Wet van 6 december 2006 ter uitvoering van titel 7.5 (Pacht) van het Burgerlijk Wetboek inzake de samenstelling en werkwijze van de grondkamers en de centrale grondkamer (Uitvoeringswet grondkamers)
- BWB-id
- BWBR0021912
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0021912
- ELI
- /eli/nl/wet/2007/uitvoeringswet-grondkamers
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2007/uitvoeringswet-grondkamers/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0021912&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0021912&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0021912/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2007/uitvoeringswet-grondkamers
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Er zijn grondkamers, waarvan het rechtsgebied en de standplaats door Ons worden aangewezen. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikelen 12 14 21 22 Op de grondkamers is devan toepassing, met uitzondering van de,,en. 2012 165 24-04-2012 29-03-2012 33166 2012 194 08-05-2012 20-04-2012 01-07-2012
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De grondkamer bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste twaalf leden. Zij wordt bijgestaan door een secretaris. 2 Er kunnen een plaatsvervangende voorzitter, plaatsvervangende leden en een of meer plaatsvervangende secretarissen worden benoemd. 3 Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter of van de plaatsvervangende voorzitter treedt het oudste lid als waarnemend voorzitter op. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Wij benoemen en ontslaan de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de secretaris alsmede de plaatsvervangende leden en de plaatsvervangende secretarissen. 2 De leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd voor de tijd van vijf jaren. Zij zijn bij hun aftreden opnieuw benoembaar. Op eigen verzoek kunnen zij door Ons worden ontslagen. 3 Voor de benoeming van een lid of van een plaatsvervangend lid maakt de grondkamer een aanbeveling op. 4 Bij de benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden dragen Wij zorg, dat in de grondkamer het belang van de pachters, noch dat van de verpachters overheerst. 5 De in het eerste lid bedoelde personen worden voor de aanvang hunner bediening beëdigd. 6 Bij het bereiken van de ouderdom van zeventig jaren wordt aan de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de leden en plaatsvervangende leden ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand. 2012 165 24-04-2012 29-03-2012 33166 2012 194 08-05-2012 20-04-2012 01-07-2012
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Voor benoeming tot secretaris of plaatsvervangende secretaris komt in aanmerking degene: a. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek aan wie door een universiteit dan wel de Open Universiteit als bedoeld in dede graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad Master op het gebied van het recht is verleend, of b. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die aan een universiteit dan wel de Open Universiteit als bedoeld in dehet doctoraat in de rechtsgeleerdheid of het recht om de titel meester te voeren heeft verkregen. 2 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het eerste lid, onderdeel a, gelijk worden gesteld aan de in dat lid bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts nadere regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsvereisten. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Onverminderd hetgeen elders is bepaald, worden de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretarissen ontslagen: a. bij gebleken ongeschiktheid door ouderdom of door aanhoudende lichamelijke of psychische aandoeningen; b. wanneer zij onder curatele zijn gesteld. 2 Onverminderd hetgeen elders is bepaald, kunnen de in het vorige lid genoemde personen worden ontslagen: a. artikelen 6 7 bij overtreding van deen; b. wanneer zij in staat van faillissement zijn verklaard, ten aanzien van hen de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, zij surséance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld. 3 Alvorens het ontslag op grond van het in de voorgaande leden bepaalde wordt verleend, wordt de betrokkene gehoord. 4 Algemene termijnenwet Wanneer zich een van de omstandigheden voordoet, als bedoeld in het tweede lid, zijn Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bevoegd de betrokkene in de uitoefening van zijn ambt terstond te schorsen. De schorsing mag een termijn van drie maanden niet overschrijden. Op deze termijn is deniet van toepassing. 5 Wanneer tijdens de in het vierde lid bedoelde schorsing het besluit tot ontslag wordt genomen, blijft de schorsing van kracht tot het tijdstip, waarop het ontslag ingaat. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretarissen zijn verplicht het geheim te bewaren omtrent hetgeen hun als zodanig bekend wordt. 2 Zij mogen zich noch direct, noch indirect in enig bijzonder onderhoud of gesprek inlaten met partijen of hun raadslieden, noch enige bijzondere onderrichting, memorie of schrifturen aannemen over enige aangelegenheid, welke aanhangig is of waarvan zij weten of vermoeden, dat deze aanhangig zal worden bij de grondkamer, waartoe zij behoren. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het is de voorzitter en de secretaris verboden zich te belasten met de consultatie omtrent en de verdediging van zaken, welke bij enige grondkamer of pachtkamer, bij de Centrale Grondkamer of bij de pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden aanhangig zijn, of waarvan zij weten of vermoeden, dat deze daarbij aanhangig zullen worden. 2 Het is de plaatsvervangende voorzitter, de plaatsvervangende secretaris, de leden en de plaatsvervangende leden verboden zich te belasten met de consultatie omtrent en de verdediging van zaken, welke aanhangig zijn of waarvan zij weten of vermoeden, dat deze aanhangig zullen worden bij de grondkamer, waartoe zij behoren, of bij de Centrale Grondkamer, in het laatste geval voor zover het betreft zaken, aan de behandeling waarvan zij in de grondkamer hebben deelgenomen. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De grondkamer houdt zitting en beslist met de voorzitter en twee leden. 2 Beschikkingen van de grondkamer, genomen met een ander aantal personen dan in het vorige lid is vermeld, zijn nietig. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De voorzitter en de secretaris genieten een bezoldiging, die bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld. Zij genieten voorts een vergoeding voor reis- en verblijfkosten volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen. 2 De plaatsvervangende voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de plaatsvervangende secretarissen genieten een vergoeding voor reis- en verblijfkosten en verdere vergoedingen volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Er is een Centrale Grondkamer, gevestigd te Arnhem. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De tot de rechterlijke macht behorende leden, de deskundige leden en de plaatsvervangende deskundige leden van de pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zijn van rechtswege tevens lid, onderscheidenlijk plaatsvervangend lid, van de Centrale Grondkamer. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Wij benoemen en ontslaan de griffier van de Centrale Grondkamer. 2 Wij kunnen een of meer plaatsvervangende griffiers benoemen. 3 artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De griffier voldoet aan de vereisten tot benoembaarheid tot rechterlijke ambtenaar, gesteld in. 2009 8 13-01-2009 11-12-2008 31227 2010 225 22-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De Centrale Grondkamer houdt zitting en beslist met drie tot de rechterlijke macht behorende leden en twee niet tot de rechterlijke macht behorende deskundige leden. 2 Een van de tot de rechterlijke macht behorende leden treedt op als voorzitter. 3 Beschikkingen van de Centrale Grondkamer, genomen met een ander aantal personen dan in het eerste lid is vermeld, zijn nietig. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikelen 6 7 Deenvinden ten aanzien van de leden, de plaatsvervangende leden, de griffier en de plaatsvervangende griffier van de Centrale Grondkamer overeenkomstige toepassing. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De griffier geniet een bezoldiging, die bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld. Hij geniet voorts een vergoeding voor reis- en verblijfkosten volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. 2 De leden, de plaatsvervangende leden en de plaatsvervangende griffier van de Centrale Grondkamer genieten een vergoeding voor reis- en verblijfkosten en verdere vergoedingen volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven ter uitvoering van dit hoofdstuk alsmede omtrent de werkwijze van de grondkamers en de Centrale Grondkamer. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Het verzoek tot goedkeuring van een pachtovereenkomst en van een overeenkomst tot wijziging of beëindiging van een pachtovereenkomst geschiedt door indiening bij de grondkamer van een door partijen ondertekende akte of een notarieel afschrift, met zoveel ongetekende afschriften als er meer dan twee partijen bij de overeenkomst zijn betrokken. 2 Aan het hoofd van de akte worden de namen, voornamen en woonplaatsen van de partijen vermeld, voor zover deze niet in de overeenkomst zijn opgenomen. Het gepachte moet met de kadastrale aanduiding zijn aangeduid. 3 artikel 324, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Indien de goedkeuring van de pachtovereenkomst of van de overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst wordt verlangd op grond van, wordt tevens de beschikking van de grondkamer, waarbij de ontwerp-overeenkomst werd goedgekeurd, vermeld. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Het verzoek tot goedkeuring van een ontwerp-pachtovereenkomst of van een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst wordt ingediend bij de grondkamer. Het moet zijn ondertekend door degenen, die in de ontwerp-overeenkomst als partijen zijn genoemd of hun gemachtigden. Daarbij wordt overgelegd een ongetekend exemplaar van de ontwerp-overeenkomst, vermeerderd met zoveel ongetekende exemplaren als er verzoekers zijn. Het verpachte moet met de kadastrale aanduiding zijn aangeduid. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikelen 325, derde lid 326, eerste lid 328, derde lid 333, tweede en derde lid 345, tweede lid 348, tweede lid 354, derde lid 379, eerste lid 380, tweede lid 381, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek De verzoeken, bedoeld in de,,,,,,,,en, vinden plaats door indiening van een verzoekschrift bij de grondkamer met zoveel afschriften als er wederpartijen bij de overeenkomst of belanghebbenden zijn. 2 Het verzoekschrift vermeldt de naam, de voornamen en de woonplaats van de verzoeker, de naam en de woonplaats van de wederpartij of van de belanghebbenden, als deze er zijn, voorts de gronden, waarop het verzoek steunt, en de gevraagde beslissing. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 381, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Bij het verzoek, bedoeld in, wordt een verklaring overgelegd van burgemeester en wethouders, waaruit blijkt, dat die doeleinden niet in strijd zijn met een geldend of een in ontwerp ter inzage gelegd omgevingsplan. 2 artikel 381, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Indien de Staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een veenschap of een veenpolder de inbedoelde derde is, zijn slechts Gedeputeerde Staten bevoegd de in dat lid bedoelde verklaring af te geven. 3 Het bevoegde college beslist binnen drie weken na de indiening van het verzoek. 4 De in dit artikel bedoelde verklaringen zijn slechts geldig gedurende zes maanden na de dagtekening daarvan, tenzij de verklaring zelf een kortere geldigheidsduur vermeldt. 5 De verklaring, bedoeld in het eerste of tweede lid, vermeldt tevens de datum van de terinzagelegging en de datum en wijze van bekendmaking daarvan. 6 De grondkamer neemt een verklaring, waarin een of meer van de in het vijfde lid bedoelde gegevens ontbreken, niet in aanmerking. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikelen 385 399e, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek De verzoeken, bedoeld in deen, worden gedaan bij een verzoekschrift, dat bij de grondkamer wordt ingediend. 2 Het verzoekschrift vermeldt de naam, de voornamen en de woonplaats van de verzoeker, voorts de gronden, waarop het verzoek steunt en de gevraagde beslissing. 2012 165 24-04-2012 29-03-2012 33166 2012 194 08-05-2012 20-04-2012 01-07-2012
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De in deze afdeling bedoelde verzoeken moeten worden ingediend bij de grondkamer, binnen het rechtsgebied waarvan de onroerende zaak of het grootste gedeelte daarvan is gelegen. Indien het een hoeve betreft, wordt het verzoek ingediend bij de grondkamer, binnen het rechtsgebied waarvan het hoofdgebouw, tot de hoeve behorend, gelegen is. 2 Indien de grondkamer van oordeel is, dat een verzoek ten onrechte bij haar is ingediend, verwijst zij het verzoek naar de grondkamer, die naar haar oordeel bevoegd is het verzoek te behandelen. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De grondkamer kan een onderzoek naar aanleiding van het bij haar ingediende verzoek gelasten. Zij zal hiermee een of meer leden of een of meer door haar aan te wijzen deskundigen belasten. Deze aanwijzing geschiedt in het algemeen, dan wel voor een bepaald geval. 2 Wet griffierechten burgerlijke zaken Aan de deskundige wordt door de voorzitter van de grondkamer een vergoeding toegekend op de voet van het bij en krachtens debepaalde. 3 Binnen een maand na het gelasten van het onderzoek doet de grondkamer daarvan mededeling aan de verzoeker en de bij de overeenkomst of ontwerp-overeenkomst betrokken partijen onder vermelding van de plaats waar en het tijdstip waarop het onderzoek wordt gehouden. 2010 715 28-10-2010 30-09-2010 31758 2010 726 28-10-2010 26-10-2010 01-11-2010
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De verzoeker en de bij de overeenkomst of ontwerp-overeenkomst betrokken partijen of belanghebbenden zijn verplicht aan degene, aan wie het onderzoek is opgedragen, desgevraagd de ter uitvoering van zijn opdracht nodige inlichtingen te verstrekken. 2 Degene, aan wie het onderzoek is opgedragen, is bevoegd de onroerende zaak, waarop het verzoek betrekking heeft, te betreden. Zo nodig verschaft hij zich de toegang met behulp van de sterke arm. 3 De uitkomsten van het onderzoek worden neergelegd in een rapport, dat wordt ondertekend door degene, die met het onderzoek werd belast. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Indien de grondkamer een pachtovereenkomst of een overeenkomst tot wijziging of beëindiging van een pachtovereenkomst niet aanstonds kan goedkeuren, deelt zij aan partijen haar bezwaren mede en geeft zij aan of en op welke wijze deze kunnen worden opgeheven. 2 Indien een onderzoek door een van haar leden of door een deskundige heeft plaats gehad, zendt de grondkamer aan partijen, tegelijk met de mededeling van haar bezwaren, een afschrift van het rapport van het onderzoek toe. 3 De in het vorige lid bedoelde mededeling vermeldt de termijn, waarbinnen partijen schriftelijke opmerkingen aan de grondkamer kunnen inzenden en een mondelinge behandeling kunnen verzoeken. 4 Indien de partijen toestemmen in de wijzigingen, die door de grondkamer als voorwaarde voor het verlenen van haar goedkeuring aan de overeenkomst worden gesteld, legt de grondkamer deze vast in een akte, die door partijen wordt ondertekend en voor dezen bindend is. 5 Indien de partijen de door de grondkamer nodig geoordeelde wijzigingen niet overnemen, wijzigt de grondkamer de overeenkomst, of, indien zij oordeelt dat door wijziging haar in het eerste lid bedoelde bezwaren niet kunnen worden opgeheven, vernietigt zij haar. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Indien de grondkamer een ontwerp-pachtovereenkomst of een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst niet aanstonds kan goedkeuren, deelt zij aan de personen, die in de ontwerp-overeenkomst als partijen zijn genoemd, haar bezwaren mee en geeft zij aan of en op welke wijze deze kunnen worden opgeheven. 2 Het tweede en derde lid van het voorgaande artikel zijn van overeenkomstige toepassing. 3 Indien de grondkamer de ontwerp-overeenkomst goedkeurt, wordt de goedkeuring niet op de ontwerp-akte gesteld, doch bij een afzonderlijke beschikking verleend. 4 Indien de grondkamer de ontwerp-overeenkomst niet kan goedkeuren en zij van oordeel is, dat haar bezwaren door wijziging van de ontwerp-overeenkomst kunnen worden opgeheven, vermeldt zij deze wijzigingen in haar beschikking. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikelen 25 26 Indien bij een beslissing op een verzoek in andere dan de in deenbedoelde gevallen naar het oordeel van de grondkamer behalve de verzoeker ook anderen belang hebben, deelt de grondkamer, onder gelijktijdige kennisgeving van de eventuele bezwaren, aan de verzoeker en de andere belanghebbenden mede, binnen welke termijn zij schriftelijke opmerkingen aan de grondkamer kunnen inzenden en een mondelinge behandeling kunnen verzoeken. 2 Indien een onderzoek door een van haar leden of door een deskundige heeft plaats gehad, zendt de grondkamer aan de verzoeker en de andere belanghebbenden, tegelijk met haar mededeling, een afschrift van het rapport van het onderzoek toe. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikelen 25 26 Indien bij een beslissing op een verzoek in andere dan de in deenbedoelde gevallen naar het oordeel van de grondkamer uitsluitend de verzoeker belang heeft en de grondkamer het verzoek niet aanstonds kan toewijzen, is de grondkamer bevoegd – en op een daartoe strekkend verzoek verplicht – een mondelinge behandeling van het bij haar ingediende verzoek te doen plaats hebben op een door haar te bepalen zitting. 2 Indien een onderzoek door een van haar leden of door een deskundige heeft plaats gehad, zendt de grondkamer aan de verzoeker, tegelijk met haar oproep voor de mondelinge behandeling, een afschrift van het rapport van het onderzoek toe. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De secretaris maakt een verslag van hetgeen bij de mondelinge behandeling voorvalt met vermelding van de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen. Het verslag wordt door de voorzitter en de secretaris vastgesteld en ondertekend. Desgevraagd ontvangen partijen daarvan afschrift. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De partijen bij de overeenkomst en de verzoeker kunnen zich doen bijstaan of vertegenwoordigen. 2 De partijen bij de overeenkomst en de verzoeker kunnen getuigen ter zitting meebrengen. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De partijen bij de overeenkomst en de verzoeker kunnen met machtiging van de grondkamer bij deurwaardersexploot getuigen oproepen om aldaar te verschijnen. 2 Ieder, die bij deurwaardersexploot is opgeroepen om als getuige ter zitting te verschijnen, is verplicht aan die oproeping gehoor te geven. 3 De grondkamer kan bevelen, dat getuigen, die, hoewel bij deurwaardersexploot opgeroepen, niet zijn verschenen, door de openbare macht voor haar worden gebracht. 4 artikel 30 De ingevolgeter zitting meegebrachte getuigen worden gehoord, voor zover de grondkamer hun verhoor dienstig oordeelt. 5 artikelen 164 171 tot en met 173 177 179 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De,,enzijn ten aanzien van het getuigenverhoor van overeenkomstige toepassing. 6 Artikel 180 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Van het getuigenverhoor wordt proces-verbaal gemaakt.is van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat het proces-verbaal door de voorzitter en de secretaris wordt mede-ondertekend. 7 Wet griffierechten burgerlijke zaken Getuigen ontvangen desgevraagd ten laste van degene, die hen heeft voorgebracht, schadevergoeding, door de voorzitter te begroten overeenkomstig het bij en krachtens debepaalde. 2010 715 28-10-2010 30-09-2010 31758 2010 726 28-10-2010 26-10-2010 01-11-2010
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikelen 29 30 31 Bij de behandeling van een verzoek tot goedkeuring van een ontwerp-pachtovereenkomst of van een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst vinden de,enovereenkomstige toepassing. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Indien de grondkamer de pachtovereenkomst of de overeenkomst tot wijziging of beëindiging van de pachtovereenkomst ongewijzigd goedkeurt, zendt de secretaris aan iedere partij een exemplaar of een afschrift van de overeenkomst, waarop de beslissing, die de grondkamer heeft genomen, is aangetekend. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 33 De beschikkingen van de grondkamer zijn met redenen omkleed, met uitzondering van de beschikkingen die overeenkomstigzijn genomen. 2 Een expeditie van de beschikking wordt aan de bij de overeenkomst of ontwerp-overeenkomst betrokken partijen of belanghebbenden alsmede aan de verzoeker toegezonden. De dag van verzending wordt op de expeditie aangetekend. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 vierde afdeling van de eerste titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De voorzitter en de leden van de grondkamers alsmede hun plaatsvervangers kunnen worden gewraakt op de wijze en in de gevallen, omschreven in de, met dien verstande, dat het onderzoek van de redenen van wraking en het beslissen over de wraking geschiedt door de grondkamer. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Tegen de beschikkingen van de grondkamer staat, behoudens het in het derde lid bepaalde, aan partijen, belanghebbenden, alsmede aan de verzoeker binnen een maand, nadat de beschikking aan hen is verzonden, beroep open bij de Centrale Grondkamer. 2 De wederpartij kan van haar kant incidenteel beroep instellen, zelfs na verloop van de in het vorige lid bedoelde termijn en na berusting in de beschikking. Het incidenteel beroep wordt op straffe van niet-ontvankelijkheid ingesteld bij het schriftelijk antwoord. De afstand van het principaal beroep doet het ingestelde incidenteel beroep niet vervallen. 3 artikel 320 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Geen beroep kan door de pachter of door de verpachter worden ingesteld, indien de pachtovereenkomst of een overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst dan wel het ontwerp van een van deze overeenkomsten ongewijzigd wordt goedgekeurd. Geen beroep kan door de pachter worden ingesteld, indien de wijziging door de grondkamer ingevolgebetrekking heeft op verlaging van de overeengekomen pachtprijs. Geen beroep kan door de verpachter worden ingesteld, indien bedoelde wijziging betrekking heeft op een verlaging van de overeengekomen pachtprijs met minder dan 10 procent. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Het beroep wordt ingesteld door indiening van een beroepschrift bij de Centrale Grondkamer. Bij het beroepschrift wordt een expeditie van de beroepen beschikking gevoegd. 2 Het beroepschrift bevat een opgave van de naam, de voornamen en de woonplaats van de verzoeker, van de naam en de woonplaats van de wederpartij of belanghebbende, als deze er is, voorts de bezwaren tegen de beschikking, waartegen beroep, en de gevraagde beslissing. 3 Bij het beroepschrift worden zoveel afschriften gevoegd als er wederpartijen of belanghebbenden zijn. 4 artikel 318 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Indien het beroep betreft een ter goedkeuring ingezonden overeenkomst als bedoeld inof een ontwerp-pachtovereenkomst of een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst, worden bij het beroepschrift de daartoe bij de grondkamer ingediende bescheiden mede overgelegd. 5 De griffier zendt een afschrift van het beroepschrift onverwijld aan elk van de wederpartijen of belanghebbenden, als deze er zijn, toe en voegt daarbij een kennisgeving, die de tijd vermeldt waarbinnen een schriftelijk antwoord kan worden ingezonden. 6 paragraaf 2 paragraaf 3 Het beroepschrift wordt mondeling ter zitting behandeld, indien de Centrale Grondkamer dit nodig oordeelt, dan wel een van de partijen of belanghebbenden dit verzoekt. Overigens vinden de bepalingen vanen vanovereenkomstige toepassing. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 De Centrale Grondkamer bevestigt of vernietigt de beschikking waartegen hoger beroep is ingesteld. 2 Bij vernietiging van de beschikking doet de Centrale Grondkamer hetgeen de grondkamer had behoren te doen, tenzij zij reden mocht vinden de zaak naar de grondkamer terug te wijzen. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 De secretaris van de grondkamer zendt desgevraagd de stukken van de eerste aanleg of afschriften daarvan aan de griffier van de Centrale Grondkamer. 2 De griffier van de Centrale Grondkamer zendt afschrift van de beschikkingen van de Centrale Grondkamer aan de grondkamer, tegen welker beschikking beroep is ingesteld. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan beroep tegen een beschikking van de grondkamer instellen. 2 artikel 36, eerste lid Het beroep kan slechts worden ingesteld na verloop van de termijn, genoemd in. 3 Vernietiging van de beschikking van de grondkamer op dit beroep brengt geen nadeel toe aan de rechten, bij de beschikking verkregen. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Competentie-geschillen tussen grondkamers worden door de Centrale Grondkamer beslist. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld over de wijze waarop de kennisgevingen en de toezending van stukken door de secretaris van de grondkamer en door de griffier van de Centrale Grondkamer geschieden. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2012 165 24-04-2012 29-03-2012 33166 2012 194 08-05-2012 20-04-2012 01-07-2012
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 Bij algemene maatregel van bestuur wordt een tarief vastgesteld van de door de grondkamers en de Centrale Grondkamer voor haar verrichtingen te heffen kosten. 2 artikel 30 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken Ten aanzien van de invordering van deze kosten isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat het dwangbevel wordt uitgevaardigd door de voorzitter van de grondkamer, onderscheidenlijk van de Centrale Grondkamer, en dat het terstond uitvoerbaar is. 2010 715 28-10-2010 30-09-2010 31758 2010 726 28-10-2010 26-10-2010 01-11-2010
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Indien binnen de in de wet gestelde termijn een verzoek is ingediend of een vordering is ingesteld bij de pachtkamer van de rechtbank en deze beslist, dat zij niet bevoegd is daarvan kennis te nemen, kan het verzoek, indien de grondkamer bevoegd is daarvan kennis te nemen en een wettelijke termijn, waarbinnen het verzoek bij de grondkamer moet worden ingediend, niet meer in acht kan worden genomen, niettemin nog binnen een maand na de beslissing van de pachtkamer bij de grondkamer worden ingediend. Hetzelfde geldt, indien een dergelijke beslissing door de pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt bevestigd dan wel door haar de pachtkamer bij de rechtbank alsnog niet bevoegd wordt verklaard van het verzoek of van de vordering kennis te nemen. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Algemene wet bestuursrecht Op het bepaalde in deze wet is deniet van toepassing. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Wijzigt de Gemeentewet. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Wijzigt de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Wijzigt de Onteigeningswet. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Wijzigt de Reconstructiewet Midden-Delfland. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Wijzigt de Wet agrarisch grondverkeer. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Wijzigt de Wet voorkeursrecht gemeenten. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Pachtwet Dewordt ingetrokken. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Wet van 28 juli 1924, houdende regeling omtrent het dragen der kosten van openbare verpachtingen en het uitloven van premiën bij openbare verkoopingen en verpachtingen De, wordt ingetrokken. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Wet van 12 oktober 1995 tot wijziging van de Pachtwet De(Stb. 1995, 204) wordt ingetrokken. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Wijzigt deze wet. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet grondkamers. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007