Wet van 6 december 2001 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten in verband met de modernisering van de organisatie en de instelling van een bestuur bij de gerechten (Wet organisatie en bestuur gerechten)
- BWB-id
- BWBR0013099
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2011-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013099
- ELI
- /eli/nl/wet/2002/wet-organisatie-en-bestuur-gerechten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2002/wet-organisatie-en-bestuur-gerechten/2011-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013099&g=2011-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013099&z=2026-06-06&g=2011-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013099/2011-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2002/wet-organisatie-en-bestuur-gerechten
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel III — Artikel III#
Artikel III De Wet op de samenstelling van de burgerlijke gerechten wordt ingetrokken. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel V — Artikel V#
Artikel V Wijzigt de Beroepswet. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel VIII — Artikel VIII#
Artikel VIII Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel IX — Artikel IX#
Artikel IX 1 artikel 15 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel 11 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De benoemingen van degenen, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als kantonrechter zijn benoemd, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot vice-president van de rechtbank tot het rechtsgebied waarvan het kantongerecht behoort. Zij worden als zodanig niet beëdigd en geïnstalleerd. In afwijking vanworden zij in salariscategorie 8 ingepast op het bedrag dat zij voorafgaand aan hun benoeming tot vice-president genoten. Zij worden belast met het behandelen en beslissen van kantonzaken. De kantonrechters die de werkzaamheden van kantonrechter in een nabijgelegen kanton op zich hebben genomen en in verband hiermee op basis vaneen salarisvermeerdering genieten, blijven in het genot hiervan voor zolang zij deze werkzaamheden na inwerkingtreding van deze wet blijven verrichten. 2 De benoemingen van degenen, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als kantonrechter-plaatsvervanger zijn benoemd, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot rechter-plaatsvervanger in de rechtbank tot het rechtsgebied waarvan het kantongerecht behoort. Zij worden als zodanig niet beëdigd en geïnstalleerd. Indien een kantonrechter-plaatsvervanger voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet tijdelijk is aangewezen voor het verrichten van een taak voor een periode tot na de datum van inwerkingtreding van de wet, wordt deze aanwijzing van rechtswege beëindigd. De eerste en tweede volzin zijn niet van toepassing ten aanzien van de kantonrechters-plaatsvervangers die al president van, coördinerend vice-president van, vice-president van, rechter in of rechter-plaatsvervanger in een rechtbank zijn. 3 In afwijking van het eerste lid worden de benoemingen van de kantonrechters, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet zijn aangewezen als coördinerend kantonrechter, van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot coördinerend vice-president van de rechtbank in het rechtsgebied waarvan zij als coördinerend kantonrechter zijn aangewezen. Zij worden als zodanig niet beëdigd en geïnstalleerd. De aanwijzingen als coördinerend kantonrechter worden van rechtswege beëindigd. 4 De benoeming van een kantonrechter tot rechter-plaatsvervanger in de rechtbank, waarvan hij op grond van dit artikel tot vice-president onderscheidenlijk coördinerend vice-president wordt benoemd, of in een of meer andere rechtbanken, vervalt van rechtswege. 5 De benoemingen van degenen, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet zijn benoemd als lid onderscheidenlijk plaatsvervangend lid van de pachtkamer van een kantongerecht, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot deskundig lid onderscheidenlijk plaatsvervangend deskundig lid van een pachtkamer binnen de sector kanton van de rechtbank tot het rechtsgebied waarvan het kantongerecht behoort. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel X — Artikel X#
Artikel X 1 De benoemingen van degenen, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als president van een gerechtshof zijn benoemd, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot coördinerend vice-president senior van hetzelfde gerechtshof. Zij worden als zodanig niet beëdigd en geïnstalleerd. 2 De benoemingen van degenen, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als president van een arrondissementsrechtbank zijn benoemd, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot coördinerend vice-president senior van dezelfde rechtbank. Zij worden als zodanig niet beëdigd en geïnstalleerd. 3 De benoeming van degene, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als president van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is benoemd, wordt van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot coördinerend vice-president senior van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven. 4 Wet op de rechterlijke organisatie Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de rechterlijke organisatie Voor de toepasselijkheid van het bij of krachtens deen debepaalde worden degenen die als coördinerend vice-president senior van een gerechtshof onderscheidenlijk een rechtbank zijn benoemd, aangemerkt als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, bedoeld in, werkzaam bij een gerechtshof onderscheidenlijk een rechtbank. 5 Beroepswet Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie artikel 2, tweede lid, van de Beroepswet artikel 3, tweede lid, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie Voor de toepasselijkheid van het bij of krachtens deonderscheidenlijk debepaalde wordt degene die als coördinerend vice-president senior van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven is benoemd, aangemerkt als lid met rechtspraak belast, bedoeld inonderscheidenlijk. Wat hun bezoldiging en onkostenvergoeding betreft worden de coördinerend vice-presidenten senior van de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven gelijkgesteld met datzelfde ambt bij een gerechtshof. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004
Artikel XI — Artikel XI#
Artikel XI 1 artikel 15, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie Degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet de president van een gerechtshof, een arrondissementsrechtbank, de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven is, wordt van rechtswege benoemd als voorzitter van het bestuur, bedoeld in, van hetzelfde gerechtshof, dezelfde rechtbank, de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven. 2 artikel 15, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie Degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet de functie van directeur beheer bij een gerechtshof, een arrondissementsrechtbank, de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven vervult, wordt van rechtswege benoemd als niet-rechterlijk lid, bedoeld in, van hetzelfde gerechtshof, dezelfde rechtbank, de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven. 3 artikel 15, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie Degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is benoemd als kantonrechter en tevens is aangewezen als coördinerend kantonrechter, wordt van rechtswege benoemd als sectorvoorzitter, bedoeld in, van de sector kanton binnen de rechtbank in het rechtsgebied waarvan hij als coördinerend kantonrechter is aangewezen. 4 artikel 15, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie Degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling is benoemd als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast bij een gerechtshof onderscheidenlijk een arrondissementsrechtbank en tevens functioneert als sectorvoorzitter, wordt bij inwerkingtreding van deze wet van rechtswege benoemd als sectorvoorzitter, bedoeld in, bij hetzelfde gerechtshof onderscheidenlijk dezelfde rechtbank, indien bij dat gerechtshof onderscheidenlijk die rechtbank op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling ten hoogste vier sectorvoorzitters functioneren. 5 artikel 15, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie Degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is benoemd als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast bij een gerechtshof onderscheidenlijk een arrondissementsrechtbank, tevens functioneert als sectorvoorzitter en voorkomt op een lijst als bedoeld in het zesde lid, wordt bij inwerkingtreding van deze wet van rechtswege benoemd als sectorvoorzitter, bedoeld in, bij hetzelfde gerechtshof onderscheidenlijk dezelfde rechtbank, indien bij dat gerechtshof onderscheidenlijk die rechtbank op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling meer dan vier sectorvoorzitters functioneren. 6 Indien op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling bij een gerechtshof onderscheidenlijk een arrondissementsrechtbank meer dan vier sectorvoorzitters functioneren, stelt de president van dat gerechtshof onderscheidenlijk die arrondissementsrechtbank uit deze sectorvoorzitters een lijst vast van ten hoogste vier sectorvoorzitters. De gerechtsvertegenwoordiging en de ondernemingsraad worden vooraf over de lijst gehoord. Deze lijst alsmede de adviezen van de gerechtsvertegenwoordiging en de ondernemingsraad worden aan Onze Minister gezonden. Indien twee maanden voor inwerkingtreding van deze wet de president van het gerecht geen lijst heeft vastgesteld, stelt Onze Minister in overeenstemming met het hoofdbestuur van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak de lijst vast. De tweede volzin is van overeenkomstige toepassing. 7 artikel 3 van de Beroepswet artikel 4 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie Degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling is benoemd als lid met rechtspraak belast bij de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven, niet zijnde president, en tevens deel uitmaakt van het dagelijks bestuur van dat college, wordt bij inwerkingtreding van deze wet van rechtswege benoemd als lid van het bestuur, niet zijnde voorzitter of niet-rechterlijk lid, bedoeld inonderscheidenlijk, van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven, indien bij dat college op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling ten hoogste vier bestuursleden, niet zijnde president of directeur beheer, deel uitmaken van het dagelijks bestuur. 8 artikel 3 van de Beroepswet artikel 4 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie Degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is benoemd als lid met rechtspraak belast bij de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven, niet zijnde president, tevens deel uitmaakt van het dagelijks bestuur van dat college en voorkomt op een lijst als bedoeld in het negende lid, wordt bij inwerkingtreding van deze wet van rechtswege benoemd als lid van het bestuur, niet zijnde voorzitter of niet-rechterlijk lid, bedoeld inonderscheidenlijk, van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven, indien bij dat college voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling meer dan vier bestuursleden, niet zijnde president of directeur beheer, deel uitmaken van het dagelijks bestuur. 9 Indien op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling bij de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven meer dan vier bestuursleden, niet zijnde president of directeur beheer, deel uitmaken van het dagelijks bestuur, stelt de president van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven uit deze leden van het dagelijks bestuur een lijst vast van ten hoogste vier bestuursleden, niet zijnde voorzitter of niet-rechterlijk lid. De gerechtsvertegenwoordiging en de ondernemingsraad worden vooraf over de lijst gehoord. Deze lijst alsmede de adviezen van de gerechtsvertegenwoordiging en de ondernemingsraad worden aan Onze Minister gezonden. Indien twee maanden voor inwerkingtreding van deze wet de president van het college geen lijst heeft vastgesteld, stelt Onze Minister in overeenstemming met het hoofdbestuur van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak de lijst vast. De tweede volzin is van overeenkomstige toepassing. 10 Artikel 15, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de eerste benoemingstermijn van de sectorvoorzitters bij de gerechtshoven en de rechtbanken en van de bestuursleden, niet zijnde voorzitter of niet-rechterlijk lid, van de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven drie jaar bedraagt. 11 artikel 15 van de Wet op de rechterlijke organisatie Het eerste tot en met tiende lid zijn niet van toepassing ten aanzien van de presidenten, directeuren beheer, coördinerend kantonrechters, sectorvoorzitters en van een dagelijks bestuur deel uitmakende leden met rechtspraak belast, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet tevens een functie vervullen die inwordt aangemerkt als onverenigbaar met het zijn van lid van het bestuur van een gerecht dan wel op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet tevens zijn aangewezen als kwartiermaker voor de Raad voor de rechtspraak. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002 2001 583 18-12-2001 06-12-2001 27182 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel XII — Artikel XII#
Artikel XII 1 Aan de rechterlijk ambtenaar, die krachtens deze wet wordt of is benoemd in een ambt met een andere taakinhoud dan wel wordt of is benoemd in een ambt met een zelfde taakinhoud bij een ander gerecht of een zelfde gerecht met een andere standplaats, kan op zijn verzoek ontslag worden verleend bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Justitie, indien hij ten tijde van die benoeming de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt en ten minste tien aaneengesloten jaren bij een gerecht een rechtsprekend ambt dan wel het ambt van gerechtsauditeur of griffier heeft vervuld en het belang van de dienst zich naar het oordeel van Onze Minister van Justitie, gehoord de functionele autoriteit, niet tegen ontslag verzet. De rechterlijk ambtenaar doet zijn verzoek uiterlijk een jaar nadat hij is benoemd. 2 Ontslag als bedoeld in het eerste lid kan alleen worden verleend, indien de rechterlijk ambtenaar krachtens deze wet wordt of is benoemd in: a. een ambt waarvan de taakinhoud voor ten minste een derde deel afwijkt van die van het ambt dat hij daaraan voorafgaand vervulde en van hem gelet op zijn persoonlijke omstandigheden redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij dat nieuwe ambt vervult; b. artikel 40 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren een ambt dat in hoofdzaak wordt vervuld in een plaats die ten minste 50 kilometer verder verwijderd is van zijn woonplaats dan de plaats waar hij zijn ambt voorafgaand aan de benoeming in dat nieuwe ambt in hoofdzaak vervulde dan wel in een plaats die zodanig is gelegen dat de reistijd in verband met het woon-werkverkeer door middel van openbaar vervoer per dag totaal ten minste twee uur meer bedraagt dan voorafgaand aan de benoeming in dat nieuwe ambt, van hem gelet op zijn persoonlijke omstandigheden redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij op werkdagen heen en weer reist tussen de plaats waar hij zijn nieuwe ambt in hoofdzaak vervult en zijn woonplaats, en hem gelet op zijn persoonlijke omstandigheden in redelijkheid niet een verplichting als bedoeld inkan worden opgelegd; of c. een ambt, met een taakinhoud die overwegend hetzelfde is als die van het ambt dat hij daaraan voorafgaand vervulde, bij een ander gerecht waarvan de organisatiestructuur in aanzienlijke mate verschilt van die van het gerecht waar hij daaraan voorafgaand zijn ambt vervulde, hij ten tijde van zijn benoeming in het ambt dat hij daaraan voorafgaand vervulde redelijkerwijs er niet rekening mee hoefde te houden dat hij zou worden benoemd in een ambt bij een ander gerecht, en van hem gelet op zijn persoonlijke omstandigheden redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij dat nieuwe ambt vervult. 3 Voor de beoordeling of sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid wordt advies ingewonnen bij een toetsingscommissie uittreding zittende magistratuur. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van deze toetsingscommissie. 4 Onze Minister van Justitie kan in uitzonderlijke gevallen, op advies van de toetsingscommissie uittreding zittende magistratuur, een rechterlijk ambtenaar, ten aanzien van wiens benoeming zich niet volledig een situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, b of c, voordoet, bij de Kroon voordragen voor ontslag als bedoeld in het eerste lid. 5 De rechterlijk ambtenaar aan wie op zijn verzoek met toepassing van het eerste tot en met vierde lid ontslag wordt verleend, heeft aanspraak op een ontslaguitkering overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de burgerlijke rijksambtenaren die buiten hun schuld of toedoen zijn ontslagen. 6 artikel 9 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing op de plaatsvervangers, bedoeld in. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel XIII — Artikel XIII#
Artikel XIII Vervallen 2011 255 31-05-2011 19-05-2011 32021 2011 324 29-06-2011 27-06-2011 01-07-2011 Artikel XXII, eerste en vierde lid, van Stb. 2011/255 jo. Stb. 2011/256 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel XIV — Artikel XIV#
Artikel XIV 1 Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. 2 artikel X Degenen die ingevolgezijn benoemd als coördinerend vice-president senior van een gerechtshof, een rechtbank, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven blijven in het genot van het bij die benoeming behorende salaris en de daarbij behorende onkostenvergoeding voor zolang zij: a. zijn benoemd als coördinerend vice-president senior van dat gerecht; of b. zijn benoemd in een rechtsprekend ambt bij een gerecht, mits zij met ingang van het tijdstip van die benoeming bij dat gerecht ook zijn benoemd als lid van het bestuur en de benoeming aansluit op een benoeming in een rechtsprekend ambt bij een ander gerecht waarvan zij met ingang van het tijdstip van die benoeming ook lid van het bestuur zijn geweest. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004
Artikel XV — Artikel XV#
Artikel XV De tewerkstellingen van degenen, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet bij een kantongerecht in een functie, anders dan die van kantonrechter of kantonrechter-plaatsvervanger, op basis van een aanstelling werkzaam zijn, worden van rechtswege gewijzigd in een tewerkstelling in een gelijke functie bij de rechtbank tot het rechtsgebied waarvan het kantongerecht behoort. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel XVI — Artikel XVI#
Artikel XVI 1 De benoemingen van degenen, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet zijn benoemd als waarnemend griffier bij een kantongerecht, een arrondissementsrechtbank onderscheidenlijk een gerechtshof, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming als buitengriffier bij de rechtbank tot het rechtsgebied waarvan het kantongerecht behoort, bij dezelfde rechtbank onderscheidenlijk bij hetzelfde gerechtshof, tenzij zij op dezelfde dag bij een van deze gerechten tevens op basis van een aanstelling werkzaam zijn, als rechterlijk ambtenaar in opleiding de opleiding doorbrengen of als rechterlijk ambtenaar zijn benoemd. Zij worden als zodanig niet beëdigd. 2 De benoemingen van degenen, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet zijn benoemd als plaatsvervangend griffier bij de Centrale Raad van Beroep, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming als buitengriffier bij de Centrale Raad van Beroep, tenzij zij op dezelfde dag bij dat college tevens op basis van een aanstelling werkzaam zijn, als rechterlijk ambtenaar in opleiding de opleiding doorbrengen of als rechterlijk ambtenaar zijn benoemd. Zij worden als zodanig niet beëdigd. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel XVII — Artikel XVII#
Artikel XVII Het archief van een kantongerecht wordt van rechtswege overgedragen aan de rechtbank tot het rechtsgebied waarvan dat kantongerecht behoort. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel XVIIA — Artikel XVIIA#
Artikel XVIIA 1 artikel 41, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie artikel 41, derde lid Bij het voor de eerste maal vaststellen van de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld inblijft, buiten toepassing. 2 artikel 59, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie artikel 59, derde lid Bij het voor de eerste maal vaststellen van de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld inblijft, buiten toepassing. 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel XVIII — Artikel XVIII#
Artikel XVIII Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2004 692 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005 Treedt volgens Stb. 2004/672 in werking op het tijdstip waarop de Wet belastingrechtspraak in twee feitelijke instanties in werking treedt.
Artikel XIX — Artikel XIX#
Artikel XIX Onze Minister van Justitie zendt binnen vijf jaren na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel XX — Artikel XX#
Artikel XX Wet op de rechterlijke organisatie Wet op de rechterlijke organisatie Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsblad stelt Onze Minister van Justitie de nummering van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van deopnieuw vast, en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen,paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van demet de nieuwe nummering van die wet in overeenstemming. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel XXI — Artikel XXI#
Artikel XXI De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel XXII — Artikel XXII#
Artikel XXII Deze wet wordt aangehaald als: Wet organisatie en bestuur gerechten. 2001 582 18-12-2001 06-12-2001 27181 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002