Wet van 4 december 1997, houdende regeling voor de totstandkoming van een gemeentelijk werkfonds voor voorzieningen ter bevordering van de toetreding tot het arbeidsproces van langdurig werklozen en jongeren (Wet inschakeling werkzoekenden)
- BWB-id
- BWBR0009083
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2003-02-19 t/m 2003-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009083
- ELI
- /eli/nl/wet/1998/wet-inschakeling-werkzoekenden
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1998/wet-inschakeling-werkzoekenden/2003-02-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009083&g=2003-02-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009083&z=2026-06-06&g=2003-02-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009083/2003-02-19
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1998/wet-inschakeling-werkzoekenden
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Centrale organisatie werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in; c. hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; d. Algemene bijstandswet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Werkloosheidswet Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Toeslagenwet Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria Algemene nabestaandenwet uitkeringsgerechtigde: de persoon, die een uitkering ontvangt op grond van de, de, de, de, de, de, de, de, de, deof op grond van een regeling, die met deze wetten naar aard en strekking overeenstemt; e. langdurig werkloze: de persoon die langer dan 12 maanden zonder onderbreking als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen; f. Algemene bijstandswet jongere: de persoon, jonger dan 23 jaar, die recht heeft op een uitkering op grond van deof op een andere vergelijkbare inkomensvoorziening, dan wel als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen; g. artikel 4 dienstbetrekking: een dienstbetrekking met de gemeente als bedoeld in; h. werknemer: degene die een dienstbetrekking heeft; i. artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de ondernemingsraden onderneming: de onderneming, bedoeld in; j. artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet op de ondernemingsraden de in de onderneming werkzame personen: degenen, die daaronder inworden verstaan. 2 Wet studiefinanciering 2000 hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten Algemene Kinderbijslagwet In afwijking van het eerste lid, onderdelen e en f, wordt niet als langdurig werkloze of jongere aangemerkt de persoon die onderwijs of een beroepsopleiding volgt als bedoeld in deof indan wel een kind is als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de. 3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de gelijkstelling van personen met langdurig werklozen en voor de vaststelling van de periode van inschrijving als werkloos werkzoekende. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 2 — Artikel 2 Gemeentelijke zorgplicht#
Artikel 2 Gemeentelijke zorgplicht 1 De gemeente draagt zorg voor voorzieningen voor in de gemeente woonachtige langdurig werklozen, uitkeringsgerechtigden en jongeren, die kunnen leiden tot inschakeling in het arbeidsproces dan wel die sociale activering en een zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing voor de persoon die als werkzoekende is geregistreerd bij de Centrale organisatie werk en inkomen en die geen uitkeringsgerechtigde of langdurig werkloze is. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op de uitkeringsgerechtigde waaraan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt. 3 artikel 13 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten artikel 29, derde lid, van de Werkloosheidswet In afwijking van het tweede lid, is het eerste lid van toepassing, indien de gemeente na overleg met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft vastgesteld, dat ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde, bedoeld in het tweede lid, geen plan wordt opgesteld, gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in de arbeid, als bedoeld inof. 4 artikel 10a van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten artikel 73 van de Werkloosheidswet Op verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen draagt de gemeente er zorg voor dat genoemd instituut, voor in de gemeente woonachtige uitkeringsgerechtigden aan wie dat instituut een uitkering verstrekt, uitvoering kan geven aan zijn taak, bedoeld inen. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kan onder in die algemene maatregel van bestuur vastgestelde voorwaarden worden bepaald, dat het tweede lid op verzoek van een gemeente die aan een persoon als bedoeld in het eerste lid een uitkering verstrekt, niet van toepassing is op in die algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van uitkeringsgerechtigden. 6 De gemeente draagt zorg voor doeltreffende voorlichting in de gemeente aangaande de voorzieningen van deze wet, alsmede voor de realisatie en vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van deze wet. 7 artikel 70 van de Algemene bijstandswet artikel 18 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers artikel 18 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Indien de gemeente ter uitvoering van de taak bedoeld in deze wet ten aanzien van een persoon een plan heeft opgesteld of heeft laten opstellen, gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces, wordt, indien die verplichting niet reeds voortvloeit uit,of, een exemplaar daarvan door die persoon voor gezien getekend en aan het gemeentebestuur verstrekt. Het plan wordt tevens getekend door het gemeentebestuur. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3 Sociale activering, kinderopvang, scholing en andere stimuleringsactiviteiten#
Artikel 3 Sociale activering, kinderopvang, scholing en andere stimuleringsactiviteiten 1 artikel 2 De gemeente kan ter uitvoering vanaan of ten behoeve van een persoon als bedoeld in dat artikel, een subsidie verstrekken dan wel dienstverlening inkopen, waardoor deze persoon in staat wordt gesteld of gestimuleerd wordt: a. deel te nemen aan activiteiten die bijdragen tot sociale activering, inschakeling in de arbeid en scholing, of b. een overeenkomst tot het verrichten van arbeid te sluiten of werkzaamheden als zelfstandige te gaan verrichten. 2 Het gemeentebestuur stelt voor het verstrekken van subsidie aan de persoon, bedoeld in het eerste lid, bij verordening regels vast. 3 artikel 2 De gemeente kan ten behoeve van personen als bedoeld in, voor zover deze alleenstaande ouder zijn, kinderopvang realiseren. 4 Onder kinderopvang wordt verstaan: het in georganiseerd verband tegen vergoeding verzorgen en opvoeden van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met de leeftijd van einde basisschool, door anderen dan de eigen ouder, pleeg- of stiefouder op uren dat deze ouder zelf hiervoor niet beschikbaar is wegens het deelnemen aan activiteiten en werkzaamheden als bedoeld in dit hoofdstuk. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de voorzieningen op grond van dit artikel met betrekking tot: a. de relatie tot het recht op een uitkering; b. de verhouding tot andere vergelijkbare voorzieningen; c. de voorwaarden waaronder deze worden verstrekt; d. beperking van de doelgroep. 6 Een krachtens het vijfde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 2001 640 21-12-2001 14-12-2001 28013 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Vervallen 2003 376 10-10-2003 09-10-2003 28960 2003 386 14-10-2003 10-10-2003 01-01-2004
Artikel 4 — Artikel 4 De dienstbetrekking#
Artikel 4 De dienstbetrekking 1 artikel 2 De gemeente kan ter uitvoering vanaan langdurig werklozen en jongeren een dienstbetrekking aanbieden krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Op deze arbeidsovereenkomst zijn de bepalingen van titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. 2 De gemeente stelt de werknemer voor het verrichten van arbeid ter beschikking aan een onderneming. De ter beschikkingstelling wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst, waarin in ieder geval de aard en duur van de door de werknemer te verrichten werkzaamheden, de plaats waar de werkzaamheden worden verricht, een voorrangspositie bij werving en selectie ten opzichte van niet in de onderneming werkzame personen en de begeleiding van de werknemer worden geregeld. 3 artikel 2 Ter uitvoering vanvoorziet de gemeente mede in activiteiten die voorbereiden tot de dienstbetrekking en bijdragen aan het vergroten van de gewenste kwalificaties voor die dienstbetrekking. 4 De werknemer kan in het kader van de dienstbetrekking in plaats van arbeid te verrichten deelnemen aan scholing die bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeid anders dan op grond van deze wet, voor zover in de dienstbetrekking ten minste 19 uur per week arbeid wordt verricht. 5 Wet educatie en beroepsonderwijs Bij ministeriële regeling wordt in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bepaald onder welke voorwaarden de werknemer bij een werkgever de beroepspraktijkvorming van de beroepsbegeleidende leerweg op grond van dekan volgen in combinatie met de dienstbetrekking. 6 Indien het aan de werknemer is te wijten, dat de aangeboden werkzaamheden niet worden verricht, is de gemeente geheel of gedeeltelijk geen loon verschuldigd. 7 Onverminderd de bepalingen van titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, wordt de dienstbetrekking opgezegd, indien de werknemer: a. een aanbod tot passende arbeid in een arbeidsverhouding anders dan een dienstbetrekking heeft geweigerd te aanvaarden; b. Wet studiefinanciering 2000 hoofdstuk 3 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten onderwijs of een beroepsopleiding gaat volgen als bedoeld in deof inof. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidie aan een werkgever#
Artikel 5 Subsidie aan een werkgever 1 artikel 2 De gemeente kan ter uitvoering vansubsidie verstrekken aan werkgevers die met langdurig werklozen of jongeren een arbeidsovereenkomst sluiten om hen in de gelegenheid te stellen werkervaring op te doen. 2 De gemeente schakelt derden in bij het bemiddelen naar arbeidsovereenkomsten als bedoeld in het eerste lid. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de hoogte van het subsidiebedrag en de duur van en de voorwaarden voor de subsidieverstrekking. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 2001 690 28-12-2001 20-12-2001 27549 2001 691 28-12-2001 20-12-2001 27549 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6 Tegengaan verdringing en concurrentieverstoring#
Artikel 6 Tegengaan verdringing en concurrentieverstoring 1 De gemeente stelt de werknemer slechts ter beschikking om arbeid te verrichten, indien: a. artikel 4 blijkens een schriftelijke verklaring van de inlener het aantal werknemers, dat een dienstbetrekking heeft als bedoeld in, werkzaam in de onderneming van de inlener niet meer bedraagt dan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen percentage van het totaal aantal in die onderneming werkzame personen, met dien verstande dat in de onderneming in ieder geval één werknemer is toegelaten; b. bij de onderneming van de inlener in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum van de aanvang van de terbeschikkingstelling niet één of meer overeenkomsten of aanstellingen tot het verrichten van vergelijkbare arbeid zijn beëindigd op grond van bedrijfseconomische redenen, voor zover nodig na verkregen toestemming van de Centrale organisatie werk en inkomen, dan wel een aanvraag voor een ontslagvergunning om bedrijfs-economische redenen in behandeling is; c. Wet op de ondernemingsraden in de onderneming van de inlener de ondernemer met de ondernemingsraad, bedoeld in de, dan wel met een bij of krachtens andere wetten geregelde of in de onderneming functionerende personeelsvertegenwoordiging is overeengekomen, dat werknemers als bedoeld in deze wet worden ingeleend. 2 De gemeente bedingt voor de door de werknemer te verrichten arbeid een zodanige vergoeding, dat de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed. 3 artikel 5 Voor ten gevolge van de arbeid van de werknemer of van de persoon, bedoeld in, geleverde goederen en diensten worden vergoedingen bedongen, die de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord beïnvloeden. 4 Het gemeentebestuur stelt na overleg met vertegenwoordigers van representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers in de regio, waarin de gemeente gelegen is, regels vast voor de beoordeling van klachten over overtreding van het tweede en derde lid. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 7 — Artikel 7 Samenwerking#
Artikel 7 Samenwerking 1 De gemeente werkt samen met de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank om de voorzieningen bedoeld in deze wet af te stemmen op reïntegratiemaatregelen en taken die op grond van wetten worden uitgevoerd door de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde samenwerking. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8 Uitvoering#
Artikel 8 Uitvoering 1 de artikelen 3 3a 5 artikel 9, eerste lid Het gemeentebestuur kan een rechtspersoon aanwijzen voor de uitvoering van de taken in verband met dienstbetrekkingen, in verband met de toekenning van subsidies of voorzieningen als bedoeld in,envan de wet of het vaststellen van een traject als bedoeld in. 2 artikel 20, vierde lid Het gemeentebestuur laat de werkzaamheden waarmee de in het eerste lid bedoelde taak wordt uitgevoerd, met uitzondering van werkzaamheden in verband met dienstbetrekkingen, zo veel mogelijk verrichten door een natuurlijk persoon dan wel een rechtspersoon, die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert. Het gemeentebestuur legt in het verslag over de uitvoering van de wet, bedoeld in, de wijze vast waarop uitvoering wordt gegeven aan dit artikel. 3 Het gemeentebestuur verstrekt aan de in het tweede lid bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon gegevens voorzover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden, alsmede het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de persoon wiens inschakeling in de arbeid door die natuurlijke persoon of rechtspersoon wordt bevorderd. Deze natuurlijke persoon of rechtspersoon verwerkt de in dit lid bedoelde gegevens slechts voorzover dat noodzakelijk is voor de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, en gebruikt slechts met dat doel het sociaal-fiscaalnummer bij die verwerking. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de uitvoering van dit artikel, waarbij in ieder geval regels kunnen worden gesteld voor de inhoud van de overeenkomst met de in het tweede lid bedoelde natuurlijke of rechtspersoon, het verstrekken en verwerken van gegevens en de soort werkzaamheden. 5 De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 2001 644 21-12-2001 14-12-2001 28016 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 9 — Artikel 9 Sluitende benadering leidend tot dienstbetrekking#
Artikel 9 Sluitende benadering leidend tot dienstbetrekking 1 De gemeente stelt voor iedere jongere, van wie een aanvraag voor een door de gemeente te verstrekken uitkering in behandeling is genomen of die is ingeschreven als werkloos werkzoekende en geen uitkering ontvangt van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, een plan gericht op de inschakeling in het arbeidsproces op of laat dit opstellen. Artikel 2, zevende lid, is van toepassing. 2 De gemeente biedt ter uitvoering van het in het eerste lid bedoelde plan uiterlijk binnen een jaar na de datum van ingang van de uitkering of na de datum van inschrijving als werkloos werkzoekende een dienstbetrekking aan, tenzij andere voorzieningen gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces meer aangewezen zijn en deze andere voorzieningen ten minste 19 uur per week in beslag nemen. 3 artikel 1 De periode van een jaar, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld overeenkomstig de periode van inschrijving als werkloos werkzoekende, bedoeld in. 4 Het tweede lid is niet van toepassing, indien de jongere arbeid verricht, anders dan in een dienstbetrekking, met een arbeidsduur van ten minste 19 uur per week. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10 Jongere geïndiceerd voor de sociale werkvoorziening#
Artikel 10 Jongere geïndiceerd voor de sociale werkvoorziening 1 Artikel 9 Wet sociale werkvoorziening is niet van toepassing, indien de jongere op grond van deis geïndiceerd voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden. 2 Wet sociale werkvoorziening In dat geval biedt de gemeente een dienstbetrekking aan, waarbij arbeid wordt verricht onder aangepaste omstandigheden als bedoeld in de. Artikel 6, eerste lid, is dan niet van toepassing. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 11 — Artikel 11 Bijzondere bepaling voor opzegging dienstbetrekking met jongere#
Artikel 11 Bijzondere bepaling voor opzegging dienstbetrekking met jongere artikel 4, zevende lid artikel 9 Onverminderd de bepalingen van titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, en, wordt de dienstbetrekking, bedoeld in, opgezegd, indien de jongere: a. de leeftijd van 23 jaar bereikt; artikel 9 b. weigert deel te nemen aan de op grond vanvastgestelde activiteiten. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12 Selectie langdurig werklozen#
Artikel 12 Selectie langdurig werklozen 1 artikel 26, derde of vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de artikelen 4 5 Slechts met een op grond vangegeven positief advies van de Centrale organisatie werk en inkomen komen langdurig werklozen van 23 jaar en ouder in aanmerking voor de voorzieningen, bedoeld inof. 2 Wet sociale werkvoorziening De werknemer, bedoeld in de, die op grond van een herindicatiebeschikking als bedoeld in die wet niet langer tot de doelgroep van die wet behoort, kan zonder advies van de Centrale organisatie werk en inkomen in aanmerking komen voor de voorzieningen bedoeld in het eerste lid. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 13 — Artikel 13 Bijzondere bepalingen voor dienstbetrekking met langdurig werklozen#
Artikel 13 Bijzondere bepalingen voor dienstbetrekking met langdurig werklozen 1 De dienstbetrekking met de langdurig werkloze van 23 jaar of ouder wordt aangegaan voor de duur van twee jaar. 2 artikel 26, derde of vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Na afloop van de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, kan de gemeente slechts een nieuwe dienstbetrekking met een langdurig werkloze aangaan met een op grond vangegeven positief advies van de Centrale organisatie werk en inkomen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 13a — Artikel 13a Instrumenten voor arbeidsgehandicapten#
Artikel 13a Instrumenten voor arbeidsgehandicapten Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 2001 644 21-12-2001 14-12-2001 28016 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 13b — Artikel 13b Bijzondere subsidie aan een werkgever#
Artikel 13b Bijzondere subsidie aan een werkgever Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 2001 644 21-12-2001 14-12-2001 28016 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 14 — Artikel 14 Subsidieverstrekking en hoogte subsidie#
Artikel 14 Subsidieverstrekking en hoogte subsidie 1 hoofdstuk 2 Het Rijk verstrekt aan de gemeente overeenkomstig dit hoofdstuk een subsidie voor de uitvoering van. 2 De hoogte van de subsidie wordt bepaald door: a. de artikelen 4 5 het basisbedrag per persoon die in aanmerking komt voor de voorzieningen, bedoeld inen; b. een vast bedrag voor te realiseren dienstbetrekkingen voor aanvullende financiering, rekening houdend met de afstand tot de arbeidsmarkt, uitvoeringskosten, loonontwikkelingen en loonkosten; c. artikel 3 een vast bedrag voor de voorzieningen, bedoeld inen 3a, en de uit die artikelen voortvloeiende activiteiten van de gemeenten ten behoeve van de inschakeling in het arbeidsproces. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de opbouw van het subsidiebedrag, een subsidieplafond, en de besteding van de subsidie, die op onderdelen beperkt kan worden tot bepaalde gemeenten of tot een bepaald bedrag. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 2001 644 21-12-2001 14-12-2001 28016 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 15 — Artikel 15 Vereisten subsidieverstrekking#
Artikel 15 Vereisten subsidieverstrekking 1 Voor de subsidieverstrekking bedraagt de arbeidsduur van de dienstbetrekking 32 uur per week, tenzij op grond van bij de werknemer gelegen factoren een langere of kortere arbeidsduur dan 32 uur gerechtvaardigd is. 2 de artikelen 9 13, eerste lid artikel 12, tweede lid Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Om de dienstbetrekking voor subsidie in aanmerking te laten komen wordt in de dienstbetrekking bij de toepassing vanen, aan de werknemer, met uitzondering van die bedoeld in, voorzover die ouder dan 23 jaar is niet meer loon betaald dan het bedrag dat gezien de leeftijd van de werknemer en de overeengekomen arbeidsduur, in de, voor hem als minimumloon geldt, tenzij daarvan op grond van bij ministeriële regeling te bepalen omstandigheden kan worden afgeweken. 3 artikel 13, tweede lid Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het loon dat bij de toepassing van, aan de werknemer wordt betaald om de dienstbetrekking voor subsidie in aanmerking te laten komen. 4 Niet voor subsidie komt in aanmerking de dienstbetrekking waarin in een aaneengesloten periode van drie maanden of langer geen arbeid wordt verricht, omdat geen werkzaamheden beschikbaar zijn gesteld, tenzij de gemeente kan aantonen, dat de werknemer door ziekte of arbeidsongeschiktheid in die periode verhinderd was arbeid te verrichten, en in verband daarmee een reïntegratieverslag is opgesteld voor herintreding van de werknemer in het arbeidsproces. 2001 628 18-12-2001 29-11-2001 27678 2001 685 27-12-2001 13-12-2001 27678 01-04-2002
Artikel 16 — Artikel 16 Verlening basisbedragen#
Artikel 16 Verlening basisbedragen 1 artikel 14, tweede lid, onderdeel a Onze Minister verleent de gemeente per kalenderkwartaal de basisbedragen, bedoeld in, aan de hand van een opgave van de gemeente. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de verlening van basisbedragen, de wijze en het tijdstip van declareren, alsmede voor de door het gemeentebestuur te verstrekken gegevens. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 17 — Artikel 17 Verlening vast subsidiebedrag#
Artikel 17 Verlening vast subsidiebedrag 1 artikel 14, tweede lid, onderdelen b en c Onze Minister verleent vóór 1 oktober van ieder jaar de subsidie, bedoeld in, waarop de gemeente het daarop volgende jaar recht heeft. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de criteria op basis waarvan de totale subsidie over de gemeenten wordt verdeeld en voor de wijze, waarop rekening wordt gehouden met de vastgestelde subsidie over voorafgaande jaren. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de betaling van de subsidie. 4 Een wijziging van de krachtens het tweede lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 18 — Artikel 18 Vaststelling subsidie#
Artikel 18 Vaststelling subsidie 1 artikel 5 Na afloop van het jaar stelt Onze Minister de subsidie vast, mede op basis van het aantal gerealiseerde dienstbetrekkingen en arbeidsovereenkomsten als bedoeld in. 2 De vastgestelde subsidie kan van de verleende subsidie afwijken, a. voor zover de arbeidsduur van de dienstbetrekkingen, waarmee bij de subsidieverlening rekening is gehouden, niet gerechtvaardigd afwijkt van 32 uur per week; b. artikel 15, tweede en derde lid indien het loon in de dienstbetrekkingen niet voldoet aan de vereisten van; c. artikel 15, vierde lid indien, van toepassing is; d. indien het gemeentebestuur niet heeft voldaan aan de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen; e. indien de besteding van de subsidie anderszins heeft plaatsgevonden in strijd met deze wet. 3 Verlies van het ingezetenschap in de gemeente heeft geen invloed op de toepassing van het eerste lid, zolang de dienstbetrekking voortduurt. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld voor de subsidievaststelling en de gevolgen daarvan voor de subsidieverlening voor de komende jaren. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 19 — Artikel 19 Administratie ten behoeve van de uitvoering#
Artikel 19 Administratie ten behoeve van de uitvoering 1 Het gemeentebestuur voert ten behoeve van een getrouwe weergave van de uitvoering van deze wet en een effectief uitvoeringsproces een zodanige administratie, dat een juiste, volledige en tijdige vastlegging is gewaarborgd van de besluiten inzake de uitvoering van hoofdstuk 2 en van de hierop betrekking hebbende bescheiden. 2 De administratie van de gemeente wordt zodanig ingericht en gevoerd dat alle van belang zijnde vastleggingen en bewijsstukken ten behoeve van het besluitvormings-, uitvoerings-, controle- en verantwoordingsproces zichtbaar en controleerbaar zijn vastgelegd, de samenhang tussen de vastleggingen en bescheiden daaruit blijkt en de specificatie per persoon, voor zover nodig voor de vaststelling van de subsidie, kan worden vastgesteld. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 20 — Artikel 20 Toezicht#
Artikel 20 Toezicht 1 Onze Minister is verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van deze wet door het gemeentebestuur. 2 hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikelen 37 38 42 44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Dit toezicht wordt onder gezag van Onze Minister uitgeoefend door de Inspectie Werk en Inkomen, genoemd in, onder leiding van het hoofd van die inspectie. De,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 Onze Minister kan een gemeentebestuur aanwijzingen geven met betrekking tot de uitvoering van deze wet door dat gemeentebestuur. Hij treedt daarbij niet in individuele gevallen. 4 artikel 213 van de Gemeentewet Ten behoeve van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, dient het gemeentebestuur jaarlijks bij Onze Minister een verslag in over de uitvoering van deze wet. Het verslag omvat mede een kostenopgave ten behoeve van de subsidievaststelling. Het verslag is voorzien van een verklaring van de accountant, belast met de invoorgeschreven controle omtrent de juistheid en volledigheid van verstrekte gegevens. Het verslag wordt kosteloos verstrekt. 5 artikel 8, eerste lid Het gemeentebestuur en de krachtens, aangewezen rechtspersonen, verstrekken ten behoeve van het toezicht desgevraagd aan Onze Minister kosteloos nadere of andere informatie en verlenen hem inzage in de administratie. 6 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het verslag en over de verklaring en het onderzoek dat resulteert in deze verklaring. 2003 56 18-02-2003 06-02-2003 28243 2003 57 18-02-2003 08-02-2003 19-02-2003 07-03-2002 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet. Werkt niet terug ten aanzien van de gemeenten Bemmel, Bergen,
Dalfsen, Denekamp, Echt-Susteren, Hardenberg, Hof van Twente, Hulst,
Kesteren, Olst-Wijhe, Oss, Overbetuwe, Raalte, Rijssen,
Sittard-Geleen, Sluis, Steenwijk, Terneuzen, Venlo, Zwartewaterland
en Zwijndrecht.
Artikel 21 — Artikel 21 Informatieverplichtingen#
Artikel 21 Informatieverplichtingen 1 artikel 8, eerste lid Het gemeentebestuur en de krachtens, aangewezen rechtspersoon verstrekken desgevraagd aan Onze Minister kosteloos alle inlichtingen, die hij nodig heeft voor de informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking tot deze wet. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de inhoud, de wijze van verstrekken en het tijdstip van het verstrekken van de inlichtingen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 22 — Artikel 22 Gegevensverwerking#
Artikel 22 Gegevensverwerking 1 artikel 8, eerste lid artikel 8 Andere gemeentebesturen, de krachtens, aangewezen rechtspersonen, de Centrale organisatie werk en inkomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek, kosteloos, aan het gemeentebestuur en de krachtensaangewezen rechtspersoon alle gegevens en inlichtingen te verstrekken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet. 2 artikel 8, eerste lid Het gemeentebestuur en de krachtens, aangewezen rechtspersoon zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek uit de administratie, aangelegd voor de uitvoering van deze wet, aan bestuursorganen kosteloos de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de bij of krachtens wet aan deze bestuursorganen opgedragen taken. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor de toepassing van het eerste en tweede lid nadere regels worden gesteld. 4 artikel 8, eerste lid Een ieder verstrekt desgevraagd aan het gemeentebestuur en de krachtens, aangewezen rechtspersoon kosteloos alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet ten opzichte van hemzelf, hem in wiens dienst dan wel ten behoeve van wie hij werkt of gewerkt heeft of hem die in zijn dienst dan wel te zijnen behoeve werkt of gewerkt heeft. 5 artikel 8, eerste lid artikel 2, derde lid, onderdeel j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Het gemeentebestuur en de krachtens, aangewezen rechtspersoon kunnen het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in, opnemen in een persoonsregistratie aangelegd voor de uitvoering van deze wet en daarvan gebruik maken, indien dat nodig is voor de uitvoering van deze wet of voor de uitvoering van andere wetten, waarbij gebruik wordt gemaakt van dat sociaal-fiscaalnummer. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 23 — Artikel 23 Overgang uit Jeugdwerkgarantiewet#
Artikel 23 Overgang uit Jeugdwerkgarantiewet 1 De dienstbetrekking met de jongere, die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, bestaat krachtens hoofdstuk V van de Jeugdwerkgarantiewet, zoals die luidde tot die datum, en die na die datum voortbestaat, wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 9 van deze wet, met een wekelijkse arbeidsduur, gelijk aan die welke krachtens die Jeugdwerkgarantiewet was overeengekomen, met dien verstande dat: a. artikel 11 in afwijking van, de dienstbetrekking van de jongere die op de datum van inwerkingtreding van deze wet 21 jaar of ouder is, wordt opgezegd tegen de dag gelegen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet, tenzij hij eerder de leeftijd van 27 jaar bereikt, in welk geval de dienstbetrekking wordt opgezegd tegen de dag waarop hij die leeftijd bereikt; b. artikel 6, eerste lid, onderdeel a deze dienstbetrekking niet in aanmerking wordt genomen bij de toepassing van. 2 artikel 4, vierde lid Indien de jongere in het kader van de dienstbetrekking op grond van de Jeugdwerkgarantiewet, zoals die luidde tot de datum van inwerkingtreding van deze wet, scholing volgt, worden, in afwijking van, alle scholingsuren voor de duur van de scholing beschouwd als arbeidsuren. 3 hoofdstuk Va De voorbereidingsovereenkomsten met de jongere, die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet bestaan krachtensvan de Jeugdwerkgarantiewet, zoals die luidde tot die datum, eindigen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet, met dien verstande dat de jongere die op de datum van inwerkingtreding van deze wet jonger is dan 18 jaar, tot aan de dag, dat hij de leeftijd van 18 jaar bereikt, een vergoeding ontvangt als bedoeld in artikel 16d van de Jeugdwerkgarantiewet, zoals dat artikel luidde tot de datum van inwerkingtreding van deze wet. 4 hoofdstuk Va artikel 9 Voor de jongere van 21 jaar of ouder, die op de datum van inwerkingtreding van deze wet als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en die geen dienstbetrekking heeft krachtens hoofdstuk V van de Jeugdwerkgarantiewet, zoals die luidde tot die datum, dan wel met wie geen voorbereidingsovereenkomst is aangegaan krachtensvan die Jeugdwerkgarantiewet, isniet van toepassing. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 01-01-1998 Treedt in werking als de wet in werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24 Overgang uit banenpool#
Artikel 24 Overgang uit banenpool 1 De arbeidsovereenkomst met de banenpool, bedoeld in de Rijksbijdrageregeling banenpools, zoals deze regeling luidde tot de datum van inwerkingtreding van deze wet, die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet bestaat en na die datum voortbestaat, wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als dienstbetrekking op grond van deze wet met een wekelijkse arbeidsduur, die gelijk is aan die met de banenpool was overeengekomen, met dien verstande, dat a. artikel 13 niet van toepassing is; b. artikel 15, tweede lid artikel 15, derde lid gedurende de eerste twee jaar van de dienstbetrekking, gerekend vanaf de datum van aanvang van de arbeidsovereenkomst met de banenpool, van toepassing is en bij een dienstbetrekking met een duur van meer dan twee jaar, gerekend vanaf de datum van aanvang van de arbeidsovereenkomst met de banenpool,, van toepassing is; c. artikel 6, eerste lid, onderdeel a deze dienstbetrekking niet in aanmerking wordt genomen bij de toepassing van. 2 artikel 4, vierde lid Indien de werknemer in het kader van de arbeidsovereenkomst met de banenpool, bedoeld in het eerste lid, scholing volgt, worden alle scholingsuren, in afwijking van, voor de duur van de scholing beschouwd als arbeidsuren. 3 artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen artikel 31, tweede lid, onder c, van de Wet op de loonbelasting 1964 Indien voor de werknemer, bedoeld in het eerste lid, tot de datum van inwerkingtreding van deze wet, op grond van, zoals deze artikelen luidden tot de datum van inwerkingtreding van deze wet, een recht op premievrijstelling bestond, wordt vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet, het voor de werknemer geldende loon verhoogd met een bedrag, zodat de werknemer onder aftrek van de op het loon in te houden loonbelasting en premies ingevolge de sociale verzekeringswetten, een nettoloon ontvangt, dat gelijk is aan het nettoloon, dat aan de werknemer in de arbeidsovereenkomst met de banenpool werd betaald. Deze toeslag wordt betaald tot het tijdstip waarop het loon zonder toeslag leidt tot genoemd nettoloon en wordt uitsluitend voor de toepassing vanaangemerkt als uitkering van publiekrechtelijke aard en blijft buiten beschouwing bij op het inkomen van de werknemer afgestemde publiekrechtelijke uitkeringen of verstrekkingen. 4 Indien in aansluiting op een arbeidsovereenkomst met de banenpool of een dienstbetrekking als bedoeld in het eerste lid een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan of een ambtelijke aanstelling wordt verkregen, waarvoor op grond van een algemeen verbindend voorschrift is bepaald, dat het aanvangsloon het voor de werknemer geldende minimumloon is, en het loon in die arbeidsverhouding wordt verhoogd met een bedrag, dat onder aftrek van de op het loon in te houden loonbelasting en premies ingevolge de sociale verzekeringswetten, leidt tot het nettoloon, dat gelijk is aan het loon, dat voor de datum van inwerkingtreding van deze wet aan een werknemer in de arbeidsovereenkomst met de banenpool werd betaald, is de tweede volzin van het derde lid van overeenkomstige toepassing. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 1997 735 29-12-1997 18-12-1997 25692 1997 735 29-12-1997 18-12-1997 25692 01-01-1998
Artikel 25 — Artikel 25 Toepassing recht van voor datum van inwerkingtreding#
Artikel 25 Toepassing recht van voor datum van inwerkingtreding Het recht, zoals dat voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet gold, blijft van toepassing: a. voor de vergoedingen van het Rijk aan de gemeenten over tijdvakken voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet op grond van de Jeugdwerkgarantiewet, zoals die luidde tot de datum van inwerkingtreding van deze wet, de Rijksbijdrageregeling banenpools en andere regelingen betreffende subsidies aan gemeenten, zoals deze regelingen luidden tot de datum van inwerkingtreding van deze wet en die zijn ingetrokken in verband met de inwerkingtreding van deze wet; b. ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen tegen een besluit, dat is genomen op grond van de bij onderdeel a genoemde wet of regelingen; c. voor de behandeling van het bezwaar en beroep, dat voor de datum van de inwerkingtreding van deze wet is gemaakt respectievelijk ingesteld tegen een besluit dat is genomen op grond van de bij onderdeel a genoemde wet of regelingen. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 25a — Artikel 25a Overgang eenmalige subsidie werkaanvaarding#
Artikel 25a Overgang eenmalige subsidie werkaanvaarding Artikel 3, tweede en derde lid Wet van .. houdende wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002 I–Arbeidsmarkt en inkomensbeleid) , en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op 31 december 2001, blijven van toepassing op een persoon, die vóór de inwerkingtreding van deovereenkomstig die bepalingen een overeenkomst tot het verrichten van arbeid heeft gesloten of werkzaamheden als zelfstandige is gaan verrichten. 2001 640 21-12-2001 14-12-2001 28013 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 25b — Artikel 25b Overgang voorzieningen arbeidsgehandicapten#
Artikel 25b Overgang voorzieningen arbeidsgehandicapten 1 Artikel 13a artikel 81 van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel IV van de Wet van 14 december 2001 houdende wijziging van enkele sociale zekerheidswetten (Belastingplan 2002 V-Sociale zekerheidswetgeving) artikel 31, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding vandoch vóór het tijdstip van inwerkingtreding van, blijft van toepassing op de arbeidsgehandicapte, die tot en met 31 december 2001 een arbeidsovereenkomst is aangegaan of is aangesteld om arbeid te verrichten als bedoeld in het derde lid van dat artikel, en die vóór dat tijdstip een aanvraag voor voorzieningen als bedoeld inheeft gedaan. 2 Artikel 13b artikel 17 artikel 81 van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel IV van de Wet van 14 december 2001 houdende wijziging van enkele sociale zekerheidswetten (Belastingplan 2002 V-Sociale zekerheidswetgeving) artikel 18 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding vandoch vóór het tijdstip van inwerkingtreding van, blijft van toepassing op de werkgever, die tot en met dat tijdstip met een arbeidsgehandicapte een arbeidsovereenkomst is aangegaan of deze heeft aangesteld om arbeid te verrichten, en die vóór dat tijdstip een aanvraag heeft gedaan voor een subsidie in de vorm van een plaatsingsbudget als bedoeld inof een pakket op maat als bedoeld in, zoals die artikelen luidden op dat tijdstip. 2001 644 21-12-2001 14-12-2001 28016 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 26 — Artikel 26 Algemene bijstandswet Wijziging#
Artikel 26 Algemene bijstandswet Wijziging Wijzigt de Algemene bijstandswet. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 27 — Artikel 27 Wijziging IOAW#
Artikel 27 Wijziging IOAW Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 28 — Artikel 28 Wijziging IOAZ#
Artikel 28 Wijziging IOAZ Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 29 — Artikel 29 Werkloosheidswet Wijziging#
Artikel 29 Werkloosheidswet Wijziging Wijzigt de Werkloosheidswet. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 30 — Artikel 30 Algemene Kinderbijslagwet Wijziging#
Artikel 30 Algemene Kinderbijslagwet Wijziging Wijzigt de Algemene Kinderbijslagwet. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 01-01-1998 Treedt in werking als de wet in werking treedt.
Artikel 31 — Artikel 31 Beroepswet Wijziging#
Artikel 31 Beroepswet Wijziging Wijzigt de Beroepswet. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 32 — Artikel 32 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Wijziging#
Artikel 32 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Wijziging Wijzigt de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 33 — Artikel 33 Wet op de loonvorming Wijziging#
Artikel 33 Wet op de loonvorming Wijziging Wijzigt de Wet op de loonvorming. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 34 — Artikel 34 Ambtenarenwet Wijziging#
Artikel 34 Ambtenarenwet Wijziging Wijzigt de Ambtenarenwet. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 35 — Artikel 35 Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen Wijziging#
Artikel 35 Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen Wijziging Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 36 — Artikel 36 Arbeidsvoorzieningswet 1996 Wijziging van de#
Artikel 36 Arbeidsvoorzieningswet 1996 Wijziging van de Wijzigt de Arbeidsvoorzieningswet 1996. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 37 — Artikel 37 Evaluatie#
Artikel 37 Evaluatie Onze Minister zendt na drie jaar na inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze wet. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 38 — Artikel 38 Intrekking Jeugdwerkgarantiewet, banenpoolregeling en aanverwante regelingen#
Artikel 38 Intrekking Jeugdwerkgarantiewet, banenpoolregeling en aanverwante regelingen De Jeugdwerkgarantiewet, de Rijksbijdrageregeling banenpools en de tijdelijke subsidieregeling bevordering uitstroom banenpools en Jeugdwerkgarantiewet worden ingetrokken. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 39 — Artikel 39 Tijdstip inwerkingtreding#
Artikel 39 Tijdstip inwerkingtreding De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 40 — Artikel 40 Citeertitel#
Artikel 40 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet inschakeling werkzoekenden. 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998