Wet van 27 juni 2002 tot wijziging van de Wet luchtvaart inzake de inrichting en het gebruik van de luchthaven Schiphol
- BWB-id
- BWBR0013815
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2005-12-07
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013815
- ELI
- /eli/nl/wet/2002/wijzigingswet-wet-luchtvaart-inrichting-en-gebruik-van-de-lu
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2002/wijzigingswet-wet-luchtvaart-inrichting-en-gebruik-van-de-lu/2005-12-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013815&g=2005-12-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013815&z=2026-06-06&g=2005-12-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013815/2005-12-07
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2002/wijzigingswet-wet-luchtvaart-inrichting-en-gebruik-van-de-lu
Artikel I — Artikel I (Wijziging Wet luchtvaart)#
Artikel I (Wijziging Wet luchtvaart) Wijzigt de Wet luchtvaart. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel II — Artikel II (Wijziging Luchtvaartwet)#
Artikel II (Wijziging Luchtvaartwet) Wijzigt de Luchtvaartwet. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel III — Artikel III (Wijziging Algemene wet bestuursrecht)#
Artikel III (Wijziging Algemene wet bestuursrecht) Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel IV — Artikel IV (Wijziging Wet geluidhinder)#
Artikel IV (Wijziging Wet geluidhinder) Wijzigt de Wet geluidhinder. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel V — Artikel V (Wijziging Wet milieubeheer)#
Artikel V (Wijziging Wet milieubeheer) Wijzigt de Wet milieubeheer. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel VI (Vervallen van PKB Schiphol en omgeving) — Artikel VI (Vervallen van PKB Schiphol en omgeving)#
Artikel VI (Vervallen van PKB Schiphol en omgeving) Op het tijdstip waarop het eerste luchthavenindelingbesluit en het eerste luchthavenverkeerbesluit in werking treden vervalt de Planologische Kernbeslissing Schiphol en Omgeving. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel VII — Artikel VII (Vervallen van aanwijzing luchtvaartterrein Schiphol)#
Artikel VII (Vervallen van aanwijzing luchtvaartterrein Schiphol) hoofdstuk IV van de Luchtvaartwet Op het tijdstip waarop het eerste luchthavenindelingbesluit en het eerste luchthavenverkeerbesluit in werking treden vervalt de inbedoelde aanwijzing van het luchtvaartterrein Schiphol. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel VIII — Artikel VIII (Overgangsbepaling milieueffectrapport)#
Artikel VIII (Overgangsbepaling milieueffectrapport) 1 paragrafen 7.5 tot en met 7.7 van de Wet milieubeheer Bij de voorbereiding van het eerste luchthavenindelingbesluit en het eerste luchthavenverkeerbesluit wordt een milieueffectrapport gemaakt. Dezijn op dit rapport van overeenkomstige toepassing. 2 Het rapport wordt gemaakt door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. 3 Het rapport is gericht op een vergelijking van het beschermingsniveau, zoals dat wordt geboden bij de inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde besluiten, met het beschermingsniveau zoals dat voor de inwerkingtreding van artikel VI ten aanzien van het vijfbanenstelsel is beschreven in de PKB Schiphol en Omgeving. 4 Richtlijn 85/337/EEG richtlijn 97/11/EG Het rapport bevat in ieder geval de informatie, bedoeld in artikel 5, derde lid, van devan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEG L 175), zoals deze is gewijzigd bijvan de Raad van de Europese Unie van 3 maart 1997 (PbEG L 397). 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel IX — Artikel IX#
Artikel IX artikelen X XIII Vanwege het streven naar een duurzame ontwikkeling moet verbetering plaatsvinden van de kwaliteit van het leefmilieu. Daartoe mag in de omgeving van Schiphol de situatie vanaf 2003 ten opzichte van 1990 niet verslechteren voor de parameters externe veiligheid en lokale luchtverontreiniging en moet de situatie verbeteren voor luchtvaartgeluid, zoals vastgesteld in de Planologische Kernbeslissing Schiphol en Omgeving en op de wijze zoals voorzien in detot en met. Binnen het kader van deze milieugrenzen krijgt Schiphol de ruimte zich optimaal te ontwikkelen. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel X — Artikel X (Overgangsbepaling beperkingengebied)#
Artikel X (Overgangsbepaling beperkingengebied) artikel 8.7, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet luchtvaart Bij de vaststelling in het eerste luchthavenindelingbesluit van de regels voor het beperkingengebied worden bij de regels, bedoeld in, in ieder geval de gronden aangewezen die in de PKB Schiphol en Omgeving als vrijwaringszone zijn aangeduid, behoudens voor zover die gronden in de PKB tevens als rijksbufferzone zijn aangeduid en voor die gronden geen beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel XI — Artikel XI (Overgangsbepaling externe veiligheid)#
Artikel XI (Overgangsbepaling externe veiligheid) 1 Ten behoeve van de vaststelling van het eerste luchthavenindelingbesluit en het eerste luchthavenverkeerbesluit met betrekking tot de externe veiligheid worden de volgende berekeningen gemaakt: a. -6 voor het individueel risico worden de 10contouren berekend; b. -6 deze contouren omvatten tezamen niet meer woningen dan de overeenkomstige 10contouren voor individueel risico, berekend op basis van de gegevens over 1990; c. -5 aan de hand van de gegevens die gebruikt zijn voor de onder a bedoelde berekening, worden de 10contouren voor het individueel risico bepaald. 2 De in het eerste lid bedoelde berekeningen worden uitgevoerd aan de hand van het rekenmodel zoals dat is vastgelegd in het rapport van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium NLR CR 93372 L, nadien gewijzigd bij rapport NLR-CR-2000–147. 3 artikel 8.7, derde lid, van de Wet luchtvaart Bij de vaststelling van het eerste luchthavenindelingbesluit worden de gronden, bedoeld in, zodanig bepaald dat zij in ieder geval de gronden gelegen binnen de in het eerste lid, onder c, bedoelde contouren omvatten. 4 Bij de vaststelling van het eerste luchthavenverkeerbesluit worden de grenswaarden voor het externe-veiligheidsrisico afgestemd op de in het eerste lid, onder c, bedoelde gegevens. 5 Luchthavenverkeerbesluit Schiphol Luchthavenindelingbesluit Schiphol Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ontwikkelen zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk een causaal model dat is gericht op interne veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Met de voor externe veiligheid relevante uitkomsten van het model wordt rekening gehouden in heten het. 2005 479 11-10-2005 15-09-2005 29395 2005 612 06-12-2005 18-11-2005 07-12-2005
Artikel XII — Artikel XII (Overgangsbepaling geluidbelasting)#
Artikel XII (Overgangsbepaling geluidbelasting) 1 artikel 8.17, vijfde lid, onderdeel b, van de Wet luchtvaart den den Bij de vaststelling in het eerste luchthavenverkeerbesluit van de grenswaarden voor de geluidbelasting wordt voor wat betreft de belasting gedurende het gehele etmaal in de inbedoelde punten, gebruik gemaakt van de Lals geluidbelastingindicator. Daarbij worden de volgende regels gehanteerd in verband met de overgang van Ke naar L: a. artikel II op een wijze die overeenstemt met de voorschriften zoals die gelden tot de inwerkingtreding vanworden een 20 Ke-contour en een 35 Ke-contour berekend; b. het aantal ernstig gehinderden binnen de 20 Ke-contour bedraagt maximaal 45 000, vastgesteld overeenkomstig de wijze waarop dit aantal in de PKB Schiphol en Omgeving is vastgesteld; c. de 35 Ke-contour omvat maximaal 10 000 woningen, vastgesteld overeenkomstig de wijze waarop dit aantal in de PKB Schiphol en Omgeving is vastgesteld; d. de ligging van deze contour vormt het uitgangspunt voor de bepaling van de ligging van de punten waarop de grenswaarden van toepassing zijn; e. den aan de hand van de gegevens die gebruikt zijn voor de berekening van deze contour, wordt voor deze punten een berekening gemaakt van de geluidbelasting met de Lals geluidbelastingindicator; f. de aldus gevonden geluidbelastingen in deze punten vormen de grondslag voor de bepaling van de hoogte van de grenswaarden in de punten. 2 artikel 8.17, vijfde lid, onderdeel b, van de Wet luchtvaart night Aeq night Bij de vaststelling in het eerste luchthavenverkeerbesluit van de grenswaarden voor de geluidbelasting wordt voor wat betreft de belasting gedurende de nacht in de inbedoelde punten, gebruik gemaakt van de Lals geluidbelastingindicator. Daarbij worden de volgende regels gehanteerd in verband met de overgang van Lnaar L: a. artikel II Aeq Aeq op een wijze die overeenstemt met de voorschriften zoals die gelden tot de inwerkingtreding vanworden een 20 dB(A) L-contour en een 26 dB(A) L-contour berekend; b. Aeq het aantal mensen dat slaapverstoring ondervindt binnen de 20 dB(A) L-contour bedraagt maximaal 39 000, vastgesteld overeenkomstig de wijze waarop dit aantal in de PKB Schiphol en Omgeving is vastgesteld; c. Aeq de 26 dB(A) L-contour omvat maximaal 10 100 woningen, vastgesteld overeenkomstig de wijze waarop dit aantal in de PKB Schiphol en Omgeving is vastgesteld; d. de ligging van deze contour vormt het uitgangspunt voor de bepaling van de ligging van de punten waarop de grenswaarden van toepassing zijn; e. night aan de hand van de gegevens die gebruikt zijn voor de berekening van deze contour, wordt voor deze punten een berekening gemaakt van de geluidbelasting met de Lals geluidbelastingindicator; f. de aldus gevonden geluidbelastingen in deze punten vormen de grondslag voor de bepaling van de hoogte van de grenswaarden in de punten. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bepaling van een grenswaarde voor het totale volume van de geluidbelasting, met dien verstande dat: a. bij de vaststelling in onderdeel c van die leden geen toeslag voor wisselende meteorologische omstandigheden wordt gehanteerd; b. ten aanzien van de verzameling van punten, bedoeld in onderdeel d van die leden, slechts één grenswaarde wordt vastgesteld; c. de ligging van deze punten mede bepaald kan worden door een herschikking met het oog op een vaststelling van een grenswaarde die onafhankelijk is van de verdeling van de geluidbelasting over de omgeving. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel XIII — Artikel XIII (Overgangsbepaling lokale luchtverontreiniging)#
Artikel XIII (Overgangsbepaling lokale luchtverontreiniging) 1 Bij de vaststelling van het eerste luchthavenverkeerbesluit worden de grenswaarden voor de emissie van stoffen die lokale luchtverontreiniging veroorzaken zodanig bepaald dat de prognoses van dat moment ten aanzien van de emissies ten gevolge van luchtvaart, wegverkeer, industrie, land- en tuinbouw en ruimteverwarming in het studiegebied de volgende waarden niet overschrijden. Stof Maximum emissie per jaar CO 45 701 ton x NO 19 771 ton VOS 21 173 ton 2 SO 1 274 ton PM10 1 208 ton 2 De emissies worden berekend overeenkomstig de methode zoals die is vastgelegd in de TNO-rapporten R 2000/100 en R 2000/496. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel XIV — Artikel XIV (Wijziging grondslag uitvoeringsregeling)#
Artikel XIV (Wijziging grondslag uitvoeringsregeling) artikel 8.32 van de Wet luchtvaart Na de inwerkingtreding van dit artikel berust de Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 voor wat betreft de toepassing ten aanzien van de luchthaven Schiphol op. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel XV — Artikel XV (Evaluatie Inspectie Verkeer en Waterstaat)#
Artikel XV (Evaluatie Inspectie Verkeer en Waterstaat) titel 8.3 van de Wet luchtvaart Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt voor 1 januari 2008 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid van de handhaving vandoor de Inspectie Verkeer en Waterstaat. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003
Artikel XVI — Artikel XVI#
Artikel XVI 1 artikelen 8.4 8.15 van de Wet luchtvaart Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van de krachtens deenvastgestelde besluiten. 2 In het verslag wordt in ieder geval aangegeven op welke wijze het groepsrisico voor mensen op de grond kan worden bepaald en beheerst door middel van instrumenten die zijn gericht op het gebruik van de luchthaven in combinatie met de ruimtelijke ordening in de omgeving van de luchthaven. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer voeren daartoe een ex ante evaluatie ten aanzien van het groepsrisicobeleid uit. 3 artikelen 7.20, eerste lid 7.26, eerste lid, van de Wet milieubeheer artikel 7.26, eerste lid, van de Wet milieubeheer Het verslag gaat vergezeld van een milieueffectrapport. Op dit rapport zijn de, envan overeenkomstige toepassing. In afwijking vanwordt de commissie tot uiterlijk vijf weken na ontvangst van het milieueffectrapport in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen. 4 artikelen 8.4 8.15 van de Wet luchtvaart artikel VI Artikel IX Het millieueffectrapport is gericht op een vergelijking van het beschermingsniveau zoals dat wordt geboden door de krachtens deenvastgestelde besluiten, met het beschermingsniveau zoals dat voor de inwerkingtreding vanten aanzien van het vijfbanenstelsel is beschreven in de PKB Schiphol en Omgeving.wordt hierbij in acht genomen. 5 artikelen X tot en met XIII artikelen 8.4 8.15 van de Wet luchtvaart Voor zover uit het rapport blijkt dat niet aan deis voldaan, bevordert Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, dat zulks alsnog geschiedt door wijziging van de in deenbedoelde besluiten. 2005 479 11-10-2005 15-09-2005 29395 2005 612 06-12-2005 18-11-2005 07-12-2005
Artikel XVII — Artikel XVII#
Artikel XVII De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2002 374 16-07-2002 27-06-2002 27603 2002 593 17-12-2002 26-11-2002 20-02-2003