Wet van 20 juni 2002, houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo's (Embryowet)
- BWB-id
- BWBR0013797
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013797
- ELI
- /eli/nl/wet/2002/embryowet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2002/embryowet/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013797&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013797&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013797/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2002/embryowet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. geslachtscellen: menselijke zaad- en eicellen; c. embryo: cel of samenhangend geheel van cellen met het vermogen uit te groeien tot een mens; d. foetus: embryo in het menselijk lichaam; e. artikel 14 van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen centrale commissie: de commissie, bedoeld in; f. degene die het wetenschappelijk onderzoek verricht: degene die de opdracht heeft gegeven voor de organisatie of uitvoering van een wetenschappelijk onderzoek; g. degene die het wetenschappelijk onderzoek uitvoert: degene die belast is met de feitelijke uitvoering van het onderzoek. Indien de feitelijke uitvoering geschiedt door een werknemer of een andere hulppersoon, wordt degene die van deze persoon gebruik maakt aangemerkt als degene die het onderzoek uitvoert. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen Het bestuur van een instelling waar buiten het menselijk lichaam embryo's tot stand worden gebracht of anderszins handelingen met embryo's worden verricht, stelt na advies van de commissie die ingevolge deis belast met het beoordelen van onderzoeksvoorstellen voor medisch-wetenschappelijk onderzoek in de instelling, een protocol vast betreffende handelingen met geslachtscellen en embryo's. Wijzigingen en aanvullingen van het protocol behoeven eveneens voorafgaand advies van bedoelde commissie. 2 artikelen 5 tot en met 9a In het protocol worden, voor zover in de instelling van toepassing, met inachtneming van deregels gesteld betreffende de zeggenschap over geslachtscellen en embryo's, het tot stand brengen van embryo's buiten het menselijk lichaam, het tot stand brengen van een zwangerschap met die embryo's en het gebruik van geslachtscellen en embryo's voor andere doeleinden. 3 Het protocol bevat in ieder geval regels met betrekking tot: a. de wijze waarop de ovulatiestimulatie plaatsvindt; b. de wijze waarop geslachtscellen worden verkregen; c. de werkwijze bij de bevruchting en bij de ontwikkeling en implantatie van de embryo's; d. de wijze waarop geslachtscellen en embryo's worden bewaard en waarop de herkomst en de bewaring worden vastgelegd in de administratie van de instelling; e. de termijn gedurende welke geslachtscellen en embryo's worden bewaard en de gang van zaken daarna; f. de werkwijze betreffende het ter beschikking stellen van geslachtscellen en embryo's voor andere doeleinden en gebruik na overlijden; g. de wijze waarop betrokkene wordt ondersteund bij het nemen van een beslissing omtrent donatie van geslachtscellen ten behoeve van de zwangerschap van een ander, indien voor de verkrijging van de geslachtscellen een invasieve ingreep bij betrokkene noodzakelijk is. 2020 229 07-07-2020 01-07-2020 35173 2020 332 11-09-2020 03-09-2020 01-10-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Wetenschappelijk onderzoek met embryo's, daaronder begrepen wetenschappelijk onderzoek met geslachtscellen waarbij embryo's tot stand worden gebracht, wordt verricht overeenkomstig een daartoe opgesteld onderzoeksprotocol dat een volledige beschrijving van het voorgenomen onderzoek bevat. 2 paragraaf 3 4 Het onderzoek, bedoeld inen, is slechts toegestaan, indien over het onderzoeksprotocol een positief oordeel is verkregen van de centrale commissie. 3 paragraaf 5 Het onderzoek, bedoeld in, is toegestaan indien: a. artikel 16 van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen het wetenschappelijk onderzoek betreft waarbij de foetus niet wordt onderworpen aan invasieve handelingen of waarbij de toestand van de foetus niet opzettelijk wordt gewijzigd en over het onderzoeksprotocol een positief oordeel is verkregen van de commissie, bedoeld in; of b. het wetenschappelijk onderzoek betreft waarbij de foetus wordt onderworpen aan invasieve handelingen of waarbij de toestand van de foetus opzettelijk wordt gewijzigd en over het onderzoeksprotocol een positief oordeel is verkregen van de centrale commissie. 4 paragraaf 5 In afwijking van het derde lid, onderdeel a, kan de centrale commissie bepalen dat de beoordeling van protocollen betreffende een door haar aangewezen vorm van wetenschappelijk onderzoek als bedoeld indoor haar geschiedt. 2013 306 25-07-2013 10-07-2013 32610 2013 354 26-09-2013 30-08-2013 27-09-2013
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 16 van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen artikel 22, derde lid De commissie, bedoeld in, zendt aan de centrale commissie afschrift van elk ingevolge deze wet door haar gegeven oordeel alsmede van het desbetreffende onderzoeksprotocol of de hoofdzaken daarvan. Voorts doet de commissie, bedoeld in artikel 16 van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen, bij de centrale commissie melding van de in, bedoelde mededeling. 2013 306 25-07-2013 10-07-2013 32610 2013 354 26-09-2013 30-08-2013 27-09-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De centrale commissie brengt jaarlijks aan Onze Minister verslag uit over de toepassing van deze wet, waarbij met name aandacht wordt besteed aan nieuwe ontwikkelingen betreffende handelingen met geslachtscellen en embryo's, voor zover deze blijken uit de voorgelegde onderzoeksprotocollen. 2 Onze Minister zendt dit verslag aan de beide kamers der Staten-Generaal en geeft daarbij zijn opvatting over de door de centrale commissie gesignaleerde nieuwe ontwikkelingen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop Onze Minister de in het tweede lid bedoelde opvatting voorbereidt. 2013 306 25-07-2013 10-07-2013 32610 2013 354 26-09-2013 30-08-2013 27-09-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 9 Meerderjarigen die in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen ter zake, kunnen anders dan ten behoeve van eigen geneeskundig gebruik en onverminderd, hun geslachtscellen ter beschikking stellen ten behoeve van de zwangerschap van een ander of ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek. 2 De terbeschikkingstelling kan slechts schriftelijk en om niet worden gedaan en niet dan nadat een persoon als bedoeld in het eerste lid, door de zorg van degene die de geslachtscellen bewaart, is ingelicht over de aard en het doel ervan. De betrokkene kan voor zover de geslachtscellen nog niet zijn gebruikt, de terbeschikkingstelling te allen tijde, zonder opgaaf van redenen, herroepen. 3 artikel 2, eerste lid artikel 5 van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen Indien voor het verkrijgen van geslachtscellen een invasieve ingreep bij de betrokkene noodzakelijk is, wordt deze door degene die de ingreep verricht, tevens ingelicht over de risico's en bezwaren daarvan. Indien de geslachtscellen ter beschikking worden gesteld ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek is in dat geval mede de toestemming vereist van de in, bedoelde commissie die beoordeelt of het met de terbeschikkingstelling te dienen belang in evenredige verhouding staat tot de risico's en bezwaren van de ingreep, mede gelet op de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert. Voor zoveel nodig isin dat geval niet van toepassing. 4 De in het tweede lid bedoelde inlichtingen omvatten in ieder geval de informatie, bedoeld in de bijlage bij richtlijn 2004/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en cellen (PbEU L 102). 5 Een wijziging van de in het vierde lid genoemde richtlijn gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 2013 306 25-07-2013 10-07-2013 32610 2013 354 26-09-2013 30-08-2013 27-09-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, derde lid De inlichtingen worden op zodanige wijze verstrekt dat redelijkerwijs zeker is dat de betrokkene deze naar haar inhoud heeft begrepen, en in het geval bedoeld in, bovendien schriftelijk. De betrokkene krijgt een zodanige bedenktijd dat hij op grond van de gegeven inlichtingen een zorgvuldig overwogen beslissing over de terbeschikkingstelling kan nemen. 2 Bij de terbeschikkingstelling wordt vastgelegd voor welke doeleinden de geslachtscellen mogen worden gebruikt en gedurende welke termijn zij daarvoor zullen worden bewaard. Degene die de geslachtscellen bewaart en degene die ze ter beschikking heeft gesteld kunnen gezamenlijk de doeleinden wijzigen en de termijn verlengen. 3 Bij de terbeschikkingstelling kan de betrokkene te kennen geven dat slechts wetenschappelijk onderzoek met de desbetreffende geslachtscellen mag worden verricht nadat hij is ingelicht over het doel van het onderzoek en daar uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven. 4 Indien geslachtscellen ter beschikking worden gesteld ten behoeve van de zwangerschap van een ander, wordt de betrokkene in de gelegenheid gesteld te bepalen dat voor gebruik van met zijn geslachtscellen tot stand gebrachte embryo's voor andere doeleinden mede zijn toestemming is vereist. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De geslachtscellen worden in ieder geval vernietigd indien zij niet voor andere doeleinden ter beschikking worden gesteld, na het verstrijken van de termijn waarvoor zij ter beschikking zijn gesteld, en na herroeping van de terbeschikkingstelling. De geslachtscellen worden voorts vernietigd nadat bij degene die ze bewaart, bekend is geworden dat de betrokkene is overleden, tenzij deze uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft gegeven voor gebruik na zijn overlijden. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Meerderjarigen die in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen ter zake, kunnen embryo's die ten behoeve van de eigen zwangerschap buiten het lichaam tot stand zijn gebracht, maar niet meer daarvoor zullen worden gebruikt, ter beschikking stellen ten behoeve van: a. de zwangerschap van een ander; b. het in kweek brengen van embryonale cellen voor geneeskundige doeleinden, medisch- en biologisch-wetenschappelijk onderzoek en medisch- en biologisch-wetenschappelijk onderwijs; c. het verrichten van ingevolge deze wet toelaatbaar wetenschappelijk onderzoek met die embryo's. 2 De terbeschikkingstelling kan slechts schriftelijk en om niet worden gedaan en niet dan nadat de betrokkenen, waaronder begrepen degene wiens toestemming is vereist op grond van artikel 6, vierde lid, door de zorg van degene die de embryo's bewaart, zijn ingelicht over de aard en het doel ervan. Bij verschil van mening tussen de betrokkenen vindt de terbeschikkingstelling niet plaats. Ieder van de betrokkenen kan, voor zover de embryo's nog niet zijn gebruikt, de terbeschikkingstelling te allen tijde, zonder opgaaf van redenen, herroepen. 3 De artikelen 6 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a artikel 7 Geslachtscellen of embryo’s die ten behoeve van eigen geneeskundig gebruik beschikbaar zijn of die ingevolge deze wet ter beschikking zijn gesteld, maar niet meer zullen worden gebruikt voor eigen geneeskundig gebruik of het doel dan wel de doelen waarvoor ze ter beschikking zijn gesteld, mogen worden gebruikt ten behoeve van kwaliteitsbewaking die direct verband houdt met de diagnostische processen of behandelprocessen in de fertiliteitszorg, voorafgaande aan de vernietiging, bedoeld in. 2020 229 07-07-2020 01-07-2020 35173 2020 332 11-09-2020 03-09-2020 01-10-2020
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De centrale commissie geeft slechts een positief oordeel over een onderzoeksprotocol betreffende wetenschappelijk onderzoek met embryo's waarmee geen zwangerschap tot stand wordt gebracht, indien: a. redelijkerwijs aannemelijk is dat het onderzoek zal leiden tot de vaststelling van nieuwe inzichten op het terrein van de medische wetenschap; b. redelijkerwijs aannemelijk is dat de vaststelling, bedoeld onder a, niet door andere vormen of methoden van wetenschappelijk onderzoek kan plaatsvinden dan onderzoek met de desbetreffende embryo's of door onderzoek van minder ingrijpende aard; c. het onderzoek voldoet aan de eisen van een juiste methodologie van wetenschappelijk onderzoek; d. het onderzoek wordt uitgevoerd door of onder leiding van personen die deskundig zijn op het desbetreffende gebied van wetenschappelijk onderzoek; e. het onderzoek ook overigens voldoet aan redelijkerwijs daaraan te stellen eisen. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 derde en vierde lid van artikel 6 Het is verboden wetenschappelijk onderzoek met embryo's te verrichten zonder dat deze embryo's of de geslachtscellen waaruit zij tot stand worden gebracht, daarvoor ter beschikking zijn gesteld en zonodig toepassing of overeenkomstige toepassing is gegeven aan het. 2 derde lid van artikel 6 tweede lid van artikel 5 eerste lid van artikel 6 Indien toepassing of overeenkomstige toepassing wordt gegeven aan het, zijn heten hetvan overeenkomstige toepassing. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 3 Degene die het wetenschappelijk onderzoek verricht draagt zorg voor de naleving van. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Degene die het wetenschappelijk onderzoek uitvoert, draagt er zorg voor dat de persoonlijke levenssfeer van degenen van wie de geslachtscellen afkomstig zijn en van degenen die het embryo ter beschikking hebben gesteld, zoveel mogelijk wordt beschermd. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Degene die het wetenschappelijk onderzoek uitvoert, draagt er zorg voor dat, alvorens de uitvoering van het onderzoek een aanvang neemt, degenen wier beroepsmatige medewerking nodig is bij de uitvoering van het onderzoek over de aard en het doel van het onderzoek zijn ingelicht. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De centrale commissie geeft slechts een positief oordeel over een onderzoeksprotocol betreffende wetenschappelijk onderzoek met embryo's buiten het menselijk lichaam waarmee wordt beoogd een zwangerschap tot stand te brengen, indien: a. redelijkerwijs aannemelijk is dat het onderzoek zal leiden tot de vaststelling van nieuwe inzichten inzake onderzoeks- of behandelingsmethoden, gericht op het tot stand brengen van zwangerschap en de geboorte van een gezond kind; b. redelijkerwijs aannemelijk is dat de vaststelling, bedoeld onder a, niet door andere vormen of methoden van wetenschappelijk onderzoek kan plaatsvinden dan onderzoek met embryo's waarmee wordt beoogd een zwangerschap tot stand te brengen, of door onderzoek van minder ingrijpende aard; c. redelijkerwijs aannemelijk is dat het met het onderzoek te dienen belang in evenredige verhouding staat tot de bezwaren en risico's voor het toekomstige kind en de vrouw en d. onderdelen c, d en e van artikel 10 is voldaan aan de eisen, bedoeld in de. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 16 Het is verboden wetenschappelijk onderzoek als bedoeld inte verrichten zonder schriftelijke toestemming van de vrouw en haar echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel. Toestemming kan slechts worden verleend door meerderjarigen die in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen ter zake. 2 artikel 14 Alvorens toestemming wordt gevraagd, draagt degene die het wetenschappelijk onderzoek uitvoert er zorg voor dat degenen van wie toestemming is vereist, schriftelijk worden ingelicht over het doel en de aard van het onderzoek, het bepaalde in de derde volzin van het derde lid en het vijfde lid van dit artikel en het bepaalde in. 3 De inlichtingen worden op zodanige wijze verstrekt dat redelijkerwijs zeker is dat degenen van wie toestemming is vereist, deze naar hun inhoud hebben begrepen. De verstrekte inlichtingen worden desgevraagd aangevuld. Degenen van wie toestemming is vereist, krijgen een zodanige bedenktijd dat zij op grond van deze inlichtingen een zorgvuldig overwogen beslissing omtrent de gevraagde toestemming kunnen geven. 4 De wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan dit artikel wordt vastgelegd in het onderzoeksprotocol. 5 Degene die toestemming heeft gegeven, kan deze te allen tijde, zonder opgaaf van redenen, intrekken. Hij is ter zake van de intrekking geen schadevergoeding verschuldigd. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikelen 13 14 15 De,enzijn van overeenkomstige toepassing op wetenschappelijk onderzoek als bedoeld in deze paragraaf. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 16 van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen De centrale commissie of de commissie, bedoeld in, geeft slechts een positief oordeel over een onderzoeksprotocol betreffende wetenschappelijk onderzoek met foetussen, daaronder begrepen wetenschappelijk onderzoek met zwangerschapsondersteunende weefsels, indien: a. redelijkerwijs aannemelijk is dat het onderzoek zal leiden tot de vaststelling van nieuwe inzichten op het gebied van de geneeskunst betreffende ongeboren en pasgeboren kinderen of omtrent de voltooiing van zwangerschappen; b. redelijkerwijs aannemelijk is dat de doelstelling, bedoeld onder a, niet door andere vormen of methoden van wetenschappelijk onderzoek kan worden bereikt dan onderzoek met foetussen, daaronder begrepen onderzoek met zwangerschapsondersteunende weefsels of door onderzoek van minder ingrijpende aard; c. redelijkerwijs aannemelijk is dat het met het onderzoek te dienen belang in evenredige verhouding staat tot de bezwaren en risico's voor de desbetreffende foetus en de zwangere vrouw en d. onderdelen c, d en e van artikel 10 is voldaan aan de eisen, bedoeld in de. 2013 306 25-07-2013 10-07-2013 32610 2013 354 26-09-2013 30-08-2013 27-09-2013
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Wetenschappelijk onderzoek met een foetus daaronder begrepen wetenschappelijk onderzoek met zwangerschapsondersteunende weefsels is toegestaan indien het kan bijdragen aan de diagnostiek, de voorkoming of de behandeling van ernstige aandoeningen bij de desbetreffende foetus daaronder begrepen wetenschappelijk onderzoek met zwangerschapsondersteunende weefsels en dat niet kan worden uitgesteld tot na de geboorte. 2 Wetenschappelijk onderzoek dat niet kan bijdragen aan de diagnostiek, de voorkoming of behandeling van ernstige aandoeningen bij de desbetreffende foetus is slechts toegestaan, indien: a. het kan bijdragen aan de diagnostiek, de voorkoming of behandeling van ernstige aandoeningen bij andere foetussen; b. de bezwaren en risico’s voor de desbetreffende foetus en de zwangere vrouw minimaal zijn, en c. het niet kan worden uitgesteld tot na de geboorte. 2013 306 25-07-2013 10-07-2013 32610 2013 354 26-09-2013 30-08-2013 27-09-2013
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Het is verboden wetenschappelijk onderzoek met een foetus daaronder begrepen wetenschappelijk onderzoek met zwangerschapsondersteunende weefsels te verrichten zonder schriftelijke toestemming van de zwangere vrouw. Indien zij minderjarig is en de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, is mede schriftelijke toestemming vereist van degenen die het gezag over haar uitoefenen. 2 Indien de zwangere vrouw niet in staat is tot een redelijke waardering van haar belangen ter zake, kan de toestemming worden gegeven door degenen die het gezag over haar uitoefenen dan wel, indien zij meerderjarig is, door haar wettelijke vertegenwoordiger of, indien deze ontbreekt, door haar echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel. 3 Alvorens toestemming wordt gevraagd, draagt degene die het wetenschappelijk onderzoek uitvoert er zorg voor dat de personen van wie toestemming is vereist, schriftelijk worden ingelicht over: a. het doel, de aard en de duur van het onderzoek; b. de risico's die het onderzoek voor de gezondheid van de zwangere vrouw en de foetus met zich kan brengen; c. de risico's die het tussentijds beëindigen van het onderzoek voor de gezondheid van de zwangere vrouw en de foetus met zich kan brengen en d. de bezwaren die het onderzoek voor de zwangere vrouw en de foetus met zich kan brengen. 4 derde en vierde lid van artikel 17 Hetzijn van overeenkomstige toepassing. 5 De zwangere vrouw dan wel, indien deze ingevolge dit artikel niet bevoegd is tot het geven van toestemming, degene die daartoe in haar plaats bevoegd is, kan de toestemming te allen tijde, zonder opgaaf van redenen, intrekken. Zij is ter zake van de intrekking geen schadevergoeding verschuldigd. 2013 306 25-07-2013 10-07-2013 32610 2013 354 26-09-2013 30-08-2013 27-09-2013
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 3 Indien het wetenschappelijk onderzoek een verloop neemt dat in noemenswaardige mate voor de zwangere vrouw of de foetus ongunstiger is dan in het onderzoeksprotocol is voorzien, doet degene die het onderzoek uitvoert, daarvan terstond mededeling aan degene die toestemming heeft gegeven, en aan de ingevolgebevoegde commissie die als laatste haar oordeel heeft gegeven met een verzoek om een nader oordeel. Tot het tijdstip waarop een nader oordeel wordt gegeven, wordt de uitvoering van het onderzoek opgeschort, tenzij de gezondheid van de zwangere vrouw of van de foetus opschorting niet onmiddellijk toelaat. 2 Indien het nader oordeel negatief is, wordt de uitvoering van het onderzoek beëindigd, tenzij de gezondheid van de zwangere vrouw of van de foetus beëindiging niet onmiddellijk toelaat. 3 artikel 3 Degene die het wetenschappelijk onderzoek uitvoert, doet onder opgave van de redenen aan de ingevolgebevoegde commissie die als laatste haar oordeel heeft gegeven eveneens mededeling van de voortijdige beëindiging van een onderzoek. 2013 306 25-07-2013 10-07-2013 32610 2013 354 26-09-2013 30-08-2013 27-09-2013
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikelen 13 14 15 De,enzijn van overeenkomstige toepassing op wetenschappelijk onderzoek met foetussen. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Het is verboden: a. een embryo speciaal tot stand te brengen en speciaal tot stand gebrachte embryo's te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek en andere doeleinden dan het tot stand brengen van een zwangerschap; b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; ; c. geslachtscellen en andere embryo's dan bedoeld in onderdeel b te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor zij ingevolge deze wet ter beschikking mogen worden gesteld; d. geslachtscellen en embryo's te gebruiken voor ingevolge deze wet toegelaten doeleinden zonder dat zij daarvoor ter beschikking zijn gesteld; e. een embryo buiten het menselijk lichaam zich langer dan veertien dagen te laten ontwikkelen; f. handelingen met geslachtscellen of embryo's te verrichten met het oogmerk van de geboorte van genetisch identieke menselijke individuen; g. het genetisch materiaal van de kern van menselijke kiembaancellen waarmee een zwangerschap tot stand zal worden gebracht, opzettelijk te wijzigen; h. artikel 8, eerste lid, onder b artikel 9, eerste lid, onder a uit een embryo in kweek gebrachte cellen te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor zij op grond van, onderscheidenlijk, ter beschikking mogen worden gesteld. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Het is verboden: a. een menselijke en een dierlijke geslachtscel samen te brengen met het oog op het doen ontstaan van een meercellige hybride; b. een uit menselijke en dierlijke dan wel alleen menselijke embryonale cellen tot stand gebrachte chimère zich langer dan veertien dagen te laten ontwikkelen of in te brengen in een mens of een dier; c. een embryo in te brengen in een dier; d. een dierlijk embryo in te brengen in een mens. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Het is verboden handelingen met geslachtscellen of embryo's te verrichten met het oogmerk het geslacht van een toekomstig kind te kunnen kiezen. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien naar wetenschappelijk verantwoord medisch inzicht het risico bestaat op een ernstige geslachtsgebonden erfelijke aandoening bij het kind en de handelingen plaatsvinden ter voorkoming daarvan. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is ook niet van toepassing indien naar wetenschappelijk verantwoord medisch inzicht het risico bestaat op een ernstige erfelijke aandoening met een ongelijke geslachtsincidentie bij het kind en de handelingen plaatsvinden ter verkleining van dat risico. 3 Het is verboden diensten aan te bieden bestaande uit handelingen, verboden in dit artikel. 2020 229 07-07-2020 01-07-2020 35173 2020 332 11-09-2020 03-09-2020 01-10-2020
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikelen 5 8 9 van deze wet Het is verboden voor de verstrekking aan anderen van geslachtscellen en embryo's die op grond van de,enter beschikking zijn gesteld, een vergoeding te vragen die meer bedraagt dan de kosten die een rechtstreeks gevolg zijn van de handelingen die met de geslachtscellen of embryo's zijn verricht. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikelen 12 17, eerste lid 21, eerste lid 24 25 26 27 Met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft degene die al dan niet opzettelijk handelt in strijd met een verbod, vervat in de,,,,,of. 2 artikelen 2 3 5 8 14 15 20 22 Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft degene die handelt in strijd met de,,,,,,of. 3 De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven; de in het tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. 2 artikel 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De in het eerste lid bedoelde personen beschikken niet over de bevoegdheden genoemd in. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Wijzigt deze wet. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Onze Minister zendt iedere vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2011 204 06-05-2011 31-03-2011 31950 2011 249 27-05-2011 27-04-2011 01-07-2011
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikelen 9 11 24, onderdeel b Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld met dien verstande dat de,en, in werking treden op het in het tweede lid bedoelde tijdstip. 2 Onderdeel a van artikel 24 onderdeel a van artikel 24 vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De voordracht voor dit besluit wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp van het besluit is overgelegd aan beide kamers der Staten-Generaal en evenmin indien binnen die termijn door of namens een der kamers of door tenminste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen is gegeven dat het tijdstip waaropvervalt, bij wet wordt geregeld. 2008 511 11-12-2008 06-11-2008 31046 2008 511 11-12-2008 06-11-2008 31046 12-12-2008 01-09-2007
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Deze wet wordt aangehaald als: Embryowet. 2002 338 02-07-2002 20-06-2002 27423 2002 359 11-07-2002 01-09-2002