Wet van 22 december 1999 tot wijziging van de Mediawet in verband met nieuwe regels omtrent de financiering van de publieke omroep (afschaffing omroepbijdrage)
- BWB-id
- BWBR0011027
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2002-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011027
- ELI
- /eli/nl/wet/2000/wijzigingswet-mediawet-afschaffing-omroepbijdrage
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2000/wijzigingswet-mediawet-afschaffing-omroepbijdrage/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011027&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011027&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011027/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2000/wijzigingswet-mediawet-afschaffing-omroepbijdrage
Artikel I — ARTIKEL I#
ARTIKEL I Wijzigt de Mediawet. 1999 573 28-12-1999 22-12-1999 26707 1999 574 28-12-1999 22-12-1999 01-01-2000
Artikel II — ARTIKEL II#
ARTIKEL II 1 bijlage B bij het Bezoldigings Besluit Rijksambtenaren 1984 Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn de personeelsleden van de Dienst omroepbijdragen, van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van Financiën vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld als rijksambtenaar in dienst bij het Ministerie van Financiën, dan wel, indien de nieuwe functie behoort tot hoofdgroep V of VI van, in algemene rijksdienst, tewerkgesteld bij het Ministerie van Financiën. 2 De overgang van de in het eerste lid bedoelde personeelsleden vindt plaats met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij de Dienst omroepbijdragen. 1999 573 28-12-1999 22-12-1999 26707 1999 574 28-12-1999 22-12-1999 01-01-2000
Artikel III — ARTIKEL III#
ARTIKEL III 1 Onze Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van Financiën gezamenlijk bepalen welke vermogensbestanddelen van de Dienst omroepbijdragen met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet onder algemene titel overgaan op de Staat. 2 afdeling 2 van titel 1 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Ingeval krachtens het eerste lid registergoederen overgaan, zal verandering in de tenaamstelling in de openbare registers, bedoeld in, plaatsvinden. De daartoe benodigde opgaven worden door de zorg van Onze Minister van Financiën aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan. 3 Ter zake van de overgang, bedoeld in het eerste lid, is geen overdrachtsbelasting of omzetbelasting verschuldigd. 1999 573 28-12-1999 22-12-1999 26707 1999 574 28-12-1999 22-12-1999 01-01-2000
Artikel IV — ARTIKEL IV#
ARTIKEL IV Archiefwet 1995 Archiefbescheiden van de Dienst omroepbijdragen gaan met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet over naar Onze Minister van Financiën, voor zover zij niet overeenkomstig dezijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 1999 573 28-12-1999 22-12-1999 26707 1999 574 28-12-1999 22-12-1999 01-01-2000
Artikel V — ARTIKEL V#
ARTIKEL V 1 In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij de Dienst omroepbijdragen dan wel de directeur van de Dienst omroepbijdragen is betrokken, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet de Staat dan wel Onze Minister van Financiën in de plaats van de Dienst omroepbijdragen dan wel de directeur van de Dienst omroepbijdragen. 2 artikel 12 van de Wet Nationale ombudsman artikel 15 van die wet Wet Nationale ombudsman In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op grond vanaan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman op grond vaneen onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan de Dienst omroepbijdragen, treedt Onze Minister van Financiën op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van dein de plaats van de Dienst omroepbijdragen. 1999 573 28-12-1999 22-12-1999 26707 1999 574 28-12-1999 22-12-1999 01-01-2000
Artikel VI — ARTIKEL VI#
ARTIKEL VI 1 artikel I artikelen 112, vierde lid 113 118, tweede, vierde en vijfde lid 119 121 140 141 144 tot en met 145h van de Mediawet In afwijking vanblijft het bepaalde bij of krachtens de,,,,,,en, van toepassing voor zover het betreft de betaling en invordering van nog niet betaalde omroepbijdragen waarvan de verschuldigdheid is ontstaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, met dien verstande dat waar in de genoemde artikelen een taak of een bevoegdheid is toegekend aan de Dienst omroepbijdragen of de directeur van de Dienst omroepbijdragen, deze taak of bevoegdheid met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet wordt uitgeoefend door Onze Minister van Financiën. 2 artikel 140 van de Mediawet artikel II Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn met het toezicht, bedoeld in, belast de op grond van genoemd artikel aangewezen medewerkers van de Dienst omroepbijdragen die op grond vanzijn aangesteld in dienst bij het Ministerie van Financiën. 1999 573 28-12-1999 22-12-1999 26707 1999 574 28-12-1999 22-12-1999 01-01-2000
Artikel VII — ARTIKEL VII#
ARTIKEL VII artikel 118, derde tot en met vijfde lid, van de Mediawet Degene aan wie overeenkomstig, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, de mogelijkheid is geboden de omroepbijdrage A in twee dan wel vier termijnen te voldoen, behoeft termijnbetalingen die uitsluitend betrekking hebben op perioden die aanvangen na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, niet te voldoen. 1999 573 28-12-1999 22-12-1999 26707 1999 574 28-12-1999 22-12-1999 01-01-2000
Artikel VIII — ARTIKEL VIII#
ARTIKEL VIII Wijzigt de Mediawet. 1999 573 28-12-1999 22-12-1999 26707 1999 574 28-12-1999 22-12-1999 01-01-2000
Artikel IX — ARTIKEL IX#
ARTIKEL IX 1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen tot twee jaar na inwerkingtreding van deze wet, in gevallen waarin deze wet niet voorziet, regels worden gesteld. 2 In een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kan bepaald worden dat bij invordering van nog niet betaalde omroepbijdragen waarvan de verschuldigdheid is ontstaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bedragen tot ten hoogste € 4,54 niet worden ingevorderd en dat bij restitutie van reeds betaalde omroepbijdrage over tijdvakken die liggen na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bedragen van ten hoogste € 0,45 niet worden gerestitueerd. Over te restitueren bedragen wordt geen rente vergoed. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel X — ARTIKEL X#
ARTIKEL X Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, waarbij terugwerkende kracht kan worden verleend tot en met een daarbij te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 1999 573 28-12-1999 22-12-1999 26707 1999 574 28-12-1999 22-12-1999 01-01-2000