Wet van 2 februari 2006, houdende regels met betrekking tot de veiligheid van voor het wegverkeer toegankelijke tunnels (Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels)
- BWB-id
- BWBR0019516
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019516
- ELI
- /eli/nl/wet/2006/wet-aanvullende-regels-veiligheid-wegtunnels
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2006/wet-aanvullende-regels-veiligheid-wegtunnels/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019516&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019516&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019516/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2006/wet-aanvullende-regels-veiligheid-wegtunnels
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. richtlijn nr. 2004/54/EG richtlijn:van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet (PbEU L 167, gerectificeerd bij PbEU L 201); b. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; c. bevoegd college van burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin een tunnel geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen; d. artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s hulpverleningsdiensten: de politie, de brandweer en de GHOR, bedoeld in; e. Omgevingswet bouwen: hetgeen onder bouwen wordt verstaan in als bedoeld in de; f. Omgevingswet artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van die wet omgevingsplan: een omgevingsplan als bedoeld in demet inbegrip van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in; g. artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994 tunnel: tunnel of tunnelvormig bouwwerk, uitsluitend dan wel mede bestemd voor motorrijtuigen als bedoeld in, met uitzondering van bromfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van die wet; h. Trans-Europees wegennet: bij ministeriële regeling aan te wijzen wegennet als bedoeld in richtlijn nr. 2004/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet (PbEU L 167, gerectificeerd bij PbEU L 201). 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Deze wet is van toepassing op tunnels, langer dan 250 meter. De lengte van de tunnel wordt bepaald door het langst omsloten gedeelte. 2 Omgevingswet artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wegenverkeerswet 1994 Bij besluit van Onze Minister kan het bepaalde bij of krachtens deze wet of het bepaalde ten aanzien van de veiligheid van tunnels bij of krachtens deuit het oogpunt van veiligheid geheel of gedeeltelijk van toepassing worden verklaard op met een tunnel vergelijkbare bouwwerken boven of bij een weg die uitsluitend dan wel mede bestemd is voor motorrijtuigen als bedoeld in. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2013 242 28-06-2013 12-06-2013 33125 2013 243 28-06-2013 20-06-2013 01-07-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Omgevingswet Indien een tunnel op het grondgebied van meer dan één gemeente ligt of zal liggen, oefent het bevoegd college van burgemeester en wethouders zijn bevoegdheden, gegeven bij of krachtens deze wet of de, uit in overeenstemming met het college van burgemeester en wethouders van die andere gemeente, dan wel met de colleges van burgemeester en wethouders van die andere gemeenten. 2 Omgevingswet Indien een tunnel de landsgrens overschrijdt of zal overschrijden, oefent het bevoegd college van burgemeester en wethouders zijn bevoegdheden, gegeven bij of krachtens deze wet of de, ten aanzien van het deel van de tunnel dat in Nederland is gelegen uit in overeenstemming met het bestuursorgaan dat bevoegd is ten aanzien van het niet in Nederland gelegen deel van de tunnel. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Voor elke tunnel, alsmede voor elke tunnel ten aanzien waarvan de bouw overwogen wordt of die in aanbouw is, is er één tunnelbeheerder en één veiligheidsbeambte. 2 De tunnelbeheerder is verantwoordelijk voor het beheer van de tunnel. De beheerder van de weg voor zover die in de tunnel ligt of zal liggen, of een andere rechtspersoon aan wie het wegbeheer voor de in de tunnel gelegen weg is of zal worden opgedragen, is tunnelbeheerder. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de taken van de tunnelbeheerder. 3 De veiligheidsbeambte wordt aangewezen door de tunnelbeheerder, nadat het bevoegd college van burgemeester en wethouders met deze aanwijzing heeft ingestemd. De aanwijzing eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van veiligheidsbeambte geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. De veiligheidsbeambte coördineert voor de organisatie van de tunnelbeheerder alle preventieve en veiligheidsmaatregelen ter verzekering van de veiligheid van de tunnelgebruikers en het tunnelpersoneel. De veiligheidsbeambte is voor de uitoefening van de bij of krachtens deze wet aan hem opgedragen taken onafhankelijk. 4 Indien de tunnelbeheerder afwijkt van een advies van de veiligheidsbeambte gegeven krachtens deze wet, maakt de tunnelbeheerder zijn gemotiveerde afwijking van dat advies openbaar. 5 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de taken van de veiligheidsbeambte. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 2 De kans op slachtoffers in de tunnel is blijkens een risicoanalyse niet groter dan 0,1/Nper kilometer tunnelbuis per jaar. Waarbij «N» het aantal dodelijke slachtoffers onder de weggebruikers per incident is en waarbij dat aantal 10 of meer bedraagt. 2 De uitvoerder van de risicoanalyse, bedoeld in het eerste lid, is in functioneel opzicht onafhankelijk van de tunnelbeheerder. 3 De risicoanalyse, bedoeld in het eerste lid, geschiedt volgens een bij ministeriële regeling vastgestelde methode. 4 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet De tunnelbeheerder vraagt advies aan de veiligheidsbeambte over het bouwplan voor een bouwactiviteit als bedoeld in. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 Bij regeling van Onze Minister worden een of meer gestandaardiseerde uitrustingen vastgesteld die verschillen naar type gebruik of naar type ontwerp van de tunnel. 2 Een gestandaardiseerde uitrusting als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Veiligheid en Justitie en: a. artikel 6, derde lid indien uit een risicoanalyse, bedoeld in, blijkt dat bij toepassing van de gestandaardiseerde uitrusting in een tunnel met de fysieke kenmerken van de opengestelde of in aanbouw zijnde tunnels, aan de in artikel 6, eerste lid, genoemde norm wordt voldaan, en b. artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s nadat het Veiligheidsberaad, bedoeld in, in de gelegenheid is gesteld daarover advies uit te brengen. 3 Onze Minister evalueert de gestandaardiseerde uitrustingen binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet van ... tot wijziging van de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels in verband met het vaststellen van een veiligheidsnorm en het stellen van regels omtrent het gebruik van gestandaardiseerde uitrustingen en in verband met wijzigingen in het totstandkomingsproces van wegtunnels (Stb. ...), en vervolgens telkens na vijf jaar. Indien de evaluatie daar aanleiding toe geeft, past Onze Minister de gestandaardiseerde uitrustingen aan en stelt hij de Tweede Kamer der Staten-Generaal van deze aanpassing in kennis. 2013 242 28-06-2013 12-06-2013 33125 2013 243 28-06-2013 20-06-2013 01-07-2013
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b 1 artikel 6a, eerste lid De tunnelbeheerder past in de tunnel een krachtens, vastgestelde gestandaardiseerde uitrusting toe. 2 artikel 6, derde lid Indien overwogen wordt een tunnel te bouwen, laat de tunnelbeheerder een risicoanalyse als bedoeld in, uitvoeren ten aanzien van de tunnel zoals bij het vaststellen van het tracé voorzien wordt. 3 De tunnelbeheerder kan van de gestandaardiseerde uitrusting, als bedoeld in het eerste lid, uitsluitend afwijken indien: a. artikel 6, eerste lid dit noodzakelijk is om aan de in, genoemde norm te voldoen, en b. de tunnelbeheerder daarover advies heeft ingewonnen bij de veiligheidsbeambte, en c. daarmee ten minste de zelfde mate van veiligheid wordt geboden als is beoogd met de betrokken gestandaardiseerde uitrusting of onderdelen daarvan, of d. toepassing wordt gegeven aan artikel 3, tweede lid, of artikel 14 van Richtlijn 2004/54 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet. 4 De tunnelbeheerder kiest de toe te passen gestandaardiseerde uitrusting, als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand: a. afdeling 5.2 van de Omgevingswet aan de vaststelling van het projectbesluit, bedoeld in, of b. aan de vaststelling van een omgevingsplan of een wijziging daarvan. 5 Indien de tunnelbeheerder op grond van het derde lid afwijkt van de gestandaardiseerde uitrusting, maakt de tunnelbeheerder de keuze over de toe te passen uitrusting voorafgaand: a. afdeling 5.2 van de Omgevingswet aan de vaststelling van het projectbesluit, bedoeld in, of b. aan de vaststelling van een omgevingsplan of een wijziging daarvan. 6 De keuze voor de toe te passen uitrusting, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, of de keuze voor de toe te passen uitrusting, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, wordt gemaakt in overeenstemming met het bevoegd college van burgemeester en wethouders. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 6c — Artikel 6c#
Artikel 6c 1 artikel 6, derde lid De tunnelbeheerder stelt, na overleg met de veiligheidsbeambte, een tunnelveiligheidsplan op waarin alle veiligheidsaspecten die een rol spelen bij de keuze van de locatie, het ontwerp en het beoogde gebruik, worden afgewogen. De risicoanalyse bedoeld in, maakt daarvan onderdeel uit. 2 afdeling 5.2 van de Omgevingswet Het tunnelveiligheidsplan wordt vastgesteld voorafgaand aan de vaststelling van het projectbesluit, bedoeld in, of voorafgaand aan de vaststelling van een omgevingsplan of van een wijziging daarvan. 3 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van de vorm en de inhoud van het tunnelveiligheidsplan. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6d — Artikel 6d#
Artikel 6d 1 artikel 6, derde lid Indien overwogen wordt de constructie, de voorzieningen of het gebruik van een tunnel wezenlijk te wijzigen, laat de tunnelbeheerder een risicoanalyse als bedoeld in, uitvoeren. 2 artikel 6, eerste lid Een wezenlijke wijziging van een tunnel vindt uitsluitend plaats indien uit de risicoanalyse, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat het risico niet groter is dan de veiligheidsnorm, genoemd in. 3 Artikel 6b, zesde lid , is van overeenkomstige toepassing op de keuze van de uitrusting die met de wezenlijke wijziging samenhangt. 2013 242 28-06-2013 12-06-2013 33125 2013 243 28-06-2013 20-06-2013 01-07-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Voor de openstelling van een tunnel stelt de tunnelbeheerder na overleg met de veiligheidsbeambte en de burgemeester van de gemeente of van elk van de gemeenten waarin de tunnel is gelegen een veiligheidsbeheerplan op. Het plan omvat ten minste de organisatie van het tunnelbeheer, de afstemming van dit beheer met de hulpverleningsdiensten, de verkeersbegeleiding, de instandhoudingsactiviteiten en de bestrijding van rampen of andere gebeurtenissen in of bij een tunnel die een mensenleven, het milieu of de tunnel in gevaar kunnen brengen. Het plan omvat tevens een analyse van scenario’s van ongevallen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van het veiligheidsbeheerplan en wordt de methode voor het uitvoeren van de analyse van scenario’s van ongevallen vastgesteld. De in de derde volzin bedoelde analyse kan, met redenen omkleed, achterwege blijven. 2 Voor de openstelling van een tunnel na een wezenlijke wijziging van de constructie, de voorzieningen dan wel het gebruik van de tunnel, past de tunnelbeheerder, na overleg met de veiligheidsbeambte en de burgemeester van de gemeente of van elk van de gemeenten waarin de tunnel is gelegen, het in het eerste lid bedoelde veiligheidsbeheerplan, voor zover noodzakelijk, aan die veranderde situatie aan. 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 01-01-2015
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het is verboden een tunnel voor het verkeer open te stellen zonder daartoe strekkende vergunning van het bevoegd college van burgemeester en wethouders. 2 Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gegevens en bescheiden bij een aanvraag om vergunning, bedoeld in het eerste lid, verstrekt, onderscheidenlijk overgelegd, worden. 3 Aan de vergunning, bedoeld in het eerste lid, worden geen voorschriften verbonden. Zij wordt niet onder beperkingen verleend. 4 artikel 6b, vierde lid artikel 6, eerste lid In afwijking van het derde lid, kan de vergunning, bedoeld in het eerste lid, worden verleend onder de voorwaarde dat onvolkomenheden in de uitvoering van de gekozen gestandaardiseerde uitrusting, bedoeld in, of in de uitvoering van de gekozen voorzieningen op grond van artikel 6b, derde lid, binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn zijn hersteld, mits de tunnel ondanks de onvolkomenheden voldoet aan de in, genoemde norm. 5 De vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien: a. artikel 6b, vierde lid de uitrusting van de tunnel niet is uitgevoerd overeenkomstig de krachtens, gekozen gestandaardiseerde uitrusting of niet is uitgevoerd volgens de uitrusting die is gekozen op grond van artikel 6b, derde lid; b. de tunnel niet voldoet aan het overige bepaalde bij of krachtens deze wet, of c. Omgevingswet de tunnel niet voldoet aan het bepaalde ten aanzien van de veiligheid van tunnels bij of krachtens de. 6 Afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 16.87 van de Omgevingswet afdeling 5.2 van de Omgevingswet enzijn van toepassing op een vergunning als bedoeld in het eerste lid voor een tunnel die onderdeel uitmaakt van een projectbesluit als bedoeld in. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 Het is verboden een tunnel na een wezenlijke wijziging van de constructie, de voorzieningen dan wel het gebruik van de tunnel voor het verkeer open te stellen zonder daartoe strekkende vergunning van het bevoegd college van burgemeester en wethouders. 2 Artikel 8, tweede, derde, vierde en vijfde lid, onderdelen b en c , is van overeenkomstige toepassing. 2013 242 28-06-2013 12-06-2013 33125 2013 243 28-06-2013 20-06-2013 01-07-2013
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b artikel 7 Het is verboden een tunnel voor het verkeer in gebruik te hebben zonder of in afwijking van het veiligheidsbeheerplan, bedoeld in. 2013 242 28-06-2013 12-06-2013 33125 2013 243 28-06-2013 20-06-2013 01-07-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De tunnelbeheerder en de hulpverleningsdiensten houden in samenwerking met de veiligheidsbeambte gemeenschappelijke oefeningen voor het tunnelpersoneel en die diensten. De tunnelbeheerder stelt daartoe in overleg met de veiligheidsbeambte en de betrokken hulpverleningsdiensten een oefenprogramma op. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de oefenfrequentie en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het oefenen. 2006 134 14-03-2006 02-02-2006 30209 2006 249 23-05-2006 11-05-2006 25-05-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De tunnelbeheerder draagt zorg voor een actueel tunnelveiligheidsdossier. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot inhoud van dit dossier, het aanleveren van gegevens en bescheiden door derden aan de tunnelbeheerder en het door hem ter inzage geven van het dossier of delen daarvan. 2006 134 14-03-2006 02-02-2006 30209 2006 249 23-05-2006 11-05-2006 25-05-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van het bevoegd college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2 Het bevoegd college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat elke tunnel ten minste eenmaal in de zes jaar wordt onderzocht ten einde vast te stellen of voldaan wordt aan de van toepassing zijnde bepalingen. Het college zendt de resultaten van dit onderzoek onverwijld naar de tunnelbeheerder, de veiligheidsbeambte, Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en geeft daarbij aan welke maatregelen naar zijn oordeel genomen moeten worden om de gebleken tekortkomingen weg te nemen. 3 Omgevingswet In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of het bepaalde ten aanzien van de veiligheid van tunnels bij of krachtens de: a. doet het bevoegd college van burgemeester en wethouders daarvan onverwijld mededeling aan de tunnelbeheerder, de veiligheidsbeambte, Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. artikel 8, eerste lid kan het bevoegd college van burgemeester en wethouders de vergunning, bedoeld in, intrekken. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Omgevingswet Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de veiligheid nadere regels gegeven met betrekking tot het voornemen een tunnel te bouwen, het bouwen en het in gebruik nemen en hebben van tunnels, voor zover deze regels niet zijn gegeven bij of krachtens de. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Wijzigt de Woningwet. 2006 134 14-03-2006 02-02-2006 30209 2006 249 23-05-2006 11-05-2006 25-05-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wijzigt de Woningwet. 2006 134 14-03-2006 02-02-2006 30209 2006 249 23-05-2006 11-05-2006 25-05-2006
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Wijzigt de Tracéwet. 2006 134 14-03-2006 02-02-2006 30209 2006 249 23-05-2006 11-05-2006 25-05-2006
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Woningwet Indien voor 2 mei 2006 een aanvraag om bouwvergunning met betrekking tot een tunnel is ingediend en de desbetreffende vergunning nog niet is verleend, wordt deze aanvraag beoordeeld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde bij of krachtens de. 2006 134 14-03-2006 02-02-2006 30209 2006 249 23-05-2006 11-05-2006 25-05-2006
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Woningwet Ten aanzien van tunnels ten behoeve waarvan de bouwvergunning voor 2 mei 2006 is verleend maar die op 1 mei 2006 nog niet voor het openbaar verkeer opengesteld zijn, beoordeelt het bevoegd college van burgemeester en wethouders of voldaan wordt aan het bepaalde bij of krachtens deze wet, of het bepaalde bij of krachtens demet betrekking tot tunnels. Indien het bevoegd college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat hieraan niet wordt voldaan, stelt hij de tunnelbeheerder en de veiligheidsbeambte in kennis van de te nemen maatregelen. 2006 134 14-03-2006 02-02-2006 30209 2006 249 23-05-2006 11-05-2006 25-05-2006
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Maatregelen ten aanzien van tunnels die voor 1 mei 2006 voor het openbare verkeer opengesteld zijn of opengesteld geweest zijn, die nodig zijn om te voldoen aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of het bepaalde bij of krachtens de Woningwet met betrekking tot de veiligheidseisen voor tunnels, worden genomen: a. voor tunnels in het Nederlands deel van het trans-Europees wegennet met een lengte van meer dan 500 meter: voor 1 mei 2014; b. voor andere dan de in onderdeel a bedoelde tunnels: voor 1 mei 2019. 2 artikel 6, eerste lid Maatregelen ten aanzien van tunnels, die voor 1 juli 2013 voor het openbare verkeer opengesteld zijn of opengesteld geweest zijn, die nodig zijn om te voldoen aan het bepaalde bij of krachtens deze wet, of die nodig zijn om te voldoen aan de norm, genoemd in, worden genomen: a. voor tunnels in het Nederlands deel van het trans-Europees wegennet met een lengte van meer dan 500 meter: voor 1 mei 2014; b. voor andere dan de in onderdeel a bedoelde tunnels: voor 1 mei 2019. 3 artikelen 6b 8, vijfde lid, onderdeel a Deen, zijn niet van toepassing op: a. artikel 9 van de Tracéwet tunnels waarvoor op 1 juli 2013 reeds een tracébesluit als bedoeld inis genomen of waarvoor een bestemmingsplan of een wijziging van een bestemmingsplan is vastgesteld; b. tunnels die op 1 juli 2013 zijn opengesteld of opengesteld zijn geweest, of c. tunnels die niet in beheer zijn bij het Rijk. 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 01-01-2015
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a artikel 6, derde lid artikel 10 Een door de Commissie voor de tunnelveiligheid afgegeven advies overeenkomstig, zoals dit luidde voor inwerkingtreding van deze wet, blijft onderdeel uitmaken van het tunnelveiligheidsdossier, genoemd in, voor zover het advies verenigbaar is met deze wet. 2013 242 28-06-2013 12-06-2013 33125 2013 243 28-06-2013 20-06-2013 01-07-2013
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Deze wet wordt aangehaald als: Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels. 2006 134 14-03-2006 02-02-2006 30209 2006 249 23-05-2006 11-05-2006 25-05-2006
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2006 134 14-03-2006 02-02-2006 30209 2006 249 23-05-2006 11-05-2006 25-05-2006