Wet van 16 december 2004, houdende regels betreffende de financiering van de sociale verzekeringen (Wet financiering sociale verzekeringen)
- BWB-id
- BWBR0017745
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0017745
- ELI
- /eli/nl/wet/2005/wet-financiering-sociale-verzekeringen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2005/wet-financiering-sociale-verzekeringen/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0017745&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0017745&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0017745/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2005/wet-financiering-sociale-verzekeringen
Artikel 1 — Artikel 1 Algemene begrippen#
Artikel 1 Algemene begrippen In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; c. hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in; d. artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in; e. Wet marktordening gezondheidszorg zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de; f. artikel 82, eerste lid Ouderdomsfonds: het Ouderdomsfonds, genoemd in; g. artikel 82, tweede lid Nabestaandenfonds: het Nabestaandenfonds, genoemd in; h. vervallen; i. artikel 89 Fonds langdurige zorg: het Fonds langdurige zorg, genoemd in; j. artikel 93 Algemeen Werkloosheidsfonds: het Algemeen Werkloosheidsfonds, genoemd in; k. vervallen; l. artikel 106 Uitvoeringsfonds voor de overheid: het Uitvoeringsfonds voor de overheid, genoemd in; m. artikel 112 Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Arbeidsongeschiktheidsfonds, genoemd in; n. vervallen; o. Werkloosheidswet Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering werknemer: de werknemer in de zin van de, de, deof de; p. artikel 1, onderdeel j, van de Werkloosheidswet overheidswerknemer: de werknemer bedoeld in; q. Werkloosheidswet Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering werkgever: de werkgever in de zin van de, de, deof de; r. artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet overheidswerkgever: de werkgever, bedoeld in; s. artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in; sa. vervallen; t. inspecteur of ontvanger: de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij regeling van Onze Minister van Financiën is aangewezen; u. artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 loontijdvak: het loontijdvak, bedoeld in; v. vervallen; w. artikel 113a Werkhervattingskas: de Werkhervattingskas, genoemd in; x. artikel 54 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen WGA-uitkering: de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in. 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Sociale verzekeringen#
Artikel 2 Sociale verzekeringen In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Algemene Ouderdomswet Algemene nabestaandenwet Wet langdurige zorg volksverzekeringen: de verplichte verzekeringen op grond van de, deen de; b. Algemene Ouderdomswet Algemene nabestaandenwet vrijwillige volksverzekeringen: de vrijwillige verzekeringen op grond van deen de; c. Werkloosheidswet Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering werknemersverzekeringen: de verplichte verzekeringen op grond van de, de, deen de; d. Werkloosheidswet Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering vrijwillige werknemersverzekeringen: de vrijwillige verzekeringen op grond van de, de, deen de. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 3 — Artikel 3 Premieheffing en rijksbijdragen#
Artikel 3 Premieheffing en rijksbijdragen De financiële middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van de fondsen voor de volksverzekeringen worden verkregen door het heffen van premie en door bijdragen van het Rijk. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2016
Artikel 4 — Artikel 4 Algemene begrippen#
Artikel 4 Algemene begrippen afdeling 2 van hoofdstuk 7 Voor de toepassing van dit hoofdstuk enwordt verstaan onder: a. hoofdstuk II van de Algemene Ouderdomswet algemene ouderdomsverzekering: de verzekering, bedoeld in; b. hoofdstuk 2 van de Algemene nabestaandenwet nabestaandenverzekering: de verzekering, bedoeld in; c. hoofdstuk 2 van de Wet langdurige zorg verzekering langdurige zorg: de verzekering, bedoeld in. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 5 — Artikel 5 Uitzondering nominale premie AWBZ#
Artikel 5 Uitzondering nominale premie AWBZ Vervallen 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 6 — Artikel 6 Premieplicht#
Artikel 6 Premieplicht 1 Premieplichtig voor de volksverzekeringen is de verzekerde in de zin van de volksverzekeringen. 2 artikel 26b van de Wet op de loonbelasting 1964 Wet op de loonbelasting 1964 artikel 10, eerste lid Ingevaltoepassing vindt, wordt de in dat artikel bedoelde werknemer geacht premieplichtig te zijn. Ten aanzien van deze werknemer worden de in, bedoelde percentages toegepast op het loon in de zin van de. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 7 — Artikel 7 Maatstaf#
Artikel 7 Maatstaf De maatstaf voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen is het premie-inkomen van de premieplichtige. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 8 — Artikel 8 Premie-inkomen#
Artikel 8 Premie-inkomen 1 hoofdstuk 3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.17, tweede lid, van die wet Voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen bij wege van aanslag wordt onder premie-inkomen verstaan het belastbare inkomen uit werk en woning, bepaald volgens de regels van. De toerekening van de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen van de premieplichtige en zijn partner geschiedt overeenkomstig. In het geval de premieplichtige en zijn partner beiden belastingplichtig zijn, geldt de gemaakte keuze, bedoeld in, zowel voor de heffing van de inkomstenbelasting als voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen. 2 Wet op de loonbelasting 1964 artikel 31, eerste lid, onderdelen d tot en met g, van die wet Voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen bij wijze van inhouding wordt onder premie-inkomen verstaan het belastbare loon in de zin van demet uitzondering van de eindheffingsbestanddelen, bedoeld in. 3 artikel 2.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.10a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Het premie-inkomen wordt tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het als eerste vermelde bedrag in kolom II van de tarieftabel in. In afwijking van de eerste volzin wordt het premie-inkomen van een premieplichtige die is geboren vóór 1 januari 1946 tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het als eerste vermelde bedrag in kolom II van de tarieftabel in. 2018 504 28-12-2018 19-12-2018 35026 2019 510 27-12-2019 18-12-2019 35302 2018 504 28-12-2018 19-12-2018 35026 01-01-2020 2019 510 27-12-2019 18-12-2019 35302
Artikel 9 — Artikel 9 Verschuldigde premie#
Artikel 9 Verschuldigde premie 1 De verschuldigde premie voor de volksverzekeringen is de premie voor de volksverzekeringen verminderd met de voor de premieplichtige toepasselijke heffingskorting voor de volksverzekeringen. 2 artikel 8.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.7, eerste lid, tweede en derde zin, van die wet Indien de premieplichtige ook belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting en de volgens, met inachtneming van, berekende heffingskorting voor de inkomstenbelasting niet volledig kan worden verrekend met de volgens artikel 2.7, eerste lid, eerste zin, van die wet verschuldigde inkomstenbelasting, na toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, wordt het bedrag van de verschuldigde premie voor de volksverzekeringen ook met dat niet verrekende deel verminderd. 2022 543 27-12-2022 21-12-2022 36216 2022 544 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 10 — Artikel 10 Premie#
Artikel 10 Premie 1 artikel 11 De premie voor de volksverzekeringen wordt vastgesteld op de som van de percentages bedoeld invan het premie-inkomen. 2 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Tot de premie, bedoeld in het eerste lid, behoort met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, zal bereiken niet de premie voor de algemene ouderdomsverzekering. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11 Premiepercentage#
Artikel 11 Premiepercentage 1 Het premiepercentage voor de algemene ouderdomsverzekering wordt bij regeling van Onze Minister vastgesteld. Het bedraagt ten hoogste 18,25. 2 Het premiepercentage voor de nabestaandenverzekering wordt bij regeling van Onze Minister vastgesteld. 3 Het premiepercentage voor de verzekering langdurige zorg wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in overeenstemming met Onze Minister. 4 Indien een wijziging van een premiepercentage ingaat op een ander tijdstip dan 1 januari, vindt de vaststelling plaats in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en kunnen daarbij regels worden gesteld omtrent de wijze van berekening van de premie over het gehele kalenderjaar. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12 — Artikel 12 Heffingskorting#
Artikel 12 Heffingskorting 1 De heffingskorting voor de volksverzekeringen is de som van: a. hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 indien betrokkene premieplichtig is voor de algemene ouderdomsverzekering: de op grond vanberekende heffingskorting voor de algemene ouderdomsverzekering; b. hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 indien betrokkene premieplichtig is voor de nabestaandenverzekering: de op grond vanberekende heffingskorting voor de nabestaandenverzekering; c. hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 indien betrokkene premieplichtig is voor de verzekering langdurige zorg: de op grond vanberekende heffingskorting voor de verzekering langdurige zorg. 2 artikel 8.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 21c van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 8.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Indien de premie voor de volksverzekeringen bij wijze van inhouding wordt geheven, worden voor de toepassing van het eerste lid de heffingskortingen, genoemd in, die geen deel uitmaken van de standaardloonheffingskorting, bedoeld in, geacht geen deel uit te maken van de standaardheffingskorting, bedoeld in. 3 De heffingskorting, bedoeld in het eerste lid, geldt ten aanzien van degene die het gehele kalenderjaar premieplichtig is. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de bepaling van de heffingskorting ten aanzien van degene die een gedeelte van het jaar premieplichtig is. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 13 — Artikel 13 Nadere regels#
Artikel 13 Nadere regels Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot deze afdeling. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 14 — Artikel 14 Rijksbijdragen Nabestaandenfonds, Ouderdomsfonds en Fonds langdurige zorg#
Artikel 14 Rijksbijdragen Nabestaandenfonds, Ouderdomsfonds en Fonds langdurige zorg 1 Bij ministeriële regeling kunnen bedragen worden vastgesteld die als rijksbijdrage ten gunste komen van het Ouderdomsfonds. 2 Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan jaarlijks bedragen vaststellen die als rijksbijdrage ten gunste komen van het Fonds langdurige zorg. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 15 — Artikel 15 Rijksbijdrage in kosten heffingskortingen#
Artikel 15 Rijksbijdrage in kosten heffingskortingen Ten gunste van het Ouderdomsfonds, het Nabestaandenfonds en het Fonds langdurige zorg wordt jaarlijks een rijksbijdrage in de kosten van de heffingskortingen voor de volksverzekeringen toegekend. Deze bijdrage wordt door Onze Minister vastgesteld volgens de formule: BIKKt = (BIKKt-1 + A*Kt-1)*Kt/Kt-1 waarbij: BIKKt = de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen ten gunste van het fonds in een bepaald jaar; BIKKt-1 = de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen ten gunste van het fonds in het voorafgaande jaar; artikel 8.1, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 A = het aandeel van de premie ten gunste van het fonds in het gecombineerde heffingspercentage, bedoeld in, in het jaar waarvoor de bijdrage wordt toegekend, verminderd met het aandeel in het daaraan voorafgaande jaar; Kt = de door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, geraamde totale kosten voor de heffingskortingen in het jaar waarvoor de bijdrage wordt toegekend; Kt-1 = de door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, geraamde totale kosten voor de heffingskortingen in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage wordt toegekend. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 16 — Artikel 16 Loon#
Artikel 16 Loon 1 Wet op de loonbelasting 1964 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder loon verstaan het loon en de gage overeenkomstig de. 2 Tot het loon behoren niet: a. Wet op de loonbelasting 1964 artikel 6, vijfde lid, tweede zin, van de Werkloosheidswet Toeslagenwet hetgeen uit een vroegere dienstbetrekking als bedoeld in dewordt genoten met uitzondering van uitkeringen op grond van een werknemersverzekering of wachtgeld als bedoeld inen de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat en met uitzondering van toeslagen op grond van de; b. artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964 eindheffingsbestanddelen als bedoeld in; c. artikelen 63a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 65l van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering een tegemoetkoming als bedoeld in deen. 2014 259 15-07-2014 04-06-2014 33726 2014 259 15-07-2014 04-06-2014 33726 16-07-2014 01-01-2014
Artikel 17 — Artikel 17 Maximum premieloon#
Artikel 17 Maximum premieloon 1 Het loon, waarnaar de premies op grond van dit hoofdstuk worden geheven, wordt bij dezelfde werkgever tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Financiën, met betrekking tot het kalenderjaar vastgestelde bedrag. Voorts bedraagt het dagloon dat aan de uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen of vrijwillige werknemersverzekeringen ten grondslag ligt of wordt gelegd ten hoogste het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, met betrekking tot een loontijdvak van een dag, waarbij het kalenderjaar wordt gesteld op 261 dagen. 2 artikel 16 artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, eerste zin, wordt herleid en vastgesteld voor andere loontijdvakken waarin loon als bedoeld inwordt genoten. Voor de herleiding van het loontijdvak van een jaar naar een ander loontijdvak isvan overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de toepassing voor het dagloon, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin. Het dagloon wordt herleid en vastgesteld voor loontijdvakken waarvoor Onze Minister dit nodig acht. 3 artikel 40, eerste lid, onderdeel a of b De premies die op grond van dit hoofdstuk worden geheven worden per loontijdvak berekend over het verschil tussen het loon dat de werknemer in het kalenderjaar heeft genoten tot en met dat loontijdvak en het loon dat de werknemer in dat kalenderjaar heeft genoten tot en met het aan dat loontijdvak voorafgaande loontijdvak, met dien verstande dat van het bij eenzelfde werkgever genoten loon buiten aanmerking blijft het gedeelte dat meer bedraagt dan het met toepassing van het tweede lid vastgestelde bedrag per loontijdvak, vermenigvuldigd met het aantal loontijdvakken van het kalenderjaar. In afwijking van de eerste zin kunnen de premies die op grond van dit hoofdstuk worden geheven, apart worden berekend over het deel van het bij een werkgever genoten loon, dat betrekking heeft op de betaling van uitkeringen als bedoeld in, door een eigenrisicodrager, indien de betaling wordt gedaan namens of ten behoeve van die werkgever door een derde die in opdracht van hem deze betalingen verricht op grond van zijn taak als eigenrisicodrager. Indien de werkgever in een kalenderjaar kiest voor de in de tweede zin bedoelde berekening wordt deze toegepast vanaf het eerste loontijdvak en vervolgens in alle daaropvolgende loontijdvakken in dat kalenderjaar. 4 Wet op de loonbelasting 1964 Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen regels worden gesteld voor de vaststelling van het voor premieberekening in aanmerking komende loon bij samenloop van loon dat gelijktijdig wordt genoten uit een dienstbetrekking in de zin van deen uit een vroegere dienstbetrekking in de zin van die wet. In de te stellen regels wordt uitgegaan van een totaal loonbedrag in een kalenderjaar, dat niet hoger is dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, waarbij niet meer dan één keer rekening wordt gehouden met dat bedrag en waarbij het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing zijn. 5 hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 artikelen 4:2b, eerste tot en met zesde lid 6:3, eerste tot en met zesde lid, van de Wet arbeid en zorg Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen nadere regels worden gesteld in ieder geval voor de omstandigheid dat bij één of meerdere werkgevers naast loon uit dienstbetrekking ook een uitkering op grond van een werknemersverzekering of op grond van, of de, enwordt ontvangen. 2021 592 07-12-2021 13-10-2021 35613 2021 595 07-12-2021 26-11-2021 02-08-2022
Artikel 18 — Artikel 18 Herziening maximumpremieloon#
Artikel 18 Herziening maximumpremieloon 1 artikel 17, eerste lid artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Het bedrag, bedoeld in, wordt herzien met ingang van de dag waarop en in de mate waarin het bedrag genoemd inwordt herzien. Voor de berekening van het herziene bedrag wordt de mate waarin het minimumloon wordt herzien, uitgedrukt in procenten en afgerond op twee decimalen. Het herziene bedrag wordt afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van € 2,61. Indien het restbedrag € 1,305 bedraagt, geschiedt de afronding naar boven. 2 De dag, bedoeld in het eerste lid, en het overeenkomstig het eerste lid herziene bedrag worden door Onze Minister in de Staatscourant bekend gemaakt. 3 artikel 17, eerste lid Het overeenkomstig het eerste lid herziene bedrag treedt in de plaats van het bedrag, bedoeld in. 4 Zorgverzekeringswet artikel 17, eerste lid, eerste volzin Uitsluitend voor de berekening van het loon waarnaar de premies en de inkomensafhankelijke bijdrage uit deworden geheven, wordt het bedrag, bedoeld in, naar beneden afgerond op hele euro’s. Voor de berekening van het loon waarnaar de premies en de inkomensafhankelijke bijdrage uit de Zorgverzekeringswet worden geheven blijft het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, eerste volzin, zoals dat geldt per 1 januari van een kalenderjaar gedurende dat hele kalenderjaar van kracht. 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2025
Artikel 19 — Artikel 19 Uitzondering maximum premieloon#
Artikel 19 Uitzondering maximum premieloon Artikel 17, eerste en tweede lid artikel 26b, eerste volzin, van de Wet op de loonbelasting 1964 , is niet van toepassing in de gevallen, bedoeld in. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 20 — Artikel 20 Verbod verhaal op werknemer#
Artikel 20 Verbod verhaal op werknemer De werkgever mag de door hem verschuldigde premie niet verhalen op de werknemer. Elk beding waarbij van de eerste zin wordt afgeweken, is nietig. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 21 — Artikel 21 Uitzondering premieplicht AOW-gerechtigden#
Artikel 21 Uitzondering premieplicht AOW-gerechtigden artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Geen premies voor de werknemersverzekeringen zijn verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, zal bereiken. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 21a — Artikel 21a WIA Premieplichttijdens levensloopverlof#
Artikel 21a WIA Premieplichttijdens levensloopverlof Vervallen 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 22 — Artikel 22 Premiewijziging anders dan per 1 januari#
Artikel 22 Premiewijziging anders dan per 1 januari 1 Indien een wijziging van een premiepercentage bij ministeriële regeling op grond van dit hoofdstuk ingaat op een ander tijdstip dan 1 januari, vindt de vaststelling plaats in overeenstemming met Onze Minister van Financiën. 2 Indien een wijziging door het UWV van een premiepercentage op grond van dit hoofdstuk ingaat op een ander tijdstip dan 1 januari, is goedkeuring vereist van Onze Minister en Onze Minister van Financiën. Indien Onze Minister en Onze Minister van Financiën hun goedkeuring onthouden stellen zij het percentage zelf vast. 3 Onze Minister en Onze Minister van Financiën kunnen in een geval als bedoeld in dit artikel regels stellen omtrent de wijze van berekening van de premie over het gehele kalenderjaar. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 23 — Artikel 23 Premieheffing#
Artikel 23 Premieheffing De financiële middelen tot dekking van de uitgaven van het Algemeen Werkloosheidsfonds worden verkregen door het heffen van premie. 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 24 — Artikel 24 Uitzondering overheid#
Artikel 24 Uitzondering overheid 1 Deze afdeling is niet van toepassing op overheidswerkgevers voorzover zij werkgever zijn van overheidswerknemers. 2 Werkloosheidswet Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 artikelen 4:2b, eerste tot en met zesde lid 6:3, eerste tot en met zesde lid, van de Wet arbeid en zorg Toeslagenwet In afwijking van het eerste lid is deze afdeling van toepassing ten aanzien van degenen die uitkering ontvangen op grond van de, de, de, de, of, of de, en, dan wel een toeslag op grond van de, indien zij die uitkering of toeslag uit hoofde van een dienstbetrekking als overheidswerknemer ontvangen. 2021 592 07-12-2021 13-10-2021 35613 2021 595 07-12-2021 26-11-2021 02-08-2022
Artikel 25 — Artikel 25 Premieverschuldigdheid werkgever#
Artikel 25 Premieverschuldigdheid werkgever Werkloosheidswet De premie is verschuldigd door de werkgever in de zin van de. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 26 — Artikel 26 Maatstaf#
Artikel 26 Maatstaf De maatstaf voor de heffing van de premie is het loon. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 27 — Artikel 27 Premiepercentages Algemeen Werkloosheidsfonds#
Artikel 27 Premiepercentages Algemeen Werkloosheidsfonds 1 artikel 23 artikel 628a, negende en tiende lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek De premie, bedoeld in, wordt bij regeling van Onze Minister vastgesteld op een percentage van het loon dat voor categorieën van werknemers naar de aard van hun arbeidsovereenkomst verschilt, waarbij onderscheid wordt gemaakt in een lage premie voor werknemers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet zijnde een oproepovereenkomst als bedoeld in, en een hoge premie voor overige werknemers. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het verschil tussen de hoge en de lage premie en over de gevallen waarin in afwijking van de eerste zin met terugwerkende kracht de hoge premie van toepassing is. Voorts kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere voorwaarden worden gesteld aan de toepassing van de premie en over de wijze waarop de lage premie wordt herzien in de gevallen waarin met terugwerkende kracht de hoge premie van toepassing is. 2 artikel 23 Werkloosheidswet Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 artikelen 4:2b, eerste tot en met zesde lid 6:3, eerste tot en met zesde lid, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:6, eerste lid, van die wet Toeslagenwet De premie, bedoeld in, over een uitkering op grond van de, de, de, de,, of de, enaan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in, en over een toeslag op grond van dewordt vastgesteld op het percentage van de lage premie, bedoeld in het eerste lid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de toepassing van de eerste zin. 3 In afwijking van het eerste lid is het percentage van de lage premie, bedoeld in het eerste lid, van toepassing indien het een werknemer betreft die Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de toepassing van de eerste zin. a. artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 7.2.8 van die wet artikel 7.2.9 van die wet de beroepspraktijkopleiding volgt van de beroepsbegeleidende leerweg van een beroepsopleiding als bedoeld in, op de grondslag van een schriftelijke, in de administratie van de werkgever opgenomen overeenkomst als bedoeld in, gesloten door de partijen, genoemd in; of b. de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt, mits het aantal verloonde uren in het aangiftetijdvak van vier weken niet meer bedraagt dan 48 uur, dan wel in het aangiftetijdvak van een maand niet meer bedraagt dan 52 uur. 4 Werkloosheidswet Het bezwaar of beroep van een werkgever tegen een besluit dat met terugwerkende kracht de hoge premie van toepassing is, als bedoeld in het eerste lid, kan niet zijn gegrond op de grief dat een uitkering op grond van deten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. 2021 592 07-12-2021 13-10-2021 35613 2021 595 07-12-2021 26-11-2021 02-08-2022
Artikel 28 — Artikel 28 Premiepercentage sectorfonds#
Artikel 28 Premiepercentage sectorfonds Vervallen 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 29 — Artikel 29 Premieheffing en verhaal#
Artikel 29 Premieheffing en verhaal artikel 79 van de Werkloosheidswet De financiële middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid worden verkregen door het in rekening brengen van de uitgaven, bedoeld in, bij de overheidswerkgevers en door het heffen van premie. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2016 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 30 — Artikel 30 Premieverschuldigdheid overheidswerkgever#
Artikel 30 Premieverschuldigdheid overheidswerkgever De premie is verschuldigd door de overheidswerkgever. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 31 — Artikel 31 Maatstaf en tarief#
Artikel 31 Maatstaf en tarief De premie wordt bij ministeriële regeling vastgesteld op een percentage van het loon. 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2014
Artikel 32 — Artikel 32 Pseudo-WW-premie#
Artikel 32 Pseudo-WW-premie Vervallen 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 33 — Artikel 33 Premieheffing, quotumheffing en rijksbijdrage#
Artikel 33 Premieheffing, quotumheffing en rijksbijdrage 1 artikel 36 artikel 38h artikel 114, onderdeel f De financiële middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds worden verkregen door het heffen van de gedifferentieerde premie, bedoeld in, de quotumheffing, bedoeld in, en door een bijdrage van het rijk als bedoeld in. 2 artikel 38 De financiële middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van de Werkhervattingskas worden verkregen door het heffen van de inbedoelde gedifferentieerde premie. 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2026
Artikel 34 — Artikel 34 Gedifferentieerde premies en quotumheffing#
Artikel 34 Gedifferentieerde premies en quotumheffing 1 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen De premie is verschuldigd door werkgevers in de zin van deen bestaat uit een gedifferentieerde premie ten behoeve van het Arbeidsongeschiktheidsfonds en een gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas. 2 artikel 20 artikel 38 In afwijking vankan de werkgever de met betrekking tot een werknemer door hem verschuldigde gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas, bedoeld in, verhalen op de werknemer onder bij ministeriële regeling te bepalen voorwaarden tot een bij die regeling nader te bepalen bedrag, dat ten hoogste de helft van de door de werkgever verschuldigde premie kan bedragen. 3 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen De quotumheffing is verschuldigd door werkgevers in de zin van de. 4 artikel 38b, vierde lid Wet op de loonbelasting 1964 De quotumheffing is niet verschuldigd indien in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven, de werkgever minder dan 25 vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal verloonde uren per werknemer op jaarbasis in Nederland aan verloonde uren als bedoeld in, in de loonaangifte op grond van deheeft verantwoord. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën werknemers worden aangewezen ten aanzien waarvan de verloonde uren bij de toepassing van het vierde lid in mindering worden gebracht op het totaal aantal verloonde uren die de werkgever in de loonaangifte heeft verantwoord. 6 artikel 38b, vierde lid Wet op de loonbelasting 1964 Indien de quotumheffing op grond van het vierde lid zou zijn verschuldigd maar in het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven blijkt dat de werkgever minder dan 25 vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal verloonde uren per werknemer op jaarbasis in Nederland aan verloonde uren als bedoeld in, in de loonaangifte op grond van deheeft verantwoord, is de quotumheffing niet verschuldigd. 7 De voor de toepassing van het vierde en zesde lid in aanmerking te nemen verloonde uren worden vastgesteld op grond van de loonaangiften die uiterlijk op 1 mei van het jaar waarover de quotumheffing wordt geheven onderscheidenlijk op 1 mei van het jaar volgend op kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven zijn ingediend alsmede de correcties daarop die uiterlijk op die datum zijn ingediend. Hierbij worden uitsluitend loonaangiften en correcties in aanmerking genomen met betrekking tot het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven onderscheidenlijk het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven. 8 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ter uitvoering van het vierde en zesde lid die in ieder geval betrekking hebben op: a. de bepaling van het gemiddeld aantal verloonde uren per werknemer op jaarbasis in Nederland in het desbetreffende kalenderjaar; b. de herleiding van het totaal aantal verloonde uren door de werkgever indien de werkgever in het desbetreffende kalenderjaar niet gedurende het gehele kalenderjaar de hoedanigheid van werkgever heeft gehad. 2021 102 01-03-2021 03-02-2021 35556 2021 411 01-09-2021 27-08-2021 01-01-2022 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 35 — Artikel 35 Maatstaf#
Artikel 35 Maatstaf 1 De maatstaf voor de heffing van de premie is het loon. 2 artikel 38b, vierde lid De maatstaf voor de quotumheffing is het aantal verloonde uren, bedoeld in. 2015 154 24-04-2015 01-04-2015 33981 2015 156 24-04-2015 14-04-2015 01-05-2015
Artikel 36 — Artikel 36 Gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds#
Artikel 36 Gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds 1 artikel 34, eerste lid paragraaf 1 van afdeling 1 De gedifferentieerde premie ten behoeve van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in, wordt bij regeling van Onze Minister vastgesteld op een percentage van het loon, bedoeld invan dit hoofdstuk, waarbij voor kleine werkgevers een lager percentage geldt dan voor overige werkgevers en het verschil tussen het hoge en het lage percentage niet meer bedraagt dan 2 procentpunt. 2 Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld welke werkgevers voor de toepassing van dit artikel worden aangemerkt als kleine werkgevers. Daarbij kunnen aanvullende criteria worden vastgesteld voor het aanmerken van een werkgever als kleine werkgever. 3 artikelen 96 97 Indien een werkgever met toepassing van het bepaalde bij of krachtens deofis aangesloten bij verschillende sectoren, wordt voor elk bedrijfsonderdeel van de werkgever waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een afzonderlijke sector het eerste en tweede lid toegepast als was dat bedrijfsonderdeel een afzonderlijke werkgever. 4 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Ziektewet hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 artikelen 4:2b, eerste tot en met zesde lid 6:3, eerste tot en met zesde lid, van de Wet arbeid en zorg Werkloosheidswet Toeslagenwet Wet sociale werkvoorziening artikel 1, onderdeel r, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen In afwijking van het eerste en tweede lid is over een uitkering op grond van de, de, de,, of de, en, de, over een toeslag op grond van deen over het loon uit een dienstbetrekking op grond van de, het krachtens het eerste lid vastgestelde hoge percentage verschuldigd. Met een uitkering op grond van de Werkloosheidswet wordt gelijkgesteld een wachtgeld als bedoeld in. 2021 592 07-12-2021 13-10-2021 35613 2021 595 07-12-2021 26-11-2021 02-08-2022
Artikel 37 — Artikel 37 Uniforme premie Arbeidsongeschiktheidskas#
Artikel 37 Uniforme premie Arbeidsongeschiktheidskas Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 38 — Artikel 38 Gedifferentieerde premie Werkhervattingskas#
Artikel 38 Gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 1 categorie werkgevers In dit artikel wordt onderverstaan: paragraaf 1 van afdeling 1 van dit hoofdstuk werkgevers ten laste van wie, in het tweede kalenderjaar dat aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld vooraf is gegaan, loon waarover de premies op grond van dit hoofdstuk worden geheven, is gekomen dat gelijk is aan, meer of minder bedraagt dan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen omvang van het gemiddelde van dit loon, bedoeld in, per werknemer in dat kalenderjaar. 2 Het UWV stelt voor de berekening van de gedifferentieerde premie een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk gemiddeld percentage vast. 3 artikel 95 artikelen 96 97 Elk jaar wordt met ingang van 1 januari een opslag of korting vastgesteld waarmee het in het tweede lid bedoelde percentage wordt verhoogd respectievelijk verlaagd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de opslag of korting naar categorie werkgevers voor de werkgever afzonderlijk of per sector als bedoeld in, wordt vastgesteld, waarbij de korting of opslag voor werkgevers per sector of sectoronderdelen kan verschillen of op nihil kan worden vastgesteld. Indien een werkgever met toepassing van deofis aangesloten bij verschillende sectoren, wordt voor elk bedrijfsonderdeel van de werkgever waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een afzonderlijke sector, de opslag of korting toegepast als was dat bedrijfsonderdeel een afzonderlijke werkgever. Voor de werkgever voor wie de korting of opslag afzonderlijk wordt vastgesteld, stelt de inspecteur de korting of opslag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Ten aanzien van werkgevers voor wie de opslag of korting per sector wordt vastgesteld kan in bijzondere gevallen bij regeling van Onze Minister worden bepaald dat de opslag of korting op een door Onze Minister te bepalen wijze wordt vastgesteld aan de hand van het gemiddelde van de opslag of korting van een aantal sectoren. 4 artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek De inspecteur stelt in geval van overgang van een onderneming in de zin van, alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement, de vastgestelde opslag of korting, bedoeld in het derde lid, opnieuw bij voor bezwaar vatbare beschikking vast voor de werkgever die een onderneming of een deel daarvan verkrijgt en voor de werkgever die een deel van zijn onderneming overdraagt. 5 artikel 7:662 van het Burgerlijk Wetboek Indien de werkgever een overheidswerkgever is op wieniet van toepassing is, en deze geheel of gedeeltelijk is overgegaan naar een andere werkgever, alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement, stelt de inspecteur de vastgestelde opslag of korting, bedoeld in het derde lid, opnieuw vast bij voor bezwaar vatbare beschikking voor: Het bepaalde bij of krachtens het zevende lid, inzake de in het derde, vierde en vijfde lid bedoelde opslag en korting is van overeenkomstige toepassing. a. de rechtsopvolger van die overheidswerkgever dan wel de verkrijger van een deel daarvan, en b. voor de overheidswerkgever die een deel van de organisatie overdraagt. 6 artikel 40, eerste lid De inspecteur stelt, in geval aan een werkgever toestemming is verleend om zelf het risico te dragen van betaling van ziekengeld of WGA-uitkering en overlijdensuitkeringen als bedoeld in, alsmede in geval het door de werkgever zelf dragen van het risico, bedoeld in artikel 40, eerste lid, is geëindigd of wordt beëindigd, de vastgestelde opslag of korting, bedoeld in het derde lid, opnieuw bij voor bezwaar vatbare beschikking vast met ingang van de datum waarop het zelf dragen van het risico aanvangt dan wel is geëindigd of wordt beëindigd. 7 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent: a. de wijze waarop het gemiddelde percentage, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld, rekening houdend met de verschillende lasten voor de Werkhervattingskas; b. de wijze waarop de in het derde en het vierde lid, bedoelde opslag en korting worden berekend; c. de percentages die op grond van dit artikel ten hoogste voor categorieën van werkgevers, sector of sectoronderdeel mogen gelden en omtrent de percentages die op grond van dit artikel ten minste voor categorieën van werkgevers, sector of sectoronderdeel gelden. 8 De inspecteur is bevoegd tot herziening van een beschikking op grond van dit artikel indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat de beschikking is gegeven op grond van onjuiste of onvolledige gegevens. Een herziening ten nadele van de werkgever is uitsluitend mogelijk indien deze tekortkoming een gevolg is van een feit dat aan de werkgever of de gewezen werkgever kan worden toegerekend of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn. De inspecteur stelt de herziening vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. De bevoegdheid tot herziening werkt uiterlijk terug tot en met 1 januari van enig jaar waarop de beschikking betrekking heeft en vervalt door verloop van 5 jaren na het einde van het kalenderjaar waarop de beschikking betrekking heeft. 9 Beschikkingen van de inspecteur op grond van dit artikel worden genomen gehoord het UWV en in overeenstemming met het UWV. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2019 166 01-05-2019 17-04-2019 01-01-2020
Artikel 38a — Artikel 38a Vervanging gedifferentieerde premie#
Artikel 38a Vervanging gedifferentieerde premie 1 artikel 38 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Ziektewet hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 artikelen 4:2b, eerste tot en met zesde lid 6:3, eerste tot en met zesde lid, van de Wet arbeid en zorg Werkloosheidswet Toeslagenwet Wet sociale werkvoorziening artikel 1, onderdeel r, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen In afwijking vanis over een uitkering op grond van de, de, de,, of de, en, de, over een toeslag op grond van deen over het loon uit een dienstbetrekking op grond van de, als gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas een vervangende premie verschuldigd. Met een uitkering op grond van de Werkloosheidswet wordt gelijkgesteld een wachtgeld als bedoeld in. 2 Wet sociale werkvoorziening artikel 42 van de Zorgverzekeringswet artikel 11 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 9 10 12 van de Werkloosheidswet Ziektewet Behalve voor degene die loon ontvangt uit een dienstbetrekking op grond van dewordt het eerste lid niet toegepast ingeval het UWV de uitkering, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, betaalt aan de werkgever, bedoeld inen in,ofen de, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever. 3 artikel 63a Ziektewet artikel 82 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Het eerste lid wordt eveneens niet toegepast ingeval een eigenrisicodrager de uitkering, bedoeld in, betaalt of de uitkering, bedoeld in, betaalt, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die eigenrisicodrager. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de wijze waarop de vervangende premie, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld. 2021 592 07-12-2021 13-10-2021 35613 2021 595 07-12-2021 26-11-2021 02-08-2022
Artikel 38b — Artikel 38b Definities#
Artikel 38b Definities 1 In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder een arbeidsbeperkte verstaan de persoon, niet zijnde de persoon van wie door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat hij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet : a. artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet die met ondersteuning bij de arbeidsinschakeling van het college van burgemeester en wethouders op grond vannaar een dienstbetrekking is of wordt toegeleid of ten behoeve van wie loonkostensubsidie wordt verstrekt op grond van, en van wie uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders door het UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in, dan wel van wie door het college van burgemeester en wethouders in overeenstemming met de eisen gesteld aan een loonwaardevaststelling op grond van artikel 10d, eerste of tweede lid, van de Participatiewet een loonwaarde is vastgesteld die bij voltijdse arbeid minder bedraagt dan het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet, b. Wet sociale werkvoorziening artikel 11 van die wet die geïndiceerd is als bedoeld in deof een nog geldende indicatiebeschikking heeft op grond van, zoals dat artikel luidde op 31 december 2014, c. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikelen 1a:1, eerste lid 2:4, eerste lid 3:8a, eerste lid, van die wet die recht heeft op arbeidsondersteuning of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de, met dien verstande dat de persoon die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in de,, ofslechts wordt aangemerkt als arbeidsbeperkte indien die persoon arbeid verricht in een dienstbetrekking, d. die voldoet aan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde indicatie, e. artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet die met ondersteuning bij de arbeidsinschakeling van het college van burgemeester en wethouders op grond vannaar een dienstbetrekking is of wordt toegeleid, en van wie op eigen verzoek door het UWV is of wordt vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van de persoon, bedoeld in de vorige zin, nadere regels worden gesteld, f. artikel 1a:1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten die op of na 1 januari 2013 een persoon was als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, en op 1 mei 2015 niet langer een zodanige persoon was, met uitzondering van de persoon, bedoeld in onderdeel c, die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie meer heeft als bedoeld in, of g. Hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 82a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikelen 2:20 3:63 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld inen voor wie op grond vanbij wijze van experiment het instrument, bedoeld in deen, is ingezet. 2 artikel 1:4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 10 van de Participatiewet artikel 35 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder een arbeidsbeperkte mede verstaan een persoon die naar het oordeel van het UWV wegens ziekte of gebrek ontstaan voordat de leeftijd van 18 jaren is bereikt of in de tijd dat hij studerende was als bedoeld ineen belemmering ondervindt in het verrichten van arbeid in dienstbetrekking, en zonder een voorziening als bedoeld inofniet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in. 3 Met betrekking tot de beoordeling door het UWV of een persoon een arbeidsbeperkte is als bedoeld in het tweede lid worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld. 4 artikel 122n artikel 28, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 33, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen In deze paragraaf en inen de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder verloonde uren: de uren waarover loon is betaald en die zijn opgenomen in de loonaangifte op grond vanen die tevens zijn opgenomen in de polisadministratie op grond van. 5 artikel 38h, eerste lid In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder de beschikking: de in, bedoelde beschikking alsmede de op grond van artikel 38h, vijfde lid, herziene beschikking. 6 artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet artikel 38d, eerste lid Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt tevens als arbeidsbeperkte beschouwd de persoon, niet zijnde de persoon van wie door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat hij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in, die niet langer aan de voorwaarden op grond van het eerste dan wel het tweede lid voldoet, zolang zijn opname in de registratie van arbeidsbeperkten, bedoeld in, nog niet is geëindigd. 2025 121 09-05-2025 23-04-2025 36449 2025 178 09-07-2025 03-07-2025 01-01-2026 Artikel 12 van Stb. 2025/121 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 38c — Artikel 38c Indeling sectoren#
Artikel 38c Indeling sectoren artikel 122n Bij regeling van Onze Minister worden werkgevers voor de toepassing van deze paragraaf eningedeeld bij de sector overheid of de sector niet-overheid. 2015 154 24-04-2015 01-04-2015 33981 2015 156 24-04-2015 14-04-2015 01-05-2015
Artikel 38d — Artikel 38d Registratie arbeidsbeperkten#
Artikel 38d Registratie arbeidsbeperkten 1 Het UWV draagt zorg voor de inrichting en de adequate werking van de registratie van arbeidsbeperkten en is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, onderdeel 7, van de Algemene verordening gegevensbescherming met betrekking tot de verwerking van gegevens, waaronder persoonsgegevens als bedoeld in die verordening, ten behoeve van deze registratie. 2 artikel 38h Het UWV verwerkt in de registratie, bedoeld in het eerste lid, de gegevens over arbeidsbeperkten met het oog op het bevorderen van de arbeidsdeelname van deze personen en ten behoeve van de vaststelling van de quotumheffing, bedoeld in. 3 artikel 38b, eerste lid, onderdelen a, b, d en e, en tweede lid Het college van burgemeester en wethouders verstrekt het UWV uit eigen beweging en verplicht op verzoek kosteloos de gegevens over de arbeidsbeperkten, bedoeld in, die noodzakelijk zijn voor de gegevensverwerking, bedoeld in het eerste lid. 4 Het UWV verstrekt het college van burgemeester en wethouders en de belastingdienst uit eigen beweging en verplicht op verzoek kosteloos gegevens uit de registratie, bedoeld in het eerste lid, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taken. 5 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 30d van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het UWV is bevoegd gegevens die het verwerkt voor de uitvoering van deen voor de uitvoering van de taak, bedoeld in, te verwerken ten behoeve van de registratie, bedoeld in het eerste lid. 6 artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 38h Het UWV en de belastingdienst zijn bevoegd de gegevens, die zij verwerken in de polisadministratie op grond vantevens te verwerken voor zover deze noodzakelijk zijn voor de bevordering van arbeidsdeelname van arbeidsbeperkten en voor de vaststelling van de quotumheffing, bedoeld in. 7 Het UWV deelt op verzoek aan een werkgever over een door middel van het burgerservicenummer aangeduide persoon mede: a. artikel 38g, tweede lid of de door de werkgever aangeduide werknemer, persoon met wie hij verwacht een dienstbetrekking aan te gaan, of persoon die onder zijn toezicht en leiding arbeid verricht of ter beschikking is gesteld als bedoeld in, is opgenomen in de registratie, bedoeld in het eerste lid; of b. artikel 38d, eerste lid gedurende welke periode in een lopend kalenderjaar of in het voorgaande kalenderjaar deze persoon is opgenomen in de registratie, bedoeld in. 8 Het college van burgemeester en wethouders en het UWV informeren de persoon op wie de gegevens betrekking hebben over de verwerking van zijn gegevens op grond van dit artikel voordat de gegevens worden vastgelegd in de registratie, bedoeld in het eerste lid, of worden verstrekt met het oog op die vastlegging, tenzij deze persoon redelijkerwijs hiervan kennis draagt. 9 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld, in ieder geval met betrekking tot: a. de inrichting, de gegevensset en de wijze van verkrijging van de gegevens ten behoeve van de registratie, bedoeld in het eerste lid, b. de geldigheidsduur van de registratie van de persoon en het vervallen van de registratie van de persoon, en c. artikel 38b, eerste lid, onderdelen a en e de vaststelling, bedoeld in, ten behoeve van de opname van personen in de registratie, bedoeld in het eerste lid. 10 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot: a. de ambtshalve verstrekking door het UWV van gegevens uit de registratie, bedoeld in het eerste lid, aan werkgevers als bedoeld in het zevende lid; b. artikel 38g, tweede en vierde lid de verstrekking van gegevens aan het UWV door werkgevers als bedoeld in het zevende lid in verband met het verrichten van arbeid door arbeidsbeperkten als bedoeld in. 2025 121 09-05-2025 23-04-2025 36449 2025 178 09-07-2025 03-07-2025 01-01-2026 Artikel 12 van Stb. 2025/121 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 38e — Artikel 38e Wijze van heffing en tijdvak#
Artikel 38e Wijze van heffing en tijdvak 1 artikel 38g artikel 122n, eerste lid De met betrekking tot het quotumtekort, bedoeld in, verschuldigde heffing wordt geheven indien deze op grond van, voor de werkgever in de desbetreffende sector is geactiveerd en niet op grond van artikel 122n, tweede lid, niet wordt uitgevoerd. 2 artikel 38g, derde lid De quotumheffing wordt geheven over het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt vastgesteld, waarbij het quotumtekort wordt bepaald door het aantal arbeidsplaatsen ingevuld door arbeidsbeperkten, uitgedrukt in verloonde uren, ten opzichte van het totaal aantal arbeidsplaatsen, uitgedrukt in verloonde uren, in dat jaar overeenkomstig de berekeningsformule, bedoeld in. 3 De voor de toepassing van het tweede lid in aanmerking te nemen verloonde uren worden vastgesteld op grond van de loonaangiften die uiterlijk op 1 mei van het jaar volgend op het in het tweede lid bedoelde kalenderjaar zijn ingediend alsmede de correcties daarop die uiterlijk op die datum zijn ingediend. Hierbij worden uitsluitend loonaangiften en correcties in aanmerking genomen met betrekking tot het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt vastgesteld. 2019 440 03-12-2019 13-11-2019 34956 2019 441 03-12-2019 25-11-2019 04-12-2019
Artikel 38f — Artikel 38f Vaststelling quotumpercentages#
Artikel 38f Vaststelling quotumpercentages 1 artikel 38g Bij regeling van Onze Minister wordt in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarover het quotumtekort, bedoeld in, wordt bepaald, ten behoeve van de bepaling van het quotumtekort, bedoeld in artikel 38g, voor het desbetreffende kalenderjaar een quotumpercentage voor de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid vastgesteld overeenkomstig de berekeningsformule, bedoeld in het tweede lid. Bij deze regeling worden de berekeningen op grond van het tweede lid die tot dit percentage hebben geleid, gepubliceerd. Het percentage wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma. 2 De quotumpercentages worden berekend overeenkomstig de volgende formule: waarbij: A artikel 38b, eerste en zesde lid = totaal aantal banen bij werkgevers die op grond van artikel 34, derde en vierde lid, quotumheffing zijn verschuldigd, die worden vervuld door arbeidsbeperkten als bedoeld inop grond van de nulmeting op 1 januari 2013 in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid B artikel 38b, eerste en zesde lid = het aantal extra banen voor arbeidsbeperkten als bedoeld inbij werkgevers dat dient te worden gerealiseerd vanaf het kalenderjaar 2015 overeenkomstig het sociaal akkoord voor de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid C artikel 38b, eerste en zesde lid = het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten als bedoeld inin de sector overheid en de sector niet-overheid tezamen D artikel 34, derde en vierde lid = het totaal aantal banen bij werkgevers in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid die op grond van, quotumheffing zijn verschuldigd E artikel 34, derde en vierde lid = het gemiddeld aantal verloonde uren van een werknemer bij werkgevers in de sector overheid en de sector niet-overheid tezamen die op grond van, quotumheffing zijn verschuldigd F artikel 38b, tweede en zesde lid artikel 34, derde en vierde lid = het aantal arbeidsbeperkten, bedoeld in, bij werkgevers die op grond van, quotumheffing zijn verschuldigd, in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid G artikel 38b, tweede en zesde lid artikel 34, derde en vierde lid = het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten als bedoeld in, in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid tezamen die op grond van, quotumheffing zijn verschuldigd H artikel 34, vierde en zesde lid = het aantal gerealiseerde extra banen voor arbeidsbeperkten bij werkgevers als bedoeld in, in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de variabelen A tot en met E en H van de formule, bedoeld in het tweede lid. Hierbij kunnen categorieën werknemers worden aangewezen waarvan de banen in mindering worden gebracht op het totaal aantal banen, bedoeld in het tweede lid met betrekking tot variabele D. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de variabelen F en G van de formule, bedoeld in het tweede lid. De voordracht voor een krachtens de vorige volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 5 artikel 122n, eerste en tweede lid Bij regeling van Onze Minister kunnen werknemers in bepaalde soorten dienstbetrekkingen voor de toepassing van het eerste en tweede lid en, worden gelijkgesteld met arbeidsbeperkten. 6 artikel 38b, eerste lid, onderdeel f Ten aanzien van de werknemers, bedoeld in het vijfde lid, is deze afdeling, alsmede, van overeenkomstige toepassing. 2019 440 03-12-2019 13-11-2019 34956 2019 441 03-12-2019 25-11-2019 04-12-2019 01-05-2015 Abusievelijk is voor het derde lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 38g — Artikel 38g Bepaling van het quotumtekort#
Artikel 38g Bepaling van het quotumtekort 1 artikel 38h Ten behoeve van de vaststelling van de quotumheffing, bedoeld in, wordt het quotumtekort per werkgever bepaald overeenkomstig de berekeningsformule, bedoeld in het derde lid. 2 artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening Voor de toepassing van dit artikel wordt niet als werknemer en niet als arbeidsbeperkte beschouwd de persoon die arbeid verricht in een dienstbetrekking in de zin van, tenzij deze persoon op grond van het vierde lid is aangewezen en aan de werkgever ter beschikking is gesteld. 3 Het quotumtekort wordt berekend overeenkomstig de volgende formule: waarbij: A = totaal verloonde uren van werknemers bij de werkgever in het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt vastgesteld B artikel 38f, eerste lid = het quotumpercentage dat op grond van, is vastgesteld voor het kalenderjaar in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid waartoe de werkgever behoort C = aantal verloonde uren bij de werkgever van arbeidsbeperkten in het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt vastgesteld D = het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten op jaarbasis in de sector overheid en de sector niet-overheid tezamen. 4 Bij algemene maatregel van bestuur worden categorieën arbeidsbeperkten die aan de werkgever ter beschikking zijn gesteld om voor hem onder zijn toezicht en leiding arbeid te verrichten aangewezen, die overeenkomstig bij of krachtens die maatregel te stellen regels worden beschouwd als werknemers en arbeidsbeperkten waarop het derde lid van toepassing is. Deze categorieën arbeidsbeperkten worden voor de toepassing van het derde lid niet geacht in dienstbetrekking te staan tot de werkgever die deze arbeidsbeperkten ter beschikking heeft gesteld. Bij of krachtens deze maatregel worden in verband met dit lid nadere regels gesteld voor de toepassing van het derde lid. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën werknemers worden aangewezen ten aanzien waarvan de verloonde uren in mindering worden gebracht op het totaal aantal verloonde uren, bedoeld in het derde lid, met betrekking tot variabele A. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de wijze waarop een quotumtekort wordt bepaald. 7 Bij de gegevensverwerking die nodig is op grond van het vierde en vijfde lid kan door de werkgever die de arbeidsbeperkten ter beschikking stelt en de werkgever aan wie deze arbeidsbeperkten ter beschikking zijn gesteld om onder zijn toezicht en leiding arbeid te verrichten, het burgerservicenummer worden gebruikt. 8 Ingeval de periode waarin een werknemer arbeidsbeperkte is, in de loop van een aangiftetijdvak voor de loonbelasting begint of eindigt, worden bij de berekening van het quotumtekort tevens de verloonde uren in aanmerking genomen bij die werkgever in het buiten die periode vallende deel van het aangiftetijdvak waarin die periode begint of eindigt. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 38h — Artikel 38h Vaststelling quotumheffing#
Artikel 38h Vaststelling quotumheffing 1 artikel 38g De inspecteur stelt bij voor bezwaar vatbare beschikking de quotumheffing vast voor de werkgever, ten aanzien van wie een quotumtekort als bedoeld inis bepaald. 2 De beschikking bevat in ieder geval: a. artikel 34, derde en vierde lid de vaststelling dat de werkgever quotumheffing is verschuldigd op grond van; b. het kalenderjaar waarover het quotumtekort is vastgesteld waarop de beschikking betrekking heeft; c. het totale aantal verloonde uren bij de werkgever in het kalenderjaar waarover het quotumtekort is vastgesteld; d. het aantal van die verloonde uren dat wordt ingevuld door arbeidsbeperkten; e. artikel 38g, derde lid de berekening van het quotumtekort, bedoeld in; f. het bedrag van de quotumheffing. 3 De vaststelling van de quotumheffing vindt plaats vóór 1 november volgend op het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt vastgesteld. 4 De quotumheffing bedraagt het quotumtekort vermenigvuldigd met € 5.000. 5 De inspecteur is bevoegd tot herziening van een beschikking op grond van dit artikel indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat de beschikking is gegeven op grond van onjuiste of onvolledige gegevens. Een herziening ten nadele van de werkgever is uitsluitend mogelijk indien deze tekortkoming een gevolg is van een feit dat aan de werkgever of de gewezen werkgever kan worden toegerekend of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn. De inspecteur stelt de herziening vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. De bevoegdheid tot herziening vervalt door verloop van 5 jaren na het einde van het kalenderjaar waarop de beschikking betrekking heeft. 6 Beschikkingen van de inspecteur op grond van dit artikel worden genomen gehoord het UWV en in overeenstemming met het UWV. 7 hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 38d Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake de beschikking isvan overeenkomstige toepassing. Het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake de beschikking kan niet zijn gegrond op de grief dat een werknemer niet is opgenomen in de registratie, bedoeld in. 8 Paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing ten aanzien van de beslissing van de inspecteur naar aanleiding van het bezwaar tegen de beschikking, bedoeld in het eerste en vijfde lid. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-01-2017
Artikel 38i — Artikel 38i Inning quotumheffing#
Artikel 38i Inning quotumheffing 1 Invorderingswet 1990 Kostenwet invordering rijksbelastingen De inspecteur stelt de beschikking ter invordering van de daaruit blijkende quotumheffing aan de ontvanger ter hand. Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde geschiedt de invordering van de quotumheffing met toepassing van deen deals ware die heffing een rijksbelasting. 2 De beschikking is invorderbaar zes weken na de dagtekening van de beschikking. 2015 154 24-04-2015 01-04-2015 33981 2015 156 24-04-2015 14-04-2015 01-05-2015
Artikel 38j — Artikel 38j Belastingdienst#
Artikel 38j Belastingdienst De belastingdienst is belast met de heffing van de quotumheffing en de invordering van deze heffing. 2015 154 24-04-2015 01-04-2015 33981 2015 156 24-04-2015 14-04-2015 01-05-2015
Artikel 39 — Artikel 39 Rijksbijdrage#
Artikel 39 Rijksbijdrage artikel 114, onderdeel f Onze Minister kan bedragen vaststellen die jaarlijks of in het desbetreffende jaar als rijksbijdrage als bedoeld in, ten gunste komen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 40 — Artikel 40 Verzoek eigenrisicodragen#
Artikel 40 Verzoek eigenrisicodragen 1 De inspecteur verleent overeenkomstig deze afdeling aan een werkgever op aanvraag bij voor bezwaar vatbare beschikking toestemming om zelf het risico te dragen van betaling van: a. artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de Ziektewet het ziekengeld aan de personen, bedoeld in, die laatstelijk tot de werkgever in dienstbetrekking stonden en de overlijdensuitkeringen op grond van die wet aan nabestaanden van deze personen; of b. hoofdstuk 9 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de WGA-uitkeringen en de overlijdensuitkeringen overeenkomstig. 2 De werkgever legt bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, een schriftelijke garantie over waaruit blijkt dat een bank of een verzekeraar zich jegens het UWV verplicht, op het eerste verzoek van het UWV waarbij het UWV schriftelijk meedeelt dat de verplichtingen die voortvloeien uit het zelf dragen van het risico niet worden nagekomen, die verplichtingen na te komen. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kan een model worden gegeven dat wordt gehanteerd voor de garantie, bedoeld in de eerste zin. 3 artikel 1, onderdeel k, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen De overheidswerkgever, bedoeld in, voorzover deze door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën is aangewezen, is ontheven van de verplichting tot het overleggen van een schriftelijke garantie als bedoeld in het tweede lid. 4 De in het eerste lid bedoelde toestemming wordt niet verleend gedurende drie jaren nadat het door de werkgever zelf dragen van het desbetreffende in het eerste lid bedoelde risico is beëindigd of geëindigd. 5 Wet op het financieel toezicht Onder een bank als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan een financiële onderneming die ingevolge dein Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen. 6 Wet op het financieel toezicht Onder een verzekeraar als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan een financiële onderneming die ingevolge dein Nederland het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar mag uitoefenen. 7 artikel 82, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen De garantie, bedoeld in het tweede lid, wordt voor onbepaalde tijd gegeven. Deze garantie strekt zich uit tot rechtsopvolgers onder algemene titel van de eigenrisicodrager en tot het risico dat overgaat op de verkrijgende werkgever, bedoeld in. Deze garantie kan door de desbetreffende bank of verzekeraar niet worden beëindigd zonder schriftelijke opzegging bij de inspecteur. 8 artikel 3:38 van de Wet op het financieel toezicht Wet op het financieel toezicht artikel 1, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen De garantie, bedoeld in het tweede lid, strekt zich niet uit tot een WGA-uitkering ter zake van ongeschiktheid tot werken die is ontstaan door een omstandigheid als bedoeld in, door een omstandigheid die het gevolg is van een of meer terroristische handelingen voor zover de totale schade die in een kalenderjaar ten gevolge van dergelijke handelingen bij schade- of levensverzekeraars waarop devan toepassing is, zal worden gedeclareerd, naar verwachting van de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden N.V. hoger zal zijn dan het door die maatschappij herverzekerde maximumbedrag per kalenderjaar, of door een kernongeval als bedoeld in. 9 De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt door de inspecteur verleend met ingang van 1 januari of 1 juli van enig jaar, mits de aanvraag ten minste dertien weken voor de desbetreffende datum is ingediend. Aan een startende werkgever wordt op zijn verzoek toestemming verleend met ingang van het tijdstip waarop deze aanvangt werkgever te zijn. 10 Het door de werkgever zelf dragen van het risico, bedoeld in het eerste lid: a. eindigt met ingang van de dag waarop de schriftelijke garantie, bedoeld in het tweede lid, eindigt, onderscheidenlijk met ingang van de dag waarop de eigenrisicodrager in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard dan wel de dag waarop hij ophoudt werkgever te zijn; b. wordt door de inspecteur op 1 januari of 1 juli van enig jaar beëindigd bij voor bezwaar vatbare beschikking op aanvraag van de werkgever, mits deze aanvraag ten minste dertien weken voor de desbetreffende datum is ingediend. 11 In een geval als bedoeld in het tiende lid, onderdeel a, doet de inspecteur daarvan op verzoek van de werkgever mededeling bij voor bezwaar vatbare beschikking. 12 De inspecteur is bevoegd tot intrekking van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat de beschikking is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens en deze tekortkoming een gevolg is van een feit dat aan de werkgever of de gewezen werkgever kan worden toegerekend of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn. De inspecteur stelt de intrekking van de beschikking vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. De bevoegdheid tot intrekking werkt uiterlijk terug tot en met 1 januari van enig jaar waarop de beschikking betrekking heeft en vervalt door verloop van 5 jaren na het einde van het kalenderjaar waarop de beschikking betrekking heeft. 13 artikel 83, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 74, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Indien de periode, bedoeld inwordt gewijzigd in die zin dat de wijziging een verlenging van de periode betekent, legt de werkgever die zelf het risico draagt van betaling de van de WGA-uitkering en de overlijdensuitkering, bedoeld in, binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn, een schriftelijke garantie over aan de inspecteur waaruit blijkt dat een bank of een verzekeraar zich jegens het UWV verplicht, op het eerste verzoek van het UWV, waarbij het UWV schriftelijk meedeelt dat de verplichtingen die voortvloeien uit het zelf dragen van het risico niet worden nagekomen, die verplichtingen na te komen. 14 artikel 83, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Indien niet of niet tijdig wordt voldaan aan het dertiende lid, eindigt het door de werkgever zelf dragen van het risico, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met ingang van de dag waarop de wijziging van de periode, bedoeld inin werking treedt. 15 Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot het dertiende en veertiende lid nadere regels worden gesteld. 16 Beschikkingen van de inspecteur op grond van deze afdeling worden genomen gehoord het UWV en in overeenstemming met het UWV. 17 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de toestemming, bedoeld in het negende lid, eerste zin, en de beëindiging, bedoeld in het tiende lid, onderdeel b, uitsluitend wordt verleend onderscheidenlijk plaatsvindt met ingang van 1 januari van enig jaar. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kan in bijzondere omstandigheden de termijn van dertien weken, bedoeld in het negende lid, eerste zin, en het tiende lid, onderdeel b, worden ingekort. 2018 489 21-12-2018 28-11-2018 34842 2018 491 21-12-2018 11-12-2018 01-01-2019
Artikel 41 — Artikel 41 Verhaal kosten eigenrisicodrager op werknemer#
Artikel 41 Verhaal kosten eigenrisicodrager op werknemer 1 artikel 40, eerste lid, onderdeel b artikel 40, negende lid artikel 40, eerste lid, onderdeel b De eigenrisicodrager met betrekking tot de WGA-uitkering bedoeld in, en de startende werkgever, bedoeld in, die in afwachting is van de door de inspecteur te nemen beslissing op aanvraag, bedoeld in, kunnen de bij ministeriële regeling genoemde kosten met betrekking tot een werknemer ten behoeve van eigenrisicodragen onder bij ministeriële regeling te bepalen voorwaarden, tot ten hoogste de helft verhalen op de werknemer. 2 artikel 40, eerste lid De eigenrisicodrager die ter dekking van het risico, bedoeld in, een verzekering heeft afgesloten mag de door hem ter zake van die verzekering verschuldigde premie niet verhalen op de werknemer voorzover dit niet voortvloeit uit het eerste lid. Elk beding waarbij wordt afgeweken van de eerste zin is nietig. 2007 557 21-12-2007 12-12-2007 31050 2007 558 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008
Artikel 42 — Artikel 42 Nadere regelgeving eigenrisicodragen#
Artikel 42 Nadere regelgeving eigenrisicodragen 1 artikel 38 artikel 40, eerste lid Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de vaststelling van de gedifferentieerde premie, bedoeld in, ingeval van eigenrisicodragen op grond van, en ingeval artikel 40, negende lid, voor de startende werkgever van toepassing is. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot deze afdeling. 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2014
Artikel 43 — Artikel 43 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Aanvullende bepaling eigenrisicodragen#
Artikel 43 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Aanvullende bepaling eigenrisicodragen artikel 1, tweede lid, van de Wet sociale werkvoorziening Wet sociale werkvoorziening artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel b Aan een gemeente of een bestuur van een openbaar lichaam ingevolge een gemeenschappelijke regeling als bedoeld inwordt geen toestemming verleend als bedoeld in, ten aanzien van werknemers die werkzaam zijn in een dienstbetrekking op grond van de. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 44 — Artikel 44 Hoogte garantiebedrag#
Artikel 44 Hoogte garantiebedrag Vervallen 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2013 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Door vernummering vervallen. 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 46 — Artikel 46 Vrijstelling premie eigenrisicodrager arbeidsongeschiktheidsuitkering#
Artikel 46 Vrijstelling premie eigenrisicodrager arbeidsongeschiktheidsuitkering Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 46a — Artikel 46a Vrijstelling premie eigenrisicodrager WGA-uitkering#
Artikel 46a Vrijstelling premie eigenrisicodrager WGA-uitkering Vervallen 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2014
Artikel 47 — Artikel 47 Premiekorting oudere werknemer#
Artikel 47 Premiekorting oudere werknemer Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 48 — Artikel 48 Omvang bonus oudere werknemer#
Artikel 48 Omvang bonus oudere werknemer Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 48a — Artikel 48a Premiekorting jongere werknemer#
Artikel 48a Premiekorting jongere werknemer Vervallen 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2018
Artikel 48b — Artikel 48b Omvang bonus jongere werknemer#
Artikel 48b Omvang bonus jongere werknemer Vervallen 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2018
Artikel 49 — Artikel 49 Premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer#
Artikel 49 Premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 50 — Artikel 50 Omvang bonus arbeidsgehandicapte werknemer#
Artikel 50 Omvang bonus arbeidsgehandicapte werknemer Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 50a — Artikel 50a Premiekorting bevordering duurzame arbeidsparticipatie#
Artikel 50a Premiekorting bevordering duurzame arbeidsparticipatie Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 50b — Artikel 50b Uitzondering premiekorting#
Artikel 50b Uitzondering premiekorting Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 50c — Artikel 50c Vaststelling bedrag bonussen#
Artikel 50c Vaststelling bedrag bonussen Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 50d — Artikel 50d Nadere regels#
Artikel 50d Nadere regels Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 51 — Artikel 51 Voorwaarden premievrijstelling marginale arbeid#
Artikel 51 Voorwaarden premievrijstelling marginale arbeid Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 52 — Artikel 52 Aanvraag#
Artikel 52 Aanvraag Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 52a — Artikel 52a Voorwaarden premievrijstelling arbeid in kleine banen#
Artikel 52a Voorwaarden premievrijstelling arbeid in kleine banen Vervallen 2009 609 29-12-2009 23-12-2009 32128 2009 609 29-12-2009 23-12-2009 32128 01-01-2012 2010 838 28-12-2010 16-12-2010 32520 Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2009/609 gesteld op 1 januari 2011.
Artikel 53 — Artikel 53 Aanwijzing categorieën werknemers#
Artikel 53 Aanwijzing categorieën werknemers Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 54 — Artikel 54 Vrijstelling aangewezen categorieën#
Artikel 54 Vrijstelling aangewezen categorieën Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 55 — Artikel 55 Nadere regels#
Artikel 55 Nadere regels Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 56 — Artikel 56 Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Financieringendienstplichtigen#
Artikel 56 Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Financieringendienstplichtigen 1 artikel 34 artikel 4, eerste lid, onderdeel i of j, van de Ziektewet De premies, bedoeld in, zijn niet verschuldigd over het loon van personen voorzover zij werknemer zijn op grond van. 2 Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 4, eerste lid, onderdelen i en j, van de Ziektewet artikel 46 van de Zorgverzekeringswet De uitkeringen op grond van deen deuit hoofde van een dienstbetrekking als bedoeld in, de daaraan verbonden uitvoeringskosten alsmede de op grond van enige wet over die uitkeringen verschuldigde premies en de vergoeding, bedoeld indie niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, komen ten laste van het Rijk. 3 artikel 30a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Ten laste van het Rijk komen voorts de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering vanten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel, een uitkering als bedoeld in het tweede lid ontvangt ten laste van het Rijk. 2008 600 30-12-2008 29-12-2008 31514 2008 601 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 57 — Artikel 57 Premieheffing door de rijksbelastingdienst#
Artikel 57 Premieheffing door de rijksbelastingdienst De rijksbelastingdienst heft de premie voor de volksverzekeringen en de premies voor de werknemersverzekeringen. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 58 — Artikel 58 Premieheffing volksverzekeringen#
Artikel 58 Premieheffing volksverzekeringen 1 artikel 10a.28 van de Wet inkomstenbelasting 2001 De premie voor de volksverzekeringen wordt, onverminderd het tweede lid en onder verrekening van de krachtens dat lid geheven premie, bij wege van aanslag geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de inkomstenbelasting geldende regels, met uitzondering van. 2 Wet op de loonbelasting 1964 Voorzover de premieplichtige van een inhoudingsplichtige loon geniet in de zin van de, wordt de premie voor de volksverzekeringen bij wijze van inhouding geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de loonbelasting geldende regels. 3 artikel 5a van de Wet op de loonbelasting 1964 Voorzover de premieplichtige aan de loonbelasting is onderworpen op grond vanis het tweede lid niet van toepassing. 2022 532 27-12-2022 21-12-2022 36202 2022 532 27-12-2022 21-12-2022 36202 01-01-2023
Artikel 59 — Artikel 59 Premieheffing werknemersverzekeringen#
Artikel 59 Premieheffing werknemersverzekeringen 1 Artikel 32d van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 28a, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 27, eerste lid De premies voor de werknemersverzekeringen worden geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de loonbelasting geldende regels.is slechts van overeenkomstige toepassing indien degene aan wie het loon wordt afgestaan, werkgever van de werknemer is. De werkgever is tevens gehouden, al dan niet op verzoek van de inspecteur, door middel van een correctiebericht als bedoeld inde gegevens die noodzakelijk zijn ten behoeve van de vaststelling van het premiepercentage, bedoeld in, te verstrekken indien er sprake is van een geval als bedoeld in artikel 27, eerste lid, waarin met terugwerkende kracht de hoge premie van toepassing is. Bij de toepassing van de derde zin is artikel 28a, derde tot en met zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 7, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 33, tweede lid, onderdelen a en e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikelen 27 31 36 38 In de uitnodiging tot het doen van aangifte, bedoeld in, kan mede opgave worden verlangd van gegevens die noodzakelijk zijn ten behoeve van de vaststelling van de premiepercentages, bedoeld in de,,en, alsmede ten behoeve van de doelen van de gegevensverwerking in de polisadministratie, bedoeld in, waarbij met betrekking tot die verlangde gegevens de regels die gelden voor de heffing van de loonbelasting van overeenkomstige toepassing zijn. 3 De inspecteur beslist ambtshalve of op verzoek van de werkgever bij voor bezwaar vatbare beschikking over het verzekerd zijn op grond van de werknemersverzekeringen. 4 De inspecteur is bevoegd tot herziening van de beschikking, bedoeld in het derde lid, indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat de beschikking is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens en deze tekortkoming een gevolg is van een feit dat aan de werkgever kan worden toegerekend of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn. De inspecteur stelt de herziening van de beschikking vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. De bevoegdheid tot herziening werkt uiterlijk terug tot en met 1 januari van enig jaar waarop de beschikking betrekking heeft en vervalt door verloop van 5 jaren na het einde van het kalenderjaar waarop de beschikking betrekking heeft. 5 artikelen 40 95 97 hoofdstuk V, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Op het beroep van de werkgever tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur op grond van de,ofisvan overeenkomstige toepassing. 6 De inspecteur stelt de werkgever zonodig op de hoogte van de door het UWV op aanvraag van de werknemer genomen beschikking over het verzekerd zijn op grond van de werknemersverzekeringen. 7 afdeling 4.1.3 van Algemene wet bestuursrecht Indien in verband met een gevraagde beschikking informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen de termijn, bedoeld in, gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld. 8 artikelen 25 30 34, eerste lid artikel 13bis, elfde en vijftiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 In afwijking van de,en, en met overeenkomstige toepassing van, is de premie door de werknemer verschuldigd in de gevallen, bedoeld in artikel 13bis, elfde en vijftiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. 9 artikelen 40 95 97 Het zevende lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag als bedoeld in het derde lid en op een aanvraag of melding op grond van de,of. 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 60 — Artikel 60 Invordering door de rijksbelastingdienst#
Artikel 60 Invordering door de rijksbelastingdienst 1 De rijksbelastingdienst vordert de premie voor de volksverzekeringen en de premies voor de werknemersverzekeringen in. 2 artikel 58, eerste lid, dan wel tweede lid Bij de invordering van de premie voor de volksverzekeringen zijn, naar gelangvan toepassing is, de regels geldende voor de invordering van de inkomstenbelasting onderscheidenlijk de loonbelasting van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 38, eerste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 Bij de invordering van de premies voor de werknemersverzekeringen zijn de regels geldende voor de invordering van de loonbelasting, met uitzondering van, van overeenkomstige toepassing. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 61 — Artikel 61 Schuldige nalatigheid#
Artikel 61 Schuldige nalatigheid Vervallen 2023 381 01-11-2023 16-10-2023 2023 408 15-11-2023 08-11-2023 01-01-2024
Artikel 62 — Artikel 62 Beroep#
Artikel 62 Beroep Vervallen 2023 381 01-11-2023 16-10-2023 2023 408 15-11-2023 08-11-2023 01-01-2024
Artikel 63 — Artikel 63 Nadere regels#
Artikel 63 Nadere regels Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit hoofdstuk. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 64 — Artikel 64 Ontheffing wegens gemoedsbezwaren#
Artikel 64 Ontheffing wegens gemoedsbezwaren 1 De SVB kan op verzoek wegens gemoedsbezwaren tegen één of meer volksverzekeringen of alle werknemersverzekeringen ontheffen van de verplichtingen opgelegd op grond van de desbetreffende wetten en deze wet: a. de persoon, die deze gemoedsbezwaren heeft; b. de rechtspersoon, waarbij natuurlijke personen zijn betrokken die deze gemoedsbezwaren hebben. 2 De SVB doet de inspecteur mededeling omtrent de ontheffing of intrekking van de ontheffing. 3 Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op verzoeken aan de SVB met betrekking tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid. 2011 575 09-12-2011 01-12-2011 32454 2011 627 21-12-2011 15-12-2011 01-01-2012
Artikel 65 — Artikel 65 Premievervangende belasting#
Artikel 65 Premievervangende belasting 1 artikel 58 artikel 9 Indien een ontheffing is verleend in het kader van één of meer volksverzekeringen, wordt voor geen van de volksverzekeringen premie geheven, doch vindt voor al die verzekeringen heffing van premievervangende inkomstenbelasting of premievervangende loonbelasting plaats overeenkomstigtot het bedrag van de verschuldigde premie als bedoeld in. 2 artikel 59 hoofdstuk 3 Indien een werkgever ontheffing is verleend in het kader van de werknemersverzekeringen wordt premievervangende loonbelasting geheven overeenkomstigtot het bedrag aan premies dat hij met toepassing vanzou hebben afgedragen, indien hem geen ontheffing zou zijn verleend. 3 Wet inkomstenbelasting 2001 Wet op de loonbelasting 1964 Invorderingswet 1990 Voor de toepassing van deze wet, de, deen dewordt de premievervangende belasting beschouwd als premie voor de volksverzekeringen dan wel voor de werknemersverzekeringen. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 66 — Artikel 66 Premie ten laste van Rijk#
Artikel 66 Premie ten laste van Rijk artikel 65 Ten laste van het Rijk komen de bedragen aan premie voor de volksverzekeringen en de werknemersverzekeringen die wegens een ontheffing niet zijn geheven overeenkomstig. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 67 — Artikel 67 Nadere regels#
Artikel 67 Nadere regels Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, worden regels gesteld ten aanzien van: a. de voorwaarden, waaronder een ontheffing wordt verleend; b. de verdere gevolgen die aan een ontheffing worden verbonden; c. de gevallen, waarin een ontheffing wordt ingetrokken en de gevolgen die aan die intrekking worden verbonden. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 67a — Artikel 67a Afzien van horen belanghebbende#
Artikel 67a Afzien van horen belanghebbende Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 68 — Artikel 68 Premieheffing#
Artikel 68 Premieheffing De financiële middelen tot dekking van de uitgaven voor de vrijwillige volksverzekeringen worden verkregen door het heffen van premie. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 69 — Artikel 69 Algemene begrippen#
Artikel 69 Algemene begrippen Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: a. hoofdstuk IV van de Algemene Ouderdomswet vrijwillige algemene ouderdomsverzekering: de verzekering, bedoeld in; b. hoofdstuk 5 van de Algemene nabestaandenwet vrijwillige nabestaandenverzekering: de verzekering, bedoeld in. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 70 — Artikel 70 Premieheffing door SVB#
Artikel 70 Premieheffing door SVB 1 De verschuldigde premie voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering of de vrijwillige nabestaandenverzekering wordt in rekening gebracht en geïnd door de SVB op de wijze en het tijdstip aangegeven door de SVB. 2 Een schuld aan premie voor een vrijwillige verzekering valt buiten de nalatenschap van degene, die tot die verzekering was toegelaten. De schuld wordt betaald door degene, die krachtens de betrokken vrijwillige verzekering prestaties ontvangt. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 71 — Artikel 71 Premieplicht en tarief#
Artikel 71 Premieplicht en tarief 1 Degene die is toegelaten tot de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering of de vrijwillige nabestaandenverzekering, is voor die verzekeringen een premie verschuldigd volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen tarief. 2 De voordracht voor een op grond van het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 72 — Artikel 72 Premieheffing#
Artikel 72 Premieheffing De financiële middelen tot dekking van de uitgaven voor de vrijwillige werknemersverzekeringen worden verkregen door het heffen van premie. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 73 — Artikel 73 Premieheffing door UWV#
Artikel 73 Premieheffing door UWV 1 De premies voor de vrijwillige werknemersverzekeringen worden in rekening gebracht en geïnd door het UWV op de wijze en het tijdstip, aangegeven door dat instituut. 2 Het UWV kan nadere regels stellen met betrekking tot de premie. 3 De door het UWV op grond van het tweede lid gestelde regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 74 — Artikel 74 Hoogte premie vrijwillige werkloosheidsverzekering#
Artikel 74 Hoogte premie vrijwillige werkloosheidsverzekering 1 Werkloosheidswet artikel 58, eerste lid, van de Werkloosheidswet De premie voor de vrijwillige verzekering op grond van dewordt berekend over het dagloon, bedoeld in. 2 artikel 27, eerste lid De premie bedraagt een door het UWV te bepalen percentage van het in het eerste lid bedoelde dagloon, met dien verstande dat de premie niet meer bedraagt dan de hoge premie, bedoeld in. 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 75 — Artikel 75 Hoogte premie vrijwillige WAO-verzekering#
Artikel 75 Hoogte premie vrijwillige WAO-verzekering 1 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 84, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering De premie voor de vrijwillige verzekering op grond van dewordt berekend over het dagloon, bedoeld in. 2 artikel 36, eerste lid De premie bedraagt een door het UWV te bepalen percentage van het in het eerste lid bedoelde dagloon, met dien verstande dat de premie niet meer bedraagt dan het hoge krachtens, vastgestelde percentage voor de in dat artikel bedoelde gedifferentieerde premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 2021 102 01-03-2021 03-02-2021 35556 2021 411 01-09-2021 27-08-2021 01-01-2022
Artikel 76 — Artikel 76 Hoogte premie vrijwillige Ziektewet-verzekering#
Artikel 76 Hoogte premie vrijwillige Ziektewet-verzekering 1 Ziektewet artikel 68, eerste lid, van de Ziektewet De premie voor de vrijwillige verzekering op grond van dewordt berekend over het dagloon, bedoeld in. 2 De premie bedraagt een door het UWV te bepalen percentage van het in het eerste lid bedoelde dagloon. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 76a — Artikel 76a Hoogte premie vrijwillige WIA verzekering#
Artikel 76a Hoogte premie vrijwillige WIA verzekering 1 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 21, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen De premie voor de vrijwillige verzekering op grond van dewordt berekend over het dagloon, bedoeld in. 2 artikel 36, eerste lid artikel 38, tweede lid De premie bedraagt een door het UWV te bepalen percentage van het in het eerste lid bedoelde dagloon, met dien verstande dat de premie niet meer bedraagt dan het hoge krachtens, vastgestelde percentage voor de in dat artikel bedoelde gedifferentieerde premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds, vermeerderd met een premieopslag die wordt berekend op grond van het in, bedoelde percentage. 2021 102 01-03-2021 03-02-2021 35556 2021 411 01-09-2021 27-08-2021 01-01-2022
Artikel 77 — Artikel 77 Inlichtingenplicht#
Artikel 77 Inlichtingenplicht Degene die is toegelaten tot een vrijwillige verzekering, is verplicht aan de SVB of het UWV onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk is, dat zij van invloed zijn op de hoogte van de verschuldigde premie. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 78 — Artikel 78 Afzien van horen belanghebbende#
Artikel 78 Afzien van horen belanghebbende Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 79 — Artikel 79 Beslistermijn bezwaar#
Artikel 79 Beslistermijn bezwaar artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanbeslist de SVB of het UWV binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. 2009 384 30-09-2009 18-06-2009 31751 2009 384 30-09-2009 18-06-2009 31751 01-10-2009
Artikel 80 — Artikel 80 Nadere regels#
Artikel 80 Nadere regels Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vaststelling, de inning en de betaling van de premie voor een vrijwillige verzekering. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 81 — Artikel 81 Premie-afdracht en -toerekening#
Artikel 81 Premie-afdracht en -toerekening Bij regeling van Onze Minister en Onze Ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden regels gesteld met betrekking tot de afdracht van de premie voor de volksverzekeringen en de premies voor de werknemersverzekeringen alsmede van de daarmee verband houdende bestuurlijke boeten en renten door de rijksbelastingdienst aan de fondsen en de wijze van toerekening van die premies, boeten en renten aan de fondsen. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 82 — Artikel 82 Ouderdomsfonds en Nabestaandenfonds#
Artikel 82 Ouderdomsfonds en Nabestaandenfonds 1 artikel 83, tweede lid De SVB beheert en administreert afzonderlijk de middelen tot dekking van de uitgaven, bedoeld in, in de vorm van een Ouderdomsfonds. 2 artikel 85, tweede lid De SVB beheert en administreert afzonderlijk de middelen tot dekking van de uitgaven, bedoeld in, in de vorm van een Nabestaandenfonds. 3 Het Ouderdomsfonds en het Nabestaandenfonds maken deel uit van de SVB. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 83 — Artikel 83 Inkomsten en uitgaven Ouderdomsfonds#
Artikel 83 Inkomsten en uitgaven Ouderdomsfonds 1 Ten gunste van het Ouderdomsfonds komen: a. de premies voor de algemene ouderdomsverzekering en voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering; b. artikel 14 rijksbijdragen als bedoeld in; c. artikel 17c van de Algemene Ouderdomswet de bestuurlijke boeten, bedoeld in; d. artikel 15 de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in. 2 Uit het Ouderdomsfonds worden betaald: a. de lasten van de algemene ouderdomsverzekering en van de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering; b. hoofdstuk VIII van de Algemene Ouderdomswet de lasten van de regeling, vervat in; c. artikel 87a de bijdrage, bedoeld in. 2022 542 27-12-2022 21-12-2022 36208 2023 155 10-05-2023 24-04-2023 01-01-2025
Artikel 84 — Artikel 84 Prognose benodigde middelen#
Artikel 84 Prognose benodigde middelen artikel 14 Onze Minister stelt een keer per jaar een prognose op van de benodigde middelen tot dekking van de lasten van de algemene ouderdomsverzekering voor de eerstkomende tien jaren, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de opbrengst van de premies voor de algemene ouderdomsverzekering en de rijksbijdragen bedoeld in. 2011 481 01-11-2011 29-09-2011 32696 2011 609 20-12-2011 08-12-2011 01-01-2012
Artikel 85 — Artikel 85 Inkomsten en uitgaven Nabestaandenfonds#
Artikel 85 Inkomsten en uitgaven Nabestaandenfonds 1 Ten gunste van het Nabestaandenfonds komen: a. artikel 66a van de Algemene nabestaandenwet de premies voor de nabestaandenverzekering en voor de vrijwillige nabestaandenverzekering alsmede de te ontvangen bijdragen op grond vanen de daarop berustende bepalingen; b. artikel 39 van de Algemene nabestaandenwet de bestuurlijke boeten, bedoeld in; c. artikel 15 de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in. 2 Uit het Nabestaandenfonds worden betaald: a. de lasten van de nabestaandenverzekering en van de vrijwillige nabestaandenverzekering; b. hoofdstuk 8 van de Algemene nabestaandenwet de lasten voortvloeiend uiten de daarop berustende bepalingen; c. artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet de lasten van de tegemoetkomingen, bedoeld in, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 86 — Artikel 86 Spaarfonds AOW#
Artikel 86 Spaarfonds AOW Vervallen 2011 481 01-11-2011 29-09-2011 32696 2011 609 20-12-2011 08-12-2011 01-01-2012
Artikel 87 — Artikel 87 Rijksbijdrage Spaarfonds AOW#
Artikel 87 Rijksbijdrage Spaarfonds AOW Vervallen 2011 481 01-11-2011 29-09-2011 32696 2011 609 20-12-2011 08-12-2011 01-01-2012
Artikel 87a — Artikel 87a Bijdrage Zorgverzekeringsfonds#
Artikel 87a Bijdrage Zorgverzekeringsfonds 1 artikel 39, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet Periodiek wordt door de SVB een bijdrage ten laste gebracht van het Ouderdomsfonds die ten gunste komt van het Zorgverzekeringsfonds, bedoeld in. 2 artikel 45, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet artikel 42, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet artikel 43, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, vormt het verschil tussen het in het kalenderjaar geldende percentage, bedoeld in, dat wordt toegepast voor het loon, bedoeld inen het in het kalenderjaar geldende percentage, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet, dat wordt toegepast voor het bijdrage-inkomen, bedoeld in, vermenigvuldigd met de lasten van de algemene ouderdomsverzekering en de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering. 3 De SVB stelt regels omtrent de termijnen waarin en de wijze waarop de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, betaalbaar wordt gesteld. 4 De door de SVB op grond van het derde lid gestelde regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister, na overleg met Onze Ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 88 — Artikel 88 Toepassing AOW-fondsen vanaf 2020#
Artikel 88 Toepassing AOW-fondsen vanaf 2020 Vervallen 2011 481 01-11-2011 29-09-2011 32696 2011 609 20-12-2011 08-12-2011 01-01-2012
Artikel 89 — Artikel 89 Fonds langdurige zorg#
Artikel 89 Fonds langdurige zorg Het Zorginstituut beheert en administreert afzonderlijk een Fonds langdurige zorg. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 90 — Artikel 90 Inkomsten en uitgaven Fonds langdurige zorg#
Artikel 90 Inkomsten en uitgaven Fonds langdurige zorg 1 Ten gunste van het Fonds langdurige zorg komen: a. Wet langdurige zorg de premie voor de verzekering ingevolge de; b. Wet langdurige zorg de inkomsten die in verband met devoortvloeien uit internationale overeenkomsten; c. artikel 3.2.5 11.1.4 van de Wet langdurige zorg de bijdragen in de kosten van zorg die op grond vanofworden betaald door of namens de verzekerde, dan wel, in voorkomend geval, door het krachtens een wettelijke regeling tot betaling van zodanige bijdragen bevoegde orgaan dat uitkeringen of pensioenen uit hoofde van die regeling aan die verzekerde betaalbaar stelt; d. artikel 15 de bijdragen in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in; e. artikel 14, tweede lid een rijksbijdrage als bedoeld in; f. artikel 37, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet marktordening gezondheidszorg artikel 76, tweede lid, van die wet artikel 81, eerste lid, onder c, van die wet door zorgaanbieders ingevolge een regel van de zorgautoriteit op grond vandan wel op aanwijzing van de zorgautoriteit op grond vanafgedragen bedragen en door de zorgautoriteit van zorgaanbieders op grond vaningevorderde bedragen, voor zover die bedragen niet worden afgedragen aan het Zorgverzekeringsfonds of aan derden. 2 Uit het Fonds langdurige zorg worden betaald: a. Wet langdurige zorg de kosten van de zorg en van de overige prestaties die op grond van deworden verstrekt, alsmede de met de uitvoering van die wet gepaard gaande kosten; b. Wet langdurige zorg de uitgaven voor de verzekering ingevolge dedie voortvloeien uit overeenkomsten, waaronder internationale overeenkomsten; c. Wet langdurige zorg de uitgaven die in verband met de verzekering ingevolge devoorvloeien uit enige andere wettelijke regeling dan laatstgenoemde wet; d. vervallen; e. artikel 3.2.8, tweede lid, van de Wet langdurige zorg een uitkering als bedoeld in; f. artikel 3.3.3, zevende lid, van de Wet langdurige zorg de kosten die de Sociale verzekeringsbank maakt voor de uitvoering van de taak, bedoeld in; g. artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg bedragen als bedoeld in; h. de door het Zorginstituut op grond van een ministeriële regeling vastgestelde verdeelbedragen, zijnde aan de relevante zorgverzekeraars toegekende delen van de bedragen bedoeld in onderdeel f van het eerste lid; i. artikel 123, zesde en achtste lid, van de Zorgverzekeringswet Wet langdurige zorg de vergoedingen, bedoeld invoor zover het zorg in de zin van debetreft; j. artikel 4.2.4, zesde lid, van de Wet langdurige zorg de kosten van maatregelen als bedoeld in; k. artikel 4.3.1, tweede lid, van de Wet langdurige zorg de lasten, bedoeld in; l. artikel 91a de door de zorgautoriteit op grond vanin stand gelaten uitgaven. 2025 123 13-05-2025 23-04-2025 36486 2025 266 13-10-2025 04-10-2025 01-01-2026
Artikel 91 — Artikel 91 Dekking uitgaven Fonds langdurige zorg#
Artikel 91 Dekking uitgaven Fonds langdurige zorg 1 Het Zorginstituut doet jaarlijks uitkeringen uit het Fonds langdurige zorg ter dekking van de noodzakelijke uitgaven van: a. artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg paragraaf 3.1 van die wet artikel 6.1.1 van die wet Wlz-uitvoerders als bedoeld invoor beheerskosten ter uitvoering van die wet of voor kosten van verleende zorg en overige diensten als bedoeld indie niet door het CAK, genoemd in, aan zorgaanbieders als bedoeld in artikel 1.1.1 van die wet worden uitbetaald; b. SVB voor kosten ter uitvoering van de Wet langdurige zorg. 2 artikel 1.1.1, van de Wet langdurige zorg Het Zorginstituut doet de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Bij of krachtens deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gesteld over de vorming en aanwending van reserves door Wlz-uitvoerders als bedoeld inen de SVB. 3 Wet langdurige zorg artikel 91a De zorgautoriteit is bevoegd vast te stellen dat uitgaven niet verantwoord waren voor zover deze door haar niet noodzakelijk worden geacht voor de uitvoering van de verzekering op grond van de. Met de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, evenals met de daarmee verkregen opbrengsten worden geen uitgaven gedekt waarvan de zorgautoriteit heeft vastgesteld dat zij niet verantwoord waren, tenzij de zorgautoriteit die op grond vanin stand laat. 4 Op de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschotten worden verleend overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen regels, 5 titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht Op rechten of verplichtingen die voortvloeien uit hetgeen op grond van dit artikel is geregeld, isniet van toepassing. 2025 123 13-05-2025 23-04-2025 36486 2025 266 13-10-2025 04-10-2025 01-01-2026
Artikel 91a — Artikel 91a#
Artikel 91a 1 artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg De zorgautoriteit kan besluiten uitgaven voor zorg die door of namens een Wlz-uitvoerder als bedoeld in, zijn gedaan en geen kosten van zorg of overige prestaties die op grond van de Wet langdurige zorg worden verstrekt of kosten ter uitvoering van die wet betreffen, in stand te laten. 2 Wet langdurige zorg De zorgautoriteit kan besluiten uitgaven voor persoonsgebonden budgetten als bedoeld in dedie geen kosten van zorg en overige prestaties betreffen die op grond van de Wet langdurige zorg worden verstrekt, in stand te laten. 3 De zorgautoriteit kan toepassing geven aan het eerste of tweede lid voor bepaalde gevallen of, met gebruik van nieuwe regels waarvan het tijdstip van inwerkingtreding is vastgesteld, voor groepen van gevallen. 4 De zorgautoriteit weegt bij een besluit over toepassing van het eerste of tweede lid af of het belang van de uitvoering van de zorgplicht voor de verzekerden en de handelwijze van de betrokken Wlz-uitvoerder dan wel Wlz-uitvoerders daartoe aanleiding geven. 5 artikel 49e, derde lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg De zorgautoriteit kan over een kalenderjaar toepassing geven aan het eerste lid voor ten hoogste een procent van het bedrag, bedoeld invoor dat kalenderjaar. 6 artikel 49e, derde lid, onderdeel b, van de Wet marktordening gezondheidszorg De zorgautoriteit kan over een kalenderjaar toepassing geven aan het tweede lid voor ten hoogste een procent van het bedrag dat op grond van, voor dat kalenderjaar. 7 Wet langdurige zorg De zorgautoriteit vraagt voorafgaand aan een toepassing van het eerste of tweede lid indien die een uitleg van het op grond van deverzekerde pakket vergt, advies aan het Zorginstituut of de uitgaven al dan niet kosten van zorg en overige prestaties betreffen die op grond van de Wet langdurige zorg worden verstrekt. 2025 123 13-05-2025 23-04-2025 36486 2025 266 13-10-2025 04-10-2025 01-01-2026
Artikel 92 — Artikel 92 Beroep#
Artikel 92 Beroep Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 93 — Artikel 93 Algemeen Werkloosheidsfonds#
Artikel 93 Algemeen Werkloosheidsfonds artikel 99 artikel 100 Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de inbedoelde middelen tot dekking van de uitgaven en de uitgaven, bedoeld in, in de vorm van een Algemeen Werkloosheidsfonds dat deel uitmaakt van het UWV. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 94 — Artikel 94 Sectorfondsen#
Artikel 94 Sectorfondsen Vervallen 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 95 — Artikel 95 Sectorindeling#
Artikel 95 Sectorindeling 1 Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën en nadat hij het UWV in de gelegenheid heeft gesteld daarover advies uit te brengen, wordt het bedrijfs- en beroepsleven ingedeeld in sectoren, waarbij elke sector één of meer takken van bedrijf of beroep of gedeelten daarvan omvat en kan een sector worden onderverdeeld in sectoronderdelen, waarbij elk sectoronderdeel de bedrijfsactiviteiten van één of meer werkgevers omvat. 2 Indien een sector in sectoronderdelen is ingedeeld, stelt de inspecteur ten aanzien van elke bij de betrokken sector aangesloten werkgever bij voor bezwaar vatbare beschikking vast bij welk sectoronderdeel de werkgever behoort of bij welk sectoronderdeel de werkzaamheden die hij doet verrichten, behoren. 3 De inspecteur is bevoegd tot herziening van de beschikking, bedoeld in het tweede lid, indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat de indeling van een werkgever bij een sectoronderdeel onjuist is en deze tekortkoming een gevolg is van een feit dat aan de werkgever kan worden toegerekend of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn, waardoor de werkgever is bevoordeeld. De inspecteur stelt de herziening vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. De bevoegdheid tot herziening werkt uiterlijk terug tot en met 1 januari van enig jaar waarop de beschikking betrekking heeft en vervalt door verloop van 5 jaren na het einde van het kalenderjaar waarop de beschikking betrekking heeft. 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 20-06-2019 29-06-2018
Artikel 96 — Artikel 96 Aansluiting bij sector#
Artikel 96 Aansluiting bij sector 1 artikel 95 Een werkgever is van rechtswege aangesloten bij de op grond vanvastgestelde sector waartoe de werkzaamheden behoren die hij als werkgever doet verrichten. 2 Indien een werkgever werkzaamheden doet verrichten die behoren tot verschillende sectoren, is hij van rechtswege aangesloten bij de sector waartoe de werkzaamheden behoren waarvoor hij als werkgever in de regel het grootste bedrag aan premieplichtig loon betaalt of vermoedelijk zal betalen. 3 Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen met betrekking tot de aansluiting van een of meer categorieën werkgevers bij een sector regels worden gesteld, waarbij voor deze aansluiting andere criteria bepalend kunnen zijn dan genoemd in het eerste en tweede lid. 2012 657 27-12-2012 27-09-2012 33133 2012 657 27-12-2012 27-09-2012 33133 28-12-2012
Artikel 97 — Artikel 97 Mededeling aansluiting#
Artikel 97 Mededeling aansluiting 1 artikel 96 De werkgever die op grond vanbij een sector is aangesloten of ophoudt bij een sector aangesloten te zijn, doet daarvan binnen twee weken schriftelijk melding bij de inspecteur. 2 artikel 96 De inspecteur deelt een werkgever bij voor bezwaar vatbare beschikking mee, bij welke sector en vanaf welke datum hij op grond vanis aangesloten. De datum waarop de aansluiting op grond van een beschikking als bedoeld in de eerste zin, wijzigt, kan in afwijking van artikel 96, eerste en tweede lid, niet gelegen zijn voor de datum waarop de werkgever om herziening heeft verzocht of de inspecteur ambtshalve heeft geconstateerd dat de indeling niet juist is, tenzij sprake is van een herziening op grond van het vierde lid. 3 artikel 96, tweede lid In afwijking van, beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking op aanvraag dat een werkgever met ingang van een door de inspecteur aan te geven datum voor door de inspecteur aan te wijzen werkzaamheden is aangesloten bij een andere sector dan de sector waartoe de werkzaamheden behoren die hij overigens doet verrichten. Een aanvraag als bedoeld in de eerste zin wordt niet in behandeling genomen indien deze is ingediend op of na 29 juni 2018, 17.00 uur. 4 De inspecteur is bevoegd tot herziening van de beschikking, bedoeld in het tweede en derde lid, indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat de aansluiting bij een sector onjuist is en deze tekortkoming een gevolg is van een feit dat aan de werkgever kan worden toegerekend of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn, waardoor de werkgever is bevoordeeld. De inspecteur stelt de herziening vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. De bevoegdheid tot herziening werkt uiterlijk terug tot en met 1 januari van enig jaar waarop de beschikking betrekking heeft en vervalt door verloop van 5 jaren na het einde van het kalenderjaar waarop de beschikking betrekking heeft. 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 20-06-2019 29-06-2018
Artikel 98 — Artikel 98 Overgang vermogen#
Artikel 98 Overgang vermogen Vervallen 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 99 — Artikel 99 Middelen Algemeen Werkloosheidsfonds#
Artikel 99 Middelen Algemeen Werkloosheidsfonds Ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds komen: a. artikel 27 artikel 74 de premie op grond vanen de premie op grond van; b. artikelen 27a 36 van de Werkloosheidswet de bedragen, die het UWV ontvangt door de toepassing van deen, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen, die ten laste van dat fonds zijn gebracht; c. artikel 66 van de Werkloosheidswet de bedragen die het UWV ontvangt door de uitoefening van zijn bevoegdheid op grond van; d. artikel 45a van de Ziektewet artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de Ziektewet de bedragen die het UWV ontvangt door toepassing van, voorzover deze verband houden met te betalen uitkeringen op grond van; e. artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 de bedragen die het UWV ontvangt van de werkgever in het kader van de toepassing van; f. artikel 673e, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 100, onderdeel f de bedragen die UWV ontvangt door toepassing van, voor zover het betreft onverschuldigd betaalde vergoedingen als bedoeld in; g. een rijksbijdrage die jaarlijks door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt vastgesteld; h. artikel 23 artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in afwijking vande rijksbijdrage in de uitvoeringskosten van het UWV, bedoeld in, voor zover dit bij regeling van Onze Minister is bepaald. 2018 234 20-07-2018 11-07-2018 34699 2019 76 26-02-2019 20-02-2019 01-04-2020 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-04-2020 2019 474 13-12-2019 05-12-2019
Artikel 100 — Artikel 100 Uitgaven Algemeen Werkloosheidsfonds#
Artikel 100 Uitgaven Algemeen Werkloosheidsfonds Ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds komen: a. Werkloosheidswet artikel 108, eerste lid, onderdeel a de op grond van dete betalen uitkeringen, met uitzondering van de uitkeringen, bedoeld in; b. artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de Ziektewet artikel 108, eerste lid, onderdeel b de op grond vante betalen uitkeringen, met uitzondering van de uitkeringen, bedoeld in; c. artikel 99, onderdeel h de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen a en b bedoelde uitkeringen en voor zover deze betrekking hebben op de bij regeling van Onze Minister bepaalde uitvoeringskosten waarvoor op grond van, een deel van de rijksbijdrage in de uitvoeringskosten van het UWV ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds komt en de bedragen, bedoeld in onderdeel f; d. artikel 42 van de Zorgverzekeringswet de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a en b, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld indie niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht; e. vervallen; f. artikel 673e van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek de op grond vante betalen bedragen, voor zover het betreft vergoedingen in verband met het beëindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst voor 1 januari 2020 vanwege een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1 of 2, van dat artikel; g. vervallen; h. vervallen; i. vervallen; j. vervallen; k. artikel 30a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen hoofdstuk VI van de Werkloosheidswet hoofdstuk IIA van de Ziektewet de kosten in verband met de uitvoering vanten aanzien van personen, die een uitkering ontvangen als bedoeld in de onderdelen a en b en de kosten van de re-integratiemaatregelen, bedoeld inenten aanzien van deze personen; l. artikel 30a, derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering vanvoor zover betrekking hebbend op personen, die een uitkering ontvangen als bedoeld in de onderdelen a en b; m. artikel 54 van de Wet op de bedrijfsorganisatie middelen voor uitgaven van de Sociaal-Economische Raad als bedoeld in. 2018 234 20-07-2018 11-07-2018 34699 2019 76 26-02-2019 20-02-2019 01-04-2020 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-04-2020 2019 474 13-12-2019 05-12-2019
Artikel 101 — Artikel 101 Budget reïntegratie-voorzieningen#
Artikel 101 Budget reïntegratie-voorzieningen Vervallen 2008 600 30-12-2008 29-12-2008 31514 2008 601 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 102 — Artikel 102 Vergoeding migrerende werknemers#
Artikel 102 Vergoeding migrerende werknemers Vervallen 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 103 — Artikel 103 Middelen sectorfondsen#
Artikel 103 Middelen sectorfondsen Vervallen 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 104 — Artikel 104 Uitgaven sectorfondsen#
Artikel 104 Uitgaven sectorfondsen Vervallen 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 105 — Artikel 105 Vaststelling lastenplafond sectorfondsen#
Artikel 105 Vaststelling lastenplafond sectorfondsen Vervallen 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 106 — Artikel 106 Uitvoeringsfonds voor de overheid#
Artikel 106 Uitvoeringsfonds voor de overheid artikel 107 artikelen 108 109 Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de inbedoelde middelen tot dekking van de uitgaven en de uitgaven, bedoeld in deen, in de vorm van een Uitvoeringsfonds voor de overheid dat deel uitmaakt van het UWV. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 107 — Artikel 107 Middelen Uitvoeringsfonds voor de overheid#
Artikel 107 Middelen Uitvoeringsfonds voor de overheid Ten gunste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid komen: a. artikel 79 van de Werkloosheidswet de bedragen die het UWV ontvangt door de toepassing van; b. artikel 31 de premies op grond van; c. artikel 24, tweede lid de premies geheven over uitkeringen en toeslagen van personen als bedoeld in; d. artikelen 27a 36 van de Werkloosheidswet de bedragen die het UWV ontvangt door de toepassing van deen, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen, die ten laste van dat fonds zijn gebracht; e. artikel 66 van de Werkloosheidswet de bedragen die het UWV ontvangt door de uitoefening van zijn bevoegdheid op grond vanindien de in dat artikel bedoelde werkgever een overheidswerkgever is. 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2014
Artikel 108 — Artikel 108 Uitgaven Uitvoeringsfonds voor de overheid#
Artikel 108 Uitgaven Uitvoeringsfonds voor de overheid 1 Ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid komen: a. Werkloosheidswet artikel 24 de op grond van dete betalen uitkeringen aan de personen, bedoeld in; b. artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de Ziektewet artikel 24 de op grond vante betalen uitkeringen aan de personen, bedoeld in; c. vervallen; d. vervallen; e. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdeel a en b bedoelde uitkeringen; f. artikel 42 van de Zorgverzekeringswet de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a en b door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht; g. vervallen; h. vervallen; i. vervallen; j. artikel 23, eerste lid, van de Werkloosheidswet de op diens aanvraag aan de werkgever door het UWV te verlenen vergoeding van de schade, die de werkgever lijdt door toepassing vanen de daaraan verbonden uitvoeringskosten; k. artikel 107 de uitvoeringskosten verbonden aan werkzaamheden gericht op het ontvangen van bedragen, premies en bijdragen als bedoeld in; l. vervallen; m. vervallen; n. vervallen; o. artikel 32, vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de uitvoeringskosten die betrekking hebben op de uitvoering van; p. artikel 30a, derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen dat artikel artikel 24 van de Werkloosheidswet vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering vanvoor zoverwordt toegepast ten aanzien van personen als bedoeld in. 2 artikel 30a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 79 van de Werkloosheidswet Ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid komen voorts de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering vanten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel een uitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het UWV deze uitkering met toepassing vanniet kan verhalen op de overheidswerkgever. 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 109 — Artikel 109 Budget reïntegratie-voorzieningen#
Artikel 109 Budget reïntegratie-voorzieningen Vervallen 2008 600 30-12-2008 29-12-2008 31514 2008 601 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 110 — Artikel 110 Vergoeding migrerende werknemers#
Artikel 110 Vergoeding migrerende werknemers Vervallen 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 111 — Artikel 111 Verdeling premie over uitkeringen overheidswerknemers over fondsen#
Artikel 111 Verdeling premie over uitkeringen overheidswerknemers over fondsen artikel 24 artikel 27 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, kan een bedrag worden vastgesteld dat op grond vanmet toepassing vanop uitkeringen op grond van deof deaan overheidswerknemers, volgens een bij die regeling te bepalen verdeling wordt afgedragen aan het Uitvoeringsfonds voor de overheid dan wel het Algemeen Werkloosheidsfonds. 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 112 — Artikel 112 Arbeidsongeschiktheidsfonds#
Artikel 112 Arbeidsongeschiktheidsfonds artikel 33, eerste lid Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de in, bedoelde middelen tot dekking van de uitgaven in de vorm van een Arbeidsongeschiktheidsfonds dat deel uitmaakt van het UWV. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2016
Artikel 113 — Artikel 113 Arbeidsongeschiktheidskas#
Artikel 113 Arbeidsongeschiktheidskas Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 113a — Artikel 113a Werkhervattingskas#
Artikel 113a Werkhervattingskas artikel 33, tweede lid Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de in, bedoelde financiële middelen tot dekking van de uitgaven in de vorm van een Werkhervattingskas die deel uitmaakt van het UWV. 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2026
Artikel 114 — Artikel 114 Middelen Arbeidsongeschiktheidsfonds#
Artikel 114 Middelen Arbeidsongeschiktheidsfonds Ten gunste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds komen: a. artikelen 36 75 76 76a de premies op grond van de,,, en; b. artikelen 29a 91i van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van deen; c. artikelen 57 90 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 115, eerste lid, onderdeel a de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van deenin verband met uitkeringen als bedoeld in; d. artikel 38h de quotumheffing, bedoeld in; e. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van de; f. artikel 115, eerste lid, onderdelen c en r hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2 artikel 3:30 van de Wet arbeid en zorg een rijksbijdrage ter hoogte van het door Onze Minister geraamde bedrag aan lasten en uitvoeringskosten als bedoeld in, voor zover deze lasten en uitvoeringskosten betrekking hebben op de op grond van, en de op grond vante betalen uitkeringen; g. artikelen 86 91 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van deen; h. artikelen 76 99 van de van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van deen; i. artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de bijdragen van de werkgever of de eigenrisicodrager of de werknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in; j. artikelen 38, derde lid 38a, achtste lid 39a 45a 63a, derde tot en met vijfde lid 63b, tweede lid 63c, tweede lid 63e, van de Ziektewet de bedragen die het UWV ontvangt door toepassing van de,,,,,,, en; k. artikel 673e, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 100, onderdeel f de bedragen die UWV ontvangt door toepassing van, voor zover het niet betreft onverschuldigd betaalde vergoedingen als bedoeld in; l. Wet arbeid en zorg de gelden die UWV ontvangt door toepassing van de. 2021 592 07-12-2021 13-10-2021 35613 2021 595 07-12-2021 26-11-2021 02-08-2022
Artikel 115 — Artikel 115 Uitgaven Arbeidsongeschiktheidsfonds#
Artikel 115 Uitgaven Arbeidsongeschiktheidsfonds 1 artikelen 56 100 108 117b artikel 5:3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds komen, met inachtneming van de,,enen: a. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering de door het UWV op grond van dete betalen uitkeringen; b. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen de door het UWV op grond van dete betalen uitkeringen; c. artikel 3:1a hoofdstuk 3, afdeling 2 artikelen 4:2b 6:3 van de Wet arbeid en zorg de op grond van,, of deente betalen vergoedingen en uitkeringen; d. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de door het UWV op grond van dete betalen uitkeringen; e. artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f en g artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c artikel 70 van de Ziektewet Ziektewet artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet de op grond van, ente betalen uitkeringen en de uitkeringen op grond van, toegekend aan een werknemer direct aansluitend op een dienstbetrekking waarin recht op een uitkering op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f of g, bestond en de op grond van dete betalen uitkeringen aan de verzekerde die de leeftijd, bedoeld inheeft bereikt; f. artikel 42 van de Zorgverzekeringswet de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in de onderdelen a tot en met e, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht; g. artikel 118, onderdeel a de gelden die door toepassing van, worden overgeheveld naar de Werkhervattingskas; h. artikel 118, onderdeel b de gelden die door toepassing van, worden overgeheveld naar het Rijk; i. vervallen; j. hoofdstuk IIB van de Wet op arbeidsongeschiktheidsverzekering hoofdstuk 3A van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen paragraaf 4.2 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de re-integratieinstrumenten op grond van,en. k. artikel 673e van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek de door het UWV op grond vante betalen bedragen; l. de uitvoeringskosten, voor zover deze betrekking hebben op de bedragen, bedoeld in onderdeel k; m. artikel 30a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de kosten die verband houden met de uitvoering van; n. artikel 32b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de subsidie, bedoeld in; o. artikel 84, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen hetgeen op grond vanop het UWV wordt verhaald; p. vervallen; q. artikel 30a, derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering vanvoor zover betrekking hebbend op de uitvoering van een wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering; r. artikel 117b, eerste lid, onderdeel a de uitvoeringskosten die betrekking hebben op de uitkeringen, bedoeld in de onderdelen a tot en met e en de uitkeringen, bedoeld in; s. artikel 63a, vierde, vijfde en zesde lid, van de Ziektewet artikel 40, eerste lid, onderdeel a de kosten van de werkzaamheden, bedoeld inalsmede de schade, bedoeld in het zevende lid van dat artikel, die wordt vergoed aan een eigenrisicodrager als bedoeld in, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten; t. artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de kosten van onderzoek, bedoeld in; u. artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b, en c, van de Ziektewet artikel 63a, derde lid, van die wet artikel 40, eerste lid, onderdeel a de uitkeringen op grond van, die op grond vandoor het UWV worden betaald en niet kunnen worden verhaald op de eigenrisicodrager, bedoeld in, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten; v. vervallen; w. artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b, of c van de Ziektewet artikel 117b, derde lid, onderdeel j de uitkeringen op grond van, bedoeld in. 2 Het UWV bezigt de middelen die zijn gereserveerd ten behoeve van het Arbeidsongeschiktheidsfonds niet tot bestrijding van uitgaven ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds dan met toestemming van Onze Minister. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat tevens ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds komen: a. artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, van de Ziektewet artikel 63b, eerste lid, van de Ziektewet artikel 40, eerste lid, onderdeel a de uitkeringen op grond vantoegekend aan werknemers, die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken in dienstbetrekking stonden van eigenrisicodragers als bedoeld in, voor zover de eigenrisicodrager op grond vanniet het risico draagt voor de betaling van die uitkering; b. artikel 122f uitkeringen als bedoeld in. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld voor de uitkeringen, die op grond van het derde lid, ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfond komen. 2021 592 07-12-2021 13-10-2021 35613 2021 595 07-12-2021 26-11-2021 02-08-2022
Artikel 116 — Artikel 116 Middelen Arbeidsongeschiktheidskas#
Artikel 116 Middelen Arbeidsongeschiktheidskas Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 117 — Artikel 117 Uitgaven Arbeidsongeschiktheidskas#
Artikel 117 Uitgaven Arbeidsongeschiktheidskas Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 117a — Artikel 117a Middelen Werkhervattingskas#
Artikel 117a Middelen Werkhervattingskas Ten gunste van de Werkhervattingskas komen: a. artikelen 38, tweede lid 38a, eerste lid de gedifferentieerde premie op grond van de, en; b. artikelen 76 82, vierde en vijfde lid 84, derde lid 99 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 117b, eerste lid de gelden die het UWV ontvangt met toepassing van de,,, enin verband met uitkeringen als bedoeld in; c. artikel 118 de gelden die door toepassing vanworden overgeheveld uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 117b — Artikel 117b Uitgaven Werkhervattingskas#
Artikel 117b Uitgaven Werkhervattingskas 1 Ten laste van de Werkhervattingskas komen de door het UWV te betalen: a. artikel 74, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 83, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen WGA-uitkeringen en de overlijdensuitkering, bedoeld ingedurende de periode die op grond van, geldt op de dag waarop het recht van uitkering op grond van die wet is ontstaan te rekenen vanaf die dag; b. artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b of c artikel 35 van de Ziektewet ziekengeld als bedoeld in, en de overlijdensuitkering, bedoeld in; c. artikel 42 van de Zorgverzekeringswet de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in de onderdelen a en b, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in; d. uitvoeringskosten die betrekking hebben op de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 2 artikel 24 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Indien een WGA uitkering wordt toegekend direct aansluitend op een op grond vanverlengd tijdvak waarin de verzekerde recht heeft op loon, wordt de duur van de verlenging van dat tijdvak in mindering gebracht op de periode, bedoeld in het eerste lid. 3 Het eerste lid is niet van toepassing indien: a. artikel 72, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen het een WGA uitkering betreft die op grond vandoor het UWV wordt betaald en op grond van het derde lid van dat artikel niet op een eigenrisicodrager wordt verhaald; b. artikel 84, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 40 het een WGA uitkering betreft die op grond vandoor het UWV wordt betaald en niet kan worden verhaald op een bank of verzekeraar als bedoeld in; c. artikel 29, tweede lid, onderdeel d, e, f of g, van de Ziektewet artikel 38a, negende lid artikel 38b, tweede lid, van de Ziektewet het een WGA-uitkering betreft, toegekend aan een werknemer die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht had op ziekengeld als bedoeld inof op ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, dat aan een werknemer is toegekend direct aansluitend op een dienstbetrekking waarin recht op ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f of g, bestond, tenzij op grond van, ofgeen ziekengeld is of wordt toegekend; d. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten het een WGA uitkering betreft, toegekend aan een werknemer, wiens WGA uitkering wordt toegekend in aansluiting op een voordien op grond van deof detoegekende uitkering, danwel het op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten toegekende recht op arbeidsondersteuning; e. artikel 62, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen eerste en tweede lid van dat artikel het een vervolguitkering als bedoeld inbetreft, die door het UWV wordt betaald voorzover die uitkering meer bedraagt dan hetgeen berekend op grond van het; f. artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 60, eerste lid, onderdeel b, van die wet artikel 62, vijfde lid, van die wet artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van die wet artikel 42 van de Zorgverzekeringswet het een loonaanvullingsuitkering als bedoeld inbetreft, die door het UWV wordt betaald voorzover die uitkering meer bedraagt dan een bedrag overeenkomende met het bedrag van de vervolguitkering, bedoeld inwaar de verzekerde, zonder toepassing van, recht op zou hebben indien hij geen recht zou hebben gehad op de loonaanvullingsuitkering, bedoeld in, vermeerderd met de premies die op grond van enige wet daarover verschuldigd zouden zijn en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, en die daarop niet in mindering kunnen worden gebracht; g. vervallen; h. artikel 133l, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen het uitkeringen betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die op grond vanniet ten laste komen van de eigenrisicodragers, met dien verstande dat het eerste lid van toepassing is op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald deel van die uitkeringen; i. artikel 29, tweede lid, onderdeel a,b of c artikel 63a, derde lid, van de Ziektewet artikel 40, eerste lid, onderdeel a het ziekengeld als bedoeld in, betreft dat op grond vandoor het UWV wordt betaald en niet kan worden verhaald op de eigenrisicodrager, bedoeld in; j. artikel 7, eerste lid, onderdeel a artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, of derde lid, van de Participatiewet artikel 8a, tweede lid, onderdeel b, van die wet artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c het een WGA-uitkering betreft, toegekend aan een werknemer, die naar de dienstbetrekking waaruit de WGA uitkering is ontstaan, is toegeleid door het college van burgemeester en wethouders op grond van, ofen waarbij bij ziekte van die werknemer de mogelijkheid tot vergoeding als bedoeld in, zoals dat luidde op 31 december 2015, van toepassing was of het ziekengeld betreft als bedoeld in, dat aan die werknemer is toegekend direct aansluitend op een hiervoor bedoelde dienstbetrekking; k. artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de Ziektewet artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f of g, van de Ziektewet het ziekengeld betreft als bedoeld intoegekend aan een werknemer direct aansluitend op een dienstbetrekking waarin recht op ziekengeld op grond vanbestond; l. paragraaf 2.2 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen het een WGA-uitkering als bedoeld inbetreft. 4 Het UWV bezigt de middelen die zijn gereserveerd ten behoeve van de Werkhervattingskas niet tot bestrijding van uitgaven ten laste van de Werkhervattingskas dan met toestemming van Onze Minister. 5 Ten laste van de Werkhervattingskas komen voorts: a. vervallen; b. artikel 37a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de loonkostensubsidie, bedoeld inzoals dat luidde op 31 december 2011, indien de uitkeringsgerechtigde, met wie de werkgever aan wie de loonkostensubsidie wordt verstrekt een dienstbetrekking aangaat of is aangegaan, op de dag voorafgaand aan die dienstbetrekking recht heeft op een uitkering die ten laste komt van de Werkhervattingskas; c. artikel 30a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de kosten die verband houden met de uitvoering vanten aanzien van een uitkeringsgerechtigde, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel, recht heeft op een uitkering die ten laste komt van de Werkhervattingskas. 6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. 2025 210 27-08-2025 14-07-2025 36667 2025 407 05-12-2025 27-11-2025 01-01-2026 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2026
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de overheveling van gelden uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds naar de Werkhervattingskas. 2 Wet arbeidsongeschiktheids-voorziening jonggehandicapten Participatiewet Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de overheveling van gelden uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds naar het Rijk ten behoeve van de financiering van uitkeringen en re-integratievoorzieningen op grond van de, en de financiering van uitkeringen en re-integratievoorzieningen op grond van de. 2015 154 24-04-2015 01-04-2015 33981 2015 156 24-04-2015 14-04-2015 01-05-2015
Artikel 118a — Artikel 118a Vergoeding gemeenten#
Artikel 118a Vergoeding gemeenten 1 artikel 7, eerste lid, onderdeel a artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, of derde lid, van de Participatiewet Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat de colleges van burgemeester en wethouders uitkeringen aan werknemers, die voorafgaande aan de dienstbetrekking, door die colleges van burgemeester en wethouders op grond van, ofzijn ondersteund bij de arbeidsinschakeling vergoeden aan het UWV, indien de dienstbetrekking een bij die maatregel te bepalen tijd heeft geduurd. 2 Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval geregeld: a. welke uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen dit betreft; b. de doelgroep van de werknemers; c. de hoogte van de vergoeding; d. de wijze van vergoeding; e. ten gunste van welk fonds, bedoeld in deze afdeling, de vergoedingen komen. 3 Een voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 4 Een op grond van dit artikel vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt slechts in werking, nadat gebleken is dat aan werknemers als bedoeld in het eerste lid bovenmatig uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen worden verstrekt. 2025 210 27-08-2025 14-07-2025 36667 2025 407 05-12-2025 27-11-2025 01-01-2026
Artikel 119 — Artikel 119 Beheer en rekening-courant#
Artikel 119 Beheer en rekening-courant 1 Het Zorginstituut, het UWV en de SVB beheren en administreren elk fonds afzonderlijk. 2 Indien met betrekking tot een fonds de lasten de baten blijken te overtreffen, wordt het tekort niet gedekt uit een ander fonds. 3 Het Zorginstituut, het UWV en de SVB houden, elk afzonderlijk, de financiële middelen die deel uitmaken van hun fondsen aan in een of meer rekeningen-courant bij Onze Minister van Financiën. 4 In afwijking van het derde lid kunnen het Zorginstituut, het UWV en de SVB een deel van de in het derde lid bedoelde financiële middelen buiten de in het derde lid bedoelde rekeningen-courant houden. 5 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, na overleg met het Zorginstituut, de SVB en het UWV, regels gesteld betreffende de omvang van het in het vierde lid bedoelde deel van de financiële middelen. 6 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, nadere regels worden gesteld omtrent het derde lid. 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 120 — Artikel 120 Beschikking over financiële middelen#
Artikel 120 Beschikking over financiële middelen 1 Het Zorginstituut, het UWV en de SVB kunnen, voor de uitvoering van hun wettelijke taken, beschikken over de financiële middelen die zij in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën aanhouden. 2 artikel 119, derde lid Bij regeling van Onze Minister van Financiën worden, in overeenstemming met Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en na overleg met het Zorginstituut, het UWV en de SVB, regels gesteld omtrent de rente die over de saldi van de in, bedoelde rekeningen-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt gebracht. 3 artikel 119, derde lid Onze Minister van Financiën brengt voor het beheer van de in, bedoelde rekeningen-courant geen kosten in rekening. 4 Bij een tekort aan financiële middelen maken het Zorginstituut, het UWV en de SVB uitsluitend gebruik van de kredietfaciliteiten die door Onze Minister van Financiën worden verleend of lenen het UWV en de SVB uit een door hen beheerd fonds. 5 artikel 119, derde lid Onze Minister van Financiën informeert dagelijks het Zorginstituut, het UWV en de SVB ten aanzien van de in, bedoelde rekeningen-courant, in elk geval met betrekking tot: a. de slotstanden per dag; b. alle dagelijks geboekte mutaties of transacties in de desbetreffende rekening-courant. 6 artikel 119, derde lid Het Zorginstituut, het UWV en de SVB informeren Onze Minister van Financiën ten aanzien van de in, bedoelde rekeningen-courant, in elk geval met betrekking tot de prognoses van de saldi van de desbetreffende rekening-courant. 7 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en na overleg met het Zorginstituut, het UWV en de SVB, nadere regels worden gesteld omtrent het vierde, vijfde en zesde lid. 8 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de door het College zorgverzekeringen, het UWV en de SVB beheerde fondsen betreffende de onderscheiding van het vermogen van het fonds in verschillende bestanddelen en de normen tot vaststelling van de omvang van deze bestanddelen. 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 121 — Artikel 121 Financiële rapportage#
Artikel 121 Financiële rapportage 1 Jaarlijks vóór bij regeling van Onze Minister vast te stellen tijdstippen zenden het UWV en de SVB aan Onze Minister met betrekking tot elk fonds afzonderlijk: a. een rapportage van de ontwikkelingen die zich tot op dat moment hebben voorgedaan met betrekking tot de financiële middelen en de gerealiseerde uitgaven; b. een begroting van de te verwachten uitgaven uit elk afzonderlijk fonds in het eerstvolgend kalenderjaar. 2 Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de aard en inrichting van de in het eerste lid bedoelde rapportage en de begroting van uitgaven. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 121a — Artikel 121a Financieringsregeling rijksbijdragen#
Artikel 121a Financieringsregeling rijksbijdragen Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de aan het UWV en de SVB toegekende rijksbijdragen worden afgedragen en vastgesteld. 2009 318 27-07-2009 02-07-2009 31811 2009 319 27-07-2009 18-07-2009 01-08-2009
Artikel 122 — Artikel 122 Afdracht gelden door het Rijk#
Artikel 122 Afdracht gelden door het Rijk Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, en na overleg met het Zorginstituut, regels worden gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de afdracht van gelden plaatsvindt aan de fondsen die geheel of gedeeltelijk door het Rijk worden gefinancierd. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 122a — Artikel 122a Overgangsrecht in verband met het vervallen van de sectorfondsen#
Artikel 122a Overgangsrecht in verband met het vervallen van de sectorfondsen artikel 94 artikel III, onderdeel I, van de Wet arbeidsmarkt in balans Alle vermogensbestanddelen die door het UWV afzonderlijk worden beheerd en geadministreerd in de vorm van een sectorfonds als bedoeld in, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van, gaan over op het Algemeen Werkloosheidsfonds. 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 122ab — Artikel 122ab Overgangsrecht premiekorting i.v.m. gewijzigd loonsanctiesysteem#
Artikel 122ab Overgangsrecht premiekorting i.v.m. gewijzigd loonsanctiesysteem Vervallen 2011 618 20-12-2011 01-12-2011 33015 2011 619 20-12-2011 12-12-2011 01-01-2012
Artikel 122ac — Artikel 122ac Overgangsrecht eigenrisicodragen WGA-uitkering 2008#
Artikel 122ac Overgangsrecht eigenrisicodragen WGA-uitkering 2008 Vervallen 2011 618 20-12-2011 01-12-2011 33015 2011 619 20-12-2011 12-12-2011 01-01-2012
Artikel 122b — Artikel 122b Overgangsrecht wijzigingen premiekortingen#
Artikel 122b Overgangsrecht wijzigingen premiekortingen Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018
Artikel 122c — Artikel 122c Overgangsbepaling premievrijstelling oudere werknemer#
Artikel 122c Overgangsbepaling premievrijstelling oudere werknemer Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 122ca — Artikel 122ca Gedeeltelijke teruggaaf basispremie Arbeidsongeschiktheidsfonds#
Artikel 122ca Gedeeltelijke teruggaaf basispremie Arbeidsongeschiktheidsfonds Vervallen 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2015
Artikel 122d — Artikel 122d Overgangsbepaling ontwikkeling premie Algemeen Werkloosheidsfonds#
Artikel 122d Overgangsbepaling ontwikkeling premie Algemeen Werkloosheidsfonds artikel 27 artikel 2.2 van de Wet tegemoetkomingen loondomein De premie die op grond vanis vastgesteld wordt met ingang van het jaar 2015 in verband met de ontwikkeling van de lasten voor werkgevers voortvloeiend uit de toepassing vanverlaagd met 0,35% in 2015, 0,45% in 2016, 0,55% in 2017, 0,60% in 2018, 0,70% in 2019 en 0,75% in 2020. 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 122e — Artikel 122e Overgangsbepaling eigenrisicodragen#
Artikel 122e Overgangsbepaling eigenrisicodragen 1 artikel III, onderdeel C, onderdeel 2, van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters artikel 40, eerste lid, onderdeel b De werkgever, die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding vanhet risico draagt voor de betaling van de WGA uitkering, bedoeld in, zoals dat artikel luidde voor die datum wordt na die datum geacht het risico te dragen voor betalingen als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel b, met ingang van die datum, indien hij een garantie overlegt als bedoeld in artikel 40, tweede lid, die betrekking heeft op het dragen van dit risico. 2 De werkgever overlegt de garantie, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk een dag voor de datum van inwerkingtreding, bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 40, eerste lid, onderdeel a Het door de werkgever zelf dragen van het risico, bedoeld in, wordt, onverminderd artikel 40, tiende lid, onderdeel b, door de inspecteur met ingang van de datum van inwerkingtreding, bedoeld in het eerste lid, beëindigd bij voor bezwaar vatbare beschikking, indien de garantie, bedoeld in het eerste lid, niet uiterlijk een dag voor die datum door de werkgever is overlegd. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 08-12-2016 01-07-2016
Artikel 122f — Artikel 122f Overgangsregeling lopende uitkeringen#
Artikel 122f Overgangsregeling lopende uitkeringen Ziektewet artikel II van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters en WGA- uitkeringen Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor uitkeringen op grond van deaan werknemers die zijn toegekend voor de datum van inwerkingtreding van, die voor die datum zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan, recht hadden op een uitkering op grond van de Ziektewet, en uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen, die ten laste komen van bij die maatregel aan te wijzen fondsen. 2012 464 12-10-2012 04-10-2012 33241 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2014 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2012 483 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2014
Artikel 122g — Artikel 122g Beëindiging premievrijstelling arbeid in kleine banen#
Artikel 122g Beëindiging premievrijstelling arbeid in kleine banen Vervallen 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 122ga — Artikel 122ga Beëindiging premiekorting jongere werknemer#
Artikel 122ga Beëindiging premiekorting jongere werknemer artikelen 48a 48b 115, eerste lid, onderdeel l De,en, vervallen met ingang van 1 januari 2018. 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-07-2014
Artikel 122h — Artikel 122h Overgang vermogensbestanddelen Arbeidsongeschiktheidskas#
Artikel 122h Overgang vermogensbestanddelen Arbeidsongeschiktheidskas hoofdstuk 5, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel IV, onderdeel G, van de Wet Harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving artikel 113 artikel 112 Alle vermogensbestanddelen die door het UWV, genoemd in, afzonderlijk worden beheerd en geadministreerd in de vorm van een Arbeidsongeschiktheidskas als bedoeld in, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van, gaan over op het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld, overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 122i — Artikel 122i Overgangsbepaling eigenrisicodragen WGA gemeente voor schoolpersoneel#
Artikel 122i Overgangsbepaling eigenrisicodragen WGA gemeente voor schoolpersoneel artikel 40, eerste lid artikel IV, onderdeel H, van de Wet Harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving Een gemeente die zelf het risico, bedoeld in, draagt op 1 juli 2011, draagt op die datum tevens zelf dit risico ten aanzien van haar werknemers als bedoeld in artikel 40, elfde lid, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-07-2011
Artikel 122j — Artikel 122j Overgangsrecht ontheffing wegens gemoedsbezwaren#
Artikel 122j Overgangsrecht ontheffing wegens gemoedsbezwaren Artikel 64 artikel IV, onderdeel K, van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving , zoals dat luidde op dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van, blijft van toepassing op ontheffingen die op grond van dat artikel zijn verleend. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 122k — Artikel 122k Wet op de loonbelasting 1964 Overgangsrecht in verband met wijziging regime voor vergoedingen en verstrekkingen in de#
Artikel 122k Wet op de loonbelasting 1964 Overgangsrecht in verband met wijziging regime voor vergoedingen en verstrekkingen in de Vervallen 2009 611 29-12-2009 23-12-2009 32130 2009 611 29-12-2009 23-12-2009 32130 01-01-2015 2013 566 23-12-2013 18-12-2013 33753 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 39c van de Wet op
de loonbelasting 1964 vervalt.
Artikel 122l — Artikel 122l Overgangsbepaling premiekorting oudere werknemer#
Artikel 122l Overgangsbepaling premiekorting oudere werknemer Vervallen 2015 542 30-12-2015 23-12-2015 34304 2017 272 23-06-2017 14-06-2017 01-01-2018 Artikel 6.2 van Stb. 2015/542 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 122m — Artikel 122m Overgangsbepaling toepassing AWR op beschikkingen eigenrisicodragen#
Artikel 122m Overgangsbepaling toepassing AWR op beschikkingen eigenrisicodragen artikel 40 Indien het bij koninklijke boodschap van 24 januari 2014 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene nabestaandenwet en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 in verband met een technische aanpassing van de berekening van de nabestaandenuitkering voor alleenstaande ouders en een verduidelijking van de Werkloosheidswet (Kamerstukken 33 855) tot wet wordt verheven en artikel IVa, onderdeel C, onderdeel 3, van die wet in werking treedt en uiterlijk op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding beroep is ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur op grond van, blijft het recht van toepassing zoals dat gold op die dag. 2014 167 15-05-2014 07-05-2014 33855 2014 167 15-05-2014 07-05-2014 33855 16-05-2014
Artikel 122n — Artikel 122n Geleidelijke invoering en de deactivering van de quotumheffing#
Artikel 122n Geleidelijke invoering en de deactivering van de quotumheffing 1 hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 4a artikel 38b, eerste, tweede en zesde lid, en het vijfde lid De quotumheffing, bedoeld in, wordt niet uitgevoerd dan nadat bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, tot invoering is besloten indien is gebleken dat het aantal banen voor arbeidsbeperkten als bedoeld in, in onvoldoende mate is toegenomen ten opzichte van het aantal van deze banen op 1 januari 2013, waarbij dit apart wordt beoordeeld voor de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid. 2 hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 4a artikel 38b, eerste, tweede en zesde lid, en het vijfde lid In afwijking van het eerste lid wordt de quotumheffing, bedoeld in, niet uitgevoerd indien hiertoe bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, is besloten, indien is gebleken dat het aantal banen voor arbeidsbeperkten als bedoeld in, in voldoende mate is toegenomen ten opzichte van het aantal van deze banen op 1 januari 2013, waarbij dit apart wordt beoordeeld voor de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid. 3 Bij regeling van Onze Minister wordt ten behoeve van de vaststelling van de toename, bedoeld in het eerste en tweede lid, het aantal banen bepaald voor arbeidsbeperkten, bedoeld in het eerste en tweede lid, uitgedrukt in verloonde uren op 1 januari 2013 voor de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid en wordt voor de desbetreffende sector voor het desbetreffende kalenderjaar, bepaald: a. het cumulatief aantal extra te realiseren banen voor deze arbeidsbeperkten uitgedrukt in verloonde uren; b. het cumulatief aantal gerealiseerde banen voor deze arbeidsbeperkten uitgedrukt in verloonde uren, en c. de uitkomst van de vergelijking tussen het cumulatief aantal banen, bedoeld in de onderdelen a en b, uitgedrukt in verloonde uren. 4 artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening Voor de toepassing van het derde lid wordt niet als arbeidsbeperkte beschouwd de persoon die arbeid verricht in een dienstbetrekking in de zin van, tenzij deze persoon op grond van het vijfde lid is aangewezen en aan de werkgever in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid ter beschikking is gesteld. 5 Bij regeling van Onze Minister worden categorieën arbeidsbeperkten die aan de werkgever in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid ter beschikking zijn gesteld om voor hem onder zijn toezicht en leiding arbeid te verrichten, aangewezen die overeenkomstig die regeling te stellen regels worden beschouwd als arbeidsbeperkten waarop het derde lid van toepassing is. Deze categorieën arbeidsbeperkten worden voor de toepassing van het derde lid niet geacht in dienstbetrekking te staan tot de werkgever in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid die deze arbeidsbeperkten ter beschikking heeft gesteld. 6 Een krachtens het eerste lid vastgestelde ministeriële regeling wordt gelijktijdig aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling treedt niet eerder in werking dan vier weken na de overlegging. 2019 440 03-12-2019 13-11-2019 34956 2019 441 03-12-2019 25-11-2019 04-12-2019 01-12-2018
Artikel 122na — Artikel 122na Opschorting quotumheffing#
Artikel 122na Opschorting quotumheffing 1 artikel 122n, eerste lid artikelen 38e, eerste lid artikel 2 van de Wet banenafspraak Nadat bij regeling van Onze Minister op grond van, tot invoering van de quotumheffing voor de betreffende sector is besloten, wordt de quotumheffing, in afwijking van de, en 122n, eerste lid, niet uitgevoerd met betrekking tot kalenderjaren die zijn gelegen vóór het tijdstip van inwerkingtreding van. 2 artikel 38f Ten aanzien van een kalenderjaar waarover de quotumheffing op grond van het eerste lid niet wordt uitgevoerd, wordt met overeenkomstige toepassing vaneen quotumpercentage vastgesteld voor de sector overheid, onderscheidenlijk voor de sector niet-overheid. 2025 121 09-05-2025 23-04-2025 36449 2025 178 09-07-2025 03-07-2025 01-01-2026 Artikel 12 van Stb. 2025/121 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 122o — Artikel 122o Beëindiging uitsluiting dwangsomregeling#
Artikel 122o Beëindiging uitsluiting dwangsomregeling Artikel 38h, achtste lid artikel 122n, eerste lid , vervalt met ingang van 1 januari van het vierde kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de quotumheffing op grond van, is geactiveerd, tenzij voor die datum een voorstel van wet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal is ingediend, dat een vergelijkbare regeling bevat voor de uitsluiting van de dwangsomregeling, bedoeld in artikel 38h, achtste lid. 2015 154 24-04-2015 01-04-2015 33981 2015 156 24-04-2015 14-04-2015 01-05-2015
Artikel 122p — Artikel 122p Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd Overgangsrecht in verband met de#
Artikel 122p Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd Overgangsrecht in verband met de Artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel a Ziektewet artikel 35 van de Ziektewet artikel 42 van de Zorgverzekeringswet artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet artikel III, onderdeel D, van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd , blijft buiten toepassing op het ziekengeld op grond van de, alsmede de overlijdensuitkering, bedoeld in, vermeerderd met de verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, dat is of wordt betaald aan de verzekerde ten aanzien van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen op of na de dag dat de verzekerde de leeftijd, bedoeld inheeft bereikt en voor de dag van inwerkingtreding van. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel 122q — Artikel 122q Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters Overgangsrecht in verband met de#
Artikel 122q Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters Overgangsrecht in verband met de Vervallen 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 02-07-2018
Artikel 122r — Artikel 122r#
Artikel 122r 1 artikel 117b, derde lid, onderdeel c In afwijking van, komt een door UWV te betalen WGA-uitkering als bedoeld in dat onderdeel, niet ten laste van de Werkhervattingskas indien: a. artikelen 38a, negende lid 38b, tweede lid, van de Ziektewet op grond van de, ofgeen ziekengeld is of wordt toegekend; en b. artikel XIV, onderdeel D, van de Verzamelwet SZW 2022 artikel 29, tweede lid, onderdeel d, e, f of g, van de Ziektewet voor het tijdstip van inwerkingtreding vanbij UWV een aanvraag is gedaan om vast te stellen of de werknemer, aan wie de WGA-uitkering is toegekend, uit diezelfde dienstbetrekking recht had op ziekengeld als bedoeld inof op ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de Ziektewet, dat aan de werknemer is toegekend direct aansluitend op een dienstbetrekking waarin recht op ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f of g, van de Ziektewet bestond. 2 Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2032. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 122s — Artikel 122s AOW Overgangsrecht afschaffing schuldig nalatigverklaring#
Artikel 122s AOW Overgangsrecht afschaffing schuldig nalatigverklaring artikel 61, eerste lid Algemene Ouderdomswet Invorderingswet 1990 De SVB neemt een besluit als bedoeld in, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Wet van 16 oktober 2023 tot wijziging van de, de Wet financiering sociale verzekeringen en dein verband met het afschaffen van de mogelijkheid om schuldig nalatig te verklaren bij het niet of niet geheel betalen van de premie voor de volksverzekeringen, niet op of na die datum van inwerkingtreding. 2023 381 01-11-2023 16-10-2023 2023 408 15-11-2023 08-11-2023 01-01-2024
Artikel 123 — Artikel 123 Samenwerking#
Artikel 123 Samenwerking artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg Wet langdurige zorg Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Zorgverzekeringswet Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de rijksbelastingdienst, het UWV, de SVB, het CAK, genoemd in, de zorgautoriteit en de organen die betrokken zijn bij de uitvoering van de, samenwerken ten behoeve van een goede uitvoering van deze wet, de, de volksverzekeringen, de werknemersverzekeringen, de, deen de belastingwetten, voorzover het betreft de financiering van de sociale verzekeringen. 2016 173 13-05-2016 08-04-2016 34203 2016 442 25-11-2016 15-11-2016 01-01-2017
Artikel 124 — Artikel 124 Onderlinge gegevensuitwisseling#
Artikel 124 Onderlinge gegevensuitwisseling artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg Wet langdurige zorg Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Zorgverzekeringswet De SVB, het UWV, het CAK, genoemd in, de zorgautoriteit, de organen die betrokken zijn bij de uitvoering van de, de rijksbelastingdienst, het Centraal Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd aan elkaar en aan Onze Minister, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kosteloos de opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet, de, de volksverzekeringen, de werknemersverzekeringen, de, deen de belastingwetten, voorzover het betreft de financiering van de sociale verzekeringen. 2016 173 13-05-2016 08-04-2016 34203 2016 442 25-11-2016 15-11-2016 01-01-2017
Artikel 124a — Artikel 124a Doorlevering aan derden van gegevens afkomstig van de rijksbelastingdienst#
Artikel 124a Doorlevering aan derden van gegevens afkomstig van de rijksbelastingdienst artikel 73a, eerste lid artikel 73, zesde lid artikel 73, vijfde lid, in verbinding met het eerste tot en met derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 73a, eerste lid artikel 73, zesde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 73, eerste tot en met derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het UWV is bevoegd de van de rijksbelastingdienst afkomstige gegevens, genoemd in de krachtens,ofuitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, te verstrekken aan de in de krachtens, ofuitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk de ingenoemde derden. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-01-2017
Artikel 124b — Artikel 124b Evaluatie registratie arbeidsbeperkten#
Artikel 124b Evaluatie registratie arbeidsbeperkten artikel 38d De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding vanaan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit artikel in de praktijk. 2015 154 24-04-2015 01-04-2015 33981 2015 156 24-04-2015 14-04-2015 01-05-2015
Artikel 125 — Artikel 125 Strafbepalingen#
Artikel 125 Strafbepalingen 1 artikel 77 Hij die niet voldoet aan de inlichtingenplicht, bedoeld in, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie. 2 Hij die door hem op grond van deze wet betaalde of verschuldigde premie inhoudt op het loon van of op enige andere wijze verhaalt op een werknemer of gewezen werknemer, zonder dat dit bij deze wet is toegestaan, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 125a — Artikel 125a Evaluatie premiekorting oudere werknemers#
Artikel 125a Evaluatie premiekorting oudere werknemers Vervallen 2011 618 20-12-2011 01-12-2011 33015 2011 619 20-12-2011 12-12-2011 01-01-2012
Artikel 126 — Artikel 126 Nummering#
Artikel 126 Nummering Voor de plaatsing in het Staatsblad stelt Onze Minister de nummering van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van deze wet opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken met de nieuwe nummering in overeenstemming. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 127 — Artikel 127 Inwerkingtreding#
Artikel 127 Inwerkingtreding De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 128 — Artikel 128 Citeertitel#
Artikel 128 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet financiering sociale verzekeringen. 2005 36 03-02-2005 16-12-2004 29529 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006