Wet van 24 juni 2004 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met de toepasselijkheid van de Wet arbeid en zorg ten aanzien van rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding
- BWB-id
- BWBR0016909
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2004-09-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016909
- ELI
- /eli/nl/wet/2004/wijzigingswet-wet-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren-toep
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2004/wijzigingswet-wet-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren-toep/2004-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016909&g=2004-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016909&z=2026-06-06&g=2004-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016909/2004-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2004/wijzigingswet-wet-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren-toep
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. 2004 287 30-06-2004 24-06-2004 29409 2004 287 30-06-2004 24-06-2004 29409 01-09-2004 01-02-2001
Artikel II — Artikel II#
Artikel II 1 artikel I, onderdeel G De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind als ouder in familierechtelijke betrekking is komen te staan en die tussen 1 februari 2001 en de datum waarop, in werking treedt ten aanzien van elk van die kinderen ouderschapsverlof heeft opgenomen, heeft tijdens dat verlof recht op doorbetaling van 75% van de bezoldiging. 2 artikel I, onderdeel G artikel I, onderdeel G De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die tussen 1 februari 2001 en de datum van inwerkingtreding van, met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind als ouder in familierechtelijke betrekking is komen te staan en die daarvoor ouderschapsverlof heeft genoten, heeft na inwerkingtreding van, mits aan de voorwaarden daarvoor is voldaan, aanspraak op ouderschapsverlof ten aanzien van het kind of de kinderen voor wie hij nog geen verlof heeft genoten. 3 Indien een kind, voor wie nog geen verlof is genoten als bedoeld in het tweede lid op een tijdstip gelegen tussen 1 februari 2001 en 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van dit artikel, de leeftijd van acht jaar heeft bereikt dan wel zal bereiken, bestaat gedurende twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van dit artikel aanspraak op ouderschapsverlof ten aanzien van dat kind. 2004 287 30-06-2004 24-06-2004 29409 2004 287 30-06-2004 24-06-2004 29409 01-09-2004
Artikel III — Artikel III#
Artikel III 1 artikel I, onderdeel H De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die met het oog op adoptie met ingang van hetzelfde tijdstip de verzorging en opvoeding van meer dan één kind op zich heeft genomen en die tussen 1 december 2001 en de datum waarop, in werking treedt ten aanzien van elk van die kinderen verlof heeft opgenomen, heeft tijdens dat verlof recht op doorbetaling van 75% van de bezoldiging. 2 artikel I, onderdeel H artikel I, onderdeel H De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die tussen 1 december 2001 en de datum van inwerkingtreding van, met het oog op adoptie met ingang van hetzelfde tijdstip de verzorging en opvoeding van meer dan één kind op zich heeft genomen en die daarvoor ouderschapsverlof heeft genoten, heeft na inwerkingtreding van, mits aan de voorwaarden daarvoor is voldaan, aanspraak op ouderschapsverlof ten aanzien van het kind of de kinderen voor wie hij nog geen verlof heeft genoten. 3 Indien een kind voor wie nog geen verlof is genoten als bedoeld in het tweede lid op een tijdstip gelegen tussen 1 december 2001 en 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van dit artikel de leeftijd van acht jaar heeft bereikt dan wel zal bereiken, bestaat gedurende twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van dit artikel aanspraak op ouderschapsverlof ten aanzien van dat kind. 2004 287 30-06-2004 24-06-2004 29409 2004 287 30-06-2004 24-06-2004 29409 01-09-2004
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt als volgt terug: a. artikel I, onderdeel A wat, betreft: tot en met 1 april 2002; b. artikel I, onderdelen B, D, E, F, H en J wat, betreft: tot en met 1 december 2001; c. artikel I, onderdelen G en I wat, betreft: tot en met 1 februari 2001. 2004 287 30-06-2004 24-06-2004 29409 2004 287 30-06-2004 24-06-2004 29409 01-09-2004