Wet van 22 april 1999, houdende regels inzake het treffen van voorzieningen ten behoeve van remigratie (Remigratiewet)
- BWB-id
- BWBR0010424
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-10-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010424
- ELI
- /eli/nl/wet/2000/remigratiewet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2000/remigratiewet/2023-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010424&g=2023-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010424&z=2026-06-06&g=2023-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010424/2023-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2000/remigratiewet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. benadelingsbedrag: artikel 5a bruto bedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in, ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan remigratievoorzieningen is verleend; b. bestemmingsland: land waarin een remigrant zich gaat vestigen; c. hoofdverblijf: de plaats waar een persoon zijn feitelijke woonstede heeft; d. kind: meeremigrerend minderjarig eigen kind, stiefkind of pleegkind; e. land van herkomst: land waar de remigrant geboren is en waarvan de remigrant de nationaliteit bezit of heeft bezeten; f. uitreiziger: artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan de Sociale verzekeringsbank, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in; g. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; h. partner: de meeremigrerende echtgenoot, de meeremigrerende geregistreerde partner of de meeremigrerende ongehuwd meerderjarige, die geen bloedverwant in de eerste graad van de remigrant is, en met de remigrant een gezamenlijke huishouding voert waarbij betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, met dien verstande dat deze gezamenlijke huishouding uit niet meer dan twee meerderjarige personen bestaat; i. remigrant: artikel 2 een persoon als bedoeld in, die met de toepassing van deze wet voornemens is zijn rechtmatig hoofdverblijf in Nederland op te geven om te remigreren, dan wel is geremigreerd en sindsdien in een bestemmingsland is gevestigd; j. remigratievoorzieningen: artikel 4 voorzieningen, bedoeld in; k. remigreren: het zich buiten het Koninkrijk, in het land van herkomst vestigen; l. Sociale verzekeringsbank: hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de Sociale verzekeringsbank, genoemd in; m. vertrekdatum: de eerste dag na het feitelijk vertrek uit Nederland; n. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: Wetboek van Strafrecht bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het. 2 artikel 5a 6, tweede lid 6a 6c, tweede en vierde lid 6d, eerste lid, onderdeel c en d 6e, eerste en vierde lid 6f, eerste lid In deze wet wordt in,,,,,, en, alsmede, voor zover dit uitdrukkelijk van toepassing is verklaard, in de op deze wet berustende bepalingen, onder partner mede verstaan de bij vertrek van de remigrant uit Nederland in het bestemmingsland verblijvende echtgenoot of geregistreerde partner. 3 artikel 5a 6, derde lid 6a, derde lid 6c, tweede en vierde lid 6d, eerste lid, onderdeel c en d 6e, tweede en vierde lid 6f, eerste lid In deze wet wordt in,,,,,, en, alsmede, voor zover dit uitdrukkelijk van toepassing is verklaard, in de op deze wet berustende bepalingen onder kind mede verstaan het bij vertrek van de remigrant uit Nederland in het bestemmingsland verblijvende minderjarige eigen kind, stiefkind of pleegkind. 2023 202 19-06-2023 24-05-2023 35936 2023 307 28-09-2023 25-09-2023 01-10-2023
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Doelgroep van deze wet zijn: a. personen die geboren zijn in en in het bezit zijn of geweest zijn van de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie waarmee Nederland een bilateraal wervingsverdrag heeft gesloten, en zich voor de datum van de toetreding van dat land tot de Europese Unie in Nederland hebben gevestigd; b. personen die geboren zijn in en in het bezit zijn of geweest zijn van de nationaliteit van een land waarmee Nederland een wervingsovereenkomst heeft gesloten en dat geen lidstaat van de Europese Unie is, en zich voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel in Nederland hebben gevestigd; c. personen met de Nederlandse of Surinaamse nationaliteit die in Suriname geboren zijn, en zich voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel in Nederland hebben gevestigd; d. artikel 1, onderdeel b, van de Wet Rietkerk-uitkering personen die voorkomen in het register, bedoeld in, en e. artikel 8, onderdeel c of d, van de Vreemdelingenwet 2000 vreemdelingen die voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel een vergunning tot rechtmatig verblijf in Nederland op grond vanhebben ontvangen en personen die zich voor dat tijdstip, in het kader van gezinshereniging met een vreemdeling die in Nederland rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onderdeel c of d, van de Vreemdelingenwet 2000 in Nederland hebben gevestigd. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze wet is van toepassing op: a. artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Rijkswet op het Nederlanderschap een meerderjarige vreemdeling als bedoeld in, die behoort tot de doelgroep, en b. een meerderjarige Nederlander, die niet tevens een andere nationaliteit bezit, die behoort tot de doelgroep en die verklaart bereid te zijn al hetgeen te doen wat in redelijkheid mogelijk is, om de nationaliteit van het bestemmingsland met bekwame spoed te verkrijgen. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 2, onderdeel b De verklaring, bedoeld in, wordt voor de vertrekdatum schriftelijk ingediend bij de Sociale verzekeringsbank. 2 artikel 2, onderdeel b De remigrant, bedoeld in, dient zo spoedig mogelijk bij de autoriteiten van het bestemmingsland een verzoek in ter verkrijging van de nationaliteit van dat land en zendt de schriftelijke bewijsstukken van dat verzoek onverwijld aan de Sociale verzekeringsbank. 3 artikel 2, onderdeel b De remigrant, bedoeld in, informeert de Sociale verzekeringsbank eenmaal per jaar over de voortgang van de behandeling van zijn verzoek ter verkrijging van de nationaliteit van het bestemmingsland, tenzij de Sociale verzekeringsbank anders bepaalt. 4 artikel 2, onderdeel b De remigrant, bedoeld in, die de nationaliteit van het bestemmingsland heeft verkregen, zendt bewijsstukken daarvan onverwijld aan de Sociale verzekeringsbank. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent het bepaalde in het eerste en derde lid. 2013 331 20-08-2013 10-07-2013 33085 2014 156 17-04-2014 07-04-2014 01-07-2014
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b 1 Om voor de remigratievoorzieningen in aanmerking te komen dient de remigrant: a. voor 1 januari 2025 een aanvraag in te dienen bij de Sociale verzekeringsbank; b. artikel 1a te behoren tot de doelgroep, bedoeld in; c. ten minste 55 jaar oud te zijn op het tijdstip van de aanvraag; d. zijn schulden aan het Rijk te hebben voldaan dan wel ten behoeve van zijn schulden aan het Rijk een afbetalingsregeling te hebben getroffen; e. niet rechtens zijn vrijheid ontnomen te zijn op het tijdstip van de aanvraag; f. zich niet te onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel op het tijdstip van de aanvraag; g. een schriftelijk bewijs aan de Sociale verzekeringsbank over te leggen, afgegeven door de autoriteiten van het bestemmingsland, dat hij en, voor zover van toepassing, zijn partner en hun kinderen zullen worden toegelaten, indien naar een ander land wordt geremigreerd dan het land waarvan de remigrant de nationaliteit bezit; h. artikel 8, onderdeel a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 indien hij Nederlander is, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag ten minste acht jaren in Nederland te hebben verbleven dan wel, indien hij vreemdeling is, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag gedurende ten minste acht jaren ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland te hebben gehad als bedoeld inen voor het besluit tot toekenning van de remigratievoorzieningen rechtmatig verblijf in Nederland te hebben gehad als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, d, e of l, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan voor een verblijf voor een tijdelijk doel; i. over een periode van ten minste één jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, een rechtmatige uitkering of inkomensvoorziening te hebben ontvangen op grond van: dan wel over een periode van ten minste één jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag van de remigratievoorzieningen te hebben ontvangen: 1°. Algemene Ouderdomswet de; 2°. Werkloosheidswet de; 3°. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen de; 4°. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen de; 5°. Wet inkomensvoorziening oudere werklozen de; 6°. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers de; 7°. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering de; 8°. Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten de; 9°. Participatiewet Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 deof het; 10°. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de; of 11°. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen de; 1°. Rijkswachtgeldbesluit 1959 een wachtgeld in de zin van het; 2°. een soortgelijke uitkering aan een overheidswerknemer op grond van ontslag of werkloosheid, of 3°. Kaderwet militaire pensioenen een wachtgeld of daarmee gelijkgestelde uitkering ingevolge de bij of krachtens devastgestelde bepalingen, met uitzondering van een uitkering in verband met functioneel leeftijdsontslag of vrijwillig vervroegd uittreden; j. de leeftijd van 18 jaar te hebben bereikt op het moment dat hij zich in Nederland vestigde; k. geen uitreiziger te zijn. 2 Een remigrant die samen met zijn partner remigreert, komt slechts in aanmerking voor de remigratievoorzieningen, indien ook zijn partner voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d, e en f. 3 Indien de partner van wie de remigrant niet duurzaam gescheiden leeft, eveneens in Nederland verblijf houdt, worden de remigratievoorzieningen slechts verstrekt indien de remigrant en zijn partner gezamenlijk remigreren. 4 Indien de remigrant en zijn partner het voornemen hebben met hun pleegkinderen te remigreren, dient de remigrant een schriftelijk bewijs van toestemming tot de voorgenomen remigratie van die pleegkinderen aan de Sociale verzekeringsbank te hebben overgelegd, afkomstig van degene die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent over de pleegkinderen. 5 Onder verblijf voor een tijdelijk doel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, wordt het verblijf verstaan van de vreemdeling die behoort tot een bij ministeriële regeling aan te wijzen categorie van vreemdelingen. 6 Participatiewet artikel, 48, tweede lid, van die wet Onder een uitkering op basis van deals bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, wordt niet verstaan bijstand in de vorm van een geldlening als bedoeld in. 7 Indien de aanvrager met een onderbreking van ten hoogste één maand rechtmatig eenzelfde uitkering of inkomensvoorziening dan wel achtereenvolgens verschillende rechtmatige uitkeringen of inkomensvoorzieningen heeft ontvangen op basis van de in het eerste lid, onderdeel i, genoemde wetten, is de periode, bedoeld in dat onderdeel, de som van de perioden dat hij ononderbroken uitkeringsgerechtigd was op grond van die wet dan wel die wetten. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2013 331 20-08-2013 10-07-2013 33085 2014 156 17-04-2014 07-04-2014 01-07-2014 Artikel II van Stb. 2013/331 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2b Aan een remigrant die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in, wordt een periodieke uitkering verstrekt ter voorziening in de noodzakelijke kosten van bestaan in het bestemmingsland. 2 artikel 39 van de Zorgverzekeringswet Aan een remigrant als bedoeld in het eerste lid, wordt een tegemoetkoming verstrekt in de kosten van een door hem te sluiten verzekering tegen ziektekosten in het bestemmingsland, indien hij niet met toepassing van een Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen of een door Nederland met een of meer andere staten gesloten verdrag inzake sociale zekerheid, recht kan doen gelden op verstrekkingen, die hem in beginsel ten laste van de middelen van het Zorgverzekeringsfonds, bedoeld in, worden verleend. 3 artikel 2 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 36 43, eerste tot en met vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Aan een persoon als bedoeld in, die is geremigreerd naar een bestemmingsland en die geen aanspraak heeft op verstrekking van een periodieke uitkering als bedoeld in het eerste lid, uitsluitend vanwege het feit, dat hij voorafgaande aan zijn vertrek uit Nederland geen aanvraag daarvoor heeft ingediend, wordt overeenkomstig de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, op aanvraag een periodieke uitkering verstrekt, indien hij op de dag van vertrek recht had op een uitkering op grond van dedan wel op grond van de, welke uitkering na zijn vertrek uit Nederland op grond dedan wel op grond vanofis verlaagd of ingetrokken. 4 artikelen 5 6 7 Het tweede lid en de,enzijn van overeenkomstige toepassing op de persoon, bedoeld in het derde lid. 5 Indien de remigrant en, voor zover van toepassing, zijn partner en hun kinderen niet binnen een termijn van zes maanden na de datum van de beschikking tot toekenning van de voorzieningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn geremigreerd, kan de beschikking geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, tenzij de remigrant of zijn partner van de overschrijding van die termijn redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. 2022 543 27-12-2022 21-12-2022 36216 2022 544 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Indien de remigrant een partner heeft en zij ophouden met elkaar een gezamenlijke huishouding te voeren en, indien zij zijn gehuwd of geregistreerde partners zijn, duurzaam gescheiden gaan leven, verkrijgt ieder der partijen een recht op de remigratievoorzieningen als ware hij een alleenstaande remigrant. 2 Indien de remigrant een partner heeft en hij of zijn partner overlijdt, verkrijgt de langstlevende een recht op de remigratievoorzieningen als ware hij een alleenstaande remigrant. 3 Indien de remigrant en zijn partner overlijden, verkrijgen de minderjarige kinderen een evenredig deel van het recht op de helft van de remigratievoorzieningen waarop de remigrant en zijn partner bij leven recht zouden hebben gehad. 4 artikel 1, tweede lid Onder partner wordt in het eerste, tweede en derde lid mede verstaan de partner, bedoeld in. 5 artikel 1, derde lid Onder kinderen wordt in het derde lid mede verstaan de kinderen, bedoeld in. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019 Artikel XXXV van Stb. 2018/424 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a artikelen 4 5 11 De remigrant en, voor zover van toepassing, zijn partner en hun kinderen dan wel hun wettelijke vertegenwoordiger zijn verplicht aan de Sociale verzekeringsbank op haar verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van de remigratievoorzieningen, bedoeld in de,en, op het geldend maken van het recht op die voorzieningen of op het te betalen bedrag. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door de Sociale Verzekeringsbank kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het recht op de remigratievoorzieningen van de remigrant eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de remigrant zijn hoofdverblijf wederom in Nederland heeft. 2 artikel 5, eerste en tweede lid Het recht van de partner op de voorzieningen, bedoeld in, eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de partner zijn hoofdverblijf in Nederland heeft. 3 artikel 5, derde lid Het recht van het kind op de voorzieningen, bedoeld in, eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin het kind zijn hoofdverblijf in Nederland heeft. 2013 331 20-08-2013 10-07-2013 33085 2014 156 17-04-2014 07-04-2014 01-07-2014 Artikel II van Stb. 2013/331 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 Het recht op remigratievoorzieningen eindigt indien de remigrant of, voor zover van toepassing, zijn partner, zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. 2 Het recht op remigratievoorzieningen eindigt indien de remigrant of, voor zover van toepassing, zijn partner, rechtens zijn vrijheid is ontnomen gedurende ten minste een maand. 3 Indien het recht op remigratievoorzieningen eindigt op grond van het eerste of tweede lid, en de remigrant een partner heeft, verkrijgt de remigrant of zijn partner die niet rechtens zijn vrijheid ontnomen is en zich niet onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, een recht op de remigratievoorzieningen als ware hij een alleenstaande remigrant. Indien de remigrant uitsluitend met minderjarige kinderen is geremigreerd ontvangen de minderjarige kinderen een evenredig deel van het recht op de helft van de remigratievoorzieningen waarop de remigrant recht zou hebben gehad. 4 De remigrant of zijn partner die op grond van het eerste lid geen recht op remigratievoorzieningen heeft, heeft met ingang van de eerste dag van de maand nadat hij zich niet langer onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op remigratievoorzieningen, in welk geval remigratievoorzieningen als bedoeld in het derde lid, vervallen. 5 De remigrant of zijn partner die op grond van het tweede lid geen recht op remigratievoorzieningen heeft, heeft met ingang van de eerste dag van de maand nadat hij in vrijheid is gesteld met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op remigratievoorzieningen, in welk geval remigratievoorzieningen als bedoeld in het derde lid, vervallen. 2013 331 20-08-2013 10-07-2013 33085 2014 156 17-04-2014 07-04-2014 01-07-2014
Artikel 6aa — Artikel 6aa#
Artikel 6aa 1 Het recht op remigratievoorzieningen eindigt indien de remigrant of, voor zover van toepassing, zijn partner of minderjarige kinderen, een uitreiziger is. 2 Indien het recht op remigratievoorzieningen eindigt op grond van het eerste lid, en de remigrant een partner heeft, verkrijgt de remigrant of zijn partner die geen uitreiziger is, een recht op de remigratievoorzieningen als ware hij een alleenstaande remigrant. Indien de remigrant uitsluitend met minderjarige kinderen is geremigreerd ontvangen de achterblijvende minderjarige kinderen een evenredig deel van het recht op de helft van de remigratievoorzieningen waarop de remigrant recht zou hebben gehad. 3 artikel 1, eerste lid De remigrant of zijn partner die op grond van het eerste lid geen recht op remigratievoorzieningen heeft, heeft met ingang van de eerste dag van de maand nadat niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat hij zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in,, met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op remigratievoorzieningen, in welk geval remigratievoorzieningen als bedoeld in het tweede lid, vervallen. 2017 78 09-03-2017 16-01-2017 34577 2017 354 29-09-2017 22-09-2017 01-10-2017
Artikel 6ab — Artikel 6ab#
Artikel 6ab 1 artikel 5a 8g, tweede lid De Sociale verzekeringsbank weigert de remigratievoorzieningen geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend, indien de remigrant, zijn partner, hun kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld inof, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 5a, niet binnen de door de Sociale verzekeringsbank daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen. 2 Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in ieder geval afgezien, indien iedere vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. 3 artikel 5a 8g, tweede lid De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake het niet nakomen van een verplichting als bedoeld inof, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de remigratievoorzieningen, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een waarschuwing is gegeven. 4 De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 5 artikel 6b Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld in, wordt opgelegd. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven met betrekking tot het eerste en tweede lid. 2017 78 09-03-2017 16-01-2017 34577 2017 354 29-09-2017 22-09-2017 01-10-2017 Voorheen art. 6aa.
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b 1 artikel 5a artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de remigrant, zijn partner, hun kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 5a, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 5a, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding niet opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2 artikel 5a artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Stafrecht Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door de remigrant, zijn partner, hun kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, legt de Sociale verzekeringsbank een bestuurlijke boete op van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in. 3 artikel 5a De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de remigrant, zijn partner, hun kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan remigratievoorzieningen is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden. 4 In afwijking van het derde lid is het in dat lid genoemde tijdvak van vijf jaar tien jaar indien wegens de eerdere overtreding, bedoeld in het derde lid, de remigrant, zijn partner, hun kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger is gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. 5 artikel 5a artikel 4 De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in, indien dat niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de remigratievoorzieningen, bedoeld inin situaties die bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar na de datum waarop eerder aan de remigrant, zijn partner, hun kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger een zodanige waarschuwing gegeven is. 6 De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 7 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete. 8 Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn. 9 artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vankan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de remigrant, zijn partner of hun kinderen dan wel hun wettige vertegenwoordiger wijzigen. 10 Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling. 11 Het besluit tot kwijtschelding, bedoeld in het tiende lid, wordt ingetrokken of ten nadele van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd herzien indien binnen vijf jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan. 2022 543 27-12-2022 21-12-2022 36216 2022 544 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 6c — Artikel 6c#
Artikel 6c 1 Onverminderd het elders bij of krachtens deze wet bepaalde inzake wijziging of intrekking van een besluit tot toekenning van de remigratievoorzieningen, wijzigt de Sociale verzekeringsbank een dergelijk besluit of trekt zij dat in: a. artikel 2a 5a 8g indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van,ofheeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de remigratievoorzieningen; b. indien anderszins de remigratievoorzieningen ten onrechte of op een te hoog bedrag zijn vastgesteld; c. artikel 2a 5a 8g voor zover het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van,ofertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld in hoeverre nog recht op remigratievoorzieningen bestaat; d. artikel 2, onderdeel b indien een persoon als bedoeld in, heeft nagelaten al hetgeen te doen wat in redelijkheid mogelijk is om de nationaliteit van het bestemmingsland met bekwame spoed te verkrijgen. 2 artikel 6d, eerste lid, onderdeel d Onverminderd het eerste lid trekt de Sociale verzekeringsbank een besluit tot toekenning van de remigratievoorzieningen in, voor zover na een schorsing van maximaal zes maanden de remigrant en, voor zover van toepassing de partner, een van hun kinderen dan wel hun wettelijke vertegenwoordiger geen aanvraag indient of anderszins weigert mee te werken aan de vaststelling van een recht op een uitkering als bedoeld in. 3 De Sociale verzekeringsbank kan met betrekking tot uitkeringstijdvakken in het verleden geheel of gedeeltelijk van wijziging of intrekking afzien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 4 Indien de remigrant, zijn partner, een van hun kinderen dan wel hun wettelijke vertegenwoordiger aan alle bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen heeft voldaan, en hij in redelijkheid niet heeft kunnen begrijpen dat de remigratievoorzieningen ten onrechte of op een te hoog bedrag zijn vastgesteld, ziet de Sociale verzekeringsbank met betrekking tot uitkeringstijdvakken in het verleden geheel of gedeeltelijk van wijziging of intrekking af. 2013 331 20-08-2013 10-07-2013 33085 2014 156 17-04-2014 07-04-2014 01-07-2014
Artikel 6d — Artikel 6d#
Artikel 6d 1 De Sociale verzekeringsbank besluit de betaling van de remigratievoorzieningen te schorsen, indien zij het gegronde vermoeden heeft dat: a. het recht op de remigratievoorzieningen niet meer bestaat; b. het recht op de remigratievoorzieningen bestaat tot een lager bedrag; c. artikel 2a 5a 8g de remigrant en, voor zover van toepassing, zijn partner, een van de kinderen dan wel hun wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in,ofniet of niet behoorlijk is nagekomen; d. de remigrant of, voor zover van toepassing, zijn partner dan wel een van hun kinderen recht heeft op een uitkering op grond van: doch ter zake geen aanvraag heeft ingediend of anderszins weigert mee te werken aan de vaststelling van dat recht. 1°. Algemene nabestaandenwet de; 2°. Algemene Ouderdomswet de; 3°. Toeslagenwet de; 4°. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen de; 5°. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering de; 6°. Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten de, of 7°. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de, 2 De schorsing duurt maximaal zes maanden. 2013 331 20-08-2013 10-07-2013 33085 2014 156 17-04-2014 07-04-2014 01-07-2014
Artikel 6e — Artikel 6e#
Artikel 6e 1 De Sociale verzekeringsbank vordert de bedragen die op grond van deze wet onverschuldigd zijn betaald, terug van de remigrant en, voor zover van toepassing, van zijn partner. 2 artikel 5, derde lid Onverschuldigd betaalde voorzieningen als bedoeld in, worden van de kinderen van de remigrant of zijn partner dan wel hun wettelijke vertegenwoordiger teruggevorderd. 3 De Sociale verzekeringsbank kan geheel of gedeeltelijk van de terugvordering afzien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 4 Indien de remigrant, zijn partner, een van hun kinderen dan wel hun wettelijke vertegenwoordiger aan alle bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen heeft voldaan, en hij in redelijkheid niet heeft kunnen begrijpen dat de remigratievoorzieningen ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn verleend, ziet de Sociale verzekeringsbank geheel of gedeeltelijk van terugvordering af. 5 artikel 6b De Sociale verzekeringsbank kan de bedragen die op grond van deze wet onverschuldigd zijn betaald en de bestuurlijke boete, bedoeld in, invorderen bij dwangbevel. 6 In afwijking van het eerste en tweede lid kan de Sociale verzekeringsbank besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de remigrant, zijn partner, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn kinderen dan wel hun wettelijke vertegenwoordiger: a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten, of d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost. 7 artikel 5a De in het zesde lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in. 8 De in het zesde lid, onderdelen a en b, genoemde termijn is drie jaar indien: a. artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de, niet te boven is gegaan; en b. artikel 5a de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in. 9 Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 6f — Artikel 6f#
Artikel 6f 1 artikel 6e artikel 6b De Sociale verzekeringsbank kan bedragen die met toepassing vanzijn teruggevorderd en de bestuurlijke boete, bedoeld in, verrekenen met: artikel 6e, tweede lid waarop de remigrant of, voor zover van toepassing de partner, of in het geval bedoeld in, een van de kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger, aanspraak heeft. a. later uit te betalen remigratievoorzieningen; b. Algemene nabestaandenwet een uitkering op grond van de; c. Algemene Ouderdomswet een ouderdomspensioen op grond van de; of d. Participatiewet een aanvullende inkomensvoorziening ouderen op grond van de, 2 Indien de in het eerste lid bedoelde personen betaalt het orgaan dat deze uitkering verschuldigd is het teruggevorderde bedrag op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank, zonder dat daarvoor een machtiging van de rechthebbende nodig is. a. een uitkering of inkomensvoorziening ontvangen op grond van: dan wel 1°. Werkloosheidswet de; 2°. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen de; 3°. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen de; 4°. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen de; 5°. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers de; 6°. Wet inkomensvoorziening oudere werklozen de; 7°. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering de; 8°. Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten de; 9°. Participatiewet de; 10°. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de, of 11°. Ziektewet de b. ontvangen: 1°. Toeslagenwet een toeslag op grond van de; 2°. Rijkswachtgeldbesluit 1959 wachtgeld in de zin van het; 3°. een soortgelijke uitkering aan een overheidswerknemer op grond van ontslag of werkloosheid; 4°. Kaderwet militaire pensioenen een wachtgeld of daarmee gelijkgestelde uitkering ingevolge de bij of krachtens devastgestelde bepalingen, met uitzondering van een uitkering in verband met functioneel leeftijdsontslag of vrijwillig vervroegd uittreden, 3 artikel 6b artikel 6e Onverminderd het eerste en tweede lid kan de Sociale verzekeringsbank de bestuurlijke boete, bedoeld in, of het terug te vorderen bedrag bedoeld inverrekenen met een vordering die de in het eerste lid bedoelde persoon op haar heeft. 4 artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De inaan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan de Sociale verzekeringsbank. Indien de Sociale verzekeringsbank gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van, door middel van toezending per post aan degene aan wie de boete is opgelegd. 5 artikel 6b, achtste lid artikel 6e, negende lid Zolang de belanghebbende zijn verplichting, bedoeld in, of, niet of niet behoorlijk nakomt: a. artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de Sociale verzekeringsbank, in afwijking van, bevoegd tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn; b. 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen, in afwijking van, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 6g — Artikel 6g#
Artikel 6g 1 Een beschikking op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. 2 De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen zestien weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde lid is gedaan. 3 Indien een beschikking niet binnen de termijn van zestien weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan in kennis gesteld. 4 artikel 7:3, onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vankan van het horen van een belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door de Sociale verzekeringsbank gestelde redelijke termijn, verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht om te worden gehoord. 5 artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanbeslist de Sociale verzekeringsbank binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. 2013 331 20-08-2013 10-07-2013 33085 2014 156 17-04-2014 07-04-2014 01-07-2014
Artikel 6h — Artikel 6h#
Artikel 6h artikel 6e artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Een vordering van de Sociale verzekeringsbank als bedoeld inis bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen, bedoeld in. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-01-2017
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot de remigratievoorzieningen nadere regels gesteld. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op: a. artikel 4, eerste lid de hoogte van de periodieke uitkering, bedoeld in, en de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 4, tweede lid; b. de gevolgen voor de periodieke uitkering van de samenloop met andere uitkeringen; c. de datum waarop het recht op de remigratievoorzieningen ingaat en vervalt. 2 Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. 2013 331 20-08-2013 10-07-2013 33085 2014 156 17-04-2014 07-04-2014 01-07-2014
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Personen die op grond van deze wet zijn geremigreerd kunnen tot uiterlijk één jaar na het tijdstip waarop zij zich in het bestemmingsland hebben gevestigd naar Nederland terugkeren. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over een terugkeer naar Nederland als bedoeld in het eerste lid en de daaraan te verbinden voorwaarden. 1999 426 14-10-1999 16-09-1999 26525 2000 351 07-09-2000 22-07-2000 08-09-2000 01-04-2000 Werkt terug tot en met 1 april 2000.
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 De Sociale verzekeringsbank is belast met de rechtmatige en doelmatige uitvoering van deze wet en de daarop berustende bepalingen, voorzover de uitvoering daarvan niet bij of krachtens deze wet aan Onze Minister is opgedragen. 2 Onze Minister kan regels stellen omtrent de uitvoering door de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in het eerste lid. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b 1 De kosten voor de remigratievoorzieningen en voor de uitvoering van deze wet komen ten laste van het Rijk. 2 De Sociale verzekeringsbank beheert en administreert de in het eerste lid bedoelde kosten afzonderlijk. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van dit artikel. 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2013 261 28-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 8c — Artikel 8c#
Artikel 8c Vervallen 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2013 261 28-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 8d — Artikel 8d#
Artikel 8d Vervallen 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2013 261 28-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 8e — Artikel 8e#
Artikel 8e Vervallen 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2013 261 28-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 8f — Artikel 8f#
Artikel 8f 1 artikel 8b, eerste lid De Sociale verzekeringsbank voert een zodanig ingerichte afzonderlijke administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de in, bedoelde kosten van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan. 2 artikel 1, tweede lid In de administratie, bedoeld in het eerste lid, wordt het burgerservicenummer opgenomen van de remigrant, zijn partner en hun kinderen, waarbij onder partner mede wordt verstaan de partner, bedoeld in, en waarbij onder kinderen mede wordt verstaan de kinderen, bedoeld in artikel 1, derde lid. 3 Onze Minister kan regels stellen omtrent de inrichting van de administratie, bedoeld in het eerste lid. 2013 316 26-07-2013 10-07-2013 33555 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie
personen in werking treedt.
Artikel 8g — Artikel 8g#
Artikel 8g 1 De Sociale verzekeringsbank is bevoegd controlevoorschriften vast te stellen. Deze voorschriften mogen niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet. 2 artikelen 4 5 11 De personen die aanspraak hebben op de voorzieningen, bedoeld in de,en, zijn verplicht de voorschriften op te volgen die de Sociale verzekeringsbank ten behoeve van een doelmatige controle stelt. 3 De controlevoorschriften, bedoeld in het eerste lid, behoeven goedkeuring van Onze Minister. 2013 331 20-08-2013 10-07-2013 33085 2014 156 17-04-2014 07-04-2014 01-07-2014 Artikel II van Stb. 2013/331 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8h — Artikel 8h#
Artikel 8h 1 De Sociale verzekeringsbank verstrekt desgevraagd aan Onze Minister kosteloos de voor de uitoefening van zijn taak in verband met deze wet benodigde inlichtingen. Onze Minister kan toegang vorderen tot en inzage vorderen in gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak in verband met deze wet redelijkerwijs nodig is en voor zover deze gegevens en bescheiden niet herleidbaar zijn tot gegevens en bescheiden over individuele personen. 2 Onze Minister stelt regels omtrent de inlichtingen, de gegevens en de bescheiden, bedoeld in het eerste lid, en omtrent de verstrekking ervan. 3 Onze Minister is bevoegd de door de Sociale verzekeringsbank verstrekte inlichtingen en de informatie verkregen uit de inzage in gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid, te gebruiken, te bewerken en aan derden te verstrekken, voorzover deze niet tot gegevens van en inlichtingen over individuele personen herleidbaar zijn. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 8i — Artikel 8i#
Artikel 8i 1 Onze Minister kan besluiten nemen waarmee voor een periode van ten hoogste zes maanden voorzieningen worden getroffen voor het geval de Sociale verzekeringsbank uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt. 2 Onze Minister zendt besluiten als bedoeld in het eerste lid onverwijld aan beide Kamers der Staten-Generaal. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen tijdelijke voorzieningen worden getroffen voor het geval de Sociale verzekeringsbank uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt. 2009 297 14-07-2009 25-06-2009 31750 2009 297 14-07-2009 25-06-2009 31750 15-07-2009
Artikel 8j — Artikel 8j#
Artikel 8j 1 Hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikelen 5 9 10 35 55, derde lid 72 73 73a 77 79 84 86 van die wet , alsmede de,,,,,,,,,,enzijn ten aanzien van de uitvoering van deze wet niet van toepassing. 2 Artikel 34, eerste lid, onderdeel f, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. onderwerpen als bedoeld in dit artikel: onderwerpen die geregeld zijn in deze wet. 2013 331 20-08-2013 10-07-2013 33085 2014 156 17-04-2014 07-04-2014 01-07-2014 Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 1999 232 15-06-1999 22-04-1999 25741 2000 129 28-03-2000 15-03-2000 01-04-2000
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Personen die op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet zijn geremigreerd en een uitkering ontvingen op basis van de Remigratieregeling 1985 behoeven geen aanvraag in te dienen voor het verkrijgen van een periodieke uitkering op basis van deze wet. De bedragen van bedoelde uitkering worden van rechtswege aangepast aan het niveau van de bedragen op basis van deze wet. 2 Artikel 4, tweede en derde lid , is niet van toepassing op personen die op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet zijn geremigreerd. 3 Artikel 4, eerste lid , is niet van toepassing op personen die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn geremigreerd en die op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet geen uitkering ontvingen op basis van de Remigratieregeling 1985. 4 Artikel 5, eerste lid artikel 1, tweede lid , is niet van toepassing op de partner van de remigrant die op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet is geremigreerd en bij inwerkingtreding van deze wet geen gezamenlijke huishouding meer voert met de remigrant, waarbij onder partner mede wordt verstaan de partner, bedoeld in. 5 Artikel 5, derde lid artikel 1, derde lid artikel 1, tweede lid , is niet van toepassing op minderjarige kinderen die op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet zijn meegeremigreerd en bij inwerkingtreding van deze wet de remigrant en zijn partner met wie de minderjarige kinderen zijn meegeremigreerd, zijn overleden, waarbij onder kinderen mede wordt verstaan de kinderen, bedoeld in, en waarbij onder partner mede wordt verstaan de partner, bedoeld in. 1999 426 14-10-1999 16-09-1999 26525 2000 351 07-09-2000 22-07-2000 08-09-2000 01-04-2000 Werkt terug tot en met 1 april 2000.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 2 artikel 10, derde lid artikel 4, eerste lid Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 36 43, eerste tot en met vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Aan een persoon als bedoeld in, die voor de dag van inwerkingtreding van deze wet is geremigreerd naar een bestemmingsland en die geen aanspraak heeft op een recht op uitkering op grond van de Remigratieregeling 1985 uitsluitend vanwege het feit, dat hij voorafgaande aan zijn vertrek uit Nederland geen aanvraag daarvoor heeft ingediend, wordt zo nodig in afwijking van, overeenkomstig de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, bedoeld in, op aanvraag een periodieke uitkering verstrekt, indien hij op de dag van vertrek recht had op een uitkering op grond van de, welke uitkering na zijn vertrek uit Nederland op grond vanofis verlaagd of ingetrokken. 2 Artikel 10, tweede, vierde en vijfde lid artikel 1, tweede lid artikel 1, derde lid , is van overeenkomstige toepassing op een persoon als bedoeld in het eerste lid, zijn partner en zijn minderjarige kinderen die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn geremigreerd respectievelijk zijn meegeremigreerd, waarbij onder partner mede wordt verstaan de partner, bedoeld in, en waarbij onder kinderen mede wordt verstaan de kinderen, bedoeld in. 2022 543 27-12-2022 21-12-2022 36216 2022 544 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1999 426 14-10-1999 16-09-1999 26525 2000 351 07-09-2000 22-07-2000 08-09-2000 01-04-2000 Werkt terug tot en met 1 april 2000.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De Emigratiewet wordt ingetrokken, met dien verstande dat de op grond van de Basisremigratiesubsidieregeling 1985 en de op grond van de Remigratieregeling 1985 vastgestelde beschikkingen van kracht blijven. 1999 232 15-06-1999 22-04-1999 25741 2000 129 28-03-2000 15-03-2000 01-04-2000
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Alle vermogensbestanddelen van het Emigratiebestuur, genoemd in artikel 5, eerste lid, van de Emigratiewet, gaan op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt over op de Staat zonder dat daarvoor een akte of betekening nodig is. 2 Wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij het Emigratiebestuur, bedoeld in het eerste lid, betrokken is en die betrekking hebben op de vermogensbestanddelen als bedoeld in het eerste lid, worden met ingang van het tijdstip van overgang voortgezet door de Staat. 1999 232 15-06-1999 22-04-1999 25741 2000 129 28-03-2000 15-03-2000 01-04-2000
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 14, eerste lid De archiefbescheiden van het Emigratiebestuur, bedoeld in, worden op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt overgedragen aan de Staat. 1999 232 15-06-1999 22-04-1999 25741 2000 129 28-03-2000 15-03-2000 01-04-2000
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1999 232 15-06-1999 22-04-1999 25741 2000 129 28-03-2000 15-03-2000 01-04-2000
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze wet wordt aangehaald als: Remigratiewet. 1999 232 15-06-1999 22-04-1999 25741 2000 129 28-03-2000 15-03-2000 01-04-2000