Wet van 19 februari 2005, houdende een nieuwe regeling voor het toelaten van rassen, het in de handel brengen van teeltmateriaal en het verlenen van kwekersrecht (Zaaizaad- en plantgoedwet 2005)
- BWB-id
- BWBR0018040
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018040
- ELI
- /eli/nl/wet/2006/zaaizaad-en-plantgoedwet-2005
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2006/zaaizaad-en-plantgoedwet-2005/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018040&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018040&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018040/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2006/zaaizaad-en-plantgoedwet-2005
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. artikel 2 de Raad: de Raad voor plantenrassen, genoemd in; c. ras: plantengroep binnen één botanisch taxon van de laagst bekende rang, welke groep, ongeacht of volledig wordt voldaan aan de voorwaarden die deze wet stelt voor de verlening van een kwekersrecht, kan worden – gedefinieerd aan de hand van de expressie van de eigenschappen die het resultaat is van een bepaald genotype of een combinatie van genotypen, – onderscheiden van elke andere plantengroep op grond van de expressie van ten minste één van die eigenschappen, en – beschouwd als een eenheid, gezien zijn geschiktheid om onveranderd te worden vermeerderd; d. artikel 25 het rassenregister: het Nederlands rassenregister, genoemd in; e. opstand: afgebakende, wat samenstelling betreft voldoende uniforme populatie bomen; f. teeltmateriaal: planten en plantendelen, die bestemd zijn om voor de teelt van gewassen of ter vermeerdering te dienen dan wel daartoe gebruikt worden; g. in de handel brengen: bedrijfsmatig ter beschikking of in voorraad houden, uitstallen of te koop aanbieden, verkopen, bezitten met het oog op de verkoop, alsmede tegen of zonder vergoeding aan derden beschikbaar stellen, leveren of overdragen; h. instandhouder: degene die ervoor zorgdraagt dat een toegelaten ras in stand wordt gehouden; i. leverancier: elke natuurlijke of rechtspersoon die, anders dan voor gebruik in het eigen bedrijf, beroepshalve teeltmateriaal vermeerdert, produceert, bewaart, be- of verwerkt, importeert of in de handel brengt; j. kweker: degene die een ras door eigen arbeid heeft gekweekt of die het ras heeft ontdekt en ontwikkeld, of diens rechtverkrijgende; k. Unie: Unie tot bescherming van kweekprodukten, gevormd door de staten die partij zijn bij het op 2 december 1961 te Parijs tot stand gekomen Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten (Trb. 1962, 117), zoals dit laatstelijk is herzien bij Akte van 19 maart 1991 (Trb. 1992, 52); l. Unie-staat: staat die deel uitmaakt van de Unie; m. handelsrichtlijn of -verordening: richtlijn, onderscheidenlijk verordening, van de Raad van de Europese Unie of van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk die geheel of gedeeltelijk berust op de artikelen 37, 52, 95, 152 of 175 van het EG-Verdrag, betrekking heeft op de plantaardige sector en regels stelt over de economische activiteiten in die sector, de belangen van afnemers, de interne markt, de kwaliteit, de productie met het oog op het in de handel brengen en het in de handel brengen van teeltmateriaal, het milieu, de volksgezondheid, technische eisen of het verschaffen van informatie; n. gedelegeerde richtlijn, verordening of beschikking: richtlijn, verordening, onderscheidenlijk beschikking, van de Europese Commissie die berust op een handelsrichtlijn of -verordening. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Er is een Raad voor plantenrassen, die tot taak heeft: a. hoofdstuk 4 het inschrijven van rassen en opstanden in het rassenregister overeenkomstigvan deze wet; b. hoofdstuk 5 het toelaten van rassen en opstanden overeenkomstigvan deze wet; c. hoofdstuk 7 het verlenen van kwekersrecht overeenkomstigvan deze wet; d. artikel 26 het op grond vanopstellen en bekend maken van nationale lijsten van toegelaten rassen en opstanden, en e. artikel 85 het toelaten en in het rassenregister inschrijven van plantengroepen als bedoeld in. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Op de Raad voor plantenrassen is devan toepassing. 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De Raad bestaat uit ten minste zeven en ten hoogste elf leden, de voorzitter daaronder begrepen. De benoeming vindt plaats op grond van deskundigheid op het gebied van de taken waarmee de Raad is belast. 2 De Raad kan uit zijn midden één of meer plaatsvervangend voorzitters aanwijzen. 3 Aan de Raad worden een secretaris en één of meer adjunct-secretarissen toegevoegd. 4 Aan de Raad is ter ondersteuning van zijn werkzaamheden een bureau verbonden, aan het hoofd waarvan de in het derde lid bedoelde secretaris is gesteld. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen één of meer afdelingen van de Raad worden ingesteld. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De benoeming van de voorzitter en de overige leden vindt plaats voor een periode van vijf jaar. 2 De in het eerste lid bedoelde personen zijn na hun aftreden terstond herbenoembaar. Zij kunnen ten hoogste twee maal worden herbenoemd. 3 Degene die is benoemd ter vervanging van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou moeten aftreden. 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De voorzitter en de overige leden, de secretaris en de adjunct-secretarissen nemen niet deel aan de behandeling van zaken, waarbij zij in enig opzicht persoonlijk betrokken zijn. 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De kosten van de Raad komen ten laste van de rijksbegroting. 2 Onze Minister stelt tarieven vast voor: a. het in behandeling nemen van verzoeken om inschrijvingen en aantekeningen in het rassenregister; b. het in behandeling nemen van aanvragen voor de toelating van rassen en opstanden; c. het in behandeling nemen van aanvragen voor kwekersrecht; d. het uitvoeren van het technisch onderzoek dat noodzakelijk is om aanvragen als bedoeld in onderdeel b en c te kunnen beoordelen; e. het verstrekken van afschriften en uittreksels uit het rassenregister; f. elk jaar dat een ras of opstand in verband met de toelating of in verband met de verlening van kwekersrecht in het rassenregister staat ingeschreven; g. artikel 58, vierde lid het verstrekken van adviezen als bedoeld in, en h. artikel 85 het in behandeling nemen van aanvragen voor de toelating van plantengroepen als bedoeld in. 3 De tarieven, bedoeld in het tweede lid: a. hebben een rechtstreeks verband met de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met h, b. belopen niet meer dan nodig is ter dekking van de gemaakte kosten die zijn toe te rekenen aan die onderscheiden activiteiten, en c. worden per gewas of per categorie van gewassen waarop de activiteiten van de Raad betrekking hebben, afzonderlijk vastgesteld. 4 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de oplegging en inning van de tarieven alsmede met betrekking tot het periodiek aanpassen van de tarieven aan de ontwikkelingen van de lonen en prijzen. 5 artikelen 4:114 tot en met 4:124 van de Algemene wet bestuursrecht Bij gebreke van betaling binnen de door de Raad gestelde termijn kan de Raad het verschuldigde bedrag invorderen bij dwangbevel. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 6 De Raad neemt geen stukken in behandeling en verstrekt geen afschriften en uittreksels uit het rassenregister, zolang niet het ingevolge dit artikel verschuldigde bedrag wordt voldaan. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De Raad kan getuigen en deskundigen horen in verband met het toelaten van rassen en opstanden en het verlenen van kwekersrecht. 2 Ieder, die als getuige is opgeroepen, is verplicht aan deze oproep gehoor te geven. 3 artikelen 165 177, tweede en derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Deenvinden ten aanzien van de getuige overeenkomstige toepassing. 4 De Raad kan bevelen, dat getuigen, die hoewel behoorlijk opgeroepen niet zijn verschenen, door de openbare macht worden voorgeleid. 5 artikelen 171 tot en met 173 177 179 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De,enzijn ten aanzien van het getuigenverhoor van overeenkomstige toepassing. 6 De deskundigen zijn verplicht hun taak onpartijdig en naar beste weten te verrichten. 2024 62 22-03-2024 06-03-2024 35498 2024 72 27-03-2024 25-03-2024 01-01-2025 Artikel XIIa van Stb. 2024/62 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De Raad stelt een bestuursreglement vast, waarin in ieder geval wordt geregeld: a. de werkwijze van de Raad en de taakverdeling tussen de leden; b. de oproeping van aanvragers, verzoekers en andere belanghebbenden alsmede van getuigen en deskundigen; c. de aan getuigen en deskundigen toe te kennen geldelijke vergoedingen. 2 De Raad kan bij het in het eerste lid bedoelde bestuursreglement de vertegenwoordiging in en buiten rechte opdragen aan een of meer leden van de Raad of aan de secretaris. De Raad kan bepalen dat deze vertegenwoordiging uitsluitend betrekking heeft op bepaalde aangelegenheden. 3 De Raad kan bij het in het eerst lid bedoelde reglement de uitoefening van daarbij aan te wijzen taken en bevoegdheden opdragen aan een of meer leden of aan de secretaris. 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 hoofdstuk 6 Bij algemene maatregel van bestuur worden een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid belast met de keuring van teeltmateriaal en het uitreiken van bewijsstukken of kentekenen ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtensvan deze wet. 2 hoofdstuk 6 De in het eerste lid bedoelde keuring strekt ertoe vast te stellen of teeltmateriaal voldoet aan de bij of krachtensvan deze wet gestelde regels, onder meer door middel van onderzoek van het teeltmateriaal of de herkomst daarvan, door middel van bemonstering en door middel van het uitvoeren van tests. 3 artikel 42 Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan een ingevolge dat lid aangewezen keuringsinstelling tevens worden belast met de erkenning of registratie van leveranciers, bedoeld in. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 19 Een krachtensaangewezen keuringsinstelling is niet werkzaam met het oogmerk om winst te behalen. 2 De keuringsinstelling stelt een reglement vast waarin wordt geregeld de wijze waarop de keuring wordt uitgevoerd en de wijze waarop het uitreiken van bewijsstukken en kentekenen plaatsvindt. Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of op de grond dat het reglement naar het oordeel van Onze Minister een goede taakuitoefening door de keuringsinstelling kan belemmeren. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 19 Voor zover de kosten van een keuringsinstelling betrekking hebben op de inbedoelde wettelijke taken, worden zij gedekt uit de door de keuringsinstelling vast te stellen en in rekening te brengen tarieven voor: a. artikel 39, zesde lid het verlenen van de toestemming, bedoeld in; b. artikel 40 het verrichten van de inbedoelde keuring ; c. artikel 41 het uitreiken van bewijsstukken en kentekenen, bedoeld in; d. artikel 42 de behandeling van een aanvraag tot erkenning of registratie van leveranciers, bedoeld in, dan wel van een aanvraag tot verlenging of wijziging daarvan; e. de instandhouding van een erkenning of registratie als bedoeld in onderdeel d en f. artikel 64 het verstrekken van gegevens als bedoeld in. 2 De tarieven, bedoeld in het eerste lid: a. hebben een rechtstreeks verband met de in dat lid bedoelde activiteiten, b. belopen niet meer dan nodig is ter dekking van de gemaakte kosten die zijn toe te rekenen aan die onderscheiden activiteiten, en c. worden per gewas of per categorie van gewassen waarop de activiteiten van de keuringsinstelling betrekking hebben, afzonderlijk vastgesteld. 3 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de oplegging en inning van de tarieven alsmede met betrekking tot het periodiek aanpassen van de tarieven aan de ontwikkelingen van de lonen en prijzen. 4 artikelen 4:114 tot en met 4:124 van de Algemene wet bestuursrecht Bij gebreke van betaling binnen de door de keuringsinstelling gestelde termijn kan de keuringsinstelling het verschuldigde bedrag invorderen bij dwangbevel. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 5 De keuringsinstelling verricht geen activiteiten als bedoeld in het eerste lid of staakt deze, indien niet het ingevolge dit artikel verschuldigde bedrag wordt voldaan. 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 19 Wijzigingen van de statuten van een krachtensaangewezen keuringsinstelling behoeven, alvorens zij van kracht zijn, de instemming van Onze Minister. Onze Minister draagt zorg voor de publicatie van de statuten in de Staatscourant. 2 De benoeming en het ontslag van de voorzitter van een keuringsinstelling behoeft voorafgaande goedkeuring van Onze Minister. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 De keuringsinstelling houdt een afzonderlijke boekhouding bij ter zake van de bij of krachtens deze wet opgedragen taken en daaruit onmiddellijk voortvloeiende werkzaamheden en verantwoordt die taken en werkzaamheden afzonderlijk in haar jaarrekening. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Op een keuringsinstelling als bedoeld in dit hoofdstuk is devan toepassing. 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Er is een Nederlands rassenregister dat bestemd is voor de inschrijving van rassen en opstanden. Het register is openbaar. 2 In het rassenregister worden ingeschreven: a. hoofdstuk 5 rassen en opstanden, die ingevolgevan deze wet zijn toegelaten; b. hoofdstuk 7 rassen, waarvoor ingevolgevan deze wet kwekersrecht is verleend; c. artikel 85 plantengroepen als bedoeld in. 3 De inschrijving geschiedt door de Raad door vermelding van de door de Raad vastgestelde karakteriserende beschrijving en, voor zover het rassen betreft, van de door de Raad vastgestelde benaming. 4 De ingeschreven benaming wordt aangemerkt als soortaanduiding. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de inrichting van het rassenregister en de gegevens die bij de inschrijving van rassen, opstanden en plantengroepen, bedoeld in het tweede lid, worden vermeld. De in de eerste volzin bedoelde gegevens betreffen in ieder geval: a. artikel 35, eerste lid, onderdelen a, b en c artikel 49, zevende lid een vermelding van het uitgevoerde technisch onderzoek voor de toelating van een ras of een opstand, onderscheidenlijk de verlening van kwekersrecht, bedoeld in, onderscheidenlijk; b. voor zover het toegelaten rassen betreft waarvoor een instandhouder is aangewezen: een vermelding van de instandhouder of instandhouders; c. voor zover het opstanden betreft: een vermelding van de eigenaar of beheerder en de groeiplaats van de opstand. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Ter uitvoering van bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk of van de Europese Commissie stelt de Raad nationale lijsten samen van de in Nederland van een gewas toegelaten rassen en opstanden, op basis van de in het rassenregister opgenomen gegevens. 2 Van de vaststelling van een nationale lijst als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 25, derde lid De in, bedoelde benaming is geschikt om het ras waarvoor zij wordt gebezigd, te identificeren. 2 De benaming verschilt in het bijzonder: a. voor zover het een ras betreft waarvoor kwekersrecht is verleend: van iedere benaming die in enige Unie-Staat een reeds bestaand ras van hetzelfde of van een verwant gewas aanduidt; b. voor zover het andere rassen betreft: van iedere benaming die in enige lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte een reeds bestaand ras van hetzelfde of een verwant gewas aanduidt. 3 De benaming is niet in strijd met de openbare orde of de goede zeden. 4 De benaming is gelijk aan de benaming die reeds in enige Unie-Staat, onderscheidenlijk in enige lidstaat of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor het ras is ingeschreven, mits deze voor gebruik hier te lande geschikt is. 5 Geen benaming wordt vastgesteld die zodanig met een handelsnaam of merk overeenstemt, dat het gebruik daarvan aanleiding kan geven tot verwarring omtrent de aard of herkomst van waren. 6 Bij ministeriële regeling worden, ter uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Europese Commissie nadere regels gesteld omtrent de benaming. Bij het stellen van regels als bedoeld in de eerste volzin wordt tevens rekening gehouden met de door de Raad van de Europese Unie vastgestelde aanbevelingen met betrekking tot de benaming van rassen waarvoor kwekersrecht is verleend. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Alvorens een benaming vast te stellen, doet de Raad van het voornemen daartoe mededeling in de Staatscourant. 2 artikel 27, vijfde lid Een belanghebbende kan gedurende acht weken na de in het eerste lid bedoelde mededeling bij de Raad bedenkingen op grond van, tegen de benaming inbrengen. 3 De Raad stelt geen benaming vast alvorens zij over de in het tweede lid bedoelde bedenkingen heeft beslist. 4 artikel 1 van de Rijksoctrooiwet 1995 Het bureau, bedoeld inverstrekt aan de Raad desgevraagd inlichtingen omtrent bij hem ingeschreven merken. 2007 479 11-12-2007 08-11-2007 30975 2008 106 10-04-2008 02-04-2008 05-06-2008
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Bij de aanvraag tot verlening van kwekersrecht en bij de aanvraag voor de toelating van een ras, doet de aanvrager een voorstel voor de benaming van het ras. 2 De aanvrager kan ook volstaan met een voorlopige benaming. In dat geval is hij verplicht op een nader door de Raad te bepalen tijdstip een voorstel voor een definitieve benaming te doen. 3 Het voorstel voor de benaming gaat vergezeld van een akte, inhoudende, dat de aanvrager, ingeval de voorgestelde benaming wordt ingeschreven, afstand doet van de rechten, die hem in enige Unie-Staat, respectievelijk in enige lidstaat van de Europese Unie of andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met betrekking tot deze benaming voor gelijke of gelijksoortige waren mochten toekomen. 4 artikel 27, vierde lid artikel 27 De Raad stelt de voorgestelde benaming of de in, bedoelde benaming vast, tenzij de Raad van oordeel is datzich daartegen verzet. In dat geval stelt de Raad de aanvrager in de gelegenheid een andere benaming voor te stellen. 5 artikel 1 van de Rijksoctrooiwet 1995 De Raad verstrekt desgevraagd aan het bureau, bedoeld inen het Bureau van de Unie inlichtingen over de bij hem ingeschreven benamingen. 2007 479 11-12-2007 08-11-2007 30975 2008 106 10-04-2008 02-04-2008 05-06-2008
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Indien het gebruik van een ingeschreven benaming voor teeltmateriaal van het ras, waarvoor deze is ingeschreven, op grond van een aan een ander met betrekking tot deze benaming toekomend recht bij rechterlijke uitspraak wordt verboden, haalt de Raad op verzoek van de meest gerede partij de ingeschreven benaming door en schrijft hij een voorlopige benaming in, in overleg met degene die belang heeft bij de toelating van een ras of met de houder van het kwekersrecht. 2 Artikel 28 De Raad stelt een gewijzigde benaming vast, na degene die belang heeft bij de toelating van een ras of de houder van het kwekersrecht in de gelegenheid te hebben gesteld binnen een daarbij te bepalen termijn een andere benaming voor te stellen en schrijft de gewijzigde benaming in.is van overeenkomstige toepassing. 3 Indien komt vast te staan dat een ras niet onder de ingeschreven benaming kan worden opgenomen op een door de Europese Commissie voor het gewas, waartoe het ras behoort, vastgestelde gemeenschappelijke rassenlijst, kan de Raad op een daartoe strekkend verzoek van de houder van het kwekersrecht, of van degene die om de toelating van een ras heeft verzocht, een ingeschreven benaming doorhalen en een voorlopige benaming inschrijven. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De Raad kan een voorlopige karakteriserende beschrijving vaststellen en inschrijven. 2 De Raad kan de in het eerste lid bedoelde beschrijving aanvullen en schrijft deze aanvulling in: a. op verzoek van de aanvrager; b. ambtshalve, indien dit in verband met de beschrijving van een ander ras noodzakelijk is, in welk geval degene die belang heeft bij de toelating van een ras dan wel de houder van het kwekersrecht wordt gehoord, of om andere redenen, maar dan alleen in overeenstemming met de hiervoor bedoelde personen. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 28 artikelen 30 31 artikelen 30 31 Onverminderdworden de beslissingen van de Raad ingevolge dit hoofdstuk bekendgemaakt aan de inbedoelde belanghebbende, degene die ingevolge deenbelang heeft bij de toelating van een ras en de in deenbedoelde houder van het kwekersrecht. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 hoofdstukken 5 7 Van de in dit hoofdstuk en deenbedoelde aanvragen en verzoeken en van de intrekking en afwijzing van de aanvragen en verzoeken wordt aantekening gedaan in het rassenregister en mededeling gedaan in de Staatscourant. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 hoofdstukken 5 7 De in dit hoofdstuk en deenbedoelde inschrijvingen en aantekeningen krachtens beslissingen, waartegen beroep openstaat, geschieden, zodra op het beroep is beslist of de beroepstermijn verstreken is, zonder dat beroep is ingesteld, dan wel zodra van het beroep afstand is gedaan door een schriftelijke daartoe strekkende kennisgeving aan de Raad. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de toelating van rassen en opstanden, die per gewas verschillend kunnen zijn. Deze regels kunnen in ieder geval betreffen: a. de eis dat op basis van een technisch onderzoek wordt vastgesteld of een ras onderscheidbaar, homogeen en bestendig is; b. de eis dat op basis van een technisch onderzoek wordt vastgesteld of een ras voldoende cultuur- en gebruikswaarde bezit; c. de eis dat op basis van een technisch onderzoek wordt vastgesteld of een opstand voor bosbouwkundige doeleinden voldoet aan bij of krachtens de in de aanhef bedoelde maatregel vast te stellen voorwaarden ten behoeve van de productie van bij die maatregel aan te wijzen categorieën van teeltmateriaal; d. de kenmerken waartoe het in de onderdelen a, b en c bedoelde technisch onderzoek zich uitstrekt alsmede de voor dit onderzoek geldende eisen en e. nadere eisen aan de toelating alsmede de voorwaarden waaronder en de gevallen waarin de toelating door de Raad wordt gewijzigd of ingetrokken. 2 Een ras wordt als onderscheidbaar aangemerkt indien het duidelijk te onderscheiden is van elk ander ras waarvan het bestaan op het tijdstip van indiening van de aanvraag algemeen bekend is. Een ras wordt als algemeen bekend beschouwd indien het ras op het ogenblik waarop de aanvraag tot toelating van een te beoordelen ras wordt ingediend, hetzij voorkomt op een vanwege de Europese Commissie vastgestelde gemeenschappelijke lijst van rassen, hetzij is toegelaten dan wel het onderwerp is van een aanvraag tot toelating in een lidstaat van de Europese Unie. 3 Een ras wordt als homogeen aangemerkt, indien het, behoudens de variatie die mag worden verwacht van de bijzonderheden die eigen zijn aan de vermeerdering ervan, voldoende eenvormig is wat zijn van belang zijnde eigenschappen betreft. 4 Een ras wordt als bestendig aangemerkt indien zijn van belang zijnde eigenschappen onveranderd blijven na achtereenvolgende vermeerderingen of, in het geval van een bijzondere vermeerderingscyclus, aan het einde van iedere cyclus. 5 Een ras bezit voldoende cultuur- en gebruikswaarde wanneer het ten opzichte van andere in Nederland toegelaten rassen door het geheel van zijn hoedanigheden, ten minste voor de productie in een bepaald gebied, een duidelijke verbetering betekent voor hetzij de teelt, hetzij de valorisatie van de oogst of van de daaruit verkregen producten. Een lager niveau van bepaalde eigenschappen kan door andere gunstige eigenschappen gecompenseerd worden. 6 Het in het eerste lid, onderdeel a, b en c, bedoelde technisch onderzoek wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de Raad. Bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde maatregel kunnen regels worden gesteld over de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de Raad ten behoeve van het technisch onderzoek van een ras gebruik kan maken van reeds met betrekking tot dat ras bestaande onderzoeksrapporten of van de resultaten van door de aanvrager zelf verrichte onderzoeken en bij de teelt opgedane praktische ervaringen. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De Raad beslist op aanvraag omtrent de toelating van een ras of van een opstand. 2 De aanvraag voor de toelating van een ras bevat de volgende gegevens: a. artikel 29 een voorstel voor de benaming van het ras, bedoeld in; b. een karakteriserende beschrijving van het ras en c. een nauwkeurige aanduiding van de eigenschappen, waardoor het ras zich van andere rassen van hetzelfde gewas onderscheidt. 3 artikel 35, eerste lid, onderdelen a en b Een voor het technisch onderzoek, bedoeld in, voldoende hoeveelheid van het materiaal van het ras, waarop de aanvraag betrekking heeft, wordt op vordering van de Raad en overeenkomstig nader door de Raad te stellen eisen aan de Raad ter beschikking gesteld. 4 De aanvraag voor de toelating van een opstand bevat een vermelding van de eigenaar of beheerder van de opstand, een vermelding van de locatie van de opstand alsmede een karakteriserende beschrijving van de opstand. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 39, derde lid Een toegelaten ras, onderscheidenlijk een toegelaten opstand, wordt ingeschreven in het rassenregister, waarbij gelijktijdig met de inschrijving van het ras, onderscheidenlijk van de opstand, aantekening wordt gedaan van de toelating en van de krachtens, aangewezen instandhouder of instandhouders, onderscheidenlijk van de eigenaar of beheerder van de opstand. 2 De toelating verkrijgt als dagtekening en begint te werken de dag, onmiddellijk volgend op die waarop de in het vorige lid bedoelde inschrijving en aantekening in het rassenregister zijn gedaan. 3 De Raad draagt er zorg voor dat een toegelaten ras, dat zich niet duidelijk onderscheidt van: de naam van het desbetreffende ras draagt. a. een ras dat voorheen in Nederland of een andere lidstaat was toegelaten, of b. artikel 35 artikel 35, tweede lid een ander ras dat is beoordeeld op onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid volgens regels die overeenkomen met de op grond vangestelde regels zonder evenwel een algemeen bekend ras als bedoeld in, te zijn, 4 Het vorige lid is niet van toepassing indien de in dat lid bedoelde benaming misleidend is of verwarrend kan werken voor wat het ras betreft, of indien andere feiten het gebruik ervan beletten, of indien een recht van een derde het vrije gebruik van deze benaming voor het betrokken ras in de weg staat. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 6, tweede lid, onderdeel f De toelating van een ras of opstand vervalt van rechtswege, zodra zes maanden zijn verstreken sinds de vergoeding, bedoeld in, verschuldigd is geworden, zonder dat betaling daarvan heeft plaats gehad. Van dit vervallen wordt in het rassenregister aantekening gedaan. 2 Indien binnen veertien dagen na de vervaldag niet is betaald wordt degene, die volgens het rassenregister instandhouder van het ras is, dan wel de aanvrager van de toelating van een opstand, door de Raad bij aangetekende brief aan zijn verplichting tot betaling herinnerd. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van bij die maatregel aan te wijzen gewassen regels gesteld over het in de handel brengen van teeltmateriaal van tot die gewassen behorende rassen of opstanden. Deze regels kunnen onder meer inhouden: a. de voorwaarde dat uitsluitend teeltmateriaal in de handel wordt gebracht, indien het afkomstig is van een ras dat of een opstand die is toegelaten en is ingeschreven in het rassenregister, dan wel is opgenomen op een vanwege de Europese Commissie vastgestelde gemeenschappelijke lijst van rassen of opstanden; b. de voorwaarde dat slechts bepaalde categorieën van teeltmateriaal in de handel worden gebracht; c. de voorwaarde dat bepaalde categorieën van teeltmateriaal uitsluitend in de handel worden gebracht door de houder van het kwekersrecht van het desbetreffende ras, of, indien voor het ras geen kwekersrecht bestaat, door de voor het ras bij de Raad geregistreerde instandhouders. 2 Bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde maatregel kunnen tevens regels worden gesteld omtrent: a. het toezicht op de instandhouding en het in de handel brengen van teeltmateriaal van een ras dat niet langer in stand gehouden wordt; b. het in de handel brengen met het oog op uitvoer buiten het grondgebied van de Europese Unie van teeltmateriaal van rassen en opstanden die niet voldoen aan de in het eerste lid, onder a gestelde voorwaarden. 3 De registratie van instandhouders, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, geschiedt door de Raad op aanwijzing van de keuringsinstelling. Indien dit om kweektechnische redenen noodzakelijk is, wijst de Raad één instandhouder aan. Deze laatste is verplicht onder daartoe door de Raad te stellen voorwaarden aan anderen, die daartoe de wens kenbaar hebben gemaakt, voor de voortbrenging van teeltmateriaal geschikt materiaal te verstrekken. 4 Ten aanzien van gewassen, waarvoor bij bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Europese Commissie regels zijn gesteld omtrent het in de handel brengen, die ingevolge de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing zijn op het gehele grondgebied van de Europese Economische Ruimte, zijn het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, onderdeel b, van overeenkomstige toepassing op het grondgebied van de Europese Economische Ruimte. 5 In afwijking van de krachtens het eerste lid gestelde regels is het toegestaan kleine hoeveelheden teeltmateriaal in de handel te brengen voor wetenschappelijke of kweekdoeleinden. 6 In afwijking van de krachtens het eerste lid gestelde regels kan een keuringsinstelling op verzoek toestemming verlenen, hetzij om voor een bepaalde tijd teeltmateriaal in de handel te brengen, hetzij voor het in de handel brengen van passende hoeveelheden teeltmateriaal voor onderzoeks- en beproevingsdoeleinden of voor de instandhouding van de genetische diversiteit, voor zover het gaat om teeltmateriaal van een ras of opstand waarvoor in tenminste één lidstaat van de Europese Unie een aanvraag tot toelating is ingediend. 7 De voorwaarden waaronder de in het zesde lid bedoelde toestemming kan worden gegeven alsmede de in dat lid bedoelde hoeveelheden worden bij ministeriële regeling vastgesteld. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Het is verboden teeltmateriaal in de handel te brengen waarvan niet op basis van een keuring is vastgesteld dat het voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels inzake de kwaliteit van het teeltmateriaal. 2 De in het eerste lid bedoelde regels kunnen betrekking hebben op: a. de rasechtheid, de gezondheid, de groeikracht, de afmetingen en de zuiverheid van het teeltmateriaal; b. de sortering, de classificatie, de verzorging, de verpakking, de verlading en de aanduiding of etikettering van het teeltmateriaal, voor zover verband houdende met de in onderdeel a genoemde onderwerpen; c. de technische inrichting en administratie van het bedrijf alsmede de technische bedrijfsvoering en d. de wijze van keuring van het teeltmateriaal. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 40 Indien bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld inregels zijn gesteld omtrent de keuring van teeltmateriaal, kunnen daarbij bewijsstukken en kentekenen worden vastgesteld als uitsluitend bestemd om door of vanwege de daartoe gerechtigde op teeltmateriaal of de verpakking te worden aangebracht, dan wel bij het teeltmateriaal te worden gevoegd. 2 artikel 40 Bij of krachtens een maatregel als bedoeld inkunnen voorts regels worden gesteld betreffende het uitreiken, vervaardigen, voorhanden en in voorraad hebben, alsmede het afleveren en gebruiken van bewijsstukken en kentekenen en van cliché’s, stempels en andere werktuigen tot het vervaardigen of aanbrengen van die bewijsstukken en kentekenen. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Het is leveranciers verboden teeltmateriaal van door Onze Minister aangewezen gewassen in de handel te brengen zonder daartoe strekkende erkenning of registratie door een keuringsinstelling. 2 Een erkenning of registratie is slechts geldig voor een daarbij genoemde periode voor de daarbij genoemde handelingen met betrekking tot teeltmateriaal van daarbij genoemde gewassen. 3 Aan een erkenning of registratie kunnen door de keuringsinstelling voorwaarden of voorschriften worden verbonden. Een erkenning of registratie kan onder beperkingen worden verleend, onderscheidenlijk plaatsvinden. 4 Het eerste lid is niet van toepassing op leveranciers die alleen verkopen of leveren aan personen die zich niet beroepshalve bezighouden met de productie van gewassen of het in de handel brengen van teeltmateriaal. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 42 Een erkenning of registratie als bedoeld inwordt op verzoek verleend, onderscheidenlijk vindt op verzoek plaats indien is voldaan aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen. 2 De in het eerste lid bedoelde eisen kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de technische inrichting van het bedrijf; b. het productieproces en de opslag; c. documentatie met betrekking tot het productieproces, de opslag of de aflevering en d. voorzieningen ten behoeve van het toezicht dan wel de douanecontrole op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. 2008 112 15-04-2008 03-04-2008 30979 2008 287 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Artikel XLVII van Stb. 2008/112 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het indienen van een aanvraag tot erkenning of registratie dan wel tot verlenging of wijziging daarvan alsmede omtrent de wijze van behandeling. Daarbij kan onder meer worden bepaald: a. welke gegevens en bescheiden worden overgelegd alvorens een aanvraag in behandeling wordt genomen; b. binnen welke termijn na wijziging van de in onderdeel a bedoelde gegevens een wijziging van de erkenning of registratie wordt aangevraagd. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 artikel 42 Een erkenning of registratie als bedoeld inkan door de keuringsinstelling worden geschorst, ingetrokken dan wel doorgehaald, indien: a. de handelingen waarvoor de erkenning is verleend of registratie heeft plaatsgevonden, niet meer worden verricht, of b. artikel 43 niet meer aan de inbedoelde eisen wordt voldaan, nadat de houder van de erkenning of de registratie een redelijke termijn tot aanpassing is gegeven. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Onverminderd het recht tot het voeren van een handelsnaam en een merk wordt teeltmateriaal van een ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet in het rassenregister ingeschreven ras uitsluitend onder de ingeschreven benaming in de handel gebracht. 2 Indien in enig land voor een ras een andere benaming is voorgeschreven dan de hier te lande ingeschreven benaming, wordt teeltmateriaal van dat ras slechts naar dat land uitgevoerd onder de aldaar voorgeschreven benaming. 3 In afwijking van het eerste lid wordt teeltmateriaal van een ingeschreven ras uitgevoerd onder een in het land van invoer gebruikelijke benaming: a. naar andere dan Unie-staten, voor zover het een ras betreft waarvoor kwekersrecht is verleend, dan wel b. naar andere staten dan één der lidstaten van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor zover het een ras betreft waarvoor geen kwekersrecht is verleend. 4 De ingeschreven benaming of een daarmee overeenstemmend woord wordt niet gebruikt voor ander teeltmateriaal van hetzelfde of een verwant gewas. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 De keuringsinstelling draagt er zorg voor dat teeltmateriaal, dat niet aan de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde regels voldoet, uit de handel wordt genomen. Hiertoe verplicht de keuringsinstelling de overtreder schriftelijk om binnen een door haar te bepalen termijn ondeugdelijk teeltmateriaal uit de handel te nemen, op te slaan of te vernietigen. 2 Indien een overtreder niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn maatregelen als bedoeld in dat lid treft, is de keuringsinstelling bevoegd op kosten van de overtreder zelf zodanige maatregelen te treffen. 3 artikelen 4:114 tot en met 4:124 van de Algemene wet bestuursrecht De keuringsinstelling kan van de overtreder bij dwangbevel de ingevolge het tweede lid verschuldigde kosten invorderen. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 Onze Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk. 2 Vrijstellingen en ontheffingen worden slechts verleend: a. om de markt te kunnen voorzien van voldoende teeltmateriaal van gewassen waarvan de teelt van belang is, of b. ten behoeve van het uitvoeren van tijdelijke experimenten. 3 Aan vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 48a — Artikel 48a#
Artikel 48a 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de teelt van gewassen. 2 De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op: a. het gebruik van teeltmateriaal, waaronder het verbod om bepaalde soorten teeltmateriaal te gebruiken of het stellen van voorwaarden daaraan; b. het gebruik van landbouwgronden, waaronder het stellen van voorwaarden aan het gebruik van die gronden, teneinde de verontreiniging van zaaizaad tegen te gaan; c. administratieve verplichtingen die samenhangen met het bedoelde in de onderdelen a en b, waaronder de verplichting tot het doen van meldingen. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 48b — Artikel 48b#
Artikel 48b 1 artikel 48a, tweede lid, onderdeel b Onze Minister kan ontheffing verlenen van het bepaalde krachtens, ten behoeve van onderzoek naar de uitkruising van genetisch gemodificeerde organismen of naar de vermenging van genetische gemodificeerde organismen met organismen die niet genetisch gemodificeerd zijn. 2 Aan ontheffingen kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 Kwekersrecht kan worden verleend voor rassen van alle tot het plantenrijk behorende gewassen, voor zover het rassen betreft die nieuw, onderscheidbaar, homogeen en bestendig zijn. 2 Een ras wordt als nieuw aangemerkt indien op het tijdstip van indiening van de aanvraag tot verlening van kwekersrecht geen teeltmateriaal of geoogst materiaal van het ras is verkocht of anderszins ter beschikking is gesteld aan derden, door of met toestemming van de kweker, met het oog op de exploitatie van het ras, voor een periode: a. in Nederland: niet langer geleden dan een jaar voorafgaande aan het in de aanhef bedoelde tijdstip; b. buiten Nederland: hetzij niet langer geleden dan vier jaar, hetzij, ingeval van bomen of wijnstokken, niet langer geleden dan zes jaar, voorafgaande aan het in de aanhef bedoelde tijdstip. 3 Voor de toepassing van het tweede lid wordt het feit, dat materiaal van een ras reeds aan anderen ter beproeving is verstrekt, niet aan de kweker van dat ras of zijn rechtverkrijgende tegengeworpen. 4 Een ras wordt als onderscheidbaar aangemerkt indien het duidelijk te onderscheiden is van elk ander ras waarvan het bestaan op het tijdstip van indiening van de aanvraag algemeen bekend is. In ieder geval worden als algemeen bekend beschouwd rassen waarvoor in enig land een aanvraag tot verlening van kwekersrecht of tot inschrijving van dat ras in een officieel rassenregister is ingediend, vanaf de datum van de aanvraag, mits de aanvraag leidt of heeft geleid tot verlening van kwekersrecht of inschrijving in het rassenregister. 5 artikel 35, derde lid Een ras wordt als homogeen aangemerkt, indien wordt voldaan aan. 6 artikel 35, vierde lid Een ras wordt als bestendig aangemerkt indien wordt voldaan aan. 7 Om te bepalen of een ras voldoet aan de in het vierde tot en met het zesde lid bedoelde voorwaarden, wordt onder verantwoordelijkheid van de Raad een technisch onderzoek uitgevoerd. De kenmerken waartoe het onderzoek zich uitstrekt en de eisen waaraan het onderzoek voldoet, worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Hierbij kunnen regels worden gesteld over de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de Raad ten behoeve van het technisch onderzoek van een ras gebruik kan maken van reeds met betrekking tot dat ras bestaande onderzoeksrapporten of van de resultaten van door de aanvrager zelf verrichte onderzoeken en bij de teelt opgedane praktische ervaringen. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 De aanspraak op verlening van kwekersrecht komt uitsluitend toe aan de kweker. 2 Indien het ras buiten Nederland hetzij door een natuurlijke persoon, die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, hetzij door een rechtspersoon zonder zetel in Nederland, is gekweekt of ontdekt en ontwikkeld, bestaat gelijke aanspraak op verlening van kwekersrecht voor zover Nederland krachtens een internationale overeenkomst gehouden is kwekersrecht te verlenen. 3 Indien een ras buiten Nederland is gekweekt of ontdekt en ontwikkeld, terwijl de in het tweede lid bedoelde gehoudenheid niet bestaat, kan voor het ras kwekersrecht worden verleend, indien het een ras betreft waarvoor zowel in het land waar het ras is gekweekt als in Nederland kwekersrecht kan worden verleend. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 50 Indien de kweker een ras heeft gekweekt of heeft ontdekt en ontwikkeld in het kader van een dienstbetrekking of in het kader van een overeenkomst tot het verrichten van diensten ten behoeve van een ander, anders dan tegen loon, welke dienstbetrekking of overeenkomst met zich brengt, dat de kweker kweek- of ontwikkelingsarbeid verricht met betrekking tot het gewas, waartoe het ras behoort, komt de aanspraak op verlening van kwekersrecht in afwijking vantoe aan de werkgever dan wel de opdrachtgever dan wel de rechtverkrijgende van de werkgever of opdrachtgever. 2 In het geval, bedoeld in het eerste lid, heeft de kweker aanspraak op een vergoeding naar billijkheid, tenzij een zodanige vergoeding reeds geacht kan worden begrepen te zijn in het door de kweker genoten loon of in de door deze genoten voordelen. 3 Elk beding waarbij van het tweede lid wordt afgeweken, is nietig. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 artikel 53 Indien twee of meer personen, anders dan in het geval bedoeld in, in samenwerking een nieuw ras hebben gekweekt dan wel ontdekt en ontwikkeld, hebben zij gezamenlijk aanspraak op verlening van kwekersrecht. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 artikel 52 Indien ingevolgetwee of meer personen onafhankelijk van elkaar aanspraak op verlening van kwekersrecht voor hetzelfde nieuw ras zouden kunnen maken, komt de aanspraak op verlening van kwekersrecht toe aan degene, die het eerst een aanvraag daartoe heeft ingediend. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Een kweker die in een andere Unie-staat overeenkomstig de geldende voorschriften een aanvraag tot verlening van kwekersrecht heeft ingediend, geniet ter verkrijging van kwekersrecht in Nederland voor hetzelfde ras een recht van voorrang, mits: a. binnen twaalf maanden na het indienen van de aanvraag in de desbetreffende Unie-staat, de dag van de aanvraag niet meegerekend, in Nederland een voorlopige aanvraag wordt ingediend waarbij een schriftelijk beroep wordt gedaan op het recht van voorrang; b. binnen drie maanden na de indiening van de voorlopige aanvraag een door de bevoegde autoriteit van de desbetreffende Unie-staat gewaarmerkt afschrift van de aldaar ingediende stukken wordt overgelegd; en c. artikel 55 binnen twee jaren na afloop van de onder a genoemde termijn een volledige aanvraag als bedoeld inwordt ingediend. 2 artikelen 49 tot en met 53 De voorrang houdt in, dat in afwijking in zoverre van de, op een overeenkomstig het tweede lid, onderdeel c, in Nederland ingediende aanvraag niet van invloed is wat in de tijd gelegen tussen de indiening van de aanvraag in het andere land en de voorlopige aanvraag is geschied, en in het bijzonder niet de indiening van een aanvraag door een ander of het in de handel brengen van teeltmateriaal van het ras. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 De aanvraag tot verlening van kwekersrecht wordt ingediend bij de Raad. 2 De aanvraag bevat de volgende gegevens: a. hoofdstuk 4 een voorstel voor de benaming van het ras, overeenkomstig de daarvoor ingestelde regels; b. een karakteriserende beschrijving van het ras; en c. een nauwkeurige aanduiding van de eigenschappen, waardoor het ras zich van andere rassen van hetzelfde gewas onderscheidt. 3 artikel 49, zevende lid Een voor het onderzoek, bedoeld in, voldoende hoeveelheid materiaal van het ras, waarop de aanvraag betrekking heeft, wordt op vordering van de Raad en overeenkomstig nader door de Raad te stellen eisen aan de Raad ter beschikking gesteld. 4 Indien een aanvrager geen woonplaats of zetel binnen het grondgebied van de Europese Unie heeft, is deze verplicht binnen Nederland domicilie te kiezen bij een gemachtigde, welke keuze voor de toepassing van deze wet geacht wordt van kracht te blijven totdat schriftelijk aan de Raad is kennis gegeven van de wijziging van het gekozen domicilie. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 hoofdstuk 4 De Raad beslist op een aanvraag tot verlening van kwekersrecht en stelt overeenkomstigde karakteriserende beschrijving en de benaming van het ras vast. 2 Bij de inschrijving van het ras in het rassenregister wordt gelijktijdig aantekening gedaan van de verlening van het kwekersrecht. 3 Het kwekersrecht verkrijgt als dagtekening en begint te werken de dag, onmiddellijk volgend op die waarop de in het vorige lid bedoelde inschrijving en aantekening in het rassenregister is gedaan. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 De houder van een kwekersrecht op een ras heeft het uitsluitend recht teeltmateriaal van dat ras voort te brengen of verder te vermeerderen, ten behoeve van de vermeerdering te behandelen, in de handel te brengen, uit te voeren, in te voeren, voor een van deze doeleinden in voorraad te hebben alsmede deze handelingen te doen verrichten. 2 Het is aan anderen dan de houder van het kwekersrecht verboden de in het eerste lid genoemde handelingen te verrichten. Dit verbod geldt niet indien bij of krachtens deze wet of door de houder van het kwekersrecht daarvoor toestemming is verleend. 3 Het verbod is niet van toepassing op: a. handelingen die in de privé-sfeer en niet bedrijfsmatig worden verricht; b. handelingen die uitsluitend worden verricht ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek; c. handelingen die worden verricht voor het kweken van andere rassen. 4 Het uitsluitend recht is tevens van toepassing op handelingen met betrekking tot geoogst materiaal van het ras, planten en plantendelen daaronder begrepen, dat is verkregen door gebruik van teeltmateriaal waarvoor geen toestemming is verleend, tenzij de houder van het kwekersrecht redelijkerwijs zijn recht met betrekking tot het teeltmateriaal had kunnen uitoefenen. 5 Het uitsluitend recht is tevens van toepassing op handelingen met betrekking tot producten die rechtstreeks zijn vervaardigd met gebruikmaking van geoogst materiaal van het ras waarvoor geen toestemming is verleend, tenzij de houder van het kwekersrecht redelijkerwijs zijn recht met betrekking tot het geoogste materiaal had kunnen uitoefenen. 2014 49 07-02-2014 22-01-2014 33365 2014 171 20-05-2014 10-04-2014 01-07-2014
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 artikel 57, eerste lid Het in, bedoelde uitsluitend recht is tevens van toepassing op de in dat lid bedoelde handelingen met betrekking tot materiaal van: a. artikel 57, eerste lid rassen, die zijn afgeleid van het in, bedoelde beschermde ras, tenzij het beschermde ras zelf is afgeleid van een ander ras; b. artikel 49, vierde lid rassen die ingevolge, niet duidelijk onderscheidbaar zijn van het beschermde ras; c. rassen waarvan voor de voortbrenging telkens gebruik wordt gemaakt van het beschermde ras. 2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt een ras beschouwd als afgeleid van een ander ras indien het eerstbedoelde ras: a. hoofdzakelijk is afgeleid van het oorspronkelijke ras dan wel van een ras dat zelf hoofdzakelijk is afgeleid van het oorspronkelijke ras, b. artikel 49, vierde lid op grond van, duidelijk onderscheidbaar is van het oorspronkelijke ras, en c. overeenkomt met het oorspronkelijke ras voor wat betreft de expressie van de wezenlijke eigenschappen, die voortvloeit uit het genotype of de combinatie van genotypen van het oorspronkelijke ras, zulks met uitzondering van afwijkingen die voortvloeien uit de afleidingshandeling. 3 Uitvoeringswet UPOV 1991 Artikel 49, derde lid Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op rassen waarvan het bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dealgemeen bekend was., is van overeenkomstige toepassing. 4 De Raad kan op verzoek adviseren omtrent de vraag of een bij het verzoek aan te wijzen ras is afgeleid van een ras waarvoor door de Raad kwekersrecht is verleend. 5 Het in het vierde lid bedoelde advies van de Raad bevat de gronden waarop het rust. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 artikel 57, eerste lid artikel 58, eerste lid, onderdeel a of b Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat ten aanzien van een ras, behorende tot bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gewassen, het in, bedoelde uitsluitend recht niet van toepassing is op het gebruik voor vermeerderingsdoeleinden binnen het eigen bedrijf van een teler van door die teler geoogst materiaal van dat ras of een ras als bedoeld in. 2 Aan het gebruik van geoogst materiaal voor vermeerderingsdoeleinden binnen het eigen bedrijf, kunnen bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur beperkingen of voorwaarden worden gesteld, die onder meer betrekking kunnen hebben op de maximale hoeveelheid te vermeerderen geoogst materiaal, de door de teler aan de houder van het kwekersrecht te verstrekken inlichtingen en bewijsstukken en de aan de houder van een kwekersrecht toekomende vergoedingen. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 artikel 57, eerste lid artikel 58, eerste lid Het in, bedoelde uitsluitend recht is niet van toepassing op handelingen met materiaal van het beschermde ras of van een ras als bedoeld in, dat door of met toestemming van de houder van het kwekersrecht, in Nederland of in één der lidstaten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte in het verkeer is gebracht of dat van zodanig materiaal is afgeleid, met uitzondering van handelingen: a. die een verdere vermeerdering van het ras, waartoe het materiaal behoort, inhouden; b. die uitvoer, anders dan voor verbruiksdoeleinden, van het materiaal inhouden naar een land, waar voor rassen van het gewas, waartoe het ras behoort, geen bescherming openstaat die vergelijkbaar is met de bescherming die op basis van het bepaalde in deze wet kan worden verkregen. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 De houder van een kwekersrecht is verplicht de licenties te verlenen die in het algemeen belang noodzakelijk zijn. 2 De in het vorige lid bedoelde verplichting houdt mede in, dat de houder van het kwekersrecht het voor de uitoefening van de licentie noodzakelijke teeltmateriaal tegen een redelijke vergoeding verstrekt. 3 De houder van een kwekersrecht is verplicht aan een octrooihouder een licentie te verlenen tegen een redelijke vergoeding, indien de octrooihouder een octrooi voor een biotechnologische uitvinding niet kan exploiteren zonder inbreuk te maken op het kwekersrecht van eerdere datum en de biotechnologische uitvinding een belangrijke technische vooruitgang van aanzienlijk economisch belang vertegenwoordigt ten opzichte van het beschermde ras. 4 artikel 57, vijfde lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 Indien aan de houder van een kwekersrecht een licentie is verleend op grond van, is de houder van het kwekersrecht verplicht aan de octrooihouder op diens verzoek onder redelijke voorwaarden een wederkerige licentie te verlenen om het beschermde ras te gebruiken. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 61 Indien de houder van het kwekersrecht zijn verplichtingen, bedoeld in, niet nakomt, wordt de licentie op verzoek van de belanghebbende door de Raad verleend. 2 Alvorens te beslissen stelt de Raad partijen in de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn alsnog tot overeenstemming te komen. 3 Bij gebreke van overeenstemming beslist de Raad, na partijen te hebben gehoord. In de beslissing worden de omvang van de licentie, het bedrag van de aan de houder van het kwekersrecht te betalen vergoeding, alsmede de te verstrekken hoeveelheid teeltmateriaal en de daarvoor te betalen vergoeding vastgesteld. De Raad kan bij de beslissing aan de verkrijger van de licentie het stellen van zekerheid binnen een bepaalde termijn opleggen. 4 Nadat de licentie door de Raad is verleend en aan de verplichting tot het stellen van zekerheid, indien deze is opgelegd, is voldaan, wordt de licentie in het rassenregister ingeschreven. De licentie werkt eerst na die inschrijving, ook tegenover hen, die na de inschrijving van het in het eerste lid bedoelde verzoek rechten op het kwekersrecht hebben verkregen. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 artikel 57, eerste lid Door een licentie wordt de bevoegdheid verkregen de daarin omschreven handelingen te verrichten, die krachtens, aan anderen dan de houder van het kwekersrecht niet vrijstaan. 2 Bij gebreke van andere bepalingen geldt een licentie voor de gehele duur van het kwekersrecht en heeft zij betrekking op alle handelingen die ingevolge deze wet aan de toestemming van de houder van het kwekersrecht onderworpen zijn. 3 artikelen 61 62 Een licentie, verleend anders dan ingevolge deen, wordt op verzoek van de licentiehouder in het rassenregister ingeschreven. Zij is tegenover derden geldig na die inschrijving. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 artikel 19 artikel 8 van de Landbouwkwaliteitswet die wet Een krachtensaangewezen keuringsinstelling alsmede een krachtensaangewezen controle-instelling, voor zover deze bij of krachtensis belast met de keuring van teeltmateriaal, verstrekt op verzoek aan de houder van een in Nederland geldend kwekersrecht met betrekking tot het door de keuringsinstelling, onderscheidenlijk controle-instelling, gekeurde teeltmateriaal, een overzicht van de personen of ondernemingen die teeltmateriaal van het ras, waarvoor het kwekersrecht is verleend, hebben voortgebracht en, voor zover mogelijk, van de hoeveelheden die zij daarvan hebben voortgebracht. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 Een kwekersrecht en een aanspraak op verlening van kwekersrecht zijn, zowel ten aanzien van het volle recht als voor een aandeel daarin, vatbaar voor overdracht of andere overgang. 2 De levering vereist voor de overdracht van een kwekersrecht of het recht, voortvloeiende uit een aanvraag tot verlening van kwekersrecht, geschiedt bij een akte. 3 Elk voorbehoud de overdracht betreffende wordt in de akte omschreven; bij gebreke daarvan geldt de overdracht voor onbeperkt. 4 De overdracht werkt tegenover derden eerst, wanneer de akte in het rassenregister is ingeschreven. 5 Tot het doen verrichten van deze inschrijving door de Raad zijn beide partijen gelijkelijk bevoegd. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 Indien een kwekersrecht aan meer personen gezamenlijk toekomt, wordt hun verhouding tegenover elkaar en tegenover derden beheerst door hetgeen tussen hen bij overeenkomst is bepaald, wat hun verhouding tegenover derden betreft echter slechts, voor zover deze blijkt uit het rassenregister. 2 artikelen 57, tweede lid 60 Indien er geen overeenkomst bestaat, of, indien in de overeenkomst niet anders is bepaald, heeft elke medegerechtigde de bevoegdheid het kwekersrecht uit te oefenen en tegen handelingen in strijd daarmee verricht op te treden, maar kan een licentie of de toestemming, bedoeld in de, en, door de medegerechtigden slechts met gemeen goedvinden verleend worden. 3 Iedere medegerechtigde is verplicht, vóór de vervreemding van zijn rechten aan een derde, deze aan zijn medegerechtigden tegen een redelijke prijs te koop aan te bieden. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 Pandrecht op een kwekersrecht wordt gevestigd bij een akte en werkt tegenover derden eerst wanneer de akte in het rassenregister is ingeschreven. 2 De pandhouder is verplicht in een door hem ondertekende verklaring, bij de Raad in te zenden, woonplaats te kiezen te ’s-Gravenhage. Indien die keuze niet is gedaan, geldt de zetel van de Raad als gekozen woonplaats. 3 Bedingen in de akte waarbij het pandrecht is gevestigd, betreffende na inschrijving te verlenen licenties, gelden van het ogenblik af, dat zij in het rassenregister zijn aangetekend, ook tegenover derden. Bedingen als bedoeld in de eerste volzin, betreffende vergoedingen voor licenties, die op het ogenblik der inschrijving reeds waren verleend, gelden tegenover de houder der licentie na aanzegging aan deze bij deurwaardersexploot. 4 Akten, waaruit blijkt, dat het pandrecht heeft opgehouden te bestaan of krachteloos is geworden, worden in het rassenregister ingeschreven. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Het beslag op een kwekersrecht wordt gelegd en het proces-verbaal van inbeslagneming wordt in het rassenregister ingeschreven met overeenkomstige toepassing van de bepalingen van hetbetreffende executoriaal en conservatoir beslag op onroerende zaken, met dien verstande dat in het proces-verbaal van inbeslagneming in plaats van de aard en de ligging van de onroerende zaak een aanduiding van het kwekersrecht wordt opgenomen. 2 Een vervreemding, bezwaring, onderbewindstelling of verlening van een licentie, tot stand gekomen na de inschrijving van het proces-verbaal, kan tegen de beslaglegger niet worden ingeroepen. 3 artikel 69, tweede lid artikelen 475c 476 478 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De vóór de inschrijving van het proces-verbaal nog niet betaalde licentievergoedingen vallen mede onder een op het kwekersrecht gelegd beslag, nadat het ingeschreven beslag aan de houder der licentie is betekend. Deze vergoedingen worden betaald aan de notaris voor wie de executie zal plaatsvinden, mits dit bij de betekening uitdrukkelijk aan de licentiehouder is medegedeeld, en behoudens de rechten van derden die de executant moet eerbiedigen. Hetgeen aan de notaris wordt betaald, wordt tot de in, bedoelde opbrengst gerekend. De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 4 De inschrijving van het proces-verbaal van inbeslagneming kan worden doorgehaald: a. krachtens een schriftelijke ter inschrijving aangeboden verklaring van de deurwaarder dat hij in opdracht van de beslaglegger het beslag opheft of dat het beslag is vervallen; b. krachtens een ter inschrijving aangeboden rechterlijke uitspraak die tot opheffing van het beslag strekt of het verval van het beslag vaststelt of meebrengt. 5 artikelen 504a 538-541 726, tweede lid 727 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De,,, enzijn in geval van beslag op een kwekersrecht van overeenkomstige toepassing. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 artikelen 508 509 513, eerste lid 514, tweede en derde lid 515-519 521-529 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De verkoop van een kwekersrecht door een pandhouder of een beslaglegger tot verhaal van een vordering geschiedt in het openbaar ten overstaan van een bevoegde notaris. De,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat hetgeen daar ten aanzien van hypotheken en hypotheekhouders is voorgeschreven geldt voor de op het kwekersrecht rustende pandrechten en de pandhouders. 2 artikelen 551-552 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De verdeling van de opbrengst geschiedt met overeenkomstige toepassing van de. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 artikel 57 De houder van een kwekersrecht kan zijn recht handhaven jegens een ieder die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, een van de inbedoelde handelingen verricht. 2 De rechter kan op vordering van de houder van een kwekersrecht, tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op zijn kwekersrecht te maken, bevelen de diensten die worden gebruikt om die inbreuk te maken, te staken. 3 De voorzieningenrechter kan op vordering van de houder van een kwekersrecht tijdelijke voortzetting van de vermeende inbreuk op dit recht toestaan onder de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld voor vergoeding van de door de houder geleden schade. Onder dezelfde voorwaarden kan de rechter voortzetting van de dienstverlening door de tussenpersoon als bedoeld in het tweede lid toestaan. 4 Schadevergoeding kan slechts worden gevorderd van degene die de handelingen bewust verricht. Van bewust handelen is in elk geval sprake, indien de inbreuk is gepleegd nadat de betrokkene bij deurwaardersexploot op de strijd tussen de handelingen en het kwekersrecht is gewezen. 5 In passende gevallen kan de rechter de schadevergoeding vaststellen als een forfaitair bedrag. 6 In plaats van schadevergoeding kan worden gevorderd, dat de verweerder veroordeeld wordt de door de inbreuk genoten winst af te dragen en dienaangaande rekening en verantwoording af te leggen; indien de rechter echter van oordeel is dat de omstandigheden van het geval geen aanleiding geven tot een dergelijke veroordeling, zal de rechter de verweerder tot schadevergoeding kunnen veroordelen. 7 De houder van een kwekersrecht kan de vorderingen tot schadevergoeding of het afdragen van winst ook namens of mede namens licentiehouders of pandhouders instellen, onverminderd de bevoegdheid van licentiehouders en pandhouders in een al of niet namens hen door de houder van het kwekersrecht ingestelde vordering tussen te komen om rechtstreeks de door hen geleden schade vergoed te krijgen of zich een evenredig deel van de door de verweerder af te dragen winst te doen toewijzen. Licentiehouders en pandhouders kunnen slechts een zelfstandige vordering instellen en exploot als bedoeld in het vierde lid met het oog daarop doen uitbrengen, als zij de bevoegdheid daartoe van de houder van het kwekersrecht hebben bedongen. 8 De houder van het kwekersrecht heeft de bevoegdheid roerende zaken waarmee een inbreuk op zijn recht wordt gemaakt, of materialen en werktuigen die voornamelijk zijn gebruikt bij de voortbrenging van die zaken, als zijn eigendom op te vorderen dan wel de onttrekking aan het verkeer, vernietiging of onbruikbaarmaking daarvan te vorderen. Bij de beoordeling van de vordering wordt een afweging gemaakt tussen de ernst van de inbreuk en de gevorderde maatregelen alsmede de belangen van derden. 9 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De bepalingen van hetbetreffende beslag en executie tot afgifte van roerende zaken, zijn van toepassing. Bij samenloop met een ander beslag, gaat degene die beslag heeft gelegd krachtens dit artikel voor. 10 De maatregelen bedoeld in het achtste lid worden op kosten van de verweerder uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dit beletten. 11 artikel 165, derde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De rechter kan op vordering van de houder van het kwekersrecht degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt, bevelen al hetgeen aan laatstgenoemde bekend is omtrent de herkomst en distributiekanalen van de goederen of diensten, waarmee de inbreuk is gepleegd, aan de houder van het kwekersrecht mee te delen en alle daarop betrekking hebbende gegevens aan deze te verstrekken. Onder dezelfde voorwaarden kan dit bevel worden gegeven aan een derde die op commerciële schaal inbreukmakende goederen in zijn bezit heeft of gebruikt, die op commerciële schaal diensten verleent die bij de inbreuk worden gebruikt, of die door een van deze derden is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, fabricage of distributie van deze goederen of bij het verlenen van deze diensten. Deze derde kan zich verschonen van het verstrekken van informatie die bewijs zou vormen van deelname aan een inbreuk op een recht van intellectuele eigendom door hem zelf of door de andere inbedoelde personen. 12 De rechter kan op vordering van de houder van het kwekersrecht gelasten dat op kosten van degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt passende maatregelen worden getroffen tot verspreiding van informatie over de uitspraak. 2016 290 21-07-2016 13-07-2016 34212 2017 174 04-05-2017 01-05-2017 01-09-2017 Artikel CIX van Stb. 2016/290 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 artikel 57 De houder van een kwekersrecht kan een redelijke vergoeding vorderen van degene die in de periode gelegen tussen de aanvraag van een kwekersrecht en de verlening van het kwekersrecht handelingen als bedoeld inheeft verricht met betrekking tot het ras, waarvoor kwekersrecht is aangevraagd. 2 De vergoeding is alleen verschuldigd voor handelingen die zijn verricht na afloop van dertig dagen, nadat de betrokkene bij deurwaardersexploot is gewezen op de krachtens dit artikel aan de houder van een kwekersrecht toekomende aanspraak. 3 Bij het deurwaardersexploot wordt een door de Raad gewaarmerkt afschrift gevoegd van de ter zake van de aanvraag ingediende bescheiden dan wel van passages daaruit, voor zover zij uitsluitend betrekking hebben op de kenmerken van het ras waarvoor de aanvraag is ingediend en op de aanduiding van de eigenschappen waardoor het zich van andere rassen onderscheidt. Daartoe wordt niet gerekend de weergave van de totstandkoming van het ras of van de genealogische bestanddelen. 4 artikel 50 51 Het eerste lid is niet van toepassing op de handelingen verricht door degene die daartoe is gerechtigd krachtens een overeenkomst met degene aan wie overeenkomstigofde aanspraak op verlening van het kwekersrecht toekomt. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 De duur van het kwekersrecht bedraagt vanaf de datum van dagtekening van het kwekersrecht 25 jaar, met uitzondering van rassen van door Onze Minister aan te wijzen gewassen, waarvoor de duur van het kwekersrecht 30 jaar bedraagt. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 De houder van het kwekersrecht kan daarvan afstand doen. 2 Afstand kan slechts geschieden bij een akte, die in het rassenregister wordt ingeschreven. 3 De inschrijving geschiedt niet, zolang er personen zijn, die blijkens in dat register ingeschreven stukken rechten op het kwekersrecht of licenties hebben verkregen of rechtsvorderingen het kwekersrecht betreffende hebben ingesteld, en deze personen tot de afstand geen toestemming hebben verleend. 4 Het kwekersrecht vervalt met ingang van het tijdstip van de inschrijving van de akte in het rassenregister. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikel 6, tweede lid, onderdeel f, Een kwekersrecht vervalt van rechtswege, zodra zes maanden zijn verstreken sinds de vergoeding, bedoeldverschuldigd is geworden, zonder dat betaling daarvan heeft plaats gehad. Van dit vervallen wordt in het rassenregister aantekening gedaan. 2 Indien binnen veertien dagen na de vervaldag niet is betaald wordt degene, die volgens het rassenregister houder van het kwekersrecht is, door de Raad bij aangetekende brief aan zijn verplichting tot betaling herinnerd. 3 Indien een maand na de vervaldag nog niet is betaald, wordt hiervan binnen veertien dagen schriftelijk mededeling gedaan aan allen, die blijkens in het rassenregister ingeschreven stukken rechten op het kwekersrecht of licenties hebben verkregen of rechtsvorderingen het kwekersrecht betreffende hebben ingesteld. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 Een kwekersrecht wordt door de rechter vernietigd: a. indien blijkt, dat het ras op het tijdstip van verlening van het kwekersrecht niet nieuw was; b. artikel 49, vierde lid indien blijkt dat het ras op het tijdstip van verlening van het kwekersrecht niet onderscheidbaar was als bedoeld in; c. artikel 49, vijfde en zesde lid indien – in het geval dat de verlening van het kwekersrecht in hoofdzaak is gebaseerd op door de kweker verstrekte inlichtingen en bescheiden – blijkt dat op het tijdstip van die verlening het ras niet homogeen dan wel niet bestendig was als bedoeld in; d. indien het kwekersrecht is verleend aan een persoon die daartoe ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet niet gerechtigd is, tenzij het kwekersrecht wordt overgedragen aan de persoon die daartoe wel gerechtigd is. 2 De vernietiging kan te allen tijde door iedere belanghebbende en door of namens Onze Minister worden gevorderd. 3 De dagvaarding wordt op verzoek van de eiser in het rassenregister ingeschreven. 4 Vernietiging van een kwekersrecht ontneemt aan het kwekersrecht en aan de rechten, die daaruit zijn afgeleid, alle verdere rechtsgevolgen. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 artikelen 50 51 52 Een kwekersrecht kan geheel of voor wat betreft een aandeel daarin worden opgeëist, voor zover het is verleend aan iemand, die krachtens de,ofdaarop geen of niet uitsluitend aanspraak had. 2 De dagvaarding wordt op verzoek van de eiser in het rassenregister ingeschreven. 3 Het recht tot opeising komt toe aan hem, die krachtens voormelde artikelen aanspraak of medeaanspraak heeft op de verlening van het kwekersrecht. 4 Het recht op opeising verjaart na afloop van vijf jaren na de dagtekening van het kwekersrecht. 5 artikel 77, eerste lid Te goeder trouw voor de aantekening, bedoeld in, verkregen licenties blijven geldig tegenover de nieuwe houder van het kwekersrecht, die recht verkrijgt op de voor de licenties verschuldigde vergoeding. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 Van de toewijzing of afwijzing van een vordering tot opeising of vernietiging van een kwekersrecht wordt aantekening gedaan in het rassenregister. 2 De vernietiging en toewijzing van een opeising werken terug tot de dagtekening van de in het eerste lid bedoelde aantekening in het rassenregister. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 artikelen 75 76 De rechtbank Den Haag is in eerste aanleg bij uitsluiting bevoegd voor vorderingen tot vernietiging en opeising van het kwekersrecht als bedoeld in deen. 2 De rechtbank Den Haag en de voorzieningenrechter van die rechtbank zijn in eerste aanleg bij uitsluiting bevoegd voor: a. artikelen 70 71 vorderingen als bedoeld in deen; b. vorderingen, die worden ingesteld door een ander dan de houder van een kwekersrecht om te doen vaststellen dat bepaalde verrichte handelingen niet strijdig zijn met een kwekersrecht. 3 Van de vonnissen en beschikkingen van de rechtbank staat beroep open bij het gerechtshof Den Haag. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 artikelen 55a, tweede lid 70, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie De deskundige leden, bedoeld in de, en, worden bij koninklijk besluit benoemd. Zij worden genoemd lid, onderscheidenlijk plaatsvervangend lid, in de rechtbank Den Haag dan wel raad, onderscheidenlijk plaatsvervangend raad, in het gerechtshof Den Haag, al naar gelang het geval. 2 De leden en de plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden, worden voor de tijd van vijf jaren benoemd. Zij zijn bij aftreden terstond opnieuw benoembaar. Op eigen verzoek kunnen zij bij koninklijk besluit worden ontslagen. 3 Aan de leden en de plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden, wordt bij koninklijk besluit ontslag verleend met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin zij de leeftijd van zeventig jaar hebben bereikt. 4 Artikel 66, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden en de plaatsvervangende leden onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 artikelen 46c 46ca 46d 46f 46i met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c 46j 46l, eerste en derde lid 46m 46o 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel 46j 46o, tweede lid Ten aanzien van de leden en plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden, zijn de,,,,,,,,, envan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing vanonderscheidenlijk, onder functionele autoriteit wordt verstaan: bestuur onderscheidenlijk president van het gerecht. 2018 298 07-09-2018 27-06-2018 33861 2018 446 04-12-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Onze Minister stelt regels vast over de toekenning van een vergoeding voor reis- en verblijfkosten en verdere vergoeding aan de leden en plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 artikel 78 Bij de behandeling ter zitting van geschillen als bedoeld inmogen gemachtigden van de houder van een kwekersrecht het woord voeren, onverminderd de verantwoordelijkheid van de advocaat. 2016 290 21-07-2016 13-07-2016 34212 2017 174 04-05-2017 01-05-2017 01-09-2017 Artikel CIX van Stb. 2016/290 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Van alle rechterlijke uitspraken betreffende een kwekersrecht wordt door de griffier binnen één maand kosteloos een afschrift aan de Raad gezonden. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot: a. hoofdstukken 4 tot en met 7 aanvragen en verzoeken die op grond van debij de Raad worden ingediend; b. hoofdstukken 4 tot en met 7 de bepaling van het tijdstip, waarop de overeenkomstig degedane aanvragen en verzoeken geacht worden bij de Raad te zijn ingediend en c. het horen van belanghebbenden door de Raad. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 artikel 35 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, ter uitvoering van een besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk of van de Europese Commissie, regels worden gesteld over de toelating van plantengroepen, die niet aan de vereisten vanvoldoen, alsmede over het in de handel brengen van teeltmateriaal, afkomstig van die plantengroepen. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter implementatie van handelsrichtlijnen regels worden gesteld. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter implementatie van een bindende overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en een derde land of een internationale organisatie die betrekking heeft op een onderwerp dat wordt bestreken door een handelsrichtlijn of -verordening. 4 Bij ministeriële regeling kunnen voor een goede uitvoering van handelsverordeningen regels worden gesteld. 5 Bij ministeriële regeling kunnen ter implementatie van gedelegeerde richtlijnen en gedelegeerde beschikkingen regels worden gesteld. 6 Bij de regels, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid, kunnen: a. artikel 19 taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan Onze Minister, de Raad of een krachtensaangewezen keuringsinstelling; b. artikel 19 voorschriften uit een handelsverordening worden aangewezen waarop door Onze Minister aangewezen ambtenaren of personen toezicht houden of die Onze Minister, de Raad of een krachtensaangewezen keuringsinstelling kunnen toepassen door besluiten te nemen. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 Vervallen 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 1 artikel 19 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren en de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen, werkzaam bij een krachtensaangewezen keuringsinstelling. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 Indien in enig burgerlijk- of strafgeding de beslissing afhangt van de vaststelling, als welk ras een groep van planten moet worden aangemerkt, wordt de Raad hierover gehoord. Het advies van de Raad bevat de gronden, waarop het rust. 2 De Raad behandelt zaken, bedoeld in het eerste lid, bij voorrang boven alle andere zaken. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Wijzigt de Wet op de economische delicten. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 1 artikel 25 De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet in het rassenregister ingeschreven rassen worden door de Raad opnieuw gerangschikt overeenkomstig de bij of krachtensgestelde regels. 2 artikel 82 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet De Raad draagt zorg voor de inschrijving in het rassenregister van rassen die op de dag voorafgaande aan het in het eerste lid bedoelde tijdstip op grond vanwaren toegelaten. 3 artikel 73 artikelen 79 83, eerste lid, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet artikel 73 artikel 79 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet De Raad draagt zorg voor een aantekening in het rassenregister van de toelating van rassen van landbouwgewassen, onderscheidenlijk bosbouwgewassen, die op de dag voorafgaande aan het in eerste lid bedoelde tijdstip vermeld stonden op de op grond vanin samenhang met deenvastgestelde rassenlijst voor landbouwgewassen, onderscheidenlijk op de op grond vanin samenhang metvastgestelde rassenlijst voor bosbouwgewassen. 4 artikel 18, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet hoofdstuk 5 De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij de Raad voor het Kwekersrecht aanhangige aanvragen en verzoeken zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege aanhangig bij de Raad in de staat, waarin zij zich op dat moment bevinden, met dien verstande dat aanvragen, die betrekking hebben op een ras als bedoeld in, worden beschouwd als een aanvraag voor de toelating van een ras overeenkomstigvan deze wet. 5 artikel 82 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet hoofdstuk 5 De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangige verzoeken tot aanwijzing van groepen van planten als bedoeld in, zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege aanhangig bij de Raad en worden vanaf dat moment beschouwd als een aanvraag voor de toelating van een ras overeenkomstigvan deze wet. 6 artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet Zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangig zijn bij de Afdeling van Beroep van de Raad voor het Kwekersrecht, bedoeld in, zijn van rechtswege met ingang van dat tijdstip aanhangig bij de Raad en worden vanaf dat moment behandeld als een bezwaarschrift. 7 artikel 88, onder 2°, onderdeel e, onderscheidenlijk g, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet artikel 19 Zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangig zijn bij de Raad van Beroep, onderscheidenlijk de Commissie van Beroep inzake Keuringen, van een keuringsinstelling als bedoeld in, zijn van rechtswege met ingang van dat tijdstip aanhangig bij de desbetreffende, overeenkomstigvan deze wet aangewezen, keuringsinstelling en worden vanaf dat moment behandeld als een bezwaarschrift. 8 artikelen 54 55 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij de Raad voor het Kwekersrecht aanhangige verzoeken tot vernietiging en opeising van het kwekersrecht als bedoeld in deen, worden behandeld en beslist overeenkomstig de bepalingen van de Zaaizaad- en Plantgoedwet. 9 artikelen 25, tweede lid 60 69 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet Zaaizaad- en Plantgoedwet De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet ingevolge de,enbij het Gerechtshof ’s- Gravenhage of de Hoge Raad aanhangige zaken worden behandeld en beslist overeenkomstig de bepalingen van de. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Zaaizaad- en Plantgoedwet Dewordt ingetrokken. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 1 Deze wet wordt aangehaald als: Zaaizaad- en plantgoedwet, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst. 2 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2005 184 07-04-2005 19-02-2005 29650 2006 41 31-01-2006 24-01-2006 01-02-2006