Wet van 20 november 2006, houdende regels omtrent instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (Wet handhaving consumentenbescherming)
- BWB-id
- BWBR0020586
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-11-21
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020586
- ELI
- /eli/nl/wet/2006/wet-handhaving-consumentenbescherming
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2006/wet-handhaving-consumentenbescherming/2025-11-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020586&g=2025-11-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020586&z=2026-06-06&g=2025-11-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020586/2025-11-21
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2006/wet-handhaving-consumentenbescherming
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanbieder van een hostingdienst: een aanbieder van een dienst die eruit bestaat door een aanbieder van inhoud verstrekte informatie op verzoek van die aanbieder van inhoud op te slaan en de opgeslagen informatie aan derden beschikbaar te stellen; verordening 2017/2394 aangewezen instantie: een aangewezen instantie als bedoeld in artikel 3, onderdeel 8, van; verordening 2017/2394 andere overheidsinstantie: een andere overheidsinstantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van; artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt Autoriteit Consument en Markt: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in; verordening 2017/2394 bevoegde autoriteit: een bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 6, van; bindende gedragslijn: een zelfstandige last die niet wegens een overtreding wordt opgelegd; consumentenorganisaties: stichtingen of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens hun statuten tot taak hebben het behartigen van de collectieve belangen van consumenten; artikel 230fa, onderdeel e, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek e-handelsdienst: e-handelsdienst als bedoeld in; financiële dienst of activiteit: 1°. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht Richtlijn 2003/71/EG artikel 1.1 van de Wet op het financieel toezicht een financiële dienst als bedoeld inen het aanbieden van effecten aan het publiek of het doen toelaten van effecten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt, bedoeld in artikel 3, eerste en derde lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van(PbEU 2017, L 168), waarbij voor de toepassing van deze wet onder deze financiële diensten en activiteiten mede worden begrepen de overeenkomsten met betrekking tot een of meer financiële producten als bedoeld indie rechtstreeks uit deze financiële diensten of activiteiten voortvloeien of daarvan het resultaat zijn; 2°. artikel 3:5, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht artikel 4:3, eerste lid, van laatstgenoemde wet het in de uitoefening van een bedrijf aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van opvorderbare gelden van het publiek als bedoeld in, dan wel het als tussenpersoon werkzaamheden verrichten in de zin van; 3°. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht een wisseltransactie als bedoeld in; 4°. artikel 5:26, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht artikel 2:96 van de Wet op het financieel toezicht het exploiteren of beheren van een gereglementeerde markt waarvoor een vergunning als bedoeld inis verleend of het exploiteren van een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit waarvoor een vergunning als bedoeld inis verleend; 5°. Richtlijnen 2002/65/EG 2009/110/EG 2013/36 1093/2010 Richtlijn 2007/64/EG een betalingsdienst als bedoeld in bijlage I van richtlijn nr. 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de,en/EU en Verordening (EU) nr.en houdende intrekking van; 6°. een beleggingsaanbeveling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 35 van Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (PbEU 2014, L 173); bijlage inbreuk: elke overtreding van een wettelijke bepaling als bedoeld in debij deze wet, welke schade toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten; verordening 2017/2394 inbreuk binnen de Unie: een inbreuk als bedoeld in artikel 3, onderdeel 5, van; lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; verordening 2017/2394 online interface: online interface als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, van; onlinemarktplaats: een onlineplatform dat ondernemers in staat stelt hun producten en diensten aan consumenten aan te bieden; Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat; richtlijn (EU) 2019/882 richtlijn (EU) 2019/882:van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (PbEU 2019, L 151); verordening 2017/2394 schade aan de collectieve belangen van consumenten: daadwerkelijke of mogelijke schade aan de belangen van een aantal consumenten als bedoeld in artikel 3, twaalfde lid, vandie nadeel ondervinden van inbreuken of inbreuken binnen de Unie; verordening 2017/2394 verbindingsbureau: verbindingsbureau als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7, van; Verordening (EU) nr. 524/2013: verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2013, L 165); verordening 2017/2394: verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PbEU L 345); Richtlijn 2009/22/EG Verordening (EU) 2018/302: Verordening (EU) 2018/302 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2018 inzake de aanpak van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op grond van nationaliteit, verblijfplaats, of plaats van vestiging in de interne markt, en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2006/2004 en (EU) 2017/2394 en(PbEU 2018, L 60); bijlage wettelijke bepalingen: de communautaire wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument bedoeld in debij deze wet, zoals geïmplementeerd in het Nederlands recht en het recht van de lidstaten; artikel 5:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zelfstandige last: de enkele last tot het verrichten van bepaalde handelingen, bedoeld in, ter bevordering van de naleving van wettelijke voorschriften. 2024 87 15-04-2024 08-04-2024 36380 2024 341 13-11-2024 09-11-2024 28-06-2025 Artikel VIII van Stb. 2024/87 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 Vervallen 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013 Artikel 44a van Stb. 2013/102 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 bijlage De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van debij deze wet. Zij is niet bevoegd indien de inbreuk of inbreuk binnen de Unie betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 2.2a — Artikel 2.2a#
Artikel 2.2a 1 artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt verordening 2017/2394 verordening 2017/2394 Artikel 5:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 2.2 De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd om voor het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen met handhaving waarvan zij krachtenszijn belast, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit en hoedanigheid, met een handelaar als bedoeld in artikel 3, onderdeel 11, van, een overeenkomst te sluiten tot koop of tot het verrichten van een dienst en om ten aanzien van de handelaar hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de vervulling van hun taak dringend noodzakelijk is. Zij brengen een handelaar als bedoeld in artikel 3, onderdeel 11, van, niet tot andere overtredingen dan waarop diens opzet reeds was gericht.is niet van toepassing. 2 De ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan op zijn ambtseed of -belofte een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt: a. zijn naam of nummer en zijn hoedanigheid; b. de motivering van de dringende noodzaak, bedoeld in het eerste lid; c. de voorschriften op de naleving waarvan wordt toegezien; d. het adres, waaronder indien van toepassing het elektronische adres, en, voor zover bekend, de omschrijving van de desbetreffende handelaar; e. de onjuiste of onvolledige gegevens die bij het verrichten van de handelingen zijn verstrekt; f. de wijze waarop en het tijdvak waarin de handelingen hebben plaatsgevonden; g. hetgeen tijdens het onderzoek is verricht, gebleken en overigens is voorgevallen. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 2.3 — Artikel 2.3#
Artikel 2.3 1 De Autoriteit Consument en Markt wordt aangewezen als het verbindingsbureau in Nederland. 2 bijlage Met betrekking tot inbreuken binnen de Unie op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van debij deze wet, wordt de Autoriteit Consument en Markt aangewezen als bevoegde autoriteit, tenzij de inbreuk binnen de Unie betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit. 3 verordening 2017/2394 De Autoriteit Consument en Markt heeft mede tot taak de coördinatie van activiteiten van communautair belang, administratieve samenwerking en verslaglegging, bedoeld in de artikelen 30, 31 en 37 van. 4 Richtlijn 2011/83 Richtlijn 90/314/EEG De Autoriteit Consument en Markt wordt aangewezen als het centrale contactpunt, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van Richtlijn (EU) 2015/2302 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en van/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking vanvan de Raad (PbEU 2015, L 326). 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 2.4 — Artikel 2.4#
Artikel 2.4 1 De Autoriteit Consument en Markt legt voorgenomen beleidsregels ten minste vier weken voor vaststelling daarvan aan Onze Minister voor. 2 Indien de voorgenomen beleidsregels naar het oordeel van Onze Minister in strijd zijn met het belang van een goede taakuitoefening door de Autoriteit Consument en Markt, deelt Onze Minister dit gemotiveerd mee aan de Autoriteit Consument en Markt binnen twee weken nadat de regels aan hem zijn voorgelegd. 3 Indien Onze Minister een mededeling als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan, stelt de Autoriteit Consument en Markt de beleidsregels niet vast. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 2.5 — Artikel 2.5#
Artikel 2.5 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014 Artikel XXVa van Stb. 2014/247 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2.6 — Artikel 2.6#
Artikel 2.6 1 artikel 2.2 Een overeenkomst strekkende tot vergoeding van schade die het gevolg is van een inbreuk of inbreuk binnen de Unie op één of meer wettelijke bepalingen met de handhaving waarvan de Autoriteit Consument en Markt krachtensis belast, gesloten door de Autoriteit Consument en Markt met één of meer andere partijen die deze bepalingen hebben overtreden en die zich bij deze overeenkomst hebben verbonden tot vergoeding van deze schade, kan door de rechter op verzoek van de partijen die de overeenkomst hebben gesloten verbindend worden verklaard voor personen aan wie de schade is veroorzaakt. Onder personen aan wie de schade is veroorzaakt worden mede begrepen personen die een vordering ter zake van deze schade onder algemene of bijzondere titel hebben verkregen. 2 artikelen 907, tweede tot en met zesde lid 908 tot en met 910 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek titel 14 van het derde boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De, enenzijn van overeenkomstige toepassing. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 2.7 — Artikel 2.7#
Artikel 2.7 1 artikel 2.2 Als er geen andere doeltreffende middelen zijn om een inbreuk of een inbreuk binnen de Unie, op wettelijke bepalingen met de handhaving waarvan zij krachtensis belast te voorkomen of te beëindigen, kan de Autoriteit Consument en Markt, om het gevaar van ernstige schade aan de collectieve belangen van consumenten te voorkomen of te beëindigen, een zelfstandige last opleggen aan: a. degene die daartoe in staat is, om inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface, of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing aan consumenten wanneer die zich toegang tot de online interface verschaffen; b. een aanbieder van een hostingdienst, om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een online interface te deactiveren, te blokkeren, of te beperken, of c. in voorkomend geval, een beheerder van een domeinregister of een registrerende instantie, om een volledig gekwalificeerde domeinnaam te schrappen, of de Autoriteit Consument en Markt toe te laten om een volledig gekwalificeerde domeinnaam op haar naam te registreren. 2 Degene tot wie de zelfstandige last als bedoeld in het eerste lid is gericht, handelt overeenkomstig die last. 3 Op grond van het eerste lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt tot het blokkeren of filteren van internetverkeer. 4 Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste lid, is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken bij de rechtbank Rotterdam. In het verzoek om afgifte van de machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen.is van overeenkomstige toepassing. 5 Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vierde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de Autoriteit Consument en Markt binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank Rotterdam, sector strafrecht. 6 De Autoriteit Consument en Markt maakt de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld in het eerste lid, bekend. 7 De Autoriteit Consument en Markt kan een last onder dwangsom opleggen aan degene die handelt in strijd met het tweede lid. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 2.8 — Artikel 2.8#
Artikel 2.8 De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende gedragslijn tot naleving van deze wet opleggen. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 2.9 — Artikel 2.9#
Artikel 2.9 Indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat een inbreuk of inbreuk binnen de Unie heeft plaatsgevonden, kan zij de overtreder opleggen: a. een last onder dwangsom; b. een bestuurlijke boete. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 2.10 — Artikel 2.10#
Artikel 2.10 artikelen 3:4 5:41 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht Prijzenwet artikelen 8.2a 8.3 8.4a 8.5 8.8 8.11 bijlage a Onverminderd het bepaalde in de,en, houdt de Autoriteit Consument en Markt bij het opleggen van een bestuurlijke boete vanwege een overtreding van de,,,,ofof van de artikelen van de, genoemd inbij deze wet, waar passend in ieder geval rekening met: a. de aard, ernst, omvang en duur van de inbreuk; b. de maatregelen die de overtreder heeft getroffen om de door de consumenten geleden schade te beperken of te verhelpen; c. eerdere inbreuken van de overtreder; d. de door de overtreder als gevolg van de inbreuk behaalde financiële voordelen of vermeden verliezen, voor zover bekend; e. Verordening 2017/2394 in geval van een inbreuk binnen de Unie: sancties die in andere lidstaten aan de overtreder zijn opgelegd voor dezelfde inbreuk, voor zover die informatie beschikbaar is in de elektronische databank, bedoeld in artikel 35 van; f. andere verzwarende of verzachtende factoren die van toepassing zijn op de specifieke overtreding. 2022 157 22-04-2022 30-03-2022 35940 2022 157 22-04-2022 30-03-2022 35940 28-05-2022
Artikel 2.11 — Artikel 2.11#
Artikel 2.11 Vervallen 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 2.12 — Artikel 2.12#
Artikel 2.12 Vervallen 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 2.13 — Artikel 2.13#
Artikel 2.13 Vervallen 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 2.14 — Artikel 2.14#
Artikel 2.14 Vervallen 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 2.15 — Artikel 2.15#
Artikel 2.15 1 artikel 2.9 De bestuurlijke boete, bedoeld in, bedraagt ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder. 2 artikel 2.9 artikel 8.8 artikel 193g artikel 193i van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking van het eerste lid bedraagt de bestuurlijke boete, bedoeld in, in geval van overtreding van, voor zover het een oneerlijke handelspraktijk betreft als bedoeld inof, ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de overtreder. 3 artikelen 8.2a 8.3 8.4a 8.5 8.8 8.11 Verordening 2017/2394 In afwijking van het eerste lid, bedraagt de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 2.9, onderdeel b, in geval van een overtreding van de,,,,, of, die wordt opgelegd in het kader van een gecoördineerde actie als bedoeld in: a. artikel 193g artikel 193i van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek ten hoogste 4% of, in geval van een overtreding van artikel 8.8, voor zover het een oneerlijke handelspraktijk betreft als bedoeld inof, ten hoogste 10% van de jaaromzet van de overtreder in de betrokken lidstaat of lidstaten; of b. indien er geen informatie beschikbaar is over de jaaromzet van de overtreder: ten hoogste € 2.000.000. 4 artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste, tweede of derde lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. 2022 157 22-04-2022 30-03-2022 35940 2022 157 22-04-2022 30-03-2022 35940 28-05-2022 Artikel IV van Stb. 2022/157 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2.16 — Artikel 2.16#
Artikel 2.16 Vervallen 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 2.17 — Artikel 2.17#
Artikel 2.17 Vervallen 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 2.18 — Artikel 2.18#
Artikel 2.18 Vervallen 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 2.19 — Artikel 2.19#
Artikel 2.19 Vervallen 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 2.20 — Artikel 2.20#
Artikel 2.20 Vervallen 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 2.21 — Artikel 2.21#
Artikel 2.21 Vervallen 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 2.22 — Artikel 2.22#
Artikel 2.22 Vervallen 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 2.23 — Artikel 2.23#
Artikel 2.23 1 De Autoriteit Consument en Markt kan in het kader van haar taken, genoemd in deze wet, een openbare waarschuwing uitvaardigen voordat zij een inbreuk of inbreuk binnen de Unie heeft vastgesteld, indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is om consumenten snel en effectief te informeren over een schadeveroorzakende handelspraktijk van een ondernemer en daardoor schade te voorkomen. 2 Een ondernemer wordt uitsluitend met name genoemd in de openbare waarschuwing indien er sprake is van een reëel en acuut risico op benadeling van consumenten en van een redelijk vermoeden van overtreding. In de openbare waarschuwing komt duidelijk naar voren dat er nog geen sprake is van een door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde inbreuk of inbreuk binnen de Unie. 3 De uitvaardiging van een openbare waarschuwing waarin een ondernemer met name wordt genoemd geschiedt niet eerder dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit tot het uitvaardigen van de openbare waarschuwing aan hem is bekend gemaakt, tenzij hij het besluit zelf heeft openbaar gemaakt, heeft doen openbaar maken of heeft aangegeven geen bedenkingen te hebben tegen eerdere openbaarmaking. 4 artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in, wordt de werking van het besluit opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken. 5 Het besluit van de Autoriteit Consument en Markt tot het uitvaardigen van een openbare waarschuwing als bedoeld in het derde lid vermeldt behalve de naam van de ondernemer in ieder geval de schadeveroorzakende handelspraktijk, de inhoud van de openbaarmaking, de gronden waarop het besluit berust alsmede de wijze waarop en de termijn waarna de openbare waarschuwing zal worden uitgevaardigd. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 2.24 — Artikel 2.24#
Artikel 2.24 hoofdstukken 3 4 Gegevens die de Autoriteit Consument en Markt verkrijgt van andere bevoegde autoriteiten en andere overheidsinstanties als bedoeld inenvan deze wet maakt de Autoriteit Consument en Markt alleen openbaar met toestemming van de desbetreffende autoriteit of instantie. 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013 Artikel 44a van Stb. 2013/102 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 1 bijlage De Stichting Autoriteit Financiële Markten wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor inbreuken of inbreuken binnen de Unie op de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van debij deze wet, voor zover de inbreuk of inbreuk binnen de Unie betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit. 2 bijlage De Stichting Autoriteit Financiële Markten wordt voorts aangewezen als bevoegde autoriteit voor inbreuken of inbreuken binnen de Unie op de wettelijke bepalingen bedoeld in onderdeel b van debij deze wet. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 1 bijlage De bij besluit van de Stichting Autoriteit Financiële Markten aangewezen personen zijn belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in de onderdelen a en b van debij deze wet, voor zover de inbreuk of inbreuk binnen de Unie betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2 Artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op geschriften gewisseld tussen een overtreder en een advocaat die is toegelaten tot de balie, die zich bij de overtreder bevinden, doch waarop, indien zij zich zouden bevinden bij die advocaat,van toepassing zou zijn. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 3.3 — Artikel 3.3#
Artikel 3.3 1 artikel 3.1 hoofdstuk 3 artikel 4.1, eerste lid De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan gegevens of inlichtingen die zij in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van een taak als bedoeld inheeft verkregen, verstrekken aan de Autoriteit Consument en Markt, de overige bevoegde autoriteiten, genoemd in, en de andere overheidsinstanties, genoemd in, ten behoeve van een goede vervulling van hun taken genoemd in deze wet. 2 artikel 3.1 De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan gegevens of inlichtingen die zij in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van een taak als bedoeld inheeft verkregen, verstrekken voor zover een wettelijk voorschrift het gebruik van deze gegevens of inlichtingen regelt. 3 Verstrekking van gegevens of inlichtingen vindt uitsluitend plaats indien: a. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen in voldoende mate is gewaarborgd; en b. voldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt. 2022 186 19-05-2022 11-05-2022 35733 2024 44 04-03-2024 20-02-2024 01-04-2024
Artikel 3.3 0a — Artikel 3.3 0a#
Artikel 3.3 0a 1 Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden hoofdstuk 2 van de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden De Stichting Autoriteit Financiële Markten verstrekt, indien zij deelneemt aan een samenwerkingsverband als bedoeld in de, aan het samenwerkingsverband gegevens behorend tot de inof bij algemene maatregel van bestuur op grond van die wet aangewezen categorieën, voor zover dat noodzakelijk is voor het doel van dat samenwerkingsverband, tenzij naar het oordeel van de Stichting Autoriteit Financiële Markten zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten. 2 Indien voor de verstrekking aan bepaalde partijen bijzondere regels gelden, geschiedt de in het eerste lid bedoelde verstrekking steeds met inachtneming van die regels. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld aan de verstrekkingen op grond van dit artikel. 2024 198 28-06-2024 19-06-2024 35447 2024 380 04-12-2024 29-11-2024 01-03-2025
Artikel 3.3a — Artikel 3.3a#
Artikel 3.3a 1 artikel 3.2, eerste lid bijlage bij deze wet verordening 2017/2394 verordening 2017/2394 Artikel 5:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht De personen, bedoeld in, zijn bevoegd om voor het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in de onderdelen a en b van de, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit en hoedanigheid, met een handelaar als bedoeld in artikel 3, onderdeel 11, van, een overeenkomst te sluiten tot koop of tot het verrichten van een dienst en om ten aanzien van de handelaar hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de vervulling van hun taak dringend noodzakelijk is. Zij brengen een handelaar als bedoeld in artikel 3, onderdeel 11, van, niet tot andere overtredingen dan waarop diens opzet reeds was gericht.is niet van toepassing. 2 Degene die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt: a. zijn naam en zijn hoedanigheid; b. de motivering van de dringende noodzaak, bedoeld in het eerste lid; c. de voorschriften op de naleving of handhaving waarvan wordt toegezien; d. het elektronische adres en, voor zover bekend, de omschrijving van de desbetreffende handelaar; e. de onjuiste of onvolledige gegevens die bij het verrichten van de handelingen zijn verstrekt; f. de wijze waarop de deelname en het tijdvak waarin de deelname heeft plaatsgevonden; g. hetgeen tijdens het onderzoek is verricht, gebleken en overigens is voorgevallen. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 3.4 — Artikel 3.4#
Artikel 3.4 1 Artikel 2.23, tweede tot en met vijfde lid De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan in het kader van haar taken, genoemd in deze wet, een openbare waarschuwing uitvaardigen voordat zij een inbreuk of inbreuk binnen de Unie heeft vastgesteld, indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is om consumenten snel en effectief te informeren over een schadeveroorzakende handelspraktijk van een ondernemer en daardoor schade te voorkomen., is van overeenkomstige toepassing. 2 bijlage De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan, indien zij van oordeel is dat een inbreuk of inbreuk binnen de Unie op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in de onderdelen a en b van debij deze wet, heeft plaatsgevonden: a. een zelfstandige last opleggen; b. een bestuurlijke boete opleggen; c. een last onder dwangsom opleggen. 3 Artikel 4.3 bijlage is van overeenkomstige toepassing indien begrippen worden uitgelegd, die worden gehanteerd in een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van debij deze wet. 4 artikel 2.24 Met betrekking tot de toepassing van het tweede lid isvan overeenkomstige toepassing. 5 artikel 2.15 bijlage artikel 1:81 van de Wet op het financieel toezicht Met betrekking tot de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, isvan toepassing dan wel, indien het betreft een overtreding van onderdeel b van debij deze wet,. 6 artikelen 5:48 tot en met 5:51 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht Met betrekking tot de toepassing van het tweede lid, onderdeel c, zijn devan overeenkomstige toepassing en isvan overeenkomstige toepassing. 7 Aan een last onder dwangsom kunnen voorschriften worden verbonden die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om effectieve controle op de uitvoering van de last te verzekeren. 8 Door vernummering vervallen. 9 artikel 2.10 Met betrekking tot de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, isvan overeenkomstige toepassing. 2022 157 22-04-2022 30-03-2022 35940 2022 157 22-04-2022 30-03-2022 35940 28-05-2022
Artikel 3.4a — Artikel 3.4a#
Artikel 3.4a 1 De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan een beschikking openbaar maken omtrent het opleggen van een zelfstandige last, last onder dwangsom of bestuurlijke boete alsmede een toezegging door de overtreder dat een inbreuk of inbreuk binnen de Unie zal worden gestaakt. 2 De Stichting Autoriteit Financiële Markten maakt een voornemen tot openbaarmaking van een beschikking als bedoeld in het eerste lid van te voren bekend aan degene tot wie de beschikking is gericht. Dit geschiedt op hetzelfde moment als dat degene tot wie de beschikking is gericht in de gelegenheid wordt gesteld daarover zijn zienswijze uit te brengen. 3 artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht De Stichting Autoriteit Financiële Markten maakt een beschikking als bedoeld in het eerste lid niet eigener beweging openbaar gedurende twee weken nadat het besluit op de invoorgeschreven wijze bekend is gemaakt, tenzij degene tot wie de beschikking is gericht de beschikking zelf heeft openbaar gemaakt, heeft doen openbaar maken of openbaarmaking met degene tot wie de beschikking is gericht is overeengekomen. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 3.4b — Artikel 3.4b#
Artikel 3.4b Artikel 2.7 artikel 3.1 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een inbreuk of inbreuk binnen de Unie, op bepalingen waarvoor de Stichting Autoriteit Financiële Markten krachtensis aangewezen als bevoegde autoriteit, met dien verstande dat voor «de Autoriteit Consument en Markt» wordt gelezen «de Stichting Autoriteit Financiële Markten». 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 3.5 — Artikel 3.5#
Artikel 3.5 bijlage De Inspectie gezondheidszorg en jeugd wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor inbreuken binnen de Unie op de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel c van debij deze wet. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 3.6 — Artikel 3.6#
Artikel 3.6 1 artikel 100 van de Geneesmiddelenwet De krachtensaangewezen ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd zijn belast met toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen inzake inbreuken binnen de Unie voor welke het als bevoegde autoriteit is aangewezen. 2 bijlage Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordeel een inbreuk binnen de Unie op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel c van debij deze wet heeft plaatsgevonden: a. een bestuurlijke boete opleggen; b. een last onder dwangsom opleggen. 3 artikelen 2.24 3.2, tweede lid 3.4, zesde en zevende lid 3.4a De,,, enzijn van overeenkomstige toepassing. 4 eerste lid van artikel 101 van de Geneesmiddelenwet Wat betreft de hoogte van de bestuurlijke boete is hetvan overeenkomstige toepassing. 5 artikelen 2.2a 2.7 artikel 3.5 Deenzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van inbreuken of inbreuken binnen de Unie op bepalingen waarvoor de Inspectie gezondheidszorg en jeugd krachtensis aangewezen als bevoegde autoriteit, met dien verstande dat voor «de Autoriteit Consument en Markt» wordt gelezen «de Inspectie gezondheidszorg en jeugd». 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 3.7 — Artikel 3.7#
Artikel 3.7 onderdeel d van de bijlage Het Commissariaat voor de Media wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor inbreuken binnen de Unie op de wettelijke bepalingen, bedoeld inbij deze wet. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 3.8 — Artikel 3.8#
Artikel 3.8 1 artikel 7.11, tweede lid, van de Mediawet 2008 De leden van het Commissariaat voor de Media en de bij besluit van het Commissariaat aangewezen medewerkers van het Commissariaat, bedoeld in, zijn belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen waarvoor het Commissariaat voor de Media als bevoegde autoriteit is aangewezen. 2 onderdeel d van de bijlage Indien naar het oordeel van het Commissariaat voor de Media een inbreuk binnen de Unie op een van de wettelijke bepalingen als bedoeld inbij deze wet heeft plaatsgevonden, kan het Commissariaat voor de Media: a. een bestuurlijke boete opleggen; b. een last onder dwangsom opleggen. 3 artikelen 2.24 3.2, tweede lid 3.4, zesde en zevende lid 3.4a De,,, enzijn van overeenkomstige toepassing. 4 artikelen 7.12 7.19 van de Mediawet 2008 Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 5 artikelen 2.2a 2.7 artikel 3.7 Deenzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van inbreuken of inbreuken binnen de Unie op bepalingen waarvoor het Commissariaat voor de Media krachtensis aangewezen als bevoegde autoriteit, met dien verstande dat voor «de Autoriteit Consument en Markt» wordt gelezen «het Commissariaat voor de Media». 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 3.9 — Artikel 3.9#
Artikel 3.9 onderdeel e van de bijlage De Inspectie Leefomgeving en Transport wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor inbreuken binnen de Unie op de wettelijke bepalingen, bedoeld inbij deze wet. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 3.10 — Artikel 3.10#
Artikel 3.10 1 bijlage Met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel e van debij deze wet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, indien naar zijn oordeel een inbreuk binnen de Unie op een van de wettelijke bepalingen als bedoeld in onderdeel e van de bijlage bij deze wet heeft plaatsgevonden: a. een bestuurlijke boete opleggen; b. een last onder dwangsom opleggen. 3 artikelen 2.24 3.2, tweede lid 3.4, zesde en zevende lid 3.4a De,,, enzijn van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht De in het tweede lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie geldboete, bedoeld in. 5 artikelen 2.2a 2.7 artikel 3.9 Deenzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van inbreuken of inbreuken binnen de Unie op bepalingen waarvoor de Inspectie Leefomgeving en Transport krachtensis aangewezen als bevoegde autoriteit, met dien verstande dat voor «de Autoriteit Consument en Markt» wordt gelezen «de Minister van Infrastructuur en Waterstaat». 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 3.11 — Artikel 3.11#
Artikel 3.11 onderdeel f van de bijlage De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor inbreuken binnen de Unie op de wettelijke bepalingen, bedoeld inbij deze wet. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 3.12 — Artikel 3.12#
Artikel 3.12 1 artikel 13, eerste lid, van de Tabaks- en rookwarenwet De krachtensbenoemde ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen inzake inbreuken binnen de Unie voor welke de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit als bevoegde autoriteit is aangewezen. 2 onderdeel f van de bijlage Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordeel een inbreuk binnen de Unie op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld inbij deze wet heeft plaatsgevonden: a. een bestuurlijke boete opleggen; b. een last onder dwangsom opleggen. 3 artikelen 2.24 3.2, tweede lid 3.4, zesde en zevende lid 3.4a De,,, enzijn van overeenkomstige toepassing. 4 Artikel 11b, tweede lid, van de Tabaks- en rookwarenwet is van overeenkomstige toepassing. 5 artikelen 2.2a 2.7 artikel 3.7 Deenzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van inbreuken of inbreuken binnen de Unie op bepalingen waarvoor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit krachtensis aangewezen als bevoegde autoriteit, met dien verstande dat voor «de Autoriteit Consument en Markt» wordt gelezen «de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport». 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 3.13 — Artikel 3.13#
Artikel 3.13 verordening 2017/2394 Alle informatie die een bevoegde autoriteit op grond vanaan bevoegde autoriteiten van andere lidstaten en de Commissie verstrekt, verstrekt de bevoegde instantie eveneens aan de Autoriteit Consument en Markt als het verbindingsbureau. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 1 Als andere overheidsinstantie worden aangewezen: a. de Nederlandse Zorgautoriteit; b. de Belastingdienst/FIOD; c. de Kansspelautoriteit. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere overheidsinstanties worden aangewezen. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 1 Indien zowel de Autoriteit Consument en Markt als een andere overheidsinstantie bevoegd zijn toezicht uit te oefenen of handhavingsmaatregelen te nemen ten aanzien van dezelfde gedraging, maakt de Autoriteit Consument en Markt geen gebruik van de aan haar in deze wet toegekende bevoegdheden. 2 In afwijking van het vorige lid kan de Autoriteit Consument en Markt gebruik maken van de aan haar in deze wet toegekende bevoegdheden indien: a. de andere overheidsinstantie de Autoriteit Consument en Markt daaromtrent verzoekt; of b. artikel 4.5, tweede lid de andere overheidsinstantie niet aan de verplichting uit, kan voldoen. 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013 Artikel 44a van Stb. 2013/102 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 bijlage artikel 5.1 Voor zover door een andere overheidsinstantie bij de uitoefening van haar bevoegdheden begrippen worden uitgelegd, die worden gehanteerd in een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van devan deze wet, dan vindt deze uitleg plaats in overeenstemming met de Autoriteit Consument en Markt. In de samenwerkingsprotocollen, bedoeld in, worden hierover nadere afspraken gemaakt. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 4.4 — Artikel 4.4#
Artikel 4.4 Indien een andere overheidsinstantie toezichts- of handhavingsmaatregelen neemt ten aanzien van een gedraging, die eveneens een inbreuk binnen de Unie op kan leveren, stelt zij de Autoriteit Consument en Markt als het verbindingsbureau hiervan op de hoogte. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 4.5 — Artikel 4.5#
Artikel 4.5 1 verordening 2017/2394 Indien de Autoriteit Consument en Markt een verzoek om wederzijdse bijstand als bedoeld inkrijgt ten aanzien van een gedraging waarvan ook een andere overheidsinstantie bevoegd is, verwijst de Autoriteit Consument en Markt het verzoek door naar de desbetreffende overheidsinstantie. 2 verordening 2017/2394 Indien de Autoriteit Consument en Markt een verzoek om wederzijdse bijstand aan een andere overheidsinstantie doorverwijst, is de andere overheidsinstantie verplicht om toezicht uit te oefenen of handhavingsmaatregelen te nemen ten aanzien van de betrokken gedraging, tenzij sprake is van een van de uitzonderingsgronden als bedoeld in artikel 14 van. Alle gegevens omtrent genomen toezichts- en handhavingsmaatregelen worden aan de Autoriteit Consument en Markt als het verbindingsbureau bekend gemaakt. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 1 De Autoriteit Consument en Markt kan afspraken maken met: a. Onze Minister van Financiën, voor wat betreft de Belastingdienst/FIOD; b. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, voor wat betreft de Inspectie Leefomgeving en Transport; c. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor wat betreft de Inspectie gezondheidszorg en jeugd; d. andere in aanmerking komende Ministers. 2 De Autoriteit Consument en Markt kan afspraken maken met het bevoegde gezag van: a. de Stichting Autoriteit Financiële Markten; b. het Commissariaat voor de Media; c. de Nederlandse Zorgautoriteit; d. het College van Procureurs-Generaal; e. de Stichting Het Juridisch Loket; f. de Kansspelautoriteit; g. andere overheidsinstellingen. 3 De afspraken bedoeld in het eerste lid en het tweede lid, onderdelen b tot en met f, worden vastgelegd in samenwerkingsprotocollen en hebben onder meer betrekking op: a. effectief en doelmatig toezicht op en optreden tegen inbreuken; b. consumentenvoorlichting; c. verordening 2017/2394 de gemeenschappelijke activiteiten en verslaglegging, bedoeld in de artikelen 30, 31 en 37 van. 4 De afspraken bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, worden vastgelegd in een samenwerkingsprotocol en hebben betrekking op: a. artikel 4.3 de uitleg van begrippen als bedoeld in; b. de samenwerking tussen de Stichting Autoriteit Financiële Markten en de Autoriteit Consument en Markt in de uitoefening van haar taak als het verbindingsbureau. 5 De Autoriteit Consument en Markt doet mededeling van de samenwerkingsprotocollen in de Staatscourant. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 1 De Autoriteit Consument en Markt kan afspraken maken met consumentenorganisaties. De afspraken kunnen onder meer betrekking hebben op het doorverwijzen van consumenten voor wat betreft informatievoorziening, de behandeling van klachten en geschillenbeslechting. 2 De Autoriteit Consument en Markt kan afspraken maken met stichtingen of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens hun statuten tot taak hebben de behandeling van klachten van consumenten en geschillenbeslechting. De afspraken kunnen onder meer betrekking hebben op de behandeling van klachten en geschillenbeslechting. 3 Afspraken zoals bedoeld in het eerste en tweede lid worden vastgelegd in samenwerkingsprotocollen. De Autoriteit Consument en Markt doet mededeling van de samenwerkingsprotocollen in de Staatscourant. 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013 Artikel 44a van Stb. 2013/102 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6.2 — Artikel 6.2#
Artikel 6.2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen instanties worden aangewezen als aangewezen instantie. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 6.3 — Artikel 6.3#
Artikel 6.3 1 De Autoriteit Consument en Markt organiseert een maatschappelijk overleg met consumentenorganisaties en centrale ondernemersverenigingen. 2 Doelstelling van het maatschappelijk overleg is: a. de taken van de Autoriteit Consument en Markt ter uitvoering van deze wet zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij private initiatieven ter bescherming van de consument; b. Onze Minister, de bevoegde autoriteiten en andere overheidsinstanties te informeren over de effecten en de doeltreffendheid van de uitvoering van deze wet. 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013 Artikel 44a van Stb. 2013/102 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6a.1 — Artikel 6a.1#
Artikel 6a.1 Het Europees Consumenten Centrum, onderdeel van de Stichting Het Juridisch Loket, wordt aangewezen als instantie voor het verlenen van praktische bijstand aan consumenten als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EU) 2018/302. 2019 70 22-02-2019 06-02-2019 35046 2019 70 22-02-2019 06-02-2019 35046 23-02-2019
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 hoofdstuk 8 Tegen een uitspraak in hoger beroep van het College van Beroep voor het bedrijfsleven kan de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden beroep in cassatie in het belang der wet instellen wegens schending of verkeerde toepassing van. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 7.2 — Artikel 7.2#
Artikel 7.2 Consumentenorganisaties worden aangemerkt als belanghebbenden bij besluiten krachtens deze wet. 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2006 592 05-12-2006 20-11-2006 29-12-2006
Artikel 8.1 — Artikel 8.1#
Artikel 8.1 1 De in dit hoofdstuk neergelegde bepalingen gelden uitsluitend indien de wederpartij een consument is. 2 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. consument: een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf; b. algemene voorwaarden: een of meer bedingen die zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, met uitzondering van bedingen die de kern van de prestaties aangeven, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. c. artikel 130 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek pandhuis: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf pandbeleningen aanbiedt als bedoeld in. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 8.2 — Artikel 8.2#
Artikel 8.2 1 artikelen 15a 15c 15d, eerste en tweede lid 15f van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Degene die een dienst van de informatiemaatschappij verleent als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, neemt deen,, enin acht. 2 artikel 15e, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek artikel 15e, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Indien commerciële communicatie als bedoeld in, deel uitmaakt van een dienst van de informatiemaatschappij of een dergelijke dienst vormt, zorgt degene in wiens opdracht de commerciële communicatie geschiedt, datin acht wordt genomen. 3 artikelen 227a 227b 227c van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek De dienstverlener, bedoeld in het eerste lid, neemt de,enin acht. 4 artikel 227c, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Indien een wederpartij langs de elektronische weg een verklaring als bedoeld inuitbrengt die door de in het eerste lid bedoelde dienstverlener mag worden opgevat hetzij als een aanvaarding van een door hem langs de elektronische weg gedaan aanbod, hetzij als een aanbod naar aanleiding van een door hem langs de elektronische weg gedane uitnodiging om in onderhandeling te treden, bevestigt de dienstverlener de ontvangst van deze verklaring zo spoedig mogelijk langs elektronische weg aan de wederpartij. 5 Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing, indien een overeenkomst uitsluitend door middel van de uitwisseling van elektronische post of een soortgelijke vorm van individuele communicatie tot stand komt. 2025 21 03-02-2025 29-01-2025 36531 2025 21 03-02-2025 29-01-2025 36531 04-02-2025
Artikel 8.2a — Artikel 8.2a#
Artikel 8.2a 1 artikel 230g, eerste lid, onderdeel b, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Afdeling 2B van Titel 5 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Een handelaar als bedoeld in, die een overeenkomst aangaat waaropvan toepassing is, neemt de bepalingen van die afdeling in acht. 2 Afdeling 2B van Titel 5 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Indien een overeenkomst waaropvan toepassing is, tot stand komt via een andere persoon, handelend in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, die daarbij optreedt namens of voor rekening van een handelaar, neemt ook die andere persoon de bepalingen van die afdeling in acht. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing voordat de consument is gebonden aan een overeenkomst, dan wel aan een daartoe strekkend aanbod. 2015 220 18-06-2015 04-06-2015 34071 2015 220 18-06-2015 04-06-2015 34071 19-06-2015
Artikel 8.3 — Artikel 8.3#
Artikel 8.3 afdeling 3 van titel 5 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Degene die algemene voorwaarden gebruikt in een overeenkomst met een consument, bindt die consument niet aan een beding indien dat beding vernietigbaar is volgens. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 8.4 — Artikel 8.4#
Artikel 8.4 artikel 5, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 5 5a 6 6a 17 tot en met 19 21 tot en met 23 25 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Bij een consumentenkoop als bedoeld in, neemt de verkoper de,,,,,enin acht. 2022 164 26-04-2022 20-04-2022 35734 2022 164 26-04-2022 20-04-2022 35734 27-04-2022 Artikel V van Stb. 2022/164 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8.4a — Artikel 8.4a#
Artikel 8.4a 1 artikel 5, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 9, vierde lid 11 19a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht Bij een consumentenkoop als bedoeld in, neemt de als verkoper optredende handelaar de,en. 2 artikel 5, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 9 11 19a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Indien een consumentenkoop als bedoeld in, tot stand komt via een andere persoon, handelend in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, die daarbij optreedt namens of voor rekening van de als verkoper optredende handelaar, neemt ook die andere persoon de,enin acht. 2015 220 18-06-2015 04-06-2015 34071 2015 220 18-06-2015 04-06-2015 34071 19-06-2015
Artikel 8.4b — Artikel 8.4b#
Artikel 8.4b artikel 5a, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 50ad 50ae 50ai 50aj van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Bij een overeenkomst als bedoeld inneemt de verkoper de,,enin acht. 2022 164 26-04-2022 20-04-2022 35734 2022 164 26-04-2022 20-04-2022 35734 27-04-2022 Artikel V van Stb. 2022/164 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8.5 — Artikel 8.5#
Artikel 8.5 artikel 7, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek De toezending van een niet bestelde zaak, of de ongevraagde levering van water, gas, elektriciteit, stadsverwarming of digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd, ongeacht of de digitale inhoud individualiseerbaar is en of er feitelijke macht over kan worden uitgeoefend, of het verrichten van een niet opgedragen dienst, met het verzoek tot betaling van een prijs, bedoeld in, is niet toegestaan. 2015 220 18-06-2015 04-06-2015 34071 2015 220 18-06-2015 04-06-2015 34071 19-06-2015
Artikel 8.6 — Artikel 8.6#
Artikel 8.6 artikel 50a, onderdeel b, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 50a tot en met 50i van dat Boek Een handelaar als bedoeld in, die een overeenkomst aangaat als bedoeld in artikel 50a, onderdelen c tot en met f, van dat Boek, neemt dein acht. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 8.7 — Artikel 8.7#
Artikel 8.7 artikel 500, onderdeel g, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 500 tot en met 513d van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Een handelaar als bedoeld inneemt de bij of krachtens degestelde eisen in acht. 2018 2 12-01-2018 06-12-2017 34688 2018 2 12-01-2018 06-12-2017 34688 01-07-2018 Artikel V van Stb. 2018/2 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8.8 — Artikel 8.8#
Artikel 8.8 artikel 193a, eerste lid, onderdeel b, van Boek 6 van het Burgerlijk wetboek Afdeling 3A van Titel 3 van dat boek Het is een handelaar als bedoeld inniet toegestaan oneerlijke handelspraktijken te verrichten als bedoeld in. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 8.9 — Artikel 8.9#
Artikel 8.9 artikel 230a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Afdeling 2A van Titel 5 van dat boek De dienstverrichter die een dienst verricht als bedoeld in, neemt de bepalingen vanin acht. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 8.10 — Artikel 8.10#
Artikel 8.10 Titel 2D van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Een pandhuis neemt de bepalingen vanin acht. 2013 350 26-09-2013 11-09-2013 33334 2014 123 20-03-2014 13-03-2014 01-07-2014
Artikel 8.11 — Artikel 8.11#
Artikel 8.11 artikel 193a, eerste lid, onderdeel j, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 193a tot en met 193i van dat boek Het is de houder van een gedragscode, bedoeld in, niet toegestaan met die gedragscode een handelen in strijd met dete bevorderen. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 8.12 — Artikel 8.12#
Artikel 8.12 artikel 1, eerste lid, onderdeel c, respectievelijk onderdeel d, van de Implementatiewet richtlijn buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten artikel 12 van die wet Bij een koopovereenkomst of een overeenkomst tot het verrichten van diensten als bedoeld inneemt de in Nederland gevestigde ondernemer, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b van die wet,in acht. 2018 142 24-05-2018 25-04-2018 34860 2018 207 29-06-2018 19-06-2018 01-07-2018
Artikel 8.13 — Artikel 8.13#
Artikel 8.13 artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten De in Nederland gevestigde ondernemer, bedoeld in, op wie artikel 14 eerste, tweede of zevende lid van verordening (EU) nr. 524/2013 van toepassing is, en de dienstverlener die een onlinemarktplaats aanbiedt en op wie artikel 14, eerste lid, van verordening (EU) nr. 524/2013 van toepassing is, nemen de verplichtingen uit artikel 14, eerste, tweede of zevende lid, van verordening (EU) nr. 524/2013 in acht. 2018 142 24-05-2018 25-04-2018 34860 2018 207 29-06-2018 19-06-2018 01-07-2018
Artikel 8.14 — Artikel 8.14#
Artikel 8.14 artikel 514, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 520, derde en vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Een begunstigde als bedoeld in, neemtin acht. 2018 503 27-12-2018 05-12-2018 34813 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel 8.15 — Artikel 8.15#
Artikel 8.15 artikel 230fb van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Een dienstverlener, die een e-handelsdienst verricht, neemtin acht. 2024 87 15-04-2024 08-04-2024 36380 2024 341 13-11-2024 09-11-2024 28-06-2025 Artikel VIII van Stb. 2024/87 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8a.1 — Artikel 8a.1#
Artikel 8a.1 1 artikel 8.15 artikel 230fc, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek richtlijn (EU) 2019/882 Indien een dienstverlener als bedoeld ineen beroep doet opvoert hij een beoordeling uit om te kunnen bepalen of het naleven van de van toegankelijkheidsvoorschriften, bedoeld in bijlage I, afdelingen III en IV, onderdeel g, vantot een fundamentele wijziging leidt, of overeenkomstig de desbetreffende criteria in bijlage VI van die richtlijn, een onevenredige last oplevert. 2 artikel 230fc, tweede lid, onderdeel b, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Indien het beroep, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft opvoert de betrokken dienstverlener een nieuwe beoordeling uit ten minste een keer per vijf jaar en verder indien sprake is van: a. een wijziging van de aangeboden dienst; of b. een verzoek van de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten om een nieuwe beoordeling. 3 De betrokken dienstverlener documenteert de beoordeling, bedoeld in het tweede lid, en bewaart alle relevante resultaten gedurende een periode van vijf jaar nadat de e-handelsdienst op de markt is verleend. Op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten verstrekt de betrokken dienstverlener een exemplaar van de beoordeling. 4 artikel 230fc, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Iedere dienstverlener die een beroep doet opverstrekt daarover informatie aan de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten. 2024 87 15-04-2024 08-04-2024 36380 2024 341 13-11-2024 09-11-2024 28-06-2025 Artikel VIII van Stb. 2024/87 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8a.2 — Artikel 8a.2#
Artikel 8a.2 1 bijlage artikel 7.11, tweede lid, van de Mediawet 2008 Met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel g van debij deze wet, zijn belast de leden van het Commissariaat voor de Media en de bij besluit van het Commissariaat aangewezen medewerkers van het Commissariaat, bedoeld in. 2 bijlage Het Commissariaat voor de Media kan, indien naar zijn oordeel een overtreding van een van de wettelijke bepalingen als bedoeld in onderdeel g van debij deze wet heeft plaatsgevonden: a. een bestuurlijke boete opleggen; b. een last onder dwangsom opleggen. 3 artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht De in het tweede lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie geldboete, bedoeld in. 2024 87 15-04-2024 08-04-2024 36380 2024 341 13-11-2024 09-11-2024 28-06-2025 Artikel VIII van Stb. 2024/87 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8a.3 — Artikel 8a.3#
Artikel 8a.3 1 bijlage Met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel h van debij deze wet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2 bijlage Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, indien naar zijn oordeel een overtreding van een van de wettelijke bepalingen als bedoeld in onderdeel h van debij deze wet heeft plaatsgevonden: a. een bestuurlijke boete opleggen; b. een last onder dwangsom opleggen. 3 artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht De in het tweede lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie geldboete, bedoeld in. 2024 87 15-04-2024 08-04-2024 36380 2024 341 13-11-2024 09-11-2024 28-06-2025 Artikel VIII van Stb. 2024/87 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9.1 — Artikel 9.1#
Artikel 9.1 Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 3. 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2006 592 05-12-2006 20-11-2006 29-12-2006
Artikel 9.2 — Artikel 9.2#
Artikel 9.2 Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie. 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2006 592 05-12-2006 20-11-2006 29-12-2006
Artikel 9.3 — Artikel 9.3#
Artikel 9.3 Wijzigt de Wet op de economische delicten. 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2006 592 05-12-2006 20-11-2006 29-12-2006
Artikel 9.4 — Artikel 9.4#
Artikel 9.4 Wijzigt de Prijzenwet. 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2006 592 05-12-2006 20-11-2006 29-12-2006
Artikel 9.5 — Artikel 9.5#
Artikel 9.5 Wijzigt de Elektriciteitswet 1998. 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2006 592 05-12-2006 20-11-2006 29-12-2006
Artikel 9.6 — Artikel 9.6#
Artikel 9.6 Wijzigt de Wet financiële dienstverlening. 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2006 592 05-12-2006 20-11-2006 29-12-2006
Artikel 9.7 — Artikel 9.7#
Artikel 9.7 Wijzigt de Wet marktordening gezondheidszorg. 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2006 592 05-12-2006 20-11-2006 29-12-2006
Artikel 9.8 — Artikel 9.8#
Artikel 9.8 Wijzigt de Gaswet. 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2006 592 05-12-2006 20-11-2006 29-12-2006
Artikel 9.9 — Artikel 9.9#
Artikel 9.9 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014 Artikel XXVa van Stb. 2014/247 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10.1 — Artikel 10.1#
Artikel 10.1 Vervallen 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013 Artikel 44a van Stb. 2013/102 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10.2 — Artikel 10.2#
Artikel 10.2 Vervallen 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013 Artikel 44a van Stb. 2013/102 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10.3 — Artikel 10.3#
Artikel 10.3 1 verordening 2017/2394 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van overeenkomsten als bedoeld in artikel 32 van. 2 Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan een krachtens deze wet aangewezen bevoegde autoriteit. 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 2020 64 18-02-2020 05-02-2020 35251 19-02-2020
Artikel 10.4 — Artikel 10.4#
Artikel 10.4 Wijzigt deze wet. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 10.5 — Artikel 10.5#
Artikel 10.5 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2006 592 05-12-2006 20-11-2006 29-12-2006
Artikel 10.6 — Artikel 10.6#
Artikel 10.6 Deze wet wordt aangehaald als: Wet handhaving consumentenbescherming. 2006 591 05-12-2006 20-11-2006 30411 2006 592 05-12-2006 20-11-2006 29-12-2006
Artikel 8.2#
Artikel 8.2
Artikel 8.2a#
artikelen 8.2a
Artikel 8.4a#
8.4a
Artikel 8.5#
8.5
Artikel 8.3#
Artikel 8.3
Artikel 8.4#
Artikelen 8.4
Artikel 8.4b#
8.4b van deze wet
Artikel 8.4#
Artikel 8.4 van deze wet
Artikel 8.6#
Artikel 8.6
Artikel 8.7#
Artikel 8.7
Artikel 8.8#
artikelen 8.8
Artikel 8.11#
8.11
Artikel 8.9#
Artikel 8.9
Artikel 8.10#
Artikel 8.10
Artikel 8.12#
Artikel 8.12
Artikel 8.13#
Artikel 8.13
Artikel 8.14#
Artikel 8.14
Artikel 8.15#
Artikelen 8.15
Artikel 8a.1#
8a.1