Wet van 11 december 2000, houdende nieuwe regels over het toekennen van bijdragen aan lagere inkomensgroepen ten behoeve van het verkrijgen en kunnen blijven bewonen van een eigen woning (Wet bevordering eigenwoningbezit)
- BWB-id
- BWBR0011919
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011919
- ELI
- /eli/nl/wet/2001/wet-bevordering-eigenwoningbezit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2001/wet-bevordering-eigenwoningbezit/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011919&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011919&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011919/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2001/wet-bevordering-eigenwoningbezit
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. bestaande woning: woning die al voor de eigendomsoverdracht werd bewoond; b. burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woning is gelegen waarop de eigenwoningbijdrage betrekking heeft; c. bijdragejaar: jaar dat begint met de eerste volle kalendermaand waarin degene die de eigenwoningbijdrage aanvraagt de woning in eigendom heeft verkregen en loopt tot en met de elfde daaropvolgende kalendermaand, en de direct daarop aansluitende jaren; d. artikel 2, eerste lid, onder a of b eigenaar-bewoner: natuurlijke persoon die, alleen of gezamenlijk met een persoon als bedoeld in, een woning volledig in eigendom verkrijgt en daarin zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben; e. eigenwoningbijdrage: financiële bijdrage krachtens deze wet; f. financieringslast: te betalen bedrag aan rente over en aflossing van de hypothecaire lening, blijkens de geldleningsovereenkomst; g. financieringslastnorm: gedeelte van de financieringslast dat per maand ten minste voor rekening van de eigenaar-bewoner blijft, uitgedrukt in een percentage van het toetsinkomen; h. fiscaal effect: naar een maandbedrag herrekend jaarlijks terugkerend belastingvoordeel dat een huishouden met een eigen woning heeft ten opzichte van andere huishoudens, gebaseerd op aftrekbaarheid van het blijkens de geldleningsovereenkomst te betalen bedrag aan rente over de hypothecaire lening enerzijds, en bijtelling van het eigenwoningforfait anderzijds; i. nieuwbouwwoning: woning die voor de eigendomsoverdracht nooit bewoond is geweest; j. Onze Minister: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie; k. opslagpercentage: percentage waarmee de financieringslastnorm ten hoogste kan worden vermeerderd; l. artikel 40 peildatum: eerste dag van het vijfjaarstijdvak, respectievelijk in, eerste dag die volgt op het derde vijfjaarstijdvak; m. peiljaar: kalenderjaar dat voorafgaat aan het bijdragejaar; n. primaire toekenning: toekenning van de eigenwoningbijdrage voor het eerste vijfjaarstijdvak; o. artikel 3 toetsinkomen: toetsinkomen, bepaald volgens; p. toetsrente: rentetarief waartegen een hypothecaire lening kan worden afgesloten; q. artikel 4 toetsvermogen: toetsvermogen, bedoeld in; r. vijfjaarstijdvak: aaneengesloten periode van vijf bijdragejaren; s. woning: gebouwde onroerende zaak voor zover deze bestemd is om als zelfstandige woonruimte te worden gebruikt alsmede de onroerende aanhorigheden. 2 artikel 20 In deze wet, behoudens, en de daarop berustende bepalingen wordt onder bestaande woning, nieuwbouwwoning en woning mede verstaan de daarbij behorende grond. 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 13-06-2008
Artikel 1a — Artikel 1a Inkomens- en loonbegrippen#
Artikel 1a Inkomens- en loonbegrippen Vervallen 2006 306 30-06-2006 29-06-2006 30516 2006 306 30-06-2006 29-06-2006 30516 01-07-2006
Artikel 2 — Artikel 2 Bewoningssituatie#
Artikel 2 Bewoningssituatie 1 Degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner, bedoeld in deze wet en de daarop berustende bepalingen, zijn de eigenaar-bewoner en: a. zijn niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot of geregistreerde partner, of b. degene die gezamenlijk met de eigenaar-bewoner de woning bewoont en daarin met hem een gezamenlijke huishouding voert, niet zijnde een bloed- of aanverwant van de eigenaar-bewoner of een pleegkind. 2 Naast de eigenaar-bewoner kan slechts één andere persoon tot diens huishouden behoren. 3 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet eenpersoonshuishouden: het huishouden van een eigenaar-bewoner die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet had bereikt op de datum van de offerte voor een hypothecaire lening ter verkrijging van de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie, en waartoe geen persoon behoort als bedoeld in het eerste lid, onder a en b; b. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet tweepersoonshuishouden: het huishouden van een eigenaar-bewoner waartoe een persoon behoort als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, als het aandeel in het toetsinkomen, afkomstig van degenen die op de datum van de offerte voor een hypothecaire lening ter verkrijging van de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, hadden bereikt, de helft of minder bedraagt; c. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet eenpersoonsouderenhuishouden: het huishouden van een eigenaar-bewoner die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, had bereikt op de datum van de offerte voor een hypothecaire lening ter verkrijging van de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie, en waartoe geen persoon behoort als bedoeld in het eerste lid, onder a en b; d. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet tweepersoonsouderenhuishouden: het huishouden van een eigenaar-bewoner waartoe een persoon behoort als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, als het aandeel in het toetsinkomen, afkomstig van degenen die op de datum van de offerte voor een hypothecaire lening ter verkrijging van de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, hadden bereikt, meer dan de helft bedraagt. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Toetsinkomen#
Artikel 3 Toetsinkomen 1 Het toetsinkomen, bedoeld in deze wet en de daarop berustende bepalingen, is de ten aanzien van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner berekende som van de toetsinkomens in de zin van de voorwaarden en normen voor de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie, zoals deze jaarlijks in de Staatscourant worden gepubliceerd. 2 Bij de bepaling van de som volgens het eerste lid wordt elk toetsinkomen dat negatief is, op nul gesteld. 3 artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Met betrekking tot de controle van het toetsinkomen maakt Onze Minister gebruik van het inkomensgegeven, bedoeld in. 2008 569 29-12-2008 04-12-2008 31566 2008 570 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 4 — Artikel 4 Toetsvermogen#
Artikel 4 Toetsvermogen 1 Het toetsvermogen, bedoeld in deze wet en de daarop berustende bepalingen, is het gezamenlijk vermogen van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner in het peiljaar. 2 artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.13 van die wet Onder vermogen wordt verstaan: de rendementsgrondslag, bedoeld in, met dien verstande dat die grondslag wordt bepaald zonder rekening te houden met de vrijstelling groene beleggingen, bedoeld in. 3 artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen De inspecteur, onder wie de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort krachtensressorteert voor de heffing van de inkomstenbelasting, verstrekt op verzoek van Onze Minister over het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin die eigenaar-bewoner de eigenwoningbijdrage heeft aangevraagd, het vermogen, bedoeld in het tweede lid, van de desbetreffende eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort, aan Onze Minister. 2020 546 23-12-2020 16-12-2020 35577 2020 546 23-12-2020 16-12-2020 35577 01-01-2021 Dit artikel zoals het artikel luidde op 1 januari van een
berekeningsjaar of peiljaar dat is aangevangen vóór 1 januari 2021,
blijft van toepassing op dat berekeningsjaar of peiljaar.
Artikel 5 — Artikel 5 Kosten van verkrijgen in eigendom#
Artikel 5 Kosten van verkrijgen in eigendom Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 6 — Artikel 6 Omschrijving recht#
Artikel 6 Omschrijving recht 1 Als aan deze wet wordt voldaan, kent Onze Minister, ter tegemoetkoming in de kosten van het in eigendom verkrijgen en vervolgens kunnen blijven bewonen van een woning, op aanvraag aan de eigenaar-bewoner: a. drie maal een eigenwoningbijdrage toe over drie achtereenvolgende vijfjaarstijdvakken, en vervolgens b. hoofdstuk 5 een maal een eigenwoningbijdrage toe over ten hoogste de 15 bijdragejaren die direct volgen op het derde vijfjaarstijdvak, overeenkomstig. 2 Ten aanzien van een bepaalde eigenaar-bewoner kan slechts één maal van een primaire toekenning sprake zijn. 3 Een eigenwoningbijdrage wordt slechts toegekend ten behoeve van het in eigendom verkrijgen en vervolgens kunnen blijven bewonen van een woning. 4 Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht afdeling 4.2.2 van die titel is, met uitzondering van, niet van toepassing op eigenwoningbijdragen krachtens deze wet. 5 hoofdstukken 2 3 hoofdstuk 5 Deenvan deze wet zijn uitsluitend van toepassing op eigenwoningbijdragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, tenzijvan deze wet anders bepaalt. 6 Bij ministeriële regeling: Onze Minister maakt het voor het einde van een kalenderjaar geheel aan die verstrekking besteed zijn van het bedrag voor dat kalenderjaar onverwijld bekend in de Staatscourant. a. kan een bedrag worden vastgesteld, dat gedurende een kalenderjaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van eigenwoningbijdragen krachtens deze wet, b. kan worden bepaald dat, indien een zodanig bedrag in een kalenderjaar niet geheel aan die verstrekking wordt besteed, het niet bestede bedrag wordt toegevoegd aan het bedrag voor het direct daaropvolgende kalenderjaar, en c. kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de loting van gelijktijdig ingediende aanvragen om toekenning van een eigenwoningbijdrage. 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 13-06-2008
Artikel 7 — Artikel 7 Inschrijving basisregistratie personen#
Artikel 7 Inschrijving basisregistratie personen 1 artikel 13 Behoudens in gevallen als bedoeld inwordt een eigenwoningbijdrage slechts toegekend als degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren, op de peildatum als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven met als adres het adres van de woning in verband met welke de eigenwoningbijdrage is aangevraagd. 2 In afwijking van het eerste lid kan een eigenwoningbijdrage worden toegekend als de betrokkene met een ander adres in de basisregistratie personen is ingeschreven en dit niet aan hem kan worden toegerekend. 3 artikel 13, eerste lid Behoudens in gevallen als bedoeld in, wordt een eigenwoningbijdrage slechts toegekend als de eigenaar-bewoner op de peildatum woont in de woning in verband met welke de eigenwoningbijdrage is aangevraagd. 2013 316 26-07-2013 10-07-2013 33555 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie
personen in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8 Maximaal toegestaan inkomen#
Artikel 8 Maximaal toegestaan inkomen Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 9 — Artikel 9 Maximaal toegestaan toetsvermogen#
Artikel 9 Maximaal toegestaan toetsvermogen artikel 9.4a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Een eigenwoningbijdrage wordt niet toegekend als het toetsvermogen voor een eenpersoonshuishouden of een eenpersoonsouderenhuishouden meer bedraagt dan het eerstgenoemde drempelbedrag, genoemd in, en voor een tweepersoonshuishouden of een tweepersoonsouderenhuishouden meer bedraagt dan het tweede genoemde drempelbedrag, genoemd in artikel 9.4a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001. 2020 546 23-12-2020 16-12-2020 35577 2020 546 23-12-2020 16-12-2020 35577 01-01-2021 Dit artikel zoals het artikel luidde op 1 januari van een
berekeningsjaar of peiljaar dat is aangevangen vóór 1 januari 2021,
blijft van toepassing op dat berekeningsjaar of peiljaar.
Artikel 10 — Artikel 10 Hypotheekgarantie#
Artikel 10 Hypotheekgarantie 1 Een eigenwoningbijdrage wordt slechts toegekend als, tot zekerheid van de nakoming door de eigenaar-bewoner van de verplichtingen uit hetzij de hypothecaire lening hetzij een daaropvolgende lening of daaropvolgend krediet in rekening-courant ter financiering van het in eigendom verkrijgen van een woning met als zekerheid hypotheek op die woning, voor die lening of dat krediet een garantie is afgegeven door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. 2 artikel 3, eerste lid De af te geven garantie is de garantie, bedoeld in. De in dat artikellid bedoelde voorwaarden en normen voor die garantie zijn van toepassing, tenzij deze wet anders bepaalt. 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 13-06-2008
Artikel 11 — Artikel 11 Leeftijdsgrens#
Artikel 11 Leeftijdsgrens Voor een primaire toekenning is vereist dat de eigenaar-bewoner op de peildatum 18 jaar of ouder is. 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 12 — Artikel 12 Eigenaar-bewoner geen eigenaar voor eigendomsoverdracht#
Artikel 12 Eigenaar-bewoner geen eigenaar voor eigendomsoverdracht Voor een primaire toekenning is vereist dat de eigenaar-bewoner gedurende een tijdvak van ten minste drie jaar tot de datum van eigendomsoverdracht geen eigenaar is geweest van een woning waar hij zijn hoofdverblijf had. 2000 575 21-12-2000 11-12-2000 25309 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001
Artikel 13 — Artikel 13 Latere inschrijving basisregistratie personen/bewoning#
Artikel 13 Latere inschrijving basisregistratie personen/bewoning 1 artikel 7 Op een primaire toekenning isniet van toepassing, voorzover de bewoning of de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is uitgesteld: a. omdat een nieuwbouwwoning nog niet bewoonbaar is; b. omdat een bestaande woning nog door de vorige bewoner wordt bewoond, of c. omdat in een bestaande woning achterstallig onderhoud wordt verricht. 2 In een geval als bedoeld in het eerste lid kan de eigenwoningbijdrage worden ingetrokken als de inschrijving of de bewoning niet heeft plaatsgevonden bij een situatie als bedoeld in onderdeel a van dat artikellid binnen negen maanden na de gereedgemelde woning of bij een situatie als bedoeld in de onderdelen b en c van dat artikellid binnen negen maanden na de peildatum. De intrekking vindt plaats met ingang van de eerste dag van de kalendermaand die volgt na de afloop van die termijn van negen maanden. 2013 316 26-07-2013 10-07-2013 33555 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie
personen in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14 Rechtmatig verblijf in Nederland#
Artikel 14 Rechtmatig verblijf in Nederland Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 15 — Artikel 15 Maximale koopsom, maximale hypothecaire lening#
Artikel 15 Maximale koopsom, maximale hypothecaire lening 1 Voor een primaire toekenning is vereist dat: a. de koopsom van de woning niet hoger is dan € 235.525, en b. het bedrag van de hypothecaire lening niet hoger is dan het bedrag, genoemd onder a, vermeerderd met 8 procent. 2 artikel 41 Het in het eerste lid, onder a, genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig. 2025 39784 25-11-2025 21-11-2025 2025-0000649828 2025 39784 25-11-2025 21-11-2025 2025-0000649828 01-01-2026
Artikel 16 — Artikel 16 Differentiatie op basis van regionale woningmarkt#
Artikel 16 Differentiatie op basis van regionale woningmarkt Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 17 — Artikel 17 Garantiecertificaat voor nieuwbouw#
Artikel 17 Garantiecertificaat voor nieuwbouw Vervallen 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 13-06-2008
Artikel 18 — Artikel 18 Bestaande woning: taxatierapport#
Artikel 18 Bestaande woning: taxatierapport Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 19 — Artikel 19 Bestaande woning moet in goede staat zijn#
Artikel 19 Bestaande woning moet in goede staat zijn Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 20 — Artikel 20 Bestaande woning niet op ernstig verontreinigde grond#
Artikel 20 Bestaande woning niet op ernstig verontreinigde grond Vervallen 2020 87 16-03-2020 19-02-2020 34864 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 21 — Artikel 21 Woonwagens en woonschepen#
Artikel 21 Woonwagens en woonschepen Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 22 — Artikel 22 Beperkende bedingen in verband met de verkrijging in eigendom#
Artikel 22 Beperkende bedingen in verband met de verkrijging in eigendom Vervallen 2008 279 17-07-2008 03-07-2008 31114 2008 344 01-09-2008 18-08-2008 02-09-2008
Artikel 23 — Artikel 23 Nadere eisen met betrekking tot de hypothecaire lening#
Artikel 23 Nadere eisen met betrekking tot de hypothecaire lening Voor een primaire toekenning is vereist dat de hypothecaire lening wordt afgesloten voor een bij ministeriële regeling te bepalen rentevaste periode. 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 23a — Artikel 23a Vereisten voor ewb na 10 jaar#
Artikel 23a Vereisten voor ewb na 10 jaar artikel 23 Op een toekenning van een eigenwoningbijdrage na het tweede vijfjaarstijdvak isvan overeenkomstige toepassing. 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 24 — Artikel 24 Hardheid#
Artikel 24 Hardheid 1 Onze Minister kan ambtshalve of op verzoek van de eigenaar-bewoner, als in een bepaald geval de onverkorte toepassing van de desbetreffende bepalingen, gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden: a. artikelen 3, eerste lid 4, eerste lid artikel 2, eerste lid, onder a en b bij de toepassing van de, en, een persoon als bedoeld in, buiten beschouwing laten; b. artikel 4, tweede lid bij de toepassing van, bepaalde inkomsten of vermogensbestanddelen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten. 2 Een daling van het inkomen, of een daling van het vermogen na het peiljaar, kan niet leiden tot toepassing van het eerste lid. 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 13-06-2008
Artikel 25 — Artikel 25 Overgang ewb bij verlies eigendom#
Artikel 25 Overgang ewb bij verlies eigendom 1 Als de eigenaar-bewoner in de loop van het vijfjaarstijdvak de eigendom van de woning verliest, wordt de eigenwoningbijdrage op naam gesteld van diens echtgenoot, geregistreerde partner of bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, als deze: a. ten minste voor de helft eigenaar van die woning blijft of wordt, dan wel een beperkt recht op die woning verkrijgt; b. die woning op het tijdstip van het verlies van de eigendom, bedoeld in de aanhef, bewoonde en c. die woning blijft bewonen. 2 artikel 50, eerste lid Bij een verlies van de eigendom van de woning als bedoeld in het eerste lid zonder dat daarvoor de eigendom van een andere woning in de plaats komt, en waarbij voorts niet wordt voldaan aan onderdeel a, b of c van dat lid, is, van toepassing. 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 26 — Artikel 26 Bepaling toetsrente#
Artikel 26 Bepaling toetsrente 1 Het percentage van de toetsrente wordt bij ministeriële regeling vastgesteld, met inachtneming van het rentetarief dat wordt gehanteerd bij het verstrekken van een hypothecaire lening afgesloten in de vorm van een annuïteitenhypotheek. 2 Het percentage, bedoeld in het eerste lid, kan bij ministeriële regeling worden gewijzigd als daartoe aanleiding bestaat als gevolg van de ontwikkeling van het rentetarief, bedoeld in het eerste lid. 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 27 — Artikel 27 Berekening fiscaal effect#
Artikel 27 Berekening fiscaal effect 1 Het fiscaal effect wordt verkregen door de tot een bedrag herleide financieringslastnorm te vermenigvuldigen met: a. artikel 2.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor eenpersoonshuishoudens en tweepersoonshuishoudens, indien het toetsinkomen minder bedraagt dan of gelijk is aan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij, zoals dit luidt in het bijdragejaar: 0,29; b. artikel 2.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor eenpersoonshuishoudens en tweepersoonshuishoudens, indien het toetsinkomen meer bedraagt dan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij, zoals dit luidt in het bijdragejaar: 0,33; c. artikel 2.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor eenpersoonsouderenhuishoudens en tweepersoonsouderenhuishoudens, indien het toetsinkomen minder bedraagt dan of gelijk is aan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij, zoals dit luidt in het bijdragejaar: 0,13, en d. artikel 2.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor eenpersoonsouderenhuishoudens en tweepersoonsouderenhuishoudens, indien het toetsinkomen meer bedraagt dan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij, zoals dit luidt in het bijdragejaar: 0,16. 2 artikel 41 De in het eerste lid genoemde factoren kunnen worden gewijzigd overeenkomstig. 2013 583 24-12-2013 18-12-2013 33819 2013 583 24-12-2013 18-12-2013 33819 01-01-2014
Artikel 28 — Artikel 28 Bepaling minimum-inkomensijkpunt#
Artikel 28 Bepaling minimum-inkomensijkpunt Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 29 — Artikel 29 Bepaling financieringslastnorm en opslagpercentage#
Artikel 29 Bepaling financieringslastnorm en opslagpercentage 1 De financieringslastnorm wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. 2 Bij ministeriële regeling wordt een opslagpercentage vastgesteld. Dat percentage wordt: a. artikel 15, eerste lid, onder b bij toetsinkomens van € 45.225 of meer zodanig vastgesteld dat met gebruikmaking daarvan een hypothecaire lening in de vorm van een annuïteitenhypotheek kan worden afgesloten ter hoogte van het bedrag, bedoeld in, dan wel b. bij toetsinkomens van minder dan € 45.225 zodanig vastgesteld dat dit percentage overeenkomt met het ingevolge onderdeel a vastgestelde percentage dat geldt bij een toetsinkomen van € 45.225. 3 artikel 26, eerste lid De in het eerste en tweede lid bedoelde percentages kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd als daartoe aanleiding bestaat als gevolg van de ontwikkeling van het rentetarief, bedoeld in. 4 artikel 41 Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig. 5 Met het oog op de uitvoering van het eerste en tweede lid worden bij ministeriële regeling de toetsinkomens in inkomensklassen verdeeld, waarbij de toetsrente, de maximale hypothecaire lening, de daarbij behorende financieringslastnorm en het daarbij behorende percentage, bedoeld in het tweede lid, worden vermeld. 6 De toetsinkomens in een zelfde inkomensklasse mogen ten hoogste € 500 van elkaar verschillen. 7 Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 januari, de indeling in inkomensklassen herzien. 2025 39784 25-11-2025 21-11-2025 2025-0000649828 2025 39784 25-11-2025 21-11-2025 2025-0000649828 01-01-2026
Artikel 30 — Artikel 30 Berekening hoogte ewb#
Artikel 30 Berekening hoogte ewb 1 artikel 6, eerste lid, onder a De eigenwoningbijdrage, bedoeld in, bestaat uit een maandelijkse tegemoetkoming in de financieringslast. 2 De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt de uitkomst van de formule: in welke formule voorstelt: H: het bedrag van het toetsinkomen; x artikel 3, eerste lid R: de uitkomst van de berekening van de financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in, uitgedrukt in een percentage; o artikel 29, eerste lid R: het percentage, bedoeld in; artikel 27 f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in, die geldt op de peildatum. 3 artikel 6, eerste lid, onder a x o Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in, toegekend als de uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is en het verschil tussen Ren Rals bedoeld in het tweede lid niet groter is dan het opslagpercentage. 4 De overeenkomstig het tweede lid berekende tegemoetkoming wordt naar boven afgerond op hele eurocenten. 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 13-06-2008
Artikel 31 — Artikel 31 Maximale ewb#
Artikel 31 Maximale ewb Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 32 — Artikel 32 Toeslagen#
Artikel 32 Toeslagen Vervallen 2004 61 24-02-2004 26-01-2004 28777 2004 110 25-03-2004 15-03-2004 26-03-2004 01-07-2002
Artikel 33 — Artikel 33 Definities t.b.v. vangnetregeling#
Artikel 33 Definities t.b.v. vangnetregeling Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 34 — Artikel 34 Het recht op een bijzondere bijdrage#
Artikel 34 Het recht op een bijzondere bijdrage Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 35 — Artikel 35 Procedure bijzondere bijdrage#
Artikel 35 Procedure bijzondere bijdrage Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 36 — Artikel 36 Verrekening en terugvordering#
Artikel 36 Verrekening en terugvordering Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 37 — Artikel 37 Privacybescherming#
Artikel 37 Privacybescherming Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 38 — Artikel 38 Hardheid#
Artikel 38 Hardheid Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 39 — Artikel 39 Vereisten voor ewb na 15 jaar#
Artikel 39 Vereisten voor ewb na 15 jaar 1 artikel 6, eerste lid, onder b Bij ministeriële regeling kan een rentevaste periode worden bepaald, waarvoor de lening of het krediet in rekening-courant ter financiering van het in eigendom verkrijgen van een woning met als zekerheid hypotheek op die woning dient te zijn afgesloten, om in aanmerking te komen voor een eigenwoningbijdrage als bedoeld in. 2 artikel 6, eerste lid, onder b artikelen 6, derde, vierde en zesde lid 7 9 23 24 tot en met 27 29 Op een toekenning van een eigenwoningbijdrage als bedoeld in, zijn de,,,,envan overeenkomstige toepassing. 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 40 — Artikel 40 Berekening hoogte van de ewb na 15 jaar#
Artikel 40 Berekening hoogte van de ewb na 15 jaar 1 artikel 6, eerste lid, onder b De eigenwoningbijdrage, bedoeld in, bestaat uit: a. een maandelijkse tegemoetkoming in de financieringslast, en b. artikel 26, eerste lid een tegemoetkoming in verband met het financieel risico voor de eigenaar-bewoner bij een stijging van het percentage, bedoeld in. 2 artikel 30, tweede lid De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt berekend met gebruikmaking van de formule, bedoeld in, met dien verstande dat in die formule wordt verstaan onder: H: het bedrag van het toetsinkomen op de peildatum, gewijzigd met de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens), zoals die naar redelijke verwachting zal plaatsvinden; x artikel 3, eerste lid R: de uitkomst van de berekening van de op de peildatum geldende financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in, uitgedrukt in een percentage; o artikel 29, eerste lid R: het percentage, bedoeld in, dat geldt op de peildatum. 3 artikel 6, eerste lid, onder b x o Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in, toegekend als de uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, voor het 16e bijdragejaar een positief bedrag is en het verschil tussen Ren Rals bedoeld in het tweede lid niet groter is dan het opslagpercentage. 4 De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onder b, bedraagt de uitkomst van de formule: in welke formule voorstelt: H: het bedrag van het toetsinkomen dat geldt op de peildatum; x artikel 3, eerste lid R: de uitkomst van de berekening van de op de peildatum geldende financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in, uitgedrukt in een percentage; o artikel 29, eerste lid R: het percentage, bedoeld in; artikel 27 f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in, die geldt op de peildatum. 5 artikel 6, eerste lid, onder b De eigenwoningbijdrage, bedoeld in, is de helft van de netto contante waarde van de bedragen die overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid zijn berekend over die bijdragejaren met betrekking tot welke de uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is. 6 De volgens het vijfde lid toe te kennen eigenwoningbijdrage wordt naar boven afgerond op hele eurocenten. 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 13-06-2008
Artikel 41 — Artikel 41 Wijziging#
Artikel 41 Wijziging 1 artikel 15, eerste lid, onder a Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 januari, het bedrag, genoemd in(maximale koopsom), gewijzigd met de ontwikkeling van het prijsindexcijfer voor de bouwkosten. 2 artikel 29, tweede lid Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 januari, het bedrag, genoemd in, gewijzigd met de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het jaar voorafgaand aan het peiljaar, als in januari van dat peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt. 3 artikel 27, eerste lid Bij ministeriële regeling kunnen de factoren, bedoeld in(fiscaal effect), worden gewijzigd als daartoe aanleiding bestaat vanwege wijziging van de belastingwetgeving. 4 De bedragen en de factoren worden als volgt afgerond: a. de bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25; b. de factoren, bedoeld in het derde lid, worden naar boven afgerond op twee decimalen. 5 De overeenkomstig het eerste, tweede en derde lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende bedragen en factoren worden elk jaar uiterlijk op 1 november in de Staatscourant bekendgemaakt. 6 Bij een volgende wijziging van deze bedragen en deze factoren wordt uitgegaan van de bedragen en factoren zoals die waren, voordat zij werden afgerond. 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 13-06-2008
Artikel 42 — Artikel 42 Aanvraag#
Artikel 42 Aanvraag 1 De aanvraag tot toekenning van een eigenwoningbijdrage wordt gedaan door middel van een volledig ingevuld formulier. Onze Minister stelt het formulier vast. Onze Minister, de financier die de offerte voor een hypothecaire lening heeft uitgebracht die de eigenaar-bewoner heeft geaccepteerd of andere daartoe door Onze Minister aangewezen personen of instanties stellen het formulier verkrijgbaar. 2 De aanvraag voor een andere toekenning dan een primaire wordt ingediend voor de aanvang van het vijfjaarstijdvak waarop die aanvraag betrekking heeft. Als niet aan de eerste volzin wordt voldaan, kan geen zodanige aanvraag meer worden ingediend. 3 Als tot het huishouden van de eigenaar-bewoner nog een ander dan hijzelf behoort, wordt bij de aanvraag een verklaring van die ander gevoegd, inhoudende: a. dat de op het aanvraagformulier vermelde, hem betreffende, gegevens inzake het inkomen juist zijn, en b. artikelen 2 3 4 6 dat ermee wordt ingestemd dat de inspecteur der rijksbelastingen of Onze Minister terzake van deze gegevens inlichtingen inwint bij, en informatie verschaft aan, de eigenaar-bewoner, zo daartoe bij de toepassing van de,,enaanleiding mocht zijn. 4 De aanvraag voor een toekenning dient ten minste te vermelden: a. artikel 2, derde lid het huishouden, bedoeld in; b. artikel 3, eerste lid het toetsinkomen, bedoeld in; c. artikel 4, eerste lid het toetsvermogen, bedoeld in. 5 Bij de aanvraag voor een primaire toekenning worden ten minste afschriften van de navolgende stukken gevoegd: a. de koopovereenkomst; b. artikel 10 de offerte, bedoeld in het eerste lid, waarin is aangegeven dat de hypothecaire lening wordt verstrekt onder de garantie, bedoeld in; c. artikel 3, eerste lid de gegevens betreffende het toetsinkomen in de zin van de voorwaarden en normen, bedoeld in. 6 Bij de aanvraag voor een andere toekenning dan een primaire worden ten minste de gegevens, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, gevoegd. 7 De aanvraag wordt ingediend bij Onze Minister, bij een aanvraag voor een primaire toekenning mogelijk door tussenkomst van de financier, de personen of de instanties, bedoeld in het eerste lid. Onze Minister stelt die financier, de personen of de instanties terstond in kennis van de ontvangst van de aanvraag. 8 artikel 24 Een verzoek als bedoeld inmaakt deel uit van de aanvraag, bedoeld in dit artikel. 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 13-06-2008
Artikel 43 — Artikel 43 Beslistermijnen, aanvulling aanvraag voor een primaire toekenning#
Artikel 43 Beslistermijnen, aanvulling aanvraag voor een primaire toekenning 1 Onze Minister neemt een beslissing over: a. een aanvraag voor een primaire toekenning: binnen twee weken na de indiening daarvan, en b. een aanvraag voor een andere toekenning dan een primaire: binnen vier maanden na de indiening daarvan. 2 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister beslist op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtensde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de datum waarop de aanvraag is aangevuld geldt als datum van ontvangst. 3 Als de beslissing een primaire toekenning inhoudt, doet de eigenaar-bewoner zo spoedig mogelijk aan Onze Minister toekomen: a. een authentiek afschrift van de akte van levering van de woning, en b. een afschrift van de geldleningsovereenkomst. 4 artikel 42, eerste lid Onze Minister stelt de financier, bedoeld in, terstond in kennis van een beslissing als bedoeld in het derde lid en van de ontvangst van de stukken, bedoeld onder a en b van dat lid. 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 13-06-2008
Artikel 44 — Artikel 44 Uitbetaling#
Artikel 44 Uitbetaling 1 artikel 6, eerste lid, onder a artikel 43, derde lid De eigenwoningbijdrage, bedoeld in, wordt steeds over een tijdvak van een maand uitbetaald, direct na afloop van dat tijdvak. De eerste uitbetaling vindt plaats over de eerste kalendermaand van het vijfjaarstijdvak. Uitbetaling geschiedt doordat Onze Minister de eigenwoningbijdrage uitbetaalt aan de eigenaar-bewoner. Met de uitbetaling over het eerste vijfjaarstijdvak wordt niet begonnen, zolang Onze Minister de bescheiden, genoemd in, niet heeft ontvangen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop zodanige uitbetaling plaatsvindt. 2 artikel 6, eerste lid, onder b artikel 42, eerste lid De eigenwoningbijdrage, bedoeld in, wordt ineens uitbetaald aan de financier, bedoeld in, in de maand die volgt op de maand waarin de laatste betaling volgens het eerste lid is geschied. Onze Minister stelt de eigenaar-bewoner hiervan schriftelijk in kennis. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 45 — Artikel 45 Beschikken over bijdrage#
Artikel 45 Beschikken over bijdrage 1 De eigenwoningbijdrage is niet vatbaar voor vervreemding, verpanding, belening, beslag of uitwinning en verhaal, behoudens dat beslag, verhaal en, in geval van verpanding, uitwinning is toegestaan met het oog op inning van de hypotheeklast. 2 Elk beding, strijdig met het eerste lid, is nietig. 2000 575 21-12-2000 11-12-2000 25309 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001
Artikel 46 — Artikel 46 Informatieplicht huishouden eigenaar-bewoner#
Artikel 46 Informatieplicht huishouden eigenaar-bewoner 1 Degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren zijn verplicht uit eigen beweging aan Onze Minister onmiddellijk alle inlichtingen te verstrekken waarover zij redelijkerwijs kunnen beschikken, en die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de vaststelling van het recht op en de hoogte van de eigenwoningbijdrage. 2 De in het eerste lid bedoelde personen zijn verplicht de in dat lid bedoelde gegevens desgevraagd te verstrekken aan Onze Minister en aan de door hem daartoe aangewezen ambtenaren. 2000 575 21-12-2000 11-12-2000 25309 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001
Artikel 47 — Artikel 47 Informatieplicht financier#
Artikel 47 Informatieplicht financier 1 artikel 42, eerste lid De financier, bedoeld in, is verplicht aan Onze Minister op diens verzoek onmiddellijk inlichtingen met betrekking tot de hypothecaire lening te verstrekken waarover hij redelijkerwijs kan beschikken, en die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de vaststelling van het recht op en de hoogte van de eigenwoningbijdrage. 2 Onze Minister stelt de eigenaar-bewoner in kennis van elke gegevensverstrekking als bedoeld in het eerste lid. 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 48 — Artikel 48 Controle vermogen#
Artikel 48 Controle vermogen Vervallen 2005 705 27-12-2005 14-12-2005 30134 2005 705 27-12-2005 14-12-2005 30134 28-12-2005 01-07-2002
Artikel 49 — Artikel 49 Opschorten#
Artikel 49 Opschorten Onze Minister kan de uitbetaling van de eigenwoningbijdrage geheel of gedeeltelijk opschorten als hij redelijkerwijs kan vermoeden dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag een eigenwoningbijdrage is toegekend of dat niet langer is voldaan aan een eis voor de primaire toekenning. 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 50 — Artikel 50 Herzien en terugvorderen#
Artikel 50 Herzien en terugvorderen 1 Onze Minister kan de toekenning herzien: a. als niet langer wordt voldaan aan een eis voor de primaire toekenning; b. als de toekenning heeft plaatsgevonden in afwijking van deze wet of de daarop berustende bepalingen, of c. artikel 43, derde lid 46, tweede lid als, of, niet wordt nageleefd. 2 Aan een besluit als bedoeld in het eerste lid kan terugwerkende kracht worden verleend over ten hoogste vijf bijdragejaren, voorafgaande aan het lopende bijdragejaar: a. als gegevens die zijn verstrekt door degene die behoort tot het huishouden van de eigenaar-bewoner zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn geweest, dat een ander besluit zou zijn genomen indien de juiste of volledige gegevens bij Onze Minister bekend zouden zijn geweest; b. artikel 43, derde lid 46, tweede lid als, of, niet wordt nageleefd, of c. als de eigenaar-bewoner redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de eigenwoningbijdrage ten onrechte of tot een te hoog bedrag is toegekend. 3 Als het eerste lid toepassing vindt, is Onze Minister bevoegd tot terugvordering van de ten onrechte of teveel uitbetaalde eigenwoningbijdrage van de eigenaar-bewoner, of tot verrekening van die eigenwoningbijdrage met aanspraken op eigenwoningbijdragen van de eigenaar-bewoner. 4 artikel 46 Onze Minister kan, als de herziening haar grond vindt in het feit dat het aanvraagformulier niet naar waarheid is ingevuld, dan welniet is nageleefd, het terug te vorderen bedrag verhogen met 25 procent, met dien verstande dat deze verhoging niet meer mag bedragen dan € 225 per bijdragejaar, waarover ten onrechte een eigenwoningbijdrage werd genoten. De verhoging kan worden betrokken bij een verrekening als bedoeld in het derde lid. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 51 — Artikel 51 Invorderen#
Artikel 51 Invorderen 1 artikel 50, derde en vierde lid Een bedrag als bedoeld in, wordt ingevorderd door Onze Minister. 2 Als de eigenaar-bewoner in gebreke blijft, kan de invordering van het verschuldigde bedrag, vermeerderd met de kosten van invordering, geschieden bij dwangbevel. 3 artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van die wet artikelen 13 14 van die wet De betekening en tenuitvoerlegging van het dwangbevel geschieden door de ontvanger van de belastingen, bedoeld in, en door de belastingdeurwaarder, bedoeld in, met toepassing van deen. 4 artikel 19 van de Invorderingswet 1990 artikel 24 van die wet Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van, alsmede verrekenen op grond van. 5 artikel 17 van de Invorderingswet 1990 Met betrekking tot het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dat artikel in plaats van «de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd» telkens moet worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger. 6 artikelen 6 7 van de Invorderingswet 1990 Met betrekking tot de kosten van aanmaning en verdere invordering zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 52 — Artikel 52 Informatieverstrekking algemeen#
Artikel 52 Informatieverstrekking algemeen Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bij die maatregel aangewezen personen en instanties, met uitzondering van degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren, worden verplicht kosteloos gegevens en afschriften van stukken te verstrekken aan burgemeester en wethouders en Onze Minister, voorzover die verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet. Bij die maatregel kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot die verstrekking. 2000 575 21-12-2000 11-12-2000 25309 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001 2000 576 21-12-2000 11-12-2000 27071 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001 Treedt in werking als de wet in werking treedt.
Artikel 53 — Artikel 53 Informatie door b&w#
Artikel 53 Informatie door b&w Burgemeester en wethouders verstrekken desgevraagd aan Onze Minister de gegevens over de uitvoering van deze wet, alsmede inzage in de stukken daarover, op de wijze als door Onze Minister bepaald. 2000 575 21-12-2000 11-12-2000 25309 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001
Artikel 54 — Artikel 54 Burgerservicenummer#
Artikel 54 Burgerservicenummer artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer In de administratie over de uitvoering van deze wet wordt het burgerservicenummer opgenomen van degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren. Bij de verstrekking van gegevens over de uitvoering van deze wet wordt gebruik gemaakt van dit burgerservicenummer. Onder burgerservicenummer wordt verstaan: het nummer, bedoeld in. 2009 108 12-03-2009 05-02-2009 30907 2009 135 24-03-2009 10-03-2009 25-03-2009
Artikel 55 — Artikel 55 Toezicht op de naleving#
Artikel 55 Toezicht op de naleving 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 artikelen 5:15 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De in het eerste lid bedoelde ambtenaren beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in de,en. 2000 575 21-12-2000 11-12-2000 25309 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001
Artikel 56 — Artikel 56 Afwijking bij algemene maatregel van bestuur#
Artikel 56 Afwijking bij algemene maatregel van bestuur Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 57 — Artikel 57 Voorlichting#
Artikel 57 Voorlichting Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de voorlichting over deze wet. 2000 575 21-12-2000 11-12-2000 25309 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001
Artikel 58 — Artikel 58 Huursubsidiewet Wijziging#
Artikel 58 Huursubsidiewet Wijziging Wijzigt de Huursubsidiewet. 2000 575 21-12-2000 11-12-2000 25309 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001
Artikel 59 — Artikel 59 Algemene bijstandswet Wijziging#
Artikel 59 Algemene bijstandswet Wijziging Wijzigt de Algemene bijstandswet. 2000 575 21-12-2000 11-12-2000 25309 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 2000 575 21-12-2000 11-12-2000 25309 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001 2000 576 21-12-2000 11-12-2000 27071 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001 Treedt in werking als de wet in werking treedt.
Artikel 61 — Artikel 61 Nadere regels bij amvb#
Artikel 61 Nadere regels bij amvb Vervallen 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 62 — Artikel 62 Voorhangprocedures#
Artikel 62 Voorhangprocedures Vervallen 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 13-06-2008
Artikel 63 — Artikel 63 Overgangsrecht#
Artikel 63 Overgangsrecht Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet worden geen koopgewenningssubsidies vastgesteld op voet van enige daarop betrekking hebbende regeling van Onze Minister. 2000 575 21-12-2000 11-12-2000 25309 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001
Artikel 63a — Artikel 63a Overgangsrecht met betrekking tot inkomen en vermogen#
Artikel 63a Overgangsrecht met betrekking tot inkomen en vermogen Vervallen 2005 705 27-12-2005 14-12-2005 30134 2005 705 27-12-2005 14-12-2005 30134 28-12-2005 01-07-2002
Artikel 64 — Artikel 64 Evaluatie#
Artikel 64 Evaluatie 1 Onze Minister brengt jaarlijks verslag uit aan de Staten-Generaal over de werking van deze wet. 2 Onverminderd het eerste lid zendt Onze Minister binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens driejaarlijks, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2006 734 28-12-2006 21-12-2006 29917 2006 736 28-12-2006 21-12-2006 01-01-2007
Artikel 65 — Artikel 65 Inwerkingtreding#
Artikel 65 Inwerkingtreding 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2 Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wet worden, als die dag 1 juli 2000 of een latere datum is, gewijzigd: a. artikelen 8, eerste lid 9, eerste lid, onderdelen a, c en d artikel 27 van de Huursubsidiewet de bedragen, genoemd in de, en: overeenkomstig de wijzigingen die op 1 juli 2000 en nadien hebben plaatsgevonden of plaatsvinden ingevolge, en b. artikelen 15, eerste lid 29, eerste lid, formule 31, eerste lid artikel 41 de bedragen, genoemd in de,, en: overeenkomstig, met als uitgangspunt dat de laatste wijziging daarvan per 1 januari 2000 heeft plaatsgevonden. 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 2008 198 12-06-2008 29-05-2008 31247 13-06-2008
Artikel 66 — Artikel 66 Citeertitel#
Artikel 66 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet bevordering eigenwoningbezit. 2000 575 21-12-2000 11-12-2000 25309 2000 577 21-12-2000 11-12-2000 27466 01-01-2001