Wet van 19 januari 2006, houdende regels met betrekking tot zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit in stedelijk en landelijk gebied en met betrekking tot coördinatie van procedures (Interimwet stad-en-milieubenadering)
- BWB-id
- BWBR0019466
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2021-07-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019466
- ELI
- /eli/nl/wet/2006/interimwet-stad-en-milieubenadering
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2006/interimwet-stad-en-milieubenadering/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019466&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019466&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019466/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2006/interimwet-stad-en-milieubenadering
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. milieugevoelige bestemmingen: gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan; b. artikelen 2 3 9 projectgebied: gebied waarin op grond van de,ofwordt afgeweken van wettelijke voorschriften; c. milieukwaliteitsnorm: bij wettelijk voorschrift gestelde norm ten aanzien van de kwaliteit van een onderdeel van het milieu; d. artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in; e. artikel 1, eerste lid, van de Wet ammoniak en veehouderij veehouderij: veehouderij als bedoeld in; f. artikel 1, eerste lid, van de Wet ammoniak en veehouderij zeer kwetsbaar gebied: zeer kwetsbaar gebied als bedoeld in; g. artikel 1, eerste lid, van de Wet ammoniak en veehouderij ammoniakemissie: ammoniakemissie als bedoeld in; h. artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij dierenverblijf: dierenverblijf als bedoeld in; i. artikel 1 van de Reconstructiewet concentratiegebieden reconstructiegebied: reconstructiegebied als bedoeld in; j. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en k. inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar. 2010 142 01-04-2010 25-03-2010 31953 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De gemeenteraad kan ten behoeve van het vestigen van milieugevoelige bestemmingen en van het vestigen of verplaatsen van kleinschalige bedrijvigheid bij functiemenging van wonen en werken, ten aanzien van een door hem aangewezen projectgebied in het belang van zuinig en doelmatig ruimtegebruik en het bereiken van optimale leefomgevingskwaliteit, besluiten: a. tot afwijking van een milieukwaliteitsnorm met betrekking tot bodem, geluid en lucht, en b. artikelen 3 4 5 van de Wet geurhinder en veehouderij tot afwijking van de waarden en afstanden, bedoeld in de,en. 2006 531 07-11-2006 05-10-2006 30453 2006 671 21-12-2006 12-12-2006 01-01-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De gemeenteraad kan ten aanzien van een door hem aangewezen projectgebied in het belang van zuinig en doelmatig ruimtegebruik en het bereiken van optimale leefomgevingskwaliteit, besluiten: a. artikel 4 van de Wet ammoniak en veehouderij dat, in afwijking van, een omgevingsvergunning kan worden verleend voor het oprichten van een veehouderij onder intrekking van de rechtsgeldige omgevingsvergunning voor een bestaande veehouderij die binnen dat projectgebied dichter bij een zeer kwetsbaar gebied is gevestigd, met dien verstande dat: 1°. indien het aantal dieren per diercategorie niet hoger is dan het aantal dat in de bestaande veehouderij aanwezig mocht zijn, de toegestane ammoniakemissie uit de dierenverblijven behorende tot de op te richten veehouderij ten hoogste gelijk is aan de ammoniakemissie die de bestaande veehouderij zou mogen veroorzaken, of 2°. artikel 7 van de Wet ammoniak en veehouderij indien het aantal dieren per diercategorie van de op te richten veehouderij hoger is dan het aantal dat in de bestaande veehouderij aanwezig mocht zijn, de toegestane ammoniakemissie uit de dierenverblijven behorende tot de op te richten veehouderij ten hoogste gelijk is aan de ammoniakemissie die de bestaande veehouderij zou mogen veroorzaken indien daaropvan toepassing zou zijn, en b. artikel 6 van de Wet ammoniak en veehouderij dat, in afwijking van, een omgevingsvergunning kan worden verleend voor het veranderen van een veehouderij onder intrekking van de rechtsgeldige omgevingsvergunning voor een of meer andere binnen dat projectgebied bestaande, met de te veranderen veehouderij samen te voegen veehouderijen die dichter bij een zeer kwetsbaar gebied zijn gevestigd, met dien verstande dat: 1°. indien het aantal dieren per diercategorie niet hoger is dan het aantal dat in de samen te voegen veehouderijen aanwezig mag zijn, de toegestane ammoniakemissie uit de dierenverblijven behorende tot de te veranderen veehouderij ten hoogste de ammoniakemissie bedraagt die de samen te voegen veehouderijen zouden mogen veroorzaken, of 2°. artikel 7 van de Wet ammoniak en veehouderij indien het aantal dieren per diercategorie hoger is dan het aantal dat in de samen te voegen veehouderijen aanwezig mag zijn, de toegestane ammoniakemissie uit de dierenverblijven behorende tot de te veranderen veehouderij ten hoogste de ammoniakemissie bedraagt die de samen te voegen veehouderijen zouden mogen veroorzaken indien daaropvan toepassing zou zijn. 2010 142 01-04-2010 25-03-2010 31953 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 Van de bevoegdheid, bedoeld in, wordt geen gebruik gemaakt: a. Luchtvaartwet Wet luchtvaart met betrekking tot milieukwaliteitsnormen, gesteld bij of krachtens deof de; b. artikel 5.2b titel 5.2 van de Wet milieubeheer met betrekking tot milieukwaliteitsnormen, gesteld bij of krachtensof; c. artikel 108 van de Wet geluidhinder met betrekking tot milieukwaliteitsnormen, gesteld krachtensvoorzover die normen betrekking hebben op luchtvaartterreinen, of d. voorzover dat leidt tot een geluidsbelasting binnen een woning met gesloten ramen, die hoger is dan 33 dB. 2 artikel 3 artikel 27 van de Reconstructiewet concentratiegebieden Van de bevoegdheid, bedoeld in, wordt geen gebruik gemaakt met betrekking tot een deel van een reconstructiegebied waaropvan toepassing is. 3 artikelen 2 3 De gemeenteraad maakt van de bevoegdheid, bedoeld in deen, uitsluitend gebruik, indien: a. hij tot het oordeel is gekomen dat het rekening houden met milieukwaliteit in de ruimtelijke planvorming, het nemen van brongerelateerde maatregelen en het optimaal benutten van wettelijke voorschriften niet toereikend zijn om zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit te bereiken, en b. artikel 11 een melding als bedoeld inis gedaan. 2010 135 30-03-2010 18-03-2010 32127 2010 135 30-03-2010 18-03-2010 32127 31-03-2010 2010 136 30-03-2010 18-03-2010 32254 2010 137 30-03-2010 24-03-2010 Artikel 5.5 van Stb. 2010/135 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2010/135 gesteld op 1 januari 2010.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 2 3 Een besluit als bedoeld in deenbevat ten minste: a. een omschrijving van het projectgebied en een of meerdere kadastrale kaarten waarop de begrenzing van dat gebied is aangegeven; b. de milieukwaliteitsnorm of het andere wettelijke voorschrift ten aanzien waarvan het besluit een afwijking bevat; c. de norm met betrekking tot de kwaliteit van het milieu of het andere wettelijke voorschrift, welke geldt ter vervanging van de milieukwaliteitsnorm of het andere wettelijke voorschrift waarvan wordt afgeweken; d. artikelen 2 3 de wijze waarop nadelige gevolgen voor het milieu van een besluit als bedoeld in deenworden beperkt en voorzover nodig gecompenseerd, en e. de termijn waarvoor de afwijking geldt. 2 artikel 2 Onverminderd het eerste lid bevat een besluit als bedoeld inonder verwijzing naar de bijgevoegde kadastrale kaart: a. een beschrijving van de onroerende zaken waarop dat besluit betrekking heeft; b. de kadastrale aanduiding van die onroerende zaken; c. de grootte van elk van de desbetreffende percelen volgens de basisregistratie kadaster, en d. indien een in de beschrijving opgenomen onroerende zaak een gedeelte van een perceel uitmaakt, de grootte van dat gedeelte. 3 Op de bijgevoegde kadastrale kaart, bedoeld in het tweede lid, zijn de desbetreffende onroerende zaken en de bijhorende percelen en perceelsgedeelten duidelijk aangegeven. 2007 105 22-03-2007 05-03-2007 30544 2007 499 18-12-2007 05-12-2007 01-01-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikelen 2 3, De motivering van het besluit, bedoeld in deenbevat ten minste een beschrijving van: a. de visie van de gemeenteraad op de gewenste leefomgevingskwaliteit van het projectgebied, mede in relatie tot het ruimtegebruik en de leefomgevingskwaliteit in het gebied waarbinnen het projectgebied is gelegen; b. de wijze waarop getracht of overwogen is door rekening te houden met milieukwaliteit in de ruimtelijke planvorming, brongerelateerde maatregelen en optimale benutting van wettelijke voorschriften zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit te bereiken; c. de daarbij ondervonden of te voorziene beperkingen ten aanzien van een milieukwaliteitsnorm of ander wettelijk voorschrift en een uiteenzetting over de meerwaarde die de afwijking daarvan met zich brengt met het oog op het bereiken van zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit; d. de gevolgen die de uitvoering van het besluit met zich brengt voor de onderscheiden onderdelen van het milieu, de volksgezondheid en de objecten binnen het projectgebied; e. de overwegingen met betrekking tot het beperken en voorzover nodig compenseren van de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt door de afwijking van een milieukwaliteitsnorm of een ander wettelijk voorschrift; f. de wijze waarop bij de voorbereiding van het besluit belanghebbenden en bestuursorganen die het aangaat, zijn betrokken; g. de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen en de overwegingen van de gemeenteraad omtrent de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen, en h. indien het besluit een bepaalde termijn bevat, de overwegingen die hebben geleid tot de in het besluit aangegeven termijn waarvoor de afwijking geldt en de maatregelen die zullen worden getroffen teneinde die termijn niet te overschrijden. 2006 37 31-01-2006 19-01-2006 29871 2006 38 31-01-2006 23-01-2006 01-02-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikelen 2 3 artikelen 2 3 Voorzover de nadelige gevolgen voor het milieu van een besluit als bedoeld in deenniet kunnen worden voorkomen of beperkt, worden die nadelige gevolgen gecompenseerd in of in de directe omgeving van het projectgebied op een wijze die de belangen, genoemd in de aanhef van deen, dient. 2006 37 31-01-2006 19-01-2006 29871 2006 38 31-01-2006 23-01-2006 01-02-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 2 3 Indien de uitvoering van een besluit als bedoeld in deenonvoorziene en ontoelaatbare effecten heeft op het milieu of de volksgezondheid, neemt de gemeenteraad noodzakelijke maatregelen teneinde die effecten tot een toelaatbaar niveau terug te brengen. 2006 37 31-01-2006 19-01-2006 29871 2006 38 31-01-2006 23-01-2006 01-02-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 27 van de Reconstructiewet concentratiegebieden Indien op een deel van een reconstructiegebiedvan toepassing is, kunnen provinciale staten van de provincie waarin dat reconstructiegebied geheel of grotendeels is gelegen ten aanzien van een door hen aan te wijzen projectgebied binnen dat deel van het reconstructiegebied in het belang van zuinig en doelmatig ruimtegebruik en het bereiken van optimale leefomgevingskwaliteit, besluiten: a. artikel 4 van de Wet ammoniak en veehouderij dat, in afwijking van, een omgevingsvergunning kan worden verleend voor het oprichten van een veehouderij onder intrekking van de rechtsgeldige omgevingsvergunning voor een bestaande veehouderij die binnen het projectgebied, bedoeld in de aanhef, dichter bij een zeer kwetsbaar gebied is gevestigd, met dien verstande dat: 1°. indien het aantal dieren per diercategorie niet hoger is dan het aantal dat in de bestaande veehouderij aanwezig mocht zijn, de toegestane ammoniakemissie uit de dierenverblijven behorende tot de op te richten veehouderij ten hoogste gelijk is aan de ammoniakemissie die de bestaande veehouderij zou mogen veroorzaken, of 2°. artikel 7 van de Wet ammoniak en veehouderij indien het aantal dieren per diercategorie in de op te richten veehouderij hoger is dan het aantal dat in de bestaande veehouderij aanwezig mocht zijn, de toegestane ammoniakemissie uit de dierenverblijven behorende tot de op te richten veehouderij ten hoogste gelijk is aan de ammoniakemissie die de bestaande veehouderij zou mogen veroorzaken indien daaropvan toepassing zou zijn, en b. artikel 6 van de Wet ammoniak en veehouderij dat, in afwijking van, een omgevingsvergunning kan worden verleend voor het veranderen van een veehouderij onder intrekking van de rechtsgeldige omgevingsvergunning voor een of meer andere binnen het projectgebied, bedoeld in de aanhef, bestaande, met de te veranderen veehouderij samen te voegen veehouderijen die dichter bij een zeer kwetsbaar gebied zijn gevestigd, met dien verstande dat: 1°. indien het aantal dieren per diercategorie niet hoger is dan het aantal dat in de samen te voegen veehouderijen aanwezig mag zijn, de toegestane ammoniakemissie uit de dierenverblijven behorende tot de te veranderen veehouderij ten hoogste de ammoniakemissie bedraagt die de samen te voegen veehouderijen zouden mogen veroorzaken, of 2°. artikel 7 van de Wet ammoniak en veehouderij indien het aantal dieren per diercategorie hoger is dan het aantal dat in de samen te voegen veehouderijen aanwezig mag zijn, de toegestane ammoniakemissie uit de dierenverblijven behorende tot de te veranderen veehouderij ten hoogste de ammoniakemissie bedraagt die de samen te voegen veehouderijen zouden mogen veroorzaken indien daaropvan toepassing zou zijn. 2010 142 01-04-2010 25-03-2010 31953 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 artikel 11, eerste lid, van de Reconstructiewet concentratiegebieden artikel 17, vierde lid, van die wet artikel 18, eerste lid, van die wet In een reconstructiegebied vindt de voorbereiding, het nemen, de goedkeuring van het besluit, bedoeld in, en het beroep tegen het besluit omtrent goedkeuring van dat besluit, gelijktijdig plaats met de voorbereiding, het nemen en de goedkeuring van het besluit tot vaststelling van het reconstructieplan, bedoeld in, het gewijzigde reconstructieplan, bedoeld in, of de uitwerking van het reconstructieplan, bedoeld in, en het beroep tegen een van die besluiten. 2 artikelen 4, derde lid 5, eerste lid 6 7 8 11 14 15 artikelen 15 16, eerste lid 28 van de Reconstructiewet concentratiegebieden Bij de toepassing van het eerste lid zijn de,,,,,,envan deze wet en de,, envan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. onder «gemeenteraad» telkens wordt verstaan «provinciale staten van de provincie waarin het reconstructiegebied geheel of grotendeels is gelegen»; b. onder «burgemeester en wethouders» telkens wordt verstaan «gedeputeerde staten van de provincie waarin het reconstructiegebied geheel of grotendeels is gelegen»; c. onder «gedeputeerde staten» telkens wordt verstaan «Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit»; en d. artikel 16, derde lid 17, zesde lid, van de Reconstructiewet concentratiegebieden artikel 9 ook in het geval, bedoeld in, of, gedeputeerde staten van de provincie waarin het reconstructiegebied geheel of grotendeels is gelegen, een besluit als bedoeld invan deze wet bekendmaken. 3 artikel 9 Het niet tijdig bekendmaken van een besluit omtrent goedkeuring van een besluit als bedoeld invan deze wet of van een besluit tot verdaging van de beslissing omtrent goedkeuring heeft niet tot gevolg dat een besluit tot goedkeuring is genomen. 4 artikel 9 Indien goedkeuring wordt onthouden aan het reconstructieplan dat betrekking heeft op het projectgebied, wordt tevens goedkeuring onthouden aan het besluit, bedoeld invan deze wet. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 2 3 Burgemeester en wethouders melden het voornemen om een besluit als bedoeld in deente nemen aan gedeputeerde staten. 2 De melding, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste: a. een omschrijving van het projectgebied en een of meerdere kadastrale kaarten waarop de begrenzing van dat gebied is aangegeven; b. artikel 2 3 het gewenste ruimtegebruik in het projectgebied, voorzover dat verband houdt met de toepassing vanof; c. een beschrijving van de omstandigheden op grond waarvan wordt verwacht dat het rekening houden met milieukwaliteit in de ruimtelijke planvorming, het nemen van brongerelateerde maatregelen en het optimaal benutten van wettelijke voorschriften niet toereikend zijn om zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit te bereiken; d. de milieukwaliteitsnorm of het andere wettelijke voorschrift waarvan afwijking wordt overwogen, en e. een beschrijving op hoofdlijnen van de te verwachten gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid in het projectgebied. 3 artikel 12 van de Bekendmakingswet Van de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt kennisgegeven op de inbepaalde wijze. 4 Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van de melding, bedoeld in het eerste lid, aan de inspecteur. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 2 3 In dit artikel wordt onder bevoegd gezag verstaan: bestuursorgaan dat ten aanzien van een projectgebied belast is met toepassing van een milieukwaliteitsnorm of ander wettelijk voorschrift waarvan op grond vanofafwijking wordt overwogen. 2 artikelen 2 3 9 artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening Op de voorbereiding, het nemen en de terinzagelegging van het besluit, bedoeld in deenof, zijnen de krachtens die wet gestelde voorschriften omtrent totstandkoming en inhoud van het bestemmingsplan van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat: a. artikelen 2 3 burgemeester en wethouders gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerpbesluit, bedoeld in deen, het bevoegd gezag in de gelegenheid stellen advies uit te brengen over het ontwerpbesluit, tenzij een orgaan van de gemeente als bevoegd gezag of adviseur is aangewezen; b. artikel 9 gedeputeerde staten gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerpbesluit, bedoeld in, het bevoegd gezag in de gelegenheid stellen advies uit te brengen over het ontwerpbesluit, tenzij een orgaan van de provincie als bevoegd gezag of adviseur is aangewezen; c. het bevoegd gezag bij de voorbereiding van zijn advies de bestuursorganen betrekt, die ingevolge wettelijk voorschrift zijn aangewezen om hem terzake van advies te dienen; d. artikel 9 naar voren gebrachte zienswijzen omtrent het ontwerpbesluit, bedoeld in, zo spoedig mogelijk doch in elk geval daags na afloop van de terinzagelegging van het ontwerpbesluit aan Onze Minister en Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie worden gestuurd. 2013 144 24-04-2013 28-03-2013 33135 2013 145 24-04-2013 15-04-2013 25-04-2013
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2012 233 05-06-2012 24-05-2012 32389 2012 276 27-06-2012 13-06-2012 01-10-2012
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikelen 2 3 artikelen 5 tot en met 8 11 12, eerste en tweede lid, onderdelen a, c en d 16 18 Op een besluit van de gemeenteraad tot wijziging van een besluit als bedoeld in deenzijn de,,,envan overeenkomstige toepassing. 2 artikelen 2 3 artikelen 11, eerste, derde en vierde lid 12, eerste en tweede lid, onderdelen a, c en d 16 18 Op een besluit van de gemeenteraad tot intrekking van een besluit als bedoeld in deenzijn de,,envan overeenkomstige toepassing. 2010 135 30-03-2010 18-03-2010 32127 2010 135 30-03-2010 18-03-2010 32127 31-03-2010 2010 136 30-03-2010 18-03-2010 32254 2010 137 30-03-2010 24-03-2010 Artikel 5.5 van Stb. 2010/135 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2010/135 gesteld op 1 januari 2010.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 2, onderdeel a artikelen 2, onderdeel b 3 artikelen 2 3 Het bestuursorgaan dat is belast met de uitvoering van en het toezicht op de naleving van de milieukwaliteitsnormen, bedoeld in, of de andere wettelijke voorschriften, bedoeld in de, en, neemt bij de uitoefening van zijn taak ten aanzien van een projectgebied het besluit, bedoeld in deen, in acht. 2 artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikelen 2 3 Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten met betrekking tot een inrichting als bedoeld inneemt een besluit als bedoeld in deenin acht bij: a. het beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, en b. artikel 2.31, eerste lid, onder b, en tweede lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht het toepassen van. 2010 142 01-04-2010 25-03-2010 31953 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 2 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Artikel 24, eerste lid artikel 26 van Boek 3 Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van het besluit, bedoeld in, aan het betrokken kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers ter inschrijving van dat besluit in de openbare registers, bedoeld in., envan dat wetboek zijn niet van toepassing. 2 Indien een besluit als bedoeld in het eerste lid ingevolge een besluit of uitspraak in rechte is vernietigd, ingetrokken of gewijzigd, doen burgemeester en wethouders daarvan mededeling aan het kantoor, bedoeld in het eerste lid. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. 2006 37 31-01-2006 19-01-2006 29871 2006 38 31-01-2006 23-01-2006 01-02-2006
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a Vervallen 2012 233 05-06-2012 24-05-2012 32389 2012 276 27-06-2012 13-06-2012 01-10-2012
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2010 135 30-03-2010 18-03-2010 32127 2010 135 30-03-2010 18-03-2010 32127 31-03-2010 2010 136 30-03-2010 18-03-2010 32254 2010 137 30-03-2010 24-03-2010 Artikel 5.5 van Stb. 2010/135 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2010/135 gesteld op 1 januari 2010.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht Artikel 29, tweede lid, van de Reconstructiewet concentratiegebieden artikel 9 Voor de mogelijkheid van beroep ingevolgeworden als één besluit aangemerkt een besluit als bedoeld inen een reconstructieplan of een gewijzigd reconstructieplan.is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 9 Het beroep tegen een besluit ter uitvoering van een besluit als bedoeld inkan geen grond vinden in bedenkingen tegen het laatstbedoelde besluit. 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Wijzigt de Wet ammoniak en veehouderij. 2006 37 31-01-2006 19-01-2006 29871 2006 38 31-01-2006 23-01-2006 01-02-2006
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Wijzigt de Wet geluidhinder. 2006 37 31-01-2006 19-01-2006 29871 2006 38 31-01-2006 23-01-2006 01-02-2006
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2008 180 03-06-2008 22-05-2008 30938 2008 227 26-06-2008 16-06-2008 01-07-2008
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2008 180 03-06-2008 22-05-2008 30938 2008 227 26-06-2008 16-06-2008 01-07-2008
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Experimentenwet Stad en Milieu Dewordt ingetrokken. 2 Experimentenwet Stad en Milieu artikel 3, eerste lid, van die wet artikel 14, eerste lid, eerste volzin en derde lid, van die wet Deblijft van toepassing op voor 1 januari 2004 genomen besluiten als bedoeld in, met dien verstande dat voor de toepassing vangedeputeerde staten in de plaats treden van Onze Minister. 2006 37 31-01-2006 19-01-2006 29871 2006 38 31-01-2006 23-01-2006 01-02-2006
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2013 144 24-04-2013 28-03-2013 33135 2013 145 24-04-2013 15-04-2013 25-04-2013
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Deze wet wordt aangehaald als: Interimwet stad-en-milieubenadering. 2006 37 31-01-2006 19-01-2006 29871 2006 38 31-01-2006 23-01-2006 01-02-2006