Wet van 14 februari 1998, houdende regeling van de samenstelling en de werkzaamheden van de Staatscommissie tot voorbereiding van de te nemen maatregelen ter bevordering van de codificatie van het internationaal privaatrecht, ingesteld bij koninklijk besluit van 20 februari 1897, Stcrt. 1897, nr. 46 (Wet op de Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht)
- BWB-id
- BWBR0009388
- Type
- Wet
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1998-04-15
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009388
- ELI
- /eli/nl/wet/1998/wet-op-de-staatscommissie-voor-het-internationaal-privaatrec
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1998/wet-op-de-staatscommissie-voor-het-internationaal-privaatrec/1998-04-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009388&g=1998-04-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009388&z=2026-06-06&g=1998-04-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009388/1998-04-15
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1998/wet-op-de-staatscommissie-voor-het-internationaal-privaatrec
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De Staatscommissie tot voorbereiding van de te nemen maatregelen ter bevordering van de codificatie van het internationaal privaatrecht, ingesteld bij koninklijk besluit van 20 februari 1897, Stcrt. 1897, nr. 46, in deze wet verder te noemen de Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht, bestaat uit ten minste tien en ten hoogste twintig leden. 2 De leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Zij kunnen telkens voor een periode van ten hoogste vier jaar worden herbenoemd. Onder de leden worden de voorzitter en de ondervoorzitters in functie benoemd. 3 Kaderwet adviescolleges Op de Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht zijn de artikelen 10 en 11, tweede lid, tweede zin, van deniet van toepassing. 1998 208 14-04-1998 14-02-1998 25304 1998 208 14-04-1998 14-02-1998 25304 15-04-1998 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht verricht de werkzaamheden haar opgedragen in het Statuut van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, Trb. 1953, 80. 2 Zij adviseert de regering en de beide kamers der Staten-Generaal over de wetgeving inzake onderwerpen van internationaal privaatrecht. 1998 208 14-04-1998 14-02-1998 25304 1998 208 14-04-1998 14-02-1998 25304 15-04-1998 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 hoofdstukken 5 en 6 van de Kaderwet adviescolleges artikel 2, eerste lid Dezijn niet van toepassing met betrekking tot de werkzaamheden, bedoeld in. 1998 208 14-04-1998 14-02-1998 25304 1998 208 14-04-1998 14-02-1998 25304 15-04-1998 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 1, tweede lid, tweede zin De voorzitter, de ondervoorzitters en de leden, die op l januari 1997 in functie waren, kunnen met ingang van die datum voor de eerste maal worden herbenoemd. In afwijking van, kan deze herbenoeming geschieden voor een periode van ten hoogste zes jaar. 1998 208 14-04-1998 14-02-1998 25304 1998 208 14-04-1998 14-02-1998 25304 15-04-1998 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1997. 1998 208 14-04-1998 14-02-1998 25304 1998 208 14-04-1998 14-02-1998 25304 15-04-1998 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht. 1998 208 14-04-1998 14-02-1998 25304 1998 208 14-04-1998 14-02-1998 25304 15-04-1998 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.