Wet van 15 september 2005, houdende regels over de verplichting om bij de overheidsorganen, bij de uit de openbare kas bekostigde onderwijsinstellingen, alsmede bij de examens waarvoor wettelijke voorschriften zijn vastgesteld, de schrijfwijze van de Nederlandse taal te volgen, waartoe de Nederlandse Taalunie beslist (Spellingwet)
- BWB-id
- BWBR0018784
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018784
- ELI
- /eli/nl/wet/2006/spellingwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2006/spellingwet/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018784&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018784&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018784/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2006/spellingwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. Comité van Ministers: het orgaan, bedoeld in artikel 6, onder a, van het op 9 september 1980 tot stand gekomen Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie (Trb. 1980, 147); b. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2006 66 21-02-2006 15-09-2005 30035 2006 66 21-02-2006 15-09-2005 30035 22-02-2006
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De schrijfwijze van de Nederlandse taal waartoe het Comité van Ministers beslist, wordt gevolgd bij de overheidsorganen, bij de uit de openbare kas bekostigde onderwijsinstellingen, alsook bij de examens waarvoor wettelijke voorschriften zijn vastgesteld. 2 Onder een overheidsorgaan als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of b. een ander persoon of college met enig openbaar gezag bekleed. 2006 66 21-02-2006 15-09-2005 30035 2006 66 21-02-2006 15-09-2005 30035 22-02-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Iedere beslissing van het Comité van Ministers betreffende de schrijfwijze van de Nederlandse taal treedt voor de toepassing van deze wet in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin Onze Minister die beslissing bekendmaakt, tenzij Onze Minister met het oog op de belangen van het onderwijs daarbij een later tijdstip van inwerkingtreding vaststelt. 2 Onze Minister maakt een beslissing als bedoeld in het eerste lid terstond bekend in de Staatscourant. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, geldt als schrijfwijze van de Nederlandse taal de schrijfwijze waartoe het Comité van Ministers op 21 maart 1994, 24 oktober 1994 en 25 september 1995 heeft beslist. 2 Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing op een beslissing van het Comité van Ministers betreffende de schrijfwijze van de Nederlandse taal, die na 25 september 1995 maar voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is genomen. 2006 66 21-02-2006 15-09-2005 30035 2006 66 21-02-2006 15-09-2005 30035 22-02-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De wet van 14 februari 1947, houdende voorschriften met betrekking tot de schrijfwijze van de Nederlandsche taal (Stb. H52), wordt ingetrokken. 2006 66 21-02-2006 15-09-2005 30035 2006 66 21-02-2006 15-09-2005 30035 22-02-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. 2006 66 21-02-2006 15-09-2005 30035 2006 66 21-02-2006 15-09-2005 30035 22-02-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze wet wordt aangehaald als: Spellingwet. 2006 66 21-02-2006 15-09-2005 30035 2006 66 21-02-2006 15-09-2005 30035 22-02-2006