Wet van 30 mei 2002, houdende regeling van het lidmaatschap koninklijk huis alsmede daaraan verbonden titels (Wet lidmaatschap koninklijk huis)
- BWB-id
- BWBR0013729
- Type
- Wet
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2002-06-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013729
- ELI
- /eli/nl/wet/2002/wet-lidmaatschap-koninklijk-huis
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2002/wet-lidmaatschap-koninklijk-huis/2002-06-12
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013729&g=2002-06-12
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013729&z=2026-06-06&g=2002-06-12
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013729/2002-06-12
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2002/wet-lidmaatschap-koninklijk-huis
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Met de Koning als hoofd van het koninklijk huis zijn daarvan lid: a. Grondwet zij die krachtens dede Koning kunnen opvolgen en deze niet verder bestaan dan in de tweede graad van bloedverwantschap; b. de vermoedelijke opvolger van de Koning; c. de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1 Lid van het koninklijk huis zijn eveneens de echtgenoten van hen die ingevolgehet lidmaatschap van het koninklijk huis bezitten. 2 Voor hen die het lidmaatschap van het koninklijk huis bezaten als echtgenote of echtgenoot, blijft dit lidmaatschap gedurende hun staat van weduwe of weduwnaar behouden, zolang de overleden echtgenote of echtgenoot bij leven ingevolge artikel 1 lid van het koninklijk huis zou zijn geweest. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Grondwet Grondwet Lid van het koninklijk huis blijven zij die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet meerderjarig lid zijn van het koninklijk huis en krachtens dede Koning kunnen opvolgen. Zij behouden hun lidmaatschap zolang zij krachtens dede Koning kunnen opvolgen. 2 Lid blijven voorts de echtgenoten van hen die ingevolge het eerste lid het lidmaatschap van het koninklijk huis bezitten. 3 artikel 2, tweede lid Op hen die als echtgenoten het lidmaatschap van het koninklijk huis bezaten, is, van toepassing. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het lidmaatschap van het koninklijk huis kan bij een koninklijk besluit waarover de Raad van State is gehoord worden verleend aan: a. Grondwet personen die krachtens dede Koning kunnen opvolgen; b. hun echtgenoten. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het lidmaatschap van het koninklijk huis eindigt door ontslag verleend bij een koninklijk besluit waarover de Raad van State is gehoord. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het lidmaatschap van het koninklijk huis wordt niet verkregen bij gemis van het Nederlanderschap en eindigt bij verlies van het Nederlanderschap. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De vermoedelijke opvolger van de Koning draagt de titel van Prins (Prinses) van Oranje. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De vermoedelijke opvolger van de Koning en de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan dragen de titel «Prins (Prinses) der Nederlanden». 2 De titel «Prins (Prinses) der Nederlanden» kan bij koninklijk besluit uitsluitend worden verleend aan de volgende leden van het koninklijk huis: a. de echtgenoot of echtgenote van de Koning; b. kinderen geboren uit een huwelijk van de Koning; c. de echtgenoot of echtgenote van de vermoedelijke opvolger van de Koning; d. kinderen geboren uit een huwelijk van de vermoedelijke opvolger van de Koning; e. artikel 4 lid zij die krachtenszijn van het koninklijk huis. 3 De titel «Prins (Prinses) der Nederlanden» vervalt met het verlies van het lidmaatschap van het koninklijk huis. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De Koning, diens vermoedelijke opvolger en de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan dragen de titel «Prins (Prinses) van Oranje-Nassau». 2 De titel «Prins (Prinses) van Oranje-Nassau» kan bij koninklijk besluit uitsluitend worden verleend aan leden van het koninklijk huis. 3 Binnen drie maanden na verlies van het lidmaatschap van het koninklijk huis wordt bij koninklijk besluit beslist over het behoud van de titel «Prins (Prinses) van Oranje-Nassau» als persoonlijke titel voor degenen die het lidmaatschap hebben verloren. 4 Artikel 5, eerste tot en met elfde lid artikel 7 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Bij het koninklijk besluit genoemd in het derde lid kan tevens de geslachtsnaam worden bepaald., enzijn niet van toepassing. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Degenen die titels en namen dragen krachtens de koninklijke besluiten van 26 oktober 1937 (Stb. 1937, nr. 5) en 2 januari 1967 (Stb. 1967, nr. 1), behouden deze. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De koninklijke besluiten bedoeld in deze wet, worden genomen op voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie en in het Staatsblad geplaatst. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Wet lidmaatschap koninklijk huis Dewordt ingetrokken. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Wijzigt de Wet op de adeldom. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze wet wordt aangehaald als: Wet lidmaatschap koninklijk huis. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002