Wet van 20 november 2003, houdende vaststelling van een wet op het Centraal bureau voor de statistiek (Wet op het Centraal bureau voor de statistiek)
- BWB-id
- BWBR0015926
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-09-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015926
- ELI
- /eli/nl/wet/2004/wet-op-het-centraal-bureau-voor-de-statistiek
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2004/wet-op-het-centraal-bureau-voor-de-statistiek/2025-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015926&g=2025-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015926&z=2026-06-06&g=2025-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015926/2025-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2004/wet-op-het-centraal-bureau-voor-de-statistiek
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat; b. CBS: het Centraal bureau voor de statistiek; c. directeur-generaal: de directeur-generaal van de statistiek; d. CBS-organisatie: de directeur-generaal en de bij of voor het CBS werkzame personen; e. Europese statistieken: statistieken ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een Centraal bureau voor de statistiek. 2 Het CBS bezit rechtspersoonlijkheid. 3 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Deis van toepassing. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 Het CBS bestaat uit één lid, de directeur-generaal, met de titel van directeur-generaal van de statistiek. 2 De directeur-generaal wordt benoemd voor een periode van ten hoogste zeven jaren en kan eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaren. 3 Bij het openvallen van de functie van directeur-generaal doet de raad van advies een aanbeveling voor de vervulling van deze functie aan Onze Minister. 4 Schorsing en ontslag van de directeur-generaal vindt niet plaats dan nadat de raad van advies is gehoord. 5 Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van de plaatsvervanging van de directeur-generaal. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b 1 De directeur-generaal stelt een bestuursreglement vast. 2 Het bestuursreglement bevat ten minste een regeling van: a. de structuur van de CBS-organisatie; b. de samenstelling en werkwijze van de leidinggevenden van de onderdelen van de CBS-organisatie en hun onderlinge taakverdeling op hoofdlijnen. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het CBS heeft tot taak het van overheidswege verrichten van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap en het openbaar maken van de op grond van zodanig onderzoek samengestelde statistieken. 2 Het CBS bevordert: a. een statistische informatievoorziening van overheidswege die voorziet in de behoeften van praktijk, beleid en wetenschap; b. de nauwkeurigheid en volledigheid van de van overheidswege openbaar te maken statistieken. 3 Door Onze Minister of één van Onze andere Ministers wordt slechts een nieuw statistisch onderzoek ingesteld of in een onderzoek dat reeds plaatsvindt wijziging gebracht, nadat de directeur-generaal is gehoord. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het CBS is op nationaal niveau belast met de productie van Europese statistieken. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het CBS kan in incidentele gevallen statistische werkzaamheden voor derden verrichten. Deze werkzaamheden mogen niet leiden tot mededinging met private aanbieders van vergelijkbare diensten die uit een oogpunt van goede marktwerking ongewenst is. 2 Onze Minister kan nadere regels stellen over de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De directeur-generaal stelt ten minste eenmaal in de vijf jaren een meerjarenprogramma vast, waarin op hoofdlijnen wordt vastgelegd welke werkzaamheden het CBS zal uitvoeren in de komende jaren. 2 Het meerjarenprogramma bevat voorts een beschrijving van de op middellange en lange termijn te realiseren doelstellingen, de hoofdlijnen van het daarop te richten beleid en de financiële en organisatorische voorwaarden die daartoe vervuld moeten worden. 3 De directeur-generaal zendt het meerjarenprogramma ten minste 14 maanden voorafgaand aan het begin van de periode waarop het meerjarenprogramma betrekking heeft, ter goedkeuring aan Onze Minister. 4 artikel 17, eerste lid Onze Minister geeft binnen acht weken na bepaling van het standpunt bedoeld in, een beschikking omtrent de goedkeuring van het meerjarenprogramma. 5 artikel 17, eerste lid De goedkeuring wordt uitsluitend onthouden aan het meerjarenprogramma indien dat naar het oordeel van Onze Minister niet past binnen de financiële en organisatorische voorwaarden die zijn opgenomen in het naar aanleiding van dat meerjarenprogramma bepaalde standpunt, bedoeld in. 6 De directeur-generaal maakt het meerjarenprogramma, na goedkeuring door Onze Minister, openbaar. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De directeur-generaal stelt jaarlijks een werkprogramma voor het daaropvolgende jaar vast. Hij kan het werkprogramma tussentijds wijzigen. 2 In het werkprogramma wordt vastgelegd welke werkzaamheden het CBS in een bepaald jaar zal uitvoeren, voor zover de beschikbare middelen dat toelaten. 3 Het werkprogramma bevat een beschrijving van het belang van een statistiek voor praktijk, beleid en wetenschap, de vraag of een statistiek noodzakelijk is op grond van Europese of andere regelgeving, een verantwoording omtrent de belangrijkste niet-gehonoreerde verzoeken om statistieken en een paragraaf met de kosten en opbrengsten van de statistieken. 4 De directeur-generaal zendt het werkprogramma uiterlijk op 1 december vóór het begin van het kalenderjaar waarop het werkprogramma betrekking heeft, ter goedkeuring aan Onze Minister. 5 Onze Minister geeft een beschikking omtrent: a. de goedkeuring van het werkprogramma uiterlijk 15 januari in het kalenderjaar waar het werkprogramma betrekking op heeft; b. de goedkeuring van een wijziging van het werkprogramma binnen zes weken na ontvangst van een voorstel tot wijziging van het werkprogramma. 6 artikel 17, eerste lid De goedkeuring wordt uitsluitend onthouden aan het werkprogramma of een wijziging ervan indien dat werkprogramma of die wijziging naar het oordeel van Onze Minister niet past binnen de financiële en organisatorische voorwaarden die zijn opgenomen in het desbetreffende standpunt, bedoeld in het. 7 De directeur-generaal maakt het werkprogramma en wijzigingen daarvan, na goedkeuring door Onze Minister, openbaar. 2025 200 23-07-2025 11-06-2025 36588 2025 208 20-08-2025 15-08-2025 01-09-2025
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Onze Minister bepaalt, in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers en binnen zes maanden na ontvangst van het meerjarenprogramma, zijn standpunt over de ter verwezenlijking van het meerjarenprogramma te vervullen financiële en organisatorische voorwaarden. 2 Onze Minister zendt het standpunt aan de directeur-generaal en de beide kamers der Staten-Generaal. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De directeur-generaal bepaalt de methoden waarmee de in de werk- en meerjarenprogramma's opgenomen onderzoeken worden uitgevoerd en de wijze waarop de resultaten van die onderzoeken worden openbaar gemaakt. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Er is een raad van advies, waarvan de leden worden benoemd, geschorst en ontslagen door Onze Minister. 2 De raad van advies heeft onder andere tot taak de directeur-generaal desgevraagd of uit eigen beweging te adviseren over de uitvoering van de taken en bevoegdheden van de directeur-generaal. 3 artikel 2b Het bestuursreglement, bedoeld in, regelt in elk geval de samenstelling van de raad van advies, de benoemingsduur van de leden, de werkwijze van de raad en de onderwerpen waarover de raad adviseert, waartoe in ieder geval behoren: a. artikel 14 artikel 15 het meerjarenprogramma, bedoeld in, en het werkprogramma, bedoeld in; b. de wijze waarop de nauwkeurigheid en de volledigheid van de van overheidswege openbaar te maken statistieken kunnen worden bevorderd zodat deze voorzien in de behoeften van praktijk, beleid en wetenschap; c. de bedrijfsvoering van het CBS en een efficiënte besteding van middelen. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a artikelen 4 38a tot en met 39 41, tweede lid, onderdeel d 52a tot en met 52c Hoofdstuk 5, paragraaf 4 Aanpassingswet vierde tranche Awb Deze wet, met uitzondering van de,,, en, is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met dien verstande dat, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de, in genoemde openbare lichamen van toepassing blijft. 2014 293 25-07-2014 09-07-2014 33927 2014 293 25-07-2014 09-07-2014 33927 26-07-2014
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 De directeur-generaal is bevoegd ten behoeve van statistische doeleinden gebruik te maken van gegevens uit registraties die in verband met de uitvoering van een wettelijke taak worden bijgehouden bij: a. instellingen en diensten van: 1º. het Rijk; 2º. provincies; 3º. gemeenten; 4º. waterschappen; 5º. Wet gemeenschappelijke regelingen openbare lichamen, gevormd ingevolge de; b. artikel 134 van de Grondwet openbare lichamen als bedoeld in; c. zelfstandige bestuursorganen op het niveau van de centrale overheid. 2 De directeur-generaal is voorts bevoegd ten behoeve van statistische doeleinden gebruik te maken van gegevens uit registraties die worden bijgehouden door bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechtspersonen die een bij of krachtens de wet geregelde taak uitoefenen of geheel of gedeeltelijk, direct of indirect, worden bekostigd uit middelen van de Staat of uit de opbrengst van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen. 3 Voor zover de in het eerste en tweede lid bedoelde verwerving niet de benodigde gegevens oplevert, is de directeur-generaal bevoegd ten behoeve van statistische doeleinden bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gegevens op te vragen bij door die maatregel aangewezen categorieën van ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen. 4 De in het eerste lid bedoelde instellingen, diensten, lichamen en zelfstandige bestuursorganen, de in het tweede lid bedoelde rechtspersonen en de in het derde lid bedoelde ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen verstrekken de in die leden bedoelde gegevens kosteloos op verzoek van de directeur-generaal binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn. Daarbij kan geen beroep worden gedaan op geheimhoudingsverplichtingen, tenzij deze verplichtingen gebaseerd zijn op internationale regelgeving. 5 Voor zover de in het derde lid bedoelde gegevens liggen op het terrein van het Nederlandse bankwezen en deze door De Nederlandsche Bank NV uit hoofde van haar taken worden verzameld, geschiedt de verwerving van deze gegevens na overleg met en door tussenkomst van De Nederlandsche Bank NV. Ten aanzien van de overige gegevens op het terrein van het Nederlandse bankwezen geschiedt de verwerving van deze gegevens na overleg met De Nederlandsche Bank NV. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 De directeur-generaal kan het burgerservicenummer opnemen in een registratie en daarvan gebruik maken ten behoeve van statistische doeleinden. De directeur-generaal kan het burgerservicenummer gebruiken in contacten met personen en instanties voor zover deze zelf gemachtigd zijn tot het gebruik van dat nummer in een registratie. 2013 316 26-07-2013 10-07-2013 33555 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie
personen in werking treedt.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 paragraaf 3.1 paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming De directeur-generaal kan ten behoeve van statistische doeleinden bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld inonderscheidenlijkverwerken. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Met inachtneming van een goede vervulling van zijn taak draagt de directeur-generaal er zorg voor dat de verwerving van gegevens op zodanige wijze geschiedt dat de daaruit voortvloeiende administratieve lasten voor ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen die volgens hun statuten tot doel hebben de belangen van de betrokken ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren en instellingen te behartigen, zo laag mogelijk zijn. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 De door de directeur-generaal in het kader van de uitoefening van de taken ter uitvoering van deze wet ontvangen gegevens worden uitsluitend gebruikt voor statistische doeleinden. 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens worden niet verstrekt aan anderen dan degenen die belast zijn met de uitvoering van de taak van het CBS. 3 De in het eerste lid bedoelde gegevens worden slechts zodanig openbaar gemaakt dat daaraan geen herkenbare gegevens over een afzonderlijk persoon, huishouden, onderneming of instelling kunnen worden ontleend, tenzij, ingeval het gegevens met betrekking tot een onderneming of instelling betreft, er een gegronde reden is om aan te nemen dat bij de betrokken onderneming of instelling geen bedenkingen bestaan tegen de openbaarmaking. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 De directeur-generaal draagt op de voet van de ter zake voor de Rijksdienst geldende voorschriften zorg voor de nodige technische en organisatorische voorzieningen ter beveiliging van zijn gegevens tegen verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging en verstrekking van die gegevens. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 38a — Artikel 38a#
Artikel 38a 1 In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. verordening 2019/2152: Verordening (EU) 2019/2152 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende Europese bedrijfsstatistieken en tot intrekking van tien rechtshandelingen op het gebied van bedrijfsstatistieken (PbEU 2019 L 327/1); b. verordening 2020/1197: verordening (EU) 2020/1197 Verordening (EU) 2019/2152 Uitvoeringsvan de Commissie van 30 juli 2020 tot vaststelling van technische specificaties en regelingen overeenkomstigvan het Europees Parlement en de Raad betreffende Europese bedrijfsstatistieken en tot intrekking van tien rechtshandelingen op het gebied van bedrijfsstatistieken (PbEU 2020 L 127/1). 2 artikelen 33, derde tot en met vijfde lid 37, derde lid verordening 2019/2152 verordening 2020/1197 De, en, zijn niet van toepassing op de uitvoering van hoofdstuk V vanen Bijlage V van. 2022 23 20-01-2022 15-12-2021 35889 2022 100 01-03-2022 07-02-2022 02-03-2022
Artikel 38b — Artikel 38b#
Artikel 38b verordening 2020/1197 De rapportage-eenheden, bedoeld in afdeling 7, eerste en tweede lid, van Bijlage V van, die gehouden zijn tot het doen van een opgave op grond van die verordening, verstrekken de desbetreffende gegevens kosteloos aan het CBS. 2022 23 20-01-2022 15-12-2021 35889 2022 100 01-03-2022 07-02-2022 02-03-2022
Artikel 38c — Artikel 38c#
Artikel 38c 1 Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld: a. verordening 2019/2152 op welke wijze de gegevens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van, moeten worden opgegeven; b. verordening 2020/1197 welke vereenvoudigingsmethoden als bedoeld in afdeling 31 van Bijlage V vanvan toepassing zijn en de wijze waarop die worden toegepast; c. verordening 2020/1197 al hetgeen verder nodig is ter voldoening aan de opberustende voorschriften. 2 De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde vereenvoudigingsmethoden worden per kalenderjaar vastgesteld. 2022 23 20-01-2022 15-12-2021 35889 2022 100 01-03-2022 07-02-2022 02-03-2022
Artikel 38d — Artikel 38d#
Artikel 38d verordening 2019/2152 Het in artikel 17, vierde lid, vanbedoelde verslag wordt opgesteld door het CBS. 2022 23 20-01-2022 15-12-2021 35889 2022 100 01-03-2022 07-02-2022 02-03-2022
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 37 In afwijking vanverstrekt de directeur-generaal gegevens aan Eurostat, nationale statistische instanties van de lidstaten van de Europese Unie of leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken, voor zover deze verstrekking noodzakelijk is ingevolge een besluit van de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement. 2 Bij elke andere verstrekking aan Eurostat, nationale statistische instanties van de lidstaten van de Europese Unie of leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken vergewist de directeur-generaal zich ervan dat alle administratieve, technische en organisatorische maatregelen zijn genomen die voor de fysieke en logistieke bescherming van vertrouwelijke gegevens en voor het voorkomen van enige onwettige openbaarmaking en gebruik voor niet-statistische doeleinden bij de verspreiding van Europese en nationale statistieken nodig zijn. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 37 Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 In afwijking vankan de directeur-generaal, uitsluitend ten behoeve van statistische doeleinden in het kader van de uitvoering van de, gegevens verstrekken aan De Nederlandsche Bank NV. 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens worden aangewezen in een door Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, vast te stellen regeling. 3 Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 De op grond van het eerste lid verstrekte gegevens worden door De Nederlandsche Bank NV uitsluitend gebruikt voor werkzaamheden in het kader van de. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 37 In afwijking vankan de directeur-generaal op verzoek, ten behoeve van statistisch of wetenschappelijk onderzoek, een verzameling van gegevens met betrekking tot het gebruik waarvan passende maatregelen zijn genomen om herkenning van afzonderlijke personen, huishoudens, ondernemingen of instellingen te voorkomen, verstrekken aan een dienst, organisatie of instelling als bedoeld in het tweede lid, dan wel daartoe toegang verlenen. 2 Een verzameling van gegevens als bedoeld in het eerste lid kan worden verstrekt, dan wel daartoe kan toegang worden verleend aan: a. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een universiteit in de zin van de; b. een bij wet ingestelde organisatie of instelling voor wetenschappelijk onderzoek; c. bij of krachtens de wet ingestelde planbureaus; d. de communautaire en nationale instanties voor de statistiek van de lidstaten van de Europese Unie; e. onderzoeksafdelingen van ministeries en andere diensten, organisaties en instellingen. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 artikel 41 De directeur-generaal willigt een verzoek als bedoeld inslechts in, indien de verzoeker naar het oordeel van de directeur-generaal voldoende maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat de verzameling van gegevens voor andere doeleinden dan statistisch of wetenschappelijk onderzoek wordt gebruikt. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 42a — Artikel 42a#
Artikel 42a 1 artikel 37 artikel 12a van de Wet op de lijkbezorging In afwijking vankan de directeur-generaal op verzoek, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek op het terrein van de volksgezondheid, gegevens verstrekken die het CBS ten behoeve van statistisch onderzoek op grond vanheeft verzameld, van personen die in een wetenschappelijk onderzoek waren betrokken. 2 De directeur-generaal willigt een verzoek als bedoeld in het eerste lid slechts in, indien de betrokkene tot een zodanige verstrekking zijn uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven dan wel, indien de betrokkene tot een zodanige verstrekking geen uitdrukkelijke toestemming heeft kunnen geven, voor zover verzoeker voldoende aantoont dat: a. het vragen van toestemming bij leven van de betrokkene in redelijkheid niet mogelijk was of kon worden gevergd; b. niet gebleken is dat de betrokkene bij leven bezwaar heeft gemaakt tegen het verwerken van diens persoonsgegevens ten behoeve van wetenschappelijke onderzoek; c. het onderzoek een algemeen belang dient; d. het onderzoek niet zonder de desbetreffende gegevens kan worden uitgevoerd; e. het onderzoek overigens voldoet aan daaraan redelijkerwijs te stellen eisen. 3 De directeur-generaal kan nadere voorwaarden verbinden aan een verstrekking krachtens het eerste lid. 4 artikelen 41, tweede lid 42 De, enzijn van overeenkomstige toepassing. 5 Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nadere regels met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 33, tweede lid artikel 33, derde lid De directeur-generaal kan een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 5 000 aan de in, bedoelde rechtspersonen en de in, bedoelde ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen die de in die leden bedoelde gegevens niet, niet tijdig of niet volledig verstrekken. 2 artikel 38b De directeur-generaal kan een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 5 000 aan degene die niet, niet tijdig of niet volledig een opgave als bedoeld indoet. 3 Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid tot oplegging van een bestuurlijke boete. 2012 19 26-01-2012 22-12-2011 32871 2012 31 07-02-2012 25-01-2012 08-02-2012
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 De werking van de beschikking tot oplegging van een bestuurlijke boete wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken, of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 artikel 33, derde lid artikel 38b De directeur-generaal kan in plaats van een bestuurlijke boete aan de in, bedoelde ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen die de in dat artikellid bedoelde gegevens niet, niet tijdig of niet volledig verstrekken of aan degene die niet, niet tijdig of niet volledig een opgave als bedoeld indoet, een last onder dwangsom opleggen. Een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom kunnen tevens gezamenlijk worden opgelegd. 2004 695 28-12-2004 15-12-2004 29726 2004 695 28-12-2004 15-12-2004 29726 01-01-2005
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 Aan een last onder dwangsom kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de directeur-generaal. 2 Een last geldt voor een door de directeur-generaal te bepalen termijn van ten hoogste twee jaren. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 52a — Artikel 52a#
Artikel 52a Het CBS verleent op verzoek van de Europese Commissie bijstand bij een inspectie op grond van artikel 5, vierde lid, van Gedelegeerd besluit 2012/678/EU van de Commissie van 29 juni 2012 betreffende onderzoeken en boeten in verband met de manipulatie van statistieken als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied (Pb EU 2012, L 306). 2014 293 25-07-2014 09-07-2014 33927 2014 293 25-07-2014 09-07-2014 33927 26-07-2014
Artikel 52b — Artikel 52b#
Artikel 52b 1 artikel 52a De directeur-generaal wijst, in geval van een verzoek om bijstand als bedoeld in, bij besluit de ambtenaren aan die zijn belast met het verlenen van deze bijstand. 2 De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, hebben de bevoegdheden, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van Gedelegeerd besluit 2012/678/EU van de Commissie van 29 juni 2012 betreffende onderzoeken en boeten in verband met de manipulatie van statistieken als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied (Pb EU 2012, L 306). 2014 293 25-07-2014 09-07-2014 33927 2014 293 25-07-2014 09-07-2014 33927 26-07-2014
Artikel 52c — Artikel 52c#
Artikel 52c artikel 52a artikel 37 Op gegevens die verkregen zijn bij het verlenen van bijstand als bedoeld inisniet van toepassing, met dien verstande dat deze gegevens alleen aan de Europese Commissie verstrekt worden. 2014 293 25-07-2014 09-07-2014 33927 2014 293 25-07-2014 09-07-2014 33927 26-07-2014
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 artikel 36 Het jaarverslag van de directeur-generaal verschaft tevens inzicht in de administratieve lasten in dat jaar voor ondernemingen en instellingen als gevolg van de verwerving van gegevens door de directeur-generaal, in de voorzieningen die de directeur-generaal heeft getroffen ingevolgeen in de mate van terugdringing van de administratieve lasten. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 artikel 53 Onze Minister kan nadere regels stellen over de inrichting van het jaarverslag, bedoeld in. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 artikel 18, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderd, maakt de directeur-generaal het jaarverslag openbaar. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 56a — Artikel 56a#
Artikel 56a Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 artikel 20, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de gegevensuitwisseling, bedoeld in. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderdbevat het daarbedoelde verslag een evaluatie van de onafhankelijkheid van het functioneren van het CBS. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 De kosten voor de uitoefening van de taken ter uitvoering van deze wet komen ten laste van de rijksbegroting, met uitzondering van de kosten voor de uitvoering van de statistische werkzaamheden voor derden. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Onze Minister kan nadere regels stellen over de inrichting van de begroting. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 De directeur-generaal zendt de begroting jaarlijks aan Onze Minister op uiterlijk 1 december voor het begin van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft. 2025 200 23-07-2025 11-06-2025 36588 2025 208 20-08-2025 15-08-2025 01-09-2025
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 artikel 29, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderdkan de goedkeuring worden onthouden indien Onze Minister bezwaar heeft tegen de hoogte van het voorgestelde bedrag dat in de rijksbegroting zal worden opgenomen. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 De directeur-generaal houdt de financiële middelen van het CBS aan in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën. 2 De directeur-generaal kan voor de uitoefening van de taken ter uitvoering van deze wet beschikken over de financiële middelen die hij in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën aanhoudt. 3 Onze Minister van Financiën stelt in overeenstemming met Onze Minister, na overleg met de directeur-generaal, regels omtrent de rente die over de saldi van de in dit artikel bedoelde rekening-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt gebracht. 4 Onze Minister van Financiën brengt voor het beheer van de in dit artikel bedoelde rekening-courant geen kosten in rekening. 5 De directeur-generaal kan met de goedkeuring en onder garantie van Onze Minister ten behoeve van de financiering van investeringen, leningen bij Onze Minister van Financiën verkrijgen, indien de investeringen benodigd zijn voor de uitoefening van de taken ter uitvoering van deze wet. 6 Onze Minister van Financiën kan in overeenstemming met Onze Minister nadere regels stellen omtrent het eerste lid. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 artikel 32 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen De directeur-generaal behoeft voorafgaande instemming van Onze Minister voor de handelingen, bedoeld in. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 De directeur-generaal zendt de jaarrekening jaarlijks vóór 1 april aan Onze Minister. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Onze Minister kan nadere regels stellen over de inrichting van de jaarrekening en aandachtspunten voor de accountantscontrole. 2016 262 08-07-2016 22-06-2016 34248 2016 339 26-09-2016 12-09-2016 01-01-2017
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Wijzigt de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 74a — Artikel 74a#
Artikel 74a Wijzigt de Handelsregisterwet 1996. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 wet van 28 december 1936, houdende maatregelen tot het verkrijgen van juiste economische statistieken De(Stb. 639DD), wordt ingetrokken. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Wet verstrekking gegevens CBS voor statistische doeleinden Dewordt ingetrokken. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Wet op het Centraal bureau en de Centrale commissie voor de statistiek Dewordt ingetrokken. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 Met ingang van het tijdstip van verzelfstandiging van het CBS zijn de personeelsleden van het onder Onze Minister ressorterende CBS van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar in dienst van het verzelfstandigde CBS. 2 De overgang van de in het eerste lid bedoelde personeelsleden vindt plaats met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij het onder Onze Minister ressorterende dienstonderdeel. 3 De personen die op het tijdstip van verzelfstandiging van het CBS krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht behoren tot het personeel van het onder Onze Minister ressorterende CBS, zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege ontslagen en aangesteld in dienst van het verzelfstandigde CBS met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij het onder Onze Minister ressorterende dienstonderdeel. 4 artikel 7, eerste lid De door Onze Minister vastgestelde rechtspositieregels die op het tijdstip van verzelfstandiging van het CBS gelden voor het personeel van het onder Onze Minister ressorterende CBS blijven met ingang van dat tijdstip van overeenkomstige toepassing op het personeel in dienst van het verzelfstandigde CBS totdat daarin op grond van, is voorzien door de directeur-generaal. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 Onze Minister bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën welke vermogensbestanddelen van de Staat die aan het onder Onze Minister ressorterende CBS worden toegerekend, worden toebedeeld aan het verzelfstandigde CBS. 2 De in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen gaan met ingang van het tijdstip van verzelfstandiging van het CBS onder algemene titel over op het verzelfstandigde CBS tegen een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën te bepalen waarde. 3 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Ingeval krachtens het eerste en het tweede lid registergoederen overgaan, zal verandering in de tenaamstelling in de openbare registers, bedoeld inplaatsvinden. De daartoe nodige opgaven worden door de zorg van Onze Minister van Financiën aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Archiefwet 1995 Archiefbescheiden van het onder Onze Minister ressorterende CBS gaan met ingang van het tijdstip van verzelfstandiging van het CBS over naar het verzelfstandigde CBS, voor zover zij niet overeenkomstig dezijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij het onder Onze Minister ressorterende CBS is betrokken, treedt met ingang van het tijdstip van verzelfstandiging van het CBS het verzelfstandigde CBS dan wel de directeur-generaal in de plaats van de Staat dan wel Onze Minister. 2 Wet Nationale ombudsman In zaken waarin voor het tijdstip van verzelfstandiging van het CBS aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan het onder Onze Minister ressorterende CBS, treedt de directeur-generaal op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van dein de plaats van Onze Minister. 2005 71 22-02-2005 03-02-2005 28747 2005 116 08-03-2005 28-02-2005 15-03-2005
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het Centraal bureau voor de statistiek. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004