Wet van 4 december 1997, houdende regelen met betrekking tot de organisatie van de bloedvoorziening (Wet inzake bloedvoorziening)
- BWB-id
- BWBR0009079
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-10-05
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009079
- ELI
- /eli/nl/wet/1998/wet-inzake-bloedvoorziening
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1998/wet-inzake-bloedvoorziening/2023-10-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009079&g=2023-10-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009079&z=2026-06-06&g=2023-10-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009079/2023-10-05
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1998/wet-inzake-bloedvoorziening
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. artikel 3, eerste lid Bloedvoorzieningsorganisatie: de krachtens, aangewezen rechtspersoon; c. rechtspersonen die producten niet gebruiken voor toediening aan de mens: rechtspersonen: 1°. die producten uitsluitend gebruiken ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, educatie of het valideren van diagnostische of medische hulpmiddelen, 2°. die producten niet gebruiken voor toediening aan de mens, en 3°. die enkel producten afleveren of afgeleverd krijgen voor zover het belang van een doelmatige voorziening in de behoefte aan producten daardoor niet wordt geschaad; d. donor: persoon die een deel van zijn bloed of een bestanddeel van een deel van zijn bloed afstaat voor gebruik in het kader van de geneeskundige behandeling van andere personen, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of ten behoeve van rechtspersonen die producten niet gebruiken voor toediening aan de mens; e. inzamelen van bloed: het werven, oproepen en keuren van donoren en het bij donoren afnemen van bloed, bloedcellen of bloedplasma; f. product: menselijk bloed, alsmede daaruit afgescheiden bestanddelen, waaraan al dan niet een andere substantie is toegevoegd; g. tussenproduct: product, niet geschikt voor toediening aan de mens; h. bloedproduct: product, geschikt voor toediening aan de mens; i. bloedvoorziening: het geheel van maatregelen en middelen terzake van onder meer het inzamelen van bloed en het bereiden en afleveren van tussenproducten en bloedproducten; j. derde land: de staat die niet lid is van de Europese Unie of die niet partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; k. overheersende invloed: de situatie waarin de Bloedvoorzieningsorganisatie al dan niet rechtstreeks ten aanzien van een andere rechtspersoon: 1°. de meerderheid van het geplaatste kapitaal bezit; 2°. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door de rechtspersoon uitgegeven aandelen zijn verbonden; of 3°. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend- of toezichthoudend orgaan van het bedrijf kan benoemen. 2 Met een donor wordt gelijkgesteld de persoon die een deel van zijn bloed of een bestanddeel van een deel van zijn bloed laat afzonderen ten behoeve van de geneeskundige behandeling van zichzelf. 3 De artikelen 4, eerste lid 12, tweede lid 13, eerste lid 15, eerste lid 16, eerste lid 17, eerste lid ,,,,, enen de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op bloed of een bestanddeel van bloed dat ofwel is afgestaan uitsluitend ten behoeve van de geneeskundige behandeling van een bepaalde andere persoon, ofwel is afgezonderd ten behoeve van de geneeskundige behandeling van de donor zelf; de genoemde artikelen zijn evenmin van toepassing op uit dat bloed bereide bloedproducten. 4 Deze wet is niet van toepassing op producten welke zijn afgenomen ten behoeve van het stellen van een diagnose bij degene van wie het product is afgenomen. 2023 293 13-09-2023 25-08-2023 36002 2023 323 04-10-2023 25-09-2023 05-10-2023
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Onze Minister stelt met het oog op een doeltreffende en doelmatige bloedvoorziening telkens voor een periode van drie jaar een plan vast. Uitgangspunten daarbij zijn dat a. gestreefd wordt naar landelijke zelfvoorziening met vrijwillig en om niet gegeven bloed dat zonder winstoogmerk bewerkt en geleverd wordt, en b. de organisatie ten behoeve van zodanige voorziening moet voldoen aan hoge eisen van veiligheid, doelmatigheid en kwaliteit. 2 Onze Minister stelt bij de voorbereiding van het plan de bij de bloedvoorziening betrokken instanties in de gelegenheid om hun opvattingen ter zake naar voren te brengen. 3 Staatscourant Onze Minister zendt een afschrift van het plan aan de beide Kamers der Staten-Generaal. Van het plan wordt mededeling gedaan in de. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Onze Minister wijst één rechtspersoon aan die ter uitvoering van het plan, bedoeld in, tot taak heeft: a. het jaarlijks ramen van de behoefte aan bloed, tussenproducten en bloedproducten; b. het inzamelen van bloed; c. artikel 40 van de Geneesmiddelenwet het bereiden van tussenproducten en bloedproducten uit het ingezamelde bloed, alsmede het bewaren, verpakken, etiketteren, vervoeren en afleveren daarvan, met uitzondering van bloedproducten waarvoor op grond vaneen vergunning verplicht is voor het in de handel brengen; d. artikel 40 van de Geneesmiddelenwet het zorg dragen voor de beschikbaarheid van bloedproducten die mede zijn bereid uit het in Nederland ingezamelde bloed en waarvoor op grond vaneen vergunning verplicht is voor het in de handel brengen. 2 De aanwijzing vindt slechts plaats indien wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de rechtspersoon is gevestigd in Nederland; b. de werkzaamheid van de rechtspersoon is niet gericht op het behalen van winst; c. de rechtspersoon is, wat betreft zijn organisatie, personeel en materieel, in staat de in het eerste lid bedoelde taken op verantwoorde wijze te vervullen. 3 Onze Minister kan aan de aanwijzing beperkingen stellen en voorschriften verbinden. Hij kan na de aanwijzing de beperkingen en voorschriften wijzigen en nieuwe beperkingen en voorschriften vaststellen. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de maximale relatieve of nominale omvang van door de Bloedvoorzieningsorganisatie uitgevoerde andere activiteiten dan de in het eerste lid bedoelde. 5 Onze Minister kan de aanwijzing intrekken indien a. de rechtspersoon daarom verzoekt; b. de rechtspersoon een of meer van de in het eerste lid bedoelde taken niet of niet verantwoord vervult of het bepaalde bij of krachtens deze wet niet naleeft; c. naar het oordeel van Onze Minister het belang van een doelmatige bloedvoorziening zulks vordert; dan wel d. een bijzondere omstandigheid daartoe aanleiding geeft. 6 Staatscourant De aanwijzing alsmede de daaraan gestelde beperkingen en verbonden voorschriften of de intrekking van de aanwijzing worden in debekendgemaakt. 2018 136 24-05-2018 18-04-2018 34815 2018 429 23-11-2018 13-10-2018 01-01-2019
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 3, eerste lid, onder c en d De Bloedvoorzieningsorganisatie kan in het belang van een doelmatige bloedvoorziening en met toestemming van Onze Minister werkzaamheden of goederen die essentieel zijn voor de uitvoering van de taken, bedoeld in, uit laten voeren door onderscheidenlijk in eigendom overdragen aan, één of meerdere andere rechtspersonen. 2 De toestemming wordt minimaal vier maanden voor de beoogde datum waarop de werkzaamheden door een andere rechtspersoon worden uitgevoerd, dan wel de goederen aan een andere rechtspersoon in eigendom worden overgedragen, door de Bloedvoorzieningsorganisatie gezamenlijk met de andere rechtspersoon aangevraagd. Onze Minister beslist binnen drie maanden op de aanvraag. 3 Artikel 3, tweede lid, onder c, derde en zesde lid , is op de toestemming van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «aanwijzing» wordt gelezen: toestemming. 4 artikelen 5, tweede lid 7, derde en vierde lid 8 9, derde en vierde lid 10, eerste en vijfde lid 11 In de beschikking waarbij de toestemming aan de Bloedvoorzieningsorganisatie en aan één of meerdere andere rechtspersonen als bedoeld in het eerste lid, wordt verleend, wordt per andere rechtspersoon bepaald welke van de bevoegdheden, bedoeld in de,,,,, en, ten aanzien van deze rechtspersoon kunnen worden uitgeoefend. Onze Minister kan deze bevoegdheden slechts uitoefenen indien dit noodzakelijk is voor een goede uitvoering van deze wet. 5 Van de bevoegdheden die ten aanzien van de Bloedvoorzieningsorganisatie kunnen worden uitgeoefend, kan geen gebruik worden gemaakt op zodanige wijze dat andere rechtspersonen als bedoeld in het eerste lid, worden onderworpen aan bevoegdheden als bedoeld in het vierde lid, waar de beschikking tot toestemming niet in voorziet. 2018 136 24-05-2018 18-04-2018 34815 2018 429 23-11-2018 13-10-2018 01-01-2019
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b 1 artikel 3a, eerste lid Toestemming als bedoeld in, wordt niet verleend indien een andere rechtspersoon als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, op winst is gericht, tenzij het laten uitvoeren van deze werkzaamheden door deze rechtspersoon of het in eigendom overdragen van deze goederen aan deze rechtspersoon geen nadelen oplevert voor de bloedvoorziening en de doelmatigheid van de bloedvoorziening ten goede komt. 2 artikel 3a, eerste lid artikel 3, eerste lid De toestemming, bedoeld in, kan indien deze is gegeven voor het uitvoeren van werkzaamheden die essentieel zijn voor de uitvoering van de taken, bedoeld in, worden ingetrokken. Artikel 3, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «aanwijzing» wordt gelezen: toestemming, bedoeld in artikel 3a, eerste lid. 2018 136 24-05-2018 18-04-2018 34815 2018 429 23-11-2018 13-10-2018 01-01-2019
Artikel 3c — Artikel 3c#
Artikel 3c 1 artikel 3, eerste lid Onze Minister kan vanwege bijzondere omstandigheden in het belang van een doelmatige bloedvoorziening dan wel met oog op een algemeen belang dat buiten de bloedvoorziening ligt, op aanvraag van de Bloedvoorzieningsorganisatie met betrekking tot een andere activiteit dan de in, bedoelde, ontheffing verlenen van de regels gesteld krachtens artikel 3, vierde lid. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. 2 Onze Minister beslist binnen drie maanden op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid. Van de beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 3d — Artikel 3d#
Artikel 3d 1 artikel 14 Met uitzondering van de situaties bedoeld inbrengt de Bloedvoorzieningsorganisatie indien zij economische activiteiten verricht ten behoeve van andere rechtspersonen, die rechtspersonen ten minste de integrale kosten van dat product of die dienst in rekening. 2 Artikel 25i, derde lid, van de Mededingingswet artikel 25m, eerste lid, van de Mededingingswet is van overeenkomstige toepassing alsmede de regels die krachtenszijn gesteld inzake de toepassing van artikel 25i van de Mededingingswet. 3 artikel 3, eerste lid De Bloedvoorzieningsorganisatie gebruikt de gegevens die zij heeft verkregen bij de uitvoering van de taken, bedoeld in, alleen voor andere activiteiten dan bedoeld in artikel 3, eerste lid, indien deze gegevens onder dezelfde voorwaarden aan vergelijkbare categorieën derden beschikbaar kunnen worden gesteld. 2018 136 24-05-2018 18-04-2018 34815 2018 429 23-11-2018 13-10-2018 01-01-2019
Artikel 3e — Artikel 3e#
Artikel 3e 1 artikel 3, eerste lid Indien de Bloedvoorzieningsorganisatie andere activiteiten dan de in, bedoelde of de daarbij behorende goederen wil overdragen aan een andere rechtspersoon, vraagt de Bloedvoorzieningsorganisatie hiervoor toestemming aan Onze Minister indien deze overdracht gevolgen heeft voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid. 2 Onze Minister kan de toestemming weigeren of daaraan voorwaarden verbinden indien de overdracht aantoonbaar nadelige gevolgen kan hebben voor de bloedvoorziening. 3 De toestemming wordt minimaal vier maanden voor de beoogde datum van de overdracht door de Bloedvoorzieningsorganisatie aangevraagd. Onze Minister beslist binnen drie maanden op de aanvraag en doet van de beschikking mededeling in de Staatscourant. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het is aan anderen dan de Bloedvoorzieningsorganisatie verboden bloed in te zamelen. 2 Het is verboden aan een donor andere dan door hem in redelijkheid gemaakte kosten te vergoeden. 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 01-01-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De Bloedvoorzieningsorganisatie voert de werkzaamheden betreffende het inzamelen van bloed en het bereiden van bloedproducten, alsmede het bewaren, verpakken, etiketteren, vervoeren en afleveren daarvan, op verantwoorde wijze uit. Onder verantwoord wordt in ieder geval verstaan: doeltreffend en doelmatig alsmede gericht op een zo hoog mogelijke kwaliteit van de bloedproducten en een zo groot mogelijke veiligheid van donor en gebruiker. 2 Onze Minister kan de Bloedvoorzieningsorganisatie omtrent het eerste lid voorschriften geven. Deze voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de personen die bij de uitvoering van de werkzaamheden zijn betrokken; b. de ruimten waarin en de middelen waarmee de werkzaamheden worden uitgevoerd; c. het inzamelen van bloed; d. het bereiden van tussenproducten en bloedproducten uit het ingezamelde bloed, alsmede het bewaren, verpakken, etiketteren, vervoeren en afleveren daarvan; e. het voeren van een administratie en het verwerken van de geadministreerde gegevens. 3 Staatscourant De voorschriften worden in debekendgemaakt. 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 01-01-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 Het uitvoeren vanomvat mede de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van de werkzaamheden en het eindproduct. 2 Ter uitvoering van het eerste lid draagt de Bloedvoorzieningsorganisatie in ieder geval zorg voor: a. het op systematische wijze verzamelen en registreren van gegevens betreffende de kwaliteit van de werkzaamheden en het tussen- of bloedproduct; b. a artikel 5 het aan de hand van de gegevens, bedoeld onder, op systematische wijze toetsen in hoeverre de wijze van uitvoering vanleidt tot een verantwoorde uitvoering van de werkzaamheden; c. b artikel 5 het op basis van de uitkomst van de toetsing, bedoeld onder, zo nodig veranderen van de wijze waaropwordt uitgevoerd. 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 01-01-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De Bloedvoorzieningsorganisatie dient jaarlijks een begroting en een beleidsplan in bij Onze Minister. 2 Onze Minister kan regels stellen over de inrichting en datum van indiening van de begroting en het beleidsplan. 3 De begroting en het beleidsplan behoeven de goedkeuring van Onze Minister. 4 artikel 2 Onze Minister onthoudt zijn goedkeuring aan de begroting of het beleidsplan indien deze in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens deze wet, waaronder begrepen het plan, bedoeld in. 2015 114 17-03-2015 04-03-2015 34018 2015 187 29-05-2015 15-05-2015 01-07-2015
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De Bloedvoorzieningsorganisatie brengt jaarlijks voor 1 juli verslag uit aan Onze Minister over de vervulling van haar taken en de uitvoering van de werkzaamheden. Onze Minister kan regels stellen over de inrichting van het verslag. 2 Zodra de Bloedvoorzieningsorganisatie beschikt over het definitieve jaarverslag en de definitieve jaarrekening, stelt zij deze aan onze Minister ter beschikking. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op rechtspersonen waarover de Bloedvoorzieningsorganisatie overheersende invloed kan uitoefenen. 2018 136 24-05-2018 18-04-2018 34815 2018 429 23-11-2018 13-10-2018 01-01-2019
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De Bloedvoorzieningsorganisatie is verplicht Onze Minister de voor een goede uitvoering van deze wet door hem gevraagde gegevens te verstrekken. 2 artikel 3a, eerste lid Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een andere rechtspersoon als bedoeld in, en rechtspersonen waarover de Bloedvoorzieningsorganisatie overheersende invloed kan uitoefenen. 3 het eerste lid van artikel 3 De Bloedvoorzieningsorganisatie is verplicht wijzigingen in de organisatie, het personeel of het materieel, die ingrijpende gevolgen hebben voor het vervullen van de inbedoelde taken, mede te delen aan Onze Minister. 4 De Bloedvoorzieningsorganisatie is verplicht Onze Minister onverwijld in kennis te stellen van elk geval van risico's voor het leven of de gezondheid van mensen, ontstaan of te vrezen als gevolg van gebreken aan bloedproducten, die van haar afkomstig zijn. 2018 136 24-05-2018 18-04-2018 34815 2018 429 23-11-2018 13-10-2018 01-01-2019
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 de artikelen 5 6 8 9 Indien Onze Minister van oordeel is dat het bepaalde bij of krachtens,,ofniet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze wordt nageleefd, kan hij de Bloedvoorzieningsorganisatie een schriftelijke aanwijzing geven. 2 de artikelen 5 6 8 9 In de aanwijzing geeft Onze Minister met redenen omkleed aan op welke punten het bepaalde bij of krachtens,,ofniet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze wordt nageleefd, de in verband daarmee te nemen maatregelen, alsmede de termijn waarbinnen de Bloedvoorzieningsorganisatie aan de aanwijzing moet voldoen. 3 Indien het nemen van maatregelen in verband met gevaar voor de gezondheid redelijkerwijs geen uitstel kan leiden, kan de ingevolge artikel 20 met het toezicht belaste ambtenaar een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, welke door Onze Minister telkens met eenzelfde periode kan worden verlengd zolang naar het oordeel van Onze Minister het gevaar voor de gezondheid niet is geweken. 4 De Bloedvoorzieningsorganisatie is verplicht volledig en binnen de daarbij gestelde termijn aan de aanwijzing onderscheidenlijk onmiddellijk aan het bevel te voldoen. 5 Indien de Bloedvoorzieningsorganisatie inzake het vierde lid in gebreke blijft, kan de Minister een bewindvoerder over de Bloedvoorzieningsorganisatie aanstellen. 6 artikel 3a, eerste lid artikel 3, eerste lid Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een andere rechtspersoon als bedoeld in, voor zover het gevaar voor de gezondheid samenhangt met de werkzaamheden die essentieel zijn voor de uitvoering van de taken, bedoeld in, en voor zover niet bij of krachtens een andere wet is voorzien in de bevoegdheid tot het opleggen van een bevel ten aanzien van die rechtspersoon. 2018 136 24-05-2018 18-04-2018 34815 2018 429 23-11-2018 13-10-2018 01-01-2019
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 het eerste lid van artikel 3 Indien Onze Minister van oordeel is dat de Bloedvoorzieningsorganisatie haar taken, genoemd in, niet op verantwoorde wijze vervult, kan hij ter zake regels vaststellen. 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 01-01-1998
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 Onze Minister van Defensie is bevoegd om bloedproducten en tussenproducten afgeleverd te krijgen, te bewaren, te verpakken, te etiketteren en te vervoeren ten behoeve van de militaire bloedvoorziening en ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek in dat kader, alsmede bloedproducten en tussenproducten te bewerken ten behoeve van dit onderzoek. 2 Onze Minister van Defensie is bevoegd om bloedproducten te bewerken tot tussenproducten met als doel deze producten te conserveren. Onze Minister van Defensie is tevens bevoegd om deze tussenproducten te bewerken tot bloedproducten. 3 Onze Minister van Defensie is bevoegd om producten uit Nederland uit te voeren als deze bestemd zijn om gebruikt te worden in de militaire bloedvoorziening. Onze Minster van Defensie is tevens bevoegd om de eerder uitgevoerde producten in te voeren in Nederland. 4 Onze Minister van Defensie is bevoegd om na voorafgaande toestemming van Onze Minister, bloedproducten of tussenproducten afgeleverd te krijgen van anderen dan de Bloedvoorzieningsorganisatie. 5 Onze Minister van Defensie neemt bij het uitoefenen van de taken, bedoeld in dit artikel, de bij ministeriële regeling gestelde regels, ter uitvoering van besluiten van instellingen van de Europese Unie en andere besluiten van volkenrechtelijke organisaties, in acht. 2015 114 17-03-2015 04-03-2015 34018 2015 187 29-05-2015 15-05-2015 01-07-2015
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Geneesmiddelenwet Het is verboden bloedproducten, niet zijnde bloedproducten die krachtens demoeten worden geregistreerd, af te leveren aan anderen dan: a. de Bloedvoorzieningsorganisatie; b. artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders artikel 61, tiende of elfde lid, van de Geneesmiddelenwet een ziekenhuis dat in het bezit is van een toelatingsvergunning als bedoeld in, apothekers en apotheekhoudende huisartsen die in het bezit zijn van een vergunning als bedoeld in; c. artikel 18, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet voor zover het bloedplasma betreft, aan personen, rechtspersonen daaronder begrepen, die in het bezit zijn van een vergunning als bedoeld in; d. rechtspersonen die producten niet gebruiken voor toediening aan de mens; e. door Onze Minister aangewezen andere personen, rechtspersonen daaronder begrepen. 2 Aflevering als bedoeld in het eerste lid, onder b, is uitsluitend toegestaan aan de Bloedvoorzieningsorganisatie. 3 artikel 4, tweede lid Aflevering als bedoeld in het eerste lid, onder c, mag slechts geschieden voor zover het bloedplasma afkomstig is van vrijwillige donoren aan wie ten hoogste een vergoeding is gegeven als bedoeld in, en het bloedplasma is onderzocht op de aanwezigheid van via bloed of bloedplasma overdraagbare ziekteverwekkers, op een wijze die kwalitatief overeenkomt met de werkwijze zoals die in Nederland wordt gehanteerd. 4 Artikel 3, derde en vijfde lid Onze Minister wijst slechts de personen aan, bedoeld in het eerste lid, onder e, indien naar zijn oordeel het belang van een in geneeskundig opzicht doelmatige voorziening in de behoefte aan bloedproducten zulks vordert dan wel een bijzondere omstandigheid daartoe aanleiding geeft., is van overeenkomstige toepassing. 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Het is verboden tussenproducten af te leveren aan anderen dan: a. de Bloedvoorzieningsorganisatie; b. artikel 18, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet personen, rechtspersonen daaronder begrepen, die in het bezit zijn van een vergunning als bedoeld in; c. rechtspersonen die producten niet gebruiken voor toediening aan de mens; d. door Onze Minister aangewezen andere personen, rechtspersonen daaronder begrepen. 2 b artikel 4, tweede lid Aflevering als bedoeld in het eerste lid, onder, mag slechts geschieden voorzover de tussenproducten zijn bereid uit plasma van vrijwillige donoren aan wie ten hoogste een vergoeding is gegeven als bedoeld in, en het bloed dat is gebruikt voor de bereiding ervan, is onderzocht op de aanwezigheid van via bloed of bloedplasma overdraagbare ziekteverwekkers, kwalitatief overeenkomende met de werkwijze zoals die in Nederland wordt gehanteerd. 3 Artikel 3, derde en vijfde lid Onze Minister wijst slechts de personen aan, bedoeld in het eerste lid, onder d, indien naar zijn oordeel het belang van een doelmatige voorziening in de behoefte aan bloedproducten daardoor niet wordt geschaad, dan wel een bijzondere omstandigheid daartoe aanleiding geeft., is van overeenkomstige toepassing. 2018 356 23-10-2018 03-10-2018 34923 2018 454 11-12-2018 30-11-2018 01-01-2019
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Het is verboden de aflevering van bloedproducten en tussenproducten te laten geschieden tegen een vergoeding die meer bedraagt dan de kosten welke ten behoeve van het inzamelen van bloed, het bereiden of het afleveren zijn gemaakt. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. artikel 40 van de Geneesmiddelenwet bloedproducten waarvoor op grond vaneen vergunning verplicht is voor het in de handel brengen; b. bloedproducten en tussenproducten die bestemd zijn om te dienen als grondstof voor de productie van bloedproducten als bedoeld onder a. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor het bepalen van de minimumprijs voor bloedproducten en tussenproducten als bedoeld in het tweede lid, onder b, die door de Bloedvoorzieningsorganisatie zijn ingezameld. Hierbij kunnen voor verschillende producten verschillende regels worden vastgesteld. 4 artikel 3, eerste lid Voor zover de Bloedvoorzieningsorganisatie beschikking heeft over winst die is behaald bij de aflevering van producten als bedoeld in het tweede lid, wordt deze winst slechts gebruikt ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in het. 2018 136 24-05-2018 18-04-2018 34815 2018 429 23-11-2018 13-10-2018 01-01-2019
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het is verboden bloedproducten en tussenproducten uit een derde land in te voeren zonder vergunning van Onze Minister. 2 Onze Minister verleent een vergunning slechts indien naar zijn oordeel het belang van een in geneeskundig opzicht doelmatige voorziening in de behoefte aan bloedproducten zulks vordert dan wel een bijzondere omstandigheid daartoe aanleiding geeft. 3 artikel 3, vijfde lid Indien het in het tweede lid genoemde belang zulks vordert, onderscheidenlijk indien een bijzondere omstandigheid daartoe aanleiding geeft, kan Onze Minister voorschriften aan de vergunning verbinden of de vergunning onder beperkingen verlenen. De vergunning kan worden ingetrokken;, is van overeenkomstige toepassing. 4 Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet: a. ten aanzien van een persoon die bij het overschrijden van de grens in het bezit is van een hoeveelheid van een bloedproduct, welke kennelijk voor eigen gebruik is bestemd; b. ten aanzien van rechtspersonen die producten niet gebruiken voor toediening aan de mens; c. Geneesmiddelenwet ten aanzien van een product dat is bestemd om als monster te worden overgelegd bij een aanvraag tot registratie krachtens de. 2018 136 24-05-2018 18-04-2018 34815 2018 429 23-11-2018 13-10-2018 01-01-2019
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Het is verboden bloedproducten en tussenproducten uit te voeren naar een derde land zonder vergunning van Onze Minister. 2 Onze Minister verleent slechts een vergunning indien naar zijn oordeel het belang van een doelmatige voorziening in de behoefte aan bloedproducten daardoor niet wordt geschaad. 3 artikel 3, vijfde lid Onze Minister kan aan de vergunning voorschriften verbinden of de vergunning onder beperkingen verlenen. De vergunning kan worden ingetrokken;, is van overeenkomstige toepassing. 4 Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet ten aanzien van: a. een persoon die bij het overschrijden van de grens in het bezit is van een hoeveelheid van een bloedproduct, welke kennelijk voor eigen gebruik bestemd is; b. de vereniging «Het Nederlandse Rode Kruis» voorzover de uitvoer geschiedt in het kader van de hulpverlening overeenkomstig de statuten van die vereniging; c. rechtspersonen die producten niet gebruiken voor toediening aan de mens. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 12, eerste lid Het is verboden bloedproducten als bedoeld in, en tussenproducten uit te voeren naar een staat die lid is van de Europese Unie of die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte zonder vergunning van Onze Minister. 2 Onze Minister verleent slechts een vergunning indien naar zijn oordeel het belang van een doelmatige voorziening in de behoefte aan bloedproducten daardoor niet wordt geschaad. 3 artikel 3, vijfde lid Onze Minister kan aan de vergunning voorschriften verbinden of de vergunning onder beperkingen verlenen. De vergunning kan worden ingetrokken;, is van overeenkomstige toepassing. 4 Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet ten aanzien van: a. een persoon die bij het overschrijden van de grens in het bezit is van een hoeveelheid van een bloedproduct, welke kennelijk voor eigen gebruik bestemd is; b. de vereniging «Het Nederlandse Rode Kruis» voor zover de uitvoer geschiedt in het kader van de hulpverlening overeenkomstig de statuten van die vereniging; c. de Bloedvoorzieningsorganisatie; d. artikel 13, eerste lid, onder d voor wat betreft tussenproducten, de krachtens, aangewezen personen, rechtspersonen daaronder begrepen; e. rechtspersonen die producten niet gebruiken voor toediening aan de mens. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikelen 12, eerste lid, onder e 13, eerste lid, onder d artikelen 15, eerste lid 16, eerste lid 17, eerste lid De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag van een aanwijzing als bedoeld in de, en, of een vergunning als bedoeld in de,, en, kunnen ten laste worden gebracht van de aanvrager. 2 Bij de houder van de aanwijzing of de vergunning, bedoeld in het eerste lid, kan jaarlijks een vergoeding in rekening worden gebracht. 3 De bedragen ter vergoeding van de kosten en de hoogte van de jaarlijkse vergoeding worden bij ministeriële regeling vastgesteld. 2015 114 17-03-2015 04-03-2015 34018 2015 187 29-05-2015 15-05-2015 01-07-2015
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Hij die handelt in strijd met: a. artikelen 4, eerste of tweede lid 10, vierde lid 12, eerste of tweede lid 13, eerste lid 14 15, eerste lid 16, eerste lid 17, eerste lid de,,,,,,, of; b. artikelen 12, vierde lid 13, derde lid 15, derde lid 16, derde lid 17, derde lid een krachtens de,,,, of, aan een aanwijzing onderscheidenlijk vergunning verbonden voorschrift; wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie. 2 De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2015 114 17-03-2015 04-03-2015 34018 2015 187 29-05-2015 15-05-2015 01-07-2015
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a 1 artikel 4, eerste of tweede lid 12 13, eerste of derde lid 14 15, eerste of derde lid 16, eerste of derde lid 17, eerste lid Onze Minister is bevoegd een bestuurlijke boete van ten hoogste € 33 500,– op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met,,,,,, of. 2 artikel 10 Onze Minister is bevoegd een last onder dwangsom op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met een krachtensgegeven aanwijzing of bevel. 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft deze wet van toepassing zoals het luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. 2 Staatscourant Bij besluit van Onze Minister kunnen andere ambtenaren geheel of gedeeltelijk worden belast met het in het eerste lid bedoelde toezicht. Van een besluit als bedoeld in de eerste volzin wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a Vervallen 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikelen 179 tot en met 182 184 van het Wetboek van Strafrecht Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd, belast de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Justitie. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in deen, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. 2 Staatscourant Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 3 Bij de uitoefening van hun taak dragen de ambtenaren een legitimatiebewijs bij zich. 4 artikel 1, eerste en tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden Onverminderdtonen zij hun legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds. 5 Het legitimatiebewijs bevat een foto van de ambtenaar en vermeldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid. 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 01-01-1998
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De Wet inzake bloedtransfusie wordt ingetrokken. 2 artikel 40 48 van de Geneesmiddelenwet De registratie van een bloedproduct die heeft plaats gevonden krachtens artikel 24 van de Wet inzake bloedtransfusie, wordt gelijkgesteld met de verlening van een handelsvergunning of een parallelhandelsvergunning als bedoeld inonderscheidenlijk. 3 De regelingen berustend op de artikelen 24 en 25, onderscheidenlijk 26, 27 en 29 van de Wet inzake bloedtransfusie, blijven van kracht tot zij bij koninklijk besluit, onderscheidenlijk bij ministeriële regeling, worden ingetrokken. Zij kunnen tussentijds door toepassing van de genoemde artikelen nog worden gewijzigd. 4 artikel 15 artikelen 16 17 Een vergunning, verleend krachtens artikel 30 of artikel 31 van de Wet inzake bloedtransfusie, wordt gelijkgesteld met een vergunning op grond vanonderscheidenlijk deenvan de onderhavige wet. 2007 93 20-03-2007 08-02-2007 29359 2007 227 28-06-2007 18-06-2007 01-07-2007
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Wijzigt de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening. 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 01-01-1998
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Wijzigt de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden. 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 01-01-1998
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikelen 3a tot en met 3e artikel 3, eerste lid De Bloedvoorzieningsorganisatie vraagt binnen twee maanden na inwerkingtreding van detoestemming aan Onze Minister voor het laten uitvoeren van werkzaamheden die essentieel zijn voor de uitvoering van de taken, bedoeld in, die op het moment van inwerkingtreding van de artikel 3a tot en met 3e al werden uitgevoerd door één of meerdere andere rechtspersonen. 2 artikelen 3a 3b Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2018 136 24-05-2018 18-04-2018 34815 2018 429 23-11-2018 13-10-2018 01-01-2019
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1998. 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 01-01-1998
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Deze wet wordt aangehaald als: Wet inzake bloedvoorziening. 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 1997 645 16-12-1997 04-12-1997 25649 01-01-1998