Wet van 20 juni 2002 houdende Wet op het onderwijstoezicht
- BWB-id
- BWBR0013800
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013800
- ELI
- /eli/nl/wet/2002/wet-op-het-onderwijstoezicht
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2002/wet-op-het-onderwijstoezicht/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013800&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013800&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013800/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2002/wet-op-het-onderwijstoezicht
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze wet wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, b. de inspectie: de Inspectie van het onderwijs, c. de inspecteur-generaal: de inspecteur-generaal van het onderwijs, d. onderwijswet: 1. – Leerplichtwet 1969 , – Wet op het primair onderwijs , – Wet op de expertisecentra , – Wet voortgezet onderwijs 2020 , – Wet educatie en beroepsonderwijs , – Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek , – Wet medezeggenschap op scholen , – Wet NLQF , – Wet register onderwijsdeelnemers , – Wet overige OCW-subsidies , – Wet op de erkende onderwijsinstellingen , of – Experimentenwet onderwijs , 2. – Leerplichtwet BES – Wet primair onderwijs BES – Wet educatie en beroepsonderwijs BES , of – Wet sociale kanstrajecten jongeren BES e. artikelen 174, eerste lid 176, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs 154, eerste lid 156, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra 7.29, eerste lid 7.32, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 onderwijs: bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs, waaronder mede worden begrepen werkzaamheden als bedoeld in de, en,, en, en, en, f. artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang voorschoolse educatie: voorschoolse educatie als bedoeld in de, g. instelling: school, instelling of exameninstelling in de zin van een onderwijswet, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling, h artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek instelling voor hoger onderwijs: een instelling als bedoeld in, i. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld inen, ia. 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven: de rechtspersoon, bedoeld in, j. vervallen, k. Leerplichtwet 1969 Leerplichtwet BES artikel 18a, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 2.47, vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het deof debetreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school of instelling, en met dien verstande dat waar het het toezicht op de uitoefening van de taken van het samenwerkingsverband betreft hieronder wordt verstaan het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld inen, l. onderwijsdeelnemer: leerling, deelnemer, vavo-student, mbo-student, ho-student of extraneus als bedoeld in een onderwijswet, l1. artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs mbo-student: student als bedoeld in, l2. artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ho-student: degene die hoger onderwijs volgt als bedoeld in, l3. artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs vavo-student: vavo-student als bedoeld in, m. ouders: met het gezag over het kind belaste ouders, hun geregistreerde partners, voogden en verzorgers, n. jaarwerkplan: document waarin de inspectie haar werkzaamheden voor het komende jaar neerlegt, o. vervallen, p. artikel 1.1, onderdeel aa, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek rechtspersoon voor hoger onderwijs: rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in. 2024 223 24-07-2024 26-06-2024 36341 2024 314 28-10-2024 22-10-2024 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2 De inspectie#
Artikel 2 De inspectie 1 Er is een Inspectie van het onderwijs, die onder Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ressorteert. Aan het hoofd van de inspectie staat de inspecteur-generaal. 2 Onze Minister geeft met betrekking tot de uitoefening van de in deze wet aan de inspectie toegekende bevoegdheden uitsluitend in schriftelijke vorm zijn aanwijzingen, onder mededeling daarvan aan de Staten-Generaal. 2006 335 18-07-2006 05-07-2006 30460 2006 335 18-07-2006 05-07-2006 30460 19-07-2006
Artikel 3 — Artikel 3 Taken#
Artikel 3 Taken 1 De inspectie heeft de volgende taken: a. het toezien op: 1°. de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften, 2°. Wet kinderopvang de naleving van de bij of krachtens degegeven voorschriften, voor zover het betreft de voorschoolse educatie op kindercentra, b. het bevorderen van: 1°. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 12a, derde lid de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs aan en het bestuur van instellingen als bedoeld in de onderwijswetten met uitzondering van devoor zover het niet betreft het onderzoek bedoeld in, 2°. de kwaliteit van de uitoefening van de taken van de samenwerkingsverbanden, 3°. de kwaliteit van de uitoefening van de taken van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, en 4°. hoofdstuk 5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het stelsel van hoger onderwijs, met inbegrip van het stelsel van accreditatie, bedoeld in. c. het toezien op en bevorderen van de financiële rechtmatigheid door in ieder geval het verrichten van onderzoek naar de rechtmatige verkrijging van de bekostiging, naar de controlerapporten van de door het bestuur aangewezen accountant, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de rechtmatigheid van het financieel beheer, alsmede het toezien op en bevorderen van de financiële doelmatigheid en de financiële continuïteit van de bekostigde instellingen, de samenwerkingsverbanden en de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, d. het rapporteren over de ontwikkeling van, in bijzonder van de kwaliteit van, het onderwijs en over de uitoefening van de taken door de instellingen, de samenwerkingsverbanden en de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, in het bijzonder over de kwaliteit daarvan, e. artikelen 4.1 4.2 van de Wet NLQF het toezien op de naleving van deen, en f. het verrichten van andere bij of krachtens de wet aan de inspectie opgedragen taken. 2 Onze Minister kan de inspectie mandaat verlenen om: a. artikel 155 van de Wet op het primair onderwijs artikel 123 van de Wet primair onderwijs BES artikel 133 van de Wet op de expertisecentra artikel 10.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES artikel 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 38 van de Wet medezeggenschap op scholen de bekostiging voor ten hoogste vijftien procent in te houden of geheel of gedeeltelijk op te schorten, op grond van,,,,,,of; b. afdelingen 4.2.5 tot en met 4.2.7 van de Algemene wet bestuursrecht een subsidie lager vast te stellen, te wijzigen, of gedeeltelijk in te trekken of terug te vorderen op grond van de; c. Wet op het primair onderwijs Wet primair onderwijs BES Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet educatie en beroepsonderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs BES Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bij of krachtens de, de, de, de, de, deof decorrecties aan te brengen of bedragen in mindering te brengen op de bekostiging; d. artikelen 6.1.5 6.1.5b 6.2.3 6.2.3b 6.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikelen 6.2.3 6.2.4 6.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES artikelen 6.1.4 6.1.5b 6.2.2 6.2.3b 6.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikelen 6.2.1 6.2.4 6.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES voor zover het niet de enige opleiding in zijn soort betreft, een waarschuwing als bedoeld in de,,,enen de,ente geven, of een besluit als bedoeld in de,,,enen de,ente nemen; e. artikel 27 van de Leerplichtwet 1969 artikel 39 van de Leerplichtwet BES artikel 11.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 10.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES artikel 15.7 tot en met 15.9 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de bestuurlijke boete op te leggen, bedoeld in,,,of; f. artikel 4.3 van de Wet NLQF de bestuurlijke boete op te leggen, bedoeld in; of g. te beslissen op een tegen een besluit als bedoeld in de onderdelen a tot en met f ingediend bezwaarschrift. 2024 223 24-07-2024 26-06-2024 36341 2024 314 28-10-2024 22-10-2024 01-01-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Uitgangspunten voor de taakuitoefening#
Artikel 4 Uitgangspunten voor de taakuitoefening 1 De inspectie verricht haar taken met inachtneming van de vrijheid van onderwijs. 2 De inspectie verricht haar taken op zodanige wijze dat instellingen niet meer worden belast dan voor een zorgvuldige uitoefening van het toezicht noodzakelijk is. 3 De intensiteit van de taakuitoefening is afhankelijk van de kwaliteit van het onderwijs, van de wijze waarop de professionaliteit van de instelling en het bestuur is gewaarborgd, van de mate van naleving van wettelijke voorschriften en, voor zover deze wordt bekostigd uit ’s Rijks kas, van de financiële situatie van de instelling. 4 De taakuitoefening van de inspectie is er mede op gericht betrokkenen te informeren over de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs. 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 01-07-2017
Artikel 5 — Artikel 5 Uitoefening toezicht op beroepsopleidingen in overleg met andere ministeries#
Artikel 5 Uitoefening toezicht op beroepsopleidingen in overleg met andere ministeries Bij de uitoefening van het toezicht op opleidingen, gericht op een beroep waarvoor bij of krachtens de wet vereisten zijn gesteld op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden en in voorkomende gevallen beroepshoudingen, waarover degene die de opleiding voltooit, met het oog op het beroepsmatig functioneren dient te beschikken, pleegt de inspectie overleg met door Onze Minister wie het aangaat, aangewezen ambtenaren. 2002 387 23-07-2002 20-06-2002 27783 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002
Artikel 6 — Artikel 6 Vertrouwensinspecteurs#
Artikel 6 Vertrouwensinspecteurs 1 Bij de inspectie zijn vertrouwensinspecteurs werkzaam voor: a. onderwijsdeelnemers die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering, gepleegd door een ten behoeve van de instelling met taken belast persoon of een onderwijsdeelnemer van de instelling, b. ten behoeve van een instelling met taken belaste personen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering, gepleegd door een ten behoeve van de instelling met taken belast persoon of een onderwijsdeelnemer van de instelling, en c. onderwijsdeelnemers, ten behoeve van een instelling met taken belaste personen, besturen, ouders, op instellingen ingestelde klachtencommissies en op instellingen aangestelde vertrouwenspersonen, die geconfronteerd worden met een geval van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering als bedoeld onder a of b. 2 artikel 3 Naast zijn taken, voortvloeiend uit, heeft de vertrouwensinspecteur ten behoeve van de in het eerste lid genoemde personen en organen de volgende taken: a. het fungeren als aanspreekpunt, b. het adviseren over eventueel te nemen stappen, c. het bijstaan bij het nemen van stappen gericht op het zoeken naar een oplossing, en d. het desgevraagd begeleiden bij het indienen van een klacht of het doen van aangifte. 3 titel XIV van het Wetboek van Strafrecht titel XIV van het Wetboek van Strafrecht BES artikelen 160, eerste lid 162, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering artikelen 198, eerste lid 200, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering BES De vertrouwensinspecteur is, voorzover het betreft misdrijven als bedoeld inofjegens een onderwijsdeelnemer of een ten behoeve van een instelling met taken belast persoon, vrijgesteld van de verplichting tot het doen van aangifte als bedoeld in de, enof de, en. 4 De vertrouwensinspecteur is voorzover het betreft een geval van seksueel misbruik of seksuele intimidatie als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in de uitoefening van zijn functie is toevertrouwd door een onderwijsdeelnemer, de ouders van een onderwijsdeelnemer of een ten behoeve van een instelling met taken belast persoon. 5 paragraaf 3.1 paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming De vertrouwensinspecteur is bevoegd bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld inonderscheidenlijkte verwerken met betrekking tot de personen, bedoeld in het eerste lid, indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering kan worden afgeleid. 6 artikel 8, tweede lid De vertrouwensinspecteur verstrekt de door hem verzamelde gegevens niet aan derden. In het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in, worden slechts geabstraheerde gegevens opgenomen. 7 In afwijking van het zesde lid is de vertrouwensinspecteur bevoegd rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister van Veiligheid en Justitie vallende instanties in kennis te stellen van een geval of vermoeden van een geval van psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering: a. in het belang van de onderwijsdeelnemers, b. in het belang van ten behoeve van een instelling met taken belaste personen, of c. indien de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 6a — Artikel 6a Kwaliteit en personeelsbeleid#
Artikel 6a Kwaliteit en personeelsbeleid 1 De inspectie fungeert als aanspreekpunt voor ten behoeve van een instelling met taken belaste personen die van oordeel zijn dat de instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften ten gevolge van het gevoerde personeelsbeleid. 2 De inspectie beoordeelt of uit hetgeen haar op grond van het eerste lid ter kennis is gebracht een redelijk vermoeden voortvloeit dat de instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften. 3 De inspectie is verplicht tot geheimhouding van hetgeen haar op grond van het eerste lid is toevertrouwd. 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 01-07-2017
Artikel 7 — Artikel 7 Jaarwerkplan#
Artikel 7 Jaarwerkplan 1 De inspectie stelt jaarlijks een jaarwerkplan vast. Het jaarwerkplan behoeft de goedkeuring van Onze Minister. 2 De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder verleend dan vier weken nadat het ontwerp van het jaarwerkplan aan de Staten-Generaal is overgelegd. 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 01-07-2017
Artikel 8 — Artikel 8 Rapportages van de inspectie#
Artikel 8 Rapportages van de inspectie 1 De inspectie rapporteert desgevraagd en uit eigen beweging aan Onze Minister over de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs en doet op grond daarvan voorstellen die zij in het belang van het onderwijs nodig acht. 2 artikel 23, achtste lid, van de Grondwet De inspectie stelt jaarlijks uiterlijk de derde woensdag van mei het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld invast. Onze Minister zendt het verslag, vergezeld van een reactie, namens de regering onverwijld aan de Staten-Generaal. 3 Onze Minister geeft geen aanwijzingen met betrekking tot de in de rapportages neergelegde oordelen van de inspectie over de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs. 4 Indien een rapportage als bedoeld in het eerste lid, of een deel daarvan, specifiek het onderwijs in de Friese taal of het onderwijs in de Friese taal en cultuur betreft op het geheel aan scholen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs onderscheidenlijk speciaal onderwijs, zendt de inspectie, tegelijkertijd met verzending aan Onze Minister, die rapportage onderscheidenlijk dat deel, in afschrift aan gedeputeerde staten van Fryslân. 2014 185 04-06-2014 07-05-2014 33618 2014 263 15-07-2014 23-06-2014 01-08-2014
Artikel 9 — Artikel 9 Bevoegdheden#
Artikel 9 Bevoegdheden 1 artikel 1, onderdeel d, sub 1 artikelen 5:12 tot en met 5:17 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Bij de uitoefening van de taken van de inspectie zijn, voorzover deze niet het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet als bedoeld in, gegeven voorschriften betreffen, deenvan overeenkomstige toepassing. 2 De bevoegdheden, bedoeld in de artikelen genoemd in het eerste lid, worden uitgeoefend door daartoe door Onze Minister aangewezen personen. 3 artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister is bevoegd tot overeenkomstige toepassing vanten aanzien van de in het tweede lid bedoelde personen. 4 Van een besluit tot aanwijzing als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 5 artikelen 1.19 1.19a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek De kosten die samenhangen met de uitoefening van het toezicht op de naleving van deen, komen ten laste van de instelling voor hoger onderwijs ten behoeve waarvan de uitoefening van het toezicht plaatsvindt. 6 De bedragen ter vergoeding van de kosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a Vervallen 2002 568 28-11-2002 21-11-2002 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002
Artikel 10 — Artikel 10 Reikwijdte#
Artikel 10 Reikwijdte artikelen 11 12 15 De,enzijn niet van toepassing op de instellingen voor hoger onderwijs. 2015 284 14-07-2015 24-06-2015 34146 2015 291 14-07-2015 03-07-2015 01-08-2015
Artikel 11 — Artikel 11 Regulier onderzoek basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs#
Artikel 11 Regulier onderzoek basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs 1 artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c artikel 4 Ter uitvoering van de in, bedoelde taken onderzoekt de inspectie jaarlijks met inachtneming vanhet onderwijs aan elke instelling. Naar aanleiding van het onderzoek geeft de inspectie een oordeel over de naleving van wettelijke voorschriften door de instelling en maakt zij aan de instelling haar bevindingen bekend over de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs aan de instelling. 2 Wet op het primair onderwijs Wet primair onderwijs BES Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 De inspectie verricht het onderzoek aan de hand van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften en, indien het betreft een instelling als bedoeld in de, de, deof de, aan de hand van de volgende indicatoren: a. schoolplan, b. leerresultaten en de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen, c. monitor inzake de veiligheid van leerlingen op school, d. informatie uit de jaarstukken, met inbegrip van het financieel jaarverslag, e. artikel 6a, eerste en tweede lid beschikbare signalen over mogelijke knelpunten, waaronder het gevoerde personeelsbeleid, voor zover daar op grond van, aanleiding toe bestaat. 3 Wet op het primair onderwijs Wet primair onderwijs BES expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 Indien uit het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, een redelijk vermoeden voortvloeit dat de instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften, stelt de inspectie nader onderzoek in, waarbij tevens de oorzaken van het tekortschieten worden onderzocht. Dit nader onderzoek verricht zij, indien het betreft een instelling als bedoeld in de, de, de Wet op deof de, aan de hand van het schoolplan. 4 Indien de inspectie naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in het derde lid, oordeelt dat de instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften verricht zij na ten hoogste één jaar onderzoek naar de verbeteringen die de instelling heeft gerealiseerd. 5 De inspectie stelt het bestuur in kennis van de datum en het doel van een onderzoek, bedoeld in het derde of vierde lid. Kennisgeving geschiedt ten minste vier weken voor aanvang van een onderzoek. Indien de inspectie dit nodig oordeelt, verricht zij onderzoek zonder deze kennisgeving. 6 Bij de uitvoering van een onderzoek, bedoeld in het derde of vierde lid, kan de inspectie onafhankelijke deskundigen betrekken. 7 Wet educatie en beroepsonderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs BES Het tweede lid, onderdeel e, is van overeenkomstige toepassing op de instellingen, bedoeld in deof de. 8 Wet op het primair onderwijs Wet primair onderwijs BES Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 De inspectie bezoekt ten minste elke vier jaar een representatief aantal van de onder een bestuur ressorterende instellingen. Bij dit periodiek instellingsbezoek verricht zij, indien het betreft een instelling als bedoeld in de, de, deof de, het onderzoek aan de hand van het schoolplan. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 11a — Artikel 11a Toezicht op nieuwe instellingen voor aanvang bekostiging#
Artikel 11a Toezicht op nieuwe instellingen voor aanvang bekostiging 1 artikel 79, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 72, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES artikel 86, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra artikel 4.5, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de beschikking waarin is vermeld dat de bekostiging een aanvang zal nemen, bedoeld in,,,, doch uiterlijk vier maanden voorafgaande aan de aanvang van de bekostiging, toont het bevoegd gezag bij de inspectie aan dat het ten aanzien van die instelling kan voldoen aan de vereisten met betrekking tot: a. artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs artikel 3 van de Wet primair onderwijs BES artikel 3 van de Wet op de expertisecentra artikel 7.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 de bekwaamheid van degenen die onderwijs geven, bedoeld in,,en, b. Wet op het primair onderwijs Wet primair onderwijs BES Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 de voorschriften omtrent onderwijstijd gesteld op grond van de, de, deen de, c. artikel 12 van de Wet op het primair onderwijs artikel 21 van de Wet op de expertisecentra artikel 2.88 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 de voorbereiding op het schoolplan, bedoeld in,en, en d. artikelen 17a 17b van de Wet op het primair onderwijs artikelen 28g 28h van de Wet op de expertisecentra artikel 3.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 de scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, bedoeld in deen, deenen. 2 artikel 11b, tweede tot en met zesde lid De inspectie kan indien het bepaalde in het eerste lid daartoe aanleiding geeft overleg voeren met het bevoegd gezag van de instelling. Naar aanleiding van dit overleg kan de inspectie besluiten dat het bepaalde in, van overeenkomstige toepassing is, met dien verstande dat in afwijking van het derde lid bij het opstellen van de risicoanalyse het schoolplan niet wordt betrokken, en in afwijking van het vierde lid de risicoanalyse wordt opgesteld binnen drie maanden na het overleg, bedoeld in de eerste volzin. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 11b — Artikel 11b Toezicht op nieuwe instellingen#
Artikel 11b Toezicht op nieuwe instellingen 1 artikel 75, vierde of vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 75, vierde lid, van de Wet primair onderwijs BES artikel 87 van de Wet op de expertisecentra artikel 4.7 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Binnen een maand na aanvang van de bekostiging van een instelling, bedoeld in,,en, verstrekt de instelling aan de inspectie gegevens met betrekking tot: a. artikel 12 van de Wet op het primair onderwijs artikel 15 van de Wet primair onderwijs BES artikel 21 van de Wet op de expertisecentra artikel 2.88 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 het schoolplan, bedoeld in,,en, b. artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs artikel 3 van de Wet primair onderwijs BES artikel 3 van de Wet op de expertisecentra artikel 7.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 de bekwaamheid van degenen die onderwijs geven, bedoeld in,,en, c. Wet op het primair onderwijs Wet primair onderwijs BES Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 het voldoen aan de voorschriften omtrent onderwijstijd die gelden op grond van de, de, deen de, en d. Wet op het primair onderwijs Wet primair onderwijs BES Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 het voldoen aan de voorschriften omtrent de scheiding van toezicht en bestuur, de inrichting en de inhoud van het intern toezicht die gelden op grond van de, de, deen de. 2 De inspectie oefent toezicht uit door middel van het opstellen van een risicoanalyse indien: a. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet binnen de genoemde termijn zijn verstrekt, b. de inspectie onvolkomenheden constateert in de naleving van het eerste lid. 3 Bij het opstellen van de risicoanalyse worden de onderwerpen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, betrokken. 4 De risicoanalyse wordt binnen drie maanden nadat de bekostiging is aangevangen door de inspectie opgesteld. 5 Binnen een maand nadat de risicoanalyse is opgesteld toont de instelling ten genoegen van de inspectie aan dat de onvolkomenheden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, zijn hersteld. 6 Indien de instelling twee maanden na het opstellen van de risicoanalyse nog steeds in gebreke is ten aanzien van de naleving van het eerste lid, onderdelen a tot en met d, kunnen de maatregelen worden genomen die door de in het eerste lid, aanhef, genoemde onderwijswetten worden mogelijk gemaakt. 7 artikel 5 van de Wet op het primair onderwijs artikel 5 van de Wet primair onderwijs BES artikel 3.27 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, van de Leerplichtwet 1969 artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, van de Leerplichtwet BES Nadat het bevoegd gezag van een niet uit de openbare kas bekostigde bijzondere school overeenkomstig,ofaan Onze Minister kennis heeft gegeven van de oprichting van de school, besluit de inspectie zo spoedig mogelijk na de aanvang van het onderwijs of deze onderwijsvoorziening een school is als bedoeld inof. 2024 109 30-04-2024 18-04-2024 36478 2024 154 12-06-2024 06-06-2024 01-08-2024
Artikel 12 — Artikel 12 Onderzoek op basis van verantwoording#
Artikel 12 Onderzoek op basis van verantwoording 1 artikelen 11 12a De inspectie gaat bij een onderzoek als bedoeld in deenuit van openbare verantwoordingsinformatie over de resultaten en de kwaliteit van het onderwijs, de financiële situatie van de instelling en de wijze waarop de professionaliteit van de instelling en het bestuur is gewaarborgd. 2 De informatie, bedoeld in het eerste lid, is richtinggevend voor het oordeel van de inspectie, indien deze voldoende actueel en betrouwbaar is. 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 01-07-2017
Artikel 12a — Artikel 12a Onderzoek hoger onderwijs#
Artikel 12a Onderzoek hoger onderwijs 1 artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c artikel 4 Ter uitvoering van de in, bedoelde taken onderzoekt de inspectie met inachtneming vande naleving van de wettelijke voorschriften en de financiële rechtmatigheid bij instellingen voor hoger onderwijs. 2 artikel 3, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, onderdeel b, subonderdeel 4° en onderdeel c Ter uitvoering van de in, bedoelde taken onderzoekt de inspectie ontwikkelingen in het stelsel van hoger onderwijs. 3 artikel 3, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, onderdeel b, subonderdeel 4° en onderdeel c Ter uitvoering van de in, bedoelde taken kan de inspectie naar aanleiding van signalen van buitenaf die mogelijk kunnen leiden tot gevolgen op stelselniveau in incidentele gevallen onderzoek verrichten op aanwijzing van de Minister dan wel uit eigen beweging onder door Onze Minister te stellen voorwaarden. 4 Artikel 11, vierde tot en met zesde lid artikelen 20, eerste tot en met vijfde lid 21 , is van overeenkomstige toepassing. De, enzijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzet. 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 01-07-2017
Artikel 13 — Artikel 13 Onderzoekskaders#
Artikel 13 Onderzoekskaders 1 artikelen 11 12a 11a 11b artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b Onze Minister stelt op voordracht van de inspectie kaders vast waarin de werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in deenen voor de toepassing van de artikelenenis vastgelegd. In de kaders wordt onderscheid aangebracht tussen de in, bedoelde taken. 2 artikel 3, eerste lid Voorafgaand aan de voordracht, bedoeld in het eerste lid, voert de inspectie overleg met vertegenwoordigers van het onderwijsveld en andere betrokkenen, terwijl bij onderwerpen betrekking hebbend op de vrijheid van inrichting in ieder geval overleg wordt gevoerd met de erkende richtingen. Ten behoeve van het in de vorige volzin bedoelde overleg brengt de inspectie onderscheid aan tussen de in, bedoelde taken, en vermeldt zij, voor zover het de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a bedoelde taak betreft, welke bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften van toepassing zijn. De inspectie maakt van het overleg een verslag, dat door Onze Minister aan de Staten-Generaal wordt gezonden. 3 Een kader, bedoeld in het eerste lid wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 01-07-2017
Artikel 13a — Artikel 13a Informeren college burgemeester en wethouders#
Artikel 13a Informeren college burgemeester en wethouders artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 19a van de Wet op de expertisecentra artikel 2.94, eerste of derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in,en, informeert zij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betreffende instelling gelegen is. 2024 109 30-04-2024 18-04-2024 36478 2024 154 12-06-2024 06-06-2024 01-08-2024
Artikel 14 — Artikel 14 Informeren van Onze Minister#
Artikel 14 Informeren van Onze Minister 1 artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 19a van de Wet op de expertisecentra artikel 2.94, eerste of derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 6.1.4b van de Wet educatie en beroepsonderwijs Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in,,ofdan wel de instelling tekortschiet in de naleving van andere wettelijke voorschriften, informeert zij Onze Minister en kan zij voorstellen doen over te treffen maatregelen. 2 artikel 10a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 2.94, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 11, vierde lid De inspectie informeert Onze Minister indien de leerresultaten ernstig en langdurig tekortschieten als bedoeld inof, en uit het onderzoek naar de kwaliteitsverbeteringen, bedoeld in, blijkt dat na één jaar sprake is van onvoldoende verbeteringen. 3 De inspectie stelt het bestuur van de betreffende instelling in kennis van haar voorstellen aan Onze Minister. 2024 109 30-04-2024 18-04-2024 36478 2024 154 12-06-2024 06-06-2024 01-08-2024
Artikel 15 — Artikel 15 Specifiek onderzoek basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs#
Artikel 15 Specifiek onderzoek basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs 1 artikel 11 artikel 3 Naast het onderzoek, bedoeld in, kan de inspectie ter uitvoering van haar taken, bedoeld in, uit eigen beweging dan wel op aanwijzing van Onze Minister specifiek onderzoek verrichten. 2 Artikel 11, vijfde en zesde lid artikelen 20 21 , is van overeenkomstige toepassing. Deenzijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzet. 2012 118 23-03-2012 02-02-2012 32193 2012 119 23-03-2012 09-03-2012 01-07-2012
Artikel 15a — Artikel 15a Reikwijdte#
Artikel 15a Reikwijdte Dit hoofdstuk is van toepassing op het toezicht op de uitoefening van de taken van het samenwerkingsverband. 2012 533 05-11-2012 11-10-2012 33106 2014 181 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 15b — Artikel 15b Taken en bevoegdheden bij het toezicht#
Artikel 15b Taken en bevoegdheden bij het toezicht Artikel 4 artikel 8, eerste tot en met derde lid en, zijn van overeenkomstige toepassing. 2014 185 04-06-2014 07-05-2014 33618 2014 263 15-07-2014 23-06-2014 01-08-2014 2012 533 05-11-2012 11-10-2012 33106 2014 181 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 15c — Artikel 15c Uitoefening van het toezicht#
Artikel 15c Uitoefening van het toezicht 1 Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de inspectie het onderzoek tevens verricht aan de hand van de volgende indicatoren: a. artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 het al dan niet voldoen aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot het ondersteuningsplan, bedoeld inen, b. Leerplichtwet 1969 het aantal leerplichtige jongeren wonend in het gebied van het samenwerkingsverband dat niet is ingeschreven bij een school als bedoeld in de, c. het aantal leerplichtige leerlingen van scholen in het samenwerkingsverband dat het onderwijs aan de school waaraan hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken zonder geldige reden niet meer volgt, en d. artikel 18a, lid 10a, van de Wet op het primair onderwijs artikel 2.47, twaalfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 de wijze waarop een samenwerkingsverband zorg draagt voor de kwaliteit van het onderwijs aan een orthopedagogisch-didactisch centrum als bedoeld inen. 2 artikelen 12 13 14 15 De,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 15d — Artikel 15d Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten#
Artikel 15d Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten artikelen 20, eerste tot en met vijfde lid 21 De, enzijn van overeenkomstige toepassing. 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 01-07-2017
Artikel 15e — Artikel 15e Reikwijdte#
Artikel 15e Reikwijdte artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens Dit hoofdstuk is van toepassing op het College voor toetsen en examens, genoemd in. 2014 13 16-01-2014 11-12-2013 33157 2014 246 03-07-2014 23-06-2014 01-08-2014
Artikel 15f — Artikel 15f Toezicht College voor toetsen en examens#
Artikel 15f Toezicht College voor toetsen en examens 1 Wet College voor toetsen en examens Wet voortgezet onderwijs 2020 De inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van het functioneren van het College voor toetsen en examens en op de naleving van de bij of krachtens deen degegeven voorschriften. 2 artikel 23 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie Onze Minister onder meer voorstellen een voorziening te treffen als bedoeld in, indien: a. is gebleken dat de kwaliteit van het functioneren van het College voor toetsen en examens onvoldoende is geweest, of b. Wet College voor toetsen en examens niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens deis bepaald. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 15g — Artikel 15g Reikwijdte#
Artikel 15g Reikwijdte Wet kinderopvang Dit hoofdstuk is van toepassing op het toezicht op de kwaliteitsvoorwaarden voor voorschoolse educatie in kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens devastgestelde bepalingen. 2017 252 19-06-2017 31-05-2017 34596 2017 309 17-07-2017 03-07-2017 01-01-2018
Artikel 15h — Artikel 15h Taken en bevoegdheden bij het toezicht#
Artikel 15h Taken en bevoegdheden bij het toezicht 1 artikelen 4, tweede lid 7 8, eerste en derde lid 9 artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang Wet kinderopvang De,,, enzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 4, tweede lid, onder «instellingen» wordt verstaan «kindercentra als bedoeld in» en dat in artikel 9, eerste lid, onder «het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften» wordt verstaan: het toezicht op de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet of de bij of krachtens degegeven voorschriften omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie. 2 artikel 160 van de Wet op het primair onderwijs De inspectie houdt toezicht op de naleving van de afspraken onderwijsachterstandenbeleid, bedoeld in. 2021 171 07-04-2021 25-02-2021 35605 2022 114 16-03-2022 08-03-2022 01-04-2022 Artikel XI van Stb. 2021/171 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 15i — Artikel 15i Uitoefening van het toezicht#
Artikel 15i Uitoefening van het toezicht 1 artikel 15h, eerste lid Wet kinderopvang De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in, aan de hand van de kwaliteitsvoorwaarden van de voorschoolse educatie in kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens devastgestelde bepalingen, te weten: a. de basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie, b. het informeren van ouders en ouderbetrokkenheid, c. de kwaliteit van de educatie, d. ontwikkeling, zorg en begeleiding van de kinderen, e. kwaliteitszorg, f. de doorgaande lijn tussen voor- en vroegschoolse educatie. 2 De inspectie rapporteert over de bevindingen van het toezicht aan de houder van een kindercentrum en aan het college van burgemeester en wethouders. 3 Wet kinderopvang Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie uit eigen beweging incidenteel onderzoek verrichten naar de kwaliteit van de voorschoolse educatie in kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens devastgestelde bepalingen. 4 Artikel 13 artikel 1.1 van de Wet kinderopvang is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «andere betrokkenen» in ieder geval wordt verstaan: vertegenwoordigers van houders van kindercentra als bedoeld in. 5 artikel 15h, tweede lid artikel 160, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in, op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente of op verzoek van Onze Minister. Het college van burgemeester en wethouders dient een dergelijk verzoek in op eigen initiatief of als een partij als bedoeld inaan het college hierom verzoekt. 2021 171 07-04-2021 25-02-2021 35605 2022 114 16-03-2022 08-03-2022 01-04-2022 Artikel XI van Stb. 2021/171 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 15j — Artikel 15j Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten#
Artikel 15j Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten artikelen 20, eerste tot en met vijfde lid 21 22 23 artikel 1.1 van de Wet kinderopvang De,,enzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 20, tweede lid, onder «een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift» wordt verstaan «een bij of krachtens een onderwijswet of een bij of krachtens de Wet kinderopvang gegeven voorschrift omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie» en dat in het derde en vierde lid onder «het bestuur» moet worden verstaan: de houder van een kindercentrum als bedoeld in. 2017 252 19-06-2017 31-05-2017 34596 2017 309 17-07-2017 03-07-2017 01-01-2018
Artikel 15k — Artikel 15k Informeren van het college van burgemeester en wethouders#
Artikel 15k Informeren van het college van burgemeester en wethouders 1 Wet kinderopvang Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van de voorschoolse educatie in kindercentra als bedoeld in de bij of krachtens devastgestelde bepalingen, tekortschiet, informeert zij het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente en doet voorstellen over te treffen maatregelen. 2 De inspectie stelt de houder van het betreffende kindercentrum in kennis van haar voorstellen aan het college van burgemeester en wethouders. 2017 252 19-06-2017 31-05-2017 34596 2017 309 17-07-2017 03-07-2017 01-01-2018
Artikel 15l — Artikel 15l Reikwijdte#
Artikel 15l Reikwijdte Dit hoofdstuk is van toepassing op het toezicht op de uitoefening van de taken van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven. 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 01-07-2017
Artikel 15m — Artikel 15m Taken en bevoegdheden bij het toezicht#
Artikel 15m Taken en bevoegdheden bij het toezicht artikelen 4 artikel 8, eerste tot en met derde lid, 9 De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2014 185 04-06-2014 07-05-2014 33618 2014 263 15-07-2014 23-06-2014 01-08-2014 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 15n — Artikel 15n Uitoefening van het toezicht#
Artikel 15n Uitoefening van het toezicht 1 artikel 3, eerste lid artikelen 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs 2.107 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Ter uitvoering van de in, bedoelde taken, onderzoekt de inspectie jaarlijks de kwaliteit van de uitoefening van de wettelijke taken door de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in deen. 2 Indien de inspectie naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, oordeelt dat de kwaliteit tekortschiet, verricht zij na een door haar aangegeven termijn onderzoek naar de verbeteringen die de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven heeft gerealiseerd. 3 De inspectie stelt het bestuur in kennis van de datum en het doel van het onderzoek, bedoeld in het eerste of tweede lid. Kennisgeving geschiedt ten minste vier weken voor aanvang van een onderzoek. Indien de inspectie dit nodig oordeelt, verricht zij onderzoek zonder deze kennisgeving. 4 Bij de uitvoering van een onderzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid, kan de inspectie onafhankelijke deskundigen betrekken. 5 artikelen 12 13 14 15 De,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 15o — Artikel 15o Taken en bevoegdheden bij het toezicht#
Artikel 15o Taken en bevoegdheden bij het toezicht De inspectie houdt toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften die zich uitsluitend of mede richten tot natuurlijke personen of rechtspersonen die geen instelling zijn en waarvan overtreding kan leiden tot een bestuurlijke boete. 2021 263 07-06-2021 07-04-2021 35582 2021 325 09-07-2021 22-06-2021 01-09-2021
Artikel 16 — Artikel 16 Reikwijdte#
Artikel 16 Reikwijdte Vervallen 2012 118 23-03-2012 02-02-2012 32193 2012 119 23-03-2012 09-03-2012 01-07-2012
Artikel 17 — Artikel 17 Toezicht accreditatie#
Artikel 17 Toezicht accreditatie Vervallen 2012 118 23-03-2012 02-02-2012 32193 2012 119 23-03-2012 09-03-2012 01-07-2012
Artikel 18 — Artikel 18 Onderzoek hoger onderwijs#
Artikel 18 Onderzoek hoger onderwijs Vervallen 2012 118 23-03-2012 02-02-2012 32193 2012 119 23-03-2012 09-03-2012 01-07-2012
Artikel 19 — Artikel 19 Incidenteel onderzoek hoger onderwijs#
Artikel 19 Incidenteel onderzoek hoger onderwijs Vervallen 2012 118 23-03-2012 02-02-2012 32193 2012 119 23-03-2012 09-03-2012 01-07-2012
Artikel 20 — Artikel 20 Vaststelling van inspectierapporten#
Artikel 20 Vaststelling van inspectierapporten 1 artikel 11 artikel 12a artikel 3, eerste lid, onderdeel a De inspectie legt haar oordelen en bevindingen naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in, dan wel, vast in een inspectierapport. In het inspectierapport wordt onderscheid aangebracht tussen oordelen op grond van de in, bedoelde taak en bevindingen op grond van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedoelde taak. 2 artikel 3, eerste lid, onderdeel a De inspectie vermeldt ten aanzien van de in, bedoelde taak, op welke bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften haar oordeel betrekking heeft. Indien de inspectie oordeelt dat een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift niet is nageleefd, vermeldt zij dit in het rapport. 3 Alvorens een rapport vast te stellen, stelt de inspectie het bestuur in de gelegenheid van het ontwerp-rapport kennis te nemen en daarover overleg te voeren. 4 Indien in het overleg geen overeenstemming is bereikt over door het bestuur gewenste wijzigingen van het ontwerp-rapport, wordt de zienswijze van het bestuur in een bijlage bij het inspectierapport opgenomen. 5 De inspectie zendt het inspectierapport na vaststelling daarvan onverwijld aan het bestuur. 6 artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 19a van de Wet op de expertisecentra artikel 2.94, eerste en derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikelen 6.1.4b 6.2.2a van de Wet educatie en beroepsonderwijs Algemene wet bestuursrecht Het inspectierapport waarin de inspectie tot het oordeel komt dat de kwaliteit van het onderwijs of de opleiding zeer zwak is, als bedoeld in,,, en deengeldt na vaststelling als een besluit in de zin van de. 2024 109 30-04-2024 18-04-2024 36478 2024 154 12-06-2024 06-06-2024 01-08-2024
Artikel 21 — Artikel 21 Openbaarmaking van inspectierapporten#
Artikel 21 Openbaarmaking van inspectierapporten 1 De inspectie maakt een inspectierapport in de derde week na vaststelling daarvan openbaar. 2 artikelen 153a van de Wet op het primair onderwijs 132a van de Wet op de expertisecentra 3.38a van de Wet voortgezet onderwijs 2020 3.1.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs 9.9b 10.3e1 11.7b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek 122a van de Wet primair onderwijs BES artikel 10.1a Wet educatie en beroepsonderwijs BES Een inspectierapport dat ten grondslag ligt aan een spoedaanwijzing als bedoeld in de,,,,,,,, en, wordt, in afwijking van het eerste lid, de dag na die van de bekendmaking van de spoedaanwijzing openbaar gemaakt. De vorige volzin is niet van toepassing indien openbaarmaking reeds op grond van het eerste lid heeft plaatsgevonden. 3 artikel 20, zesde lid artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht Indien voor de derde week na vaststelling van het inspectierapport, bedoeld in, dan wel voor de openbaarmaking, bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan. 4 Tevens verstrekt de inspectie een inspectierapport op verzoek. De inspectie kan een vergoeding van kosten vragen overeenkomstig een door haar vast te stellen tarief voor de afgifte van een inspectierapport. 5 De inspectie verstrekt een inspectierapport niet eerder dan nadat het op grond van het eerste of tweede lid openbaar is gemaakt. 2023 212 21-06-2023 07-06-2023 35920 2023 213 21-06-2023 19-06-2023 01-08-2023
Artikel 22 — Artikel 22 Verantwoorde taakuitoefening#
Artikel 22 Verantwoorde taakuitoefening De inspectie draagt zorg voor een verantwoorde taakuitoefening. 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 2016 179 20-05-2016 08-04-2016 33862 01-07-2017
Artikel 23 — Artikel 23 Klachtadviesprocedure en -commissie#
Artikel 23 Klachtadviesprocedure en -commissie 1 afdeling 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht Er is een klachtadviescommissie belast met de behandeling van en advisering over klachten over gedragingen van de inspectie. Op de behandeling van en advisering over klachten is de ingeregelde procedure van toepassing. 2 De klachtadviescommissie bestaat uit ten minste drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De leden maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de inspectie. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter. De benoeming geschiedt voor de tijd van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan tweemaal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 3 De voorzitter en leden zijn afzonderlijk of gezamenlijk deskundig op het gebied van onderwijs, in het bijzonder op het gebied van de vrijheid van richting en inrichting, toezicht en klachtbehandeling. 4 De klachtadviescommissie bepaalt haar eigen werkwijze. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 24 — Artikel 24 Raad van advies inzake de inspectie#
Artikel 24 Raad van advies inzake de inspectie 1 artikelen 13 22 Er is een Raad van advies inzake de inspectie die tot taak heeft de inspectie bij te staan in de waarborging van een zorgvuldige en professionele uitoefening van het toezicht. De raad adviseert de inspecteur-generaal onderscheidenlijk het hoofd inspectie gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de uitoefening van het toezicht, in het bijzonder over de uitvoering van deen. 2 De raad bestaat uit ten minste drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De benoeming geschiedt voor de tijd van ten hoogste vier jaar. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter. 3 De voorzitter en leden zijn afzonderlijk of gezamenlijk deskundig op het gebied van onderwijs, kwaliteitszorg en toezicht. 4 De raad bepaalt zijn eigen werkwijze. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 24a — Artikel 24a Begripsbepalingen#
Artikel 24a Begripsbepalingen Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24b — Artikel 24b Het basisregister onderwijs#
Artikel 24b Het basisregister onderwijs Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020 Artikel 55 van Stb. 2019/119 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24c — Artikel 24c Inhoud van het basisregister onderwijs#
Artikel 24c Inhoud van het basisregister onderwijs Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24d — Artikel 24d Het verstrekken van gegevens aan betrokkene#
Artikel 24d Het verstrekken van gegevens aan betrokkene Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24e — Artikel 24e Het verstrekken van gegevens aan Minister en inspectie#
Artikel 24e Het verstrekken van gegevens aan Minister en inspectie Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24f — Artikel 24f Het verstrekken van gegevens aan derden#
Artikel 24f Het verstrekken van gegevens aan derden Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24g — Artikel 24g Autorisatie voor het basisregister onderwijs#
Artikel 24g Autorisatie voor het basisregister onderwijs Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24h — Artikel 24h Het meldingsregister relatief verzuim#
Artikel 24h Het meldingsregister relatief verzuim Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020 Artikel 55 van Stb. 2019/119 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24i — Artikel 24i Inhoud van het meldingsregister relatief verzuim#
Artikel 24i Inhoud van het meldingsregister relatief verzuim Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24j — Artikel 24j Autorisatie voor het meldingsregister relatief verzuim#
Artikel 24j Autorisatie voor het meldingsregister relatief verzuim Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24k — Artikel 24k Het verstrekken van gegevens#
Artikel 24k Het verstrekken van gegevens Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24k1 — Artikel 24k1 Niet bekostigd onderwijs#
Artikel 24k1 Niet bekostigd onderwijs Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24k2 — Artikel 24k2 Het register vrijstellingen en vervangende leerplicht#
Artikel 24k2 Het register vrijstellingen en vervangende leerplicht Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020 Artikel 55 van Stb. 2019/119 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24k3 — Artikel 24k3 Inhoud van het register vrijstellingen en vervangende leerplicht#
Artikel 24k3 Inhoud van het register vrijstellingen en vervangende leerplicht Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24k4 — Artikel 24k4 Autorisatie voor het register vrijstellingen en vervangende leerplicht#
Artikel 24k4 Autorisatie voor het register vrijstellingen en vervangende leerplicht Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24k5 — Artikel 24k5 Het verstrekken van gegevens#
Artikel 24k5 Het verstrekken van gegevens Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24l — Artikel 24l Begripsbepalingen#
Artikel 24l Begripsbepalingen Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24m — Artikel 24m Doel en functie diplomaregister#
Artikel 24m Doel en functie diplomaregister Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020 Artikel 55 van Stb. 2019/119 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24n — Artikel 24n Reikwijdte diplomaregister#
Artikel 24n Reikwijdte diplomaregister Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24o — Artikel 24o Diplomagegevens#
Artikel 24o Diplomagegevens Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24p — Artikel 24p Correctie op verzoek#
Artikel 24p Correctie op verzoek Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24q — Artikel 24q Het verstrekken van diplomagegevens#
Artikel 24q Het verstrekken van diplomagegevens Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24r — Artikel 24r Bewaartermijn diplomagegevens#
Artikel 24r Bewaartermijn diplomagegevens Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24s — Artikel 24s Autorisatie voor het diplomaregister#
Artikel 24s Autorisatie voor het diplomaregister Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24t — Artikel 24t Informatie over gegevensverstrekking#
Artikel 24t Informatie over gegevensverstrekking Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 24u — Artikel 24u Gebruik persoonsgebonden nummer door derde#
Artikel 24u Gebruik persoonsgebonden nummer door derde Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 25 — Artikel 25 Leerplichtwet 1969 Wijziging van de#
Artikel 25 Leerplichtwet 1969 Wijziging van de Wijzigt de Leerplichtwet 1969. 2002 568 28-11-2002 21-11-2002 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002 2002 387 23-07-2002 20-06-2002 27783 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002
Artikel 26 — Artikel 26 Wet op het primair onderwijs Wijziging van de#
Artikel 26 Wet op het primair onderwijs Wijziging van de Wijzigt de Wet op het primair onderwijs. 2002 568 28-11-2002 21-11-2002 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002 2002 387 23-07-2002 20-06-2002 27783 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002
Artikel 27 — Artikel 27 Wet op de expertisecentra Wijziging van de#
Artikel 27 Wet op de expertisecentra Wijziging van de Wijzigt de Wet op de expertisecentra. 2002 568 28-11-2002 21-11-2002 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002 2002 387 23-07-2002 20-06-2002 27783 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002
Artikel 28 — Artikel 28 Wet op het voortgezet onderwijs Wijziging van de#
Artikel 28 Wet op het voortgezet onderwijs Wijziging van de Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs. 2002 568 28-11-2002 21-11-2002 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002 2002 387 23-07-2002 20-06-2002 27783 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002
Artikel 29 — Artikel 29 Wet educatie en beroepsonderwijs Wijziging van de#
Artikel 29 Wet educatie en beroepsonderwijs Wijziging van de Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs. 2002 568 28-11-2002 21-11-2002 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002 2002 387 23-07-2002 20-06-2002 27783 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002
Artikel 30 — Artikel 30 Wet op de erkende onderwijsinstellingen Wijziging van de#
Artikel 30 Wet op de erkende onderwijsinstellingen Wijziging van de Wijzigt de Wet op de erkende onderwijsinstellingen. 2002 568 28-11-2002 21-11-2002 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002 2002 387 23-07-2002 20-06-2002 27783 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002
Artikel 31 — Artikel 31 Wet studiefinanciering 2000 Wijziging van de#
Artikel 31 Wet studiefinanciering 2000 Wijziging van de Wijzigt de Wet studiefinanciering 2000. 2002 568 28-11-2002 21-11-2002 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002 2002 387 23-07-2002 20-06-2002 27783 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002
Artikel 32 — Artikel 32 Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten Wijziging van de#
Artikel 32 Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten Wijziging van de Wijzigt de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. 2002 568 28-11-2002 21-11-2002 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002 2002 387 23-07-2002 20-06-2002 27783 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002
Artikel 33 — Artikel 33 Afstemming met andere wetsvoorstellen#
Artikel 33 Afstemming met andere wetsvoorstellen Wijzigt deze wet. a. Wijzigt deze wet. b. Wijzigt kamerstuk 26935. c. Wijzigt deze wet. d. Wijzigt kamerstuk 27728. c. 2004 17 27-01-2004 17-12-2003 29046 2004 45 12-02-2004 29-01-2004 13-02-2004
Artikel 34 — Artikel 34 Evaluatie register vrijstellingen en vervangende leerplicht#
Artikel 34 Evaluatie register vrijstellingen en vervangende leerplicht paragraaf 4 van hoofdstuk 6a Onze Minister zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding vanvan deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de realisatie van de volgende doelstellingen van het register vrijstellingen en vervangende leerplicht: a. Leerplichtwet 1969 verbetering van de handhaving van dedoor de leerplichtambtenaar; b. verbetering van de registratie van het aantal voortijdig schoolverlaters; c. uniformering van de registratie van de vrijstellingen en vervangende leerplicht. 2013 366 30-09-2013 11-09-2013 33537 2013 367 30-09-2013 20-09-2013 01-10-2013
Artikel 35 — Artikel 35 Inwerkingtreding#
Artikel 35 Inwerkingtreding Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2002 568 28-11-2002 21-11-2002 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002 2002 387 23-07-2002 20-06-2002 27783 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002
Artikel 36 — Artikel 36 Citeertitel#
Artikel 36 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het onderwijstoezicht. 2002 568 28-11-2002 21-11-2002 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002 2002 387 23-07-2002 20-06-2002 27783 2002 432 20-08-2002 23-07-2002 01-09-2002