Wet van 1 juli 1998 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en enkele andere onderwijswetten in verband met decentralisatie van de wachtgelduitgaven (Regeling decentralisatie wachtgelduitgaven bve)
- BWB-id
- BWBR0009749
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1998-08-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009749
- ELI
- /eli/nl/wet/1998/wijzigingswet-wet-educatie-en-beroepsonderwijs-regeling-dece
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1998/wijzigingswet-wet-educatie-en-beroepsonderwijs-regeling-dece/1998-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009749&g=1998-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009749&z=2026-06-06&g=1998-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009749/1998-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1998/wijzigingswet-wet-educatie-en-beroepsonderwijs-regeling-dece
Artikel I — ARTIKEL I WEB WIJZIGING#
ARTIKEL I WEB WIJZIGING Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs. 1998 431 21-07-1998 01-07-1998 25899 1998 432 21-07-1998 06-07-1998 01-08-1998
Artikel IA — ARTIKEL IA TIJDELIJKE MINISTERIËLE REGELING VERMINDERING RIJKSBIJDRAGE#
ARTIKEL IA TIJDELIJKE MINISTERIËLE REGELING VERMINDERING RIJKSBIJDRAGE 1 artikelen 2.2.1 2.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikelen 2.2.1, derde lid, onder i, respectievelijk vijfde lid 2.2.12 2.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs Tot het tijdstip waarop de algemene maatregelen van bestuur op grond van deenin werking treden, wordt binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, jaarlijks de toevoeging aan de rijksbijdrage en de vermindering van de rijksbijdrage in verband met de kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel als bedoeld in de,, envastgesteld bij ministeriële regeling. 2 Een in het eerste lid bedoelde ministeriële regeling wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De regeling treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die regeling geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend. 1998 431 21-07-1998 01-07-1998 25899 1998 432 21-07-1998 06-07-1998 01-08-1998
Artikel II — ARTIKEL II STOPZETTEN VERMINDERING RIJKSBIJDRAGEN OP GROND VAN DE TIJDELIJKE WET ARBEIDSBEMIDDELING ONDERWIJS IN HET PRIMAIR ONDERWIJS, HET VOORTGEZET ONDERWIJS EN HET BEROEPSONDERWIJS EN DE VOLWASSENENEDUCATIE#
ARTIKEL II STOPZETTEN VERMINDERING RIJKSBIJDRAGEN OP GROND VAN DE TIJDELIJKE WET ARBEIDSBEMIDDELING ONDERWIJS IN HET PRIMAIR ONDERWIJS, HET VOORTGEZET ONDERWIJS EN HET BEROEPSONDERWIJS EN DE VOLWASSENENEDUCATIE Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs artikel XII van de wet van 9 maart 1995, houdende wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de budgettering van ten laste van het Rijk komende werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden in het onderwijs, alsmede de instelling van een participatiefonds ten behoeve van de beheersing van de werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden (budgettering wachtgelden en instelling participatiefonds; Stb. 1995, 155) In afwijking van artikel 19 van dezoals luidend op 31 december 1995 en in afwijking vanheeft de toepassing van de artikelen uit eerstgenoemde wet inzake een vermindering van de rijksvergoeding betrekking op de periode tot 1 augustus 1998. 1998 431 21-07-1998 01-07-1998 25899 1998 432 21-07-1998 06-07-1998 01-08-1998
Artikel III — ARTIKEL III OVERGANGSBEPALING AANHANGIGE BEROEPEN#
ARTIKEL III OVERGANGSBEPALING AANHANGIGE BEROEPEN 1 artikel 4.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs Op geschillen die op grond van, zoals luidend op 31 juli 1998, op die datum in beroep aanhangig zijn of na die datum binnen de beroepstermijn aanhangig zijn gemaakt, blijven de op die datum geldende regelingen van toepassing. De eerste volzin is hangende het beroep van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid tot het intrekken en vervangen van beslissingen die tot de aldaar bedoelde geschillen hebben geleid. 2 artikel 1.3.1 artikel 1.3.4 artikel 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op geschillen ten aanzien van beslissingen van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ter zake van het vaststellen van rijksbijdragen voor zover verband houdend met de kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid, van instellingen als bedoeld in, van agrarische innovatie- en praktijkcentra als bedoeld inen van landelijke organen als bedoeld in. 1998 431 21-07-1998 01-07-1998 25899 1998 432 21-07-1998 06-07-1998 01-08-1998
Artikel IV — ARTIKEL IV OVERGANGSBEPALING VERSLAG PARTICIPATIEFONDS WACHTGELDEN#
ARTIKEL IV OVERGANGSBEPALING VERSLAG PARTICIPATIEFONDS WACHTGELDEN 1 artikel 4.4.3, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs De rechtspersoon, bedoeld in, zoals luidend op 31 juli 1998, dient voor 1 juli 1999 een verslag in als bedoeld in dat artikellid, met dien verstande dat de periode waarover verslag wordt uitgebracht, aanvangt op 1 januari 1998 en eindigt op 1 augustus 1998. 2 Artikel 4.4.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs , zoals luidend op 31 juli 1998, is van overeenkomstige toepassing op het in het eerste lid bedoelde verslag, met dien verstande dat verzending geschiedt voor 1 september 1999. 1998 431 21-07-1998 01-07-1998 25899 1998 432 21-07-1998 06-07-1998 01-08-1998
Artikel V — ARTIKEL V AFHANDELING LIGGENDE AANVRAGEN PARTICIPATIEFONDS WACHTGELDEN#
ARTIKEL V AFHANDELING LIGGENDE AANVRAGEN PARTICIPATIEFONDS WACHTGELDEN artikel 4.4.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs De rechtspersoon, bedoeld in, zoals luidend op 31 juli 1998: a. artikel 2.5.8, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs handelt aanvragen als bedoeld in, zoals luidend op 31 juli 1998, die betrekking hebben op ontslagen die uiterlijk op 31 juli 1998 worden geëffectueerd, af volgens de op 31 juli 1998 ter zake geldende regels; b. laat aanvragen als bedoeld in onderdeel a die voor 1 augustus 1998 zijn ingediend en betrekking hebben op ontslagen die na 31 juli 1998 worden geëffectueerd, buiten verdere behandeling. 1998 431 21-07-1998 01-07-1998 25899 1998 432 21-07-1998 06-07-1998 01-08-1998
Artikel VI — ARTIKEL VI BEPALING SALDO ONTVANGSTEN EN UITGAVEN PARTICIPATIEFONDS WACHTGELDEN; BEËINDIGING RIJKSVERGOEDING TEN BEHOEVE VAN BIJDRAGEN#
ARTIKEL VI BEPALING SALDO ONTVANGSTEN EN UITGAVEN PARTICIPATIEFONDS WACHTGELDEN; BEËINDIGING RIJKSVERGOEDING TEN BEHOEVE VAN BIJDRAGEN 1 artikel 4.4.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 4.4.2, tweede lid artikel 1.3.1 artikel 1.3.4 artikel 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs De rechtspersoon, bedoeld in, zoals luidend op 31 juli 1998, stelt per 1 augustus 1998 vast hoeveel hij in de periode 1 augustus 1995 tot 1 augustus 1998 aan bijdragen als bedoeld in, zoals luidend op 31 juli 1998, heeft ontvangen van instellingen als bedoeld in, van agrarische innovatie- en praktijkcentra als bedoeld in, en van landelijke organen als bedoeld in. Vervolgens stelt genoemde rechtspersoon vast hoeveel hij in de periode 1 augustus 1995 tot 1 augustus 1998 ten behoeve van gewezen personeel van een van de in de eerste volzin bedoelde onderwijsinstanties heeft vergoed aan de instantie die de werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid verstrekt. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een verschil tussen de in de eerste respectievelijk tweede volzin bedoelde inkomsten respectievelijk uitgaven wordt verrekend volgens bij deze regeling vast te stellen regels. 2 artikel 4.4.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs De in het eerste lid bedoelde onderwijsinstanties ontvangen na 1 augustus 1998 geen rijksvergoeding meer ten behoeve van de bijdragen die zij tot die datum op grond van, zoals luidend op 31 juli 1998, aan de rechtspersoon genoemd in het eerste lid moeten voldoen. 1998 431 21-07-1998 01-07-1998 25899 1998 432 21-07-1998 06-07-1998 01-08-1998
Artikel VII — ARTIKEL VII OVERGANGSBEPALING STOPZETTEN VERMINDERING RIJKSBIJDRAGEN#
ARTIKEL VII OVERGANGSBEPALING STOPZETTEN VERMINDERING RIJKSBIJDRAGEN 1 artikel 2.5.8, eerste en vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs De werkingsduur van beslissingen van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij tot vermindering van de rijksbijdrage op grond van, zoals luidend op 31 juli 1998, heeft betrekking op de periode tot 1 augustus 1998. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op beslissingen van de aldaar genoemde ministers tot vermindering van de rijksbijdrage op grond van: a. artikel 96o, eerste en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs voor zover het betreft het middelbaar beroepsonderwijs, het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en het vormingswerk voor jeugdigen, b. Wet op het cursorisch beroepsonderwijs de artikelen 3.49, eerste en derde lid, 3.66, eerste lid onder a en tweede lid, van de, en c. Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 artikel 61, tweede lid, van de, zoals luidend voor 1 januari 1996. 3 Wet op het voortgezet onderwijs Wet op het cursorisch beroepsonderwijs Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op beslissingen van de aldaar genoemde ministers over de periode van 1 april 1994 tot 1 augustus 1995 tot vermindering van de rijksbijdrage in verband met vermijdbare ontslagen aan scholen en instellingen bekostigd op grond van devoor zover het betreft het middelbaar beroepsonderwijs, het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs respectievelijk het vormingswerk voor jeugdigen, deen de, alle zoals luidend voor 1 augustus 1995. 1998 431 21-07-1998 01-07-1998 25899 1998 432 21-07-1998 06-07-1998 01-08-1998
Artikel VIII — ARTIKEL VIII INWERKINGTREDING#
ARTIKEL VIII INWERKINGTREDING 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2 artikelen II VII Het besluit, bedoeld in het eerste lid, kan, voor zover noodzakelijk, andere tijdstippen vaststellen dan genoemd in detot en met. 1998 431 21-07-1998 01-07-1998 25899 1998 432 21-07-1998 06-07-1998 01-08-1998