Wet van 6 juli 2000, houdende voorschriften ten behoeve van de instroom van leraren in het primair en voortgezet onderwijs (Interimwet zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs)
- BWB-id
- BWBR0011469
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2004-09-01 t/m 2006-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011469
- ELI
- /eli/nl/wet/2000/interimwet-zij-instroom-leraren-primair-en-voortgezet-onderw
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2000/interimwet-zij-instroom-leraren-primair-en-voortgezet-onderw/2004-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011469&g=2004-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011469&z=2026-06-06&g=2004-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011469/2004-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2000/interimwet-zij-instroom-leraren-primair-en-voortgezet-onderw
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze wet en de daarop berustende regelingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voorzover het betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. school: 1°. Wet op het primair onderwijs een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de; 2°. Wet op de expertisecentra een school voor speciaal onderwijs, een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de; 3°. Wet op het voortgezet onderwijs een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de; c. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een school; d. artikel 29, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 29, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra directeur: de directeur, bedoeld inof; e. artikel 1.1, onder g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek instelling voor hoger onderwijs: een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in, die een lerarenopleiding verzorgt; f. artikel 1.1, onderdeel j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikelen 9.2, tweede lid 10.9, tweede lid 11.1, tweede lid, van die wet instellingsbestuur: het instellingsbestuur, bedoeld in, met dien verstande dat voorzover het openbare instellingen voor hoger onderwijs betreft, de,, envan overeenkomstige toepassing zijn; g. artikel 3, eerste lid geschiktheidsverklaring: de in, bedoelde verklaring; h. artikel 4, eerste lid geschiktheidsonderzoek: het in, bedoelde onderzoek; i. artikel 6 bekwaamheidsonderzoek: het inbedoelde onderzoek. 2004 17 27-01-2004 17-12-2003 29046 2004 45 12-02-2004 29-01-2004 13-02-2004
Artikel 2 — Artikel 2 Zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs#
Artikel 2 Zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs 1 artikelen 3 32 186 van de Wet op het primair onderwijs artikelen 3 32 171 van de Wet op de expertisecentra artikelen 33 tot en met 37f van de Wet op het voortgezet onderwijs In afwijking van de,en, de,enen de, kan onderwijs worden gegeven door, en kan het bevoegd gezag van een school tot leraar of directeur benoemen of zonder benoeming tewerkstellen degene die: a. Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens voldoet aan het bij of krachtens die artikelen bepaalde ten aanzien van het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de, b. in het bezit is van een geschiktheidsverklaring, en c. niet krachtens rechterlijke uitspraak van het geven van onderwijs is uitgesloten. 2 Benoeming of tewerkstelling zonder benoeming ingevolge het eerste lid geschiedt voor een periode van ten hoogste twee aaneengesloten schooljaren. De inspectie van het onderwijs kan op aanvraag van het bevoegd gezag toestaan dat het bevoegd gezag de benoemingsperiode of tewerkstellingsperiode met ten hoogste de helft verlengt indien bijzondere omstandigheden daartoe naar zijn oordeel aanleiding geven. Het bevoegd gezag dat betrokkene voor de eerste maal na afgifte van de geschiktheidsverklaring benoemt, tekent het feit en de datum van benoeming aan op die verklaring. 2004 315 08-07-2004 30-06-2004 28886 2004 390 19-08-2004 03-08-2004 01-09-2004
Artikel 3 — Artikel 3 Geschiktheidsverklaring#
Artikel 3 Geschiktheidsverklaring 1 Aan degene die blijkens een geschiktheidsonderzoek voldoende geschikt wordt geacht voor het beroep van leraar en in staat moet worden geacht binnen twee jaar na benoeming of tewerkstelling zonder benoeming tot leraar met goed gevolg deel te nemen aan het bekwaamheidsonderzoek, wordt een geschiktheidsverklaring afgegeven door het instellingsbestuur onder verantwoordelijkheid waarvan het geschiktheidsonderzoek wordt uitgevoerd. 2 Bij ministeriële regeling wordt een model voor de geschiktheidsverklaring vastgesteld. 2003 187 13-05-2003 03-04-2003 28643 2003 263 30-06-2003 05-06-2003 01-07-2003 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist: 'benoeming'
wordt slechts één keer genoemd.
Artikel 4 — Artikel 4 Geschiktheidsonderzoek#
Artikel 4 Geschiktheidsonderzoek 1 Het geschiktheidsonderzoek wordt op aanvraag van het bevoegd gezag dat voornemens is betrokkene te benoemen of tewerk te stellen, of op aanvraag van betrokkene zelf, uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een instellingsbestuur. Het instellingsbestuur betrekt bij het geschiktheidsonderzoek het bevoegd gezag dat voornemens is betrokkene te benoemen of tewerk te stellen, of indien de aanvraag wordt ingediend door betrokkene zelf, een daartoe in overeenstemming met deze laatste uitgenodigd bevoegd gezag. 2 Het geschiktheidsonderzoek omvat: a. de beoordeling of de gevolgde opleiding en de maatschappelijke of beroepservaring van betrokkene, in onderlinge samenhang bezien, van voldoende belang zijn in verhouding tot de door deze beoogde werkzaamheden aan een school, en indien dat het geval is b. het onderzoek naar de geschiktheid van betrokkene voor die werkzaamheden, waartoe in ieder geval wordt gerekend de beoordeling of betrokkene in de feitelijke klassituatie tot verantwoord lesgeven in staat is, alsmede c. de beoordeling, welke scholing en begeleiding voor betrokkene noodzakelijk moeten worden geacht om met goed gevolg deel te kunnen nemen aan het bekwaamheidsonderzoek. 3 Uit de aanvraag voor het geschiktheidsonderzoek blijkt dat betrokkene in het bezit is van: a. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's een getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs of in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in de, dan wel van een EG-verklaring als bedoeld in de, b. artikel 7.2.2, eerste lid, onder d respectievelijk e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 7.2.2, eerste lid, onder c, van die wet artikel 7.24, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Wet op het voortgezet onderwijs Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen een diploma van een middenkaderopleiding of van een specialistenopleiding als bedoeld in, of van een vakopleiding als bedoeld in, aangewezen op grond van, voorzover betrokkene voornemens is onderwijs te geven in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen beroepsgerichte vakken als bedoeld in de, dan wel van een EG-verklaring als bedoeld in devoor overeenkomstig onderwijs, of c. een buitenlands getuigschrift dat naar het oordeel van het instellingsbestuur gelijkwaardig is aan een onder a of b bedoeld getuigschrift of diploma. 4 artikel 6 Het in het tweede lid, onder b, bedoelde onderzoek is erop gericht, vast te stellen of betrokkene in voldoende mate beschikt over kennis, inzicht en vaardigheden om te kunnen worden belast met het geven van onderwijs dat voldoet aan de daaraan gestelde kwaliteitseisen, in aanmerking nemend dat betrokkene in de benoemingsperiode of tewerkstellingsperiode begeleid en verder geschoold zal worden om met goed gevolg deel te kunnen nemen aan het bekwaamheidsonderzoek. De in de eerste volzin bedoelde kennis en vaardigheden en het in die volzin bedoelde inzicht zijn afgeleid van de inbedoelde bekwaamheidseisen en omvatten in het bijzonder beroepsmatige vaardigheden. 5 Het geschiktheidsonderzoek is zodanig ingericht dat daarbij in gelijke mate zijn betrokken, personeel van de desbetreffende instelling voor hoger onderwijs voorzover belast met het geven van onderwijs in een lerarenopleiding, alsmede vertegenwoordigers van leraren in het desbetreffende vak of vakgebied, niet zijnde personeelsleden van het bevoegd gezag dat is betrokken bij het geschiktheidsonderzoek. 6 De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, onder b, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend. 2003 187 13-05-2003 03-04-2003 28643 2003 263 30-06-2003 05-06-2003 01-07-2003
Artikel 5 — Artikel 5 Scholings- en begeleidingsovereenkomst#
Artikel 5 Scholings- en begeleidingsovereenkomst artikel 7, eerste lid, onder d en e artikel 4, tweede lid, onder c Het instellingsbestuur van een instelling voor hoger onderwijs die werkzaamheden als bedoeld in, uitvoert, het bevoegd gezag dat betrokkene benoemt, en betrokkene zelf, sluiten een overeenkomst die hun wederzijdse rechten en plichten omvat met betrekking tot het uitvoeren van de noodzakelijk geachte scholing en begeleiding, met inachtneming van de beoordeling, bedoeld in. Indien na het sluiten van de overeenkomst blijkt dat de scholing of begeleiding niet volgens de overeenkomst kan worden uitgevoerd, treft het instellingsbestuur respectievelijk het bevoegd gezag tijdig een toereikende vervangende voorziening. Indien het bevoegd gezag betrokkene tewerkstelt zonder benoeming, is de werkgever waarbij betrokkene in dienst is, mede partij bij de in de eerste volzin bedoelde overeenkomst. 2003 187 13-05-2003 03-04-2003 28643 2003 263 30-06-2003 05-06-2003 01-07-2003
Artikel 6 — Artikel 6 Bekwaamheidsonderzoek#
Artikel 6 Bekwaamheidsonderzoek 1 artikel 5 artikel 2, tweede lid Zodra de noodzakelijk geachte scholing en begeleiding zijn uitgevoerd volgens de inbedoelde overeenkomst, en tijdig voor het verstrijken van de benoemingsperiode of tewerkstellingsperiode, bedoeld in, stelt het instellingsbestuur van de instelling voor hoger onderwijs die de scholing verzorgt of onder haar verantwoordelijkheid doet verzorgen, de leraar in de gelegenheid deel te nemen aan een bekwaamheidsonderzoek. 2 artikel 7.13, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Door het bekwaamheidsonderzoek wordt vastgesteld of de leraar de bekwaamheden bezit die in overeenstemming zijn met de kwaliteiten, bedoeld inzoals die zijn opgenomen in de onderwijs- en examenregeling van de desbetreffende lerarenopleiding. 3 artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Het met goed gevolg deelnemen aan het bekwaamheidsonderzoek wordt gelijkgesteld met het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van de desbetreffende lerarenopleiding, verzorgd door de in het eerste lid bedoelde instelling, met dien verstande dat het daaraan verbonden getuigschrift wordt uitgereikt door de daarvoor in aanmerking komende examencommissie van die instelling. Het getuigschrift, uitgereikt op grond van de eerste volzin, wordt ingericht volgens een bij ministeriële regeling vast te stellen model, waarbij kan worden afgeweken van de laatste volzin van. 2003 187 13-05-2003 03-04-2003 28643 2003 263 30-06-2003 05-06-2003 01-07-2003
Artikel 7 — Artikel 7 Uitvoering geschiktheidsonderzoek, scholing en begeleiding; bekwaamheidsonderzoek door instellingen voor hoger onderwijs#
Artikel 7 Uitvoering geschiktheidsonderzoek, scholing en begeleiding; bekwaamheidsonderzoek door instellingen voor hoger onderwijs 1 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Het instellingsbestuur dat zich daartoe bij Onze Minister heeft gemeld, is na die melding en onder overlegging van een plan van aanpak, in aanvulling op het bepaalde bij of krachtens debevoegd tot: a. het uitvoeren of onder zijn verantwoordelijkheid doen uitvoeren van geschiktheidsonderzoek, b. het verstrekken van geschiktheidsverklaringen op grond van het geschiktheidsonderzoek, c. artikel 4, tweede lid, onder c het met inachtneming van, doen van voorstellen omtrent de in dat artikel bedoelde scholing en begeleiding, d. het verzorgen of onder zijn verantwoordelijkheid doen verzorgen van die scholing en begeleiding, en e. het uitvoeren of onder zijn verantwoordelijkheid doen uitvoeren van bekwaamheidsonderzoek. 2 artikel 6, derde lid Het instellingsbestuur kan bepalen dat de aanvrager van het geschiktheidsonderzoek een vergoeding is verschuldigd voor uitvoering van dat onderzoek en afgifte van de geschiktheidsverklaring, alsmede voor het bekwaamheidsonderzoek en afgifte van het in, bedoelde getuigschrift. Bij algemene maatregel van bestuur kan voor deze bijdrage een maximum worden vastgesteld. 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 26-07-2000
Artikel 8 — Artikel 8 Uitvoeringsvoorschriften#
Artikel 8 Uitvoeringsvoorschriften 1 artikel 4, tweede lid, onder b, en vierde lid Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven voor de uitvoering van. 2 Tevens kunnen bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur voorschriften worden vastgesteld voor de uitvoering van deze wet, waaronder in elk geval voorschriften met betrekking tot: a. waarborging van de kwaliteit van het geschiktheidsonderzoek en van de instellingen die dat onderzoek uitvoeren, b. de scholing en begeleiding, en het bekwaamheidsonderzoek, waaronder voorschriften ter waarborging van de kwaliteit, c. artikel 6, derde lid de procedure voor het indienen van een aanvraag voor het geschiktheidsonderzoek, voor afgifte van de geschiktheidsverklaring en voor afgifte van het getuigschrift, bedoeld in, alsmede d. gevallen waarin men voor dezelfde werkzaamheden wenst te worden benoemd aan scholen die niet uitgaan van hetzelfde bevoegd gezag, voor welke gevallen bijzondere, zonodig van een of meer onderdelen van deze wet afwijkende voorschriften kunnen worden vastgesteld met het oog op een goede toepassing van deze wet. 3 De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend. 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 26-07-2000
Artikel 9 — Artikel 9 WPO WEC WVO Inkadering toepassing Interimwet in reguliere voorschriften,en#
Artikel 9 WPO WEC WVO Inkadering toepassing Interimwet in reguliere voorschriften,en artikelen 2 5 Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet op het voortgezet onderwijs Het bepaalde bij en krachtens detot en metvoorzover die voorschriften afwijken van de, deen de, wordt voor de toepassing van die onderscheiden wetten aangemerkt als deel uitmakend van de voorschriften bij en krachtens die wetten met betrekking tot het geven van onderwijs door, en benoeming van leraren of directeuren. 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 26-07-2000
Artikel 10 — Artikel 10 Kwaliteitsbewaking instellingen voor hoger onderwijs; toezicht inspectie; sancties#
Artikel 10 Kwaliteitsbewaking instellingen voor hoger onderwijs; toezicht inspectie; sancties 1 artikel 7, eerste lid Het instellingsbestuur draagt zorg voor de kwaliteit van de in, bedoelde werkzaamheden. 2 Hoofdstuk 5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 7, eerste lid is van toepassing ten aanzien van instellingen voor hoger onderwijs waarvan het instellingsbestuur een in, bedoelde melding heeft gedaan. 3 artikel 7, eerste lid Artikel 6.10, vierde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Onze Minister kan besluiten dat ten aanzien van een instelling voor hoger onderwijs een of meer van de in, genoemde bevoegdheden worden ontnomen indien gebleken is dat de kwaliteit van de uitoefening daarvan tekortschiet, dan wel indien niet of niet meer wordt voldaan aan het bij en krachtens deze wet bepaalde.is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de ontneming. 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 26-07-2000
Artikel 11 — Artikel 11 Inlichtingenplicht#
Artikel 11 Inlichtingenplicht 1 artikel 7, eerste lid Het bevoegd gezag en het instellingsbestuur dat zich op grond van, heeft gemeld, verstrekken aan Onze Minister alle inlichtingen die deze nodig acht ten behoeve van een goede naleving van deze wet. 2 Het in het eerste lid bedoelde instellingsbestuur zendt de inspectie van het onderwijs telkens na zes maanden een overzicht van in die periode afgegeven geschiktheidsverklaringen en bekwaamheidsonderzoeken waaraan met goed gevolg is deelgenomen. 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 26-07-2000
Artikel 12 — Artikel 12 Inpassing positieve resultaten eerste geschiktheidsonderzoeken#
Artikel 12 Inpassing positieve resultaten eerste geschiktheidsonderzoeken artikel 4, tweede lid, onder c Onze Minister kan voor inwerkingtreding van deze wet afgegeven respectievelijk opgestelde verklaringen en adviezen voor de toepassing van deze wet gelijkstellen met geschiktheidsverklaringen respectievelijk gelijkstellen aan het oordeel, bedoeld in, indien zij daarmee vergelijkbaar zijn. 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 26-07-2000
Artikel 13 — Artikel 13 Invoeringsvoorziening uitvoeringsbesluit#
Artikel 13 Invoeringsvoorziening uitvoeringsbesluit artikel 4, derde lid artikel 7, tweede lid artikel 8, eerste lid Indien de in,, of, bedoelde algemene maatregel van bestuur niet is vastgesteld bij inwerkingtreding van deze wet, kan in de onderwerpen van die algemene maatregel van bestuur worden voorzien bij ministeriële regeling, gedurende een periode van ten hoogste zes maanden gerekend vanaf de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst. 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 26-07-2000
Artikel 14 — Artikel 14 Inwerkingtreding#
Artikel 14 Inwerkingtreding Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 26-07-2000
Artikel 15 — Artikel 15 Citeertitel#
Artikel 15 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Interimwet zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs. 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 2000 306 25-07-2000 06-07-2000 27015 26-07-2000