Wet van 24 mei 1996, houdende regelen omtrent het ter beschikking stellen van organen (Wet op de orgaandonatie)
- BWB-id
- BWBR0008066
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008066
- ELI
- /eli/nl/wet/1998/wet-op-de-orgaandonatie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1998/wet-op-de-orgaandonatie/2022-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008066&g=2022-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008066&z=2026-06-06&g=2022-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008066/2022-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1998/wet-op-de-orgaandonatie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. orgaan: bestanddeel van het menselijk lichaam, met inbegrip van weefsels en cellen, met uitzondering van bloed en geslachtscellen; c. donor: een persoon of stoffelijk overschot, door of ten aanzien van wie op grond van deze wet toestemming is verleend voor, dan wel bij wie geen bezwaar bestaat tegen het bij hem of daaruit verwijderen van een orgaan; d. verwijderen: het verwijderen van een orgaan, anders dan ten behoeve van de donor zelf; e. implantatie: het in- of aanbrengen van een orgaan van een donor in of aan het lichaam van een ander met het oog op diens geneeskundige behandeling; f. artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet ziekenhuis: een ziekenhuis dat of een verpleeginrichting dan wel een afdeling daarvan waar zorg of een andere dienst wordt verleend waarop aanspraak bestaat ingevolgeof ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in; g. artikel 24 orgaancentrum: een instelling als bedoeld in. 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Toestemming voor het verwijderen van een orgaan, verleend met het oogmerk daarvoor een vergoeding te ontvangen die meer bedraagt dan de kosten, daaronder begrepen gederfde inkomsten, die een rechtstreeks gevolg zijn van het verwijderen van het orgaan, is nietig. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-02-1998
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer Bij de gegevensverwerking noodzakelijk voor de uitvoering van de in deze wet neergelegde taken kan gebruik worden gemaakt van het burgerservicenummer, bedoeld in. 2019 405 13-11-2019 30-10-2019 35161 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een meerderjarige die in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, kan toestemming verlenen voor het bij zijn leven bij hem verwijderen van een door hem aangewezen orgaan ten behoeve van implantatie bij een bepaalde persoon. 2 Degene die het orgaan zal verwijderen, draagt ervoor zorg dat de donor op duidelijke wijze mondeling en schriftelijk en desgewenst met behulp van audio-visuele middelen, wordt geïnformeerd over de aard en het doel van de verwijdering en de te verwachten gevolgen en risico's voor diens gezondheid en overige leefomstandigheden. Tevens vergewist hij zich ervan dat de donor de toestemming vrijelijk en in het besef van de gevolgen heeft verleend en op de hoogte is van het bepaalde in deze wet omtrent de vergoeding van de kosten. 3 Wanneer redelijkerwijs aannemelijk is dat de verwijdering van het orgaan bij leven blijvende gevolgen zal hebben voor de gezondheid van de donor, geschiedt deze slechts indien de persoon ten behoeve van wie de verwijdering plaats zal vinden, in levensgevaar verkeert en dit niet op andere wijze even goed kan worden afgewend. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-02-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Verwijdering bij leven van een orgaan van een meerderjarige die niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, geschiedt slechts indien het een regenererend orgaan betreft en de verwijdering geen blijvende gevolgen zal hebben voor de gezondheid van de donor en alleen ten behoeve van implantatie bij een bloedverwant tot en met de tweede graad die in levensgevaar verkeert en van wie het levensgevaar niet op andere wijze even goed kan worden afgewend en indien tevens de donor een zwaarwegend belang heeft bij het afwenden van het levensgevaar van bedoelde bloedverwant. 2 De verwijdering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet dan nadat toestemming is verkregen van de wettelijke vertegenwoordiger dan wel bij ontbreken van deze van de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel dan wel bij ontbreken van dezen van een ouder of meerderjarig kind van de donor, alsmede van de rechtbank. 3 Degene die het orgaan zal verwijderen, draagt ervoor zorg dat de in het tweede lid bedoelde wettelijke vertegenwoordiger dan wel echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel dan wel ouder of kind alsmede, indien mogelijk, de donor op duidelijke wijze mondeling en desgewenst schriftelijk en desgewenst met behulp van audio-visuele middelen, worden geïnformeerd over de aard en het doel van de verwijdering en de te verwachten gevolgen voor de donor. Tevens vergewist hij zich ervan dat voldaan is aan het eerste en tweede lid. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-02-1998 1997 660 23-12-1997 17-12-1997 25407 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-02-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Verwijdering bij leven van een orgaan van een minderjarige van twaalf jaar of ouder geschiedt slechts indien het een regenererend orgaan betreft en de verwijdering geen blijvende gevolgen zal hebben voor de gezondheid van de donor en alleen ten behoeve van implantatie bij een bloedverwant tot en met de tweede graad die in levensgevaar verkeert en van wie het levensgevaar niet op andere wijze even goed kan worden afgewend. De verwijdering geschiedt niet dan nadat de minderjarige toestemming heeft gegeven en de toestemming van de ouders die de ouderlijke macht uitoefenen of de voogd en van de kinderrechter is verkregen. 2 Verwijdering bij leven van een orgaan van een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt en van een minderjarige van twaalf jaar of ouder die niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, geschiedt slechts indien het een regenererend orgaan betreft en de verwijdering geen blijvende gevolgen zal hebben voor de gezondheid van de donor en alleen ten behoeve van implantatie bij een bloedverwant tot en met de tweede graad die in levensgevaar verkeert en van wie het levensgevaar niet op andere wijze even goed kan worden afgewend en indien tevens de donor een zwaarwegend belang heeft bij het afwenden van het levensgevaar van bedoelde bloedverwant. De verwijdering geschiedt niet dan nadat de toestemming van de ouders die de ouderlijke macht uitoefenen of de voogd en van de kinderrechter is verkregen. 3 Degene die het orgaan zal verwijderen, draagt ervoor zorg dat de ouders of de voogd alsmede, indien mogelijk, de donor op duidelijke wijze mondeling en schriftelijk en desgewenst met behulp van audio-visuele middelen, worden geïnformeerd over de aard en het doel van de verwijdering en de te verwachten gevolgen voor de donor. Tevens vergewist hij zich ervan dat voldaan is aan het eerste en tweede lid. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-02-1998
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikelen 3, tweede lid 4, derde lid 5, derde lid De informatie, bedoeld in de,, en, omvat in ieder geval de informatie, bedoeld in de bijlage bij richtlijn 2004/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en cellen (PbEU L 102). 2 Een wijziging van de in het eerste lid genoemde richtlijn gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 2007 58 15-02-2007 21-12-2006 30338 2007 130 12-04-2007 28-03-2007 01-06-2007
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De toestemming, bedoeld in dit hoofdstuk, wordt vooraf verleend bij een verklaring die ten minste eigenhandig is gedagtekend en ondertekend. Zij kan vóór de verwijdering van het orgaan te allen tijde worden herroepen. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-02-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 2 Aan de donor en degenen van wie ingevolge dit hoofdstuk toestemming voor het verwijderen van een orgaan is vereist, mogen uitsluitend de kosten, bedoeld in, worden vergoed. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-02-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 3 4 5 Het verwijderen van een orgaan bij leven is slechts toegestaan, indien daarvoor toestemming is verleend ingevolge,of. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-02-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Meerderjarigen en minderjarigen van twaalf jaar of ouder, die in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen ter zake, kunnen toestemming verlenen tot het na hun overlijden verwijderen van hun organen of bepaalde door hen aan te wijzen organen, dan wel daartegen bezwaar maken. De wettelijk vertegenwoordiger van een meerderjarige die niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van orgaandonatie kan namens hem toestemming verlenen tot het na zijn overlijden verwijderen van zijn organen of bepaalde door de wettelijke vertegenwoordiger aan te wijzen organen, dan wel daartegen bezwaar maken. 2 artikel 10 artikel 11 De toestemming wordt verleend en het bezwaar gemaakt door het invullen en laten registreren van een donorformulier als bedoeld in. Indien een in het eerste lid bedoelde persoon de beslissing over het verwijderen van zijn organen wenst over te laten aan de inbedoelde nabestaanden of aan een door hem te bepalen persoon, kan hij dat ook op het donorformulier te kennen geven. 3 Een wilsverklaring omtrent het verwijderen van organen kan te allen tijde worden herroepen door het opnieuw invullen en laten registreren van een donorformulier. 4 Een wilsbeschikking met een in dit artikel bedoelde strekking kan ook worden afgelegd bij een schriftelijke verklaring die ten minste eigenhandig is gedagtekend en ondertekend. 5 Een in algemene bewoordingen gestelde herroeping van een uiterste wilsbeschikking houdt niet in een herroeping van een wilsbeschikking als bedoeld in het vierde lid. 2018 95 05-04-2018 27-03-2018 33506 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Wet basisregistratie personen Onze minister draagt ervoor zorg dat iedere ingezetene als bedoeld in de, een donorformulier wordt toegezonden, wanneer hij of zij de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt. Donorformulieren worden voorts op verzoek door de zorg van Onze minister en door het college van burgemeester en wethouders kosteloos ter beschikking gesteld. 2 artikel 11 Er is een donorregister waarin, met het oog op de kenbaarheid van de wilsbeschikking van de betrokkene ter zake aantekening wordt gehouden van door middel van het donorformulier verleende toestemming tot of gemaakt bezwaar tegen het na overlijden verwijderen van organen, dan wel de door middel van dat formulier te kennen gegeven wens de beslissing ter zake over te laten aan de inbedoelde nabestaanden of aan een door hem te bepalen persoon dan wel dat de betrokkene geen bezwaar heeft tegen het na zijn overlijden verwijderen van zijn organen. Daarbij kan worden aangetekend dat een wilsbeschikking namens een betrokkene door een andere persoon kenbaar is gemaakt. Het register wordt gehouden door of vanwege Onze minister. 3 Het register kan door of in opdracht van een arts dag en nacht worden geraadpleegd wanneer dat met het oog op de voorgenomen verwijdering van een orgaan noodzakelijk is. 4 artikel 9 artikel 10a, eerste lid Bij de toezending van het donorformulier wordt uitdrukkelijk vermeld dat een meerderjarige persoon door of namens wie geen wilsverklaring of wilsbeschikking als bedoeld inis afgelegd en verstrekt, zes weken na het verzenden van een herinnering als bedoeld in, in het donorregister wordt geregistreerd als een persoon die geen bezwaar heeft tegen het na zijn overlijden verwijderen van zijn organen. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de vorm, inhoud en toezending van het donorformulier en het bijhouden en de toegankelijkheid van het donorregister. Daarbij kan worden bepaald dat een donorformulier wordt toegezonden aan personen die na het bereiken van de leeftijd van negentien jaar nieuw als ingezetene zijn ingeschreven dan wel opnieuw als ingezetene zijn geregistreerd in de basisregistratie personen. 5 De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens het vierde lid wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd en sedert die overlegging vier weken zijn verstreken. 2018 95 05-04-2018 27-03-2018 33506 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020 2019 405 13-11-2019 30-10-2019 35161 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 artikel 10, eerste lid artikel 9, eerste en tweede lid Indien zes weken na verzending van het donorformulier, bedoeld in, geen invulling is gegeven aan het bepaalde in, zendt Onze Minister de betrokkene een herinnering, vergezeld van een nieuw donorformulier en een mededeling overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid. 2 artikel 9, eerste en tweede lid Indien door of namens de betrokkene zes weken na het verzenden van de herinnering, bedoeld in het eerste lid, geen invulling is gegeven aan het bepaalde in, wordt hij in het donorregister geregistreerd als een persoon die geen bezwaar heeft tegen het na zijn overlijden verwijderen van zijn organen. 3 De betrokkene ontvangt binnen zes weken na de registratie, bedoeld in het tweede lid, een bevestiging van het feit dat hij geregistreerd is als een persoon die geen bezwaar heeft tegen het na zijn overlijden verwijderen van zijn organen, vergezeld van een mededeling overeenkomstig het bepaalde in het vijfde lid. 4 Zodra duidelijk of aannemelijk is dat een betrokkene als bedoeld in het tweede lid niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen, wordt de geregistreerde toestemming vervangen door de registratie dat de beslissing wordt overgelaten aan een bepaalde persoon, zijnde de wettelijk vertegenwoordiger van betrokkene. Betrokkene ontvangt hiervan binnen zes weken een bevestiging. 5 De betrokkene of diens wettelijke vertegenwoordiger kan een registratie als bedoeld in het tweede of vierde lid te allen tijde doen wijzigen door het invullen en laten registreren van een donorformulier. 2018 95 05-04-2018 27-03-2018 33506 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b 1 artikel 2, eerste lid, onder a, van de Paspoortwet artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994 De burgemeester draagt ervoor zorg dat aan een meerderjarige persoon die als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven bij het in behandeling nemen van diens aanvraag voor een nationaal paspoort als bedoeld in, een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet of een rijbewijs als bedoeld inschriftelijke informatie over donorregistratie wordt overhandigd en informatie over de wijze waarop de betrokkene de op hem betrekking hebbende registratie kan raadplegen en wijzigen. 2 De schriftelijke informatie wordt door Onze Minister kosteloos aan de burgemeester ter beschikking gesteld. 2018 95 05-04-2018 27-03-2018 33506 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Indien een persoon de beslissing over het verwijderen van organen heeft overgelaten aan zijn nabestaanden, kan na het vaststellen van de dood toestemming voor het verwijderen van zijn organen worden verleend door de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel, dan wel bij afwezigheid of onbereikbaarheid van deze door de onmiddellijk bereikbare meerderjarige bloedverwanten tot en met de tweede graad dan wel bij afwezigheid of onbereikbaarheid van dezen door de onmiddellijk bereikbare meerderjarige aanverwanten tot en met de tweede graad. 2 Indien een meerderjarige, waarvan duidelijk of aannemelijk is dat deze niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van orgaandonatie, in het donorregister is geregistreerd als een persoon die toestemming heeft verleend voor of die geen bezwaar heeft tegen het na zijn overlijden verwijderen van zijn organen, wordt na het vaststellen van de dood deze toestemming of dit geen bezwaar bevestigd of teniet gedaan door zijn wettelijk vertegenwoordiger. Bij afwezigheid of onbereikbaarheid van deze persoon kan de beslissing worden genomen door de in het eerste lid bedoelde nabestaanden. Bij afwezigheid of onbereikbaarheid van al deze nabestaanden wordt de toestemming dan wel het hebben van geen bezwaar geacht te ontbreken. 3 Indien een meerderjarige de beslissing over het verwijderen van zijn organen heeft overgelaten aan een bepaalde persoon, kan na het vaststellen van de dood toestemming voor het verwijderen van zijn organen worden verleend door die persoon. Bij afwezigheid of onbereikbaarheid van die persoon kan toestemming worden verleend door de in het eerste lid bedoelde nabestaanden. 4 Indien van een meerderjarige geen registratie in het donorregister aanwezig is, kan na het vaststellen van de dood toestemming voor het verwijderen van zijn organen worden verleend door de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel, dan wel bij afwezigheid of onbereikbaarheid van deze door de onmiddellijk bereikbare meerderjarige bloedverwanten tot en met de tweede graad dan wel bij afwezigheid of onbereikbaarheid van dezen door de onmiddellijke bereikbare meerderjarige aanverwanten tot en met de tweede graad. 5 Indien een minderjarige van twaalf jaar of ouder de beslissing over het verwijderen van zijn organen heeft overgelaten aan een bepaalde persoon, kan na het vaststellen van de dood toestemming voor het verwijderen van zijn organen worden verleend door de in de wilsbeschikking genoemde persoon. Bij afwezigheid of onbereikbaarheid van die persoon kan toestemming worden verleend door de ouders die de ouderlijke macht uitoefenen, of de voogd. 6 artikel 9, vierde lid Indien van een minderjarige van twaalf jaar of ouder geen wilsverklaring of wilsbeschikking als bedoeld in, aanwezig is, kan na het vaststellen van de dood toestemming voor het verwijderen van organen worden verleend door de ouders die de ouderlijke macht uitoefenen, of de voogd. 7 Ten aanzien van een minderjarige beneden de twaalf jaar kan na het vaststellen van de dood toestemming voor het verwijderen van zijn organen worden verleend door de ouders die de ouderlijke macht uitoefenen, of de voogd. 8 Bij een verschil van mening tussen de bloedverwanten, de aanverwanten, onderscheidenlijk de ouders, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid, kan de toestemming niet worden verleend. 9 Indien een persoon toestemming heeft verleend voor het na zijn overlijden verwijderen van organen, kan voor het verwijderen van een orgaan dat niet is opgenomen in de tekst van een op het tijdstip van toestemming geldend donorformulier en tegen verwijdering waarvan hij niet anderszins reeds zelf bezwaar heeft gemaakt, toestemming worden verleend met overeenkomstige toepassing van het eerste, zevende en achtste lid. 10 artikel 20, zesde lid Uitsluitend indien de verwachting bestaat dat de dood op grond van circulatoire criteria zal worden vastgesteld, mag de toestemming, bedoeld in de vorige leden, reeds worden verleend na het verstrekken van de informatie, bedoeld in. 2018 95 05-04-2018 27-03-2018 33506 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020 2019 405 13-11-2019 30-10-2019 35161 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 9 Overlijdt een persoon voor het bereiken van de zestienjarige leeftijd en heeft hij ingevolgetoestemming gegeven voor het verwijderen van zijn organen, dan vindt geen verwijdering plaats indien daartegen bezwaar wordt gemaakt door een ouder die de ouderlijke macht uitoefent of de voogd. Bij afwezigheid of onbereikbaarheid van beide ouders of van de voogd kan de verwijdering plaatsvinden. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-02-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Tenzij degene die toestemming verleent of geen bezwaar heeft uitdrukkelijk anders bepaalt, wordt toestemming als bedoeld in deze paragraaf verleend ten behoeve van, en heeft het geen bezwaar als bedoeld in deze paragraaf betrekking op, implantatie, daaronder begrepen op implantatie gericht wetenschappelijk onderzoek, indien het orgaan na de verwijdering voor implantatie ongeschikt blijkt te zijn. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het verlenen van toestemming of het hebben van geen bezwaar niet is toegestaan voor bij die maatregel aan te wijzen, uit een oogpunt van geneeskundige behandeling niet van belang zijnde, doeleinden. 2018 95 05-04-2018 27-03-2018 33506 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 15, eerste lid Voordat een orgaan wordt verwijderd, wordt de dood vastgesteld door een arts die niet bij de verwijdering of implantatie van het orgaan betrokken mag zijn. Indien het voornemen bestaat tot het verwijderen van een orgaan uit een stoffelijk overschot, wordt de dood vastgesteld aan de hand van de volgens de laatste stand van de wetenschap geldende methoden en criteria voor het vaststellen van de hersendood onderscheidenlijk van de dood op grond van circulatoire criteria door een ter zake kundige arts. De wijze waarop de hersendood is vastgesteld, wordt vastgelegd in een verklaring waarvan het model is opgenomen in het in, bedoelde protocol. 2 Onder hersendood wordt verstaan het volledig en onherstelbaar verlies van de functies van de hersenen, inclusief de hersenstam en het verlengde merg. Vaststelling van de hersendood vindt slechts plaats in geval van een dodelijk hersenletsel waarvan de oorzaak bekend is en dat niet behandelbaar is. Zij geschiedt eerst nadat aannemelijk is geworden dat andere oorzaken van bewusteloosheid en reactieloosheid niet aanwezig zijn. 3 Onder de dood op grond van circulatoire criteria wordt verstaan een onomkeerbare afwezigheid van de circulatie en ademhaling. 2019 405 13-11-2019 30-10-2019 35161 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 14, tweede en derde lid De Gezondheidsraad stelt met inachtneming van, vast welke de volgens de laatste stand van de wetenschap geldende methoden en criteria voor het met zekerheid vaststellen van de hersendood onderscheidenlijk de dood op grond van circulatoire criteria zijn. Op basis daarvan stelt de Gezondheidsraad protocollen op met betrekking tot de bij het vaststellen van de hersendood onderscheidenlijk de dood op grond van circulatoire criteria in ziekenhuizen te volgen procedures en uit te voeren onderzoeken in gevallen waarin het voornemen bestaat tot verwijdering van een orgaan. De protocollen worden vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur. 2 Staatsblad Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van hetwaarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan beide kamers der Staten-Generaal. 2019 405 13-11-2019 30-10-2019 35161 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 3 van de Wet op de lijkbezorging Stb Bij verwijdering van een orgaan uit een stoffelijk overschot geschiedt de lijkschouwing als bedoeld in(. 1991, 133) niet door een arts die bij de verwijdering of de implantatie van het orgaan betrokken is. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-03-1998
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 76, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging Bij de aanwezigheid of het vermoeden van een niet natuurlijke dood mag een orgaan niet worden verwijderd, voordat is gebleken dat de officier van justitie de inbedoelde toestemming verleent. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-03-1998
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 23 De daartoe in het protocol, bedoeld in, aangewezen functionaris doet van het vermoedelijk beschikbaar komen van organen voor implantatie onmiddellijk melding bij een orgaancentrum. 2 Het orgaancentrum wijst aan wie voor implantatie van een bij het centrum aangemeld orgaan in aanmerking komt. Indien geen onmiddellijke aanwijzing kan plaatsvinden en het orgaancentrum zulks op medische gronden noodzakelijk acht, kan het bepalen dat een daarvoor naar zijn aard geschikt orgaan voor implantatie beschikbaar dient te blijven. 3 Bij de aanwijzing wordt met geen andere factoren rekening gehouden dan met de bloed- en weefselovereenkomst van donor en ontvanger van het orgaan, de medische urgentie van de ontvanger en andere, met de toestand van het orgaan samenhangende, omstandigheden dan wel, indien deze factoren geen uitsluitsel geven, met de wachttijd van de ontvanger. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld. 2006 311 06-07-2006 23-06-2006 29494 2006 341 20-07-2006 04-07-2006 01-10-2006
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2003 90 04-03-2003 06-02-2003 27844 2004 318 06-07-2004 21-06-2004 01-07-2004 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 23 Wanneer een gerede kans bestaat dat een persoon binnen afzienbare tijd zal overlijden, maar in ieder geval zo spoedig mogelijk na het vaststellen van de dood, gaat de daartoe in het protocol, bedoeld in, aangewezen functionaris na wat ten aanzien van de betrokkene is geregistreerd in het donorregister, tenzij reeds vaststaat dat de betrokkene medisch gezien niet in aanmerking komt als donor. 2 De aangewezen functionaris verstrekt de daarvoor in aanmerking komende, onmiddellijk bereikbare naasten informatie over de registratie in het donorregister. In geval van een meerderjarige waarvan duidelijk of aannemelijk is dat hij niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen verstrekt hij daarenboven informatie aan diens wettelijke vertegenwoordiger, indien deze aanwezig en bereikbaar is. 3 artikel 9, vierde lid Indien de registratie niet overeenkomt met een andere aanwezige verklaring als bedoeld in, geldt de laatst gedateerde registratie dan wel verklaring. 4 artikel 9, vierde lid Indien de betrokkene in het donorregister is geregistreerd als een persoon die toestemming heeft verleend voor dan wel geen bezwaar heeft tegen het na zijn dood verwijderen van zijn organen en een andersluidende verklaring als bedoeld in, aanwezig is, geldt in afwijking van het derde lid de laatstbedoelde verklaring. 5 artikel 11, eerste lid Indien de betrokkene in het register is geregistreerd als een persoon die toestemming heeft verleend voor dan wel geen bezwaar heeft tegen het na zijn overlijden verwijderen van zijn organen en een andersluidende verklaring ontbreekt, maar zijn nabestaanden, bedoeld in, maken aannemelijk dat die registratie niet overeenkomt met de wens van de betrokkene, geldt de informatie van de nabestaanden. 6 artikel 9, tweede lid artikel 11 Indien geen registratie ten aanzien van de betrokkene aanwezig is of de betrokkene gebruik heeft gemaakt van de in de tweede volzin van, bedoelde mogelijkheid, geeft de aangewezen functionaris, zodra redelijkerwijs vaststaat dat de betrokkene binnen afzienbare termijn zal overlijden, aan de persoon of personen, die op grond vanbevoegd zijn tot het verlenen van toestemming voor het verwijderen van organen, passende informatie over de mogelijkheid van orgaandonatie. Na het vaststellen van de dood verzoekt hij hen om toestemming voor het verwijderen van organen, tenzij reeds is gebleken van bezwaar daartegen van de vorenbedoelde bevoegde persoon of personen. Uitsluitend indien de verwachting bestaat dat de dood op grond van circulatoire criteria zal worden vastgesteld, mag de functionaris de toestemming reeds na het verstrekken van de informatie vragen. 7 De aangewezen functionaris stelt de daarvoor in aanmerking komende, onmiddellijk bereikbare naasten op de hoogte van de wijze waarop aan een toestemming voor het verwijderen van organen gevolg wordt gegeven. 8 artikel 23 Indien de betrokkene zelf toestemming heeft gegeven voor het verwijderen van organen, stelt de daartoe in het protocol, bedoeld in, aangewezen functionaris de daarvoor in aanmerking komende, onmiddellijk bereikbare naasten op de hoogte van de wijze waarop aan de toestemming gevolg wordt gegeven. 9 artikel 23 artikel 23 De toepassing van dit artikel geschiedt met inachtneming van de regels gesteld in het inbedoelde protocol. Van de toepassing doet de daartoe in het protocol, bedoeld in, aangewezen functionaris verslag door invulling van een door het orgaancentrum vastgesteld papieren of digitaal formulier. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de verstrekking van gegevens betreffende de toepassing van dit artikel aan het orgaancentrum. 10 Aan de in dit artikel bedoelde functionarissen wordt voor zover dat voor de uitvoering van de werkzaamheden betreffende de toepassing van dit artikel noodzakelijk is, inzage gegeven in het dossier van de patiënt. 11 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in dit artikel gestelde regels niet van toepassing zijn op bij die maatregel aan te wijzen categorieën van artsen. Daarbij kan worden bepaald dat de taken die in dit artikel zijn opgedragen aan een functionaris als bedoeld in het eerste lid, door een ander worden uitgevoerd. 2018 95 05-04-2018 27-03-2018 33506 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020 2019 405 13-11-2019 30-10-2019 35161 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Het verwijderen van een orgaan na overlijden is slechts toegestaan, indien: a. artikel 20 met toepassing van het bepaalde bij of krachtensis vastgesteld dat daarvoor door of ten aanzien van de overledene toestemming is verleend dan wel daartegen geen bezwaar bestaat overeenkomstig deze wet; b. artikel 23 artikel 10a de aangewezen functionaris, bedoeld in, zich ervan heeft vergewist dat de overledene ten tijde van het verlenen van toestemming dan wel van de registratie als bedoeld inwilsbekwaam was; c. de artikelen 14 16 17 voldaan is aan,en; d. artikel 18 het voor implantatie ter beschikking gestelde orgaan overeenkomstigis aangemeld bij een orgaancentrum. 2018 95 05-04-2018 27-03-2018 33506 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Indien een persoon in het donorregister is geregistreerd als een persoon die toestemming heeft verleend voor of geen bezwaar heeft tegen het na zijn overlijden verwijderen van een orgaan, mogen wanneer redelijkerwijs vaststaat dat betrokkene binnen afzienbare tijd zal overlijden in verband met de implantatie reeds voor het vaststellen van de dood voorbereidingen worden getroffen voor zover deze niet strijdig zijn met de geneeskundige behandeling van die persoon en uitstel tot na het vaststellen van de dood niet mogelijk is. Die voorbereidingen kunnen bestaan uit: – onderzoek noodzakelijk voor de voorbereiding van de implantatie; – het in werking stellen of in stand houden van de kunstmatige beademing; – het kunstmatig in stand houden van de bloedsomloop, en – andere maatregelen noodzakelijk om organen geschikt te houden voor implantatie. 2 artikel 9, tweede lid Indien ten aanzien van een persoon in het donorregister geen registratie aanwezig is of gebruik is gemaakt van de in de tweede volzin van, bedoelde mogelijkheid, mogen reeds voor het vaststellen van de dood, de in het eerste lid genoemde voorbereidingen worden getroffen voor zover: a. het redelijkerwijs vaststaat dat betrokkene binnen afzienbare tijd zal overlijden; b. de voorbereidingen niet strijdig zijn met de geneeskundige behandeling van betrokkene; c. uitstel van de voorbereidingen tot na het vaststellen van de dood niet mogelijk is; en d. artikel 20 zesde lid artikel 11 de procedure ter verstrekking van informatie, bedoeld in, nog niet heeft geleid tot bezwaar van de persoon of personen die op grond vanbevoegd zijn tot het geven van toestemming voor het verwijderen van organen tegen het treffen van de voorbereidingen. 3 tweede volzin van artikel 9, tweede lid Indien ten aanzien van een persoon in het donorregister geen registratie aanwezig is of gebruik is gemaakt van de in de, bedoelde mogelijkheid, kunnen na het het vaststellen van de dood, zolang de procedure ter verkrijging van de voor het verwijderen van organen ingevolge deze wet noodzakelijke toestemmingen nog niet heeft geleid tot weigering daarvan, de volgende maatregelen worden getroffen: – onderzoek noodzakelijk voor de voorbereiding van implantatie; – het in stand houden van de kunstmatige beademing; – het kunstmatig in stand houden van de bloedsomloop, en – andere maatregelen noodzakelijk om organen geschikt te houden voor implantatie. 2018 95 05-04-2018 27-03-2018 33506 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020 2019 405 13-11-2019 30-10-2019 35161 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Het bestuur van een ziekenhuis draagt zorg voor vaststelling van een protocol met betrekking tot ter beschikking stelling van organen ten behoeve van implantatie en ziet toe op de naleving daarvan. 2 artikelen 18, eerste lid 20 In het protocol worden de functionarissen aangewezen die binnen het ziekenhuis zijn belast met de uitvoering van de in de, engenoemde taken en worden regels gesteld omtrent: a. de wijze waarop wordt nagegaan of een overledene in aanmerking komt als donor; b. de wijze waarop: 1°. artikel 20, eerste lid overeenkomstig, het donorregister wordt geraadpleegd; 2°. artikel 20, tweede lid de personen, bedoeld in, worden geïnformeerd; 3°. artikel 20, vijfde lid wordt omgegaan met de informatie van nabestaanden, bedoeld in; 4°. artikel 20, zesde lid de personen, bedoeld in, om toestemming wordt gevraagd; dan wel 5°. 20, zevende lid de personen, bedoeld in, op de hoogte worden gesteld; c. de procedure die wordt gevolgd bij de melding van een orgaan bij een orgaancentrum; d. artikel 20, zesde en zevende lid de wijze waarop aan de personen, bedoeld in, nazorg wordt verleend; e. de voorlichting in het ziekenhuis over de in het protocol gestelde regels. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inhoud van het in het eerste lid bedoelde protocol en kan worden bepaald dat dit artikel geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is op bepaalde categorieën ziekenhuizen. 4 artikel 15, eerste lid Indien in een ziekenhuis de mogelijkheid bestaat tot het vaststellen van de hersendood, bevat het protocol tevens de daarvoor geldende methoden en criteria en de daarbij te volgen procedures en onderzoeken zoals vastgesteld op grond van. 5 De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2018 95 05-04-2018 27-03-2018 33506 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020 2019 405 13-11-2019 30-10-2019 35161 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Het bemiddelen bij het verkrijgen, bij het typeren en bij het vervoeren van organen van donoren, alsmede het toewijzen van die organen aan een daarvoor geschikte ontvanger mag slechts geschieden door een orgaancentrum, dat daartoe een vergunning van Onze minister behoeft. 2 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 22 van die wet Op de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak door een orgaancentrum waaraan daartoe een vergunning is verleend, is devan toepassing, met uitzondering van, voor zover het besluiten betreft met betrekking tot het toewijzen van organen. 2011 204 06-05-2011 31-03-2011 31950 2011 249 27-05-2011 27-04-2011 01-07-2011
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal Een vergunning kan uitsluitend worden verleend aan een rechtspersoon wiens werkzaamheid niet is gericht op het behalen van winst en die geen weefselinstelling als bedoeld inis. 2 artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal Een vergunning wordt geweigerd, indien niet wordt of naar redelijke verwachting niet zal worden voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze wet, een doelmatige voorziening in de behoefte aan organen niet is gebaat bij verlening van de vergunning, dan wel een doelmatige samenwerking met andere orgaancentra en met orgaanbanken als bedoeld inniet is verzekerd. 2007 58 15-02-2007 21-12-2006 30338 2007 130 12-04-2007 28-03-2007 01-06-2007
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden met betrekking tot: a. de deskundigheid van het personeel; b. de samenstelling van het bestuur; c. de inschrijving van mogelijke ontvangers van organen; d. de openbaarmaking van de normen voor inschrijving van mogelijke ontvangers en voor toewijzing van organen aan een ontvanger; e. de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van donoren en ontvangers van organen; f. de uitrusting en bereikbaarheid van het orgaancentrum; g. de verslaglegging over de werkzaamheden. 2 Een beperking of voorschrift kan worden gewijzigd of ingetrokken. Ook na het verlenen van de vergunning kunnen daaraan beperkingen worden gesteld of voorschriften worden verbonden. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-09-1998
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal Een vergunning kan worden ingetrokken indien niet meer wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of deof de aan de vergunning verbonden voorschriften dan wel indien in strijd is gehandeld met een beperking waaronder de vergunning is verleend. 2003 90 04-03-2003 06-02-2003 27844 2004 318 06-07-2004 21-06-2004 01-07-2004 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2003 90 04-03-2003 06-02-2003 27844 2004 318 06-07-2004 21-06-2004 01-07-2004 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2003 90 04-03-2003 06-02-2003 27844 2004 318 06-07-2004 21-06-2004 01-07-2004 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2003 90 04-03-2003 06-02-2003 27844 2004 318 06-07-2004 21-06-2004 01-07-2004 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2003 90 04-03-2003 06-02-2003 27844 2004 318 06-07-2004 21-06-2004 01-07-2004 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 31a — Artikel 31a#
Artikel 31a Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 31b — Artikel 31b#
Artikel 31b Vervallen 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 de artikelen 8 21 Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft degene die opzettelijk in strijd handelt met het bepaalde inen. 2 Met dezelfde straf wordt gestraft: a. artikel 2 artikel 7 degene die opzettelijk teweegbrengt of bevordert dat een ander aan een derde toestemming verleent voor het bij leven verwijderen van een orgaan waarvoor een vergoeding wordt betaald die meer bedraagt dan de kosten, bedoeld in, dan wel dat een ander in strijd handelt met; b. artikel 2 a degene die openlijk hetzij voor het ontvangen van een orgaan een vergoeding aanbiedt die meer bedraagt dan de kosten, bedoeld in, hetzij zich tegen een dergelijke vergoeding als donor aanbiedt hetzij diensten aanbiedt bestaande uit gedragingen, strafbaar gesteld in onderdeel; c. degene die de behoefte aan, of de beschikbaarheid van organen onder de aandacht brengt met het oogmerk financiële of vergelijkbare voordelen aan te bieden of te behalen; d. degene die opzettelijk teweegbrengt of bevordert dat bestanddelen van een persoon of van een stoffelijk overschot, bij wie onderscheidenlijk waarbij de hersenen geheel of nagenoeg geheel ontbreken, worden gebruikt met het oogmerk om in of aan het lichaam van een ander ten behoeve van diens geneeskundige behandeling te worden in- of aangebracht. 3 artikelen 22 24 Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft degene die handelt in strijd met het bepaalde in deen. 4 De in het eerste tot en met derde lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven. 2012 98 15-03-2012 25-02-2012 33063 2012 98 15-03-2012 25-02-2012 33063 27-08-2012
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 hoofdstukken 2 3 Onze Minister draagt zorg voor de informatievoorziening over het ter beschikking stellen van organen als bedoeld in deen. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de informatievoorziening, bedoeld in het eerste lid. 3 De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2018 95 05-04-2018 27-03-2018 33506 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020 2019 405 13-11-2019 30-10-2019 35161 2020 153 27-05-2020 15-05-2020 01-07-2020
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2006 644 19-12-2006 30-11-2006 30831 2006 701 22-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 2 Onze minister zendt binnen drie jaar en vervolgens na vijf jaar en na zeven jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-09-1998
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet op de orgaandonatie. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-02-1998