Wet van 24 december 1998, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking (Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken)
- BWB-id
- BWBR0010178
- Type
- Wet
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010178
- ELI
- /eli/nl/wet/1999/kaderwet-subsidies-ministerie-van-buitenlandse-zaken
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1999/kaderwet-subsidies-ministerie-van-buitenlandse-zaken/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010178&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010178&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010178/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1999/kaderwet-subsidies-ministerie-van-buitenlandse-zaken
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder «Onze Minister»: Onze Minister van Buitenlandse Zaken of Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. 2013 482 05-12-2013 11-11-2013 33656 2013 483 05-12-2013 25-11-2013 01-01-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Onze Minister kan subsidies verstrekken voor activiteiten welke passen in het beleid ten aanzien van: a. het bevorderen van de internationale rechtsorde; b. het bevorderen van vrede en veiligheid; c. het behartigen van politieke belangen in het buitenland; d. het bevorderen van ontwikkelings- en transitieprocessen in andere landen; e. het behartigen van sociale, culturele en economische belangen in het buitenland; f. het voorlichten op het terrein van het buitenlands beleid en het bevorderen van mondiale bewustwording in Nederland; g. het bevorderen van onderzoek en advisering ter ondersteuning van het buitenlands beleid; h. het lenigen van menselijke noden ten gevolge van crises; i. het bevorderen van de internationale economische betrekkingen en j. het bevorderen van het welzijn van het personeel van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. 2013 482 05-12-2013 11-11-2013 33656 2013 483 05-12-2013 25-11-2013 01-01-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling worden de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt nader bepaald en worden nadere regels voor die verstrekking vastgesteld. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden vastgesteld met betrekking tot: a. de vaststelling van een subsidieplafond; b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald; c. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover; d. de bevoegdheid om besluiten te nemen over subsidieverlening; e. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend; f. de verplichtingen voor de subsidieontvanger, waaronder de rapportage over toepassing van de subsidie; g. de vaststelling van de subsidie; h. de betaling van de subsidie en de eventuele verlening van voorschotten; i. de rapportage over de doeltreffendheid en de effecten van de verstrekte subsidies in de praktijk en j. overige onderwerpen die betrekking hebben op de uitvoering van deze wet. 3 In aanvulling op het bepaalde krachtens het eerste en tweede lid kan de verstrekking van subsidie afhankelijk worden gesteld van het voldoen aan beoordelingsmaatstaven, niet strekkende tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, met betrekking tot: a. het beloningsbeleid van de subsidieaanvrager, b. het integriteitsbeleid van de subsidieaanvrager, c. de naleving van algemeen gangbare normen van maatschappelijk verantwoord ondernemen door de subsidieaanvrager, d. de naleving van internationaal aanvaarde humanitaire principes door de subsidieaanvrager, e. de positie van vrouwen, f. de gevolgen voor het milieu, g. de gevolgen voor internationaal erkende burger-, politieke, economische, sociale en culturele rechten van mensen en h. overige uit oogpunt van algemeen belang bij algemene maatregel van bestuur geregelde beoordelingsmaatstaven. 4 Aan de subsidie kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot de bij of krachtens deze wet geregelde beoordelingsmaatstaven. 2019 48 15-02-2019 23-01-2019 35009 2019 48 15-02-2019 23-01-2019 35009 16-02-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Deze wet is niet van toepassing op subsidies waarvan de verstrekking bij afzonderlijke wet is geregeld. 2 afdeling 3.3 tot en met 3.7 hoofdstukken 4 5 6 7 8 10 van de Algemene wet bestuursrecht Deze wet enen de,,,,enzijn niet van toepassing op de verstrekking van financiële middelen aan natuurlijke personen en rechtspersonen buiten de Europese Unie door een Nederlandse vertegenwoordiging buiten de Europese Unie namens Onze Minister. 2013 482 05-12-2013 11-11-2013 33656 2013 483 05-12-2013 25-11-2013 01-01-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een aanvraag voor een subsidie kan worden afgewezen en een beschikking inhoudende de verstrekking van een subsidie kan door Onze Minister worden ingetrokken of gewijzigd voor zover subsidieverstrekking in strijd zou zijn met volkenrechtelijke verplichtingen rustend op de staat. 2 Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is. 3 Onze Minister kan in een beschikking tot subsidieverlening bepalen dat het instellen van bezwaar en beroep tegen een verleende subsidie schorsende werking heeft. 2019 48 15-02-2019 23-01-2019 35009 2019 48 15-02-2019 23-01-2019 35009 16-02-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen. 2 artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in deen. 3 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 3 artikel 3, eerste lid artikel 2, eerste lid, onder e, van de Kaderwet EZ-subsidies De op grond vanin samenhang met, zoals deze luidde voor inwerkingtreding van de wet van 11 november 2013 tot wijziging van de Kaderwet EZ-subsidies (aanpassing aan de samenvoeging van de voormalige ministeries van Economische Zaken en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) (Stb. 2013, 482), vastgestelde ministeriële regelingen, berusten op, van deze wet. 2 Kaderwet EZ-subsidies artikel 2, eerste lid, onder e, van die wet artikel 3 Het bij of krachtens debepaalde blijft van toepassing op subsidies die zijn verstrekt krachtensin samenhang met, zoals deze luidde voor inwerkingtreding van de wet van 11 november 2013 tot wijziging van de Kaderwet EZ-subsidies (aanpassing aan de samenvoeging van de voormalige ministeries van Economische Zaken en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) (Stb. 2013, 482). 2013 482 05-12-2013 11-11-2013 33656 2013 483 05-12-2013 25-11-2013 01-01-2014
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1998 739 30-12-1998 24-12-1998 26135 1998 740 30-12-1998 24-12-1998 01-01-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken. 1998 739 30-12-1998 24-12-1998 26135 1998 740 30-12-1998 24-12-1998 01-01-1999