Wet van 20 oktober 2005 tot vereenvoudiging van het stelsel van overheidsbemoeienis met het aanbod van zorginstellingen (Wet toelating zorginstellingen)
- BWB-id
- BWBR0018906
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018906
- ELI
- /eli/nl/wet/2006/wet-toelating-zorginstellingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2006/wet-toelating-zorginstellingen/2022-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018906&g=2022-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018906&z=2026-06-06&g=2022-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018906/2022-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2006/wet-toelating-zorginstellingen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. vervallen; c. artikel 19 College sanering: het College sanering zorginstellingen, genoemd in; d. artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in; e. artikel 89 van de Wet financiering sociale verzekeringen Fonds langdurige zorg: het Fonds langdurige zorg, genoemd in; f. artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet instelling: een organisatorisch verband dat zorg of een andere dienst verleent waarop aanspraak bestaat ingevolgeof ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan met betrekking tot daarbij aan te wijzen categorieën van instellingen worden bepaald dat delen van deze wet op die instellingen of een deel daarvan niet van toepassing zijn. 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 57 van de Wet marktordening gezondheidszorg Met het oog op de totstandkoming van een beleidsregel van de Nederlandse Zorgautoriteit op grond van, kan bij ministeriële regeling met betrekking tot de instelling of instellingen waarvoor die beleidsregel geldt, worden bepaald dat delen van deze wet op die instellingen of een deel daarvan niet van toepassing zijn voor de duur van het in die beleidsregel bedoelde experiment. 2 Alvorens overeenkomstig het eerste lid een ministeriële regeling wordt vastgesteld, wordt het ontwerp daarvan schriftelijk meegedeeld aan de beide kamers der Staten-Generaal. De regeling wordt niet eerder vastgesteld dan nadat tien dagen zijn verstreken na die mededeling. 3 De regeling vervalt op het tijdstip waarop ingevolge de beleidsregel het experiment is geëindigd. 4 Onze Minister evalueert de toepassing van dit artikel tijdig en tijdens de uitvoering van het experiment. 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Een instelling heeft geen winstoogmerk, behoudens de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van instellingen. 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 6, vijfde lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen Het bestuur van een instelling wendt zich tot het College sanering binnen zes weken na bekendmaking van een beslissing tot beëindiging van de uitvoering van bijzondere medische verrichtingen of beëindiging van het gebruik van apparatuur op grond van. 2 artikel 18 Het College sanering stelt de financiële gevolgen van sanering vast ter zake van een beslissing als bedoeld in het eerste lid, alsmede ter uitvoering van een beslissing als bedoeld in. 3 De in het tweede lid bedoelde vaststelling kan inhouden dat het College sanering subsidie verstrekt ter voorziening in de financiële gevolgen van de sanering. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot: a. hetgeen onder financiële gevolgen van sanering moet worden verstaan; b. de hoogte, de opbouw en wijze van berekening van de subsidie; c. de aanvraag van de subsidie en de besluitvorming daarover; d. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend; e. de verplichtingen van de subsidie-ontvanger; f. de vaststelling van de subsidie; g. de betaling en terugvordering van de subsidie en het verlenen van voorschotten. 5 In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vierde lid, kan worden bepaald dat het College sanering nadere regels stelt over daarbij aangewezen onderwerpen. De door het College sanering gestelde regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister. 6 Een beschikking tot subsidievaststelling wordt niet genomen dan nadat het Zorginstituut hieromtrent is gehoord. 7 De betaling van de subsidie of het voorschot geschiedt door het Zorginstituut ten laste van het Fonds langdurige zorg. Onze Minister kan hieromtrent nadere regelen stellen. 8 Indien het College sanering vaststelt dat de financiële gevolgen van de sanering een positief saldo voor de betrokken instelling inhouden, kan het College sanering bepalen dat het saldo wordt gestort in het Fonds langdurige zorg. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vierde lid, kunnen hieromtrent regels worden gesteld. 9 Van besluiten als bedoeld in het tweede lid doet het College sanering mededeling aan Onze Minister. 10 Onze Minister doet jaarlijks verslag aan de Staten-Generaal omtrent de door het College sanering ingevolge het tweede lid genomen besluiten. 11 Het College sanering is tevens belast met het toezicht op de sanering. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vierde lid, kunnen hieromtrent regels worden gesteld. 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 1.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Het bestuur van een instelling, met uitzondering van een academisch ziekenhuis als bedoeld in, dat voornemens is om gebouwen of terreinen, of delen daarvan, blijvend niet meer voor de instelling te gebruiken, doet hiervan onverwijld mededeling aan het College sanering. 2 Het College sanering beslist binnen acht weken na ontvangst van de mededeling of het bestuur van de instelling de gebouwen of terreinen kan verhuren, vervreemden of aan enig beperkt recht kan onderwerpen zonder zijn goedkeuring. Bij de goedkeuring kan het College sanering bepalen dat bij verkoop een meeropbrengst ten opzichte van de boekwaarde wordt gestort in het Fonds langdurige zorg. 3 Een rechtshandeling die is verricht in strijd met dit artikel, is vernietigbaar. De vernietigbaarheid kan worden ingeroepen door het College sanering. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Er is een College sanering zorginstellingen, dat rechtspersoonlijkheid bezit. Het College sanering is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats. 2 Het College sanering is belast met de taken die hem bij of krachtens de wet zijn opgedragen. 3 Het College sanering wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Het College sanering bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie de voorzitter. 2 Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de overige leden. Benoeming vindt op persoonlijke titel plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van het College sanering alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. Van een besluit tot benoeming, schorsing of ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 3 Bij ministeriële regeling kunnen functies of werkzaamheden worden aangewezen, die niet verenigbaar zijn met het lidmaatschap van het College sanering. 4 De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 5 Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door Onze Minister. 6 Onze Minister stelt de bezoldiging en de regels ten aanzien van de rechtspositie van de leden van het College sanering vast. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Het College sanering stelt een bestuursreglement vast. 2 Vergaderingen van het College sanering zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald. 3 artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht In het bestuursreglement legt het College sanering in ieder geval vast hoe hij voldoet aan de verplichting ingevolge. 4 Het bestuursreglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden indien het doelmatig en doeltreffend functioneren van het College sanering onvoldoende wordt gewaarborgd. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Voor het personeel van het College sanering gelden de arbeidsvoorwaarden die zijn opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het ministerie, waaronder het College sanering ressorteert. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald voor welke aangelegenheden van het eerste lid kan worden afgeweken. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Het College sanering zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een jaarplan voor het volgende kalenderjaar. 2 Het jaarplan omvat: a. een werkprogramma met een beschrijving van de activiteiten die het College sanering voornemens is ter uitvoering van zijn taken te verrichten, b. een begroting van de beheerskosten voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten, en c. een meerjarenraming voor de vier kalenderjaren volgend op het begrotingsjaar. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 december het budget voor de beheerskosten van het College sanering voor het volgende kalenderjaar vast. 2 Onze Minister kan besluiten het budget voor de beheerskosten van het College sanering te wijzigen. 3 Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten, doet het College sanering daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen. 4 Het College sanering gaat met betrekking tot de beheerskosten geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding van het vastgestelde budget voor de beheerskosten. 5 Indien het budget voor de beheerskosten niet is vastgesteld voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is het College sanering bevoegd, teneinde zijn activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld. 6 Onze Minister kan besluiten dat het College sanering in een geval als bedoeld in het vijfde lid, kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld. 7 Het door Onze Minister vastgestelde budget voor de beheerskosten van het College sanering wordt gedekt uit 's Rijks kas. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Het College sanering zendt jaarlijks voor 15 maart aan Onze Minister een jaarverantwoording over het afgelopen kalenderjaar, alsmede het verslag van bevindingen, bedoeld in het zesde lid. 2 De jaarverantwoording omvat: a. een jaarrekening, en b. een jaarverslag omtrent het door het College sanering gevoerde beleid, de doeltreffendheid van dat beleid, de bedrijfsvoering en de uitvoering van het werkprogramma in het afgelopen kalenderjaar. 3 titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het College sanering legt in zijn jaarrekening, die zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing vanwordt ingericht, rekening en verantwoording af over zijn beheerskosten en over de rechtmatigheid en doelmatigheid van het beheer in het afgelopen kalenderjaar. 4 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in, die bereid is Onze Minister desgevraagd inzicht te geven in zijn controlewerkzaamheden. 5 De verklaring heeft mede betrekking op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen door het College sanering. 6 De accountant voegt bij de verklaring een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie voldoen aan eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid, controleerbaarheid en doelmatigheid. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 23 artikel 25 De onderdelen «werkprogramma» en «begroting» van het jaarplan, bedoeld in, en het onderdeel «jaarrekening» van de jaarverantwoording, bedoeld in, behoeven de goedkeuring van Onze Minister. 2 Het eerste lid geldt niet voor wijzigingen in een goedgekeurde begroting, mits: a. de totale omvang van de begroting geen wijziging ondergaat, en b. artikel 24 de wijziging per groep van kostensoorten en baten, gerekend over het desbetreffende begrotingsjaar, een bedrag van 5 procent van het inbedoelde budget niet te boven gaat. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inhoud en de inrichting van: a. artikel 23 het jaarplan, bedoeld in; b. artikel 25 de jaarverantwoording, bedoeld in; c. artikel 25, vierde lid artikel 25, zesde lid de verklaring, bedoeld in, en het verslag van bevindingen, bedoeld in, alsmede het aan die verklaring en dat verslag ten grondslag liggende onderzoek. 4 artikel 24 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder het budget, bedoeld in, wordt vastgesteld. 2006 644 19-12-2006 30-11-2006 30831 2006 701 22-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26, eerste lid Na de goedkeuring, bedoeld in, stelt het College sanering het jaarplan en de jaarverantwoording algemeen verkrijgbaar. 2 Onze Minister brengt zijn oordeel over het functioneren van het College sanering ter kennis van beide Kamers der Staten-Generaal. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2006 644 19-12-2006 30-11-2006 30831 2006 701 22-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de werkwijze en de uitoefening van de taken van het College sanering. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Een besluit van het College sanering kan bij koninklijk besluit worden vernietigd. 2 Van een besluit tot vernietiging wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Wet marktordening gezondheidszorg Het College sanering verstrekt desgevraagd aan de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de, de voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen. De Nederlandse Zorgautoriteit kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de invulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Het College sanering verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen en gegevens. Het College sanering verleent aan door Onze Minister aangewezen personen toegang tot en inzage in alle gegevens die Onze Minister nodig acht voor de uitoefening van zijn taak. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 5 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, behoudens, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen. 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 35 artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De inbedoelde personen beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in deen. 2005 571 22-11-2005 20-10-2005 27659 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikelen 17, eerste en achtste lid 18, eerste en tweede lid Het College sanering is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de, en. 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikelen 15 16 37 artikel I, onderdeel E, van de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders De,en, zoals die artikelen luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van, blijven ten aanzien van een instelling van toepassing voor zover die instelling in de periode, voorafgaand aan dat tijdstip aan de in de artikelen 15 en 16 opgenomen verplichtingen diende te voldoen. 2 artikel 13 artikel I, onderdeel E, van de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders Ten aanzien van bezwaar en beroep tegen een besluit dat ter handhaving vanis genomen voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van, is het recht zoals dat gold onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip van toepassing. 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 2006 644 19-12-2006 30-11-2006 30831 2006 701 22-12-2006 11-12-2006 01-01-2007 01-01-2006
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Vervallen 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 2020 181 19-06-2020 10-06-2020 34768 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, zo nodig in afwijking van deze wet, tijdelijke voorzieningen worden getroffen voor het geval het College sanering zijn uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Een krachtens deze wet vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. Zij treedt in werking op een tijdstip dat nadat dertig dagen na de overlegging zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel ingetrokken. 2005 571 22-11-2005 20-10-2005 27659 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2 Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van het College sanering. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2016
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2005 571 22-11-2005 20-10-2005 27659 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Deze wet wordt aangehaald als: Wet toelating zorginstellingen. 2005 571 22-11-2005 20-10-2005 27659 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006