Wet van 10 december 1998 tot wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek inzake de ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen (ondersteuning onderwijs aan zieke leerlingen)
- BWB-id
- BWBR0010086
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1999-08-01 t/m 2020-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010086
- ELI
- /eli/nl/wet/1999/wijzigingswet-wet-op-de-expertisecentra-wet-op-het-primair-o
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1999/wijzigingswet-wet-op-de-expertisecentra-wet-op-het-primair-o/1999-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010086&g=1999-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010086&z=2026-06-06&g=1999-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010086/1999-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1999/wijzigingswet-wet-op-de-expertisecentra-wet-op-het-primair-o
Artikel I — ARTIKEL I WEC WIJZIGING VAN DE#
ARTIKEL I WEC WIJZIGING VAN DE Wijzigt de Wet op de expertisecentra. 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 01-08-1999
Artikel II — ARTIKEL II WPO WIJZIGING VAN DE#
ARTIKEL II WPO WIJZIGING VAN DE Wijzigt de Wet op het primair onderwijs. 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 01-08-1999
Artikel III — ARTIKEL III WVO WIJZIGING VAN DE#
ARTIKEL III WVO WIJZIGING VAN DE Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs. 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 01-08-1999
Artikel IV — ARTIKEL IV WEB WIJZIGING VAN DE#
ARTIKEL IV WEB WIJZIGING VAN DE Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs. 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 01-08-1999
Artikel V — ARTIKEL V WHW WIJZIGING VAN DE#
ARTIKEL V WHW WIJZIGING VAN DE Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 01-08-1999
Artikel VI — ARTIKEL VI BEËINDIGING BEKOSTIGING ZIEKENHUISSCHOLEN#
ARTIKEL VI BEËINDIGING BEKOSTIGING ZIEKENHUISSCHOLEN 1 Met ingang van 1 augustus 1999 eindigt de bekostiging van de «Dokter Frankschool» te Santpoort Zuid, de «ziekenhuisschool Rotterdam en omstreken» te Rotterdam, de «ziekenhuisschool Zuid Holland West» te Leiden, de «school voor zieke kinderen» te Groningen, de «ziekenhuisschool Drenthe» te Emmen, de «ziekenhuisschool Friesland» te Leeuwarden, de «ziekenhuisschool Utrecht» te Utrecht, de «ziekenhuisschool Oost Nederland» te Hengelo, de« Radboudschool voor zieke kinderen» te Nijmegen en de «Rooms Katholieke ziekenhuisschool Limburg» te Sittard en worden de «openbare school voor kinderen die zijn opgenomen in het ziekenhuis» te Alkmaar en de «ziekenhuisschool Amsterdam genoemd A.D. Holterman» te Amsterdam opgeheven. 2 Artikel 150 van de Wet op de expertisecentra is van overeenkomstige toepassing. 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 01-08-1999
Artikel VII — ARTIKEL VII PERSONEEL#
ARTIKEL VII PERSONEEL 1 artikel 179 van de Wet op het primair onderwijs artikel 165 van de Wet op de expertisecentra artikel 280 van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel IX artikel VI Indien een schoolbegeleidingsdienst, bedoeld in,en, uitgaat van de gemeente ontvangt de gemeente de specifieke uitkering, bedoeld invan deze wet uitsluitend indien de gemeente op de aan deze specifieke uitkering gerelateerde formatieplaatsen personeel benoemt, dat op 31 juli 1999 was benoemd aan een of meer van de scholen genoemd in, tenzij de schoolbegeleidingsdienst aantoont dat met betrekking tot een formatieplaats geen lid van dat personeel beschikbaar was dat de formatieplaats aanvaardde. 2 artikel IX artikel VI Indien een schoolbegeleidingsdienst uitgaat van een andere rechtspersoon dan de gemeente ontvangt de gemeente de specifieke uitkering bedoeld invan deze wet uitsluitend indien de gemeente de uitkering aan die andere rechtspersoon toekent onder de voorwaarde dat die rechtspersoon op de aan deze specifieke uitkering gerelateerde formatieplaatsen personeel benoemt, dat op 31 juli 1999 was benoemd aan een of meer van de scholen genoemd in, tenzij die rechtspersoon aantoont dat met betrekking tot een formatieplaats geen lid van dat personeel beschikbaar was dat de formatieplaats aanvaardde. 3 artikel VI De in het eerste en tweede lid bedoelde benoemingsverplichting geldt voor de betrekkingsomvang die voor de desbetreffende personeelsleden gold aan de scholen genoemd in. 4 Tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum blijven voor het personeel, bedoeld in het eerste en tweede lid, in de nieuwe functie de regelingen met betrekking tot de rechtspositie zoals die op 31 juli 1999 voor dat personeel golden van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de bepalingen die zien op de inhoud van de functie die zij op die datum bekleedden, met dien verstande dat die overeenkomstige toepassing in elk geval eindigt op de datum waarop door de schoolbegeleidingsdienst en de daarvoor in aanmerking komende personeelsorganisaties anders is overeengekomen. In de nieuwe functie geldt een carrièrepatroon en een maximumsalaris dat ten minste gelijk is aan het carrièrepatroon en het maximumsalaris dat behoorde bij de functie die het personeelslid op 31 juli 1999 bekleedde aan de in het derde lid bedoelde school. 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 01-08-1999
Artikel VIII — ARTIKEL VIII VASTSTELLING EN AFREKENING VERGOEDINGEN EN GESCHILLEN#
ARTIKEL VIII VASTSTELLING EN AFREKENING VERGOEDINGEN EN GESCHILLEN 1 artikel VI Wet op de expertisecentra Wet op de expertisecentra De vaststelling en afrekening van de vergoedingen voor de periode voorafgaand aan 1 januari 1999 ten behoeve van een school genoemd ingeschieden overeenkomstig deen de ter uitvoering daarvan vastgestelde voorschriften zoals die golden voor het jaar waarop de afrekening betrekking heeft. De vaststelling en afrekening van de vergoedingen voor de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 juli 1999 van de scholen, bedoeld in de vorige volzin, geschieden overeenkomstig deen de ter uitvoering daarvan vastgestelde voorschriften zoals die luidden op 31 juli 1999. 2 Wet op de expertisecentra artikel VI Deen de ter uitvoering daarvan vastgestelde voorschriften en overgangsregelingen zoals die luidden op 31 juli 1999, blijven van toepassing op geschillen met betrekking tot hun toepassing die op 31 juli 1999 aanhangig waren of na die datum binnen de beroepstermijn aanhangig zijn gemaakt met betrekking tot een school genoemd in. 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 01-08-1999
Artikel IX — ARTIKEL IX SPECIFIEKE UITKERING IN VERBAND MET ONDERSTEUNING ONDERWIJS AAN ZIEKE LEERLINGEN#
ARTIKEL IX SPECIFIEKE UITKERING IN VERBAND MET ONDERSTEUNING ONDERWIJS AAN ZIEKE LEERLINGEN 1 artikel VII artikelen 9a van de Wet op het primair onderwijs 18a van de Wet op de expertisecentra 18 138a van de Wet op het voortgezet onderwijs 7.1.4. van de Wet educatie en beroepsonderwijs Onverminderdwordt voor de periode van 1 augustus 1999 tot 1 augustus 2003 uit 's Rijks kas jaarlijks een specifieke uitkering verstrekt aan de gemeente ter tegemoetkoming in de kosten van ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen als bedoeld in de,,enen. 2 Wet op het basisonderwijs Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs Wet op het voortgezet onderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs De hoogte van de specifieke uitkering voor de gemeente wordt bepaald op basis van het totale aantal leerlingen dat op 1 oktober 1996 op de scholen, bedoeld in de, de scholen en instellingen, bedoeld in deen de scholen, bedoeld in destond ingeschreven vermeerderd met het aantal leerlingen dat op 1 oktober 1996 op de beroepsopleiding van een instelling bedoeld in destond ingeschreven en bij de start van die opleiding leerplichtig was, in elke gemeente en een bedrag per leerling. Indien het aantal leerlingen in een gemeente na 1 oktober 1996 is veranderd of verandert als gevolg van een wijziging van de grenzen van de desbetreffende gemeente kan Onze minister met het oog op de berekening in de vorige volzin het aantal leerlingen in overeenstemming brengen met het aantal leerlingen bij de aanvang van het kalenderjaar na dat waarin de grenzen zijn gewijzigd. Indien het aantal leerlingen in een gemeente, anders dan door een wijziging van de grenzen van die gemeente, op 1 oktober van een van de jaren 1997, 1998, 1999 of 2000 toeneemt met een aantal dat uitkomt boven een door Onze Minister vast te stellen percentage van het totale aantal leerlingen per 1 oktober 1996, wordt het aantal leerlingen boven dat percentage voor het desbetreffende jaar meegeteld als leerling bedoeld in de eerste volzin. 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 01-08-1999
Artikel X — ARTIKEL X CONTROLE EN TERUGVORDERING#
ARTIKEL X CONTROLE EN TERUGVORDERING 1 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Binnen tien maanden na afloop van het kalenderjaar waarover de specifieke uitkering is toegekend, legt het gemeentebestuur een verklaring van een accountant als bedoeld inover aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, waaruit blijkt in hoeverre de toegekende uitkering is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze wet. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens met betrekking tot de schoolbegeleidingsdienst voldoende blijken uit de vastgestelde rekening van de gemeente, kan worden volstaan met de toezending aan Onze Minister van de rekening, voorzien van een verklaring als bedoeld in het eerste lid. 3 Voor zover niet uit de verklaring, bedoeld in het eerste lid, of uit de rekening, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de uitkering is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze wet, vordert Onze Minister het desbetreffende bedrag terug. 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 01-08-1999
Artikel XI — ARTIKEL XI INFORMATIE#
ARTIKEL XI INFORMATIE artikel 1.4, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Het instellingsbestuur van een academisch ziekenhuis informeert Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen binnen 6 maanden na de datum van de inwerkingtreding van deze wet over de wijze waarop invulling is gegeven aan de taak bedoeld in. 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 01-08-1999
Artikel XII — ARTIKEL XII AFSTEMMING MET HET VOORSTEL VAN WET, HOUDENDE HERSTEL VAN WETSTECHNISCHE GEBREKEN EN LEEMTEN IN DIVERSE WETTEN ALSMEDE INTREKKING VAN ENKELE WETTEN DIE GEEN BETEKENIS MEER HEBBEN (REPARATIEWET I)#
ARTIKEL XII AFSTEMMING MET HET VOORSTEL VAN WET, HOUDENDE HERSTEL VAN WETSTECHNISCHE GEBREKEN EN LEEMTEN IN DIVERSE WETTEN ALSMEDE INTREKKING VAN ENKELE WETTEN DIE GEEN BETEKENIS MEER HEBBEN (REPARATIEWET I) Wijzigt deze wet. 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 01-08-1999
Artikel XIII — ARTIKEL XIII INWERKINGTREDING#
ARTIKEL XIII INWERKINGTREDING Deze wet treedt in werking met ingang van 1 augustus 1999. 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 1998 733 29-12-1998 10-12-1998 25871 01-08-1999