Wet van 2 juni 2003, houdende regels ter bespoediging en vereenvoudiging van procedures met het oog op het zo spoedig mogelijk vergroten van de capaciteit van een aantal hoofdwegen door middel van een betere benutting en verbreding van die wegen (Spoedwet wegverbreding)
- BWB-id
- BWBR0015158
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2017-01-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015158
- ELI
- /eli/nl/wet/2003/spoedwet-wegverbreding
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2003/spoedwet-wegverbreding/2017-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015158&g=2017-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015158&z=2026-06-06&g=2017-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015158/2017-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2003/spoedwet-wegverbreding
Artikel 1 — Artikel 1 (definitie)#
Artikel 1 (definitie) In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; b. artikel 4 wegaanpassingsbesluit: het besluit, bedoeld in; c. artikel 11.1 van de Wet milieubeheer geluidproductieplafond: geluidproductieplafond als bedoeld in; d. artikel 11.19 van de Wet milieubeheer referentiepunt: referentiepunt als bedoeld in; e. artikel 11.1 van de Wet milieubeheer geluidsgevoelig object: geluidsgevoelig object als bedoeld in. 2012 267 20-06-2012 24-11-2011 32625 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 2 — Artikel 2 (reikwijdte)#
Artikel 2 (reikwijdte) 1 bijlage Deze wet is van toepassing op de wegaanpassingsprojecten, opgenomen in de bij deze wet behorende. 2 bijlage De in het eerste lid genoemdekan worden gewijzigd bij algemene maatregel van bestuur. Een zodanige algemene maatregel van bestuur kan slechts betrekking hebben op de in de bijlage omschreven aard van het project, de wijziging van het aantal rijstroken en de kilometrering. 3 Een krachtens het tweede lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de Staten-Generaal. 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 25-06-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 3 — Artikel 3 Tracéwet Wet milieubeheer (verhouding toten)#
Artikel 3 Tracéwet Wet milieubeheer (verhouding toten) 1 bijlage Tracéwet Ten aanzien van de in degenoemde wegaanpassingsprojecten is deniet van toepassing. 2 artikel 7.2 van de Wet milieubeheer bijlage Indien op grond vaneen milieueffectrapport wordt opgesteld ten aanzien van een in degenoemd wegaanpassingsproject: a. artikel 7.23, eerste lid, onder b, van die wet kan in dat milieueffectrapport, in afwijking van, volstaan worden met een beschrijving van de voorgenomen activiteit en van de wijze waarop zij zal worden uitgevoerd; b. artikelen 7.27, eerste tot en met vijfde en zevende lid 7.32, vijfde lid 7.39 tot en met 7.42 van die wet zijn de,, enniet van toepassing. 2010 20 26-01-2010 17-12-2009 31755 2010 197 28-05-2010 20-05-2010 01-07-2010
Artikel 3a — Artikel 3a (verhouding tot prijsbeleid)#
Artikel 3a (verhouding tot prijsbeleid) Vervallen 2011 595 15-12-2011 01-12-2011 32377 2011 649 28-12-2011 14-12-2011 01-01-2012
Artikel 4 — Artikel 4 (inhoud wegaanpassingsbesluit)#
Artikel 4 (inhoud wegaanpassingsbesluit) 1 Het wegaanpassingsbesluit bevat ten minste: a. een beschrijving van het betrokken wegaanpassingsproject, waaronder begrepen de te realiseren rijstroken, en van de wijze waarop het zal worden uitgevoerd; b. een beschrijving van de gevolgen van het wegaanpassingsproject voor de daarbij betrokken belangen en van de wijze waarop met die belangen rekening is gehouden; c. de aanduiding op een of meer topografische of geografische kaarten van het verloop en de geografische omvang van het wegaanpassingsproject; d. hetgeen nodig is ter uitvoering van ter zake van belang zijnde richtlijnen van de Europese Unie; e. bijlage, onder B voor zover het betreft de in de, opgenomen wegaanpassingsprojecten voor het desbetreffende wegvak een verlaging van de maximum-snelheid van de motorvoertuigen gedurende de periode van openstelling van de extra rijstrook, waarvan de mate en de duur van de verlaging worden bepaald door de ernst van de belasting met betrekking tot geluidhinder en luchtkwaliteit. 2 Het wegaanpassingsbesluit bevat, voor zover van toepassing, voorts: a. een beschrijving van maatregelen van landschappelijke, landbouwkundige en ecologische aard; b. een beschrijving van de werken of bouwwerken die, zonder deel uit te maken van het profiel van een weg, met die weg zijn verbonden en dienen voor de instandhouding dan wel het veilig en doelmatig gebruik daarvan; c. artikel 1 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken artikel 1.1 van de Waterwet een opgave van de kabels en leidingen die moeten worden verwijderd voor de uitvoering van het besluit, alsmede, voor zover het betreft waterstaatswerken als bedoeld inof, voor zover in beheer bij het rijk, de plaats waar zodanige kabels en leidingen zullen worden gelegd; d. een beschrijving op welke wijze de inpassing van de aan te passen weg in de omgeving zal geschieden, en waar dit in redelijkheid niet kan worden verlangd, welke compenserende maatregelen zullen worden getroffen. 3 Ter voldoening aan het eerste lid, onder c, wordt gebruik gemaakt van een of meer detailkaarten met een schaal van ten minste 1:2500 en van een of meer overzichtskaarten met een schaal van ten minste 1:20 000. 4 Onze Minister kan zich bij de vaststelling van het wegaanpassingsbesluit in ieder geval baseren op gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar. 5 Het luchtkwaliteitsonderzoek ten behoeve van een wegaanpassingsbesluit wordt beperkt tot het gebied dat zich uitstrekt van de voorafgaande tot en met de eerstvolgende aansluiting op de aan te passen weg en ter weerszijden van dit wegvak tot één kilometer vanuit de meest buiten gelegen rijstroken. Onder aansluiting wordt tevens knooppunt verstaan. 6 Onze Minister kan nadere regels stellen ten aanzien van de methoden en uitgangspunten voor de beoordeling van effecten van een wegaanpassingsproject. 2013 144 24-04-2013 28-03-2013 33135 2013 145 24-04-2013 15-04-2013 25-04-2013
Artikel 4a — Artikel 4a (specifieke bepalingen met betrekking tot luchtkwaliteit)#
Artikel 4a (specifieke bepalingen met betrekking tot luchtkwaliteit) Vervallen 2011 595 15-12-2011 01-12-2011 32377 2011 649 28-12-2011 14-12-2011 01-01-2012
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 bijlage titel 11.3 van de Wet milieubeheer Ten aanzien van de in de, onder A, opgenomen wegaanpassingsprojecten isvan overeenkomstige toepassing en bevat het wegaanpassingsbesluit: a. de beslissing tot het vaststellen of het wijzigen van een geluidproductieplafond voor zover dat wegaanpassingsproject zou leiden tot overschrijding van het geldende geluidproductieplafond, en b. de referentiepunten ingeval van aanleg of ingeval van verplaatsing van referentiepunten. 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 01-01-2015
Artikel 6 — Artikel 6 (specifieke bepalingen met betrekking tot geluidhinder)#
Artikel 6 (specifieke bepalingen met betrekking tot geluidhinder) 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder akoestische gegevens: de berekening van de 70 dB(A) geluidcontour langs de wegvakken, gebaseerd op de verkeersgegevens over het jaar 2000. 2 bijlage titel 11.3 van de Wet milieubeheer Ten aanzien van wegaanpassingsbesluiten voor de in de, onder B, opgenomen wegaanpassingsprojecten isniet van toepassing. 3 Ten aanzien van de in het tweede lid bedoelde wegaanpassingsprojecten bevat het wegaanpassingsbesluit de akoestische gegevens, alsmede de maatregel, voor zover deze voortvloeit uit het vierde lid. 4 Indien uit de akoestische gegevens blijkt dat sprake is van een overschrijding van 70 dB(A) bij geluidsgevoelige objecten, wordt in het wegaanpassingsbesluit een geluidreducerende wegdeklaag voorgeschreven, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd. 5 Artikel 4, vierde lid Uiterlijk twee jaar na het onherroepelijk worden van het wegaanpassingsbesluit stelt Onze Minister ten aanzien van de in het tweede lid bedoelde wegaanpassingsprojecten een plan op voor de te treffen maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting die de betrokken geluidsgevoelige objecten vanwege de weg ondervinden., met uitzondering van het bepaalde onder b en c, is van overeenkomstige toepassing op het plan. 6 Het plan bevat voorts: a. de beslissing tot het vaststellen of het wijzigen van een geluidproductieplafond voor zover aanleg of wijziging zou leiden tot overschrijding van het geldende geluidproductieplafond, en b. de referentiepunten ingeval van aanleg of ingeval van verplaatsing van referentiepunten. 7 Het plan bepaalt de termijn waarbinnen de in het vijfde lid bedoelde maatregelen in uitvoering worden genomen. 8 artikel 11.20 van de Wet milieubeheer Vanaf het tijdstip waarop het wegaanpassingsbesluit onherroepelijk is geworden tot het tijdstip waarop de maatregelen, bedoeld in het vijfde lid, zijn uitgevoerd, geldt voor de betreffende referentiepunten een vrijstelling van. 9 artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.10 van die wet Artikel 11, achtste en negende lid Voor zover het plan en het bestemmingsplan of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het plan voor de uitvoering daarvan als omgevingsvergunning waarbij ten behoeve van een project van nationaal belang, met toepassing van, van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken. Bij de toepassing vanwordt onder bestemmingsplan of beheersverordening mede het plan begrepen., is van overeenkomstige toepassing. 10 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van het plan isvan toepassing. 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 01-01-2015
Artikel 7 — Artikel 7 (voorbereidingsprocedure wegaanpassingsbesluit en de besluiten ter uitvoering van het wegaanpassingsbesluit)#
Artikel 7 (voorbereidingsprocedure wegaanpassingsbesluit en de besluiten ter uitvoering van het wegaanpassingsbesluit) 1 artikel 6, vijfde lid Belemmeringenwet Privaatrecht afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van het wegaanpassingsbesluit en de besluiten ter uitvoering van het wegaanpassingsbesluit, met uitzondering van de plannen, bedoeld in, en de besluiten inzake onteigening en nadeelcompensatie en besluiten krachtens de, isvan toepassing, met dien verstande dat: a. artikel 3:11, eerste lid, van die wet in afwijking vande aanvragen tot het nemen van de bedoelde uitvoeringsbesluiten ter inzage worden gelegd; b. artikel 3:12 van die wet de ingevolgevereiste kennisgevingen worden samengevoegd in één kennisgeving, welke wordt gedaan door Onze Minister; c. zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder. 2 Onze Minister draagt ervoor zorg dat zo spoedig mogelijk na het opstellen van een ontwerp van een wegaanpassingsbesluit bij de bevoegde bestuursorganen de aanvragen worden ingediend tot het nemen van de besluiten die nodig zijn met het oog op de uitvoering van het wegaanpassingsbesluit. 3 Onze Minister zendt gelijktijdig het ontwerp-wegaanpassingsbesluit alsmede een afschrift van de aanvragen aan de betrokken bestuursorganen. 2010 135 30-03-2010 18-03-2010 32127 2010 135 30-03-2010 18-03-2010 32127 31-03-2010 2010 136 30-03-2010 18-03-2010 32254 2010 137 30-03-2010 24-03-2010 Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2010/135 gesteld op 1 januari 2010.
Artikel 8 — Artikel 8 (gecoördineerde voorbereiding besluiten)#
Artikel 8 (gecoördineerde voorbereiding besluiten) 1 artikel 7, eerste lid Onze Minister bevordert een gecoördineerde voorbereiding van de in, bedoelde besluiten. 2 Onze Minister kan van andere betrokken bestuursorganen de medewerking vorderen die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Die bestuursorganen verlenen de van hen gevorderde medewerking. 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 25-06-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 9 — Artikel 9 (vaststelling wegaanpassingsbesluit)#
Artikel 9 (vaststelling wegaanpassingsbesluit) 1 Onze Minister stelt het wegaanpassingsbesluit vast binnen tien weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken. 2 Indien het wegaanpassingsbesluit niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn wordt vastgesteld, deelt Onze Minister dit voor het verstrijken daarvan onder vermelding van de reden mee aan de Staten-Generaal. 3 De betrokken bestuursorganen zenden binnen de in het eerste lid bedoelde termijn ontwerpen van de besluiten ter uitvoering van het wegaanpassingsbesluit aan Onze Minister. 4 Artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing op handelingen waarop het wegaanpassingsbesluit betrekking heeft. 5 Wet natuurbescherming artikel 2.8 van die wet Indien handelingen waarop het wegaanpassingsbesluit betrekking heeft de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied als bedoeld in dekunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, gelet op de instandhoudingsdoelstelling voor dat gebied, wordt het wegaanpassingsbesluit uitsluitend vastgesteld indien is voldaan aan. 6 artikel 2.9, eerste, tweede, derde of vijfde lid, van de Wet natuurbescherming Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing indien ten aanzien van het project of de andere handeling waarop het wegaanpassingsbesluit betrekking heeft, is voldaan aan. 2016 34 19-01-2016 16-12-2015 33348 2016 384 28-10-2016 11-10-2016 01-01-2017
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 10 — Artikel 10 (vaststelling besluiten ter uitvoering van het wegaanpassingsbesluit)#
Artikel 10 (vaststelling besluiten ter uitvoering van het wegaanpassingsbesluit) 1 De betrokken bestuursorganen nemen de besluiten ter uitvoering van het wegaanpassingsbesluit binnen zes weken na bekendmaking van het wegaanpassingsbesluit en zenden deze besluiten onmiddellijk toe aan Onze Minister. 2 De in het eerste lid bedoelde termijn treedt in de plaats van de bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift voor die besluiten bepaalde beslistermijnen. 3 artikel 7, tweede lid Indien een bestuursorgaan van een provincie, een gemeente of een waterschap of een ander openbaar lichaam, dat in eerste aanleg bevoegd is te beslissen op een aanvraag als bedoeld in, niet of niet tijdig een ontwerp-besluit op de aanvraag aan Onze Minister zendt, dan wel niet of niet tijdig op de aanvraag beslist, dan wel een beslissing neemt die naar het oordeel van Onze Minister wijziging behoeft, kan Onze Minister een beslissing op de aanvraag nemen. In het laatste geval treedt zijn besluit in de plaats van het besluit van het in eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan. Indien Onze Minister voornemens is zelf een beslissing op de aanvraag te nemen, pleegt hij overleg met het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd is op de aanvraag te beslissen. 4 Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtshalve te nemen besluiten. 5 Het derde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van andere besluiten dan die ter uitvoering van het wegaanpassingsbesluit, welke zijn gericht op de realisering van het desbetreffende wegaanpassingsproject. 6 Indien bij de toepassing van het derde lid de beslissing op een aanvraag wordt genomen door Onze Minister, stort het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd is te beslissen op de aanvraag, de ter zake ontvangen leges in 's Rijks kas. 7 artikel 7, tweede lid De in, bedoelde besluiten worden gelijktijdig door Onze Minister bekendgemaakt. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 11 — Artikel 11 (rechtsgevolgen van het wegaanpassingsbesluit)#
Artikel 11 (rechtsgevolgen van het wegaanpassingsbesluit) 1 artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening Voor het gebied dat is begrepen in een vastgesteld wegaanpassingsbesluit geldt dat besluit als voorbereidingsbesluit als bedoeld in. 2 artikel 3.7, vijfde en zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening Voor zover het wegaanpassingsbesluit geldt als voorbereidingsbesluit, isniet van toepassing. 3 Het wegaanpassingsbesluit geldt niet langer als voorbereidingsbesluit indien voor het in het eerste lid bedoelde gebied een bestemmingsplan in overeenstemming met het wegaanpassingsbesluit van kracht is geworden. 4 Artikel 3.3, eerste tot en met derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1, eerste lid, onder a, van die wet is niet van toepassing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld inter uitvoering van het wegaanpassingsbesluit. 5 artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994 Indien ter uitvoering van het wegaanpassingsbesluit handelingen worden verricht waarvoor krachtenseen verkeersbesluit is vereist, is dat artikel niet van toepassing. 6 artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.10 van die wet Voor zover het wegaanpassingsbesluit en het bestemmingsplan of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het besluit voor de uitvoering daarvan als omgevingsvergunning waarbij ten behoeve van een project van nationaal belang, met toepassing van, van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken. Bij de toepassing vanwordt onder bestemmingsplan of beheersverordening mede het wegaanpassingsbesluit begrepen. 7 artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Voor zover een bestemmingsplan, een beheersverordening of een ander besluit voor de uitvoering van werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit als bedoeld invereist, geldt zodanige eis niet in het gebied dat is begrepen in een vastgesteld wegaanpassingsbesluit. 8 Wet ruimtelijke ordening De gemeenteraad stelt binnen een jaar nadat het wegaanpassingsbesluit onherroepelijk is geworden een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in deovereenkomstig het wegaanpassingsbesluit vast. Voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het wegaanpassingsbesluit kunnen zienswijzen geen betrekking hebben op dat deel van het ontwerpplan. 9 Indien een bestemmingsplan in strijd is met een onherroepelijk wegaanpassingsbesluit en het bestemmingsplan nog niet is aangepast aan het wegaanpassingsbesluit, is het gemeentebestuur verplicht aan degenen die inzage verlangen in zodanig bestemmingsplan, tevens inzage te verlenen in het ten aanzien van het door dat plan bestreken gebied vastgestelde wegaanpassingsbesluit. 2012 267 20-06-2012 24-11-2011 32625 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 12 — Artikel 12 (verval van rechtswege)#
Artikel 12 (verval van rechtswege) Het wegaanpassingsbesluit vervalt van rechtswege indien het niet binnen twee jaar na het tijdstip waarop het onherroepelijk is geworden in uitvoering is genomen. 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 25-06-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 13 — Artikel 13 (beroepstermijn)#
Artikel 13 (beroepstermijn) artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 7, eerste lid artikel 10, zevende lid In afwijking vanvangt de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een wegaanpassingsbesluit en de besluiten ter uitvoering van een wegaanpassingsbesluit als bedoeld in, aan met ingang van de dag na die waarop de in, bedoelde bekendmaking is geschied. 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14 — Artikel 14 (termijn voor de rechter)#
Artikel 14 (termijn voor de rechter) 1 artikel 13 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist op de beroepen tegen de inbedoelde besluiten binnen twaalf weken na ontvangst van de desbetreffende verweerschriften. 2 In bijzondere omstandigheden kan de Afdeling bestuursrechtspraak deze termijn met ten hoogste twaalf weken verlengen. 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 15 — Artikel 15 Belemmeringenwet Privaatrecht (toepassing)#
Artikel 15 Belemmeringenwet Privaatrecht (toepassing) 1 artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht Ten aanzien van de verlegging van kabels en leidingen, verband houdende met de uitvoering van een wegaanpassingsbesluit, is geen concessie of een erkenning als bedoeld invereist. 2 Belemmeringenwet Privaatrecht Indien voor de verlegging van kabels en leidingen, verband houdende met de uitvoering van een wegaanpassingsbesluit, toepassing van denoodzakelijk is: a. artikel 2, vierde lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht kan Onze Minister in afwijking van: 1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting plaatsvindt; 2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister aan te wijzen persoon; b. 3, derde lid 2, zevende lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht worden in afwijking van de artikelen 2, zevende lid, en, junctogedeputeerde staten niet gehoord; c. artikel 4 van de Belemmeringenwet Privaatrecht artikel 2, vijfde lid artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht geldt in plaats vandat de werking van een besluit als bedoeld in, ofopgeschort wordt totdat de termijn voor het indienen van een beroepschrift is verstreken. 3 artikel 2, vijfde lid artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist op beroepen tegen besluiten als bedoeld in, ofbinnen twaalf weken na ontvangst van de desbetreffende verweerschriften. 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 01-01-2015
Artikel 16 — Artikel 16 onteigeningswet (toepassing)#
Artikel 16 onteigeningswet (toepassing) 1 artikel 4, eerste lid, van de onteigeningswet artikel 72a van de onteigeningswet Onteigening van onroerende zaken en van rechten als bedoeld inten behoeve van de uitvoering van het wegaanpassingsbesluit geschiedt ingevolge het besluit, bedoeld in, met dien verstande dat over het in artikel 72a van de onteigeningswet bedoelde besluit de Raad van State niet wordt gehoord. 2 artikel 18, eerste lid, van de onteigeningswet De inbedoelde dagvaarding kan geschieden nadat het wegaanpassingsbesluit is vastgesteld. 3 artikel 59, eerste lid, van de onteigeningswet Onverminderd het bepaalde inkan het vonnis van onteigening van de rechtbank niet eerder in de openbare registers worden ingeschreven dan nadat het wegaanpassingsbesluit onherroepelijk is geworden. 4 artikelen 54n 59 van de onteigeningswet In aanvulling op deenis ten behoeve van de in het derde lid bedoelde inschrijving een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dan wel een verklaring van de Secretaris van de Raad van State nodig, waaruit blijkt dat het wegaanpassingsbesluit onherroepelijk is geworden. 2011 10 13-01-2011 23-12-2010 32488 2011 10 13-01-2011 23-12-2010 32488 14-01-2011
Artikel 17 — Artikel 17 (schadevergoeding)#
Artikel 17 (schadevergoeding) 1 artikel 7, eerste lid artikel 6, vijfde lid Voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van een onherroepelijk wegaanpassingsbesluit, een onherroepelijk besluit ter uitvoering van een wegaanpassingsbesluit als bedoeld in, of een onherroepelijk plan als bedoeld in, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, en ten aanzien waarvan de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of op andere wijze is verzekerd, kent Onze Minister hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. 2 Afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening blijft buiten toepassing voor zover de belanghebbende met betrekking tot de schade een beroep doet of kan doen op een schadevergoeding als bedoeld in het eerste lid. 3 Onze Minister kan nadere regels geven omtrent de indiening en afhandeling van een verzoek om schadevergoeding. 2008 180 03-06-2008 22-05-2008 30938 2008 227 26-06-2008 16-06-2008 01-07-2008
Artikel 18 — Artikel 18 bijlage, onder C (besluitvorming met betrekking tot de in debedoelde wegaanpassingsprojecten)#
Artikel 18 bijlage, onder C (besluitvorming met betrekking tot de in debedoelde wegaanpassingsprojecten) Vervallen 2009 189 23-04-2009 02-04-2009 31721 2009 189 23-04-2009 02-04-2009 31721 24-04-2009 01-01-2009 Artikel IV van Stb. 2009/189 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19 (evaluatie)#
Artikel 19 (evaluatie) Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 25-06-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 20 — Artikel 20 Wet bereikbaarheid en mobiliteit (wijziging)#
Artikel 20 Wet bereikbaarheid en mobiliteit (wijziging) Wijzigt de Wet bereikbaarheid en mobiliteit. 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 25-06-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 21 — Artikel 21 (inwerkingtreding)#
Artikel 21 (inwerkingtreding) artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet Onder toepassing vantreedt deze wet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 25-06-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 22 — Artikel 22 (citeertitel)#
Artikel 22 (citeertitel) Deze wet wordt aangehaald als: Spoedwet wegverbreding. 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 2003 256 24-06-2003 02-06-2003 28679 25-06-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid