Wet van 26 april 2001, houdende intrekking van de Wet tegemoetkoming studiekosten en vervanging door de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten)
- BWB-id
- BWBR0012438
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012438
- ELI
- /eli/nl/wet/2001/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2001/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012438&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012438&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012438/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2001/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: achterstallige schuld WSF 2000 artikel 6.3 : achterstallige schuld als bedoeld in de, berekend op grond van, AWIR Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen :, bovenbouw : havo artikel 2.5 WVO 2020 : hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in, ho-student artikelen 2.11 2.12 : degene die hoger onderwijs volgt als bedoeld in deen, leerling : scholier of vavo-student, lening : rentedragende lening die niet kan worden omgezet in een gift, onderbouw : onderwijsbijdrage : onderwijsnummer : door Onze Minister uitgegeven persoonsgebonden nummer, toegekend aan een persoon aan wie niet van overheidswege een burgerservicenummer is verstrekt, Onze Minister : Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, partner artikel 3 AWIR hoofdstuk 4 : degene die in het kalenderjaar waarin het school- of studiejaar aanvangt gedurende meer dan 6 maanden partner als bedoeld invan de aanvrager is, met dien verstande dat voor de toepassing vanvoor «belanghebbende» gelezen wordt: TOS-ouder, peiljaar : tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin het schooljaar of studiejaar aanvangt, reguliere studiefinanciering artikel 3.1, eerste of tweede lid, WSF 2000 : studiefinanciering als bedoeld in, scholier : degene die voortgezet onderwijs volgt, school Experimentenwet onderwijs Wet op de erkende onderwijsinstellingen WEC WHW WVO 2020 : school of instelling in de zin van de,,,of, schooljaar : tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigt op 31 juli daaropvolgend, studiejaar : tijdvak dat aanvangt op 1 september van enig kalenderjaar en eindigt op 31 augustus daaropvolgend, tegemoetkoming : door Onze Minister verstrekte toekenning in verband met het volgen van een opleiding in het onderwijs waarop uitsluitend op grond van deze wet aanspraak bestaat, termijnbetaling WSF 2000 artikel 6.3 : termijnbetaling als bedoeld in de, berekend op grond van, thuiswonende leerling : scholier of vavo-student die woont op het adres van de TOS-ouder of partner van de TOS-ouder, toetsingsinkomen artikel 8, eerste en tweede lid, AWIR : inkomen als bedoeld in, met dien verstande dat voor «berekeningsjaar» gelezen wordt: peiljaar, TOS-ouder : wettelijke vertegenwoordiger in het laatste kwartaal waarin de leerling nog 17 jaar was, uitwonende leerling : scholier of vavo-student die niet een thuiswonende leerling is, vavo artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, WEB : opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in, vavo-student artikel 2.10 : degene die vavo volgt als bedoeld in, voortgezet onderwijs WVO 2020 WEC : onderwijs in de zin van de, en, tenzij anders is bepaald, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de, vreemdeling Vreemdelingenwet 2000 : hetgeen daaronder wordt verstaan in de, vwo artikel 2.4 WVO 2020 : voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in, WEB Wet educatie en beroepsonderwijs :, WEC Wet op de expertisecentra :, WHW Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek :, WSF 2000 Wet studiefinanciering 2000 :, WVO 2020 Wet voortgezet onderwijs 2020 :. a. voor havo: het vierde en vijfde leerjaar, of b. voor vwo: het vierde, vijfde en zesde leerjaar, a. artikel 2.93, derde lid, WVO 2020 het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in, alle leerjaren, b. artikel 2.8 WVO 2020 het praktijkonderwijs, bedoeld in, alle leerjaren, c. voor havo: het eerste, tweede en derde leerjaar, of d. voor vwo: het eerste, tweede en derde leerjaar, a. artikel 5 van de Les- en cursusgeldwet lesgeld als bedoeld in, b. voor een niet uit 's Rijks kas bekostigde school de verschuldigde bijdrage aan de school, c. afdeling 5.1 artikel 5.3 voor de toepassing van, voorzover het een uit 's Rijks kas bekostigde school betreft: het bedrag, bedoeld in, of d. afdeling 5.2 artikel 5.10 voor de toepassing van, voorzover het een uit 's Rijks kas bekostigde school betreft: de bedragen, bedoeld in, 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Peildatum#
Artikel 1.2 Peildatum Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet is bepalend de toestand op de eerste dag van de maand, tenzij anders is bepaald. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 1.3 — Artikel 1.3 Aanvraag#
Artikel 1.3 Aanvraag 1 Een aanvraag kan worden gedaan door een leerling of ho-student. 2 hoofdstuk 5 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald aan welke voorwaarden een aanvraag moet voldoen. In ieder geval wordt daarbij bepaald dat de aanvrager in de zin vanen zijn partner alsmede de TOS-ouder en zijn partner hun burgerservicenummer of onderwijsnummer verstrekken. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 1.4 — Artikel 1.4 Minderjarigheid#
Artikel 1.4 Minderjarigheid Vervallen 2005 343 30-06-2005 23-06-2005 29765 2005 343 30-06-2005 23-06-2005 29765 01-09-2005 2005 345 05-07-2005 23-06-2005 30097 Geldt voor berekeningsjaren als bedoeld in de Algemene wet
inkomensafhankelijke regelingen, die aanvangen op of na 1 januari 2006. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2005/343 gesteld op 1 januari 2006.
Artikel 1.5 — Artikel 1.5 Woonplaats#
Artikel 1.5 Woonplaats 1 Indien bij controle door Onze Minister blijkt dat het door de scholier verstrekte adres afwijkt van het adres waarop hij in de basisregistratie personen staat ingeschreven, maakt Onze Minister dit aan hem bekend en stelt hem in de gelegenheid de afwijking te herstellen. 2 Indien een uitwonende scholier de afwijking niet binnen 4 weken na de bekendmaking herstelt, wordt met ingang van de maand waarin de afwijking is ontstaan, de aan hem toegekende basistoelage omgezet in een basistoelage voor een thuiswonende scholier, tenzij hem van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. 3 Indien een uitwonende scholier de afwijking na de termijn van 4 weken alsnog herstelt, wordt met ingang van de maand daaropvolgend de basistoelage voor een thuiswonende scholier omgezet in een basistoelage voor een uitwonende scholier. 2013 316 26-07-2013 10-07-2013 33555 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie
personen in werking treedt.
Artikel 1.6 — Artikel 1.6 Inspecteur der rijksbelastingen bepaalt inkomen of loon#
Artikel 1.6 Inspecteur der rijksbelastingen bepaalt inkomen of loon Vervallen 2008 569 29-12-2008 04-12-2008 31566 2008 570 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 1.7 — Artikel 1.7 Gebruik burgerservicenummer of onderwijsnummer#
Artikel 1.7 Gebruik burgerservicenummer of onderwijsnummer 1 Onze Minister gebruikt het burgerservicenummer of onderwijsnummer van een leerling, ho-student of debiteur ter zake van de uitvoering van deze wet slechts: a. in contacten met die leerling, ho-student of debiteur, b. in contacten met personen en instanties voorzover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer of onderwijsnummer in een persoonsregistratie, en c. artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers teneinde de gegevens van die leerling, ho-student of debiteur te vergelijken met de gegevens die over hem zijn opgenomen in het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in, voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet. 2 Het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de partner van een leerling, ho-student of debiteur of van de TOS-ouder of diens partner kan ter zake van de uitvoering van deze wet slechts worden gebruikt in contacten met die partner of TOS-ouder of met de desbetreffende leerling, ho-student of debiteur, alsmede, voorzover het betreft de controle op de rechtmatigheid, in contacten met personen en instanties voorzover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer of onderwijsnummer in een persoonsregistratie. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 1.8 — Artikel 1.8 AWIR van toepassing#
Artikel 1.8 AWIR van toepassing AWIR Op deze wet zijn de volgende artikelen van devan toepassing: a. artikel 6 , b. artikel 7, eerste lid hoofdstuk 4 , met dien verstande dat voor de toepassing vanvoor «belanghebbende» gelezen wordt: TOS-ouder, c. artikel 9, eerste en tweede lid , en d. artikel 10, eerste lid . 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Reikwijdte en voorwaarden tegemoetkoming#
Artikel 2.1 Reikwijdte en voorwaarden tegemoetkoming Deze wet regelt de tegemoetkoming en is van toepassing indien wordt voldaan aan de voorwaarden inzake: a. artikel 2.2 nationaliteit als bedoeld in, b. artikel 2.3 leeftijd als bedoeld in, c. paragrafen 2.3 2.4 onderwijssoort als bedoeld in deen, en d. paragraaf 2.7 inkomen als bedoeld in. 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Nationaliteit#
Artikel 2.2 Nationaliteit 1 Op tegemoetkoming kan aanspraak bestaan indien de aanvrager: a. de Nederlandse nationaliteit bezit, b. niet de Nederlandse nationaliteit bezit maar wel ingevolge een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie op het terrein van de tegemoetkoming met een Nederlander wordt gelijkgesteld, of c. niet de Nederlandse nationaliteit bezit maar wel behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen groep van personen die op het terrein van de tegemoetkoming met Nederlanders worden gelijkgesteld. 2 hoofdstukken 4 5 Voor de toepassing van deengeldt in aanvulling op het eerste lid, onderdeel c, dat de aanvrager in Nederland woont, tenzij deze voorwaarde niet mag worden gesteld op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld in verband met een goede uitvoering van dit lid. 3 Onverminderd het eerste lid, onderdeel b, kunnen bij algemene maatregel van bestuur groepen van personen worden aangewezen voor wie de gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, slechts een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs betreft. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte en de vorm van deze tegemoetkoming. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kan ten gunste van de ho-student worden afgeweken van het eerste lid. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Leeftijd#
Artikel 2.3 Leeftijd 1 hoofdstuk 4 Op tegemoetkoming ingevolgekan aanspraak bestaan met ingang van de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin de leerling de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt tot en met de maand waarin hij de leeftijd van 30 jaren heeft bereikt. 2 afdeling 5.1 Op tegemoetkoming ingevolgebestaat aanspraak ongeacht de leeftijd. 3 afdeling 5.2 Op tegemoetkoming ingevolgekan aanspraak bestaan met ingang van de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin de leerling de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt. 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Bekostigd voortgezet onderwijs#
Artikel 2.4 Bekostigd voortgezet onderwijs Vervallen 2009 331 29-07-2009 18-06-2009 31772 2009 332 29-07-2009 18-07-2009 01-08-2009
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Aangewezen voortgezet onderwijs#
Artikel 2.5 Aangewezen voortgezet onderwijs Vervallen 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 Erkende cursus voortgezet onderwijs en vavo#
Artikel 2.6 Erkende cursus voortgezet onderwijs en vavo Vervallen 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 Beroepsonderwijs#
Artikel 2.7 Beroepsonderwijs Vervallen 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 2.8 — Artikel 2.8 Bekostigde cursus voortgezet onderwijs#
Artikel 2.8 Bekostigde cursus voortgezet onderwijs Vervallen 2009 331 29-07-2009 18-06-2009 31772 2009 332 29-07-2009 18-07-2009 01-08-2009
Artikel 2.9 — Artikel 2.9 Voortgezet onderwijs#
Artikel 2.9 Voortgezet onderwijs hoofdstuk 4 Voor tegemoetkoming ingevolgekan een scholier in aanmerking komen die is ingeschreven: a. WVO 2020 WEC Experimentenwet onderwijs aan een school die op grond van de, deof devolledig en rechtstreeks uit de openbare kas wordt bekostigd, waaronder het volgen van onderwijs in de vorm van contractactiviteiten niet is mede begrepen; b. artikel 2.66 WVO 2020 aan een op grond vanaangewezen school; c. Wet op de erkende onderwijsinstellingen aan een school die is erkend op grond van devoor zover de gevolgde cursus onder de reikwijdte van die wet valt; d. artikel 4.28 WVO 2020 voor een cursus die wordt bekostigd op grond van; of e. voor bij ministeriële regeling aangewezen onderwijs, vergelijkbaar met de onderdelen a tot en met d. 2022 116 21-03-2022 23-02-2022 35946 2022 117 22-03-2022 11-03-2022 01-08-2022 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 2.10 — Artikel 2.10 Vavo#
Artikel 2.10 Vavo hoofdstuk 4 artikel 1.1.1 artikel 1.4a.1 WEB Voor tegemoetkoming ingevolgekan een vavo-student in aanmerking komen die is ingeschreven aan een school als bedoeld inen, voorzover het betreft een opleiding vavo. 2022 116 21-03-2022 23-02-2022 35946 2022 117 22-03-2022 11-03-2022 01-08-2022
Artikel 2.11 — Artikel 2.11 Lerarenopleidingen bekostigde en niet bekostigde instellingen hoger onderwijs#
Artikel 2.11 Lerarenopleidingen bekostigde en niet bekostigde instellingen hoger onderwijs 1 afdeling 5.1 bijlage van de WHW artikel 1.1, onderdeel aa, WHW Voor tegemoetkoming ingevolgekan een ho-student in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van een bacheloropleiding of masteropleiding voor het beroep van leraar bij een bekostigde universiteit of hogeschool, genoemd in de, dan wel bij een rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in, voor zover aan die opleiding accreditatie als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel q, WHW is verleend. 2 artikelen 5.21, tweede en zesde lid 6.5, tweede lid, WHW Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing gedurende de termijn, bedoeld in de, 5.33 en. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 2.12 — Artikel 2.12 Post-hoger onderwijs lerarenopleidingen en didactische cursus educatie en beroepsonderwijs#
Artikel 2.12 Post-hoger onderwijs lerarenopleidingen en didactische cursus educatie en beroepsonderwijs afdeling 5.1 artikel 171 van de Wet op het primair onderwijs artikel 151 WEC artikel 7.28 WVO 2020 artikel 4.2.4, WEB Voor tegemoetkoming ingevolgekan een ho-student in aanmerking komen indien hij als leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming vanwege het bezit van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in,,, of. 2024 109 30-04-2024 18-04-2024 36478 2024 154 12-06-2024 06-06-2024 01-08-2024
Artikel 2.13 — Artikel 2.13 Voortgezet onderwijs en vavo#
Artikel 2.13 Voortgezet onderwijs en vavo afdeling 5.2 Voor tegemoetkoming ingevolgekan een leerling in aanmerking komen indien hij is ingeschreven voor: a. artikel 1.1.1 artikel 1.4a.1 WEB een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld inen, voor zover het betreft een opleiding vavo, b. artikel 2.9, onderdelen a tot en met c een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in, of c. artikel 2.9, onderdeel d een cursus als bedoeld in, met dien verstande dat deze opleidingen of een gedeelte daarvan of die cursus die leiden tot het diploma: 1°. voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, 2°. hoger algemeen voortgezet onderwijs, of 3°. voortgezet middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de theoretische leerweg. 2022 116 21-03-2022 23-02-2022 35946 2022 117 22-03-2022 11-03-2022 01-08-2022
Artikel 2.14 — Artikel 2.14 Geen aanspraak#
Artikel 2.14 Geen aanspraak Geen aanspraak op tegemoetkoming bestaat indien de leerling of ho-student is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begrepen ten hoogste 12 vakantieweken, korter is dan 1 jaar. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 2.15 — Artikel 2.15 hoofdstuk 4 Geen aanspraak tegemoetkoming#
Artikel 2.15 hoofdstuk 4 Geen aanspraak tegemoetkoming artikel 4.12 De aanspraak op tegemoetkoming van een leerling die gedurende een aaneengesloten periode van 8 weken niet aan het onderwijs heeft deelgenomen, vervalt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de school de afwezigheid, bedoeld inaan Onze Minister heeft medegedeeld. De periode van 8 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. 2009 492 01-12-2009 15-10-2009 31944 2009 493 01-12-2009 11-11-2009 01-01-2010
Artikel 2.16 — Artikel 2.16 hoofdstuk 5 Geen aanspraak tegemoetkoming#
Artikel 2.16 hoofdstuk 5 Geen aanspraak tegemoetkoming afdeling 5.1 Een ho-student heeft geen aanspraak op tegemoetkoming indien hij gedurende 24 maanden een tegemoetkoming in de zin vanheeft ontvangen of indien 48 maanden zijn verlopen gerekend vanaf de maand waarover de tegemoetkoming voor het eerst is toegekend. 2021 409 31-08-2021 14-07-2021 35725 2021 443 29-09-2021 20-09-2021 01-10-2021
Artikel 2.17 — Artikel 2.17 hoofdstuk 4 Aanspraak tegemoetkoming#
Artikel 2.17 hoofdstuk 4 Aanspraak tegemoetkoming artikelen 2.9, onderdelen b en c 2.10 Een leerling die onderwijs volgt als bedoeld in de, ofheeft slechts aanspraak op tegemoetkoming indien de opleiding een studielast heeft van ten minste 850 klokuren per schooljaar die worden besteed aan het volgen van lessen of stages. 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 2.18 — Artikel 2.18 Bekendmaking bij niet voldoen aan artikel 2.17 en aanspraak op tegemoetkoming#
Artikel 2.18 Bekendmaking bij niet voldoen aan artikel 2.17 en aanspraak op tegemoetkoming Vervallen 2008 140 29-04-2008 10-04-2008 31048 2008 140 29-04-2008 10-04-2008 31048 30-04-2008 01-08-2007
Artikel 2.19 — Artikel 2.19 hoofdstuk 4 Aanspraak bij einde studie#
Artikel 2.19 hoofdstuk 4 Aanspraak bij einde studie 1 hoofdstuk 4 De aanspraak op tegemoetkoming ingevolgevervalt met ingang van de maand die volgt op de dag waarop de leerling het laatste schooljaar met goed gevolg heeft afgesloten. 2 Indien de leerling aansluitend aan het schooljaar dat als laatste schooljaar was aangemerkt, opnieuw dat laatste schooljaar aanvangt, ontstaat aanspraak op tegemoetkoming voor het resterende gedeelte van het kalenderjaar. 3 WSF 2000 artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet hoofdstuk 4 artikel 2.9, onderdelen b tot en met d 2.10 hoofdstuk 4 artikel 4.10, tweede lid Indien de leerling na zijn uitschrijving voor een opleiding binnen 4 maanden opnieuw een opleiding in de zin van deze wet of van deaanvangt, blijft, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op tegemoetkoming in de tussen beide opleidingen liggende periode voor ten hoogste 4 maanden bestaan. Indien dit de maanden augustus, september, oktober of november betreft, heeft de leerling die op grond vannog geen tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend en een opleiding als bedoeld in, of, of een opleiding waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat, gaat volgen, over die maanden naast een tegemoetkoming in de zin vanook aanspraak op een bedrag aan tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, ter grootte van eentwaalfde van het bedrag, bedoeld in, per maand. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming in die maanden wordt uitgegaan van de draagkracht, zoals die gold op 31 juli van het voorafgaande schooljaar. In afwijking van, wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden. 4 artikel 2.12, onder b, c of d, WSF 2000 WSF 2000 Het derde lid is niet van toepassing op personen die op grond vanhet levenlanglerenkrediet, bedoeld in de, ontvangen. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 2.20 — Artikel 2.20 Onderbreken opleiding hoofdstuk 4 wegens ziekte#
Artikel 2.20 Onderbreken opleiding hoofdstuk 4 wegens ziekte Vervallen 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 2.21 — Artikel 2.21 WSF 2000 Geen aanspraak bij aanspraak#
Artikel 2.21 WSF 2000 Geen aanspraak bij aanspraak 1 hoofdstuk 4 De scholier, bedoeld in, die tevens aanspraak heeft op reguliere studiefinanciering, heeft geen aanspraak op tegemoetkoming. 2 hoofdstuk 4 De vavo-student, bedoeld in, voor wie onderwijsbijdrage is verschuldigd en die tevens aanspraak heeft op reguliere studiefinanciering, heeft geen aanspraak op tegemoetkoming. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 2.22 — Artikel 2.22 Geen aanspraak na hoger onderwijs#
Artikel 2.22 Geen aanspraak na hoger onderwijs hoofdstuk 4 hoofdstuk 5 WSF 2000 De leerling heeft geen aanspraak op tegemoetkoming in de zin van, indien hij geen aanspraak meer heeft op prestatiebeurs in de zin van. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 2.22a — Artikel 2.22a Rechtens ontnomen vrijheid#
Artikel 2.22a Rechtens ontnomen vrijheid 1 hoofdstuk 4 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten artikel 2.3 van de Wet forensische zorg hoofdstuk 6 van de Jeugdwet Een scholier of een vavo-student als bedoeld indie voor ten minste één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen, heeft, behoudens in de gevallen, bedoeld in de, in deen inen de gevallen, bedoeld in, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming tenminste één maand heeft geduurd slechts aanspraak op een basistoelage voor een thuiswonende leerling. 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen groepen van personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 2.22b — Artikel 2.22b Geen aanspraak uitreiziger#
Artikel 2.22b Geen aanspraak uitreiziger 1 Een leerling of ho-student heeft geen aanspraak op tegemoetkoming indien hij een uitreiziger is. 2 Onze Minister kan besluiten dat een leerling of ho-student een uitreiziger is indien het betreft een persoon ten aanzien van wie uit een melding van de door de daartoe bevoegde opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan Onze Minister, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat de leerling of ho-student zich buiten het land Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie die door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met het gevoelen van de Rijksministerraad, is geplaatst op een lijst van organisaties die deelnemen aan een nationaal of internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. 3 In het besluit van Onze Minister dat een leerling of ho-student een uitreiziger is, wordt vermeld vanaf welk moment een leerling of ho-student als uitreiziger is aangemerkt. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 2.23 — Artikel 2.23 Grensbedrag draagkracht#
Artikel 2.23 Grensbedrag draagkracht 1 artikel 7, eerste lid, AWIR De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten is afhankelijk van de hoogte van de op grond vanberekende draagkracht. 2 hoofdstukken 4 5 met ingang van het schooljaar 2026-2027: € 45.686,11 Volledige tegemoetkoming ingevolge deenbestaat tot en met het grensbedrag van de draagkracht. Naar de maatstaf van het schooljaar of studiejaar 2012–2013 bedraagt het grensbedrag € 32 142,16. 3 Indien het toe te kennen bedrag per aanvrager minder bedraagt dan € 10,–, wordt de tegemoetkoming op nihil gesteld. 2025 39853 24-11-2025 11-11-2025 HO&S/1767222 2025 39853 24-11-2025 11-11-2025 HO&S/1767222 01-01-2026
Artikel 2.24 — Artikel 2.24 Toetsingsinkomen#
Artikel 2.24 Toetsingsinkomen Vervallen 2005 343 30-06-2005 23-06-2005 29765 2005 343 30-06-2005 23-06-2005 29765 01-01-2008
Artikel 2.25 — Artikel 2.25 Korting op tegemoetkoming#
Artikel 2.25 Korting op tegemoetkoming 1 artikel 2.27 artikel 2.23, tweede lid De tegemoetkoming wordt verminderd met een ingevolge het derde lid enberekende korting wegens overschrijding van het grensbedrag, bedoeld in. 2 artikel 4.2, onderdeel a De korting wordt niet toegepast op de basistoelage, bedoeld in. 3 artikel 2.23 De korting is 30% van het verschil tussen de draagkracht in het peiljaar en het grensbedrag, bedoeld in, tweede lid. 4 Het kortingsbedrag voor een kalendermaand is de korting, bedoeld in het derde lid, gedeeld door 12. 2005 343 30-06-2005 23-06-2005 29765 2005 343 30-06-2005 23-06-2005 29765 01-01-2008
Artikel 2.26 — Artikel 2.26 Verdeling bij korting op tegemoetkoming#
Artikel 2.26 Verdeling bij korting op tegemoetkoming 1 In geval van korting op de tegemoetkoming is de verhouding tussen de gekorte tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en die in de schoolkosten overeenkomstig de verhouding tussen de normbedragen van deze tegemoetkomingen op 1 augustus van het betreffende schooljaar. Deze verhouding wordt op 2 decimalen afgerond op het naastbij gelegen getal. 2 Indien de toegekende gekorte tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, niet meer is dan de aan Onze Minister verschuldigde onderwijsbijdrage, vindt geen uitbetaling plaats. Onze Minister verrekent deze tegemoetkoming met die onderwijsbijdrage. 2009 492 01-12-2009 15-10-2009 31944 2009 493 01-12-2009 11-11-2009 01-01-2010
Artikel 2.27 — Artikel 2.27 Verdeling kortingsbedrag wegens telkinderen#
Artikel 2.27 Verdeling kortingsbedrag wegens telkinderen artikel 2.25, derde lid hoofdstuk 4 Het kortingsbedrag, bedoeld in, wordt verdeeld over het aantal telkinderen. Onder telkind wordt verstaan: iedere aanvrager die een TOS-ouder heeft waarbij die TOS-ouder of diens partner tevens de TOS-ouder is van een andere leerling die voor het desbetreffende schooljaar aanspraak heeft op tegemoetkoming in de zin van. 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 2.28 — Artikel 2.28 Peiljaarverlegging bij terugval in inkomen#
Artikel 2.28 Peiljaarverlegging bij terugval in inkomen 1 artikel 1.8, onderdeel b artikelen 5.5 5.11 Op aanvraag van de aanvrager of diens partner of TOS-ouder of diens partner wordt bij toepassing van, indien sprake is van een terugval in inkomen over het eerste of het tweede jaar na het peiljaar,uitgegaan van dat jaar. Deze aanvraag wordt gelijktijdig gedaan met de aanvraag ingevolge deof. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een terugval in inkomen verstaan een vermindering van de draagkracht met ten minste 15% ten opzichte van het peiljaar, met dien verstande dat: a. de vermindering niet kan worden gerekend tot inkomensschommelingen die in het algemeen normaal kunnen worden geacht bij de gekozen wijze van inkomensverwerving, en b. aannemelijk wordt gemaakt dat gedurende ten minste 3 kalenderjaren zal worden voldaan aan de vereisten genoemd in de aanhef alsmede in onderdeel a. 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 2.29 — Artikel 2.29#
Artikel 2.29 artikel 1.8, onderdeel b artikel 2.25 Voor de toepassing van, enwordt zolang het toetsingsinkomen over het kalenderjaar waarover het toetsingsinkomen berekend wordt, het eerste of het tweede jaar na dat kalenderjaar nog niet is bepaald, door Onze Minister daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het desbetreffende toetsingsinkomen zo goed mogelijk benadert. 2009 492 01-12-2009 15-10-2009 31944 2009 493 01-12-2009 11-11-2009 01-01-2010
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Reikwijdte#
Artikel 3.1 Reikwijdte Vervallen 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Samenstelling tegemoetkoming#
Artikel 3.2 Samenstelling tegemoetkoming Vervallen 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage niet bekostigd onderwijs en deelnemers die na 1 juli en voor 2 augustus 18 jaar worden#
Artikel 3.3 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage niet bekostigd onderwijs en deelnemers die na 1 juli en voor 2 augustus 18 jaar worden Vervallen 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Tegemoetkoming schoolkosten#
Artikel 3.4 Tegemoetkoming schoolkosten Vervallen 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Overzicht hoogte tegemoetkoming schoolkosten#
Artikel 3.5 Overzicht hoogte tegemoetkoming schoolkosten Vervallen 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Aanspraak overbruggingstegemoetkoming#
Artikel 3.6 Aanspraak overbruggingstegemoetkoming Vervallen 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Hoogte overbruggingstegemoetkoming#
Artikel 3.7 Hoogte overbruggingstegemoetkoming Vervallen 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Toekenning tegemoetkoming#
Artikel 3.8 Toekenning tegemoetkoming Vervallen 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Toekenning bij wisselen van onderwijssoort#
Artikel 3.9 Toekenning bij wisselen van onderwijssoort Vervallen 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 Toekenningsperiode#
Artikel 3.10 Toekenningsperiode Vervallen 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-08-2015
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Reikwijdte#
Artikel 4.1 Reikwijdte Dit hoofdstuk is van toepassing op scholieren en vavo-studenten die 18 jaren zijn of ouder en zijn ingeschreven aan een school als bedoeld in paragraaf 2.3. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Samenstelling tegemoetkoming#
Artikel 4.2 Samenstelling tegemoetkoming 1 De tegemoetkoming in de zin van dit hoofdstuk bestaat uit: a. basistoelage, en b. tegemoetkoming in de schoolkosten. 2 artikel 2.9, onderdelen b, c en d artikel 2.10 Voor leerlingen als bedoeld in, en voor vavo-studenten als bedoeld inbestaat de tegemoetkoming eveneens uit een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Basistoelage#
Artikel 4.3 Basistoelage De basistoelage is naar de maatstaf van 1 januari 2001 per kalendermaand voor een: a. per 1 januari 2026: € 147,65 thuiswonende leerling: € 84,59, en b. per 1 januari 2026: € 344,26 uitwonende leerling: € 197,21. 2025 39853 24-11-2025 11-11-2025 HO&S/1767222 2025 39853 24-11-2025 11-11-2025 HO&S/1767222 01-01-2026
Artikel 4.3a — Artikel 4.3a Verhoogde basistoelage in het schooljaar 2023–2024#
Artikel 4.3a Verhoogde basistoelage in het schooljaar 2023–2024 artikel 4.3 In het schooljaar 2023–2024 wordt het bedrag van de basistoelage voor uitwonende leerlingen, genoemd in, verhoogd met € 164,30. 2023 186 08-06-2023 06-06-2023 36229 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 09-06-2023 Is voor het eerst van toepassing in het studiejaar 2023–2024.
Artikel 4.3b — Artikel 4.3b Grondslag voor tijdelijke verhoging basistoelage#
Artikel 4.3b Grondslag voor tijdelijke verhoging basistoelage 1 artikel 4.3 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het bedrag van de basistoelage, genoemd in, in schooljaren na het schooljaar 2023–2024 wordt verhoogd met een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag. 2 De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2023 186 08-06-2023 06-06-2023 36229 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 09-06-2023 Is voor het eerst van toepassing in het studiejaar 2023–2024.
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage vavo en niet bekostigd onderwijs#
Artikel 4.4 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage vavo en niet bekostigd onderwijs 1 artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage voor een kalendermaand is eentwaalfde deel van het bedrag, bedoeld in. 2 In het schooljaar waarin een leerling de leeftijd van 18 jaren bereikt, wordt de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage voor dat schooljaar niet toegekend. 2005 641 20-12-2005 01-12-2005 30199 2005 641 20-12-2005 01-12-2005 30199 21-12-2005 01-08-2005
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 Tegemoetkoming schoolkosten#
Artikel 4.5 Tegemoetkoming schoolkosten 1 De hoogte van de tegemoetkoming in de schoolkosten voor een schooljaar is afhankelijk van: a. soort onderwijs, en b. bovenbouw of overige leerjaren. 2 artikel 4.6 De bedragen van de onderscheiden tegemoetkomingen zijn opgenomen in. 2009 331 29-07-2009 18-06-2009 31772 2009 332 29-07-2009 18-07-2009 01-08-2009
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 Overzicht hoogte tegemoetkoming schoolkosten#
Artikel 4.6 Overzicht hoogte tegemoetkoming schoolkosten De bedragen in onderstaand overzicht luiden per maand en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 augustus 2008. met ingang van schooljaar 2026-2027: Overzicht. Bedragen tegemoetkoming schoolkosten WVO 2020 a. onderbouw op grond van debekostigd onderwijs € 70,25 WVO 2020 b. bovenbouw op grond van debekostigd onderwijs € 76,93 c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo € 96,20 d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo € 102,89 e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs € 46,67 f. vavo € 102,89 Overzicht bedragen tegemoetkoming schoolkosten per maand 2026–2027 a. onderbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs € 104,11 b. bovenbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs € 113,98 c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo € 142,53 d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo € 152,47 e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs € 69,15 f. voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) € 152,47 2025 39853 24-11-2025 11-11-2025 HO&S/1767222 2025 39853 24-11-2025 11-11-2025 HO&S/1767222 01-01-2026
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 Voorschot onderwijsbijdrage vavo en niet bekostigd onderwijs#
Artikel 4.7 Voorschot onderwijsbijdrage vavo en niet bekostigd onderwijs 1 De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage over de maand augustus van enig kalenderjaar omvat in afwijking van artikel 4.4, eerste lid, tevens een voorschot op die tegemoetkoming over het schooljaar dat met die maand augustus aanvangt. Dit voorschot bedraagt ten hoogste de verschuldigde onderwijsbijdrage en wordt niet uitbetaald. 2 Indien de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage lager is dan de verschuldigde onderwijsbijdrage, omvat het voorschot, bedoeld in het eerste lid, tevens een voorschot op de tegemoetkoming in de schoolkosten. Het voorschot bedraagt ten hoogste de verschuldigde onderwijsbijdrage. 2005 641 20-12-2005 01-12-2005 30199 2005 641 20-12-2005 01-12-2005 30199 21-12-2005 01-08-2005
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 Toekenning tegemoetkoming#
Artikel 4.8 Toekenning tegemoetkoming 1 Onze Minister kent een tegemoetkoming toe aan de leerling die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens deze wet. 2 Onze Minister besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend: a. vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft: vóór 31 december van dat voorafgaande jaar, en b. na het onder a bedoelde tijdstip: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag. 2009 492 01-12-2009 15-10-2009 31944 2009 493 01-12-2009 11-11-2009 01-01-2010
Artikel 4.9 — Artikel 4.9 Gedeeltelijke toekenning#
Artikel 4.9 Gedeeltelijke toekenning Indien het op basis van de verstrekte gegevens onmogelijk is de draagkracht vast te stellen, kent Onze Minister de basistoelage toe. 2009 492 01-12-2009 15-10-2009 31944 2009 493 01-12-2009 11-11-2009 01-01-2010
Artikel 4.10 — Artikel 4.10 Toekenningsperiode#
Artikel 4.10 Toekenningsperiode 1 Tegemoetkoming wordt toegekend per kalenderjaar of een gedeelte daarvan, met dien verstande dat deze periode ten minste 1 kalendermaand is. 2 Tegemoetkoming wordt niet toegekend voor een periode die gelegen is voor de datum van indiening van de aanvraag. 3 Aan de leerling die reeds een tegemoetkoming ontvangt en een aanvraag heeft ingediend om in aanmerking te komen voor een verhoging van de basistoelage wordt, in afwijking van het tweede lid, de verhoging toegekend met ingang van de maand waarin de aanvraag tot verhoging is ingediend. Aan de leerling die reeds een tegemoetkoming ontvangt en een aanvraag heeft ingediend om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage of in de schoolkosten wordt, in afwijking van het tweede lid, de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage of in de schoolkosten toegekend met ingang van de maand waarvoor voor het eerst een tegemoetkoming is toegekend. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 4.11 — Artikel 4.11 Weigerachtige ouders#
Artikel 4.11 Weigerachtige ouders Op aanvraag van een uitwonende leerling wordt het niet toe te kennen deel van de maximale tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten toegekend in de vorm van lening. Voorwaarde voor die toekenning is dat de leerling gelijktijdig met de aanvraag aan Onze Minister een door hemzelf ondertekende verklaring verstrekt dat zijn TOS-ouder en diens partner beide weigeren bij te dragen in zijn schoolkosten. Die verklaring wordt mede ondertekend door een schooldecaan ten blijke dat zij naar zijn kennis juist is. 2009 492 01-12-2009 15-10-2009 31944 2009 493 01-12-2009 11-11-2009 01-01-2010
Artikel 4.12 — Artikel 4.12 Langdurige afwezigheid in het voortgezet onderwijs of vavo#
Artikel 4.12 Langdurige afwezigheid in het voortgezet onderwijs of vavo 1 artikelen 2.9, onderdelen a, b en c 2.10 artikel 2.9, onderdeel d De tegemoetkoming van de leerling die is ingeschreven aan een school als bedoeld in de, of, of ingeschreven voor een cursus als bedoeld in, en die zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken, bestaat geheel uit lening met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de afwezigheid zonder geldige reden aanving. De periode van 5 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. 2 In afwijking van het eerste lid kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat voor soorten van voortgezet onderwijs of voor soorten van vavo het eerste lid van overeenkomstige toepassing is, indien een leerling in een of meer vakken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. 3 artikel 8.30, vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Uitsluitend de ingenoemde redenen voor afwezigheid zijn geldige redenen. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 4.13 — Artikel 4.13 Weer aanwezig binnen 8 weken#
Artikel 4.13 Weer aanwezig binnen 8 weken Artikel 4.12 is niet van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de leerling weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, voorzover de tegemoetkoming niet reeds mede op grond van artikel 4.11 de vorm van lening had. Voorwaarde voor de toepassing van de vorige volzin is dat de leerling aan het onderwijs is gaan deelnemen binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken. De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 4.14 — Artikel 4.14 Langdurige afwezigheid in het niet bekostigd voortgezet onderwijs#
Artikel 4.14 Langdurige afwezigheid in het niet bekostigd voortgezet onderwijs 1 artikelen 2.9, onderdelen b, c en d 2.10 artikel 1.4a.1 WEB Het bestuur van de rechtspersoon waarvan de school, bedoeld in de, ofvoor zover het betreft een school als bedoeld in, uitgaat of de natuurlijke persoon die deze school in stand houdt, stelt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van 4 weken de leerling in kennis dat daarvan in de administratie van de school een aantekening is gemaakt en verzoekt de leerling om opgaaf van de reden van de afwezigheid. 2 Uiterlijk op de vijfde werkdag na de periode van 8 weken stelt het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon vast: a. artikel 8.30, vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of de reden die de leerling binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken gaf voor zijn afwezigheid, een geldige reden als bedoeld inis, of b. dat de leerling binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken geen reden heeft opgegeven voor zijn afwezigheid. 3 Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stelt tevens uiterlijk op de vijfde werkdag na afloop van de periode van 8 weken vast of de leerling voor het einde van die periode weer aan het onderwijs is gaan deelnemen. 4 Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon meldt uiterlijk de vijfde werkdag na afloop van een periode van 8 weken aan Onze Minister dat de leerling die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder opgave van geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Tevens meldt hij, indien die leerling voor het einde van die periode van 8 weken weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, de datum daarvan. 5 De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. 6 artikel 4.12 Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stuurt gelijktijdig met de mededelingen, bedoeld in het vierde lid, een afschrift van de gegevens die over de betrokkene aan Onze Minister zijn verstrekt, aan deze betrokkene en geeft daarbij tevens aan dat afwezigheid als bedoeld in, gevolgen heeft voor de tegemoetkoming van betrokkene, alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat tegen de mededelingen, bedoeld in het vierde lid. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Reikwijdte#
Artikel 5.1 Reikwijdte artikel 2.11 artikel 2.12 Deze afdeling is van toepassing op ho-studenten die als ho-student zijn ingeschreven aan een school als bedoeld inof op degenen die onder de reikwijdte vanvallen en die geen aanspraak hebben op reguliere studiefinanciering. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Samenstelling tegemoetkoming#
Artikel 5.2 Samenstelling tegemoetkoming De tegemoetkoming in de zin van deze afdeling bestaat uit: a. tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, en b. tegemoetkoming in de schoolkosten. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage#
Artikel 5.3 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage bedraagt € 567,23. 2010 119 18-03-2010 04-02-2010 31821 2010 168 29-04-2010 26-04-2010 01-09-2010
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 Tegemoetkoming schoolkosten#
Artikel 5.4 Tegemoetkoming schoolkosten met ingang van het schooljaar 2026-2027: € 959,01 De tegemoetkoming in de schoolkosten bedraagt naar de maatstaf van 1 januari 2008 € 647,16. 2025 39853 24-11-2025 11-11-2025 HO&S/1767222 2025 39853 24-11-2025 11-11-2025 HO&S/1767222 01-01-2026
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 Toekenning tegemoetkoming#
Artikel 5.5 Toekenning tegemoetkoming 1 Onze Minister kent een tegemoetkoming toe aan de ho-student die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens deze wet. 2 Een aanvraag om tegemoetkoming wordt jaarlijks voor het einde van het desbetreffende studiejaar gedaan. 3 Onze Minister besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend: a. voor de aanvang van het desbetreffende studiejaar: binnen 8 weken na de aanvang van dat studiejaar, en b. gedurende het desbetreffende studiejaar: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 Toekenningsperiode#
Artikel 5.6 Toekenningsperiode 1 Tegemoetkoming wordt toegekend per studiejaar en eenmaal per studiejaar uitbetaald op een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip. 2 Tegemoetkoming wordt niet toegekend over de maanden waarin de ho-student niet is ingeschreven. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 5.7 — Artikel 5.7 Reikwijdte#
Artikel 5.7 Reikwijdte artikel 2.13 hoofdstuk 4 Deze afdeling is van toepassing op leerlingen die zijn ingeschreven aan een opleiding als bedoeld inen die geen aanspraak hebben op tegemoetkoming ingevolge deof op reguliere studiefinanciering. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 5.8 — Artikel 5.8 Samenstelling tegemoetkoming#
Artikel 5.8 Samenstelling tegemoetkoming De tegemoetkoming in de zin van deze afdeling bestaat uit: a. tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, en b. tegemoetkoming in de schoolkosten. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 5.9 — Artikel 5.9 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten#
Artikel 5.9 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten 1 artikel 5.10 De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de periode waarin en van het aantal minuten per week dat de leerling onderwijs volgt. De hoogte van de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten is opgenomen in. 2 artikel 5.10 Indien de leerling zijn studie na 30 september wegens ziekte staakt, wordt de tegemoetkoming in de schoolkosten in afwijking van de overzichten 1 en 2, bedoeld inniet verminderd. 2004 17 27-01-2004 17-12-2003 29046 2004 45 12-02-2004 29-01-2004 13-02-2004
Artikel 5.10 — Artikel 5.10 Overzicht hoogte tegemoetkoming#
Artikel 5.10 Overzicht hoogte tegemoetkoming De bedragen in onderstaande overzichten luiden per schooljaar en zijn uitgedrukt in euro's naar de maatstaf van 1 augustus 2000. Overzicht 1. Onderwijs gedurende gehele schooljaar of geen onderwijs meer vanaf 1 januari Overzicht 2. Geen onderwijs meer volgen na 30 september en voor 1 januari Overzicht 3. Geen onderwijs meer volgen voor 1 oktober aantal minuten per week onderwijsbijdrage schoolkosten 540 of meer 1 onderwijsbijdrage voor een uit 's Rijks kas bekostigde school voor 540 minuten onderwijs (= o) met ingang van het schooljaar 2026–2027: € 410,34 € 226,– 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 1 1 0,5 x [o+ (onaar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd)] met ingang van het schooljaar 2026–2027: € 205,17 met ingang van het schooljaar 2026–2027: € 205,17 € 113+ € 113naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd 270 tot 540 2 onderwijsbijdrage voor een uit 's Rijks kas bekostigde school voor 360 minuten onderwijs (= o) met ingang van het schooljaar 2026–2027: € 276,45 € 152,– 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 2 2 0,5 x [o+ (onaar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd)] met ingang van het schooljaar 2026–2027: € 138,23 met ingang van het schooljaar 2026–2027: € 138,23 € 76,-+ € 76,-naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd minder dan 270 nihil met ingang van het schooljaar 2026–2027: Nihil nihil aantal minuten per week onderwijsbijdrage schoolkosten 540 of meer 1 de helft van de onderwijsbijdrage voor een uit 's Rijks kas bekostigde school voor 540 minuten onderwijs (= o) met ingang van het schooljaar 2026–2027: € 205,17 € 113,- 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 1 1 0,25 x [o+ (onaar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd)] met ingang van het schooljaar 2026–2027: € 102,59 met ingang van het schooljaar 2026–2027: € 102,59 € 56,50+ € 56,50naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd 270 tot 540 2 de helft van de onderwijsbijdrage voor een uit 's Rijks kas bekostigde school voor 360 minuten onderwijs (= o) met ingang van het schooljaar 2026–2027: € 138,23 € 76,- 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 2 2 0,25 x [o+ (onaar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd)] met ingang van het schooljaar 2026–2027: € 69,12 met ingang van het schooljaar 2026–2027: € 69,12 € 38,-+ € 38,-naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd minder dan 270 nihil met ingang van het schooljaar 2026–2027: Nihil nihil aantal minuten per week onderwijsbijdrage schoolkosten 540 of meer nihil nihil 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 nihil nihil 270 tot 540 nihil nihil 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 nihil nihil minder dan 270 nihil nihil 2025 39853 24-11-2025 11-11-2025 HO&S/1767222 2025 39853 24-11-2025 11-11-2025 HO&S/1767222 01-01-2026
Artikel 5.11 — Artikel 5.11 Toekenning tegemoetkoming#
Artikel 5.11 Toekenning tegemoetkoming 1 Onze Minister kent een tegemoetkoming toe aan de leerling die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens deze wet. 2 Een aanvraag om tegemoetkoming wordt jaarlijks voor het einde van het desbetreffende schooljaar gedaan. 3 Onze Minister besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend: a. voor de aanvang van het desbetreffende schooljaar: binnen 8 weken na de aanvang van dat schooljaar, en b. gedurende het desbetreffende schooljaar: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag. 2009 492 01-12-2009 15-10-2009 31944 2009 493 01-12-2009 11-11-2009 01-01-2010
Artikel 5.12 — Artikel 5.12 Toekenningsperiode#
Artikel 5.12 Toekenningsperiode Tegemoetkoming wordt toegekend per schooljaar. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 Verplichting debiteur terugbetaling lening uit hoofdstuk 4#
Artikel 6.1 Verplichting debiteur terugbetaling lening uit hoofdstuk 4 1 Ontvangst van een lening of omzetting in een lening als bedoeld in de artikelen 4.11, 4.12 en 4.13, of omzetting als bedoeld in artikel 6.2, verplicht degene die tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4 heeft ontvangen tot terugbetaling van de lening vermeerderd met de volgens dit hoofdstuk berekende rente. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 hoofdstuk 4 WSF 2000 Omzetting niet meer verrekenbare schulden uitin hetzij lening, hetzij verrekenbare schuld op grond van de#
Artikel 6.2 hoofdstuk 4 WSF 2000 Omzetting niet meer verrekenbare schulden uitin hetzij lening, hetzij verrekenbare schuld op grond van de 1 hoofdstuk 4 De schuld van een leerling in de zin vanvan wie het recht op tegemoetkoming eindigt zonder dat over de maand volgend op de beëindiging reguliere studiefinanciering wordt verstrekt, wordt van rechtswege omgezet in lening. De in de vorige volzin bedoelde lening wordt rentedragend met ingang van het tijdstip van die omzetting. 2 artikel 6.3 hoofdstuk 4 artikel 7.4 van die wet De schuld, niet zijnde een schuld waaropvan toepassing is, van een leerling in de zin vanvan wie het recht op tegemoetkoming eindigt en aan wie over de maand volgend op de beëindiging reguliere studiefinanciering wordt verstrekt, wordt aangemerkt als een schuld waaropvan toepassing is. 2018 209 05-07-2018 15-06-2018 34735 2018 209 05-07-2018 15-06-2018 34735 06-07-2018 01-08-2017
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 WSF 2000 van overeenkomstige toepassing#
Artikel 6.3 WSF 2000 van overeenkomstige toepassing artikelen 6.3 tot en met 6.16 WSF 2000 Dezijn van overeenkomstige toepassing op de bedragen aan lening die op grond van deze wet zijn opgebouwd waarbij de lening wordt aangemerkt als een lening beroepsonderwijs. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 Herziening door Onze Minister#
Artikel 7.1 Herziening door Onze Minister 1 Onze Minister kan een beschikking herzien waarbij: a. tegemoetkoming is toegekend, b. de hoogte van het toetsingsinkomen van de aanvrager of diens partner of van de TOS-ouder of diens partner wordt vastgesteld of gewijzigd, of c. artikel 2.22b tegemoetkoming ingevolgeis geweigerd of stopgezet. 2 Herziening vindt plaats op grond van het feit dat: a. een beschikking genomen is waarvan de aanvrager of de TOS-ouder wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onjuist was, b. artikelen 5.9 5.10 de situatie, bedoeld in deofzich voordoet, c. te veel of te weinig tegemoetkoming is toegekend op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens, d. de hoogte van het inkomen van de aanvrager of diens partner of van de TOS-ouder of diens partner te hoog of te laag is vastgesteld op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens anders dan bedoeld onder a, e. aanvrager of TOS-ouder heeft gehandeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet, f. artikel 2.28 geen gevolg is gegeven aan de aanvraag op grond vanomdat niet kon worden voldaan aan de voorwaarde genoemd in artikel 2.28, tweede lid, onderdeel b, en is gebleken dat gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.28, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a, g. artikel 2.28 gevolg is gegeven aan de aanvraag op grond van, en is gebleken dat niet gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.28, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a, h. artikel 4.12, eerste lid de situatie van langdurige afwezigheid, bedoeld in, zich niet heeft voorgedaan, i. artikel 2.22b achteraf is gebleken van feiten of omstandigheden, die, waren zij eerder bekend geweest, niet tot toepassing vanzouden hebben geleid, of j. andere, nader gebleken feiten of omstandigheden, die, waren zij eerder bekend geweest, tot een andere beschikking zouden hebben geleid. 3 Behoudens in geval van bedrog, kan een herziening als bedoeld in het tweede lid, onderdelen c, e, h en i, slechts geschieden binnen 18 maanden na het einde van het desbetreffende tijdvak waar de toekenning van de tegemoetkoming betrekking op heeft. 4 Behoudens in geval van bedrog, kan een herziening als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, slechts geschieden binnen 3 jaren na het einde van het desbetreffende tijdvak waar de toekenning van de tegemoetkoming betrekking op heeft. 5 Behoudens in geval van bedrog, kan een herziening als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b, f en g, slechts geschieden binnen 5 jaren na het einde van het desbetreffende tijdvak waar de toekenning van de tegemoetkoming betrekking op heeft. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 7.1a — Artikel 7.1a Herziening van rechtswege#
Artikel 7.1a Herziening van rechtswege artikel 2.22b Indien een leerling of ho-student op grond vangeen aanspraak meer heeft op een tegemoetkoming wordt de beschikking waarbij de tegemoetkoming is toegekend van rechtswege herzien. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 Bezwaarschriftprocedure#
Artikel 7.2 Bezwaarschriftprocedure artikelen 7:2 tot en met 7:9 van de Algemene wet bestuursrecht Dezijn niet van toepassing. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 7.3 — Artikel 7.3 Verrekening teveel toegekende en uitbetaalde tegemoetkoming#
Artikel 7.3 Verrekening teveel toegekende en uitbetaalde tegemoetkoming 1 artikel 7.1, eerste en tweede lid Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in, of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag van de tegemoetkoming dat teveel is uitbetaald, door de aanvrager terugbetaald of met hem verrekend. 2 artikel 7.1, eerste en tweede lid Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in, of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt voor zover het bedrag waarvoor het recht om een lening af te sluiten te hoog is toegekend, het deel dat te hoog is toegekend en uitbetaald door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend. 3 titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht Indien na een voorlopige voorziening als bedoeld in, de beslissing in hoofdzaak daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag dat op grond van de voorlopige voorziening teveel is uitbetaald, door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend. 4 De in het eerste tot en met derde lid bedoelde terugbetaling en verrekening geschieden overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen redelijke terugbetalingsregels. 5 Artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op deze wet. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 8.1 — Artikel 8.1 Uitbetaling en verrekening#
Artikel 8.1 Uitbetaling en verrekening 1 Met betrekking tot de uitbetaling van de tegemoetkoming en de verrekening van het toegekende bedrag aan tegemoetkoming met de aan Onze Minister verschuldigde onderwijsbijdrage, worden bij ministeriële regeling regels gesteld. 2 Indien een toegekend bedrag aan tegemoetkoming 12 maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de desbetreffende beschikking is gegeven, niet kan worden uitbetaald als gevolg van nalatigheid van degene aan wie die beschikking is gericht, verrekent Onze Minister het toegekende bedrag aan tegemoetkoming met het niet uitbetaalde bedrag. 3 Indien een leerling in de loop van een schooljaar ophoudt leerling te zijn in de zin van hoofdstuk 4 en hij niet in de loop van datzelfde schooljaar leerling wordt aan een school waarvoor lesgeld verschuldigd is, wordt het restant van de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage niet teruggevorderd of verrekend. 2009 492 01-12-2009 15-10-2009 31944 2009 493 01-12-2009 11-11-2009 01-01-2010
Artikel 8.2 — Artikel 8.2 Invordering en dwangbevel#
Artikel 8.2 Invordering en dwangbevel Onze Minister vaardigt een dwangbevel uit aan de nalatige, indien een bij of krachtens deze wet verschuldigd bedrag geheel of gedeeltelijk niet tijdig is voldaan. 2009 492 01-12-2009 15-10-2009 31944 2009 493 01-12-2009 11-11-2009 01-01-2010
Artikel 9.1 — Artikel 9.1 Toezicht door onderwijsinspectie#
Artikel 9.1 Toezicht door onderwijsinspectie Wet op het onderwijstoezicht Het toezicht door de inspectie, bedoeld in de, heeft mede betrekking op de vraag of de school of de opleiding voldoet aan de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.18 en 4.14, derde tot en met zesde lid. 2002 387 23-07-2002 20-06-2002 27783 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002
Artikel 9.2 — Artikel 9.2 Verstrekken van inlichtingen door personen#
Artikel 9.2 Verstrekken van inlichtingen door personen 1 Een ieder is verplicht aan Onze Minister of aan een daartoe door of vanwege Onze Minister aangewezen persoon of instantie desgevraagd de ten behoeve van de uitvoering van deze wet benodigde inlichtingen over zichzelf te geven. 2 De inlichtingen worden verstrekt binnen een door Onze Minister of door een in het eerste lid bedoelde persoon of instantie te stellen redelijke termijn. 3 Inlichtingen over zichzelf, voorzover zij kunnen leiden tot de toekenning van minder tegemoetkoming worden steeds ongevraagd en schriftelijk verstrekt door de aanvrager, onmiddellijk na het bekend worden van die gegevens. 4 Onze Minister kan bepalen dat de inlichtingen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, worden verstrekt op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze. 2009 492 01-12-2009 15-10-2009 31944 2009 493 01-12-2009 11-11-2009 01-01-2010
Artikel 9.3 — Artikel 9.3 Verschoningsrecht studentendecaan#
Artikel 9.3 Verschoningsrecht studentendecaan WHW artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht Een studentendecaan aan een op grond van deuit 's Rijks kas bekostigde instelling voor hoger onderwijs kan zich, in afwijking vanbij de verplichting tot inzage van gegevens en bescheiden en het verstrekken van inlichtingen, verschonen betreffende hetgeen een leerling of ho-student aan hem heeft toevertrouwd. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 9.4 — Artikel 9.4 Verstrekken van inlichtingen door scholen#
Artikel 9.4 Verstrekken van inlichtingen door scholen 1 paragrafen 2.3 2.4 De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een school uitgaat die onderwijs aanbiedt als bedoeld in deen, is verplicht op een bij ministeriële regeling aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet. 2 artikelen 2.9, onderdelen a tot en met d 2.10 artikel 2.18 De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een school uitgaat die onderwijs aanbiedt als bedoeld in de, en, is verplicht voor 1 mei aan Onze Minister te melden indien onderwijs dat in dat schooljaar voldeed aan de voorwaarden, genoemd in, in het daaropvolgende schooljaar niet aan deze voorwaarde zal voldoen. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 9.5 — Artikel 9.5 Verstrekken van inlichtingen door organen met een publiekrechtelijke taak#
Artikel 9.5 Verstrekken van inlichtingen door organen met een publiekrechtelijke taak Organen met een publiekrechtelijke taak zijn verplicht op een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 9.5a — Artikel 9.5a artikel 2.22b Verwerking van gegevens voor de toepassing van#
Artikel 9.5a artikel 2.22b Verwerking van gegevens voor de toepassing van 1 artikel 2.22b Onze Minister verwerkt de persoonsgegevens die hij ontvangt of bezit ten behoeve van de toepassing van. 2 paragraaf 3.1 paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming artikel 2.22b Bij de verwerking van gegevens op grond van het eerste lid kunnen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld inonderscheidenlijkworden verwerkt, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de toepassing van. 3 artikel 2.22b Ten behoeve van de toepassing vanverstrekt Onze Minister uitsluitend het gegeven of een persoon een tegemoetkoming heeft aangevraagd dan wel reeds ontvangt. 4 Artikel 1.7 is voor de gegevensverwerking, bedoeld in dit artikel, van overeenkomstige toepassing voor een persoon die een tegemoetkoming heeft aangevraagd. 5 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter waarborging van de persoonlijke levenssfeer. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld over: a. op welke wijze de gegevensverwerking bedoeld in dit artikel, plaatsvindt; b. op welke wijze door passende technische en organisatorische maatregelen deze gegevens worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking; c. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de verwerkte persoonsgegevens slechts worden verwerkt voor het doel waarvoor zij zijn verzameld, alsmede hoe daarop wordt toegezien. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 9.6 — Artikel 9.6 Verstrekken van inlichtingen door inspecteur der rijksbelastingen#
Artikel 9.6 Verstrekken van inlichtingen door inspecteur der rijksbelastingen Vervallen 2008 569 29-12-2008 04-12-2008 31566 2008 570 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 9.7 — Artikel 9.7 hoofdstuk 4 Niet verstrekken van inlichtingen over langdurige afwezigheid van leerlingen als bedoeld in#
Artikel 9.7 hoofdstuk 4 Niet verstrekken van inlichtingen over langdurige afwezigheid van leerlingen als bedoeld in artikel 2.9, onderdelen b, c en d artikel 4.14, eerste lid hoofdstuk 4 artikel 4.2 Indien een niet volledig en rechtstreeks uit de openbare kas bekostigde school als bedoeld in de, op enig moment in een schooljaar niet een administratie als bedoeld in, voert of niet na afloop van de in artikel 4.14 bedoelde periodes van onafgebroken afwezigheid zonder geldige reden van een leerling als bedoeld inaan Onze Minister de vereiste gegevens verstrekt, ontstaat er een vordering van Onze Minister op de school ter grootte van 15% van het bedrag van de tegemoetkomingen, bedoeld in, voorzover die als gift zijn toegekend aan de leerlingen aan die school in het schooljaar waarin deze school in gebreke was, is toegekend. 2009 492 01-12-2009 15-10-2009 31944 2009 493 01-12-2009 11-11-2009 01-01-2010
Artikel 9.8 — Artikel 9.8 Niet verstrekken van inlichtingen over studielast#
Artikel 9.8 Niet verstrekken van inlichtingen over studielast artikelen 2.9, onderdelen a tot en met c 2.10 artikel 9.4, tweede lid hoofdstukken 3 4 Indien een school als bedoeld in de, en, niet uiterlijk 1 mei de gegevens, bedoeld in, heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van Onze Minister op de school ter grootte van de tegemoetkomingen op grond van deendie ten behoeve van leerlingen aan die opleiding in het schooljaar waarin deze in gebreke was, is toegekend. 2009 492 01-12-2009 15-10-2009 31944 2009 493 01-12-2009 11-11-2009 01-01-2010
Artikel 9.9 — Artikel 9.9 Niet verstrekken van inlichtingen#
Artikel 9.9 Niet verstrekken van inlichtingen artikel 9.4 Hij die niet voldoet aan een van de verplichtingen, bedoeld in, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete van de derde categorie. 2005 697 29-12-2005 17-11-2005 30239 2005 697 29-12-2005 17-11-2005 30239 30-12-2005
Artikel 9.10 — Artikel 9.10 Overtreding van een bepaling krachtens deze wet#
Artikel 9.10 Overtreding van een bepaling krachtens deze wet Overtreding van bepalingen van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voorzover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 1 maand of geldboete van de tweede categorie. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 9.11 — Artikel 9.11 Overtreding#
Artikel 9.11 Overtreding De in de artikelen 9.9 en 9.10 strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 10.1 — Artikel 10.1 Reikwijdte#
Artikel 10.1 Reikwijdte Vervallen 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 10.2 — Artikel 10.2 Voortgezet onderwijs en vavo#
Artikel 10.2 Voortgezet onderwijs en vavo Vervallen 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 10.3 — Artikel 10.3 Lerarenopleiding in tekortvakken#
Artikel 10.3 Lerarenopleiding in tekortvakken Vervallen 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 10.4 — Artikel 10.4 Geen aanspraak#
Artikel 10.4 Geen aanspraak Vervallen 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 10.5 — Artikel 10.5 Grensbedrag toetsingsinkomen#
Artikel 10.5 Grensbedrag toetsingsinkomen Vervallen 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 10.6 — Artikel 10.6 Toetsingsinkomen#
Artikel 10.6 Toetsingsinkomen Vervallen 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 10.7 — Artikel 10.7 Samenstelling tegemoetkoming#
Artikel 10.7 Samenstelling tegemoetkoming Vervallen 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 10.8 — Artikel 10.8 Toekenning tegemoetkoming#
Artikel 10.8 Toekenning tegemoetkoming Vervallen 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 10.9 — Artikel 10.9 Toekenningsperiode, studieperiode#
Artikel 10.9 Toekenningsperiode, studieperiode Vervallen 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 11.1 — Artikel 11.1 Wijziging van bedragen#
Artikel 11.1 Wijziging van bedragen 1 artikelen 2.23, tweede lid 4.3 4.6 5.4 5.10 Per 1 januari van ieder kalenderjaar wijzigt Onze Minister de bedragen, genoemd in de,,,en, op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar. 2 artikelen 4.3 4.6 5.10 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de maatstaven, genoemd in de,en, alsmede de bedragen, genoemd in die artikelen, worden gewijzigd. 3 De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 11.2 — Artikel 11.2 Titel 4.2 Awb niet van toepassing#
Artikel 11.2 Titel 4.2 Awb niet van toepassing Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op deze wet. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 11.3 — Artikel 11.3 Vervreemding, verpanding, belening en beslag#
Artikel 11.3 Vervreemding, verpanding, belening en beslag 1 Tegemoetkoming is niet vatbaar voor vervreemding, verpanding, belening en beslag, waaronder begrepen beslag ingevolge faillissement of toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen. 2 Elk beding, strijdig met dit artikel, is nietig. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 11.4 — Artikel 11.4 Hardheidsclausule#
Artikel 11.4 Hardheidsclausule Onze Minister kan voor bepaalde gevallen de wet en de daarop berustende bepalingen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2025 280 20-10-2025 01-10-2025 36707 2025 351 13-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 12.1 — Artikel 12.1 artikel 1.1 Afwijking van#
Artikel 12.1 artikel 1.1 Afwijking van Vervallen 2005 343 30-06-2005 23-06-2005 29765 2005 343 30-06-2005 23-06-2005 29765 01-09-2005 2005 345 05-07-2005 23-06-2005 30097 Geldt voor berekeningsjaren als bedoeld in de Algemene wet
inkomensafhankelijke regelingen, die aanvangen op of na 1 januari 2006. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2005/343 gesteld op 1 januari 2006.
Artikel 12.2 — Artikel 12.2 Artikelen 1.1, 2.6, 2.21 en 3.1#
Artikel 12.2 Artikelen 1.1, 2.6, 2.21 en 3.1 Wijzigt deze wet. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 12.3 — Artikel 12.3 Afwijking van artikel 1.5#
Artikel 12.3 Afwijking van artikel 1.5 Artikel 1.5 is niet van toepassing op scholieren die voor 1 augustus volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel, een basistoelage als bedoeld in artikel 4.3 of als bedoeld in artikel 26 van de Wet tegemoetkoming studiekosten ontvingen. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 12.3a — Artikel 12.3a artikel 2.11 Afwijking van#
Artikel 12.3a artikel 2.11 Afwijking van 1 artikel 2.11 afdeling 5.1 artikel 18.64 WHW artikel 1.1, onderdeel q, WHW In afwijking van, komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor tegemoetkoming ingevolgemede in aanmerking een ho-student die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in, voor zover aan die opleiding accreditatie als bedoeld inis verleend. 2 artikel 2.11 afdeling 5.1 artikelen 6.9 16.14 WHW In afwijking vankomt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor tegemoetkoming ingevolgemede in aanmerking een ho-student die is ingeschreven voor het volgen voor het volgen van een bacheloropleiding of masteropleiding voor het beroep van leraar aan een aangewezen instelling als bedoeld in deof, zoals die artikelen luidden op 31 augustus 2010. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 12.4 — Artikel 12.4 artikel 2.22a Afwijking van#
Artikel 12.4 artikel 2.22a Afwijking van hoofdstuk 4 artikel 2.22a artikel 2.22a dat artikel artikel 2.22a artikel 2.22a, eerste lid Voor een scholier of vavo-student als bedoeld indie reeds voor de inwerkingtreding vantegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten ontving en wiens vrijheid op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding vanrechtens was ontnomen wordt voor de toepassing vanals eerste dag waarop de vrijheidsontneming plaatsvindt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding vanen eindigt de aanspraak op basistoelage voor uitwonenden in afwijking van, vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming zes maanden heeft geduurd. De beëindiging gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming als bedoeld in de eerste zin zes maanden heeft geduurd. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 12.4a — Artikel 12.4a artikel 2.23 Afwijking van#
Artikel 12.4a artikel 2.23 Afwijking van Vervallen 2008 224 26-06-2008 12-06-2008 31346 2008 224 26-06-2008 12-06-2008 31346 01-09-2010
Artikel 12.5 — Artikel 12.5 Wet inkomstenbelasting 2001 Afwijking van de artikelen 2.24, 2.29 en 10.6 in verband met de#
Artikel 12.5 Wet inkomstenbelasting 2001 Afwijking van de artikelen 2.24, 2.29 en 10.6 in verband met de Vervallen 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 12.6 — Artikel 12.6 Artikelen 3.3, 3.4, 3.5 en 4.6#
Artikel 12.6 Artikelen 3.3, 3.4, 3.5 en 4.6 Vervallen 2009 331 29-07-2009 18-06-2009 31772 2009 332 29-07-2009 18-07-2009 01-08-2009
Artikel 12.7 — Artikel 12.7 Afwijking van artikel 3.5#
Artikel 12.7 Afwijking van artikel 3.5 Vervallen 2004 17 27-01-2004 17-12-2003 29046 2004 45 12-02-2004 29-01-2004 13-02-2004
Artikel 12.8 — Artikel 12.8 Afwijking van artikel 4.3#
Artikel 12.8 Afwijking van artikel 4.3 Vervallen 2004 17 27-01-2004 17-12-2003 29046 2004 45 12-02-2004 29-01-2004 13-02-2004
Artikel 12.9 — Artikel 12.9 Afwijking van artikel 4.6#
Artikel 12.9 Afwijking van artikel 4.6 Vervallen 2004 17 27-01-2004 17-12-2003 29046 2004 45 12-02-2004 29-01-2004 13-02-2004
Artikel 12.10 — Artikel 12.10 artikel 11.1 Tijdelijke afwijking van#
Artikel 12.10 artikel 11.1 Tijdelijke afwijking van Vervallen 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 12.11 — Artikel 12.11 Aanpassingswet AWIR Afwijking in verband met de#
Artikel 12.11 Aanpassingswet AWIR Afwijking in verband met de 1 Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen Op besluiten met betrekking tot tegemoetkomingen voor het school- of studiejaar 2005–2006 zijn de bepalingen die golden voor de inwerkingtreding van devan toepassing. 2 hoofdstuk 1, afdeling C, artikel IV, van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen Op besluiten met betrekking tot tegemoetkomingen voor het school- of studiejaar 2006–2007 zijn de bepalingen, opgenomen invan toepassing. 3 hoofdstuk 1, afdeling C, artikel V, van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen Op besluiten met betrekking tot tegemoetkomingen voor het school- of studiejaar 2007–2008 zijn de bepalingen, opgenomen invan toepassing. 4 hoofdstuk 1, afdeling C, artikel VI, van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen Op besluiten met betrekking tot tegemoetkomingen voor het school- of studiejaar 2008–2009 en volgende zijn de bepalingen, opgenomen invan toepassing. 2005 343 30-06-2005 23-06-2005 29765 2005 343 30-06-2005 23-06-2005 29765 01-09-2005 2005 345 05-07-2005 23-06-2005 30097 Geldt voor berekeningsjaren als bedoeld in de Algemene wet
inkomensafhankelijke regelingen, die aanvangen op of na 1 januari 2006. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2005/343 gesteld op 1 januari 2006.
Artikel 12.12 — Artikel 12.12 Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht Afwijking in verband met de#
Artikel 12.12 Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht Afwijking in verband met de artikel III van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanis dezoals die geldt na inwerkingtreding van devan toepassing op alle betalingen op grond van de Wet tegemoetkomingen onderwijsbijdrage en schoolkosten. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 12.12a — Artikel 12.12a Wet op het kindgebonden budget Overgangsbepaling in verband met#
Artikel 12.12a Wet op het kindgebonden budget Overgangsbepaling in verband met hoofdstuk 3 paragraaf 2.2 WEB Een aanvrager die per 1 januari 2010 aanspraak heeft op een verhoging van het kindgebonden budget als bedoeld in de Wet van 18 juni 2009 tot wijziging van de Wet op het kindgebonden budget, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de integratie van hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in de Wet op het kindgebonden budget (Stb. 331), kan voor het tijdvak tot 1 januari 2010 voor tegemoetkoming ingevolgevan de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009, in aanmerking komen indien de scholier, de student als bedoeld in deof de vavo-student op wie de aanvraag betrekking heeft, jonger is dan 18 jaren en is ingeschreven aan een school als bedoeld invan de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 12.13 — Artikel 12.13 Aanspraken en verplichtingen op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten#
Artikel 12.13 Aanspraken en verplichtingen op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten 1 Aanvragen op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten worden van rechtswege omgezet in een aanvraag op grond van deze wet. 2 Tegemoetkoming die op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten is toegekend, wordt van rechtswege omgezet in tegemoetkoming op grond van deze wet. 3 Verplichtingen die op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten bestaan, worden van rechtswege omgezet in verplichtingen op grond van deze wet. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 12.14 — Artikel 12.14 Overgangsbepaling bezwaar en beroep#
Artikel 12.14 Overgangsbepaling bezwaar en beroep 1 Op bezwaar en beroep ingevolge de Wet tegemoetkoming studiekosten, ingesteld voor 1 augustus 2001, of tegen een besluit van voor deze datum ingesteld op of na deze datum, blijven de op 31 juli 2001 geldende voorschriften van toepassing. 2 Op bezwaar en beroep tegen een besluit ingevolge de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dat is genomen voor 1 januari 2010, blijven de op 31 december 2009 geldende voorschriften van toepassing. 2009 331 29-07-2009 18-06-2009 31772 2009 332 29-07-2009 18-07-2009 01-08-2009
Artikel 12.15 — Artikel 12.15 Vervallen van hoofdstuk 10#
Artikel 12.15 Vervallen van hoofdstuk 10 Vervallen 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 13.1 — Artikel 13.1 Algemene bijstandswet#
Artikel 13.1 Algemene bijstandswet Wijzigt de Algemene bijstandswet. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 13.2 — Artikel 13.2 Algemene Kinderbijslagwet#
Artikel 13.2 Algemene Kinderbijslagwet Wijzigt de Algemene Kinderbijslagwet. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 13.3 — Artikel 13.3 Derde tranche algemene wet bestuursrecht#
Artikel 13.3 Derde tranche algemene wet bestuursrecht Wijzigt de Derde tranche algemene wet bestuursrecht. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 13.4 — Artikel 13.4 Les- en cursusgeldwet#
Artikel 13.4 Les- en cursusgeldwet Wijzigt de Les- en cursusgeldwet. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 13.5 — Artikel 13.5 Les- en cursusgeldwet#
Artikel 13.5 Les- en cursusgeldwet Wijzigt de Les- en cursusgeldwet. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-01-2002
Artikel 13.6 — Artikel 13.6 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten#
Artikel 13.6 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 13.7 — Artikel 13.7 Wet educatie en beroepsonderwijs#
Artikel 13.7 Wet educatie en beroepsonderwijs Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 13.8 — Artikel 13.8 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen#
Artikel 13.8 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 13.9 — Artikel 13.9 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers#
Artikel 13.9 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 13.10 — Artikel 13.10 Wet inkomstenbelasting 2001#
Artikel 13.10 Wet inkomstenbelasting 2001 Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 13.11 — Artikel 13.11 Wet inschakeling werkzoekenden#
Artikel 13.11 Wet inschakeling werkzoekenden Wijzigt de Wet inschakeling werkzoekenden. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 13.12 — Artikel 13.12 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek#
Artikel 13.12 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 23-05-2001 01-09-2000 Werkt terug tot en met 1 september 2000.
Artikel 13.13 — Artikel 13.13 Wet op het voortgezet onderwijs#
Artikel 13.13 Wet op het voortgezet onderwijs Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 13.14 — Artikel 13.14 Wet studiefinanciering 2000#
Artikel 13.14 Wet studiefinanciering 2000 Wijzigt de Wet studiefinanciering 2000. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001 [...opmerking...]
Artikel 13.15 — Artikel 13.15 Wet van 13 december 2000, Stb. 2001, 67#
Artikel 13.15 Wet van 13 december 2000, Stb. 2001, 67 Wijzigt de Wet van 13 december 2000 tot wijziging van enige wetten teneinde de aanspraak jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een ingezetene, Stb. 2001, 67. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 13.16 — Artikel 13.16 Wet van 29 mei 1991, Stb. 283#
Artikel 13.16 Wet van 29 mei 1991, Stb. 283 Wijzigt de Wet van 29 mei 1991 houdende wijziging van de Wet op de studiefinanciering onder meer in verband met verlaging van het maximum van de rentedragende lening in het eerste jaar van studie in het HO, het direct berekenen van marktconforme rente bij opname van studieleningen en wijziging van de bijverdienregeling (heroriëntering studiefinanciering III), Stb. 283. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 13.17 — Artikel 13.17 Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank#
Artikel 13.17 Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank Wijzigt de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 14.1 — Artikel 14.1 Intrekking wet tegemoetkoming studiekosten#
Artikel 14.1 Intrekking wet tegemoetkoming studiekosten De Wet tegemoetkoming studiekosten wordt ingetrokken. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 14.2 — Artikel 14.2 Inwerkingtreding#
Artikel 14.2 Inwerkingtreding Deze wet treedt in werking op 1 augustus 2001, met uitzondering van: a. artikel 1.5 dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, b. artikel 13.5 dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2002, en c. de artikelen 13.12 en 13.14, onderdelen A, G en I, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, en terugwerken tot en met 1 september 2000. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001
Artikel 14.3 — Artikel 14.3 Citeertitel#
Artikel 14.3 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 2001 225 22-05-2001 26-04-2001 27414 01-08-2001