Wet van 26 april 2006 tot regeling van een onafhankelijke uitoefening van risicobeoordeling door de Voedsel en Waren Autoriteit (Wet onafhankelijke risicobeoordeling Voedsel en Waren Autoriteit)
- BWB-id
- BWBR0019795
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019795
- ELI
- /eli/nl/wet/2006/wet-onafhankelijke-risicobeoordeling-nederlandse-voedsel-en-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2006/wet-onafhankelijke-risicobeoordeling-nederlandse-voedsel-en-/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019795&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019795&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019795/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2006/wet-onafhankelijke-risicobeoordeling-nederlandse-voedsel-en-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. autoriteit: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, ressorterend onder Onze Minister; c. risicobeoordeling: wetenschappelijk gefundeerd proces, bestaande uit vier stappen, te weten gevareninventarisatie, gevarenkarakterisatie, blootstellingschatting en risicokarakterisatie; d. beoordelingseenheid: afzonderlijke eenheid binnen de autoriteit, belast met risicobeoordeling. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Deze wet heeft uitsluitend betrekking op de navolgende aan de autoriteit opgedragen taken: a. het uitvoeren van risicobeoordelingen op het gebied van voeding en voedsel en op het gebied van andere consumentenproducten; b. het verrichten of doen verrichten van wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van de uitvoering van risicobeoordelingen; c. het gevraagd en ongevraagd verstrekken van adviezen naar aanleiding van risicobeoordelingen en onderzoek als bedoeld in onderdeel b. 2 De uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taken geschiedt door de beoordelingseenheid. 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 01-08-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Ambtenaren van de autoriteit die zijn belast met de uitoefening van de inbedoelde taken, vervullen geen taken in het kader van de uitvoering, het toezicht op de naleving, de oplegging van bestuurlijke boeten of de opsporing op het beleidsterrein van Onze Minister of dat van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 01-08-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De vaststelling van risicobeoordelingen alsmede van de naar aanleiding daarvan opgestelde adviezen geschiedt door de directeur van de beoordelingseenheid. 2 De inspecteur-generaal van de autoriteit draagt zorg voor een onverwijlde en integrale doorzending van de door de directeur vastgestelde risicobeoordelingen alsmede de daaraan verbonden adviezen aan Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 3 Zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken na de in het tweede lid bedoelde doorzending worden de in dat lid bedoelde risicobeoordelingen en adviezen door de inspecteur-generaal openbaargemaakt. 4 Indien risicobeoordelingen en de daarmee verbonden advisering onderdeel uitmaken van een breder advies van de autoriteit, draagt de inspecteur-generaal er zorg voor dat het door de directeur vastgestelde gedeelte integraal en als zodanig herkenbaar in het advies wordt opgenomen. 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 01-08-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4, eerste lid Onze Minister legt algemene aanwijzingen aan de in, bedoelde directeur met betrekking tot de uitoefening van de hem in deze wet toegekende taken vast in beleidsregels. 2 Onze Minister geeft zijn aanwijzingen aan de directeur met betrekking tot de uitoefening in individuele gevallen van de hem in deze wet toegekende taken uitsluitend in schriftelijke vorm. De desbetreffende aanwijzing wordt gevoegd bij de op de zaak betrekking hebbende stukken. 3 Van aanwijzingen als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Er is een Raad van advies, die tot taak heeft: a. artikel 2 erop toezien dat risicobeoordelingen, onderzoeken en daarmee verbonden adviezen als bedoeld inop onafhankelijke wijze tot stand komen; b. het bewaken van de wetenschappelijke kwaliteit van risicobeoordelingen. 2 De inspecteur-generaal en de directeur verstrekken aan de Raad van advies desgevraagd alle gegevens en inlichtingen die deze voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 01-08-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De Raad van advies bestaat uit vijf leden van wie drie leden, waaronder de voorzitter, uit de kringen van de wetenschap en twee leden met deskundigheid op het terrein van voeding en voedsel en op het terrein van andere consumentenproducten. 2 Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de voorzitter en de overige leden van de Raad van advies. 3 Benoeming geschiedt voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan eenmaal en voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 4 artikel 8, eerste lid Schorsing en ontslag vinden slechts plaats vanwege ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie, wegens het niet naleven van, dan wel wegens andere zwaarwegende redenen dan die gelegen zijn in de persoon van de betrokkene of verband houden daarmee. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek. 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 01-08-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De leden van de Raad van advies vervullen geen nevenbetrekkingen die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun functie of de handhaving van hun onafhankelijkheid of van het vertrouwen in een goede en onafhankelijke functievervulling. 2 Leden van de Raad van advies melden het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie aan Onze Minister. 3 Nevenfuncties van leden van de Raad van advies worden openbaar gemaakt door het ter inzage leggen van een opgave van deze nevenfuncties bij Onze Minister alsmede door een publicatie daarvan in de Staatscourant. 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 01-08-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De Raad van advies zendt jaarlijks voor 1 juni aan Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een rapportage over het afgelopen kalenderjaar, met een afschrift aan de inspecteur-generaal. 2 Onze Minister doet de in het eerste lid bedoelde rapportage aan beide kamers der Staten-Generaal toekomen. 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 01-08-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Wijzigt de Gezondheidswet. 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 01-08-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Wijzigt de Warenwet. 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 01-08-2006
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 01-08-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 2006 247 23-05-2006 26-04-2006 29863 01-08-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze wet wordt aangehaald als: Wet onafhankelijke risicobeoordeling Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014