoelde verkleining komt overeen met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door de kilogrammen fosfaat waarmee het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen van het bedrijf is verkleind, maar die volgens de in de kennisgeving van verplaatsing gedane opgave in 1996 nog op dat bedrijf kon worden benut, te delen door 7,4 kilogram fosfaat. De verkleining komt ten laste van het fokzeugenrecht voor zover het aantal varkenseenheden waarmee de verkleining overeenkomt groter is dan het verschil tussen het varkensrecht en het fokzeugenrecht. 4 artikel 6 artikel 55, negende lid, van de Meststoffenwet Indien het betreft een verkleining van het overeenkomstigbepaalde varkensrecht, blijft het derde lid buiten toepassing ten aanzien van het door de belanghebbende daartoe bij wijze van melding aangegeven deel van de in dat lid bedoelde kilogrammen fosfaat. Dit deel komt evenwel ten hoogste overeen met het aantal kilogrammen fosfaat dat wordt bepaald door de mestproductie afkomstig van de in 1996 gehouden dieren van andere diersoorten dan varkens en kippen achtereenvolgens in mindering te brengen op het niet-gebonden mestproductierecht voor die diersoorten geldend met betrekking tot 1996 en op het grondgebonden mestproductierecht geldend met betrekking tot 1996, het aldus vastgestelde saldo van het grondgebonden mestproductierecht, zijnde ten minste nihil, te vermeerderen met het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996, en op deze som de mestproductie afkomstig van varkens in mindering te brengen. De mestproductie afkomstig van de onderscheiden diersoorten wordt overeenkomstigvastgesteld op basis van het in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal dieren van de onderscheiden diersoorten en diercategorieën daarbinnen, dat met betrekking tot het bedrijf is opgegeven in de aangifte overschotheffing 1996. 5 Artikel 7, derde lid artikel 7, derde lid , is op de meldingen, bedoeld in het tweede en vierde lid, van overeenkomstige toepassing. Bij gebreke van een overeenkomstig, gedane melding, is de vergroting van het varkensrecht nihil, onderscheidenlijk worden het varkensrecht en het fokzeugenrecht verkleind met het overeenkomstig het derde lid bepaalde aantal varkenseenheden. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 6 7 8 11, derde lid Indien na 1996 registratie heeft plaatsgevonden van een uiterlijk op 9 juli 1997 gedane kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, wordt het overeenkomstig,,of, bepaalde varkensrecht vergroot voor het bedrijf waarheen is verplaatst en verkleind tot ten minste nihil voor het bedrijf waarvan het niet-gebonden mestproductierecht afkomstig is. 2 De in het eerste lid bedoelde vergroting betreft het fokzeugenrecht en komt overeen met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door het door de belanghebbende daartoe bij wijze van melding aangegeven deel van de kilogrammen fosfaat waarmee het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen van het bedrijf is vergroot te delen door 7,4 kilogram fosfaat. 3 artikel 7 artikel 9, vierde lid De in het eerste lid bedoelde verkleining komt overeen met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door de kilogrammen fosfaat waarmee het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen van het bedrijf is verkleind te delen door 7,4 kilogram fosfaat. De verkleining komt ten laste van het fokzeugenrecht voor zover het aantal varkenseenheden waarmee de verkleining overeenkomt groter is dan het verschil tussen het varkensrecht en het fokzeugenrecht. Artikel 9, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van dit artikel, indien het varkensrecht overeenkomstigwordt bepaald, in, in plaats van «1996» telkens wordt gelezen: 1995. 4 Artikel 7, derde lid artikel 7, derde lid , is op de meldingen, bedoeld in het tweede en derde lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing. Bij gebreke van een overeenkomstig, gedane melding, is de vergroting van het varkensrecht nihil, onderscheidenlijk worden het varkensrecht en het fokzeugenrecht verkleind met het overeenkomstig het derde lid bepaalde aantal varkenseenheden. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 9 10 Deenzijn niet van toepassing op een kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot een samenvoeging van bedrijven. 2 artikel 6, vierde lid Artikel 6, derde en zesde lid Indien in 1996 registratie heeft plaatsgevonden van een kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot een samenvoeging van bedrijven, worden het varkensrecht en het fokzeugenrecht van het na samenvoeging ontstane bedrijf bepaald door de som van het over het gehele jaar 1996 gemiddelde aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, verminderd met 10%, dat op elk van de oorspronkelijke bedrijven is gehouden te vermeerderen met het over het gehele jaar 1996 gemiddelde aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, verminderd met 10%, dat op het door samenvoeging ontstane bedrijf is gehouden, zoals deze aantallen blijken uit de met betrekking tot de onderscheiden bedrijven gedane opgaven, bedoeld in., is van overeenkomstige toepassing. 3 Artikel 6, derde, vierde en zesde lid Indien na 1996 registratie heeft plaatsgevonden van een uiterlijk op 9 juli 1997 gedane kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot een samenvoeging van bedrijven, komen het varkensrecht en het fokzeugenrecht van het na samenvoeging ontstane bedrijf overeen met de som van het in 1996 gemiddeld op elk van de oorspronkelijke bedrijven gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, verminderd met 10%., is van overeenkomstige toepassing. 4 artikelen 9, eerste, tweede en derde lid 10, eerste, tweede en derde lid, eerste volzin De, en, zijn, indien het tijdstip van registratie van de in die artikelen bedoelde kennisgeving van verplaatsing is gelegen vóór het tijdstip van registratie van de kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot de samenvoeging van de bedrijven, van overeenkomstige toepassing op elk van de samengevoegde bedrijven, met dien verstande dat voor de toepassing van dit lid in deze artikelen in plaats van «varkensrecht» telkens wordt gelezen «90% van het in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens» en in plaats van «fokzeugenrecht» telkens wordt gelezen: 90% van het in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal fokzeugen. 5 artikel 7, derde lid artikel 9, eerste lid artikel 10, eerste lid Met betrekking tot een bedrijf dat in 1995 door samenvoeging van bedrijven is ontstaan worden, indien de belanghebbende daartoe overeenkomstig, een melding doet, het varkensrecht en het fokzeugenrecht, overeenkomstig het tweede en vierde lid bepaald, met dien verstande dat in die leden in plaats van «1996» telkens wordt gelezen: 1995. Voor de toepassing van het vierde lid wordt in, in plaats van «1996» gelezen «1995» en wordt in, in plaats van« na 1996» gelezen: in of na 1996. 6 artikel 6, vierde lid artikel 7, derde lid artikel 8, eerste en tweede lid artikel 8, tweede lid Ingeval met betrekking tot één van de samengevoegde bedrijven dan wel het door samenvoeging ontstane bedrijf geen opgave als bedoeld in, is gedaan, worden, indien de belanghebbende overeenkomstig, een melding doet, het varkensrecht en het fokzeugenrecht overeenkomstig, bepaald. Voor de toepassing van, wordt uitgegaan van de opgave met betrekking tot een van de oorspronkelijke bedrijven, zoals dat bij de melding is aangegeven door de belanghebbende. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 6 7 8 11 Indien registratie heeft plaatsgevonden van een na 9 juli 1997 en vóór inwerkingtreding van deze wet gedane kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, wordt het overeenkomstig,,ofbepaalde varkensrecht voor het bedrijf waarvan het niet-gebonden mestproductierecht afkomstig is verkleind tot ten minste nihil, met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door de kilogrammen fosfaat waarmee het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen van het bedrijf is verkleind te delen door 7,4 kilogram fosfaat. De verkleining komt ten laste van het fokzeugenrecht voor zover het aantal varkenseenheden waarmee de verkleining overeenkomt groter is dan het verschil tussen het varkensrecht en het fokzeugenrecht. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 15 Het overeenkomstig dit hoofdstuk bepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, is niet groter dan het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door 90% van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, zoals dat gold op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van, te vermeerderen met 125 kilogram fosfaat per hectare van de op de dag voorafgaand aan dat tijdstip tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, en deze som te delen door 7,4 kilogram fosfaat. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 7, derde lid Met betrekking tot een bedrijf geldt in plaats van het varkensrecht of het fokzeugenrecht dat is bepaald overeenkomstig dit hoofdstuk een lager varkensrecht of fokzeugenrecht, indien de belanghebbende daarvan overeenkomstig, een melding doet. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 artikel 7 De omvang van het grondgebonden deel van het varkensrecht op 1 september 1998 komt overeen met het overeenkomstig dit hoofdstuk bepaalde varkensrecht, verminderd met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te delen door 7,4 kilogram fosfaat. Ingeval het varkensrecht wordt bepaald op grond van, wordt in de eerste volzin in plaats van «1996» gelezen: 1995. 2 artikel 7 De omvang van het grondgebonden deel van het fokzeugenrecht op 1 september 1998 komt overeen met het overeenkomstig dit hoofdstuk bepaalde fokzeugenrecht, verminderd met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te delen door 7,4 kilogram fosfaat. Ingeval het fokzeugenrecht wordt bepaald op grond van, wordt in de eerste volzin in plaats van «1996» gelezen: 1995. 3 artikel 7, vierde of vijfde lid 9 10 Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, niet in aanmerking genomen, voorzover dat als gevolg van de toepassing van,ofis vergroot. 2003 542 23-12-2003 10-12-2003 28818 2004 38 05-02-2004 26-01-2004 06-02-2004 01-01-2003
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het is verboden op een bedrijf gemiddeld gedurende het jaar een groter aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, te houden dan het op het bedrijf rustende varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht. 2 bijlage A van de Meststoffenwet artikel 55, achtste lid, van de Meststoffenwet De vermindering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet voor het deel van het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, dat overeenkomt met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door achtereenvolgens 125 kilogram fosfaat per hectare van de in desbetreffende jaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond te verminderen met de in het desbetreffende jaar geproduceerde dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, afkomstig van andere inopgenomen diersoorten dan varkens, kippen en kalkoenen, en dit verschil te delen door 7,4 kilogram fosfaat. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt niet in aanmerking genomen de hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van andere diersoorten dan varkens, kippen en kalkoenen die overeenkomt met het niet-gebonden mestproductierecht voor die diersoorten. De hoeveelheid dierlijke meststoffen wordt bepaald overeenkomstig. 3 Het is verboden anders dan op een bedrijf op enig moment een groter aantal varkens te houden dan overeenkomt met 3 varkenseenheden. 2000 538 19-12-2000 07-12-2000 26473 2000 574 21-12-2000 14-12-2000 26840 01-01-2001
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 17 artikelen 18 19 Een varkensrecht kan, onder welke titel dan ook, met inachtneming vangeheel of gedeeltelijk overgaan naar een ander bedrijf overeenkomstig deen. 2003 542 23-12-2003 10-12-2003 28818 2004 38 05-02-2004 26-01-2004 06-02-2004 Bij Stb. 2003/542 is in artikel IV een bepaling betreffende de
toepassing gepubliceerd.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Een varkensrecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig van een bedrijf gelegen in een concentratiegebied kan overgaan naar een in hetzelfde gebied gelegen bedrijf of naar een buiten de concentratiegebieden gelegen bedrijf. 2 Een varkensrecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig van een bedrijf gelegen buiten de concentratiegebieden kan uitsluitend overgaan naar een buiten de concentratiegebieden gelegen bedrijf. 3 Een bedrijf is gelegen binnen een concentratiegebied, onderscheidenlijk buiten de concentratiegebieden, indien de huisvesting waarin de varkens worden of zullen worden gehouden hoofdzakelijk is gelegen binnen het desbetreffende concentratiegebied, onderscheidenlijk buiten de concentratiegebieden. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop wordt bepaald of de huisvesting hoofdzakelijk is gelegen binnen een van de concentratiegebieden, dan wel buiten de concentratiegebieden. 2003 542 23-12-2003 10-12-2003 28818 2004 38 05-02-2004 26-01-2004 06-02-2004
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Degene naar wiens bedrijf het varkensrecht, of een gedeelte daarvan, moet overgaan en degene van wiens bedrijf het varkensrecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig is, geven van de overgang gezamenlijk kennis aan het Bureau Heffingen, met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister vastgesteld formulier, dat overeenkomstig de op het formulier aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld en door beide partijen is ondertekend. 2 Er kan eerst aanspraak worden gemaakt op het van het andere bedrijf afkomstige varkensrecht, of een gedeelte daarvan, vanaf het tijdstip van registratie van de kennisgeving door het Bureau Heffingen. 3 Op het tijdstip van registratie van de kennisgeving vindt een verkleining plaats van het varkensrecht van het bedrijf waarvan het varkensrecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig is, en vindt een vergroting plaats van het varkensrecht van het bedrijf waarnaar het varkensrecht, of een gedeelte daarvan, overgaat. De verkleining komt overeen met het aantal varkenseenheden waarop de kennisgeving betrekking heeft. De vergroting komt overeen met het aantal varkenseenheden waarop de kennisgeving betrekking heeft, verminderd met: – 40%, indien de kennisgeving in 1998 wordt gedaan; – 60%, indien de kennisgeving in 1999 wordt gedaan; – 25%, indien de kennisgeving na 1999 wordt gedaan. 4 De verkleining, onderscheidenlijk vergroting, betreft het fokzeugenrecht voor zover zulks door de betrokken partijen bij de kennisgeving is aangegeven. 5 De verkleining, onderscheidenlijk vergroting, betreft het grondgebonden deel van het varkensrecht of het grondgebonden deel van het fokzeugenrecht, voorzover zulks door de betrokken partijen bij de kennisgeving is aangegeven. Ingeval sprake is van de overgang van een varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, afkomstig van een bedrijf dat is gelegen in een concentratiegebied naar een bedrijf dat is gelegen buiten de concentratiegebieden, betreft de vergroting te allen tijde het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht. 6 Voor het lopende jaar is de verkleining, onderscheidenlijk vergroting, van het varkensrecht en het fokzeugenrecht beperkt tot het aantal varkenseenheden waarvan de betrokken partijen op het formulier van de kennisgeving hebben aangegeven dat deze op het bedrijf waarvan zij afkomstig zijn in dat jaar niet zijn benut voor het houden van varkens, onderscheidenlijk fokzeugen. 2003 542 23-12-2003 10-12-2003 28818 2004 38 05-02-2004 26-01-2004 06-02-2004
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 18 De registratie, bedoeld in, vindt niet plaats indien: a. de kennisgeving betrekking heeft op een groter aantal varkenseenheden dan overeenkomt met het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, van het bedrijf waarvan de varkenseenheden afkomstig zijn; b. artikel 17 niet is voldaan aan het bepaalde in; c. artikel 18, eerste lid het formulier, bedoeld in, niet volledig en naar waarheid is ingevuld en ondertekend. 2 Indien eerst na de registratie blijkt dat niet aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden voor registratie is voldaan, wordt de registratie door het Bureau Heffingen doorgehaald. Met terugwerkende kracht tot het tijdstip van de registratie vindt een verkleining plaats van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, van het bedrijf waarheen het varkensrecht, of een gedeelte daarvan, is overgegaan met het aantal varkenseenheden waarop de kennisgeving betrekking had, en vindt een vergroting plaats van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, van het bedrijf waarvan het varkensrecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig was met eenzelfde aantal varkenseenheden, althans voor zover de kennisgeving niet betrekking had op een groter aantal varkenseenheden dan overeenkwam met het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, van dat bedrijf. 3 artikel 18, vijfde lid, tweede volzin De in het tweede lid bedoelde verkleining, onderscheidenlijk vergroting, betreft het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, voorzover de kennisgeving daarop betrekking had. Ingeval de kennisgeving betrekking had op een overgang als bedoeld in, betreft de verkleining het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, van het bedrijf waarheen het varkensrecht, of een gedeelte daarvan, is overgegaan. 2003 542 23-12-2003 10-12-2003 28818 2004 38 05-02-2004 26-01-2004 06-02-2004
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 In geval van overdracht van een bedrijf kan een verkrijger van het bedrijf eerst aanspraak maken op het varkensrecht van dat bedrijf, vanaf het tijdstip van registratie door het Bureau Heffingen van de door de vervreemder en de verkrijger van het bedrijf gezamenlijk gedane kennisgeving van overgang van het varkensrecht. 2 Op het tijdstip van registratie van de kennisgeving worden het varkensrecht en het fokzeugenrecht verminderd met: – 40%, indien de kennisgeving in 1998 wordt gedaan; – 60%, indien de kennisgeving in 1999 wordt gedaan; – 25%, indien de kennisgeving na 1999 wordt gedaan. 3 artikelen 18, eerste lid 19, eerste lid, onderdeel c De, en, zijn op de kennisgeving en registratie, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Indien de kennisgeving niet binnen drie maanden na de overdracht is gedaan, komt het varkensrecht te vervallen. 4 Dit artikel is niet van toepassing op een overdracht aan een persoon waarmee bloed- of aanverwantschap in de eerste graad bestaat en evenmin op een overdracht krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht. 2003 542 23-12-2003 10-12-2003 28818 2004 38 05-02-2004 26-01-2004 06-02-2004
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 18, derde lid artikel 20, tweede lid Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de in, en, genoemde percentages andere percentages worden vastgesteld. De bij de maatregel vastgestelde percentages zijn van toepassing op kennisgevingen die zijn gedaan na het tijdstip van inwerkingtreding van de maatregel. 2 Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kunnen voor verschillende groepen van gevallen de percentages verschillend worden vastgesteld. De percentages kunnen tevens verschillend worden vastgesteld al naar gelang de kennisgeving de overgang van het fokzeugenrecht betreft dan wel het deel van het varkensrecht niet zijnde fokzeugenrecht. Bij de maatregel kunnen omtrent de groepen van gevallen nadere regels worden gesteld. 3 artikel 18, derde lid artikel 20, tweede lid Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de toekenning van een financiële tegemoetkoming voor de in, en, bedoelde verminderingen aan de belanghebbende van wiens bedrijf het varkensrecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig is, onderscheidenlijk aan de belanghebbende die het bedrijf overdraagt, voor zover de desbetreffende kennisgeving in 1998 of 1999 wordt gedaan. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking vankan op varkensrechten geen pandrecht worden gevestigd. 2 artikel 18, eerste lid Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat alvorens het Bureau Heffingen de in, bedoelde kennisgeving in behandeling neemt, van deze kennisgeving mededeling wordt gedaan aan in die regeling aan te geven derde-belanghebbenden. 3 artikel 18, eerste lid artikel 12, derde lid, van de Wet verplaatsing mestproductie Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het tweede lid, waarbij onder meer kan worden bepaald welke gegevens door het Bureau Heffingen aan de derde-belanghebbenden kenbaar worden gemaakt, de periode gedurende welke het Bureau Heffingen de in, bedoelde kennisgeving niet in behandeling neemt, alsmede de wijze waarop en de termijn waarbinnen de in de regeling aangegeven derde-belanghebbenden zich bij het Bureau Heffingen dienen aan te melden. Bij de ministeriële regeling kan worden bepaald dat een aanmelding die is gedaan op grond van de krachtensgestelde regels tevens in aanmerking wordt genomen voor de toepassing van dit artikel. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 18, eerste lid artikel 20, eerste lid artikel 22, derde lid Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een kennisgeving als bedoeld in, een kennisgeving als bedoeld in, of een aanmelding als bedoeld in, eerst door het Bureau Heffingen in behandeling wordt genomen nadat een daarvoor vastgesteld bedrag is voldaan. 2 artikel 18, eerste lid artikel 20, eerste lid artikel 22, derde lid Al naar gelang sprake is van een kennisgeving als bedoeld in, van een kennisgeving als bedoeld in, of van een aanmelding als bedoeld in, kan het bedrag verschillend worden vastgesteld. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikelen 6 7 11 artikelen 8 tot en met 13 14a In plaats van het in de,engenoemde percentage van 10 geldt een lager percentage en in plaats van het in deengenoemde percentage van 90 geldt een hoger percentage voor bedrijven die vanaf 9 juli 1997 tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan een of meer van de volgende voorwaarden voldeden: a. op het bedrijf werden fokzeugen in groepshuisvesting gehouden; b. het bedrijf was bij het Productschap voor Vee en Vlees te Rijswijk als houder van scharrelvarkens geregistreerd en voldeed aan de in dat verband door het productschap gestelde voorwaarden; c. het bedrijf paste biologische productiemethoden toe en was onderworpen aan controle door een controle-organisatie voor biologische landbouw; d. het bedrijf beschikte over een groen-labelstal; e. op het bedrijf rustte, blijkens de registratie van het Bureau Heffingen, geen niet-gebonden mestproductierecht. 2 Het percentage van 10 wordt verminderd met, onderscheidenlijk het percentage van 90 wordt vermeerderd met: Het percentage van 10 wordt met ten hoogste 10 procentpunten verlaagd. Het percentage van 90 wordt met ten hoogste 10 procentpunten verhoogd. – indien is voldaan aan de in onderdeel a van het eerste lid genoemde voorwaarde, het aantal procentpunten dat wordt bepaald door 5 te vermenigvuldigen met het aantal in groepshuisvesting gehouden fokzeugen, en te delen door het varkensrecht zoals dit zonder toepassing van dit artikel zou gelden; – indien is voldaan aan de in de onderdelen a en b van het eerste lid genoemde voorwaarden, 5 procentpunten; – indien is voldaan aan de in onderdeel c van het eerste lid genoemde voorwaarde, 10 procentpunten; – indien is voldaan aan de in onderdeel d van het eerste lid genoemde voorwaarde, 5 procentpunten of, indien dit minder is, het aantal procentpunten dat wordt bepaald door 5 te vermenigvuldigen met het aantal varkens dat in groen-label-stallen kan worden gehuisvest en te delen door het varkensrecht zoals dit zonder toepassing van dit artikel zou gelden; – indien is voldaan aan de in onderdeel e van het eerste lid genoemde voorwaarde, 10 procentpunten. 3 Artikel 7, derde lid artikel 7, derde lid De verlaging van het percentage van 10, onderscheidenlijk de verhoging van het percentage van 90, is uitsluitend van toepassing op daartoe aangemelde bedrijven die aan de in het eerste lid, onderdelen a, b, c of d, genoemde voorwaarden voldoen en dat door overlegging van bescheiden hebben aangetoond., is op deze melding van overeenkomstige toepassing. Bij gebreke van een overeenkomstig, gedane melding wordt het percentage van 10 niet verlaagd, onderscheidenlijk wordt het percentage van 90 niet verhoogd. 4 Het verstrekken van onjuiste gegevens bij de in het derde lid bedoelde melding is een strafbaar feit. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel, waarbij onder meer aan de toepasselijkheid van het eerste en tweede lid nadere voorwaarden kunnen worden verbonden. 2003 542 23-12-2003 10-12-2003 28818 2004 38 05-02-2004 26-01-2004 06-02-2004
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 hoofdstuk II artikel 24 hoofdstuk II artikel 24 artikel 7, derde lid, van de Meststoffenwet Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor bepaalde groepen van gevallen waarbij de bepaling van de hoogte van het varkensrecht of fokzeugenrecht overeenkomstigenleidt tot onbillijkheden van overwegende aard, regels worden gesteld omtrent een vanenafwijkende bepaling van de hoogte van deze rechten. Bij deze regels kunnen nadere voorwaarden en beperkingen worden gesteld, waaronder een verplichte doorhaling van gegevens als bedoeld in. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 In bij ministeriële regeling bepaalde gevallen kan Onze Minister het varkensrecht en het fokzeugenrecht van een bedrijf ambtshalve vaststellen. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde vaststelling. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Onze Minister kan ten aanzien van een bedrijf waarvan het varkensrecht is overschreden bepalen dat het op enig moment op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, het door hem vastgestelde aantal niet mag overschrijden. 2 Het door Onze Minister vastgestelde aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, dat op enig moment ten hoogste mag worden gehouden komt overeen met het aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, dat overeenkomstig het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, gemiddeld gedurende het jaar mag worden gehouden. Dit aantal wordt vermeerderd met 10%. 3 artikel 15 Onverminderd, is het verboden op enig moment op een bedrijf een groter aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, te houden dan het overeenkomstig het eerste en tweede lid door Onze Minister bepaalde aantal. 4 artikelen 18 19 Voor zolang Onze Minister met betrekking tot een bedrijf gebruik maakt van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid vindt geen registratie als bedoeld in deenplaats van een kennisgeving die betrekking heeft op het op het desbetreffende bedrijf rustende varkensrecht. 5 De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid kan met betrekking tot een bedrijf voor een aaneengesloten periode van ten hoogste drie jaar worden uitgeoefend. Deze periode kan telkens worden verlengd met eenzelfde periode te rekenen vanaf het tijdstip waarop wordt geconstateerd dat op het bedrijf een groter aantal varkens wordt gehouden dan overeenkomt met het overeenkomstig het eerste en tweede lid door Onze Minister bepaalde aantal. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het opmaken, bewaren, overleggen en afdragen van gegevens door houders van varkens, daaronder begrepen personen, rechtspersonen en samenwerkingsverbanden van personen of rechtspersonen die de varkens tijdelijk in het kader van een onderneming, niet zijnde een bedrijf, onder zich hebben, met betrekking tot het door hen gehouden, verhandelde, ontvangen of afgeleverde aantal varkens, onderscheiden naar diercategorieën. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de berekening van het aantal varkens dat gedurende een jaar gemiddeld op het bedrijf is gehouden, alsmede omtrent de daartoe op te maken, te bewaren, over te leggen of af te dragen gegevens. 3 hoofdstuk III artikel 27 van deze wet Bij ministeriële regeling kunnen voor de toepassing vanenregels worden gesteld omtrent het opmaken, bewaren, overleggen of afdragen van gegevens. 4 Handelen in strijd met krachtens dit artikel gestelde regels is een strafbaar feit. 2003 542 23-12-2003 10-12-2003 28818 2004 38 05-02-2004 26-01-2004 06-02-2004 01-01-2000
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 5, eerste lid, onderdeel j De belanghebbende, bedoeld in, kan met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister vastgesteld formulier, dat overeenkomstig de op het formulier aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld en door hem is ondertekend, een kennisgeving van het vervallen, onderscheidenlijk gedeeltelijk vervallen, van het varkensrecht van zijn bedrijf bij het Bureau Heffingen doen. Na registratie van de kennisgeving door het Bureau Heffingen is het varkensrecht nihil, onderscheidenlijk vindt een verkleining van het varkensrecht en het fokzeugenrecht plaats met het desbetreffende aantal varkenseenheden waarop de kennisgeving betrekking heeft. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2003 542 23-12-2003 10-12-2003 28818 2004 38 05-02-2004 26-01-2004 06-02-2004 2004 246 10-06-2004 21-04-2004 29001
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2003 542 23-12-2003 10-12-2003 28818 2004 38 05-02-2004 26-01-2004 06-02-2004 2004 246 10-06-2004 21-04-2004 29001
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening Er is een structuurschema dat inzicht geeft in de ruimtelijke aspecten van het rijksbeleid inzake de varkenshouderij, rekening houdend met in ieder geval de belangen van diergezondheid, natuur, water en landschap. Het structuurschema is een plan als bedoeld in. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Wijzigt de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Wijzigt de Meststoffenwet. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Wijzigt de Wet op de economische delicten. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 hoofdstukken I tot en met IV Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van devan deze wet in de praktijk. 2 hoofdstukken I tot en met IV Onze Minister zendt jaarlijks na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een voortgangsverslag over de toepassing en de uitvoering van devan deze wet. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 15 Indienop een andere datum dan 1 januari in werking treedt, wordt voor de toepassing van het eerste en tweede lid van dat artikel in het desbetreffende jaar in de genoemde artikelleden in plaats van «jaar» telkens gelezen: het vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel resterende deel van het jaar. 2 artikel 38 artikel 38 artikel 38 artikel 38 artikel 55, eerste lid, van de Meststoffenwet Indienop een andere datum dan 1 januari in werking treedt, wordt in het desbetreffende jaar voor de toepassing vanonder uitbreiding van de productie van dierlijke meststoffen verstaan: een grotere productie dan het op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding vangeldende mestproductierecht, dat achtereenvolgens is vermenigvuldigd met het op het tijdstip van inwerkingtreding vanin het desbetreffende jaar verstreken aantal maanden gedeeld door twaalf, en is vermeerderd met het op 31 december van het desbetreffende jaar geldende mestproductierecht dat is vermenigvuldigd met het sedert het tijdstip van inwerkingtreding vanin het desbetreffende jaar verstreken aantal maanden gedeeld door twaalf. 3 artikel 13 artikel 55a, eerste lid, van de Meststoffenwet artikel 1 van de Wet verplaatsing mestproduktie artikel 55 van de Meststoffenwet Wet verplaatsing mestproductie Voor de toepassing vanen het tweede lid en voor de toepassing vanworden ingeval in het betreffende kalenderjaar wijzigingen in de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond hebben plaatsgevonden of verplaatsing als bedoeld inheeft plaatsgevonden, de gevolgen daarvan voor de omvang van het in die bepalingen bedoelde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen bepaald overeenkomstig de regels vanen overeenkomstig de regels gesteld bij of krachtens de, alsof het de bepaling van het op de eerste dag van een kalenderjaar geldende niet-gebonden mestproductierecht zou betreffen en de bedoelde wijzigingen of verplaatsing zich zouden hebben voorgedaan in het voorafgaande kalenderjaar. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 37 artikel 91a, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 91a, derde lid, van die wet artikel 91b van die wet Indienop een andere datum dan 1 januari in werking treedt wordt in het desbetreffende kalenderjaar de inbedoelde varkensheffing, in afwijking van, geheven over het tijdvak dat bestaat uit het nog niet verstreken deel van dat jaar naar het aantal varkens, uitgedrukt in heffingseenheden overeenkomstig, dat gemiddeld in dat tijdvak op het bedrijf wordt gehouden, vermenigvuldigd met de uitkomst van de deling van het aantal kalendermaanden waaruit dat tijdvak bestaat door twaalf. 2 artikel 91e, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 37 artikel 37 In geval het eerste lid van toepassing is, is in het desbetreffende kalenderjaar op het tarief van de varkensheffingvan toepassing, met dien verstande dat in onderdeel a, van dat artikellid in plaats van «1 januari van het desbetreffende kalenderjaar» wordt gelezen «de datum waaropvan de Wet herstructurering varkenshouderij in werking treedt» en in de onderdelen b tot en met e, van dat artikellid in plaats van «in het desbetreffende kalenderjaar» wordt gelezen: in het, vanaf de datum van inwerkingtreding vanvan de Wet herstructurering varkenshouderij, nog niet verstreken deel van het kalenderjaar. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Deze wet treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 43a — Artikel 43a#
Artikel 43a 1 Deze wet vervalt met ingang van 1 januari 2007. 2 Bij koninklijk besluit kan een eerder tijdstip worden bepaald waarop deze wet vervalt. Dit tijdstip is in ieder geval gelegen na 31 december 2004. 3 De voordracht voor het koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan nadat vier weken zijn verstreken nadat het voornemen daartoe aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal bekend is gemaakt. 2004 246 10-06-2004 21-04-2004 29001 2004 246 10-06-2004 21-04-2004 29001 01-09-2004
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Deze wet wordt aangehaald als: Wet herstructurering varkenshouderij. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998