Wet van 26 november 1998, houdende regels over experimenten inzake zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefkwaliteit in stedelijk gebied (Experimentenwet Stad en Milieu)
- BWB-id
- BWBR0010041
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2005-07-01 t/m 2006-01-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010041
- ELI
- /eli/nl/wet/1999/experimentenwet-stad-en-milieu
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1999/experimentenwet-stad-en-milieu/2005-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010041&g=2005-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010041&z=2026-06-06&g=2005-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010041/2005-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1999/experimentenwet-stad-en-milieu
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; artikel 2 experimenteergebied: een gebied als bedoeld in; milieukwaliteitseis: bij of krachtens de wet vastgestelde eis ten aanzien van de kwaliteit van een onderdeel van het milieu; inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit; titel 10.2 van de Algemene wet bestuursrecht toezichthoudend bestuursorgaan: bestuursorgaan dat toezicht als bedoeld in, uitoefent op een ander bestuursorgaan. 2003 449 18-11-2003 22-10-2003 28744 2005 81 24-02-2005 08-02-2005 25-02-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Deze wet is van toepassing op de gebieden, vermeld in de bij deze wet behorende bijlage. 2 Onze Minister kan bij ministeriële regeling andere gebieden aanwijzen waarop deze wet van toepassing is. 3 Een krachtens het tweede lid vast te stellen ministeriële regeling treedt niet eerder in werking dan 8 weken na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. 1998 684 17-12-1998 26-11-1998 25848 1998 732 29-12-1998 15-12-1998 01-01-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De gemeenteraad kan ten aanzien van een experimenteergebied binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet in het belang van een zuinig en doelmatig ruimtegebruik en het bereiken van een optimale leefkwaliteit in het stedelijke gebied een besluit nemen tot afwijking van: a. milieukwaliteitseisen met betrekking tot bodem, geluid, lucht en externe veiligheid; b. Wet geluidhinder Wet milieubeheer Wet bodembescherming Wet op de Ruimtelijke Ordening Woningwet Wet op de stads- en dorpsvernieuwing procedurele bepalingen en bepalingen inzake bevoegdheden, gesteld bij of krachtens de, de, de, de, deen de. 2 Luchtvaartwet De in het eerste lid, onder a, bedoelde bevoegdheid geldt niet met betrekking tot milieukwaliteitseisen, gesteld bij of krachtens de. 3 De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geldt niet, voor zover door de afwijking strijd zou ontstaan met EG-richtlijnen. 1998 684 17-12-1998 26-11-1998 25848 1998 732 29-12-1998 15-12-1998 01-01-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3, eerste lid artikel 3, eerste lid De gemeenteraad maakt van de bevoegdheid bedoeld in, niet eerder gebruik dan nadat hij tot het oordeel is gekomen dat daarmee, vergeleken met de situatie waarbij de binnen de geldende regelgeving bestaande mogelijkheden optimaal worden benut, de belangen genoemd in de aanhef van, aanzienlijk beter gediend zijn. 1998 684 17-12-1998 26-11-1998 25848 1998 732 29-12-1998 15-12-1998 01-01-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3, eerste lid afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een besluit krachtens, isvan toepassing. Het ontwerp van het besluit wordt tevens toegezonden aan de inspecteur en de daarbij een belang hebbende andere bestuursorganen. Van het ontwerp wordt mededeling gedaan door kennisgeving in de Staatscourant. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. 2 De gemeenteraad stelt de inspecteur en gedeputeerde staten in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van het besluit. 3 De gemeenteraad stelt het terzake van de bepaling waarvan afwijking wordt overwogen bevoegde gezag in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van het besluit. Het bevoegd gezag betrekt bij de voorbereiding van zijn advies de bestuursorganen die ingevolge enig wettelijk voorschrift zijn aangewezen om hem terzake van advies te dienen. 4 Het derde lid vindt geen toepassing voor zover een orgaan van de gemeente als bevoegd gezag of adviseur is aangewezen. 5 Het besluit wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na de terinzagelegging van het ontwerp, genomen. De gemeenteraad kan deze termijn verlengen met een door hem te bepalen redelijke termijn. De motivering omvat de reden voor de verlenging. Van een besluit tot verlenging wordt, tegelijkertijd met de bekendmaking ervan, mededeling gedaan aan de inspecteur, de betrokken andere bestuursorganen en degenen die zienswijzen naar voren hebben gebracht over het ontwerp van het besluit. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 3, eerste lid Indien de gemeenteraad besluit tot afwijking van milieukwaliteitseisen, worden de daaruit voortvloeiende nadelige gevolgen zoveel mogelijk beperkt. Voor zover dit niet mogelijk is, worden de nadelige gevolgen gecompenseerd op een zodanige wijze dat daarmee de belangen genoemd in de aanhef van, gediend zijn. Compensatie geschiedt zoveel mogelijk binnen het betreffende onderdeel van de milieukwaliteit. De compensatie heeft zoveel mogelijk plaats binnen het experimenteergebied. 1998 684 17-12-1998 26-11-1998 25848 1998 732 29-12-1998 15-12-1998 01-01-1999
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 3, eerste lid In een besluit krachtens, worden aangegeven: a. het experimenteergebied waarop het besluit betrekking heeft; b. de bepalingen ten aanzien waarvan tot afwijking is besloten; c. de eisen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu, die gelden ter vervanging van de milieukwaliteitseisen waarvan wordt afgeweken; d. de procedures die worden gevolgd ter vervanging van die waarvan wordt afgeweken; e. de wijze waarop wordt voorzien in de bevoegdheden waarvan wordt afgeweken; f. de gevolgen die de uitvoering van het besluit met zich brengt voor de onderscheidene onderdelen en objecten binnen het experimenteergebied; g. de wijze waarop de nadelige gevolgen van afwijking van milieukwaliteitseisen worden beperkt en gecompenseerd; h. de termijnen waarvoor de afwijkingen gelden. 1998 684 17-12-1998 26-11-1998 25848 1998 732 29-12-1998 15-12-1998 01-01-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De motivering van het besluit bevat in ieder geval een beschrijving van: a. de visie van de gemeente op de gewenste leefkwaliteit van het experimenteergebied, mede in relatie tot het ruimtegebruik en de leefkwaliteit in het stedelijk gebied waarbinnen het experimenteergebied is gelegen; b. de wijze waarop getracht is binnen de geldende regelgeving het gewenste ruimtegebruik en de gewenste leefkwaliteit te realiseren; c. de van de geldende milieukwaliteitseisen, procedurele bepalingen of bepalingen inzake bevoegdheden ondervonden beperkingen alsmede een uiteenzetting over de meerwaarde die de afwijking daarvan met zich brengt met het oog op het bereiken van het gewenste ruimtegebruik en de gewenste leefkwaliteit; d. de effecten van het besluit op de volksgezondheid en het milieu en de overwegingen met betrekking tot het beperken en compenseren van de nadelige gevolgen van afwijking van milieukwaliteitseisen; e. de wijze waarop onderzoek zal worden gedaan naar de gevolgen van de uitvoering van het besluit; f. de wijze waarop bij de voorbereiding van het besluit ingezetenen, betrokken bestuursorganen en andere belanghebbenden zijn betrokken; g. de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen en de overwegingen van de gemeenteraad omtrent de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen; h. de overwegingen die hebben geleid tot de in het besluit aangegeven termijnen waarvoor de afwijkingen gelden, alsmede de maatregelen die zullen worden getroffen teneinde die termijnen niet te overschrijden. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 3, eerste lid Een krachtens, vastgesteld besluit behoeft de goedkeuring van Onze Minister. 2 De goedkeuring kan worden onthouden indien de aard van de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen daartoe naar het oordeel van Onze Minister aanleiding geeft. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Het niet tijdig bekendmaken van een besluit omtrent goedkeuring of een besluit tot verdaging van de beslissing omtrent goedkeuring heeft niet tot gevolg dat een besluit tot goedkeuring geacht wordt te zijn genomen. 1998 684 17-12-1998 26-11-1998 25848 1998 732 29-12-1998 15-12-1998 01-01-1999
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 3, eerste lid Burgemeester en wethouders maken een krachtens, genomen besluit bekend, zodra het is goedgekeurd. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan door kennisgeving in de Staatscourant. Bij de bekendmaking en de mededeling wordt door burgemeester en wethouders tevens mededeling gedaan van het goedkeuringsbesluit. 2 Van de onthouding van goedkeuring wordt door burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk mededeling gedaan door kennisgeving in de Staatscourant. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 3, eerste lid artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht Tegen een besluit krachtens, kan een belanghebbende, in afwijking van, beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 2 hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3, eerste lid Voor de mogelijkheid van beroep ingevolgeworden de goedkeuring en het besluit krachtens, als één besluit aangemerkt. 3 Tegen een besluit tot onthouding van goedkeuring kan uitsluitend de gemeenteraad beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 4 artikel 3, eerste lid Beroep tegen besluiten ter uitvoering van een besluit als bedoeld in, is slechts mogelijk, voor zover het beroep niet is gericht tegen de inhoud van het laatstbedoelde besluit. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 3, eerste lid artikel 3, eerste lid De bestuursorganen die met de uitvoering en handhaving van de in, bedoelde bepalingen zijn belast en de toezichthoudende bestuursorganen nemen bij de uitoefening van hun taak ten aanzien van de experimenteergebieden het daarop betrekking hebbende besluit krachtens, in acht. 1998 684 17-12-1998 26-11-1998 25848 1998 732 29-12-1998 15-12-1998 01-01-1999
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 3, eerste lid Burgemeester en wethouders zenden Onze Minister gedurende een periode van vijf jaar jaarlijks een verslag van de voortgang en de bevindingen met betrekking tot de uitvoering van een besluit krachtens. Het eerste verslag wordt toegezonden een jaar nadat Onze Minister het besluit heeft goedgekeurd. 2 Onze Minister zendt binnen twee jaar en binnen zes jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. In het verslag binnen zes jaar na inwerkingtreding van deze wet worden in ieder geval de werkingsduur van deze wet en de gevolgen daarvan in beschouwing genomen. 3 Indien Onze Minister zulks nodig acht, zetten burgemeester en wethouders ook na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn van vijf jaar, de verslaglegging gedurende een door Onze Minister te bepalen termijn voort. 1998 684 17-12-1998 26-11-1998 25848 1998 732 29-12-1998 15-12-1998 01-01-1999
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 3, eerste lid De gemeenteraad kan een besluit krachtens, ook na afloop van de in de aanhef van dat artikellid bedoelde termijn, in die zin wijzigen dat de daarin opgenomen afwijkingen geheel of gedeeltelijk komen te vervallen. 2 artikelen 5 9 10 11 12 Met betrekking tot een wijzigingsbesluit als bedoeld in het eerste lid, zijn de,,,envan overeenkomstige toepassing. 3 artikel 3, eerste lid Indien de uitvoering van een besluit krachtens, onvoorziene en ontoelaatbare effecten blijkt te hebben op de volksgezondheid of het milieu, neemt de gemeenteraad de noodzakelijke maatregelen teneinde deze effecten tot een verantwoord niveau terug te brengen. Met betrekking tot de besluitvorming ten aanzien van deze maatregelen zijn de in het tweede lid genoemde artikelen van overeenkomstige toepassing. 1998 684 17-12-1998 26-11-1998 25848 1998 732 29-12-1998 15-12-1998 01-01-1999
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van deze wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur. 1998 684 17-12-1998 26-11-1998 25848 1998 732 29-12-1998 15-12-1998 01-01-1999
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1998 684 17-12-1998 26-11-1998 25848 1998 732 29-12-1998 15-12-1998 01-01-1999
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze wet wordt aangehaald als: Experimentenwet Stad en Milieu. 1998 684 17-12-1998 26-11-1998 25848 1998 732 29-12-1998 15-12-1998 01-01-1999
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid