Wet van 16 juni 2005, houdende regeling van een sociale verzekering voor geneeskundige zorg ten behoeve van de gehele bevolking (Zorgverzekeringswet)
- BWB-id
- BWBR0018450
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018450
- ELI
- /eli/nl/wet/2006/zorgverzekeringswet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2006/zorgverzekeringswet/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018450&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018450&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018450/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2006/zorgverzekeringswet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. verzekeraar: een verzekeringsonderneming als bedoeld in de richtlijn solvabiliteit II; b. zorgverzekeraar: een verzekeraar, voor zover deze zorgverzekeringen aanbiedt of uitvoert; c. verzekeringnemer: een persoon die met een zorgverzekeraar een zorgverzekering heeft gesloten; d. zorgverzekering: een tussen een zorgverzekeraar en een verzekeringnemer ten behoeve van een verzekeringsplichtige gesloten schadeverzekering, die voldoet aan hetgeen daarover bij of krachtens deze wet is geregeld, en waarvan de verzekerde prestaties het bij of krachtens deze wet geregelde niet te boven gaan; e. artikel 2 verzekeringsplichtige: degene die op grond vanverplicht is zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren of te laten verzekeren; f. artikel 10 verzekerde: degene wiens risico van behoefte aan zorg of overige diensten, als bedoeld in, door een zorgverzekering wordt gedekt; g. artikel 11 verplicht eigen risico: een bedrag aan kosten van zorg of overige diensten als bedoeld bij of krachtens, dat voor rekening van de verzekerde blijft; h. artikel 11 vrijwillig eigen risico: een door de verzekeringnemer met de zorgverzekeraar als onderdeel van de zorgverzekering overeengekomen bedrag aan kosten van zorg of overige diensten als bedoeld bij of krachtens, dat de verzekerde voor zijn rekening zal nemen; i. zorgpolis: de akte waarin de tussen een verzekeringnemer en een zorgverzekeraar gesloten zorgverzekering is vastgelegd; j. modelovereenkomst: model van een zorgverzekering, waarin een overzicht wordt gegeven van de rechten en plichten die de verzekeringnemer, de verzekerde en de zorgverzekeraar jegens elkaar zullen hebben indien een overeenkomst volgens het desbetreffende model wordt gesloten; k. Zvw-pgb: een gemaximeerde vergoeding voor de kosten die de verzekerde maakt voor het betrekken van zorg of een andere dienst; l. Wet op de loonbelasting 1964 Wet financiering sociale verzekeringen inhoudingsplichtige: de inhoudingsplichtige in de zin van dedan wel de werkgever in de zin van de; m. instelling: 1°. artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg een organisatorisch verband dat zorg of een andere dienst verleent waarop aanspraak bestaat ingevolge een zorgverzekering of ingevolge; 2°. artikel 11 een organisatorisch verband dat gevestigd is buiten het grondgebied van het Europese deel van Nederland en overeenkomstig de daar geldende wetgeving rechtmatig gezondheidszorg verstrekt als bedoeld bij en krachtens; n. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; o. Wet marktordening gezondheidszorg zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de; p. artikel 58, eerste lid Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in; q. artikel 39 Zorgverzekeringsfonds: het fonds, genoemd in; r. richtlijn solvabiliteit II: richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009, L 335); s. artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg Wlz-uitvoerder: de rechtspersoon, bedoeld in; t. artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 loontijdvak: het loontijdvak, bedoeld in; u. inspecteur: de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij regeling van Onze Minister van Financiën is aangewezen; v. artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in; w. afdeling 3.3.1 premie: de premie, bedoeld in; x. artikelen 18d 18e bestuursrechtelijke premie: de premie, bedoeld in deen; y. artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Sociale verzekeringsbank: Sociale verzekeringsbank, bedoeld in; z. vervallen; aa. vervallen; bb. artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg het CAK: het CAK, genoemd in. 2025 151 04-06-2025 26-05-2025 36682 2025 174 04-07-2025 30-06-2025 05-07-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Wet langdurige zorg artikel 10 Degene die ingevolge deen de daarop gebaseerde regelgeving van rechtswege verzekerd is, is verplicht zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren of te laten verzekeren tegen het inbedoelde risico. 2 In afwijking van het eerste lid is niet verzekeringsplichtig: a. artikel 1, eerste lid, onderdeel a juncto onderdeel b, van de Wet ambtenaren defensie de militaire ambtenaar in werkelijke dienst als bedoeld in, alsmede de militair aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend; b. artikel 64, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Wet langdurige zorg de natuurlijke persoon die op grond vanis ontheven van de verplichtingen, opgelegd op grond van de. 3 titels 16 19 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Degene die het gezag over een minderjarige, jonger dan achttien jaar, uitoefent, een curator, een bewindvoerder of een mentor als bedoeld in de,of, zorgt ervoor dat de minderjarige verzekeringsplichtige, dan wel de onder curatele, bewind of mentorschap gestelde verzekeringsplichtige krachtens een zorgverzekering verzekerd is. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een zorgverzekeraar is verplicht met of ten behoeve van iedere verzekeringsplichtige die in zijn werkgebied woont alsmede met of ten behoeve van iedere verzekeringsplichtige die in het buitenland woont, desgevraagd een zorgverzekering te sluiten. 2 Indien een zorgverzekeraar in een provincie verschillende varianten van de zorgverzekering aanbiedt, kan voor iedere in die provincie wonende verzekeringsplichtige uit alle varianten worden gekozen. 3 De zorgverzekeraar stelt alle varianten van de zorgverzekering die hij in een provincie aanbiedt, in de vorm van modelovereenkomsten ter beschikking aan personen die overwegen ten behoeve van een in die provincie wonende verzekeringsplichtige een zorgverzekering met die verzekeraar te sluiten, alsmede, indien de zorgverzekeraar varianten toevoegt of wijzigt, aan de verzekeringnemers die ten behoeve van een in die provincie wonende verzekeringsplichtige een zorgverzekering met hem hebben gesloten. 4 In afwijking van het eerste lid is een zorgverzekeraar niet verplicht een zorgverzekering te sluiten met of ten behoeve van een verzekeringsplichtige: a. die reeds krachtens een zorgverzekering verzekerd is, of b. wiens eerdere zorgverzekering hij of de verzekeringnemer binnen een periode van vijf jaar, gelegen onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek tot het sluiten van de verzekering, heeft opgezegd of ontbonden wegens: 1°. opzettelijke misleiding door de verzekeringnemer of de verzekerde, of 2°. artikel 17, vijfde lid het niet betalen van de premie, bedoeld in. 5 In afwijking van het tweede lid kan ten behoeve van een in het buitenland wonende verzekeringsplichtige worden gekozen tussen alle varianten van de zorgverzekering die een zorgverzekeraar in Nederland aanbiedt. 6 In afwijking van het derde lid worden degene die ten behoeve van een in het buitenland wonende verzekeringsplichtige een zorgverzekering wenst te sluiten alle modelovereenkomsten die de zorgverzekeraar in Nederland hanteert ter beschikking gesteld, en worden, indien eenmaal een zorgverzekering is gesloten, de verzekeringnemer alle toegevoegde of gewijzigde varianten die die zorgverzekeraar aanbiedt ter beschikking gesteld. 2011 111 08-03-2011 26-02-2011 32150 2011 113 08-03-2011 26-02-2011 15-03-2011
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Degene die een zorgverzekering wenst te sluiten, vermeldt bij het verzoek daartoe het burgerservicenummer van de te verzekeren persoon, indien deze persoon daarover beschikt. 2 De zorgverzekeraar stelt, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de zorgverzekering en van deze wet, de identiteit van de te verzekeren persoon vast. 3 artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht De in het tweede lid bedoelde vaststelling geschiedt aan de hand van documenten als bedoeld in, die de verzekeringnemer of de te verzekeren persoon hem desgevraagd ter inzage geeft. 4 De zorgverzekeraar neemt aard en nummer van de in het derde lid bedoelde documenten in zijn administratie op. 5 Vreemdelingenwet 2000 artikel 9, eerste lid, van die wet artikel 4:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht De zorgverzekeraar verlangt van de vreemdeling, bedoeld in de, voor wie hem wordt verzocht een zorgverzekering te sluiten, een kopie van het document of de schriftelijke verklaring, bedoeld in, dat wordt aangemerkt als een bescheid als bedoeld in. 2013 316 26-07-2013 10-07-2013 33555 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie
personen in werking treedt.
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Degene die een zorgverzekering wenst te sluiten, vermeldt bij het verzoek daartoe zijn adres, en indien hij niet de te verzekeren persoon is, het adres van de te verzekeren persoon. 2 De zorgverzekeraar sluit de verzekering niet zolang het verstrekte adres van de persoon of personen, bedoeld in het eerste lid, niet in de basisregistratie personen voorkomt of afwijkt van het adres waaronder deze persoon of personen in die administratie als ingezetene staat of staan ingeschreven. 3 In afwijking van het tweede lid wordt de te verzekeren persoon ingeschreven: a. artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg indien degene die de zorgverzekering wenst te sluiten een verklaring van de werkgever of een salarisafschrift heeft overgelegd, waaruit blijkt dat de te verzekeren persoon, onder vermelding van de ingangsdatum van de dienstbetrekking, ter zake van in Nederland of op het continentaal plat als bedoeld in, in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen, mits die verklaring of het salarisafschrift niet ouder zijn dan één maand; b. Wet langdurige zorg indien degene die de zorgverzekering wenst te sluiten een verklaring van de Sociale verzekeringsbank heeft overgelegd waaruit blijkt dat de te verzekeren persoon verzekerd is ingevolge de; of c. indien de persoon of de personen, bedoeld in het tweede lid, van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. 4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het derde lid. 2019 140 10-04-2019 27-03-2019 35044 2019 208 12-06-2019 28-05-2019 01-07-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3, eerste lid tweede of vijfde lid van dat artikel De zorgverzekering gaat in op de dag waarop de zorgverzekeraar het verzoek, bedoeld in, en, indien hetvan toepassing is, de aanduiding van de variant waar de verzekeringnemer voor kiest, heeft ontvangen. 2 Indien de zorgverzekeraar op basis van het in het eerste lid bedoelde verzoek niet vast kan stellen of hij verplicht is voor de te verzekeren persoon een zorgverzekering te sluiten, en hij de persoon die de verzekering wenst te sluiten in verband daarmee uitnodigt de voor deze vaststelling noodzakelijke gegevens te verschaffen, gaat de zorgverzekering, in afwijking van het eerste lid, in op de dag waarop laatstbedoelde persoon aan dit verzoek heeft voldaan. 3 De zorgverzekeraar verstrekt degene die het verzoek, bedoeld in het eerste lid, doet en, indien dit een ander is dan degene ten behoeve van wiens verzekering het verzoek is gedaan, laatstbedoelde persoon onverwijld: a. een bewijs van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, waarop de datum van ontvangst is vermeld; b. een bewijs van de ontvangst van gegevens, bedoeld in het tweede lid, waarop de datum van de ontvangst is vermeld. 4 Indien degene ten behoeve van wie de zorgverzekering wordt gesloten op de dag waarop de zorgverzekeraar het verzoek, bedoeld in het eerste lid, ontvangt reeds op grond van een zorgverzekering verzekerd is, en de verzekeringnemer aangeeft de zorgverzekering te willen laten ingaan op een door hem aangegeven, latere dag dan de dag, bedoeld in het eerste of tweede lid, gaat de verzekering op die latere dag in. 5 artikel 925, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek De zorgverzekering werkt, zonodig in afwijking van, terug: a. indien zij ingaat binnen vier maanden nadat de verzekeringsplicht is ontstaan, tot en met de dag waarop die plicht ontstond; b. artikel 940, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek indien zij ingaat binnen een maand nadat een eerdere zorgverzekering met ingang van 1 januari van een kalenderjaar of wegens wijziging van de voorwaarden met toepassing vanis geëindigd door opzegging, tot en met de dag na die waarop de eerdere zorgverzekering is geëindigd. 6 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de vaststelling, bedoeld in het tweede lid, en over het verkrijgen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor deze vaststelling. 2019 140 10-04-2019 27-03-2019 35044 2019 208 12-06-2019 28-05-2019 01-07-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De zorgverzekering eindigt van rechtswege met ingang van de dag volgende op de dag waarop: a. de verzekeraar ten gevolge van wijziging of intrekking van zijn vergunning tot uitoefening van het schadeverzekeringsbedrijf, geen zorgverzekeringen meer mag aanbieden; b. de verzekerde ten gevolge van wijziging van het werkgebied buiten het werkgebied van de zorgverzekeraar komt te wonen; c. de verzekerde overlijdt; d. de verzekeringsplicht van de verzekerde eindigt. 2 De zorgverzekering eindigt van rechtswege met ingang van de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de verzekerde, zonder dat zijn verzekeringsplicht eindigt, ten gevolge van verhuizing komt te wonen buiten een provincie waarin zijn zorgverzekeraar de ten behoeve van hem gesloten variant van de zorgverzekering aanbiedt of uitvoert. 3 De zorgverzekeraar stelt de verzekeringnemer uiterlijk twee maanden voordat een zorgverzekering op grond van het eerste lid, onderdeel a of b, eindigt, van dit einde op de hoogte, onder vermelding van de reden daarvan en de datum waarop de verzekering eindigt. 4 De verzekeringnemer stelt de zorgverzekeraar uit eigen beweging of op diens verzoek onverwijld op de hoogte van alle feiten en omstandigheden over de verzekerde die op grond van het eerste lid, onderdeel c of d, dan wel het tweede lid tot het einde van de zorgverzekering hebben geleid of kunnen leiden. 5 De Sociale verzekeringsbank gaat op basis van vergelijking van bij ministeriële regeling aan te wijzen bestanden na voor welke personen in weerwil van het ontbreken van hun verzekeringsplicht een zorgverzekering wordt uitgevoerd en informeert hun zorgverzekeraar daarover. 6 Indien de zorgverzekeraar op grond van de in het vierde of vijfde lid bedoelde gegevens tot de conclusie komt dat de zorgverzekering zal eindigen of geëindigd is, deelt hij dit, onder vermelding van de reden daarvan en de datum waarop de verzekering eindigt of geëindigd is, onverwijld aan de verzekeringnemer mede. 7 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de feiten en omstandigheden, bedoeld in het vierde lid, over de wijze waarop de zorgverzekeraar van die feiten en omstandigheden kennisneemt alsmede over de wijze waarop de zorgverzekeraar tot de conclusie, bedoeld in het zesde lid komt. 2019 140 10-04-2019 27-03-2019 35044 2019 208 12-06-2019 28-05-2019 01-07-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De verzekeringnemer kan de zorgverzekering uiterlijk 31 december van ieder jaar met ingang van 1 januari van het volgende kalenderjaar opzeggen. 2 De verzekeringnemer die een ander dan zichzelf heeft verzekerd, kan de zorgverzekering opzeggen indien de verzekerde krachtens een andere zorgverzekering verzekerd wordt. 3 artikel 940, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 11 tot en met 14a In afwijking vankan de verzekeringnemer niet opzeggen indien een wijziging in de verzekerde prestaties ten nadele van de verzekeringnemer of de verzekerde rechtstreeks voortvloeit uit een wijziging van de bij of krachtens degestelde regels. 4 artikel 78c, tweede lid artikel 92, eerste lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg Een verzekeringnemer kan zijn zorgverzekering opzeggen binnen zes weken nadat hij een mededeling als bedoeld in, ofover zijn zorgverzekeraar heeft ontvangen. 5 De opzegging, bedoeld in het tweede of vierde lid, gaat in op de eerste dag van de tweede kalendermaand volgende op de dag waarop de verzekeringnemer heeft opgezegd. 6 In afwijking van het vierde of vijfde lid gaat een opzegging, bedoeld in het tweede lid, in met ingang van de dag waarop de verzekerde krachtens de andere zorgverzekering verzekerd wordt, indien die opzegging voorafgaande aan laatstbedoelde dag door de zorgverzekeraar is ontvangen. 2016 373 19-10-2016 05-10-2016 33509 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2017 279 27-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Aan een opzegging of ontbinding van de zorgverzekering wegens het niet betalen van de verschuldigde premie, wordt geen terugwerkende kracht verleend, noch wordt daaraan een verplichting verbonden tot ongedaanmaking of vergoeding van hetgeen partijen reeds ter nakoming van de zorgverzekering jegens elkaar hebben verricht. 2 artikel 24, eerste lid Een zorgverzekeraar mag de zorgverzekering gedurende de periode, bedoeld in, niet opzeggen of ontbinden. 3 Artikel 934 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is tevens van toepassing met betrekking tot de eerste premie die een verzekeringnemer voor een zorgverzekering verschuldigd is. 2018 38 16-02-2018 24-01-2018 32398 2018 498 24-12-2018 11-12-2018 01-01-2019
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 Nadat de zorgverzekeraar de verzekeringnemer heeft aangemaand tot betaling van een of meer vervallen termijnen van de verschuldigde premie, kan de verzekeringnemer gedurende de tijd dat de verschuldigde premie, rente en incassokosten niet zijn voldaan, de zorgverzekering niet opzeggen, tenzij de zorgverzekeraar de zorgverzekering of de dekking daarvan heeft geschorst of opgeschort. 2 Het eerste lid lijdt uitzondering indien de zorgverzekeraar de verzekeringnemer binnen twee weken te kennen geeft de opzegging te bevestigen. 2009 356 26-08-2009 18-07-2009 31736 2009 357 26-08-2009 06-08-2009 01-09-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De zorgverzekeraar verstrekt de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde zo spoedig mogelijk na het sluiten van de zorgverzekering en vervolgens voorafgaande aan ieder kalenderjaar een zorgpolis. 2 Indien de zorgverzekering eindigt, verstrekt de zorgverzekeraar de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde een bewijs van het einde van de zorgverzekering, waarop worden aangetekend: a. naam, adres, woonplaats en burgerservicenummer van de verzekerde; b. naam, adres en woonplaats van de verzekeringnemer; c. naam, adres en woonplaats van de zorgverzekeraar; d. de dag waarop de zorgverzekering eindigt; e. of voor de verzekerde op die dag een vrijwillig eigen risico gold en zo ja, met welke ingangsdatum, voor welk bedrag en met welke in verband daarmee verleende korting. 3 artikel 6, eerste lid, onderdeel d Indien de zorgverzekering eindigt om de in, genoemde reden, wordt dat op het in het tweede lid bedoelde bewijs aangetekend. 2013 316 26-07-2013 10-07-2013 33555 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie
personen in werking treedt.
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 Het CAK gaat op basis van vergelijking van bij ministeriële regeling aan te wijzen bestanden na welke verzekeringsplichtigen in weerwil van hun verzekeringsplicht niet krachtens een zorgverzekering verzekerd zijn. 2 Het CAK zendt een verzekeringsplichtige als bedoeld in het eerste lid een schriftelijke aanmaning om zich binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aanmaning, alsnog op grond van zo'n verzekering te verzekeren of te laten verzekeren. 3 De aanmaning bevat een overzicht van de gevolgen indien betrokkene niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn verzekerd zal zijn. 4 Het CAK is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de verzekeringsplichtige, bedoeld in het eerste lid, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze paragraaf. 5 Het CAK is de verwerkingsverantwoordelijke, voor de verwerking, bedoeld in het vierde lid. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b 1 artikel 9a Indien een verzekeringsplichtige aan wie een aanmaning als bedoeld inis verzonden, niet binnen drie maanden na verzending daarvan verzekerd is, legt het CAK hem dan wel, indien de verzekeringsplichtige minderjarig is, degene die het gezag over hem uitoefent, een bestuurlijke boete op. 2 Wet op de zorgtoeslag De hoogte van de boete is gelijk aan driemaal de tot een maandbedrag herleide standaardpremie, bedoeld in de. 3 Artikel 5:53, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geldt niet voor de oplegging van de boete, bedoeld in het eerste lid. 4 Het CAK kan de boete bij dwangbevel invorderen. 5 Tegelijk met de oplegging van de boete deelt het CAK mee wat de gevolgen zullen zijn indien de verzekeringsplichtige niet binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de dag van verzending van de beschikking tot oplegging van de boete, alsnog verzekerd zal zijn. 2016 173 13-05-2016 08-04-2016 34203 2016 442 25-11-2016 15-11-2016 01-01-2017 Artikel XIV van Stb. 2016/173 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9c — Artikel 9c#
Artikel 9c 1 artikel 9b Indien een verzekeringsplichtige aan wie de boete, bedoeld in, is opgelegd, niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 9b, vijfde lid, alsnog verzekerd is, legt het CAK hem dan wel, indien hij minderjarig is, degene die het gezag over hem uitoefent nogmaals een bestuurlijke boete op. 2 Artikel 9b, tweede tot en met vierde lid , zijn van toepassing. 3 artikel 9d De boetebeschikking, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een last, inhoudende dat de verzekeringsplichtige binnen drie maanden na de verzending van de last alsnog krachtens een zorgverzekering verzekerd dient te zijn, bij gebreke waarvan het CAKzal toepassen. 4 artikel 9b De in dit artikel en inbedoelde boeten worden in ’s Rijks kas gestort. 2016 173 13-05-2016 08-04-2016 34203 2016 442 25-11-2016 15-11-2016 01-01-2017 Artikel XIV van Stb. 2016/173 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9d — Artikel 9d#
Artikel 9d 1 artikel 9c Indien een verzekeringsplichtige aan wie de bestuurlijke boete en de last, bedoeld in, is opgelegd, niet binnen drie maanden na verzending van de beschikking tot oplegging daarvan alsnog verzekerd is, sluit het CAK namens hem een zorgverzekering waarin hij hem verzekert. 2 Het CAK kiest de zorgverzekeraar waarmee een zorgverzekering als bedoeld in het eerste lid wordt gesloten, met dien verstande dat het zorgt voor een spreiding van zorgverzekeringen als bedoeld in dat lid over alle zorgverzekeraars, naar evenredigheid van het aantal verzekerden bij iedere zorgverzekeraar. 3 Indien een zorgverzekeraar verschillende varianten van de zorgverzekering aanbiedt, sluit het CAK een zorgverzekering overeenkomstig de variant met de laagste premie, maar zonder vrijwillig eigen risico. 4 artikel 9c, derde lid afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 5:25 5:27 tot en met 5:30 van die wet Op de last, bedoeld in, en op het uitvoeren van de last als bedoeld in het eerste lid, is, met uitzondering van deen, van overeenkomstige toepassing. 5 Degene die op grond van het eerste lid door het CAK verzekerd is, kan de desbetreffende verzekering gedurende een periode van twee weken, te rekenen vanaf de datum waarop het CAK hem daarvan mededeling heeft gedaan, vernietigen, indien hij jegens het CAK alsmede jegens de zorgverzekeraar bij wie die zorgverzekering is gesloten, aantoont in de periode, bedoeld in dat lid, reeds krachtens een andere zorgverzekering verzekerd te zijn geraakt. 6 artikel 931 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking vanis een zorgverzekeraar bevoegd een met hem gesloten verzekeringsovereenkomst wegens dwaling te vernietigen, indien achteraf blijkt dat degene die het CAK bij hem verzekerde op dat moment niet verzekeringsplichtig was. 7 artikel 7 Zonodig in afwijking van, kan, tenzij het derde lid van dat artikel van toepassing is, een verzekeringnemer een zorgverzekering als bedoeld in het eerste lid niet opzeggen gedurende de eerste twaalf maanden waarover deze loopt. 2022 185 18-05-2022 11-05-2022 35872 2022 236 16-06-2022 09-06-2022 01-01-2023
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Het krachtens de zorgverzekering te verzekeren risico is de behoefte aan: a. geneeskundige zorg, waaronder de integrale eerstelijnszorg zoals die door huisartsen en verloskundigen pleegt te geschieden; b. mondzorg; c. farmaceutische zorg; d. hulpmiddelenzorg; e. verpleging; f. verzorging, waaronder de kraamzorg; g. verblijf in verband met geneeskundige zorg; h. Wet langdurige zorg vervoer in verband met het ontvangen van zorg of diensten als bedoeld in de onderdelen a tot en met g, dan wel in verband met een recht op zorg op grond van de. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De zorgverzekeraar heeft jegens zijn verzekerden een zorgplicht die zodanig wordt vormgegeven, dat de verzekerde bij wie het verzekerde risico zich voordoet, krachtens de zorgverzekering recht heeft op prestaties bestaande uit: a. de zorg of de overige diensten waaraan hij behoefte heeft, of b. vergoeding van de kosten van deze zorg of overige diensten alsmede, desgevraagd, activiteiten gericht op het verkrijgen van deze zorg of diensten. 2 In de zorgverzekering kunnen combinaties van verzekerde prestaties als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, worden opgenomen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden de inhoud en omvang van de in het eerste lid bedoelde prestaties nader geregeld en kan voor bij die maatregel aan te wijzen vormen van zorg of overige diensten worden bepaald dat een deel van de kosten voor rekening van de verzekerde komt. 4 In de algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bij ministeriële regeling: a. vormen van zorg of overige diensten kunnen worden uitgezonderd van de in het eerste lid bedoelde of in de maatregel nader omschreven prestaties; b. artikel 10, onderdelen a, c en d de inhoud en omvang van de prestaties bestaande uit zorg als bedoeld in, nader wordt geregeld; c. nadere regels kunnen worden gesteld over het deel van de kosten dat voor rekening van de verzekerde komt. 5 Een zorgverzekeraar kan modelovereenkomsten aanbieden waarin, in geringe afwijking van het bepaalde bij of krachtens het eerste en derde lid, bepaalde om ethische of levensbeschouwelijke redenen controversiële prestaties buiten de dekking van de zorgverzekering blijven. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering.
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a Vervallen 2014 259 15-07-2014 04-06-2014 33726 2014 259 15-07-2014 04-06-2014 33726 16-07-2014 01-01-2014
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter bescherming van het algemeen belang vormen van zorg of overige diensten worden aangewezen die de zorgverzekeraar slechts verstrekt of vergoedt indien tussen hem en de aanbieder van de desbetreffende zorg of dienst een overeenkomst over de te leveren zorg of dienst en de daarvoor in rekening te brengen prijs is gesloten, dan wel indien de aanbieder bij hem in dienst is. 2 Bij deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens vormen van zorg of overige diensten worden aangewezen waarvoor de zorgverzekeraar met iedere instelling die binnen zijn werkgebied is gelegen of waarvan zijn verzekerden naar verwachting regelmatig gebruik zullen maken, op haar verzoek een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid sluit. 3 artikel 1, onderdeel m, onder 1° Een instelling als bedoeld in, die voor een in het tweede lid bedoelde vorm van zorg of dienst een overeenkomst met een zorgverzekeraar heeft gesloten, is verplicht desgevraagd met een andere zorgverzekeraar een gelijke overeenkomst te sluiten. 4 Het tweede en het derde lid gelden niet indien de zorgverzekeraar respectievelijk instelling ernstige bezwaren heeft tegen het sluiten van een overeenkomst met de instelling respectievelijk zorgverzekeraar die om die overeenkomst vraagt. 2007 490 11-12-2007 15-11-2007 31094 2007 490 11-12-2007 15-11-2007 31094 01-01-2008
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Indien een verzekerde krachtens zijn zorgverzekering een bepaalde vorm van zorg of een andere dienst dient te betrekken van een aanbieder met wie zijn zorgverzekeraar een overeenkomst over deze zorg of dienst en de daarvoor in rekening te brengen prijs heeft gesloten of van een aanbieder die bij zijn zorgverzekeraar in dienst is, en hij deze zorg of andere dienst desalniettemin betrekt van een andere aanbieder, heeft hij recht op een door de zorgverzekeraar te bepalen vergoeding van de voor deze zorg of dienst gemaakte kosten. 2 De zorgverzekeraar neemt de wijze waarop hij de vergoeding berekent in de modelovereenkomst op. 3 artikel 11 Indien bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in, is bepaald dat een deel van de kosten van een bepaalde vorm van zorg of van een bepaalde andere dienst voor rekening van de verzekerde komt, verwerkt de zorgverzekeraar dit in de wijze waarop hij de vergoeding voor de desbetreffende vorm van zorg of dienst berekent. 4 De wijze waarop de vergoeding wordt berekend is voor alle verzekerden, bedoeld in het eerste lid, die in een zelfde situatie een zelfde vorm van zorg of dienst behoeven, gelijk. 5 Indien een overeenkomst tussen een zorgverzekeraar en een aanbieder als bedoeld in het eerste lid wordt beëindigd, houdt een verzekerde die op het moment van beëindiging van de overeenkomst zorg ontvangt van deze aanbieder, recht op zorgverlening door die aanbieder voor rekening van deze zorgverzekeraar. 2006 644 19-12-2006 30-11-2006 30831 2006 701 22-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst op dat de verzekerde die behoefte heeft aan verpleging en verzorging die niet gepaard gaat met verblijf in verband met geneeskundige zorg, desgevraagd altijd in aanmerking komt voor een passende vergoeding in de vorm van een Zvw-pgb. De zorgverzekeraar stelt de verzekerde met deze vergoeding in staat in de praktijk zorg of een andere dienst te betrekken, die is afgestemd op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden. 2 De zorgverzekeraar treedt, na de in het eerste lid bedoelde aanvraag en voorafgaand aan het verstrekken van het Zvw-pgb, in contact met de verzekerde. De zorgverzekeraar informeert de verzekerde over de in het derde lid en andere bij of krachtens deze wet gestelde voorwaarden of beperkingen en beoordeelt de geschiktheid van verzekerde om in aanmerking te komen voor een Zvw-pgb. 3 De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst de voorwaarden op waaronder de verzekerde in aanmerking komt voor een Zvw-pgb. 4 De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst op dat de verzekerde ook in aanmerking kan komen voor een Zvw-pgb indien de kosten die de verzekerde maakt voor het betrekken van de desbetreffende zorg of andere dienst hoger zijn dan de vergoeding in de vorm van het Zvw-pgb, mits het verschil voor rekening van de verzekerde komt. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de voorwaarden die aan de verzekerde of diens vertegenwoordiger worden gesteld om in aanmerking te komen voor een Zvw-pgb. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot: a. de inhoud van de zorg waarvoor een Zvw-pgb wordt verstrekt; b. het uitzonderen van vormen van zorg of overige diensten van het Zvw-pgb; c. het met een Zvw-pgb vergoeden van andere vormen van zorg of overige diensten die onmiddellijk samenhangen met verpleging en verzorging die niet gepaard gaat met verblijf in verband met geneeskundige zorg; d. de mate van vergoeding die de zorgverzekeraar de verzekerde ten minste moet of ten hoogste mag bieden. 7 artikel 2.2.4, eerste lid, onder a, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 De zorgverzekeraar wijst de verzekerde bij de aanvraag op het recht op cliëntondersteuning, bedoeld in. 8 Bij ministeriële regeling kan een publiekrechtelijke rechtspersoon worden aangewezen die de verzekerde met een Zvw-pgb op diens verzoek ondersteunt bij het verkrijgen van de vergoeding van zijn zorgverzekeraar voor en zijn werkgeverstaken of opdrachtgeverschap in verband met de door verzekerde betrokken zorg of diensten. 9 In de ministeriële regeling, bedoeld in het achtste lid, kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van de ondersteuning en over de verstrekking van een jaarlijkse rijksbijdrage voor de uitvoering van de ondersteuning. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 16-12-2017 01-01-2015
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De vraag of een verzekerde behoefte heeft aan een bepaalde vorm van zorg of een bepaalde andere dienst, wordt slechts op basis van zorginhoudelijke criteria beantwoord. 2 De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst op dat geneeskundige zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden, met uitzondering van acute zorg, slechts toegankelijk is na verwijzing door in die overeenkomst aangewezen categorieën zorgaanbieders, waaronder in ieder geval de huisarts. 3 artikel 2.7, vierde lid, van de Jeugdwet De zorgverzekeraar draagt er zorg voor dat zijn modelovereenkomst aansluit bij de afspraken, bedoeld in. 4 De zorgverzekeraar stemt de wijze waarop hij zijn verantwoordelijkheden op grond van deze wet uitvoert, af met de colleges van burgemeester en wethouders met het oog op de wettelijke verantwoordelijkheden van die laatsten. 5 Voor zover een verzekerde ingevolge zijn zorgverzekering toestemming behoeft van de zorgverzekeraar dan wel een verwijzing of een recept van een deskundige is vereist voor het verkrijgen van de verzekerde prestaties, en de verzekerde in het bezit is van deze toestemming, deze verwijzing of dit recept, geldt die toestemming, die verwijzing of dat recept als titel voor het verkrijgen van de verzekerde prestaties gedurende de periode waarvoor de toestemming is verleend of de verwijzing of het recept geldig is, en verlangt een nieuwe verzekeraar niet dat nogmaals toestemming wordt gevraagd of dat een verwijzing of recept wordt overgelegd. 2014 105 14-03-2014 01-03-2014 33684 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 artikel 5.4.1, van de Wet maatschappelijke ondersteuning De zorgverzekeraar zorgt dat zijn modelovereenkomst aansluit bij de gemaakte afspraken, bedoeld in. 2 Wet maatschappelijke ondersteuning De zorgverzekeraar stemt de wijze waarop hij zijn taken op grond van deze wet uitvoert af met de colleges van burgemeester en wethouders, met het oog op de wettelijke taken van die laatsten op grond van de. 2014 280 18-07-2014 09-07-2014 33841 2014 281 18-07-2014 09-07-2014 01-01-2015
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikelen 941, eerste lid 957 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek De, enzijn niet van toepassing. 2 artikel 952 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Zonodig in afwijking vanis de zorgverzekeraar niet bevoegd een verzekerde prestatie geheel of gedeeltelijk te weigeren indien het intreden van het verzekerde risico aan de verzekerde is te wijten. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Krachtens de zorgverzekering is de verzekeringnemer premie verschuldigd. 2 artikel 925 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking vanen van het eerste lid: a. is geen premie verschuldigd tot de eerste dag van de kalendermaand volgende op de kalendermaand waarin een verzekerde de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt; b. artikel 18d 18e is geen premie verschuldigd over de periode, bedoeld inof. 2015 502 16-12-2015 02-12-2015 33683 2016 129 06-04-2016 23-03-2016 01-07-2016
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De zorgverzekeraar stelt voor iedere variant van de zorgverzekering die hij aanbiedt, de grondslag van de premie en de bij die variant behorende premiekorting of premiekortingen vast en neemt deze in de modelovereenkomst op. 2 artikel 11, eerste lid De grondslag van de premie is gelijk voor varianten die wat betreft de te verzekeren prestaties als bedoeld in, of de keuzemogelijkheden tussen aanbieders van zorg of van overige diensten als bedoeld in dat lid, niet van elkaar verschillen. 3 artikel 11, vijfde lid Indien de zorgverzekeraar gebruik maakt van zijn bevoegdheid, bedoeld in, is de grondslag van de premie gelijk aan de grondslag die hij heeft of zou hebben vastgesteld voor een modelovereenkomst met volledige dekking. 4 artikel 20 De grondslag van de premie is de premie indien geen premiekorting als bedoeld ingeldt of zou gelden. 5 artikel 20 De verschuldigde premie is gelijk aan de grondslag van de premie behorende bij de variant van de zorgverzekering die de verzekeringnemer gekozen heeft, verminderd met de premiekorting, bedoeld in, indien deze van toepassing is. 6 De zorgverzekeraar geeft de wijze waarop de verschuldigde premie van de grondslag van de premie wordt afgeleid in de modelovereenkomst weer, en neemt de wijze waarop de door de verzekeringnemer verschuldigde premie van de grondslag van de premie is afgeleid in de zorgpolis op. 7 Een wijziging in de grondslag van de premie treedt niet eerder in werking dan zeven weken na de dag waarop deze aan de verzekeringnemer is medegedeeld. 2022 185 18-05-2022 11-05-2022 35872 2022 236 16-06-2022 09-06-2022 01-01-2023
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Indien een werkgever de verschuldigde premie aan een zorgverzekeraar betaalt, vermelden de zorgverzekeraar en de werkgever bij de verstrekking van persoonsgegevens aan elkaar met betrekking tot een werknemer die verzekeringnemer en een verzekerde is van een zorgverzekering waarvoor die werkgever de verschuldigde premie aan die zorgverzekeraar betaalt, het burgerservicenummer van die werknemer. 2022 185 18-05-2022 11-05-2022 35872 2022 236 16-06-2022 09-06-2022 01-01-2023
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a 1 Uiterlijk tien werkdagen nadat ten aanzien van een zorgverzekering een achterstand in de betaling van de verschuldigde premie ter hoogte van twee maandpremies is geconstateerd, doet de zorgverzekeraar de verzekeringnemer een aanbod tot het treffen van een betalingsregeling. 2 De betalingsregeling bestaat ten minste uit de volgende elementen: a. afspraken over de betaling van nieuw vervallende termijnen van de premie, b. afspraken inzake de afwikkeling van de uit de zorgverzekering voortvloeiende schulden van de verzekeringnemer aan de zorgverzekeraar, inclusief rente en incassokosten, en de termijnen waarbinnen betaling zal plaatsvinden, en c. een toezegging van de zorgverzekeraar, inhoudende dat hij de zorgverzekering of de dekking daarvan gedurende de looptijd van de betalingsregeling niet om reden van het bestaan van de schulden, bedoeld in onderdeel b, zal beëindigen, schorsen of opschorten, zolang de verzekeringnemer de afspraken, bedoeld in de onderdelen a en b, nakomt. 3 Indien de verzekeringnemer een ander heeft verzekerd en ten aan zien van diens verzekering een premie-achterstand als bedoeld in het eerste lid is ontstaan, omvat het aanbod, bedoeld in het eerste lid, tevens een bereidverklaring opzegging van deze verzekering met ingang van de dag waarop de betalingsregeling van kracht wordt, te aanvaarden, mits: a. de verzekerde zichzelf uiterlijk met ingang van dezelfde dag krachtens een andere zorgverzekering verzekerd heeft, en b. deze, indien deze zorgverzekering bij dezelfde zorgverzekeraar is gesloten, terzake van de premie voor deze verzekering een volmacht of opdracht als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, heeft gegeven. 4 Tegelijk met het aanbod deelt de zorgverzekeraar de verzekeringnemer schriftelijk mee dat deze een termijn van vier weken heeft om het te aanvaarden, waarbij de verzekeraar bovendien aangeeft wat de gevolgen zullen zijn indien het aanbod niet wordt aanvaard en de premieschuld, rente en incassokosten buiten beschouwing gelaten, tot zes of meer maandpremies zal zijn opgelopen, en wijst hij de verzekeringnemer op de mogelijkheid van schuldhulpverlening, waarbij hij tevens informatie verstrekt over de vormen hiervan en wijze waarop deze kan worden verzocht. 5 Indien het derde lid van toepassing is, zendt de zorgverzekeraar de verzekerde tegelijk met de verzending van de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde stukken aan de verzekeringnemer, afschriften van deze stukken. 2020 402 28-10-2020 07-10-2020 35362 2020 478 27-11-2020 19-11-2020 01-01-2021
Artikel 18aa — Artikel 18aa#
Artikel 18aa 1 Wet op de zorgtoeslag artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in daarbij aan te wijzen gevallen een aan de verzekeringnemer of zijn partner uit te betalen zorgtoeslag als bedoeld in deof een voorschot daarop, in afwijking van, als tegemoetkoming in de premie en, voor zover de zorgtoeslag of het voorschot daarop dan nog toereikend is, het eigen risico, geheel of gedeeltelijk, direct of door tussenkomst van het CAK aan de zorgverzekeraar wordt uitbetaald indien ten aanzien van een zorgverzekering, rente en incassokosten buiten beschouwing latend, een achterstand in de betaling van de verschuldigde premie ter hoogte van drie maandpremies is ontstaan. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. 2016 173 13-05-2016 08-04-2016 34203 2016 442 25-11-2016 15-11-2016 01-01-2017
Artikel 18b — Artikel 18b#
Artikel 18b 1 artikel 18c Zo spoedig mogelijk nadat ten aanzien van een zorgverzekering, rente en incassokosten buiten beschouwing latend, een achterstand in de betaling van de verschuldigde premie ter hoogte van vier maandpremies is geconstateerd, deelt de zorgverzekeraar de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde mee dat hij voornemens is over te gaan tot de melding, bedoeld in, zodra de premieschuld de daar bedoelde hoogte zal hebben bereikt, tenzij de verzekeringnemer of de verzekerde hem uiterlijk vier weken na ontvangst van de mededeling heeft laten weten, het bestaan van de schuld of de hoogte ervan te betwisten. 2 artikel 18c, eerste lid artikel 114 Ingeval van tijdige betwisting als bedoeld in het eerste lid deelt de zorgverzekeraar, indien deze na onderzoek zijn standpunt handhaaft, de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde mee dat hij het voornemen tot melding tot uitvoering zal brengen zodra de premieschuld de in, bedoelde hoogte zal hebben bereikt, tenzij de verzekeringnemer of de verzekerde binnen een termijn van vier weken na ontvangst van de in dit lid bedoelde mededeling een geschil hierover heeft voorgelegd aan een onafhankelijke instantie als bedoeld inof aan de burgerlijke rechter. 3 artikel 18a Indien een betalingsregeling als bedoeld iningaat nadat ten aanzien van de zorgverzekering, rente en incassokosten buiten beschouwing latend, een achterstand in de betaling van de verschuldigde premie ter hoogte van vier maandpremies is ontstaan, laat de zorgverzekeraar de in het eerste lid bedoelde melding achterwege zolang de nieuw vervallende termijnen van de premie worden voldaan. 2009 356 26-08-2009 18-07-2009 31736 2009 357 26-08-2009 06-08-2009 01-09-2009
Artikel 18bb — Artikel 18bb#
Artikel 18bb 1 artikelen 18a 18b artikel 18c, eerste lid Naast de op incasso gerichte inspanningen, bedoeld in deen, verricht de zorgverzekeraar aantoonbaar voldoende inspanningen tot inning van de premie voorafgaand aan de melding, bedoeld in. 2 Bij ministeriële regeling wordt bepaald wanneer sprake is van het verrichten van aantoonbaar voldoende inspanningen als bedoeld in het eerste lid. 2020 402 28-10-2020 07-10-2020 35362 2020 478 27-11-2020 19-11-2020 01-01-2021
Artikel 18c — Artikel 18c#
Artikel 18c 1 artikel 34a Indien ten aanzien van een zorgverzekering, rente en incassokosten buiten beschouwing latend, een premieschuld ter hoogte van zes of meer maandpremies is ontstaan, meldt de zorgverzekeraar dit, onder vermelding van de voor de heffing van de bestuursrechtelijke premie alsmede voor de uitvoering vannoodzakelijke persoonsgegevens van de verzekeringnemer en de verzekerde, aan het CAK, de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer, aan de verzekerde. 2 De melding geschiedt niet: a. artikel 18b, eerste lid in geval van tijdige betwisting als bedoeld in, zolang de zorgverzekeraar zijn standpunt dienaangaande niet aan de verzekeringnemer en, indien dit een ander dan de verzekeringnemer is, aan de verzekerde heeft kenbaar gemaakt; b. artikel 18b, tweede lid gedurende de termijn, genoemd in; c. artikel 18b, tweede lid ingeval van tijdige voorlegging van het geschil aan een onafhankelijke instantie of aan de burgerlijke rechter als bedoeld in, zolang op het geschil niet onherroepelijk is beslist; d. artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet ingeval de verzekeringnemer zich heeft aangemeld bij een schuldhulpverlener als bedoeld inen aantoont dat hij in het kader daarvan een schriftelijke overeenkomst tot stabilisatie van zijn schulden heeft gesloten; e. artikel 4a, derde lid, onderdeel a tot en met c ingeval het adres van de verzekeringnemer en, indien dit een ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde, niet in de basisregistratie personen voorkomt of het adres zoals dat is opgenomen in de administratie van de zorgverzekeraar afwijkt van het adres waaronder deze persoon of personen in de basisregistratie personen als ingezetene staat of staan ingeschreven, tenzij deze afwijking het gevolg is van een omstandigheid als bedoeld in. 3 artikel 18b Onderdeel van de melding vormt een verklaring van de zorgverzekeraar, inhoudende dat hijen het tweede lid in acht heeft genomen. 4 Na de melding verleent de zorgverzekeraar aantoonbaar voldoende medewerking aan activiteiten van de verzekeringnemer of derden, gericht op aflossing van de jegens de zorgverzekeraar bestaande, uit de zorgverzekering voortvloeiende schuld. 5 Bij ministeriële regeling wordt bepaald wanneer sprake is van het verrichten van aantoonbaar voldoende medewerking als bedoeld in het vierde lid. 2020 402 28-10-2020 07-10-2020 35362 2020 478 27-11-2020 19-11-2020 01-01-2021
Artikel 18d — Artikel 18d#
Artikel 18d 1 artikel 18c De verzekeringnemer is vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin het CAK de melding, bedoeld in, heeft ontvangen aan het CAK een bij ministeriële regeling te bepalen, bestuursrechtelijke premie van ten minste 110% en ten hoogste 130% van de gemiddelde premie verschuldigd. 2 De premie, bedoeld in het eerste lid, is niet meer verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin: a. de uit de zorgverzekering voortvloeiende schulden zijn of zullen zijn afgelost of tenietgaan, b. Faillissementswet de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in de, op de verzekeringnemer van toepassing wordt, c. artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet artikel 18c, tweede lid, onderdeel d door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld ineen overeenkomst als bedoeld in, is gesloten, door diens tussenkomst een buitengerechtelijke schuldregeling tot stand is gekomen waarin, naast de verzekeringnemer, ten minste zijn zorgverzekeraar deelneemt, of de zorgverzekeraar met de verzekeringnemer een betalingsregeling is overeengekomen, of d. de verzekeringnemer aan bij ministeriële regeling te bepalen voorwaarden voldoet. 3 Ten behoeve van de toepassing van het tweede lid stelt de zorgverzekeraar het CAK, de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde, onverwijld op de hoogte van de datum waarop een situatie als bedoeld in onderdeel a, b of c van dat lid van toepassing wordt. 4 In afwijking van het eerste en tweede lid is de verzekeringnemer wederom aan het CAK bestuursrechtelijke premie verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand: a. artikel 350, derde lid, onderdeel c, d, e, f, of g, van de Faillissementwet waarin de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op grond van, is beëindigd, b. waarin hij zich, blijkens een melding van zijn zorgverzekeraar, aan deelname aan een op hem van toepassing zijnde overeenkomst of regeling als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, heeft onttrokken voordat hij de in de desbetreffende overeenkomst of regeling neergelegde afspraken jegens zijn zorgverzekeraar volledig is nagekomen of c. waarin hij niet meer voldoet aan bij de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, te bepalen voorwaarden. 5 Indien in het in het vierde lid, onderdeel b, bedoeld geval een door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, tot stand gekomen overeenkomst of regeling betreft, dient de melding, bedoeld in dat onderdeel mede door een schuldhulpverlener te zijn ondertekend. 6 Bij ministeriële regeling wordt bepaald hoe de gemiddelde premie, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend. 2016 173 13-05-2016 08-04-2016 34203 2016 442 25-11-2016 15-11-2016 01-01-2017 Artikel XIV van Stb. 2016/173 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 18e — Artikel 18e#
Artikel 18e 1 artikel 9d Gedurende de eerste twaalf maanden waarover een verzekering als bedoeld inloopt, is de verzekeringnemer vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgende op de maand waarin hij de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt aan het CAK een bestuursrechtelijke premie verschuldigd. 2 De hoogte van de bestuursrechtelijke premie wordt bij ministeriële regeling vastgesteld op een percentage van de gemiddelde premie. 3 Artikel 18d, zesde lid , is van toepassing. 2016 173 13-05-2016 08-04-2016 34203 2016 442 25-11-2016 15-11-2016 01-01-2017 Artikel XIV van Stb. 2016/173 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 18f — Artikel 18f#
Artikel 18f 1 Het CAK heft en int de bestuursrechtelijke premie. 2 Wet op de loonbelasting 1964 In opdracht van het CAK houdt de inhoudingsplichtige de bestuursrechtelijke premie geheel of voor een door het CAK te bepalen gedeelte in op door hem aan de verzekeringnemer verschuldigd loon als bedoeld in de, waarna hij het ingehouden bedrag aan het CAK afdraagt. 3 De inhouding geschiedt onmiddellijk nadat de krachtens een ander wettelijk voorschrift of krachtens een arbeidsovereenkomst verplicht in te houden belastingen, premies of andere bijdragen zijn ingehouden, met dien verstande dat bij ministeriële regeling op socialezekerheidsuitkeringen te verrichten inhoudingen of verrekeningen kunnen worden aangewezen waarvoor een andere volgorde geldt. 4 Een inhoudingsplichtige die het door het CAK aan te geven bedrag niet of niet geheel heeft ingehouden, is gehouden het gehele bedrag aan het CAK af te dragen, zonder dat het niet ingehouden bedrag alsnog op de verzekeringnemer kan worden verhaald. 5 artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Indien op loon waarop bestuursrechtelijke premie is ingehouden tevens derdenbeslag ligt, is het bedrag dat de inhoudingsplichtige ten minste aan de verzekeringnemer uitbetaalt gelijk aan de beslagvrije voet, bedoeld in de, verminderd met het in opdracht van het CAK ingehouden bedrag. 6 Wet op de zorgtoeslag artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen In opdracht van het CAK wordt een aan de verzekeringnemer of zijn partner uit te betalen zorgtoeslag als bedoeld in deof een voorschot daarop, in afwijking van, als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke premie aan het CAK uitbetaald. 7 Het CAK kan de bestuursrechtelijke premie of het door de werkgever af te dragen bedrag, bedoeld in het vierde lid, bij dwangbevel invorderen. 8 artikel 21 van de Invorderingswet 1990 Het CAK heeft terzake van de bestuursrechtelijke premie die op andere wijze dan bij wege van inhouding wordt geïnd, een voorrecht op alle goederen van de verzekeringnemer, welk voorrecht onmiddellijk na het voorrecht, bedoeld in, kan worden uitgeoefend. 9 artikel 478, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Indien het CAK ter zake van de inning van de bestuursrechtelijke premie beslag laat leggen onder een derde die de verzekeringnemer periodieke betalingen, niet zijnde periodieke betalingen ter zake van het levensonderhoud van diens kinderen, verschuldigd is, is de derde-beslagene vanaf de dag van het beslag verplicht om, zolang het CAK dit verlangt, het door het CAK aangegeven achterstallige bedrag en telkens de nieuw vervallende termijnen van de bestuursrechtelijke premie of door het CAK te bepalen gedeelten daarvan, tot welker verhaal het beslag is gelegd, met inachtneming van het bepaalde in, aan het CAK uit te betalen, tenzij onder hem beslag gelegd mocht worden wegens vorderingen van hogere of gelijke rang. 10 artikel 475c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikelen 475d tot en met 475e van die wet Indien een beslag als bedoeld in het negende lid is gelegd op een vordering tot een periodieke betaling als bedoeld in, wordt de beslagvrije voet, berekend overeenkomstig de, louter ten aanzien van de vordering van het CAK ter zake waarvan het beslag is gelegd en enkel voor zover het beslag dient tot inning van een nieuw vervallende termijn als bedoeld in het negende lid, verlaagd met de bestuursrechtelijke premie. 11 artikel 34 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek De derde die meer aan het CAK heeft betaald dan waarop deze recht heeft, is jegens de verzekeringnemer bevrijd, voor zover dat voortvloeit uit. 2017 110 24-03-2017 08-03-2017 34628 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 499 08-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 18g — Artikel 18g#
Artikel 18g 1 artikelen 18c, eerste lid 18e artikel 34a Het CAK gebruikt het burgerservicenummer van de in de, enbedoelde personen, met het doel te waarborgen dat de in het kader van de uitvoering van deze afdeling ente verwerken persoonsgegevens op die personen betrekking hebben. 2 artikelen 18f 88 89 Bij gegevensuitwisseling tussen het CAK en de in de,enbedoelde personen en instanties wordt, voor de uitvoering van deze afdeling en voor zover die personen en instanties tot gebruik van dat nummer bevoegd zijn, het burgerservicenummer gebruikt. 3 artikelen 18c, eerste lid 18e artikel 34a Het CAK is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de in de, enbedoelde personen, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze afdeling en. 4 Het CAK is de verwerkingsverantwoordelijke, voor de verwerking, bedoeld in het derde lid. 5 artikel 18d 18e Het CAK is bevoegd schulden ter zake van de bestuursrechtelijke premie die hem nog niet zijn voldaan nadatofniet meer op de verzekeringnemer van toepassing is, kwijt te schelden. 6 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop het CAK de bestuursrechtelijke premie int en wordt bepaald welk gedeelte van de geïnde bestuursrechtelijke premie door het CAK in ’s Rijks kas wordt gestort. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Iedere verzekerde van achttien jaar of ouder heeft een verplicht eigen risico van € 385 per kalenderjaar. 2 artikel 11 Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig het verschil in geraamde uitgaven voor de zorg en overige diensten, bedoeld in, tussen het kalenderjaar waarop het verplicht eigen risico betrekking zal hebben en vergelijkbare uitgaven voor het jaar voorafgaand aan dat kalenderjaar. 3 Indien het geïndexeerde bedrag naar beneden afgerond € 5 of een veelvoud daarvan verschilt van het in het eerste lid genoemde bedrag, wordt dit bedrag bij ministeriële regeling gewijzigd, waarna het in die regeling genoemde bedrag in de plaats treedt van het in het eerste lid genoemde bedrag. 4 Rekeningen voor kosten van zorg of overige diensten worden slechts op het verplicht eigen risico in mindering gebracht, indien deze door de zorgverzekeraar zijn ontvangen voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen dag van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verplicht eigen risico betrekking heeft, tenzij het aan de verzekerde te wijten is dat de rekening niet voor die dag is ingediend. 5 In afwijking van het vierde lid is de zorgverzekeraar gerechtigd het verplicht eigen risico in rekening te brengen indien het aan de verzekerde te wijten is dat de rekening niet voor de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde dag is ingediend. 6 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welke wijze het verplicht eigen risico in mindering wordt gebracht. 7 Het tweede en derde lid blijven buiten toepassing voor de jaren 2019 tot en met 2026. 2025 150 04-06-2025 26-05-2025 36679 2025 173 04-07-2025 30-06-2025 01-01-2026
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 11, eerste lid De zorgverzekeraar biedt van iedere zorgverzekering met een bepaalde combinatie van te verzekeren prestaties als bedoeld in, een variant zonder vrijwillig eigen risico aan. 2 De zorgverzekeraar kan voor de verzekering van een persoon van achttien jaar of ouder varianten van de zorgverzekering aanbieden met een vrijwillig eigen risico van € 100, € 200, € 300, € 400 of € 500 per kalenderjaar, waartegenover hij een korting op de grondslag van de premie verleent. 3 De korting mag afhangen van: a. de omvang van het voor de verzekerde gekozen vrijwillig eigen risico; b. het aantal kalenderjaren waarvoor een vrijwillig eigen risico voor de verzekerde gegolden heeft. 4 De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst op welke premiekorting bij welk vrijwillig eigen risico voor welk aantal kalenderjaren geldt. 5 Indien de zorgverzekeraar een of meer van de door hem aangeboden vrijwillige eigen risico’s laat vervallen, geeft de zorgverzekeraar de verzekeringnemers die een zorgverzekering met zo’n vrijwillig eigen risico hebben afgesloten, de mogelijkheid om te kiezen voor een zorgverzekering met een lager of zonder vrijwillig eigen risico. 2009 356 26-08-2009 18-07-2009 31736 2009 357 26-08-2009 06-08-2009 01-09-2009 Voorheen art. 19.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Het percentage van de kosten van zorg of overige diensten dat ten laste gaat van het verplicht eigen risico, wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen bij algemene maatregel van bestuur vormen van zorg of overige diensten worden aangewezen waarvoor de kosten geheel, gedeeltelijk of in het geheel niet onder het verplicht eigen risico vallen. 3 In afwijking van het eerste lid kunnen bij algemene maatregel van bestuur vormen van zorg of overige diensten worden aangewezen waarvan de zorgverzekeraar, onder bij die maatregel te bepalen voorwaarden, kan bepalen dat de kosten geheel of gedeeltelijk buiten het verplicht eigen risico vallen. 4 De zorgverzekeraar kan vormen van zorg of overige diensten aanwijzen waarvan de kosten niet onder het vrijwillig eigen risico vallen, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur vormen van zorg of overige diensten kunnen worden aangewezen waarvan de kosten geheel of gedeeltelijk buiten het vrijwillig eigen risico vallen. 2009 356 26-08-2009 18-07-2009 31736 2009 357 26-08-2009 06-08-2009 01-09-2009 Voorheen art. 20.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Indien een zorgverzekering niet op 1 januari van een kalenderjaar ingaat of eindigt, is het in dat kalenderjaar voor die overeenkomst geldende bedrag van het verplicht eigen risico en indien dat van toepassing is, vrijwillig eigen risico gelijk aan het voor het gehele kalenderjaar geldende bedrag, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aantal dagen in dat kalenderjaar waarover de zorgverzekering zal lopen of heeft gelopen, en de noemer aan het aantal dagen in het desbetreffende kalenderjaar. 2 In afwijking van het eerste lid wordt het in het kalenderjaar geldende bedrag van het vrijwillig eigen risico indien dat gedurende het kalenderjaar wijzigt en de verzekeringnemer onmiddellijk voorafgaande aan die wijziging reeds een zorgverzekering met de zorgverzekeraar had gesloten, als volgt berekend: a. ieder bedrag aan vrijwillig eigen risico dat in het desbetreffende kalenderjaar heeft gegolden of zal gelden, wordt vermenigvuldigd met het aantal in dat jaar gelegen dagen waarvoor dat risico gold of zal gelden; b. de op grond van onderdeel a berekende bedragen worden bij elkaar opgeteld; c. het op grond van onderdeel b berekende bedrag wordt gedeeld door het aantal dagen in het kalenderjaar. 3 Het op grond van het eerste of tweede lid berekende bedrag wordt afgerond op hele euro’s. 2009 356 26-08-2009 18-07-2009 31736 2009 357 26-08-2009 06-08-2009 01-09-2009 Voorheen art. 21.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Kosten van zorg of een andere dienst worden toegerekend aan het kalenderjaar waarin de zorg of dienst is genoten, met dien verstande dat de kosten van zorg of een andere dienst die in twee achtereenvolgende kalenderjaren is genoten en door de zorgaanbieder of andere dienstverlener in één bedrag in rekening zijn gebracht, worden toegerekend aan het kalenderjaar waarin de zorg of dienst is aangevangen. 2 artikel 11, derde of vierde lid artikel 13, eerste lid Bedragen als bedoeld in, die voor rekening van de verzekerde komen, of kosten als bedoeld in, voor zover zij voor rekening van de verzekerde blijven, worden bij de beantwoording van de vraag of een voor zijn verzekering geldend verplicht of vrijwillig eigen risico wordt overschreden, buiten aanmerking gelaten. 3 Een zorgverzekeraar brengt kosten van zorg of overige diensten die zowel ten laste van het verplicht als het vrijwillig eigen risico kunnen komen, eerst ten laste van het verplicht eigen risico. 2009 356 26-08-2009 18-07-2009 31736 2009 357 26-08-2009 06-08-2009 01-09-2009 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De rechten en plichten uit de zorgverzekering zijn van rechtswege opgeschort gedurende de periode waarover Onze Minister van Justitie in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak verantwoordelijk is voor de verstrekking van geneeskundige zorg aan een verzekerde. 2 Wet forensische zorg Het eerste lid is niet van toepassing gedurende de periode waarover iemand die geen gedetineerde is in de zin van de, forensische zorg als bedoeld in die wet geniet. 3 De rechten en plichten uit de zorgverzekering zijn eveneens van rechtswege opgeschort gedurende de periode dat een verzekerde blijkens een verklaring van de Minister van Buitenlandse Zaken of een verklaring van Reclassering Nederland buiten Nederland in detentie is genomen. 4 De verzekeringnemer, de verzekerde, of de gemachtigde van de verzekeringnemer of verzekerde meldt de zorgverzekeraar de dag waarop de periode, bedoeld in het eerste of derde lid, aanvangt, waarbij hij indien het derde lid van toepassing is, tevens de daar bedoelde verklaring aan de zorgverzekeraar overlegt. 2018 38 16-02-2018 24-01-2018 32398 2015 502 16-12-2015 02-12-2015 33683 2018 498 24-12-2018 11-12-2018 01-01-2019
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Een verzekeraar meldt het voornemen zorgverzekeringen aan te bieden en uit te voeren schriftelijk aan de zorgautoriteit, onder vermelding van de dag met ingang waarvan hij zorgverzekeringen zal aanbieden. 2 De verzekeraar voegt bij de melding alle modelovereenkomsten volgens welke hij zorgverzekeringen wenst aan te bieden. 3 Een zorgverzekeraar legt wijzigingen in zijn modelovereenkomsten of nieuwe modelovereenkomsten voordat deze ingaan aan de zorgautoriteit over. 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 25, eerste lid artikel 25, tweede en derde lid De zorgautoriteit tekent de datum van ontvangst aan op het geschrift waarmee de melding, bedoeld in, is gedaan, alsmede op de modelovereenkomsten of wijzigingen daarvan, bedoeld in. 2 De zorgautoriteit zendt de verzekeraar onverwijld een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld. 3 De zorgautoriteit zendt het Zorginstituut onverwijld een afschrift van de melding, de modelovereenkomsten of de wijzigingen in de modelovereenkomsten, onder vermelding van de datum van ontvangst ervan. 4 artikel 14 van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg De zorgautoriteit zendt de beheerder van het register van zorgverzekeraars, bedoeld in, onverwijld een afschrift van de melding onder vermelding van de datum van ontvangst ervan. 2016 373 19-10-2016 05-10-2016 33509 2017 279 27-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Een verzekeraar die ten onrechte een verzekering als zorgverzekering aanbiedt of uitvoert, is gehouden de schade die een verzekeringsplichtige of degene die hem heeft verzekerd dientengevolge lijdt, te vergoeden. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De statuten van een zorgverzekeraar: a. voorzien in toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de rechtspersoon en de daarmee verbonden onderneming, b. bieden waarborgen voor een redelijke mate van invloed van de verzekerden op het beleid, en c. sluiten iedere verplichting van de verzekeringnemers, verzekerden, gewezen verzekeringnemers of gewezen verzekerden tot het doen van een bijdrage in tekorten van de rechtspersoon uit. 2 artikel 28a, eerste lid artikel 28c Een waarborg als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bestaat in ieder geval uit het aan een permanente vertegenwoordiging van verzekerden toekennen van het recht om in te stemmen met de in, bedoelde regeling en het recht om advies uit te brengen over de bij of krachtensaangewezen onderwerpen. 2020 95 18-03-2020 06-03-2020 34971 2020 323 09-09-2020 31-08-2020 01-01-2021
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a 1 De zorgverzekeraar stelt een schriftelijke regeling vast waarin wordt bepaald op welke onderdelen van het beleid hij zijn verzekerden in de gelegenheid stelt inspraak uit te oefenen. In die regeling wordt tevens bepaald op welke wijze de inspraak kan worden verkregen en op welke wijze de verzekerden worden geïnformeerd over de resultaten van de inspraak alsmede over hetgeen daarmee is gedaan. 2 In de regeling worden in elk geval onderdelen aangewezen van het beleid betreffende: a. het met zorgaanbieders sluiten van overeenkomsten met betrekking tot de zorg of overige diensten; b. de wijze waarop de zorgverzekeraar met zijn verzekerden communiceert. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in aanvulling op het bepaalde in het tweede lid beleidsterreinen worden aangewezen waarvan onderdelen in de regeling moeten worden aangewezen. 4 De zorgverzekeraar stelt zijn verzekerden in de gelegenheid inspraak uit te oefenen overeenkomstig het bepaalde in de regeling, bedoeld in het eerste lid. 5 artikel 28, tweede lid De zorgverzekeraar behoeft de instemming van de vertegenwoordiging, bedoeld in, voor de vaststelling, wijziging of intrekking van de regeling. De zorgverzekeraar mag de regeling uitsluitend vaststellen zonder instemming van de vertegenwoordiging, indien het onthouden van de instemming door de vertegenwoordiging onredelijk is. 6 De zorgverzekeraar maakt de regeling openbaar. 2020 95 18-03-2020 06-03-2020 34971 2020 323 09-09-2020 31-08-2020 01-01-2021
Artikel 28b — Artikel 28b#
Artikel 28b 1 artikel 28, tweede lid artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De vertegenwoordiging, bedoeld in, bestaat uitsluitend uit verzekerden van de zorgverzekeraar of, indien de zorgverzekeraar deel uitmaakt van een groep als bedoeld in, uit vertegenwoordigers van de verzekerden van alle betrokken zorgverzekeraars van de groep. 2 artikel 28, tweede lid De zorgverzekeraar kent de rechten, genoemd in, uitsluitend toe aan een vertegenwoordiging waarvoor statutair is geregeld dat zij voor zover mogelijk zodanig is samengesteld dat: a. zij wat betreft in ieder geval leeftijd, woonplaats en opleiding een goede afspiegeling is van de verzekerden en dat de samenstelling aansluit bij de verscheidenheid van de verzekerden; b. zij redelijkerwijs de diverse belangen van de verzekerden kan behartigen, en c. artikel 24b, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek indien de vertegenwoordiging verzekerden vertegenwoordigt van zorgverzekeraars die tot eenzelfde groep als bedoeld inbehoren, sprake is van een evenwichtige verdeling van het aantal vertegenwoordigers van de verzekerden van elk van de betrokken zorgverzekeraars. 3 De zorgverzekeraar bepaalt in zijn statuten het aantal leden waaruit de vertegenwoordiging ten minste moet bestaan alsmede de wijze van benoeming van die leden, waarbij wordt bepaald dat elke verzekerde van 18 jaar of ouder in de gelegenheid wordt gesteld zich kandidaat te stellen. 4 De vertegenwoordiging zorgt voor: a. het regelmatig inventariseren van de wensen en meningen van de betrokken verzekerden; en b. het informeren van de betrokken verzekerden over zijn werkzaamheden en de resultaten daarvan. 5 De zorgverzekeraar draagt er zorg voor dat: a. een vacature voor de vertegenwoordiging openbaar wordt gemaakt; b. de vertegenwoordiging gebruik kan maken van de voorzieningen die zij redelijkerwijs nodig heeft voor de vervulling van haar werkzaamheden, en c. wordt voorzien in de kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de werkzaamheden van de vertegenwoordiging, waaronder de kosten die verband houden met scholing, onafhankelijke ondersteuning en het voeren van rechtsgedingen. 6 De zorgverzekeraar verstrekt de vertegenwoordiging tijdig en desgevraagd schriftelijk alle inlichtingen en gegevens die zij voor de vervulling van haar werkzaamheden redelijkerwijs nodig heeft. 7 De zorgverzekeraar verleent de vertegenwoordiging desgevraagd hulp bij de uitvoering van het vierde lid. 2020 95 18-03-2020 06-03-2020 34971 2020 323 09-09-2020 31-08-2020 01-01-2021
Artikel 28c — Artikel 28c#
Artikel 28c 1 artikel 28, tweede lid De zorgverzekeraar stelt de vertegenwoordiging, bedoeld in, in de gelegenheid advies uit te brengen over de vaststelling, wijziging of intrekking van het jaarlijkse zorginkoopbeleid. 2 Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat de vertegenwoordiging redelijkerwijs genoeg tijd heeft zich een goed oordeel ter zake te vormen en dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op het jaarlijkse zorginkoopbeleid. 3 artikel 28a, tweede lid, onderdeel a De vertegenwoordiging brengt binnen een redelijke termijn schriftelijk advies uit en betrekt daarin hetgeen is gedaan met de resultaten van de inspraak als bedoeld in. 4 De vertegenwoordiging is bevoegd de zorgverzekeraar ongevraagd te adviseren over het jaarlijkse zorginkoopbeleid. 5 De zorgverzekeraar doet van de vaststelling, wijziging of intrekking van het jaarlijkse zorginkoopbeleid schriftelijk, en voor zover van het advies wordt afgeweken onder opgave van redenen, mededeling aan de vertegenwoordiging. 6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen onderdelen van beleidsterreinen worden aangewezen waarop het bepaalde in het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. 7 Indien de zorgverzekeraar in zijn statuten bepaalt dat de vertegenwoordiging ook over andere onderdelen van het beleid advies uit kan brengen, is het bepaalde in het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing. 2020 95 18-03-2020 06-03-2020 34971 2020 323 09-09-2020 31-08-2020 01-01-2021
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Het werkgebied van een zorgverzekeraar is Nederland. 2 In afwijking van het eerste lid kan een zorgverzekeraar zijn werkgebied tot een of meer gehele provincies van Nederland beperken zolang bij hem minder dan 850 000 verzekerden op basis van een zorgverzekering verzekerd zijn. 3 Voor de bepaling van het aantal verzekerden, bedoeld in het tweede lid, wordt uitgegaan van het gemiddelde aantal verzekerden in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de bepaling geschiedt. 4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het aantal verzekerden wordt bepaald indien de zorgverzekeraar in het tweede of eerste jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de bepaling geschiedt, rechtsopvolger is geweest van, gefuseerd is met, of afgesplitst is van een andere zorgverzekeraar dan wel indien deze verzekeraar zorgverzekeringen van een andere zorgverzekeraar heeft overgenomen. 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Een zorgverzekeraar die geen zorgverzekeringen meer wenst aan te bieden of uit te voeren, meldt het voornemen hiertoe schriftelijk aan de zorgautoriteit, onder vermelding van de dag met ingang waarvan hij geen zorgverzekeringen meer zal uitvoeren. 2 Artikel 26 is van overeenkomstige toepassing. 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 11, eerste lid, onderdeel b artikel 13 Indien een voormalige zorgverzekeraar failliet is verklaard, voldoet het Zorginstituut aan de verzekerden jegens die zorgverzekeraar of voormalige zorgverzekeraar bestaande vorderingen ter zake van een recht op vergoeding als bedoeld in, of. 2 De vorderingen, bedoeld in het eerste lid, gaan bij wijze van subrogatie op het Zorginstituut over voor zover dat instituut deze heeft voldaan. 3 Het Rijk is tegenover het Zorginstituut aansprakelijk voor de betalingen, bedoeld in het eerste lid. 2018 489 21-12-2018 28-11-2018 34842 2018 491 21-12-2018 11-12-2018 01-01-2019
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 25 Het Zorginstituut kent een zorgverzekeraar die voldaan heeft aan zijn verplichtingen, bedoeld in, voor ieder kalenderjaar waarin hij zorgverzekeringen aanbiedt en uitvoert een vereveningsbijdrage toe. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels omtrent de berekening van de vereveningsbijdragen gesteld. 3 De regels, bedoeld in het tweede lid, bepalen ten minste dat de hoogte van de vereveningsbijdrage wordt berekend op basis van bij die maatregel te bepalen, voor alle zorgverzekeraars gelijke criteria, waaronder in ieder geval het aantal verzekerden bij een zorgverzekeraar en een aantal verzekerdenkenmerken. 4 Bij ministeriële regeling: a. wordt voor 1 oktober van ieder jaar bepaald welk bedrag in totaal voor het daaropvolgende kalenderjaar aan de zorgverzekeraars kan worden toegekend; b. kan worden bepaald dat in aanvulling op de criteria, bedoeld in het derde lid, voor de berekening van de hoogte van de vereveningsbijdragen eenmalig rekening wordt gehouden met een bij die regeling te bepalen, voor alle zorgverzekeraars gelijk criterium; c. wordt statistisch onderbouwd aan elk criterium als bedoeld in het derde lid of aan een criterium als bedoeld in onderdeel b een bijdrage gekoppeld; d. worden nadere regels omtrent de berekening van de vereveningsbijdragen gesteld en wordt geregeld hoe de op grond van het eerste lid toegekende vereveningsbijdragen door het Zorginstituut worden betaald. 5 Het Zorginstituut stelt jaarlijks voor 15 oktober beleidsregels vast waarin wordt aangegeven op welke wijze toepassing wordt gegeven aan de in het vierde lid bedoelde regels. 6 De toekenning, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor 1 november van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de vereveningsbijdrage wordt gegeven. 7 De beleidsregels, bedoeld in het vijfde lid, behoeven de goedkeuring van Onze Minister. 8 Onze Minister verwerkt de persoonsgegevens waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming, die noodzakelijk zijn voor: a. de bepaling van de criteria, bedoeld in het derde lid of het criterium, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, of b. de statistische onderbouwing van de aan de criteria krachtens het vierde lid, onderdeel c, gekoppelde bijdragen. 9 Onze Minister verwerkt op grond van het achtste lid slechts persoonsgegevens indien daarop pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5 van de Algemene verordening gegevensbescherming is toegepast en vervolgens onafgebroken is gecontinueerd. 10 Artikel 21, eerste lid, tweede volzin, van de Algemene verordening gegevensbescherming, is bij de verwerking door Onze Minister niet van toepassing. 2019 140 10-04-2019 27-03-2019 35044 2019 208 12-06-2019 28-05-2019 01-07-2019
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 In dit artikel wordt verstaan onder: a. catastrofe: een natuurramp, een pandemie, een kernexplosie of een bij ministeriële regeling aan te wijzen andere buitengewone gebeurtenis; b. catastrofejaar: het kalenderjaar waarin een catastrofe optreedt; c. gemiddelde vereveningsbijdrage: artikel 32 de toegekende vereveningsbijdrage per verzekerde, die wordt berekend door de som van de op grond vanmet betrekking tot het catastrofejaar aan alle zorgverzekeraars toegekende vereveningsbijdragen te delen door het op het moment van toekenning van die bijdragen verwachte totaalaantal verzekerden in dat jaar. 2 Indien de kosten voor de op grond van de zorgverzekeringen verzekerde zorg of andere diensten ten gevolge van een catastrofe naar verwachting van het Zorginstituut in het catastrofejaar en het daaropvolgende kalenderjaar tezamen, voor een zorgverzekeraar hoger zullen zijn dan 4% van het product van de gemiddelde vereveningsbijdrage en het op het moment van de toekenning van de vereveningsbijdrage over het catastrofejaar verwachte aantal verzekerden bij die verzekeraar, kent het Zorginstituut de verzekeraar die daar om verzoekt naast de hem voor het catastrofejaar toegekende vereveningsbijdrage een extra bijdrage toe. 3 Een zorgverzekeraar aan wie een extra bijdrage als bedoeld in het tweede lid is toegekend, houdt een afzonderlijke administratie bij van de in het catastrofejaar en het daaropvolgende kalenderjaar ten gevolge van de catastrofe optredende kosten van verzekerde zorg en andere diensten. 4 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de berekening van de bijdragen en kunnen regels worden gesteld over de administratie, bedoeld in het derde lid, en de wijze waarop de toegekende bijdragen door het Zorginstituut worden betaald. 5 Artikel 32, vijfde en zevende lid , zijn, met uitzondering van de in dat vijfde lid opgenomen verplichting de beleidsregels jaarlijks voor 15 oktober vast te stellen, van overeenkomstige toepassing. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014 Abusievelijk is op het derde lid een wijziging geformuleerd die
niet kan worden doorgevoerd. 2013 560 20-12-2013 04-12-2013 33507 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014 Abusievelijk is op het tweede lid een wijziging geformuleerd die
niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 32 33 Uiterlijk op 1 april van het vierde jaar volgende op het kalenderjaar waarvoor de bijdragen, bedoeld inen, zijn toegekend, stelt het Zorginstituut de bijdragen vast. 2 artikel 32 artikel 32, derde lid De vaststelling van een vereveningsbijdrage als bedoeld in, houdt in ieder geval in een herberekening van de vereveningsbijdrage op basis van het werkelijke aantal verzekerden dat de zorgverzekeraar in het desbetreffende jaar had en de werkelijke verdeling van de verzekerdenkenmerken als bedoeld in, over die verzekerden, voor zover de daartoe benodigde gegevens tijdig bij het Zorginstituut zijn aangeleverd. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels omtrent de berekening van de bijdragen gesteld. 4 Het Zorginstituut stelt beleidsregels op waarin wordt aangegeven op welke wijze toepassing wordt gegeven aan de in het derde lid bedoelde regels en op welke wijze een vergoeding voor rentekosten wordt verleend respectievelijk in rekening wordt gebracht. 5 Indien de vastgestelde bijdrage hoger is dan de toegekende bijdrage betaalt het Zorginstituut de zorgverzekeraar of diens rechtsopvolger het verschil, vermeerderd met de rentekosten, en indien de vastgestelde bijdrage lager is dan de toegekende bijdrage vordert het Zorginstituut het verschil, vermeerderd met de rentekosten, van de zorgverzekeraar of diens rechtsopvolger terug. 6 artikel 32 33 Het Zorginstituut is bevoegd het bedrag dat na toepassing van het eerste en vijfde lid aan de zorgverzekeraar dient te worden betaald respectievelijk van de zorgverzekeraar dient te worden teruggevorderd, te verrekenen met een toekenning van een bijdrage als bedoeld inofover een later jaar. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a 1 Het CAK verstrekt een zorgverzekeraar een bijdrage indien hij verzekerden voor wier zorgverzekering de bestuursrechtelijke premie verschuldigd is, onverminderd onder de dekking van de zorgverzekering heeft gehouden. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de periode waarvoor de bijdrage wordt verstrekt, de hoogte van de bijdrage, de wijze waarop de bijdrage wordt verstrekt, waaronder de door de zorgverzekeraar over te leggen gegevens en verantwoording, en de door de zorgverzekeraar te voeren administratie. 2020 402 28-10-2020 07-10-2020 35362 2020 478 27-11-2020 19-11-2020 01-01-2021
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 35a — Artikel 35a#
Artikel 35a 1 artikelen 32 tot en met 34 Het Zorginstituut verwerkt de persoonsgegevens waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, die noodzakelijk zijn voor de berekening van aan een zorgverzekeraar toekomende bijdragen als bedoeld in de. 2 Het Zorginstituut verwerkt op grond van het eerste lid slechts persoonsgegevens indien daarop pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5 van de Algemene verordening gegevensbescherming is toegepast en vervolgens onafgebroken is gecontinueerd. 3 Artikel 21, eerste lid, tweede volzin van de Algemene verordening gegevensbescherming, is bij de verwerking door het Zorginstituut niet van toepassing. 2019 140 10-04-2019 27-03-2019 35044 2019 208 12-06-2019 28-05-2019 01-07-2019
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht Op rechten of verplichtingen die voortvloeien uit hetgeen in deze paragraaf geregeld is, isniet van toepassing. 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 De zorgverzekeraar zendt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar twee exemplaren van zijn jaarrekening en van zijn jaarverslag aan de zorgautoriteit. 2 artikel 403 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Een zorgverzekeraar dietoepast, zendt de jaarrekening, het jaarverslag en de geconsolideerde jaarrekening onverwijld na de neerlegging van het jaarverslag en de geconsolideerde jaarrekening ten kantore van het handelsregister, in tweevoud aan de zorgautoriteit. 3 Wet op het financieel toezicht De zorgverzekeraar voegt bij de stukken, bedoeld in het eerste of tweede lid, twee afschriften van de accountantsverklaring die hij op grond van het Burgerlijk Wetboek of deover deze stukken dient te laten opstellen. 4 De zorgautoriteit zendt het CAK en het Zorginstituut onverwijld één exemplaar van de in het eerste tot en met derde lid bedoelde stukken. 2016 173 13-05-2016 08-04-2016 34203 2016 442 25-11-2016 15-11-2016 01-01-2017
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 De zorgverzekeraar zendt voor 1 juli aan de zorgautoriteit in tweevoud een uitvoeringsverslag waarin hij: a. rapporteert over de uitvoering van deze wet in het voorafgaande kalenderjaar, en b. een overzicht geeft van zijn voornemens met betrekking tot de uitvoering van deze wet in het lopende kalenderjaar en het daaropvolgende kalenderjaar. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld omtrent de inhoud van het uitvoeringsverslag. 3 De voorschriften, bedoeld in het tweede lid, kunnen in het bijzonder betrekking hebben op naleving van een in de regeling aan te wijzen gedragscode. 4 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De zorgverzekeraar voegt bij het uitvoeringsverslag twee exemplaren van een verslag met bevindingen van een accountant als bedoeld inover de vraag of: a. het uitvoeringsverslag overeenkomstig de daarvoor geldende regels is opgesteld; b. de uitvoering is geschied overeenkomstig de verplichtingen die bij of krachtens deze wet in het voorafgaande kalenderjaar op de zorgverzekeraar rustten. 5 Artikel 37, vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Er is een Zorgverzekeringsfonds. 2 Ten gunste van het Zorgverzekeringsfonds komen: a. paragraaf 5.2 artikel 57, tweede lid de inkomensafhankelijke bijdragen, bedoeld inen de bijdragevervangende belasting, bedoeld in; b. artikel 54 de rijksbijdrage, bedoeld in; c. artikelen 55 56 een rijksbijdrage als bedoeld in deof; d. artikel 70 een bedrag van iedere rekening, bedoeld in, gelijk aan: 1°. artikel 70, tweede lid voor iedere tot een huishouding als bedoeld in, behorende gemoedsbezwaarde, die zich na bereiken van de leeftijd van 18 jaar heeft laten registreren als gemoedsbezwaarde en die daarna alsnog verzekeringsplichtig wordt: het saldo van de rekening gedeeld door het aantal tot de huishouding behorende gemoedsbezwaarden; 2°. artikel 70, zevende lid indien de rekening met toepassing van, wordt opgeheven: het saldo van de rekening; e. artikel 31, tweede lid aan het Zorginstituut betaalde bedragen ter gehele of gedeeltelijke voldoening van vorderingen als bedoeld in; f. artikel 69 de bijdragen en bestuurlijke boeten, bedoeld in; g. artikel 18g, zesde lid artikelen 18d 18e met uitzondering van het gedeelte, bedoeld in, de bestuursrechtelijke premies, bedoeld in deen; h. de inkomsten die in verband met deze wet voortvloeien uit internationale overeenkomsten; i. artikel 83 van de Wet marktordening gezondheidszorg artikelen 86 tot en met 89 van die wet de door de zorgautoriteit van verzekeraars op grond vangeïnde dwangsommen en de ingevorderde bestuurlijke boeten, bedoeld in de; j. artikel 87a van de Wet financiering sociale verzekeringen de bijdrage, bedoeld in; k. artikel 37, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet marktordening gezondheidszorg artikel 76, tweede lid, van die wet artikel 81, eerste lid, onder c, van die wet door zorgaanbieders ingevolge een regel van de zorgautoriteit op grond vandan wel op aanwijzing van de zorgautoriteit op grond vanafgedragen bedragen en door de zorgautoriteit van zorgaanbieders op grond vaningevorderde bedragen, voor zover die bedragen niet worden afgedragen aan het Fonds langdurige zorg of aan derden; l. artikel 68b, vijfde lid de bijdragen, bedoeld in. 3 Ten laste van het Zorgverzekeringsfonds komen: a. artikelen 32 33 34 34a de bijdragen, bedoeld in de,,en; b. vervallen; c. artikel 31, eerste lid door het Zorginstituut voldane vorderingen als bedoeld in; d. artikel 55 uitgaven in verband met molest als bedoeld in, inclusief vergoedingen als bedoeld in het derde lid van dat artikel; e. de uitgaven die in verband met deze wet voortvloeien uit internationale overeenkomsten; f. artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg bedragen als bedoeld in; g. de door het Zorginstituut op grond van een ministeriële regeling vastgestelde verdeelbedragen, zijnde aan de relevante zorgverzekeraars toegekende delen van de bedragen bedoeld in onderdeel k van het tweede lid; h. artikelen 70a 70b bijdragen als bedoeld in deen; i. artikel 123, zesde en achtste lid de vergoedingen, bedoeld in, voor zover het zorg en andere diensten uit hoofde van deze wet betreft; j. artikel 68b, eerste lid de vergoedingen, bedoeld in. 4 Uit het Zorgverzekeringsfonds kunnen, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, middelen worden gebruikt voor het vormen en in stand houden van een voor de doelstelling van het fonds noodzakelijke reserve. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 383 06-12-2024 02-12-2024 01-01-2025
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Het Zorginstituut beheert en administreert afzonderlijk het Zorgverzekeringsfonds. 2 Het Zorginstituut houdt de financiële middelen die deel uitmaken van het Zorgverzekeringsfonds, in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën. 3 Het Zorginstituut kan, voor de uitvoering van zijn wettelijke taken, beschikken over de financiële middelen die hij in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën aanhoudt. 4 In afwijking van het tweede lid kan het Zorginstituut een deel van de in dat lid bedoelde financiële middelen buiten de in dat lid bedoelde rekening-courant houden. 5 Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, na overleg met het Zorginstituut, de omvang van het in het vierde lid bedoelde deel van de financiële middelen vast. 6 Bij een tekort aan financiële middelen maakt het Zorginstituut uitsluitend gebruik van de kredietfaciliteiten die door Onze Minister van Financiën worden verleend. 7 Onze Minister van Financiën informeert dagelijks het Zorginstituut ten aanzien van de rekening-courant, in elk geval met betrekking tot: a. de slotstanden per dag; b. alle dagelijks geboekte mutaties of transacties in de rekening-courant. 8 Het Zorginstituut informeert Onze Minister van Financiën ten aanzien van de rekening-courant in elk geval met betrekking tot de prognoses van de saldi van de rekening-courant. 9 Onze Minister van Financiën brengt voor het beheer van de rekening-courant geen kosten in rekening. 10 Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, na overleg met het Zorginstituut, regels omtrent de rente die over de saldi van de in het tweede lid bedoelde rekening-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt gebracht. 11 Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, na overleg met het Zorginstituut, regels stellen omtrent het tweede, zevende en achtste lid. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 De inhoudingsplichtige en de verzekeringsplichtige zijn een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 544 08-11-2012 01-11-2012 33245 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Wet op de loonbelasting 1964 De inhoudingsplichtige is een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd over het door hem verstrekte loon overeenkomstig deuit: a. Wet op de loonbelasting 1964 artikel 2, tweede lid, onderdeel b tegenwoordige dienstbetrekking als bedoeld in devan de verzekeringsplichtige of van degene, bedoeld in, van deze wet, met uitzondering van: 1°. artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964 de eindheffingsbestanddelen, bedoeld in; 2°. artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 het inbedoelde voordeel, voor zover dit voordeel door middel van een aan de werknemer opgelegde naheffingsaanslag in aanmerking is genomen; 3°. artikel 4, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 het loon van degene, bedoeld in; 4°. artikel 6, eerste lid, onderdeel d, van de Ziektewet het loon van de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in; b. Wet op de loonbelasting 1964 artikel 2, tweede lid, onderdeel b vroegere arbeid als bedoeld in devan de verzekeringsplichtige of van degene, bedoeld in, tot een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip, met uitzondering van bij ministeriële regeling aan te wijzen bestanddelen van het loon. 2 Het loon waarover de inkomensafhankelijke bijdrage ingevolge het eerste lid wordt geheven, wordt ten minste gesteld op nihil en wordt bij dezelfde inhoudingsplichtige tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Financiën, met betrekking tot een kalenderjaar vastgestelde bedrag. 3 Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt herleid en vastgesteld voor andere loontijdvakken waarin loon als bedoeld in het eerste lid wordt genoten. 4 artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 Voor de herleiding naar een ander loontijdvak van het bedrag, bedoeld in het derde lid, isvan overeenkomstige toepassing. 5 Artikel 17, derde lid, tweede en derde zin, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 40, eerste lid, onderdeel a of b, van die wet De inkomensafhankelijke bijdrage wordt per loontijdvak berekend over het verschil tussen het loon dat de werknemer in het kalenderjaar heeft genoten tot en met dat loontijdvak en het loon dat de werknemer in dat kalenderjaar heeft genoten tot en met het aan dat loontijdvak voorafgaande loontijdvak, met dien verstande dat van het bij eenzelfde inhoudingsplichtige genoten loon buiten aanmerking blijft het gedeelte dat meer bedraagt dan het met toepassing van het derde of vierde lid vastgestelde bedrag per loontijdvak, vermenigvuldigd met het aantal loontijdvakken van het kalenderjaar.is van overeenkomstige toepassing op de berekening van de inkomensafhankelijke bijdrage, met dien verstande dat wijze van berekenen van de in dat lid bedoelde premies over het deel van het bij een werkgever genoten loon, dat betrekking heeft op de betaling van uitkeringen als bedoeld indoor een eigenrisicodrager tevens bepalend is voor de wijze van berekenen van de inkomensafhankelijk bijdrage over die uitkeringen. 6 artikel 26b, eerste volzin, van de Wet op de loonbelasting 1964 Het tweede, derde en vierde lid zijn niet van toepassing in de gevallen, bedoeld in. 7 artikel 2, tweede lid, onderdeel b De inhoudingsplichtige mag de door hem verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage niet verhalen op de verzekeringsplichtige of op degene, bedoeld in. Elk beding waarbij van de eerste volzin wordt afgeweken, is nietig. 8 artikel 2, tweede lid, onderdeel b artikel 70, eerste dan wel tweede lid De rijksbelastingdienst stort de inkomensafhankelijke bijdrage die is geheven over het loon van degene, bedoeld in, van deze wet op de rekening, bedoeld in. 2021 102 01-03-2021 03-02-2021 35556 2021 411 01-09-2021 27-08-2021 01-01-2022
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 De verzekeringsplichtige is een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd over het in een kalenderjaar genoten bijdrage-inkomen. 2 Het bijdrage-inkomen is het gezamenlijke bedrag van hetgeen door de verzekeringsplichtige is genoten aan: a. Wet op de loonbelasting 1964 loon overeenkomstig de, verminderd met: artikel 3.82 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en vermeerderd met loon, bepaald volgens de regels van; 1°. artikel 42 het loon waaropvan toepassing is; 2°. artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964 de eindheffingsbestanddelen, bedoeld in; b. afdeling 3.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.70, tweede lid, van die wet belastbare winst uit onderneming, bepaald volgens de regels vanmet uitzondering van het bedrag dat ingevolge, zoals dat luidde op 31 december 2022 in de winst wordt opgenomen ter zake van een afname van de oudedagsreserve als bedoeld in artikel 3.70, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van die wet, zoals dat luidde op 31 december 2022; c. afdeling 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.91, eerste lid, onderdelen a en b artikel 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001 belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bepaald volgens de regels van, met uitzondering van de in, enbedoelde werkzaamheden; d. afdeling 3.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen, bepaald volgens de regels van. 3 Het bijdrage-inkomen wordt ten minste op nihil gesteld en wordt tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Financiën, met betrekking tot een kalenderjaar vastgestelde bedrag. 4 artikel 49, tweede lid artikel 42, tweede tot en met zesde lid Ingeval de inkomensafhankelijke bijdrage ingevolge, bij wijze van inhouding wordt geheven, is, van overeenkomstige toepassing. 5 artikel 49, derde lid artikel 42 Ingeval de inkomensafhankelijke bijdrage ingevolge, bij wege van aanslag wordt geheven, wordt daarbij als bijdrage-inkomen ten hoogste in aanmerking genomen een bedrag gelijk aan het in het derde lid bedoelde bedrag, verminderd met het loon, bedoeld in, van de verzekeringsplichtige en met het door de verzekeringsplichtige van een inhoudingsplichtige genoten loon, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a. 2022 532 27-12-2022 21-12-2022 36202 2022 532 27-12-2022 21-12-2022 36202 01-01-2023
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Vervallen 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 42, eerste lid De door de inhoudingsplichtige verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage bedraagt een percentage van het loon, bedoeld in. 2 De door de verzekeringsplichtige verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage bedraagt een percentage van het bijdrage-inkomen. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde bijdragepercentages worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Financiën, waarbij voor daarbij aan te geven bestanddelen van het loon of het bijdrage-inkomen een afwijkend percentage kan worden vastgesteld. 4 De bijdragepercentages worden zodanig vastgesteld, dat de som van de inkomensafhankelijke bijdragen gelijk is aan 50% van de som van bij ministeriële regeling te bepalen, ten gunste van het Zorgverzekeringsfonds of van de zorgverzekeraars komende inkomsten. 5 Na afloop van het kalenderjaar vastgestelde verschillen tussen de bedragen van de inkomsten die in de ministeriële regeling, bedoeld in het vierde lid, in aanmerking waren genomen en de werkelijke bedragen van die inkomsten, worden verrekend bij de vaststelling van het bijdragepercentage in een volgend jaar. 6 Indien een wijziging van het bijdragepercentage ingaat op een ander tijdstip dan 1 januari, vindt de vaststelling plaats in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en kunnen daarbij regels worden gesteld omtrent de wijze van berekening van de bijdrage over het gehele kalenderjaar. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot deze paragraaf. 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 De rijksbelastingdienst heft de inkomensafhankelijke bijdrage. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering.
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 De door de inhoudingsplichtige verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage wordt geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van loonbelasting geldende regels. 2 artikel 43, tweede lid, onderdeel a Voor zover het bijdrage-inkomen bestaat uit loon als bedoeld in, dat van een inhoudingsplichtige wordt genoten, wordt de inkomensafhankelijke bijdrage bij wijze van inhouding geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van loonbelasting geldende regels. 3 artikel 10a.28 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Voor zover het bijdrage-inkomen bestaat uit andere dan de in het tweede lid bedoelde bestanddelen, wordt de inkomensafhankelijke bijdrage bij wege van aanslag geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de inkomstenbelasting geldende regels, met uitzondering van. 4 Artikel 13bis, elfde en vijftiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 is van overeenkomstige toepassing. 2022 532 27-12-2022 21-12-2022 36202 2022 532 27-12-2022 21-12-2022 36202 01-01-2023
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 43, derde lid De inspecteur verleent bij voor bezwaar vatbare beschikking aan de verzekeringsplichtige een teruggaaf van de op het loon ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage voor zover het loon van de verzekeringsplichtige waarover inkomensafhankelijke bijdrage is geheven hoger is dan het in, bedoelde bedrag. 2 artikel 9.4, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Een teruggaaf wordt niet verleend indien het met toepassing van het eerste lid berekende bedrag niet meer bedraagt dan het ingenoemde bedrag. 3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter zake van het verlenen van een voorschot op het bij de beschikking, bedoeld in het eerste lid, vast te stellen bedrag. 4 Ingeval een teruggaaf of een voorschot ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, kan de inspecteur het te veel betaalde bedrag bij voor bezwaar vatbare beschikking terugvorderen. De bevoegdheid tot terugvordering vervalt door verloop van vijf jaren na afloop van het kalenderjaar waarop de teruggaaf of het voorschot, bedoeld in de eerste volzin, betrekking heeft. Bij de invordering van het ingevolge de eerste volzin terug te vorderen bedrag zijn de regels die gelden voor de invordering van inkomstenbelasting van overeenkomstige toepassing. 5 artikelen 30h 30ha van de Algemene wet inzake rijksbelastingen In afwijking van deenwordt bij de voor bezwaar vatbare beschikking, bedoeld in het eerste lid, en de voor bezwaar vatbare beschikking, bedoeld in het vierde lid, uitsluitend belastingrente vergoed, onderscheidenlijk in rekening gebracht, indien de dagtekening van de beschikking ligt na het verstrijken van een periode van zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de bijdrage betrekking heeft. De belastingrente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag na het verstrijken van een periode van zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarop de bijdrage betrekking heeft en eindigt 14 dagen na de dagtekening van de beschikking. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013 Artikel XXXVII, tweede lid, van Stb. 2011/288 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2011 562 02-12-2011 24-11-2011 32810 2012 536 05-11-2012 30-10-2012 01-01-2013 2011 639 29-12-2011 22-12-2011 33003 2012 536 05-11-2012 30-10-2012 01-01-2013
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 De rijksbelastingdienst vordert de inkomensafhankelijke bijdrage in. 2 artikel 49, eerste of tweede, dan wel derde lid Bij de invordering van de bijdrage zijn, naar gelang, van toepassing is, de regels geldende voor de invordering van loonbelasting, onderscheidenlijk de inkomstenbelasting van overeenkomstige toepassing. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Financiën worden regels gesteld met betrekking tot de afdracht van de inkomensafhankelijke bijdragen alsmede van de daarmee verband houdende bestuurlijke boeten en renten door de rijksbelastingdienst aan het Zorgverzekeringsfonds. 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot deze paragraaf. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering.
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Onze Minister verleent jaarlijks aan het Zorgverzekeringsfonds een bijdrage in de financiering van de zorgverzekering voor verzekerden jonger dan achttien jaar. 2 De bijdrage is gelijk aan het bedrag dat daarvoor in de wet tot vaststelling van de begroting van zijn ministerie voor dat jaar is toegestaan. 3 De bijdrage wordt betaald in gelijke maandelijkse delen. 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 54a — Artikel 54a#
Artikel 54a Vervallen 2014 280 18-07-2014 09-07-2014 33841 2014 280 18-07-2014 09-07-2014 33841 01-01-2019
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikel 10 Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, een bijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds verlenen ter gehele of gedeeltelijke betaling van zorg of overige diensten als bedoeld in, in geval de behoefte aan die zorg of diensten is veroorzaakt door of ontstaan uit gewapend conflict, burgeroorlog, opstand, binnenlandse onlusten, oproer, muiterij of terrorisme. 2 Bij ministeriële regeling wordt bepaald: a. welke vormen van zorg of overige diensten voor welk gedeelte met de bijdrage worden betaald; b. ten behoeve van welke personen de bijdrage wordt betaald; c. onder welke voorwaarden en op welke wijze deze zorg of overige diensten door het Zorginstituut worden betaald. 3 In een regeling als bedoeld in het tweede lid kan worden bepaald dat zorgverzekeraars het Zorginstituut bijstand verlenen bij het uitvoeren van de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, en welke vergoeding daar voor de zorgverzekeraars tegenover staat. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 artikel 31, eerste lid artikel 31, eerste lid artikel 31, tweede lid Indien de situatie, bedoeld in, zich heeft voorgedaan, verstrekt Onze Minister een bijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds ter hoogte van het verschil tussen het bedrag aan voldane vorderingen, als bedoeld in, en het bedrag dat het Zorginstituut ter zake van de vorderingen, bedoeld in, heeft ontvangen. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikel 2, tweede lid, onderdeel b artikel 43, eerste lid Van de persoon die op grond van, niet verzekeringsplichtig is, wordt bijdragevervangende belasting geheven, tot het bedrag van de in, bedoelde inkomensafhankelijke bijdrage dat deze persoon verschuldigd zou zijn als hij verzekeringsplichtig zou zijn. 2 artikel 43 artikel 64 van de Wet financiering sociale verzekeringen Wet langdurige zorg In afwijking in zoverre vanwordt van de persoon aan wie met toepassing vaneen ontheffing is verleend in het kader van één of meer volksverzekeringen anders dan die volgens de, geen inkomensafhankelijke bijdrage geheven maar een bijdragevervangende belasting, tot het bedrag van de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 43, tweede lid. 3 artikel 49, tweede, derde en vierde lid De heffing van de bijdragevervangende belasting vindt plaats met overeenkomstige toepassing van. 4 artikel 70, eerste dan wel tweede lid De rijksbelastingdienst stort de belasting, bedoeld in het eerste lid, op de rekening, bedoeld in. 2017 146 10-04-2017 22-03-2017 34575 2017 244 16-06-2017 31-05-2017 01-07-2017
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 Er is een Zorginstituut Nederland, dat rechtspersoonlijkheid bezit. 2 Het Zorginstituut is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats. 3 Het Zorginstituut is belast met de taken die hem bij of krachtens wet of internationale overeenkomst zijn opgedragen. 4 Het Zorginstituut wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter. 5 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Deis op het Zorginstituut van toepassing. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 58a — Artikel 58a#
Artikel 58a 1 Een besluit van het Zorginstituut om andere werkzaamheden te verrichten dan de uitvoering van taken die hem bij of krachtens de wet zijn opgedragen, behoeft de goedkeuring van Onze Minister. 2 De goedkeuring kan worden onthouden indien de beslissing in strijd is met het recht of met het algemeen belang, of indien de uitvoering van de andere werkzaamheden een goede taakuitoefening door het Zorginstituut kan belemmeren. 3 Onze Minister kan bij de goedkeuring verplichtingen opleggen in verband met de uitvoering van andere werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid. 4 Onze Minister kan bepalen dat de uitvoering van andere werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid door het Zorginstituut wordt beëindigd. 2019 73 08-03-2019 23-01-2019 34857 2019 74 08-03-2019 13-02-2019 09-03-2019 01-01-2015
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 Het Zorginstituut bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie de voorzitter. 2 Benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van het Zorginstituut alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3 De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 59a — Artikel 59a#
Artikel 59a 1 artikel 66 Het Zorginstituut heeft een commissie die rapporten of signalen als bedoeld invoorbereidt. 2 De commissie bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste negen leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het Zorginstituut. 3 De leden maken op persoonlijke titel deel uit van de commissie. 4 De benoeming van de leden van de commissie vindt plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van de commissie en op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 5 De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan eenmaal en voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 6 Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door het Zorginstituut. 7 Bij ministeriële regeling worden de vergoeding van reis- en verblijfkosten en verdere vergoedingen aan de leden van de commissie vastgesteld. 8 artikel 59b Het lidmaatschap van de commissie, bedoeld in het eerste lid, is onverenigbaar met het lidmaatschap van het Zorginstituut en van de commissie, bedoeld in. 2017 146 10-04-2017 22-03-2017 34575 2017 244 16-06-2017 31-05-2017 01-07-2017
Artikel 59b — Artikel 59b#
Artikel 59b 1 Het Zorginstituut kent een Adviescommissie Kwaliteit. 2 De Adviescommissie Kwaliteit bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste vijftien leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het Zorginstituut. 3 Artikel 59a, derde tot en met achtste lid , zijn van overeenkomstige toepassing. 2017 146 10-04-2017 22-03-2017 34575 2017 244 16-06-2017 31-05-2017 01-07-2017
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 Het Zorginstituut stelt een bestuursreglement vast. 2 Vergaderingen van het Zorginstituut zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald. 3 artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht In het bestuursreglement legt het Zorginstituut in ieder geval vast hoe hij voldoet aan de verplichting ingevolge. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 2011 204 06-05-2011 31-03-2011 31950 2011 249 27-05-2011 27-04-2011 01-07-2011
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Vervallen 2011 204 06-05-2011 31-03-2011 31950 2011 249 27-05-2011 27-04-2011 01-07-2011
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 2011 204 06-05-2011 31-03-2011 31950 2011 249 27-05-2011 27-04-2011 01-07-2011
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 11 Het Zorginstituut bevordert de eenduidige uitleg van de aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in. 2 Het Zorginstituut kan de zorgverzekeraars met het oog hierop richtlijnen geven. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 artikel 11 Het Zorginstituut geeft aan zorgverzekeraars, aan zorgaanbieders en aan burgers voorlichting over de aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 artikel 11 Het Zorginstituut rapporteert Onze Minister desgevraagd over voorgenomen beleid inzake aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in. 2 artikel 11 Het Zorginstituut signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke ontwikkelingen die aanleiding kunnen geven tot wijzigingen van de aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in. 3 Het Zorginstituut signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke ontwikkelingen op het gebied van kosten van zorg die behoort tot de te verzekeren prestaties voor de zorgverzekering. 2019 140 10-04-2019 27-03-2019 35044 2019 208 12-06-2019 28-05-2019 01-07-2019
Artikel 66a — Artikel 66a#
Artikel 66a Vervallen 2020 346 23-09-2020 09-09-2020 35124 2021 143 25-03-2021 15-03-2021 01-07-2021
Artikel 66b — Artikel 66b#
Artikel 66b Vervallen 2020 346 23-09-2020 09-09-2020 35124 2021 143 25-03-2021 15-03-2021 01-07-2021
Artikel 66c — Artikel 66c#
Artikel 66c Vervallen 2020 346 23-09-2020 09-09-2020 35124 2021 143 25-03-2021 15-03-2021 01-07-2021
Artikel 66d — Artikel 66d#
Artikel 66d Vervallen 2020 346 23-09-2020 09-09-2020 35124 2021 143 25-03-2021 15-03-2021 01-07-2021
Artikel 66e — Artikel 66e#
Artikel 66e Vervallen 2020 346 23-09-2020 09-09-2020 35124 2021 143 25-03-2021 15-03-2021 01-07-2021
Artikel 66f — Artikel 66f#
Artikel 66f 1 Het Zorginstituut rapporteert desgevraagd aan Onze Minister omtrent de uitvoerbaarheid, doeltreffendheid en doelmatigheid van voorgenomen beleid in verband met vernieuwingen en verbeteringen in de structuur van beroepen en opleidingen in de gezondheidszorg. 2 Het Zorginstituut signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke ontwikkelingen inzake vernieuwingen en verbeteringen in de structuur van beroepen en opleidingen in de gezondheidzorg. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Het Zorginstituut bevordert de afstemming van de uitvoering: a. van en tussen de zorgverzekering en de verzekering langdurige zorg, en b. van deze verzekeringen met de uitvoering van het beleid op andere terreinen van de volksgezondheid en op andere terreinen van sociale zekerheid. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 2013 560 20-12-2013 04-12-2013 33507 2014 62 13-02-2014 03-02-2014 15-02-2014
Artikel 68a — Artikel 68a#
Artikel 68a 1 artikelen 64 66 Het Zorginstituut verwerkt de persoonsgegevens waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn in deofopgedragen taken. 2 Het Zorginstituut verwerkt op grond van het eerste lid slechts persoonsgegevens indien daarop pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5 van de Algemene verordening gegevensbescherming, is toegepast en vervolgens onafgebroken is gecontinueerd. 3 Artikel 21, eerste lid, tweede volzin van de Algemene verordening gegevensbescherming, is bij de verwerking door het Zorginstituut niet van toepassing. 2020 346 23-09-2020 09-09-2020 35124 2021 143 25-03-2021 15-03-2021 01-07-2021
Artikel 68b — Artikel 68b#
Artikel 68b 1 Een persoon die met toepassing van een verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, toepassing van zodanige verordening krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dan wel toepassing van een verdrag met het Verenigd Koninkrijk met terugwerkende kracht van langer dan vier maanden verzekeringsplichtig wordt ingevolge deze wet, kan bij het CAK een vergoeding aanvragen voor kosten van zorg. 2 Voor vergoeding komen uitsluitend in aanmerking de kosten van zorg die een persoon als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen in de periode gelegen tussen de ingangsdatum van de verzekeringsplicht voor deze wet en het moment waarop hij van het CAK een kennisgeving heeft ontvangen van de verplichting om een zorgverzekering af te sluiten of, als dat eerder is, het moment waarop hij krachtens een zorgverzekering verzekerd is. 3 Kosten van zorg die is aangevangen in en ontvangen na de periode, bedoeld in het tweede lid, worden toegerekend aan de periode waarin de zorg is aangevangen, indien de kosten door de zorgaanbieder in één bedrag in rekening zijn gebracht. 4 Het CAK beslist op de aanvraag van de vergoeding. 5 Wet op de zorgtoeslag Een persoon waaraan de vergoeding is verleend, is voor zover deze in de periode, bedoeld in het tweede lid, achttien jaar of ouder was, een bijdrage verschuldigd, die voor de toepassing van degeheel of gedeeltelijk als premie voor een zorgverzekering wordt beschouwd. 6 Het CAK stelt de bijdrage ambtshalve vast en zendt een afschrift van de beschikking aan de Belastingdienst/Toeslagen. 7 Het CAK: a. is bevoegd de vergoeding te verrekenen met de bijdrage; b. kan de bijdrage bij dwangbevel invorderen. 8 Het CAK: a. gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het burgerservicenummer van personen als bedoeld in het eerste lid; b. is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in artikel 9 van de Algemene verordening gegevensbescherming, van de personen, bedoeld in het eerste lid, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit artikel. 9 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over: a. de aanvraag van de vergoeding en de besluitvorming daarover, met inbegrip van beslistermijnen; b. de kosten van zorg die voor vergoeding in aanmerking komen; c. de voorwaarden waaronder de vergoeding kan worden verleend; d. de verplichtingen die aan de vergoeding kunnen worden verbonden; e. de hoogte van de vergoeding en de wijze van betaling daarvan; f. de hoogte van de bijdrage en de besluitvorming daarover; g. het deel van de bijdrage dat als premie voor de zorgverzekering wordt beschouwd; h. de verwerking van de persoonsgegevens, bedoeld in het achtste lid. 10 artikel 925, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek De zorgverzekering, afgesloten door een persoon als bedoeld in het eerste lid, werkt, zo nodig in afwijking van, terug indien zij ingaat binnen vier maanden na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, tot en met de dag waarop die kennisgeving is ontvangen. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 383 06-12-2024 02-12-2024 01-01-2025
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 In het buitenland wonende personen die met toepassing van een verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid in geval van behoefte aan zorg recht hebben op zorg of vergoeding van de kosten daarvan, zoals voorzien in de wetgeving over de verzekering voor zorg van hun woonland, melden zich, tenzij zij op grond van deze wet verzekeringsplichtig zijn, bij het CAK aan. 2 De personen, bedoeld in het eerste, vijftiende en zestiende lid, zijn een bij ministeriële regeling te bepalen bijdrage verschuldigd. 3 Wet langdurige zorg Bij de vaststelling van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met een bij ministeriële regeling te bepalen verhouding tussen de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon in het woonland van de rechthebbende ten laste van de sociale zorgverzekeringen in dat land en de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon in Nederland uit hoofde van deze wet en de. 4 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald: a. over welk jaar het inkomen bij wijze van grondslag voor de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend en onder welke omstandigheden van dat jaar kan worden afgeweken; b. Wet op de zorgtoeslag welk deel van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, voor de toepassing van deals premie voor een zorgverzekering wordt beschouwd. 5 De bijdrage van een persoon, bedoeld in het eerste lid, van 18 jaar of ouder die ingevolge de verordening, de overeenkomst of het verdrag, bedoeld in het eerste lid, als gezinslid wordt aangemerkt is verschuldigd door degene van wie het recht op zorg van dat gezinslid ingevolge die verordening, die overeenkomst of dat verdrag is afgeleid. 6 artikel 42 Voor zover een pensioen- of renteverstrekkend orgaan aan een in het eerste lid bedoelde persoon loon als bedoeld inverstrekt, is dat orgaan een bij ministeriële regeling te bepalen bijdrage verschuldigd. 7 Het CAK is belast met de administratie voortvloeiend uit het eerste, vijftiende en zestiende lid en de daar genoemde internationale regels, alsmede met het nemen van beschikkingen over de heffing en de inning van de bijdragen, bedoeld in het tweede en zesde lid. 8 artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien tegen een door het CAK op grond van dit artikel genomen beschikking bezwaar wordt gemaakt, beslist het CAK, in afwijking van, binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. 9 Het CAK gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het burgerservicenummer van de in het eerste lid bedoelde personen. 10 Het CAK is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de personen, bedoeld in het eerste en veertiende lid die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit artikel. 11 Het CAK is de verwerkingsverantwoordelijke, voor de verwerking, bedoeld in het zevende lid. 12 Bij ministeriële regeling: a. kan worden bepaald dat organen die pensioen of rente verschuldigd zijn of werkgevers in opdracht van het CAK werkzaamheden verrichten ter voorbereiding of uitvoering van beschikkingen als bedoeld in het zevende lid, waarbij kan worden bepaald dat die organen of werkgevers de bijdragen die de personen, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd zijn, inhouden op een pensioen of een rente dan wel, indien het eerste lid van toepassing is op gezinsleden van een verzekeringsplichtige, op het loon, het pensioen of de rente van die verzekeringsplichtige; b. kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het CAK zijn taak, bedoeld in het zevende lid, uitoefent of de organen of werkgevers, bedoeld in onderdeel a, de in dat onderdeel bedoelde werkzaamheden uitvoeren; c. kan, voor gevallen waarin een persoon als bedoeld in het eerste lid van meer dan één orgaan pensioen of rente ontvangt, worden bepaald dat het CAK één orgaan aanwijst dat de bijdrage van die persoon en de bijdragen van de gezinsleden van die persoon inhoudt op door dat orgaan aan die persoon verschuldigde pensioen of rente, of indien het in te houden bedrag groter is dan dat pensioen of die rente, twee of meer organen aanwijst die elk een deel van dat bedrag inhouden. Daarbij kan worden bepaald dat een deel van het pensioen of de rente wordt vrijgesteld van inhouding door het aangewezen orgaan. 13 Artikel 18f, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 14 Het CAK kan de bijdrage, bedoeld in het tweede of zesde lid, bij dwangbevel invorderen. 15 artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet Voor de toepassing van Verordening (EG) Nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004, betreffende de coördinatie van socialezekerheidsstelsels (Pb EU 2004, L 166) wordt de in het eerste lid bedoelde persoon die op de laatste dag van de maand voorafgaande aan die waarin hij de 65-jarige leeftijd bereikt een pensioen of uitkering ontvangt dat op grond van bijlage XI bij die verordening is gelijkgesteld met op grond van de Nederlandse wetgeving verschuldigde pensioenen, tot aan de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld inaangemerkt als een aanvrager van een pensioen. 16 artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet Voor de toepassing van een in het eerste lid bedoeld verdrag wordt de in het eerste lid bedoelde persoon die op de laatste dag van de maand voorafgaande aan die waarin hij de 65-jarige leeftijd bereikt een pensioen of uitkering ontvangt dat op grond van het verdrag is gelijkgesteld met op grond van de Nederlandse wetgeving verschuldigde pensioenen, tot aan de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld inaangemerkt als een rechthebbende op een pensioen. 17 artikel 6.1.2, onderdelen k en l, van de Wet langdurige zorg Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van de taken, bedoeld in, van het CAK. 2023 293 13-09-2023 25-08-2023 36002 2024 132 24-05-2024 16-05-2024 01-07-2024 Abusievelijk is voor het tiende lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 69a — Artikel 69a#
Artikel 69a 1 artikel 69, eerste lid Het CAK bevordert de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de verordeningen, de overeenkomsten en de verdragen, bedoeld in. 2 Het CAK kan met het oog hierop richtlijnen geven. 2018 356 23-10-2018 03-10-2018 34923 2018 454 11-12-2018 30-11-2018 01-01-2019
Artikel 69b — Artikel 69b#
Artikel 69b 1 Richtlijn 2011/24 Het CAK is het nationale contactpunt, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (PbEU 2011, L 88). 2 Het CAK draagt zorg voor de uitvoering van de taken die bij de richtlijn, bedoeld in het eerste lid, zijn toebedeeld aan het nationale contactpunt. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van de taken, bedoeld in het tweede lid. 2018 356 23-10-2018 03-10-2018 34923 2018 454 11-12-2018 30-11-2018 01-01-2019
Artikel 69c — Artikel 69c#
Artikel 69c Vervallen 2020 554 24-12-2020 16-12-2020 35595 2020 554 24-12-2020 16-12-2020 35595 01-01-2021
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 artikel 2, tweede lid, onderdeel b artikel 42, achtste lid artikel 57, eerste lid, worden gestort Het CAK opent voor iedere gemoedsbezwaarde, bedoeld in, een rekening, waarop de geheven inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, en de bijdragevervangende belasting, bedoeld in. 2 artikel 2, tweede lid, onderdeel b In afwijking van het eerste lid opent of houdt het CAK één rekening in stand indien twee of meer gemoedsbezwaarden als bedoeld in, een gezamenlijke huishouding voeren, en worden op die rekening de bijdragen en belastingen van ieder van deze gemoedsbezwaarden gestort. 3 Tot de rekening is geen ander begunstigd dan het CAK. 4 Het saldo wordt door het CAK gebruikt voor het doen van: a. artikel 11 uitkeringen ter vergoeding van kosten van zorg of overige diensten als bedoeld in, voor zover deze zijn verleend aan een gemoedsbezwaarde voor wie de rekening in stand wordt gehouden, of aan een tot zijn huishouding behorend kind, jonger dan achttien jaar; b. artikel 39, tweede lid, onderdeel d uitkeringen als bedoeld in. 5 Uitkeringen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, worden slechts op verzoek van een gemoedsbezwaarde voor wie de rekening in stand wordt gehouden, gedaan. 6 artikel 11, derde of vierde lid De kosten van zorg of overige diensten worden niet vergoed voor zover deze voor een verzekerde op grond van de regels, gesteld bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in, voor eigen rekening blijven. 7 Het CAK heft een rekening op indien alle gemoedsbezwaarden voor wie de rekening in stand werd gehouden, verzekeringsplichtig zijn geworden dan wel zijn overleden. 8 Indien een gemoedsbezwaarde een gezamenlijke huishouding is gaan vormen met een andere gemoedsbezwaarde, heft het CAK een van de twee rekeningen op, onder overmaking van het saldo naar de overblijvende rekening. 9 Het CAK zorgt per gemoedsbezwaarde of huishouding, bedoeld in het tweede lid, voor een ordentelijke administratie van de stortingen op en de uitkeringen ten laste van de rekening. 10 Bij ministeriële regeling kunnen ter zake van het bepaalde in het eerste tot en met negende lid nadere regels en uitvoeringsregels worden gegeven. 11 Het CAK is bevoegd de werkzaamheden, bedoeld bij of krachtens het eerste tot en met tiende lid, onder vergoeding van de daarmee gepaard gaande kosten, uit te besteden aan een of meer zorgverzekeraars. 12 Het CAK gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het burgerservicenummer van de gemoedsbezwaarde. 13 Het CAK is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de gemoedsbezwaarde, waaronder gegevens over gezondheid, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit artikel. 14 Het CAK is de verwerkingsverantwoordelijke, voor de verwerking, bedoeld in het dertiende lid. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 70a — Artikel 70a#
Artikel 70a 1 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het Zorginstituut een subsidie verstrekt aan zorgaanbieders ten behoeve van kosten van geneeskundige zorg zoals huisartsen en klinisch-psychologen die plegen te bieden voor zover het gaat om kortdurende generalistische behandeling van een persoon met lichte tot matig ernstige psychische problematiek, inclusief de daarbij behorende diagnostiek of toegeleiding naar die zorg, die niet in rekening te brengen zijn bij de zorgverzekeraar of de individuele verzekerde, omdat de identiteit van de verzekerde niet kan worden vastgesteld. 2 In de regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden opgenomen worden ten aanzien van de subsidie en kan jaarlijks een subsidieplafond worden vastgesteld. 2023 293 13-09-2023 25-08-2023 36002 2023 323 04-10-2023 25-09-2023 01-01-2024
Artikel 70b — Artikel 70b#
Artikel 70b 1 artikel 11 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het Zorginstituut uitkeringen verstrekt ter vergoeding van kosten van zorg en andere diensten, bedoeld bij en krachtens, verleend door zorgaanbieders aan personen die zijn opgenomen in het stelsel van Bewaken & Beveiligen van het Openbaar Ministerie. 2 In de regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden opgenomen worden ten aanzien van de in dat lid bedoelde uitkeringen en ten aanzien van de uitvoering van de in dat lid bedoelde taak van het Zorginstituut. 2016 143 22-04-2016 30-03-2016 33675 2016 392 01-11-2016 27-09-2016 01-01-2017
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 Het Zorginstituut zendt jaarlijks voor 1 oktober tegelijk met de begroting een werkprogramma voor het volgende kalenderjaar aan Onze Minister met een beschrijving van de activiteiten die het Zorginstituut voornemens is ter uitvoering van zijn taken te verrichten. 2 Tegelijk met de begroting, bedoeld in het eerste lid, zendt het Zorginstituut voor de uitvoering van de taken op het gebied van de kwaliteit van de zorg eveneens een meerjarenagenda voor de volgende vier kalenderjaren aan Onze Minister. 3 artikel 27 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderdbevat de begroting een meerjarenraming van de beheerskosten voor de vier kalenderjaren, volgend op het begrotingsjaar. 4 artikel 66f In het werkprogramma, bedoeld in het eerste lid, wordt onderscheid gemaakt naar gelang het gaat om de uitvoering van taken op het gebied van de kwaliteit van de zorg en van de taken, bedoeld in, dan wel om andere taken van het Zorginstituut. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 december het budget voor de beheerskosten van het Zorginstituut voor het volgende kalenderjaar vast. 2 Onze Minister kan besluiten het budget voor de beheerskosten van het Zorginstituut te wijzigen. 3 Het Zorginstituut gaat met betrekking tot de beheerskosten geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding van het vastgestelde budget voor de beheerskosten. 4 Indien het budget voor de beheerskosten niet is vastgesteld voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is het Zorginstituut bevoegd, teneinde zijn activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld. 5 Onze Minister kan besluiten dat het Zorginstituut in een geval als bedoeld in het vierde lid, kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld. 6 Het door Onze Minister vastgestelde budget voor de beheerskosten van het Zorginstituut wordt gedekt uit ’s Rijks kas. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen De inbedoelde begroting heeft betrekking op de beheerskosten van het Zorginstituut. 2 artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen De inbedoelde jaarrekening van het Zorginstituut heeft betrekking op de beheerskosten van het Zorginstituut. 3 De accountant doet verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van het Zorginstituut voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid. 2022 104 02-03-2022 16-02-2022 35890 2022 171 04-05-2022 21-03-2022 01-07-2022
Artikel 73a — Artikel 73a#
Artikel 73a 1 artikel 34 Het Zorginstituut zendt jaarlijks voor 15 april aan Onze Minister een verantwoording over de vaststelling van de bijdragen, bedoeld in, verstrekt ten behoeve van het vierde kalenderjaar, voorafgaande aan het jaar waarin verantwoording wordt afgelegd, alsmede een assurance report. 2 Het assurance report geeft aan of het beheer en de organisatie voldoen aan eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid, controleerbaarheid en doelmatigheid. 3 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het assurance report wordt opgesteld door een accountant als bedoeld in, die bereid is Onze Minister desgevraagd inzicht te geven in zijn controlewerkzaamheden. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 Het Zorginstituut zendt jaarlijks voor 31 december aan Onze Minister met betrekking tot het Zorgverzekeringsfonds een jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar, alsmede het verslag van bevindingen, bedoeld in het vijfde lid. 2 titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het Zorginstituut legt in de jaarrekening, die zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing vanwordt ingericht, rekening en verantwoording af over: a. de baten en lasten van het Zorgverzekeringsfonds, b. de rechtmatigheid en doelmatigheid van het beheer van het Zorgverzekeringsfonds, c. de toestand van het Zorgverzekeringsfonds per 31 december van het voorafgaande kalenderjaar. 3 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in, die bereid is Onze Minister desgevraagd inzicht te geven in zijn controlewerkzaamheden. 4 De verklaring heeft mede betrekking op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen van het Zorgverzekeringsfonds. 5 De accountant voegt bij de verklaring een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie voldoen aan eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid, controleerbaarheid en doelmatigheid. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 artikel 71 artikel 73a, eerste lid artikel 74 Het werkprogramma, bedoeld in, de verantwoording, bedoeld in, en de jaarrekening, bedoeld in, behoeven de goedkeuring van Onze Minister. 2 artikel 29, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen In afwijking van het eerste lid en van, behoeven wijzigingen in een goedgekeurde begroting geen goedkeuring van Onze Minister, mits: a. de totale omvang van de begroting geen wijziging ondergaat, en b. artikel 72 de wijziging per groep van kostensoorten en baten, gerekend over het desbetreffende begrotingsjaar, een bedrag van 5 procent van het inbedoelde budget niet te boven gaat. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over: a. artikel 71, eerste lid de inhoud en de inrichting van het werkprogramma, bedoeld in, en de meerjarenagenda, bedoeld in artikel 71, tweede lid; b. artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de inhoud en de inrichting van de begroting, bedoeld in; c. artikel 73a, eerste lid de inhoud en inrichting van de verantwoording, bedoeld in, en van het in dat lid bedoelde assurance report; d. artikel 74 artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de inhoud en inrichting van de jaarrekening, bedoeld in, alsmede in; e. artikel 74 artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de accountantscontrole van de jaarrekeningen, bedoeld inen; f. artikel 74 artikel 73a, eerste lid artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de bij de jaarrekeningen, bedoeld inenbehorende verslagen van bevindingen alsmede het assurance report, bedoeld in; g. artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de inhoud en de inrichting van het jaarverslag, bedoeld in; h. artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in. 4 artikel 72 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder het budget, bedoeld in, wordt vastgesteld. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 artikel 75, eerste lid artikelen 29, eerste lid 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na de goedkeuring, bedoeld in, en de goedkeuring, bedoeld in de, en, stelt het Zorginstituut de in artikel 75, derde lid, onderdelen a, b, d en g, genoemde stukken algemeen verkrijgbaar. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 Tenzij de verzekerde daarover niet beschikt, neemt de zorgverzekeraar met het oog op de uitvoering van de zorgverzekering en van deze wet het burgerservicenummer van zijn verzekerde en, gedurende zeven jaren na het einde van de verzekering, van zijn gewezen verzekerde in zijn administratie op. 2 artikel 7 van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg De zorgverzekeraar stelt bij de eerste opname in zijn administratie en vervolgens indien daartoe aanleiding is het burgerservicenummer van de verzekerde vast met overeenkomstige toepassing van. 3 De zorgverzekeraar gebruikt het burgerservicenummer van de verzekerde met het doel te waarborgen dat de in het kader van de verzekering van zorg te verwerken persoonsgegevens op die verzekerde betrekking hebben. 4 artikelen 88 89 Bij gegevensuitwisseling tussen de zorgverzekeraars en de in deengenoemde personen en instanties wordt, voor zover die personen en instanties tot gebruik van dat nummer bevoegd zijn, het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer gebruikt. 5 Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg artikelen 88 89 Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de gegevensuitwisseling tussen de zorgverzekeraars en de zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars in de zin van dedie niet in deenzijn genoemd. 6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid. 7 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald aan welke beveiligingseisen de gegevensverwerking, bedoeld in het eerste, vierde en vijfde lid, voldoet. 8 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld worden over de bij de gegevensuitwisseling, bedoeld in het vierde en vijfde lid, te verwerken feiten of gegevens met betrekking tot verzekerden van wie het vaststellen van het burgerservicenummer onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost. Bij of krachtens die maatregel kan worden bepaald aan welke beveiligingseisen de verwerking van die feiten of gegevens voldoet. 9 artikel 11 artikelen 88 89 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van zorg of andere diensten als bedoeld in, alsmede categorieën van zorgverzekeraars en van in deengenoemde personen en instanties worden uitgezonderd van de toepassing van het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met het achtste lid. 2016 373 19-10-2016 05-10-2016 33509 2017 279 27-06-2017 13-06-2017 01-07-2017
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 artikel 11 Een zorgaanbieder die aan een verzekerde zorg of andere diensten, bedoeld in, heeft verleend, en die de kosten daarvan krachtens een door hem met de zorgverzekeraar gesloten overeenkomst rechtstreeks bij die zorgverzekeraar in rekening brengt, verstrekt die zorgverzekeraar of een door die zorgverzekeraar aangewezen persoon de persoonsgegevens van de verzekerde, waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgverzekering of van deze wet, dan wel stelt hem deze gegevens voor dit doel voor inzage of het nemen van afschrift ter beschikking. 2 artikel 11 Een zorgaanbieder die aan een verzekerde zorg of andere diensten, bedoeld in, heeft verleend en die de kosten daarvan bij de verzekerde in rekening brengt, verstrekt hem de persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, die voor zijn zorgverzekeraar noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgverzekering of van deze wet. 3 De zorgaanbieder, bedoeld in het eerste of tweede lid, verstrekt een door Onze Minister aangewezen persoon kosteloos bij ministeriële regeling omschreven, voor de uitvoering van deze wet noodzakelijke persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming. 4 Personen werkzaam ten behoeve van een zorgaanbieder als bedoeld in het eerste of tweede lid, verstrekken die zorgaanbieder de persoonsgegevens die hij nodig heeft om te kunnen voldoen aan zijn verplichtingen bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. 5 Personen werkzaam bij de zorgverzekeraar, bij een door de zorgverzekeraar aangewezen persoon als bedoeld in het eerste lid, of bij de door Onze Minister aangewezen persoon als bedoeld in het derde lid, voor wie niet reeds uit hoofde van ambt of beroep een geheimhoudingplicht geldt, zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen mededeling toestaat. 6 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald: a. tot welke gegevens de verplichting, bedoeld in het eerste of tweede lid, zich in ieder geval uitstrekt; b. op welke wijze gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, worden verwerkt; c. volgens welke technische standaarden gegevensverwerking plaatsvindt; d. aan welke beveiligingseisen gegevensverwerking voldoet; e. in welke gevallen gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, verder worden verwerkt met het oog op de uitvoering van de zorgverzekering of een aanvullende ziektekostenverzekering, voor zover deze gegevens niet worden gebruikt voor het beoordelen en accepteren van een aspirant-verzekerde voor een aanvullende verzekering en bovendien noodzakelijk zijn voor: 1°. de betaling aan een zorgaanbieder of de vergoeding van zorgkosten aan een verzekerde; 2°. de vaststelling van eigen bijdragen of nog openstaand verplicht of vrijwillig eigen risico; 3°. het uitoefenen van het verhaalsrecht; of 4°. het verrichten van controle of fraudeonderzoek. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 artikel 11g van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg Een ieder verstrekt op verzoek aan de zorgverzekeraars, het Zorginstituut, de zorgautoriteit, Onze Minister, de rijksbelastingdienst, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank, het college van burgemeester en wethouders, het CAK, of aan een daartoe door of vanwege een van deze zorgverzekeraars of instanties aangewezen persoon kosteloos alle inlichtingen en gegevens, waaronder persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgverzekeringen of van deze wet of van. 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens en inlichtingen worden op verzoek verstrekt in schriftelijke vorm of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, binnen een termijn die schriftelijk wordt gesteld bij het in het eerste lid bedoelde verzoek. 3 Een ieder geeft op verzoek van een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, inzage in alle bescheiden en andere gegevensdragers, stelt deze op verzoek ter beschikking voor het nemen van afschrift en verleent de terzake verlangde medewerking, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet door de desbetreffende zorgverzekeraars of instanties. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste, tweede of derde lid. 2020 346 23-09-2020 09-09-2020 35124 2021 143 25-03-2021 15-03-2021 01-07-2021
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 1 artikel 88, eerste lid artikel 24, eerste en derde lid artikel 11g van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg Wet langdurige zorg De in, bedoelde zorgverzekeraars en instanties, alsmede de Wlz-uitvoerders en de in, bedoelde ministers, zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek binnen een bij dat verzoek genoemde termijn, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, aan elkaar, aan een daartoe door of vanwege hen aangewezen persoon of aan een door Onze Minister aangewezen persoon, kosteloos, de gegevens, waaronder persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming, te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgverzekeringen of van deze wet, van, of voor de onderlinge afstemming van op grond van de zorgverzekering verzekerde zorg en zorg die is verzekerd op grond van de. 2 Een zorgverzekeraar verleent op verzoek van het Zorginstituut, het CAK dan wel van de zorgautoriteit aan door het desbetreffende bestuursorgaan aangewezen personen inzage in alle bescheiden en andere gegevensdragers, stelt deze op verzoek ter beschikking voor het nemen van afschrift en verleent de terzake verlangde medewerking, voor zover het desbetreffende bestuursorgaan dit nodig acht voor de uitoefening van zijn taak. 3 artikel 88, eerste lid Alle ambtenaren tot afgifte van uittreksels uit registers van burgerlijke stand bevoegd, zijn verplicht aan een in, bedoelde zorgverzekeraar of instantie de door deze gevraagde uittreksels uit de registers kosteloos toe te zenden. 4 Griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, verstrekken op verzoek, kosteloos, aan een zorgverzekeraar, aan het CAK, aan het Zorginstituut of aan de zorgautoriteit alle gegevens, inlichtingen en uittreksels uit of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet door de zorgverzekeraar of het desbetreffende bestuursorgaan. 5 artikel 88, eerste lid artikel 32, derde lid De verstrekking aan Onze Minister op grond van, of het eerste lid betreft, voor zover het gaat om persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming, waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van die verordening, gegevens die noodzakelijk zijn voor de bepaling van de criteria, bedoeld in, of van het criterium, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel b, of de statistische onderbouwing van de aan de criteria krachtens artikel 32, vierde lid, onderdeel c, gekoppelde bijdragen. 6 artikel 88, eerste lid De verstrekking aan het Zorginstituut op grond vanof het eerste lid, betreft gegevens waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, die noodzakelijk zijn voor: a. artikelen 32 tot en met 34 de berekening van de aan een zorgverzekeraar toekomende bijdragen als bedoeld in; b. artikelen 64 66 de uitvoering van de aan het Zorginstituut in deofopgedragen taken; of c. artikel 11g van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg opgedragen taken de uitvoering van de aan het Zorginstituut in. 7 Op de aan Onze Minister of het Zorginstituut te verstrekken persoonsgegevens is pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5 van de Algemene verordening gegevensbescherming, toegepast die vervolgens onafgebroken is gecontinueerd. 8 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de verstrekking van gegevens door de rijksbelastingdienst aan de zorgverzekeraars. 9 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste of tweede lid. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 89a — Artikel 89a#
Artikel 89a 1 Een zorgverzekeraar verstrekt aan Onze Minister de door hem verzochte informatie ten behoeve van het te voeren beleid op het gebied van de volksgezondheid. 2 artikel 89, eerste lid De door een Wlz-uitvoerder op grond van, aan een zorgverzekeraar voor de uitvoering van dit artikel te verstrekken informatie kan ook gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming, betreffen. 3 artikelen 86 87 88 89 Een zorgverzekeraar verwerkt ten behoeve van de verstrekking op grond van het eerste lid geen andere persoonsgegevens dan hij op grond van de,,ofheeft verwerkt, waaronder verwerkte gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming. 4 De aan Onze Minister op grond van het eerste lid te verstrekken informatie bevat geen gegevens waarmee hij een natuurlijk persoon direct of indirect kan identificeren. 5 Onze Minister verwerkt geen andere gegevens waarmee hij op basis van de op grond van het eerste lid te verstrekken informatie een natuurlijk persoon direct dan wel indirect kan identificeren. 2025 83 02-04-2025 21-03-2025 36579 2025 137 16-05-2025 12-05-2025 01-07-2025
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 De zorgautoriteit, onderscheidenlijk het Zorginstituut kan na overleg met het Zorginstituut, onderscheidenlijk de zorgautoriteit bij regeling bepalen welke gegevens en inlichtingen regelmatig door de zorgverzekeraars moeten worden verstrekt. 2 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De regels kunnen mede omvatten het tijdstip en de wijze waarop de gegevens en inlichtingen moeten worden verstrekt, alsmede dat een accountant als bedoeld inde juistheid van de verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt. 3 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke statistische gegevens de zorgverzekeraars verzamelen betreffende vormen van zorg en andere diensten. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 1 Het CAK, het Zorginstituut en de zorgautoriteit verstrekken Onze Minister uit eigen beweging inlichtingen over ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat ten behoeve van verzekerden niet vrij kan worden gekozen tussen zorgverzekeraars en de door hen aangeboden varianten van de zorgverzekering of die een rechtmatige en volledige uitvoering van zorgverzekeringen jegens de verzekeringnemers of verzekerden in gevaar kunnen brengen. 2 Wet toelating zorginstellingen Het Zorginstituut en de zorgautoriteit verstrekken desgevraagd aan het het College sanering, bedoeld in de, de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen en gegevens. 3 Het Zorginstituut en de zorgautoriteit verlenen aan door een bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, aangewezen personen toegang tot en inzage in zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is. 2016 173 13-05-2016 08-04-2016 34203 2016 442 25-11-2016 15-11-2016 01-01-2017
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 Een zorgverzekeraar maakt voor de verstrekking of ontvangst van gegevens aan of van personen, aan te wijzen door het CAK, gebruik van een elektronische infrastructuur. 2 Het CAK kan met betrekking tot het eerste lid regels stellen over: a. de aard en omvang van de gegevens en de voorschriften waaraan de verstrekking of ontvangst ten minste moet voldoen; b. de wijze waarop de verstrekking of ontvangst van gegevens plaatsvindt, waaronder begrepen de aansluiting van zorgverzekeraars op de infrastructuur; c. de wijze waarop het gebruik van de infrastructuur wordt georganiseerd en beheerd, waaronder begrepen de inrichting en instandhouding van een gemeenschappelijke database; d. de financiering van het gebruik van de infrastructuur en de wijze waarop de kosten ervan worden verdeeld. 2018 356 23-10-2018 03-10-2018 34923 2018 416 16-11-2018 05-11-2018 17-11-2018 01-01-2017
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 1 titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht Het is een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld, verboden van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen die ingevolge deze wet dan wel ingevolgezijn verstrekt of verkregen of van De Nederlandsche Bank N.V. of de Stichting Autoriteit Financiële Markten zijn ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitvoering van zijn taak of bij of krachtens deze wet wordt geëist. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen de zorgautoriteit, het CAK en het Zorginstituut met gebruikmaking van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de uitvoering van hun taken op grond van deze wet, mededelingen doen, indien deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke personen of ondernemingen. 3 artikel 1:89 van de Wet op het financieel toezicht In afwijking van het eerste lid en in overeenstemming metzijn de zorgautoriteit, het CAK, het Zorginstituut, De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Autoriteit Financiële Markten, voor zover dat voor hun taakuitoefening noodzakelijk is, bevoegd aan elkaar en aan Onze Minister vertrouwelijke gegevens of inlichtingen omtrent afzonderlijke verzekeraars te verschaffen. 4 Het eerste lid laat, ten aanzien van degene op wie dat lid van toepassing is, onverlet: a. Wetboek van Strafvordering de toepasselijkheid van de bepalingen van hetwelke betrekking hebben op het als getuige of deskundige in strafzaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de ingevolge deze wet opgedragen taak; b. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 66 van de Faillissementswet de toepasselijkheid van de bepalingen van heten vanwelke betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen omtrent een verzekeraar die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden; c. artikel 7.34 van de Comptabiliteitswet 2016 artikel 121 de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer ingevolge, voor zover deze niet bijzijn beperkt. 5 Het vierde lid, onderdeel b, geldt niet voor gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op verzekeraars die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging de desbetreffende verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten. 6 artikelen 7.30 7.34, negende lid 7.39 van de Comptabiliteitswet 2016 De Algemene Rekenkamer is bij het doen van mededelingen als bedoeld in,en, verplicht tot geheimhouding, voor zover het betreft gegevens en inlichtingen die haar ingevolge het vierde lid, onderdeel c, bekend zijn geworden. 2017 139 07-04-2017 22-03-2017 34426 2017 253 19-06-2017 29-05-2017 01-01-2018
Artikel 93a — Artikel 93a#
Artikel 93a artikel 45 van de Wet marktordening gezondheidszorg artikel 11, eerste lid, onderdeel a Een ieder die uit hoofde van de toepassing vangegevens of inlichtingen ontvangt ten behoeve van de tijdige signalering van risico’s voor het kunnen voldoen aan de verplichting, bedoeld in, is verplicht tot geheimhouding van deze gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht. 2013 522 12-12-2013 27-11-2013 33253 2013 592 24-12-2013 17-12-2013 01-01-2014
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Vervallen 2011 111 08-03-2011 26-02-2011 32150 2011 113 08-03-2011 26-02-2011 15-03-2011 18-05-2010 Artikel X, eerste lid, van Stb. 2011/111 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 Vervallen 2006 415 21-09-2006 07-07-2006 30186 2006 432 28-09-2006 21-09-2006 01-10-2006
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 1 De zorgverzekeraar zorgt ervoor dat zijn verzekeringnemers en verzekerden geschillen over de uitvoering van de zorgverzekering kunnen voorleggen aan een onafhankelijke instantie. 2 De onafhankelijke instantie neemt een geschil slechts in behandeling nadat de verzekeringnemer of de verzekerde de zorgverzekeraar heeft verzocht zijn beslissing te heroverwegen, en deze niet binnen redelijke termijn of niet naar tevredenheid van de verzekeringnemer of verzekerde heeft gereageerd. 3 artikel 11 De onafhankelijke instantie vraagt advies aan het Zorginstituut indien het geschil betrekking heeft op de zorg of de overige diensten, bedoeld in, dan wel de vergoeding van die zorg of diensten. 4 Het Zorginstituut zendt zijn advies binnen vier weken na ontvangst van de adviesaanvraag aan de onafhankelijke instantie. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 artikel 28, tweede lid artikelen 28a, eerste tot en met vijfde lid artikel 28b, vierde tot en met zevende lid 28c De permanente vertegenwoordiging van verzekerden, bedoeld in, onderscheidenlijk de zorgverzekeraar, kunnen de kantonrechter verzoeken te bepalen dat de zorgverzekeraar, onderscheidenlijk de permanente vertegenwoordiging van verzekerden gevolg dient te geven aan hetgeen bij en krachtens de,, enis bepaald. 2020 95 18-03-2020 06-03-2020 34971 2020 323 09-09-2020 31-08-2020 01-01-2021
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 1 artikel 11 artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht Een verzekerde die voor rekening van zijn zorgverzekering bij ministeriële regeling aan te wijzen zorg of andere diensten als bedoeld inwenst te genieten, verstrekt aan de persoon of instelling die die zorg of dienst verleent ter inzage een identiteitsbewijs als bedoeld in, of een ander bij ministeriële regeling aan te wijzen document waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld. 2 Indien het identiteitsbewijs niet onmiddellijk ter inzage kan worden verstrekt, kan de persoon of instelling toestaan dat uiterlijk binnen een termijn van veertien dagen aan deze verplichting wordt voldaan. 3 artikel 7 van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg De persoon of instelling stelt aan de hand van het ter inzage verstrekte document de identiteit vast van degene aan wie de in het eerste lid bedoelde zorg of dienst wordt verleend, en neemt het met inachtneming vanvastgestelde burgerservicenummer van de verzekerde in zijn administratie op. 2016 373 19-10-2016 05-10-2016 33509 2017 279 27-06-2017 13-06-2017 01-07-2017 2017 146 10-04-2017 22-03-2017 34575 2017 244 16-06-2017 31-05-2017 01-07-2017
Artikel 118a — Artikel 118a#
Artikel 118a Vervallen 2014 259 15-07-2014 04-06-2014 33726 2014 259 15-07-2014 04-06-2014 33726 01-01-2015 Artikel XVI, derde llid, van Stb. 2014/259 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 1 artikel 11 Een overeenkomst met betrekking tot de verzekering van geneeskundige zorg of de kosten daarvan, gesloten voor een verzekerde met of ten behoeve van wie tevens een zorgverzekering is gesloten, vervalt met ingang van de dag waarop de bij en krachtenste verzekeren prestaties worden uitgebreid, voor zover aan de overeenkomst rechten kunnen worden ontleend, gelijkwaardig aan die, welke vanaf dat moment uit de zorgverzekering voortvloeien. 2 De premie die voor de op grond van het eerste lid geheel of gedeeltelijk vervallen overeenkomst is vooruitbetaald, wordt door de verzekeraar al naar gelang van het vervallen gedeelte der overeenkomst terugbetaald, onder aftrek van ten hoogste 25% van het terug te betalen bedrag. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering.
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 Een beding van een verzekeraar die een ziektekostenverzekering ter aanvulling van de zorgverzekering aanbiedt, inhoudende dat de ziektekostenverzekering eindigt of door de verzekeraar mag worden opgezegd indien met of ten behoeve van de verzekerde een zorgverzekering met een andere zorgverzekeraar wordt gesloten, is nietig. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering. 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 artikel 7.34 van de Comptabiliteitswet 2016 artikel 7.24, eerste lid, onderdeel b, van die wet De bevoegdheden diede Algemene Rekenkamer verschaft ten aanzien van rechtspersonen met een wettelijke taak als bedoeld ingelden niet ten aanzien van de wijze waarop zorgverzekeraars de opbrengst van bij of krachtens deze wet ingestelde heffingen aanwenden. 2017 139 07-04-2017 22-03-2017 34426 2017 253 19-06-2017 29-05-2017 01-01-2018
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 Mededingingswet artikel 1 van die wet Een zorgverzekeraar wordt, voor zover deze niet kan worden aangemerkt als onderneming in de zin van artikel 81 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, voor de toepassing van deaangemerkt als onderneming in de zin van. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering.
Artikel 122a — Artikel 122a#
Artikel 122a 1 Het CAK verstrekt bijdragen aan zorgaanbieders die inkomsten derven ten gevolge van het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan: a. artikel 8, onderdelen f of h, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 14 van die wet Vreemdelingenwet 2000 vreemdelingen als bedoeld in, voor zover het betreft vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in, dan wel vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift naar aanleiding van een beslissing als hiervoor bedoeld en deze procedure krachtens deof op grond van een rechterlijke beslissing in Nederland mogen afwachten, en b. artikel 10 van de Vreemdelingenwet 2000 vreemdelingen als bedoeld in. 2 artikel 11 artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg Onder medisch noodzakelijke zorg wordt verstaan zorg of overige diensten als bedoeld invan deze wet of in, met uitzondering van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vormen van zorg of diensten, en slechts voor zover de zorgaanbieder verstrekking ervan, gezien de aard van de prestaties en de verwachte duur van het verblijf van de vreemdeling, medisch noodzakelijk acht. 3 Geen bijdrage wordt verstrekt voor zover de kosten voor de verleende zorg: a. op de vreemdeling of een verzekeraar van de vreemdeling kunnen worden verhaald, b. op grond van een andere wettelijke bepaling kunnen worden vergoed, of c. artikel 11 hoger zijn dan de kosten die voor vergoeding in aanmerking komen bij overeenkomstige toepassing van, met dien verstande dat geen aftrek plaatsvindt van het deel van de kosten dat voor rekening van de verzekerde zou komen. 4 Indien zorg is verleend die aan verzekerden doorgaans zonder verwijzing of recept wordt verleend, bedraagt de bijdrage: a. 100% van de kosten die verband houden met zwangerschap en bevalling, en b. 80% van de kosten in de overige gevallen, voor zover deze kosten niet op grond van het derde lid zijn of kunnen worden betaald of buiten beschouwing dienen te blijven. 5 In bijdragen als bedoeld in het eerste lid voor andere zorg dan de zorg, bedoeld in het vierde lid, wordt voorzien door middel van met het oog op verlening van die zorg tussen het CAK en zorgaanbieders gesloten overeenkomsten. 6 Indien een zorgaanbieder zowel in zorg als bedoeld in het vierde lid als in zorg als bedoeld in het vijfde lid kan voorzien, kan een overeenkomst als bedoeld in het vijfde lid zich tevens uitstrekken over de in het vierde lid bedoelde zorg en kunnen in die overeenkomst van het vierde lid afwijkende afspraken worden gemaakt. 7 Het CAK zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een begroting van de kosten van de bijdragen, bedoeld in het eerste lid, voor het volgende kalenderjaar. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten, doet het CAK daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen. 8 Het voor de bijdragen in een kalenderjaar beschikbare bedrag wordt voor 1 december van het daaraan voorafgaande jaar door Onze Minister vastgesteld. 9 Het bedrag, bedoeld in het achtste lid, wordt gedekt uit ’s Rijks kas en wordt door het CAK afzonderlijk beheerd en geadministreerd. 10 De zorgaanbieder die in aanmerking wenst te komen voor een bijdrage als bedoeld in dit artikel, verstrekt het CAK of door het CAK aangewezen, bij de uitvoering van dit artikel betrokken personen, bij ministeriële regeling te bepalen gegevens die noodzakelijk zijn om het recht op en de omvang van een bijdrage te kunnen vaststellen, dan wel stelt hem deze gegevens voor dit doel voor inzage of het nemen van afschrift ter beschikking. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 123* — Artikel 123*#
Artikel 123* artikelen 3, eerste, derde en zesde lid 6, eerste lid, onderdeel a artikel 3A:85 van de Wet op het financieel toezicht De, en, zijn niet van toepassing op een verzekeraar ten aanzien waarvan de Nederlandsche Bank een besluit tot afwikkeling als bedoeld inheeft genomen. 2018 489 21-12-2018 28-11-2018 34842 2018 491 21-12-2018 11-12-2018 01-01-2019 Abusievelijk voegt het Staatsblad een tweede artikel 123 toe.
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 1 In dit artikel wordt verstaan onder: a. orgaan van de woonplaats: Verordening (EG) nr. 883/2004 rechtspersoon die door Onze Minister is aangewezen als orgaan van de woonplaats in de zin van devan het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004, betreffende de coördinatie van socialezekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166), of, voor zover het zorg betreft, een verdrag inzake sociale zekerheid; b. orgaan van de verblijfplaats: Verordening (EG) nr. 883/2004 rechtspersoon die door Onze Minister is aangewezen als orgaan van de verblijfplaats in de zin van devan het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004, betreffende de coördinatie van socialezekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166), of, voor zover het zorg betreft, een verdrag inzake sociale zekerheid; c. verdragsrecht: Wet langdurige zorg recht van een in Nederland wonende of tijdelijk verblijvende persoon op zorg of andere diensten in de zin van deze wet of deuit hoofde van een verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens een overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid; d. verdragsgerechtigde: persoon met een verdragsrecht. 2 Onze Minister wijst de organen van de woonplaats en de organen van de verblijfplaats aan. 3 Voor een juiste en volledige registratie van verdragsgerechtigden ter beoordeling van het voortbestaan van het verdragsrecht: a. doet het orgaan van de woonplaats periodiek opgave van de bij hem geregistreerde verdragsgerechtigden aan de Sociale verzekeringsbank, waarbij het orgaan gebruik kan maken van het burgerservicenummer; b. Wet langdurige zorg stelt de Sociale verzekeringsbank het orgaan van de woonplaats in kennis van de verschillen tussen de opgave, bedoeld onder a, en de vermelding van deze personen in het bestand van personen die verzekerd zijn op grond van de. 4 Het orgaan van de woonplaats rapporteert aan het CAK over de uitvoering van het derde lid. 5 Het CAK kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop het derde en vierde lid worden uitgevoerd. 6 Het CAK verstrekt aan het orgaan van de woonplaats een vergoeding voor: a. Wet langdurige zorg de kosten die het orgaan van de woonplaats heeft betaald voor het doen verlenen van zorg of andere diensten in de zin van deze wet of deten behoeve van een persoon die geen verdragsrecht meer heeft en het orgaan van de woonplaats daar niet tijdig over heeft geïnformeerd; b. de incassokosten voor het verhalen van de kosten, bedoeld onder a, op de persoon, bedoeld onder a. 7 Geen vergoeding als bedoeld in het zesde lid wordt verstrekt voor zover: a. de kosten op de persoon, bedoeld in het zesde lid, kunnen worden verhaald; b. het orgaan van de woonplaats, onder meer uit hoofde van de uitvoering van het derde lid, wist of behoorde te weten dat de persoon, bedoeld in het zesde lid, behoorde te zijn uitgeschreven. 8 Het CAK verstrekt aan het orgaan van de verblijfplaats een vergoeding voor: a. Wet langdurige zorg de kosten die het orgaan van de verblijfplaats heeft betaald voor het doen verlenen van zorg of andere diensten in de zin van deze wet of deten behoeve van een persoon zonder verdragsrecht; b. de incassokosten voor het verhalen van de kosten, bedoeld onder a. 9 Geen vergoeding als bedoeld in het achtste lid wordt verstrekt voor zover: a. de kosten, bedoeld in het achtste lid, kunnen worden verhaald; b. de zorgaanbieder of het orgaan van de verblijfplaats er niet op mocht vertrouwen dat de persoon, bedoeld in het achtste lid, beschikte over het verdragsrecht. 10 De vergoedingen wordt op aanvraag verstrekt. 11 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het verstrekken van de vergoedingen. 2020 554 24-12-2020 16-12-2020 35595 2020 554 24-12-2020 16-12-2020 35595 01-01-2021 01-02-2020
Artikel 123a — Artikel 123a#
Artikel 123a Vervallen 2011 596 15-12-2011 01-12-2011 32393 2011 653 28-12-2011 15-12-2011 01-01-2012
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 1 artikelen 11, derde of vierde lid 13a, vijfde lid of zesde lid 18aa, eerste lid 19, vierde en zesde lid 21 32, tweede lid De voordracht voor een krachtens de,,,,en, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2 artikel 18aa, eerste of tweede lid artikel 18d, tweede lid, onderdeel d Het ontwerp voor een krachtens, of, vast te stellen ministeriële regeling wordt aan beide kamers der Staten-Generaal voorgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging van het ontwerp. 2018 337 05-10-2018 26-09-2018 34929 2018 337 05-10-2018 26-09-2018 34929 01-01-2019
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 artikelen 28a tot en met 28c Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van devan deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die artikelen in de praktijk. 2020 95 18-03-2020 06-03-2020 34971 2020 323 09-09-2020 31-08-2020 01-01-2021
Artikel 126 — Artikel 126#
Artikel 126 Voor de uitvoering van deze wet kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld. 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 127 — Artikel 127#
Artikel 127 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 128 — Artikel 128#
Artikel 128 Deze wet wordt aangehaald als: Zorgverzekeringswet. 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 2006 79 28-02-2006 31-01-2006 01-01-2006 Tekstplaatsing met aanpassing van in de regeling genoemde nummering. 2005 358 14-07-2005 16-06-2005 29763 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006