Wet van 21 december 2000, houdende regels met betrekking tot het beëindigen van de overeenkomst van samenwerking van de elektriciteitsproductiesector en tot het aandeelhouderschap van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet (Overgangswet elektriciteitsproductiesector)
- BWB-id
- BWBR0012088
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012088
- ELI
- /eli/nl/wet/2000/overgangswet-elektriciteitsproductiesector
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2000/overgangswet-elektriciteitsproductiesector/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012088&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012088&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012088/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2000/overgangswet-elektriciteitsproductiesector
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet wordt verstaan onder productiebedrijf of aangewezen vennootschap: de rechtspersoon die vergunninghouder onderscheidenlijk aangewezen vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Elektriciteitswet 1989 was, of de rechtsopvolger daarvan. 2 Elektriciteitswet 1998 Onder de overige in deze wet gebruikte termen wordt verstaan hetgeen daaronder verstaan wordt in de. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 608 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De productiebedrijven zijn gezamenlijk aansprakelijk voor de kosten, bedoeld in het tweede lid, met inachtneming van de volgende onderlinge verdeling: a. n.v. Elektriciteits-Produktiemaatschappij Oost- en Noord-Nederland: 29,5%; b. n.v. Elektriciteits-Produktiemaatschappij Zuid-Nederland: 28,5%; c. n.v. Electriciteitsbedrijf Zuid-Holland: 19,5%; d. n.v. Energieproduktiebedrijf UNA: 22,5%. 2 De kosten waarvoor de productiebedrijven gezamenlijk aansprakelijk zijn, betreffen: a. de kosten die voortvloeien uit de exploitatie van de experimentele kolenvergassingsinstallatie Demkolec tot en met het tijdstip waarop die installatie wordt overgenomen; b. de kosten die voortvloeien uit de aflossing van de lening die de n.v. Gemeenschappelijke Kernenergiecentrale Nederland heeft verstrekt aan de aangewezen vennootschap; c. de kosten die voortvloeien uit de overeenkomsten tot invoer van gas en elektriciteit die de aangewezen vennootschap heeft gesloten, voor zover die nog van kracht zijn; d. de kosten die zijn verbonden aan verplichtingen die voor het tijdstip van intrekking van de Elektriciteitswet 1989 door de aangewezen vennootschap zijn aangegaan met betrekking tot de aanleg van een verbinding voor het transport van elektriciteit tussen Nederland en Noorwegen; e. de overige kosten die voortvloeien uit de vereffening van de rechten en verplichtingen van de aangewezen vennootschap als deze wordt ontbonden. 3 Indien na de exploitatie van de installatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, de aflossing van de lening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de overdracht van de overeenkomsten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, de nakoming van de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, en de vereffening van de rechten en plichten van de aangewezen vennootschap, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, een batig saldo resulteert, zijn de productiebedrijven gerechtigd tot dat saldo met inachtneming van de in het eerste lid bepaalde verdeling. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 608 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 De aangewezen vennootschap heeft jegens elk van de productiebedrijven een vorderingsrecht tot betaling van hetgeen die bedrijven verschuldigd zijn, voor het deel van de totale kosten, bedoeld in, waarvoor elk bedrijf aansprakelijk is. 2 artikel 2, tweede lid Betaling geschiedt binnen een termijn die zodanig wordt bepaald door de aangewezen vennootschap, dat die vennootschap tijdig kan voldoen aan haar betalingsverplichtingen met betrekking tot de in, bedoelde productiemiddelen en overeenkomsten. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 608 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De vorderingsrechten van de productiebedrijven uit hoofde van door hen met de aangewezen vennootschap gesloten overeenkomsten inzake de bouw van productiemiddelen vervallen. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 608 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 2, tweede lid, onderdelen a en c De productiebedrijven hebben naar rato van hun bijdrage in de kosten, bedoeld in, jegens de aangewezen vennootschap recht op levering van de elektriciteit die door die installatie wordt geproduceerd, onderscheidenlijk op levering van de elektriciteit die of het gas dat ter uitvoering van die overeenkomsten aan die vennootschap wordt geleverd. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 608 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2003 316 05-08-2003 03-07-2003 28174 2003 324 19-08-2003 14-08-2003 19-08-2003 De datum van inwerkingtreding is gelijk aan de datum van uitgifte.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Onze Minister verstrekt jaarlijks tot 1 januari 2011 een tegemoetkoming: a. in de kosten die voortvloeien uit overeenkomsten met betrekking tot stadsverwarming die tussen productiebedrijven en leveranciers zijn gesloten voor het tijdstip van intrekking van de Elektriciteitswet 1989, voor zover de daarbij overeengekomen projecten in uitvoering zijn genomen voor dat tijdstip, en b. in de kosten verbonden aan het vervreemden en overdragen van de aandelen van de n.v. Demkolec of van de experimentele kolenvergassingsinstallatie Demkolec. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2004 673 23-12-2004 09-12-2004 24-12-2004 01-01-2001 2003 316 05-08-2003 03-07-2003 28174 2004 673 23-12-2004 09-12-2004 24-12-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop het artikel in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7 Overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels verstrekt Onze Minister de inbedoelde tegemoetkoming aan: a. artikel 7, onderdeel a de rechtspersonen die de kosten, bedoeld in, dragen, waarbij elke rechtspersoon ieder jaar dat bedrag ontvangt dat overeenkomt met zijn kosten voor dat jaar, welke kosten berekend worden met behulp van de methode van het brandstofprijsrisico die rekening houdt met de warmteproductie per project; b. artikel 7, onderdeel b de rechtspersonen die de kosten, bedoeld in, dragen. 2 artikel 7, onderdeel a Onze Minister verstrekt de tegemoetkoming niet aan de rechtspersonen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dan nadat hij heeft ingestemd met de aan hem verstrekte opgave van de kosten, bedoeld in, die in dat jaar voor hun rekening zijn, waarbij de desbetreffende rechtspersoon tevens aangeeft hoe groot de totale hoeveelheid door hem geproduceerde warmte in TJ is. 3 Onze Minister verstrekt de tegemoetkoming niet aan de rechtspersonen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dan nadat de desbetreffende rechtspersonen de aandelen van de n.v. Demkolec of de experimentele kolenvergassingsinstallatie Demkolec hebben vervreemd en overgedragen en hij heeft ingestemd met de aan hem verstrekte opgave van de kosten die de desbetreffende rechtspersonen dragen vanwege het vervreemden en overdragen van de aandelen of de installatie. 4 Bij de in het eerste lid bedoelde ministeriële regeling wordt in ieder geval bepaald dat geen tegemoetkoming wordt gegeven in de kosten waarvoor een bijdrage wordt gegeven door middel van een subsidie of een fiscale maatregel. 5 artikel 7, aanhef artikel 7, onderdeel a De in, genoemde periode kan, onder voorbehoud van goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 88 van het EG-Verdrag, bij ministeriële regeling worden verlengd met een periode waarbij rekening wordt gehouden met de resterende looptijd van de in, bedoelde overeenkomsten. 2003 316 05-08-2003 03-07-2003 28174 2004 673 23-12-2004 09-12-2004 24-12-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop het artikel in werking treedt. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2004 673 23-12-2004 09-12-2004 24-12-2004 01-01-2001
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Iedere afnemer, niet zijnde een beschermde afnemer, is naast hetgeen hij op grond van overeenkomst verschuldigd is aan de netbeheerder van het gebied waarin hij is gevestigd, aan die netbeheerder een bedrag van f 0,0117 per kWh verschuldigd, berekend over de totale hoeveelheid elektriciteit die die netbeheerder in de periode van 1 augustus 2000 tot en met 31 december 2000 getransporteerd heeft naar zijn aansluiting. 2 Iedere beschermde afnemer is naast hetgeen hij op grond van overeenkomst verschuldigd is aan de vergunninghouder van het gebied waarin hij is gevestigd, aan die vergunninghouder een bedrag van f 0,0117 per kWh verschuldigd, berekend over de totale hoeveelheid elektriciteit die die vergunninghouder in de periode van 1 augustus 2000 tot en met 31 december 2000 aan hem geleverd heeft. 3 Indien een afnemer aan een netbeheerder of een vergunninghouder over het jaar 2000 of een gedeelte daarvan reeds een voorschot betaald heeft om het bedrag, bedoeld in het eerste of het tweede lid, te voldoen, verrekent de netbeheerder of de vergunninghouder bij de eindafrekening over het jaar 2000 dit voorschot met het totaal aan hem verschuldigde bedrag. 4 De opbrengst van de bedragen die afnemers op grond van het eerste of tweede lid verschuldigd zijn, wordt door de netbeheerders, onderscheidenlijk de vergunninghouders voor 1 juli 2001 afgedragen aan de aangewezen vennootschap. 5 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 7 De aangewezen vennootschap doet Onze Minister opgave van de hoogte van de opbrengst, bedoeld in het vierde lid, en voegt daarbij een verklaring van een accountant als bedoeld inomtrent de getrouwheid van de opgave. Indien de totale opbrengst meer is dan f 400 000 000, draagt de aangewezen vennootschap het meerdere af aan Onze Minister, die dat bedrag bestemt voor de tegemoetkoming in de kosten, bedoeld in. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 29-12-2000 01-08-2000 Werkt terug tot en met 1 augustus 2000.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De Staat is gemachtigd aan de aangewezen vennootschap een redelijke prijs te betalen voor de aandelen in de vennootschap die is aangewezen als netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 01-01-2003
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Ten behoeve van de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet kan Onze Minister inzage nemen of door personen, door hem bij uitdrukkelijke en bijzondere volmacht aangewezen, doen nemen van zakelijke gegevens en bescheiden van een producent, een leverancier, een handelaar, een netbeheerder of een afnemer. 2 Artikel 5:17, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 78, tweede en derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 enzijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek om inzage van gegevens en bescheiden als bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 8, eerste lid artikel 8, tweede en derde lid artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Onze Minister kan de rechtspersonen, bedoeld in, verzoeken bij de opgave, bedoeld in, een verklaring te voegen van een accountant als bedoeld inomtrent de getrouwheid van die opgave. 2003 316 05-08-2003 03-07-2003 28174 2003 324 19-08-2003 14-08-2003 19-08-2003 De datum van inwerkingtreding is gelijk aan de datum van uitgifte.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2008 95 31-03-2008 06-03-2008 31120 2008 96 31-03-2008 20-03-2008 01-04-2008
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 10, tweede lid, van de Wet energiedistributie Het tarief dat door een vergunninghouder in de periode van 1 augustus 2000 tot en met 31 december 2000 in rekening wordt gebracht voor het leveren van elektriciteit, gas of warmte aan beschermde afnemers kan ter dekking van de inbedoelde kosten worden verhoogd met ten hoogste 5,04%. 2 Indien een beschermde afnemer aan een vergunninghouder over het jaar 2000 of een gedeelte daarvan reeds een voorschot betaald heeft om de tariefsverhoging, bedoeld in het eerste lid, te voldoen, verrekent de vergunninghouder bij de eindafrekening over het jaar 2000 dit voorschot met de totale verschuldigde tariefsverhoging. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 29-12-2000 01-08-2000 Werkt terug tot en met 1 augustus 2000.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Wijzigt de Elektriciteitswet 1998. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2001 577 06-12-2001 23-11-2001 01-01-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Wijzigt de Wet op de economische delicten. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 608 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 608 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Wijzigt de Wet energiedistributie. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 608 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Wijzigt de Gaswet. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 608 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikelen 268 tot en met 274 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 11a van de Elektriciteitswet 1998 De vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet brengt haar statuten in overeenstemming met deen metuiterlijk met ingang van de eerste dag van de eerste kalendermaand na de inwerkingtreding van dit artikel. 2 artikelen 268 tot en met 274 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 11a van de Elektriciteitswet 1998 Nadat de termijn, bedoeld in het eerste lid, is verstreken zijn bepalingen in de statuten van de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet, die in strijd zijn met de in het eerste lid genoemde bepalingen, nietig en treden deen metdaarvoor in de plaats. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2001 577 06-12-2001 23-11-2001 07-12-2001
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 71 van de Elektriciteitswet 1998 Onze Minister stelt binnen vier weken na inwerkingtreding van dit artikel de vergoeding vast die een vergunninghouder op grond vanin 2001 verschuldigd is voor het leveren van elektriciteit, opgewekt met een waterkrachtcentrale met een vermogen van ten hoogste 2 MW, een installatie waarin biomassa zonder bijstook of bijmenging van kunststoffen thermisch wordt verwerkt onder omzetting in elektriciteit met een vermogen van ten hoogste 2 MW, dan wel een installatie voor de opwekking van elektriciteit door middel van windenergie of zonne-energie met een vermogen van ten hoogste 8 MW. 2 artikel 71 van de Elektriciteitswet 1998 De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de vergoeding die een vergunninghouder op grond vanin 2001 verschuldigd is voor het leveren van elektriciteit, opgewekt met een warmtekrachtinstallatie. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 608 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 10 van deze wet artikel 11a van de Elektriciteitswet 1998 Onze Minister zendt vóór 31 december 2002 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk vanen van, waarbij in het bijzonder overwogen zal worden of en onder welke voorwaarden aandelen in de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet door de Staat verkocht kunnen worden. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 608 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Deze wet wordt aangehaald als: Overgangswet elektriciteitsproductiesector. 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 2000 607 28-12-2000 21-12-2000 27250 29-12-2000 01-08-2000
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikelen 7 8 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met dien verstande dat deenkunnen terugwerken tot en met een bij dat besluit te bepalen tijdstip 2 artikelen 9 14 Deentreden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij worden geplaatst en werken terug tot en met 1 augustus 2000. 3 artikelen 10, tweede lid, van deze wet 11a, derde, vierde, vijfde en achtste lid, van de Elektriciteitswet 1998 Deenvervallen met ingang van 1 januari 2003. 4 Artikel 69, tweede en derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 vervalt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen datum. 5 Artikel 11 vervalt drie jaar na haar tijdstip van inwerkingtreding. 2003 316 05-08-2003 03-07-2003 28174 2003 324 19-08-2003 14-08-2003 19-08-2003 De datum van inwerkingtreding is gelijk aan de datum van uitgifte.