Wet van 6 juli 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (PbEU L 129), alsook van andere besluiten van volkenrechtelijke organisaties met betrekking tot de beveiliging van havens (Havenbeveiligingswet)
- BWB-id
- BWBR0016991
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016991
- ELI
- /eli/nl/wet/2004/havenbeveiligingswet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2004/havenbeveiligingswet/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016991&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016991&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016991/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2004/havenbeveiligingswet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Verordening (EG) nr. 725/2004 Verordening:van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (PbEU 129); b. richtlijn: de bij regeling van Onze Minister aangewezen richtlijn; c. havenfaciliteit: havenfaciliteit als bedoeld in artikel 2, elfde lid, van de Verordening en artikel 3, derde lid, van de richtlijn; d. beheerder van een havenfaciliteit: natuurlijke persoon of rechtspersoon die een havenfaciliteit in beheer heeft; e. artikel 7, eerste lid havenbeveiligingscertificaat: certificaat als bedoeld in; f. artikel 1a, tweede lid haven: elk uit land en water bestaand gebied, met werken en voorzieningen ten behoeve van het commercieel vervoer over zee, aangewezen krachtens; g. artikel 1a, derde lid havengerelateerd gebied: in de directe omgeving van een haven gelegen gebied of object, waarvan verstoring van directe invloed is of kan zijn op de veiligheid van een werk of voorziening ten behoeve van het commercieel vervoer over zee, aangewezen krachtens; h. veiligheidsniveau: een van de veiligheidsniveaus, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de richtlijn; i. havenveiligheidsbeoordeling: een havenveiligheidsbeoordeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de richtlijn; j. havenveiligheidsplan: een havenveiligheidsplan als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de richtlijn; k. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; l. verwerken van persoonsgegevens, onderscheidenlijk verwerkingsverantwoordelijke: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming. 2019 223 24-06-2019 05-06-2019 35121 2019 281 23-08-2019 18-07-2019 21-12-2019
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 Deze wet is van toepassing op: met uitzondering van militaire installaties. a. een haven waarin zich een havenfaciliteit bevindt, en b. havengerelateerd gebied, 2 Onze Minister wijst bij besluit havens aan. 3 Onze Minister kan bij besluit havengerelateerd gebied aanwijzen. 4 Onze Minister houdt bij de aanwijzing van een haven en havengerelateerd gebied rekening met de resultaten van de havenveiligheidsbeoordeling. 5 Een besluit als bedoeld in het tweede of derde lid wordt door Onze Minister toegezonden aan de desbetreffende autoriteit voor havenveiligheid. 2007 179 30-05-2007 11-05-2007 30888 2007 207 12-06-2007 31-05-2007 15-06-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Als bevoegde autoriteiten voor de maritieme beveiliging, bedoeld in artikel 2, zevende lid, van de Verordening worden aangewezen: a. artikelen 4 5 tot en met 10 17, tweede lid de burgemeester voor de taken, bedoeld in de,en; b. artikel 12 Onze Minister van Justitie voor de taak, genoemd in, en c. Onze Minister voor de overige taken. 2 De bevoegde autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, dragen zorg voor de uitvoering van de taken, onderscheidenlijk de nakoming van de verplichtingen die ingevolge de Verordening op Nederland rusten, ieder voor zoveel deze hem zijn opgedragen. 2023 5 11-01-2023 05-10-2022 36077 2023 420 22-11-2023 07-11-2023 01-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2007 179 30-05-2007 11-05-2007 30888 2007 207 12-06-2007 31-05-2007 15-06-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 In de gemeenten met een of meer havenfaciliteiten is de burgemeester het bevoegd gezag voor de uitvoering, respectievelijk de toepassing van artikel 7, eerste, derde en vijfde lid, van de Verordening en voorschrift 10, tweede en derde lid, van Bijlage I, de onderdelen 5.4, onder 2, 15 en 16 van Bijlage II en de onderdelen 1.16, 4.1, 4.2, 4.14, 4.15, 4.16, 4.18, 15.3, 15.4, 15.6, 16.3, 16.8, 17.1, 18.5 en 18.6 van Bijlage III van de Verordening, voorzover deze betrekking hebben op havenfaciliteiten. 2 Ingeval een havenfaciliteit op het grondgebied van meer dan één gemeente is gelegen, wordt de functie van bevoegde autoriteit voor de havenbeveiliging vervuld door de burgemeester van de gemeente waarin het grootste deel van de oppervlakte van die havenfaciliteit is gelegen. 2007 179 30-05-2007 11-05-2007 30888 2007 207 12-06-2007 31-05-2007 15-06-2007
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a Onze Minister is de instantie voor havenbeveiliging, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de richtlijn. 2007 179 30-05-2007 11-05-2007 30888 2007 207 12-06-2007 31-05-2007 15-06-2007
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b 1 De burgemeester van een gemeente waarin een haven of havengerelateerd gebied is gelegen, is de autoriteit voor havenveiligheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de richtlijn. 2 Indien een haven of een havengerelateerd gebied zich over meerdere gemeenten uitstrekt, kunnen de desbetreffende autoriteiten voor havenveiligheid gezamenlijk een van hen als autoriteit voor havenveiligheid voor de desbetreffende havens en havengerelateerde gebieden aanwijzen. 3 Van een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid wordt door de aangewezen autoriteit voor havenveiligheid mededeling gedaan in het door het bestuur van de gemeente waarvan die autoriteit burgemeester is uitgegeven gemeenteblad, waarbij wordt aangegeven voor welke gemeenten die aanwijzing van toepassing is. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 4c — Artikel 4c#
Artikel 4c 1 Een autoriteit voor havenveiligheid wijst een havenveiligheidsfunctionaris aan als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de richtlijn. 2 Indien een haven of een havengerelateerd gebied zich over meerdere gemeenten uitstrekt, kunnen de desbetreffende autoriteiten voor havenveiligheid gezamenlijk een havenveiligheidsfunctionaris voor de desbetreffende havens en havengerelateerde gebieden aanwijzen. 3 Van een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid wordt door een van de autoriteiten voor havenveiligheid mededeling gedaan in het door het bestuur van de gemeente waarvan die autoriteit burgemeester is uitgegeven gemeenteblad, waarbij wordt aangegeven voor welke gemeenten die aanwijzing van toepassing is. 4 Indien een havenveiligheidsfunctionaris niet tevens de havenbeveiligingsbeambte van een havenfaciliteit als bedoeld in Bijlage II, deel A, onderdeel 2.1, onder 8, van de Verordening is, werken deze bij de uitvoering van hun taken nauw samen. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 4d — Artikel 4d#
Artikel 4d Een autoriteit voor havenveiligheid draagt zorg voor de coördinatie van de havenveiligheidsmaatregelen die uit de Verordening voortvloeien en de maatregelen die uit de richtlijn voortvloeien. 2007 179 30-05-2007 11-05-2007 30888 2007 207 12-06-2007 31-05-2007 15-06-2007
Artikel 4e — Artikel 4e#
Artikel 4e 1 Onze Minister kan veiligheidsorganisaties aanwijzen waaraan het uitvoeren van een havenveiligheidsbeoordeling of het opstellen of het wijzigen van een havenveiligheidsplan kan worden opgedragen. 2 Een veiligheidsorganisatie als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de voorwaarden van Bijlage IV van de richtlijn. 3 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2007 179 30-05-2007 11-05-2007 30888 2007 207 12-06-2007 31-05-2007 15-06-2007
Artikel 4f — Artikel 4f#
Artikel 4f Onze Minister is de instantie voor havenveiligheidsaspecten bedoeld in artikel 12 van de richtlijn. 2007 179 30-05-2007 11-05-2007 30888 2007 207 12-06-2007 31-05-2007 15-06-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 12, derde en vierde lid Bij de vervulling van zijn taken ingevolge deze wet neemt de burgemeester, en in een situatie als bedoeld in, de voorzitter van de veiligheidsregio, de algemene en bijzondere aanwijzingen van Onze Minister in acht. 2 artikel 12, derde en vierde lid De burgemeester, de voorzitter van de veiligheidsregio in een situatie als bedoeld in, en Onze Minister verschaffen elkaar de inlichtingen die ieder van hen nodig heeft voor een goede vervulling van zijn taken ingevolge deze wet. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Op aanvraag van de beheerder van een havenfaciliteit beslist de burgemeester omtrent het verlenen van instemming, bedoeld in voorschrift 10, tweede lid, onderdeel 2 van Bijlage I van de Verordening, met het beveiligingsplan van die havenfaciliteit. 2 Bij de beslissing op de aanvraag wordt de meest recente veiligheidsbeoordeling van de havenfaciliteit betrokken. 2023 5 11-01-2023 05-10-2022 36077 2023 420 22-11-2023 07-11-2023 01-01-2024
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6, eerste lid Als bewijs van instemming, bedoeld in, geeft de burgemeester een havenbeveiligingscertificaat af. 2 Een havenbeveiligingscertificaat is ten hoogste vijf jaar geldig. 3 Van elk door hem afgegeven havenbeveiligingscertificaat doet de burgemeester onverwijld schriftelijk mededeling aan Onze Minister. 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 21-08-2004 De datum van inwerkingtreding is ingevolge artikel 12, tweede lid
van de Tijdelijke referendumwet van rechtswege opgeschort tot 21-08-2004.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 6 7, derde lid Deen, zijn mede van toepassing op aanvragen die betrekking hebben op een wijziging van de inhoud van een veiligheidsbeoordeling, onderscheidenlijk van de inhoud van een beveiligingsplan van een havenfaciliteit. 2 artikel 7, eerste lid Ingeval met de wijziging van een beveiligingsplan wordt ingestemd en het certificaat, afgegeven ingevolge, nog geldig is, wordt de instemming verleend voor de resterende looptijd van het certificaat en als bewijs hiervan een aanhangsel bij dat certificaat afgegeven. 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 21-08-2004 De datum van inwerkingtreding is ingevolge artikel 12, tweede lid
van de Tijdelijke referendumwet van rechtswege opgeschort tot 21-08-2004.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De burgemeester trekt een door hem gegeven instemming en het bijbehorende havenbeveiligingscertificaat in, indien hem is gebleken dat de beheerder van de havenfaciliteit bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit op diens aanvraag zou hebben geleid. 2 De burgemeester kan een door hem gegeven instemming en het bijbehorende havenbeveiligingscertificaat intrekken, indien de beheerder van de havenfaciliteit heeft gehandeld in strijd met het beveiligingsplan of heeft nagelaten te handelen in overeenstemming met dit plan. 3 Artikel 7, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 21-08-2004 De datum van inwerkingtreding is ingevolge artikel 12, tweede lid
van de Tijdelijke referendumwet van rechtswege opgeschort tot 21-08-2004.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De burgemeester kan de beheerder van een havenfaciliteit ontheffing verlenen van de eis om in het bezit te zijn van een beveiligingsplan waarmee hij heeft ingestemd, mits de beheerder beschikt over een gelijkwaardige beveiligingsregeling, waarmee de burgemeester heeft ingestemd. 2 Goederen worden alleen overgeslagen van een schip in een ankerplaats of een redegebied, gelegen binnen het gebied van een gemeente, indien de burgemeester heeft ingestemd met een gelijkwaardige beveiligingsregeling. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het aan of van boord doen gaan van passagiers. 4 Onder een gelijkwaardige beveiligingsregeling wordt in dit artikel verstaan een gelijkwaardige regeling als bedoeld in voorschrift 12, tweede lid, van Bijlage I van de Verordening. 5 Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing ingeval de overslag van goederen, onderscheidenlijk het overbrengen van passagiers plaatsvindt tussen twee schepen die elk een schip zijn als bedoeld in artikel 3 van de Verordening. 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 21-08-2004 De datum van inwerkingtreding is ingevolge artikel 12, tweede lid
van de Tijdelijke referendumwet van rechtswege opgeschort tot 21-08-2004.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 10 Het is de beheerder van een havenfaciliteit niet toegestaan een activiteit als bedoeld in artikel 2, twaalfde lid, van de Verordening in zijn havenfaciliteit te verrichten of toe te laten dat deze wordt verricht, indien de beheerder niet in het bezit is van een geldig havenbeveiligingscertificaat of een ontheffing als bedoeld in. 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 21-08-2004 De datum van inwerkingtreding is ingevolge artikel 12, tweede lid
van de Tijdelijke referendumwet van rechtswege opgeschort tot 21-08-2004.
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 Een autoriteit voor havenveiligheid voert ten minste elke vijf jaar een havenveiligheidsbeoordeling uit voor de desbetreffende haven en het desbetreffende havengerelateerde gebied. 2 Indien een haven of een havengerelateerd gebied zich over meerdere gemeenten uitstrekt, kunnen de autoriteiten voor havenveiligheid gezamenlijk een havenveiligheidsbeoordeling voor de desbetreffende havens en havengerelateerde gebieden uitvoeren. 3 Een havenveiligheidsbeoordeling wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 6, eerste en tweede lid, van de richtlijn. 4 artikel 4e Een autoriteit voor havenveiligheid kan het uitvoeren van een havenveiligheidsbeoordeling opdragen aan een op grond vanaangewezen veiligheidsorganisatie. 5 Een autoriteit voor havenveiligheid of een veiligheidsorganisatie waaraan het uitvoeren van een havenveiligheidsbeoordeling is opgedragen, is ten behoeve van een havenveiligheidsbeoordeling bevoegd aan een ieder die in de desbetreffende haven zeggenschap heeft over een werk of een voorziening ten behoeve van het commercieel vervoer over zee, of die zeggenschap heeft over havengerelateerd gebied, met betrekking tot dat werk, die voorziening of dat havengerelateerd gebied de inlichtingen te vragen die betrekking hebben op de in Bijlage I van de richtlijn bedoelde elementen van een havenveiligheidsbeoordeling, voor zover die van belang zijn voor de veiligheid van de werken en voorzieningen ten behoeve van het commercieel vervoer over zee. 6 Een ieder aan wie op grond van het vijfde lid inlichtingen worden gevraagd, is verplicht die inlichtingen te verstrekken. 7 Het resultaat van een havenveiligheidsbeoordeling behoeft de instemming van Onze Minister. 8 Na de instemming, bedoeld in het zevende lid, wordt de havenveiligheidsbeoordeling ter kennisgeving gezonden aan het bestuur van de veiligheidsregio. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 11b — Artikel 11b#
Artikel 11b 1 Een autoriteit voor havenveiligheid stelt voor de desbetreffende haven en voor het desbetreffende havengerelateerde gebied een havenveiligheidsplan op, indien de uitkomsten van een havenveiligheidsbeoordeling daar naar het oordeel van de autoriteit voor havenveiligheid aanleiding toe geven. 2 Indien een haven of een havengerelateerd gebied zich over meerdere gemeenten uitstrekt, kunnen de autoriteiten voor havenveiligheid gezamenlijk een havenveiligheidsplan voor de desbetreffende haven en het havengerelateerde gebied opstellen. 3 Een havenveiligheidsplan wordt opgesteld met inachtneming van artikel 7, eerste, tweede en derde lid, van de richtlijn. 4 artikel 4e Een autoriteit voor havenveiligheid kan het opstellen van een havenveiligheidsplan opdragen aan een overeenkomstigaangewezen veiligheidsorganisatie. 5 artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s Het bestuur van de veiligheidsregio wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven over een ontwerp van het havenveiligheidsplan of een wijziging van dat plan, voor zover dat van belang is in verband met het crisisplan, bedoeld in. 6 Een havenveiligheidsplan of een wijziging daarvan behoeft de goedkeuring van Onze Minister. 7 Een autoriteit voor havenveiligheid draagt er zorg voor dat de in een havenveiligheidsplan opgenomen veiligheidsmaatregelen in de desbetreffende haven en in het desbetreffende havengerelateerde gebied worden uitgevoerd en dat er ten minste eenmaal per kalenderjaar, met tussenpozen van niet meer dan 18 maanden, oefeningen worden gehouden als bedoeld in artikel 7, zevende lid, van de richtlijn. 8 artikel 11a, vijfde lid Een ieder met zeggenschap als bedoeld in, voert de in een havenveiligheidsplan opgenomen maatregelen uit die op een werk, voorziening of havengerelateerd gebied als bedoeld in dat lid, betrekking hebben, op de wijze en binnen de periode als in het havenveiligheidsplan is aangegeven. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Wanneer de veiligheidsniveaus 2 of 3 niet van toepassing zijn, geldt veiligheidsniveau 1. 2 Wijziging van het veiligheidsniveau geschiedt door Onze Minister van Justitie na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is niet vereist indien de spoed, gelet op een acute dreiging, zich daartegen verzet. 3 artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s Een autoriteit voor havenveiligheid, dan wel wanneer een wijziging van het veiligheidsniveau en een situatie als bedoeld insamenvallen, de voorzitter van de veiligheidsregio, kan in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, een gedeelte van de desbetreffende haven of het desbetreffende havengerelateerde gebied aanwijzen, waar de bij het desbetreffende veiligheidsniveau behorende veiligheidsmaatregelen niet hoeven te worden toegepast. 4 artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s Een autoriteit voor havenveiligheid, dan wel wanneer er sprake is van een situatie als bedoeld in, de voorzitter van de veiligheidsregio, kan, indien dit gezien de omstandigheden of blijkens hem ter kennis gekomen feiten noodzakelijk is, bepalen dat in de desbetreffende haven of in het desbetreffende havengerelateerde gebied, of in een gedeelte daarvan, veiligheidsmaatregelen worden genomen die horen bij een hoger veiligheidsniveau dan het veiligheidsniveau dat op dat moment van toepassing is. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van voorschrift 10, derde lid, van Bijlage I van de Verordening. 2 Bij regeling van Onze Minister kunnen, voorzover nodig voor een goede toepassing van de Verordening, nadere regels worden gesteld omtrent de onderwerpen, genoemd in artikel 3, derde lid, van de Verordening, alsmede in de onderdelen 3.2, 5.6, 14.3, 15.3, 15.6, 16.6, 16.7 en 17 van Bijlage II van de Verordening, voorzover deze betrekking hebben op havenfaciliteiten. 2007 179 30-05-2007 11-05-2007 30888 2007 207 12-06-2007 31-05-2007 15-06-2007
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 7 van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus artikel 1, onderdeel c, van die wet Onverminderdzijn personen die bij havenfaciliteiten beveiligingswerkzaamheden verrichten als bedoeld in, in het bezit van een op naam gesteld en geldig certificaat Havenbeveiliger als bewijs dat zij met goed gevolg het examen Havenbeveiliger hebben afgelegd. 2 artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus Bij een aanvraag om toestemming als bedoeld in, voor een persoon als bedoeld in het eerste lid, wordt een afschrift van het certificaat overgelegd. 3 Op aanvraag kan Onze Minister een certificaat erkennen dat is afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie, dan wel een Staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en dat een beroepsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met het certificaat, bedoeld in eerste lid, wordt nagestreefd. 4 Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld betreffende het in het eerste lid bedoelde examen Havenbeveiliger, de geldigheidsduur van het certificaat Havenbeveiliger en de in het derde lid bedoelde erkenning van het certificaat. 5 Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld betreffende de voorwaarden voor registratie van bestaande certificaten en de geldigheidsduur van deze registratie. 2023 5 11-01-2023 05-10-2022 36077 2023 420 22-11-2023 07-11-2023 01-01-2024
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 Bij ministeriële regeling wordt bepaald in welke van de in onderdeel 18.1 van Bijlage III bij de Verordening genoemde onderdelen een veiligheidsbeambte van een havenfaciliteit moet worden opgeleid. 2 Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de wijze waarop wordt aangetoond dat de veiligheidsbeambte van een havenfaciliteit een opleiding met goed gevolg heeft afgerond en voldoet aan de onderdelen, bedoeld in het eerste lid. 2023 5 11-01-2023 05-10-2022 36077 2023 420 22-11-2023 07-11-2023 01-01-2024
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van verdragen of van besluiten van instellingen van de EU alleen of gezamenlijk, regels worden gesteld omtrent: a. de in deze wet geregelde onderwerpen; b. de beveiliging van havens, voorzover het betreft het vergroten van de veiligheid van havens, het uitvoeren van veiligheidsbeoordelingen voor havens, het opstellen van beveiligingsplannen voor havens, het vaststellen van veiligheidsniveaus voor havens, alsmede de opleiding en training van personen die belast zijn met taken in het kader van de veiligheid van havens. 2 Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan de burgemeester. 3 Ten behoeve van de nakoming van de regels, bedoeld in het eerste lid, en het toezicht hierop kunnen persoonsgegevens worden verwerkt. Deze gegevensverwerking heeft tot doel de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten te ondersteunen. Onze Minister of de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen bevoegde autoriteit is verwerkingsverantwoordelijke. 2019 223 24-06-2019 05-06-2019 35121 2019 281 23-08-2019 18-07-2019 21-12-2019
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De verplichtingen ingevolge de Verordening en deze wet zijn met ingang van 1 juli 2005 mede van toepassing op de voor binnenlandse reizen gebruikte passagiersschepen die behoren tot Klasse A als bedoeld in de bij regeling van Onze Minister aangewezen richtlijn inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen. 2 Een wijziging van de in het eerste lid bedoelde richtlijn, gaat voor de toepassing van de verplichtingen ingevolge de Verordening en deze wet op de voor binnenlandse reizen gebruikte passagiersschepen die behoren tot Klasse A als bedoeld in die richtlijn, gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 2010 300 23-07-2010 07-07-2010 31870 2010 300 23-07-2010 07-07-2010 31870 24-07-2010
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a Een autoriteit voor havenveiligheid verstrekt op verzoek van Onze Minister aan hem, binnen de bij dat verzoek aangegeven periode, alle inlichtingen met betrekking tot de uitvoering van het havenveiligheidsplan in de desbetreffende haven of in het desbetreffende havengerelateerde gebied. 2007 179 30-05-2007 11-05-2007 30888 2007 207 12-06-2007 31-05-2007 15-06-2007
Artikel 16b — Artikel 16b#
Artikel 16b Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van voorschrift 9, Bijlage I bij de Verordening, waaronder over de bevoegdheid om op te treden. 2023 5 11-01-2023 05-10-2022 36077 2023 420 22-11-2023 07-11-2023 01-01-2024
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Met het toezicht op de naleving van de Verordening en het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen. 2 artikel 4, eerste lid Met het toezicht op de naleving van de Verordening, voorzover het de bepalingen betreft die zijn genoemd in, en het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn eveneens belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen, voorzover het havenfaciliteiten betreft waarvoor de burgemeester ingevolge deze wet het bevoegd gezag is en voor zover het binnen de haven gelegen overige werken of voorzieningen ten behoeve van het commercieel vervoer over zee of voor zover het havengerelateerd gebied betreft waarvoor hij ingevolge deze wet de autoriteit voor havenveiligheid is. 3 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2007 179 30-05-2007 11-05-2007 30888 2007 207 12-06-2007 31-05-2007 15-06-2007
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 15, eerste lid Onze Minister is, als bevoegd gezag ingevolge deze wet of ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in, bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. 2 De bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang, bedoeld in het eerste lid, komt mede toe aan de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken Voor zover noodzakelijk om te voldoen aan de vereisten van artikel 16, tweede lid, van de richtlijn, wijst Onze Minister, in overeenstemming met, functies als vertrouwensfuncties aan. 2007 179 30-05-2007 11-05-2007 30888 2007 207 12-06-2007 31-05-2007 15-06-2007
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Wijzigt de Scheepvaartverkeerswet. 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 21-08-2004 De datum van inwerkingtreding is ingevolge artikel 12, tweede lid
van de Tijdelijke referendumwet van rechtswege opgeschort tot 21-08-2004.
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a artikel 1, onderdeel b Een wijziging van de richtlijn bedoeld in, gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 2010 300 23-07-2010 07-07-2010 31870 2010 300 23-07-2010 07-07-2010 31870 24-07-2010
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 11 * Op grond van artikel 12, tweede lid, van de Tijdelijke referendumwet is de inwerkingtreding van deze wet opgeschort. Deze wet treedt in werking met ingang van 21 augustus 2004. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat indien de datum van uitgifte op 29 juni 2004 of een eerder tijdstip is gelegen,met ingang van 1 juli 2004 in werking treedt. 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 341 15-07-2004 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 21-08-2004 De datum van inwerkingtreding is ingevolge artikel 12, tweede lid
van de Tijdelijke referendumwet van rechtswege opgeschort tot 21-08-2004.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Deze wet wordt aangehaald als: Havenbeveiligingswet. 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 2004 341 15-07-2004 06-07-2004 29468 21-08-2004 De datum van inwerkingtreding is ingevolge artikel 12, tweede lid
van de Tijdelijke referendumwet van rechtswege opgeschort tot 21-08-2004.