Wet van 11 december 2002 tot wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 c.a. (herziening regime fiscale eenheid)
- BWB-id
- BWBR0014441
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2003-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014441
- ELI
- /eli/nl/wet/2003/wijzigingswet-wet-op-de-vennootschapsbelasting-1969-c-a-herz
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2003/wijzigingswet-wet-op-de-vennootschapsbelasting-1969-c-a-herz/2003-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014441&g=2003-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014441&z=2026-06-06&g=2003-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014441/2003-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2003/wijzigingswet-wet-op-de-vennootschapsbelasting-1969-c-a-herz
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 2002 613 19-12-2002 11-12-2002 28487 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 01-01-2003 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. 2001 641 21-12-2001 14-12-2001 28034 2002 613 19-12-2002 11-12-2002 28487 2001 641 21-12-2001 14-12-2001 28034 01-01-2003 2002 613 19-12-2002 11-12-2002 28487 2002 613 19-12-2002 11-12-2002 28487 01-01-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 01-01-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965. 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 01-01-2003 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Wijzigt de Invorderingswet 1990. 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 01-01-2003 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV 1 Voor de heffing van de vennootschapsbelasting wordt een beschikking: a. genomen krachtens artikel 32, onderdeel 5, van het Besluit op de Vennootschapsbelasting 1942 in verbinding met artikel 27 van het Besluit op de Winstbelasting 1940; b. als bedoeld in artikel 14 van het Invoeringsbesluit Vennootschapsbelasting 1942; of c. artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15, achtste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 genomen krachtenszoals dat luidde tot het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet; geacht op verzoek van de belastingplichtige ten aanzien van wie die beschikking toepassing vond op het tijdstip waarop deze wet op hem van toepassing wordt, te zijn genomen op de voet van. 2 artikel 15 artikel 30, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15, achtste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 In afwijking van het eerste lid blijven ten aanzien van een belastingplichtige bij wie op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop deze wet op hem van toepassing wordtoftoepassing vond, op zijn verzoek dat artikel zoals dat op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet luidde en de bij of krachtens dat artikel gestelde voorwaarden van toepassing tot het einde van het boekjaar van die belastingplichtige volgend op het eerste boekjaar dat is aangevangen op of na 1 januari volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. In dat geval wordt de beschikking, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van die belastingplichtige geacht op de voet vante worden genomen op het tijdstip onmiddellijk volgend op het einde van het boekjaar van die belastingplichtige volgend op het eerste boekjaar dat is aangevangen op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. 3 artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Het eerste en tweede lid vinden slechts toepassing indien door de belastingplichtige op het tijdstip waarop deze wet op hem van toepassing wordt, wordt voldaan aan de bij of krachtens, zoals dat met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet luidt, gestelde vereisten voor de totstandkoming van een fiscale eenheid in de zin van het eerste lid van dat artikel. 4 De belastingplichtige die zekerheid wil hebben omtrent de vraag of op het tijdstip waarop deze wet op hem van toepassing wordt, wordt voldaan aan het in artikel 15, derde lid, onderdeel c, opgenomen vereiste met betrekking tot de vestigingsplaats van de belastingplichtige of, indien die belastingplichtige naar buitenlands recht is opgericht, wordt voldaan aan de in onderdeel d van dat derde lid gestelde vereisten met betrekking tot naar buitenlands recht opgerichte lichamen, kan een verzoek indienen bij de inspecteur. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. 5 Ingeval het tweede lid ten aanzien van een belastingplichtige toepassing vindt en die belastingplichtige voor ommekomst van de in dat lid aangeduide periode op de voet van artikel 15, vijfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 verzoekt deel uit te maken van een fiscale eenheid met een andere belastingplichtige, blijven, in afwijking in zoverre van het tweede lid, de in dat lid genoemde artikelen en de bij of krachtens die artikelen gestelde voorwaarden niet langer van toepassing dan tot het tijdstip waarop die fiscale eenheid ten aanzien van die belastingplichtigen tot stand komt. Het tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. 6 artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 30, tweede lid, van die wet Het in het tweede en vierde lid bedoelde verzoek wordt gedaan door de moedermaatschappij, bedoeld in, onderscheidenlijk de naamloze vennootschap die aandelen bezit in een andere vennootschap, bedoeld in, zoals deze artikelen luidden op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 7 artikel 15, vierde en vijfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Indien de in het eerste lid bedoelde beschikking is genomen op een na 20 november 2000 gedaan verzoek vindt, in afwijking van het tweede lid, voor boekjaren waarin dat lid ten aanzien van een belastingplichtige toepassing vindt, artikel 15ad toepassing in plaats vanzoals dat luidde tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 8 artikel 15a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van belastingplichtigen als bedoeld in. 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 01-01-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet en vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot de heffing over het boekjaar dat
aanvangt op of na 1 januari 2003. Werkt terug tot het eind van het laatste boekjaar waarin ten
aanzien van het in dat artikel bedoelde lichaam artikel 15 van de
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 nog van toepassing is. 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 01-01-2003 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel V — Artikel V#
Artikel V 1 artikel 15, derde lid artikel 30, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15 15af 15ag 15ai 15aj van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Indien belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop deze wet op hen van toepassing wordt, een eenheid vormen in de zin vanof, op het tijdstip waarop deze wet op hen van toepassing wordt, niet voldoen aan de bij of krachtensgestelde vereisten voor de totstandkoming van een fiscale eenheid in de zin van het eerste lid van dat artikel, eindigt die fiscale eenheid met ingang van het laatstgenoemde tijdstip. Op verzoek van de belastingplichtigen vinden in dat geval, in plaats van de bepalingen die ten aanzien van die eenheid met betrekking tot de beëindiging van die eenheid golden, de regels toepassing die van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij of krachtens,,,enzijn gesteld met betrekking tot een beëindiging van een fiscale eenheid. 2 artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 30, tweede lid, van die wet Het verzoek wordt gedaan door de moedermaatschappij, bedoeld in, onderscheidenlijk de naamloze vennootschap die aandelen bezit in een andere vennootschap, bedoeld in, zoals deze artikelen luidden op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, gelijktijdig met de aangifte over het laatste boekjaar voor het tijdstip waarop deze wet op haar van toepassing wordt. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. 3 artikel 15a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van belastingplichtigen als bedoeld in. 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 01-01-2003 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI 1 artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel I, onderdeel A Indien ten aanzien van een lichaamvanaf enig tijdstip geen toepassing meer vindt als gevolg van de in, opgenomen wijziging van artikel 2, vierde lid, van die wet, worden de vermogensbestanddelen van dat lichaam op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip geacht te zijn vervreemd tegen de waarde in het economische verkeer. 2 artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in de situatie waarin een lichaam voor het tijdstip waarop deze wet op hem van toepassing wordt enkel op de voet vanin Nederland is gevestigd, deel uitmaakt van een fiscale eenheid en zich tussen 1 juni 2001 en het tijdstip waarop deze wet op hem van toepassing wordt een omstandigheid voordoet waardoor de fiscale eenheid wordt verbroken. 3 artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Dit artikel blijft buiten toepassing indien de werkelijke leiding van het lichaam dat enkel op de voet vanin Nederland was gevestigd binnen een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet naar Nederland wordt verplaatst. De fiscale eenheid wordt dan geacht niet te zijn verbroken. 4 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op vermogensbestanddelen die tot een in Nederland aanwezige vaste inrichting van de belastingplichtige behoren en op in Nederland gelegen onroerende zaken. 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 01-01-2003 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet en vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot de heffing over het boekjaar dat
aanvangt op of na 1 januari 2003.
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII 1 Een op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het ontvoegingstijdstip bij de fiscale eenheid aanwezige reserve als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b of c, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals dit artikel luidde op 31 december 1999, wordt als volgt over de moedermaatschappij en de dochtermaatschappijen verdeeld: a. de in artikel 13, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals dit artikel luidde op 31 december 1999, bedoelde reserve tot dekking van risico's wordt toegedeeld aan de maatschappij die de risico's welke in belangrijke mate worden verzekerd, niet voor 1 januari 2000 heeft verzekerd en, indien dat bij meer dan één maatschappij het geval is, aan elk van hen naar verhouding van die risico's; b. de in artikel 13, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals dit artikel luidde op 31 december 1999, bedoelde reserve tot dekking van debiteuren- en valutarisico's wordt toegedeeld aan de maatschappij die de risico's niet voor 1 januari 2000 heeft verzekerd en, indien dat bij meer dan één maatschappij het geval is, aan elk van hen naar verhouding van die risico's. 2 Artikel 15aj, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een aan een dochtermaatschappij toe te rekenen reserve als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b of c, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals dit artikel luidde op 31 december 1999. 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 01-01-2003 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel VIII — Artikel VIII#
Artikel VIII 1 artikel 16 van de Tijdelijke Referendumwet Onder toepassing vantreedt deze wet in werking op 1 januari 2003 en vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot de heffing over het boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2003. 2 Artikel VI artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 werkt terug tot het eind van het laatste boekjaar waarin ten aanzien van het in dat artikel bedoelde lichaamnog van toepassing is. 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 2002 618 19-12-2002 11-12-2002 26854 01-01-2003 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.