Wet van 12 november 1998 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 in verband met de instelling van een College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen
- BWB-id
- BWBR0010004
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2000-01-01 t/m 2007-10-16
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010004
- ELI
- /eli/nl/wet/2000/wijzigingswet-bestrijdingsmiddelenwet-1962-betreffende-inste
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2000/wijzigingswet-bestrijdingsmiddelenwet-1962-betreffende-inste/2000-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010004&g=2000-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010004&z=2026-06-06&g=2000-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010004/2000-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2000/wijzigingswet-bestrijdingsmiddelenwet-1962-betreffende-inste
Artikel I — ARTIKEL I#
ARTIKEL I Wijzigt de Bestrijdingsmiddelenwet 1962. 1998 689 22-12-1998 12-11-1998 24817 1999 587 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel II — ARTIKEL II#
ARTIKEL II 1 Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn de personeelsleden van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, dienstonderdeel secretariaat van het college, van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar in dienst van het college. 2 De overgang van de in het eerste lid bedoelde personeelsleden vindt plaats in een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 3 artikel 24 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De aanspraken die een ambtenaar op wie het eerste lid van toepassing is, toekomen krachtensvervallen op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 4 De personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht behoren tot het personeel van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, dienstonderdeel secretariaat van het college, waarvan naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vastgestelde lijst, zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege ontslagen en aangesteld in dienst van het college met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 1998 689 22-12-1998 12-11-1998 24817 1999 587 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel III — ARTIKEL III#
ARTIKEL III 1 Bezittingen, rechten en verplichtingen van de Staat der Nederlanden, die kennelijk zijn verworven, onderscheidenlijk aangegaan in verband met hetgeen het college tot taak verkrijgt, gaan voor zover zij zijn opgenomen in een door Onze Minister in overeenstemming met het college op te stellen lijst en voor zover nodig voorzien van in die lijst op te nemen garanties, vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet over op het college zonder dat daarvoor een nadere akte of betekening wordt gevorderd. 2 Het college verkrijgt de door de Staat der Nederlanden aan haar toegescheiden bezittingen om niet. 1998 689 22-12-1998 12-11-1998 24817 1999 587 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel IV — ARTIKEL IV#
ARTIKEL IV Bij de eerste samenstelling van het college geschiedt de benoeming van twee leden voor een periode van twee jaren. 1998 689 22-12-1998 12-11-1998 24817 1999 587 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel V — ARTIKEL V#
ARTIKEL V artikel 4b, eerste lid Totdat de bedragen, gelden en vergoedingen zijn vastgesteld overeenkomstig, blijven de door Onze betrokken Ministers vastgestelde bedragen, gelden en vergoedingen van kracht. 1998 689 22-12-1998 12-11-1998 24817 1999 587 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel VI — ARTIKEL VI#
ARTIKEL VI Wettelijke procedures of rechtsgedingen waarbij Onze betrokken Minister dan wel de Staat optreedt in het kader van de uitvoering van de bij deze wet aan het college opgedragen taken, worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet door het college overgenomen. 1998 689 22-12-1998 12-11-1998 24817 1999 587 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel VII — ARTIKEL VII#
ARTIKEL VII Onze Minister zendt binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 1998 689 22-12-1998 12-11-1998 24817 1999 587 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel VIII — ARTIKEL VIII#
ARTIKEL VIII Archiefwet 1995 Archiefbescheiden van het dienstonderdeel secretariaat van het college gaan met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet over naar het college, voor zover zij niet overeenkomstig dezijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 1998 689 22-12-1998 12-11-1998 24817 1999 587 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel IX — ARTIKEL IX#
ARTIKEL IX Wijzigt de Wet op de economische delicten. 1998 689 22-12-1998 12-11-1998 24817 1999 587 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel X — ARTIKEL X#
ARTIKEL X Bestrijdingsmiddelenwet 1962 De tekst van dewordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst. 1998 689 22-12-1998 12-11-1998 24817 1999 587 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel XI — ARTIKEL XI#
ARTIKEL XI Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 1998 689 22-12-1998 12-11-1998 24817 1999 587 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000