Wet van 17 februari 2007, houdende regeling voor de toelating, het op de markt brengen en het gebruik van gewasbeschermingmiddelen en biociden (Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden)
- BWB-id
- BWBR0021670
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0021670
- ELI
- /eli/nl/wet/2007/wet-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2007/wet-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0021670&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0021670&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0021670/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2007/wet-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: apparatuur voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen: apparaat dat specifiek is bestemd voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, inclusief hulpstukken die essentieel zijn voor de doeltreffende werking daarvan, zoals spuitdoppen, manometers, filters, zeven en toebehoren voor het schoonmaken van tanks; behandeld voorwerp: behandeld voorwerp als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder 1, van verordening (EU) Nr. 528/2012; biociden: biociden als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a, van verordening (EU) Nr. 528/2012; artikel 3 college: College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, genoemd in; communautaire maatregel: verordening, richtlijn of beschikking als bedoeld in artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (Trb. 1957, 91) betrekking hebbende op gewasbeschermingsmiddelen of biociden; distributeur: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die ervoor zorgt dat gewasbeschermingsmiddelen of biociden in de handel verkrijgbaar zijn, met inbegrip van groothandelaren, detailhandelaren, verkopers en leveranciers; gebruiker: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gewasbeschermingsmiddel of biocide toepast, toedient, doet toepassen, of doet toedienen; geïntegreerde gewasbescherming: de zorgvuldige afweging van alle beschikbare gewasbeschermingsmethoden, gevolgd door de integratie van passende maatregelen die de ontwikkeling van populaties van schadelijke organismen tegengaan, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en andere vormen van interventie tot economisch en ecologisch verantwoorde niveaus beperkt houden en het risico voor de gezondheid van de mens en voor het milieu tot een minimum beperken; gewasbeschermingsmiddel: gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening (EG) 1107/2009; Onze Minister: Onze Ministers: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; professionele gebruiker: persoon die in de landbouwsector of in een andere sector, gewasbeschermingsmiddelen gebruikt in het kader van zijn beroepsactiviteiten, met inbegrip van bedieners van toepassingsapparatuur, technici, werkgevers en zelfstandigen; richtlijn 2009/128/EG: Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden (PbEU L 309); verordening (EG) nr. 1107/2009: Verordening (EG) Nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU, L 309); verordening (EU) Nr. 528/2012: Verordening (EU) Nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PbEU, L 167); Verordening (EU) nr. 2019/1020 Richtlijn 2004/42/EG Verordeningen (EG) nr. 765/2008 nr. 305/2011 verordening (EU) nr. 2019/1020:van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging vanenen (EU)(PbEU 2019, L 169); Richtlijnen 98/58/EG 1999/74/EG 2007/43/EG 2008/119/EG 2008/120/EG 854/2004 882/2004 89/608/EEG 89/662/EEG 90/425/EEG 91/496/EEG 96/23/EG 96/93/EG 97/78/EG 92/438/EEG verordening (EU) 2017/625: Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de,,,envan de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr.en (EG) nr.van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen,,,,,envan de Raad en Besluitvan de Raad (verordening officiële controles) (PbEU 2017, L 95); verpakking: omhulsel waarin een gewasbeschermingsmiddel of biocide aan of ten behoeve van een gebruiker wordt afgeleverd, of dat daartoe is bestemd. – hoofdstuk 2 voor gewasbeschermingsmiddelen, alsmede voor de toepassing van: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; – voor biociden: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; – artikelen 86 90 voor deen: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met betrekking tot overtredingen met gewasbeschermingsmiddelen of Onze Minister van Infrastructuur en Milieu met betrekking tot overtredingen met biociden; 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder «gebruiken» mede verstaan de aanwezigheid van een werkzame stof, al dan niet in een gewasbeschermingsmiddel of biocide, op of in gebouwen, plaatsen, voorwerpen, de grond dan wel op of in planten of plantaardige producten, met uitzondering van binnen Nederland gebracht uitgangsmateriaal waaronder stekken en zaaizaad, voor zover de werkzame stof in het land van herkomst op het uitgangsmateriaal is toegepast in overeenstemming met de wetgeving van dat land. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 2 — Artikel 2 Mededeling van communautaire maatregelen#
Artikel 2 Mededeling van communautaire maatregelen 1 Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van de vaststelling of wijziging van een communautaire maatregel voor zover daaraan uitvoering moet worden gegeven, onder vermelding van de artikelen van deze wet waarop de desbetreffende communautaire maatregel betrekking heeft. 2 Een communautaire maatregel of wijziging daarvan gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop daaraan uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 2a — Artikel 2a Zorgplicht#
Artikel 2a Zorgplicht Een ieder is verplicht op zorgvuldige wijze om te gaan met gewasbeschermingsmiddelen, biociden, de daarbij behorende werkzame stoffen of daarbij gebruikte toevoegingsstoffen, alsmede restanten daarvan of de aangebroken verpakkingen. Die zorgvuldigheid houdt in ieder geval in, dat een ieder, die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten gevaar ontstaat of kan ontstaan voor een mens, voor een dier of voor planten waarvan de instandhouding gewenst is, voor planten die aan anderen toebehoren, voor de bodem of voor het water, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten, tenzij zulks in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd, dan wel onverwijld alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde voornoemd gevaar te voorkomen of de nadelige gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 3 — Artikel 3 College#
Artikel 3 College Er is een College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het college bezit rechtspersoonlijkheid. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 4 — Artikel 4 Taken college#
Artikel 4 Taken college 1 Het college wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit voor Nederland in de zin van artikel 75 van verordening (EG) 1107/2009. Het college is in dat kader belast met het optreden als rapporteur lidstaat voor de beoordeling van werkzame stoffen, beschermstoffen en synergisten, alsmede met de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen, overeenkomstig verordening (EG) 1107/2009. 2 Het college wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit voor Nederland in de zin van artikel 81, eerste lid, van verordening (EU) Nr. 528/2012, tenzij in deze wet anders is bepaald. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aan het college andere taken worden opgedragen, die samenhangen met het op de markt brengen of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden. 4 In afwijking van het eerste lid is Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit belast met het verstrekken van informatie als bedoeld in artikel 67, eerste lid, derde tekstblok, van verordening (EG) 1107/2009. 5 In afwijking van het eerste lid verstrekt de houder van een toelating aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit informatie over het verkoopvolume van gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 67, derde lid, van Verordening (EG) nr. 1107/2009. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 5 — Artikel 5 Samenstelling college#
Artikel 5 Samenstelling college 1 Het college bestaat uit vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen, en ten hoogste vier plaatsvervangende leden. De benoeming vindt plaats op grond van deskundigheid op het gebied van de taken waarmee het college is belast. 2 De leden wijzen uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter aan. 3 De leden en de plaatsvervangend leden worden voor de duur van vier jaren benoemd. Zij zijn ten hoogste twee keer herbenoembaar. 4 De leden en de plaatsvervangend leden hebben op persoonlijke titel zitting in het college en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. 5 Zolang in een vacature niet is voorzien, vormen de overblijvende leden het college, met de bevoegdheid van het volledig college. 6 Leden en plaatsvervangend leden die zijn benoemd ter vervanging van een tussentijds opengevallen plaats, treden af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats zij zijn benoemd, zou moeten aftreden. 7 artikel 14, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen De bezoldiging dan wel schadeloosstelling, bedoeld in, voor de leden en plaatsvervangende leden van het college komt ten laste van de begroting van het college. 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 6 — Artikel 6 Andere functies#
Artikel 6 Andere functies Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 7 — Artikel 7 Secretariaat#
Artikel 7 Secretariaat 1 Het college heeft een secretaris en een secretariaat. Het secretariaat is belast met de ondersteuning van het college. 2 Na instemming van Onze Minister sluit, wijzigt en beëindigt het college de arbeidsovereenkomst met de secretaris. 3 De secretaris van het college is tevens directeur van het secretariaat. Hij is belast met de dagelijkse leiding daarvan. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Reglement college#
Artikel 8 Reglement college 1 Het college stelt een bestuursreglement vast, waarin in ieder geval wordt geregeld: a. de werkwijze van het college en de taakverdeling tussen de leden, en b. artikel 2:13, derde lid overige zaken betrekking hebbende op de uitvoering van het bij of krachtens deze wet gestelde, waaronder de nadere eisen, bedoeld in, van de Algemene wet bestuursrecht. 2 Het college kan bij het reglement zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte opdragen aan een of meer leden van het college of aan de secretaris. Het kan bepalen dat deze vertegenwoordiging uitsluitend betrekking heeft op bepaalde aangelegenheden. 3 Het college kan bij het reglement de uitoefening van daarbij aan te wijzen taken en bevoegdheden opdragen aan een of meer leden of aan de secretaris. 4 Vervallen. 5 Vervallen. 6 artikelen 2:7, tweede lid 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht In aanvulling op het eerste lid, onderdeel b, kan het college in een bestuursreglement regels stellen voor het bij een schriftelijke aanvraag overleggen van gegevens op een elektronische gegevensdrager en de aanvrager daartoe verplichten, in afwijking van de, en. 2023 183 07-06-2023 10-05-2023 35261 2024 321 05-11-2024 22-10-2024 01-01-2026
Artikel 9 — Artikel 9 Personeel secretariaat#
Artikel 9 Personeel secretariaat Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 10 — Artikel 10 Tarieven college#
Artikel 10 Tarieven college 1 artikel 4 Het college stelt zijn tarieven vast in verband met de uitvoering van de inbedoelde wettelijke taken. Het tarief omvat een jaarlijkse bijdrage ten laste van de houder van een toelating voor ieder toegelaten gewasbeschermingsmiddel dat op 1 februari is opgenomen in het register van het college. 2 De tarieven, bedoeld in het eerste lid, bedragen niet meer dan nodig is ter dekking van de gemaakte kosten in verband met de verrichte activiteiten. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over het maximumtarief of de maximale verhoging per jaar, alsmede voor gewasbeschermingsmiddelen over een verlaging van het tarief voor bepaalde vormen van toelating, bepaalde activiteiten en bepaalde groepen aanvragers van een toelating, overeenkomstig artikel 74, tweede lid, van verordening (EG) 1107/2009. 4 Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de tarieven bedoeld in artikel 80, tweede lid, van verordening (EU) Nr. 528/2012. 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 11 — Artikel 11 Inkomsten#
Artikel 11 Inkomsten De inkomsten van het college bestaan uit: a. artikel 10 de opbrengsten van de tarieven, bedoeld in; b. vergoedingen voor verrichte diensten; c. bijdragen van het Rijk; d. andere baten, hoe ook genoemd. 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 12 — Artikel 12 Verantwoording#
Artikel 12 Verantwoording 1 Het college stelt jaarlijks een werkplan voor het eerstvolgende jaar vast. Het werkplan bevat tevens een visie op de ontwikkelingen voor de eerstvolgende vier jaren met betrekking tot aard en omvang van de aan het college toebedeelde taken en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de organisatie. Het werkplan wordt vóór 1 oktober aan Onze Ministers ter kennis gebracht. 2 Indien de goedkeuring wordt onthouden aan de begroting, is het college gerechtigd gedurende ten hoogste zes maanden voor iedere maand gedurende welke de goedkeuring wordt onthouden, uitgaven te doen ter grootte van ten hoogste een twaalfde deel van de begroting van het voorafgaande jaar waarmee is ingestemd. 3 Onze Minister kan tevens een onderzoek instellen naar de doelmatigheid van het beheer, de organisatie en het beleid van het college alsmede naar de doeltreffendheid van de uitvoering en het beleid van het college. Desgevraagd geeft het college ten behoeve van dit onderzoek inzage van de boeken en bescheiden en verstrekt het alle inlichtingen die voor dit onderzoek nodig geoordeeld worden. 4 artikel 18 artikel 26 artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onze Minister kan nadere regels stellen over de inrichting van het werkplan, bedoeld in het eerste lid, alsmede het jaarverslag, de begroting en de jaarrekening bedoeld, in, respectievelijk, respectievelijk. 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 13 — Artikel 13 Informatieverstrekking#
Artikel 13 Informatieverstrekking Onze Minister stelt na overleg met het college een informatiestatuut vast. Het informatiestatuut bevat regels met betrekking tot de informatievoorziening tussen Onze Ministers en het college. 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 14 — Artikel 14 Beleidsregels#
Artikel 14 Beleidsregels Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 15 — Artikel 15 Bekendmaking#
Artikel 15 Bekendmaking Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 16 — Artikel 16 Taakverwaarlozingsregeling#
Artikel 16 Taakverwaarlozingsregeling Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 17 — Artikel 17 Gegevensbeveiliging#
Artikel 17 Gegevensbeveiliging Vervallen 2009 550 21-12-2009 12-11-2009 31809 2009 625 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 18 — Artikel 18 Definities#
Artikel 18 Definities In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: basisstof: werkzame stof als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van verordening (EG) 1107/2009; milieu: hetgeen daaromtrent is bepaald in artikel 3, onderdeel 13, van verordening (EG) 1107/2009; niet-chemische methoden: methoden die een alternatief vormen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en die berusten op landbouwtechnieken als bedoeld in punt 1 van bijlage III bij richtlijn 2009/128/EG, of fysische, mechanische of biologische bestrijdingsmethoden; op de markt brengen: hetgeen daaromtrent is bepaald in artikel 3, onderdeel 9, van verordening (EG) 1107/2009; risico-indicator: het resultaat van een berekeningsmethode die wordt gebruikt bij de beoordeling van risico’s van gewasbeschermingsmiddelen voor de menselijke gezondheid en het milieu; voorlichter: persoon die beroepsmatig of in het kader van een commerciële dienst advies verstrekt over de bestrijding van schadelijke organismen en het veilig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, in voorkomend geval met inbegrip van particuliere en zelfstandige voorlichtingsdiensten, handelsagenten, levensmiddelenproducenten en detailhandelaren; werkzame stof: hetgeen daaromtrent is bepaald in artikel 2, tweede lid, van verordening (EG) 1107/2009. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 19 — Artikel 19 Gebruik van werkzame stoffen#
Artikel 19 Gebruik van werkzame stoffen Het is verboden een werkzame stof die niet is opgenomen in een toegelaten gewasbeschermingsmiddel te gebruiken, tenzij de stof is goedgekeurd als basisstof op grond van artikel 23 van verordening (EG) 1107/2009. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 20 — Artikel 20 Overtredingen van de verordening#
Artikel 20 Overtredingen van de verordening 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 28, eerste lid, 52, eerste en vijfde lid, 55, 56, eerste lid, 58, eerste lid, en 64, van verordening (EG) 1107/2009 of de ter uitvoering daarvan vastgestelde verordeningen. 2 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 49, vierde lid, 56, tweede of vierde lid, 65, eerste lid, 66 en 67 van verordening (EG) 1107/2009 of de ter uitvoering daarvan vastgestelde verordeningen. 3 Het is verboden een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel of toevoegingsstof voorhanden of op voorraad te hebben. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 21 — Artikel 21 Behandeld zaaizaad#
Artikel 21 Behandeld zaaizaad Het is verboden zaad van een plant, dat met een gewasbeschermingsmiddel is behandeld, op de markt te brengen of te gebruiken in Nederland, tenzij aangetoond kan worden dat het zaad is behandeld met een gewasbeschermingsmiddel dat als zodanig is toegelaten in een lidstaat van de Europese Unie. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 22 — Artikel 22 Voorschriften en beperkingen#
Artikel 22 Voorschriften en beperkingen 1 Het is verboden een toegelaten gewasbeschermingsmiddel op de markt te brengen of te gebruiken, indien de wettelijke of door het college bij de toelating vastgestelde voorschriften of beperkingen niet of niet op de voorgeschreven wijze op, aan of bij de verpakking zijn vermeld. 2 Het is verboden een gewasbeschermingsmiddel op de markt te brengen of te gebruiken, indien het gehalte aan werkzame stof en de verdere samenstelling waaronder beschermstoffen, synergisten of formuleringshulpstoffen, kleur, vorm, afwerking, verpakking, andere aanduidingen of vermeldingen afwijken van de toelating of de desbetreffende voorschriften, gesteld bij of krachtens deze wet, verordening (EG) 1107/2009 of een ter uitvoering van die verordening vastgestelde verordening. 3 artikel 19 20 De inofof het eerste en tweede lid bedoelde verboden gelden niet voor zover het college een voorziening heeft getroffen voor het kunnen verwijderen, op de markt brengen, opslaan of gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 46 van verordening (EG) 1107/2009. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 23 — Artikel 23 Procedure#
Artikel 23 Procedure Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 24 — Artikel 24 De aanvrager#
Artikel 24 De aanvrager Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 25 — Artikel 25 De aanvraag#
Artikel 25 De aanvraag Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 26 — Artikel 26 Proeven op gewervelde dieren#
Artikel 26 Proeven op gewervelde dieren Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 27 — Artikel 27 Gegevensbescherming#
Artikel 27 Gegevensbescherming Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 28 — Artikel 28 Nadere regels voor het op de markt brengen#
Artikel 28 Nadere regels voor het op de markt brengen 1 Bij regeling van Onze Minister kunnen ter uitvoering van verordening (EG) 1107/2009 regels worden gesteld over: De regels, bedoeld in onderdeel b, kunnen inhouden dat proeven en analysen eerst worden erkend of een aanvraag daartoe eerst in behandeling wordt genomen, nadat een daarvoor vastgesteld tarief is voldaan. a. de wijze van totstandkoming en de inhoud van een afbouwplan, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van verordening (EG) 1107/2009; b. de erkenning van proeven en analysen, bedoeld in artikel 29, derde lid, van verordening (EG) 1107/2009; c. de specifieke gebruiksomstandigheden in verband met milieu of landbouw en de in verband daarmee te stellen nationale risicobeperkende maatregelen, bedoeld in artikel 36, derde lid, van verordening (EG) 1107/2009; d. de vereenvoudiging of stimulering van aanvragen voor toelating in verband met de uitbreiding voor een kleine toepassing van een bestaande toelating, bedoeld in artikel 51 van verordening (EG) 1107/2009; e. de etikettering van gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in artikel 65 van verordening (EG) 1107/2009. 2 Bij regeling van Onze Minister kunnen ter uitvoering van artikel 81 van verordening (EG) 1107/2009 regels worden gesteld over beschermstoffen, synergisten, formuleringshulpstoffen en toevoegingsstoffen. Deze regels kunnen betrekking hebben op de kwaliteit of samenstelling van deze stoffen en een verbod op of beperking van het op de markt brengen of gebruik inhouden. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van artikel 36, eerste lid, van verordening (EG) 1107/2009, regels worden vastgesteld over de toepassing van de in dat artikel bedoelde uniforme beginselen, voor zover voor de toepassing van die beginselen geen beoordelingsmethoden in richtsnoeren als bedoeld in artikel 77 van die verordening zijn gesteld. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 29 — Artikel 29 Voorschriften#
Artikel 29 Voorschriften 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van artikel 13, tweede lid, van richtlijn 2009/128/EG regels worden gesteld voor de toelating of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor niet-professioneel gebruik, teneinde gevaarlijke situaties te vermijden. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de mate van toxiciteit van het gewasbeschermingsmiddel; b. gebruiksklare formuleringen; c. beperkingen aan het formaat van de verpakking. 2 Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanpassing van het etiket van een gewasbeschermingsmiddel nadat de gevaarsclassificatie van een gewasbeschermingsmiddel is gewijzigd, overeenkomstig artikel 31, tweede lid, van verordening (EG) 1107/2009. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van artikel 31, tweede en vierde lid, van verordening (EG) 1107/2009 regels worden gesteld over de door het college bij de toelating te stellen voorschriften, waaronder in ieder geval bij gebruik van het gewasbeschermingsmiddel in acht te nemen herbetredingstermijnen, voorzorgsmaatregelen en veiligheidsadviezen ter bescherming van de gebruiker of andere personen, die tijdens of na het gebruik met het gewasbeschermingsmiddel zelf of een daarmee behandeld product of materiaal in aanraking kunnen komen. 4 De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 30 — Artikel 30 paragrafen 1 2 Toepasselijkheiden#
Artikel 30 paragrafen 1 2 Toepasselijkheiden Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 31 — Artikel 31 Vereenvoudigde uitbreidingstoelating#
Artikel 31 Vereenvoudigde uitbreidingstoelating Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 32 — Artikel 32 Afgeleide toelating#
Artikel 32 Afgeleide toelating Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 33 — Artikel 33 Parallelle toelating#
Artikel 33 Parallelle toelating Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 34 — Artikel 34 Voorlopige toelating#
Artikel 34 Voorlopige toelating Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 35 — Artikel 35 Toelating op aanvraag van Onze Minister#
Artikel 35 Toelating op aanvraag van Onze Minister Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 36 — Artikel 36 Wederzijdse erkenning van de toelating#
Artikel 36 Wederzijdse erkenning van de toelating Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 37 — Artikel 37 Proeven en experimenten#
Artikel 37 Proeven en experimenten 1 artikelen 19 20, eerste lid 22, eerste en tweede lid Op aanvraag kan het college ontheffing verlenen van de verboden, bedoeld in de,, en, in verband met het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel in een proef of experiment voor onderzoek of ontwikkelingsdoeleinden als bedoeld in artikel 54 van verordening (EG) 1107/2009. 2 artikelen 19 20, eerste lid Onze Minister kan op aanvraag een bedrijf of instelling waar proeven of experimenten worden uitgevoerd, erkennen. Op erkende bedrijven en instellingen zijn de,, met betrekking tot de daarin genoemde artikelen 28, eerste lid, en 55 van verordening (EG) 1107/2009, en 22, eerste en tweede lid, niet van toepassing. 3 Aan een ontheffing of erkenning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 4 Bij regeling van Onze Minister kunnen ter uitvoering van artikel 54 van verordening (EG) 1107/2009 regels worden gesteld over de voorwaarden voor de verlening van een ontheffing of erkenning, bedoeld in het eerste respectievelijk tweede lid. 5 Bij de regeling bedoeld in het vierde lid kan tevens worden bepaald dat een aanvraag eerst in behandeling wordt genomen nadat een daarvoor vastgesteld bedrag is voldaan en dat alvorens een ontheffing of erkenning kan worden verleend een onderzoek ter plaatse noodzakelijk is, waarvan de kosten ten laste van de begunstigde worden gebracht. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 38 — Artikel 38 Noodsituaties#
Artikel 38 Noodsituaties 1 artikelen 19 20 22 Onze Minister kan ambtshalve of op aanvraag vrijstelling verlenen van de verboden, bedoeld in de,en, voor het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel overeenkomstig artikel 53 van verordening (EG) 1107/2009. 2 Een vrijstelling wordt in ieder geval verleend ter uitvoering van een communautaire maatregel, die is gericht op een te bestrijden gevaar. 3 Aan een vrijstelling kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 4 artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht Indien een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, kan Onze Minister bepalen dat de vrijstelling onmiddellijk na haar bekendmaking in werking treedt. In dat geval kan het vrijstellingsbesluit op andere dan de inbedoelde wijze worden bekendgemaakt. 5 Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat een aanvraag eerst in behandeling wordt genomen nadat een daarvoor vastgesteld bedrag is voldaan. Tevens kunnen regels worden gesteld omtrent de te volgen procedure en minimumvoorwaarden voor vrijstelling. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 39 — Artikel 39 Tijdelijk beperken of verbieden#
Artikel 39 Tijdelijk beperken of verbieden Het college kan ter uitvoering van artikel 71, eerste lid, van verordening (EG) 1107/2009 het op de markt brengen of het gebruik van een toegelaten gewasbeschermingsmiddel, met inbegrip van met een gewasbeschermingsmiddel behandeld zaaizaad, of een goedgekeurde werkzame stof, beschermstof, synergist of formuleringshulpstof tijdelijk beperken of verbieden, indien er duidelijke aanwijzingen bestaan dat het gewasbeschermingsmiddel, het met een gewasbeschermingsmiddel behandelde zaaizaad of de stof een ernstig risico inhoudt voor de gezondheid van mens en dier of voor het milieu. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 40 — Artikel 40 Bekendmaking#
Artikel 40 Bekendmaking Een besluit tot toelating of vrijstelling van een gewasbeschermingsmiddel, alsmede een tijdelijke beperking van of verbod op het op de markt brengen of gebruik van een toegelaten gewasbeschermingsmiddel, wordt in de Staatscourant bekendgemaakt en medegedeeld aan de aanvrager. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 41 — Artikel 41 Exclusieve economische zone#
Artikel 41 Exclusieve economische zone Dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op biociden en behandelde voorwerpen binnen de exclusieve economische zone. 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 42 — Artikel 42 Definities biociden#
Artikel 42 Definities biociden In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: op de markt aanbieden: de levering van een biocide of een behandeld voorwerp voor distributie of gebruik in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder i, van verordening (EU) Nr. 528/2012; toelating: toelating als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder o, van verordening (EU) Nr. 528/2012. 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 43 — Artikel 43 verordening (EU) nr. 2019/1020 Overtredingen van de verordening en van de#
Artikel 43 verordening (EU) nr. 2019/1020 Overtredingen van de verordening en van de 1 Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 17, eerste, vijfde en zesde lid, artikel 27, eerste lid, 47, eerste lid, 56, 58, eerste tot en met het zesde lid, 62, 68, eerste lid, 69, eerste en tweede lid, 72, eerste en derde lid en 95, tweede lid, van verordening (EU) Nr. 528/2012 of de ter uitvoering daarvan vastgestelde verordeningen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien het handelen, bedoeld in het eerste lid overeenkomstig verordening (EU) Nr. 528/2012 is toegestaan. 3 Het is verboden biociden zonder toelating voorhanden of op voorraad te hebben. 4 Het is verboden in strijd te handelen met een passende voorlopige maatregel, bedoeld in artikel 88 van verordening (EU) Nr. 528/2012. 5 verordening (EU) nr. 2019/1020 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 7 van. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 44 — Artikel 44 Respijtperiode#
Artikel 44 Respijtperiode artikel 43 De inbedoelde verboden gelden niet in de respijtperiode bedoeld in artikel 52 van verordening (EU) Nr. 528/2012. 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 01-01-2015
Artikel 45 — Artikel 45 Nadere regels voor het op de markt brengen#
Artikel 45 Nadere regels voor het op de markt brengen Bij regeling van Onze Minister kunnen ter uitvoering van verordening (EU) Nr. 528/2012 regels worden gesteld over: a. vrijstellingen van verordening (EU) Nr. 528/2012 met betrekking tot bepaalde biociden vanwege belangen op het gebied van defensie, bedoeld in artikel 2, achtste lid, van verordening (EU) Nr. 528/2012; b. de etikettering van biociden, bedoeld in artikel 69, derde lid, onder b, van verordening (EU) Nr. 528/2012. 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 46 — Artikel 46 Afwijkingen van de eisen#
Artikel 46 Afwijkingen van de eisen 1 artikel 43, eerste lid Onze Minister kan ter uitvoering van artikel 55 van verordening (EU) Nr. 528/2012 ambtshalve of op aanvraag vrijstelling verlenen van het verbod, bedoeld in, om te handelen in strijd met artikel 17, eerste lid, van verordening (EU) Nr. 528/2012 en van de voorwaarden van artikel 19 van verordening (EU) Nr. 528/2012 inzake het verlenen van een toelating voor een biocide. 2 artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht Indien een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, kan Onze Minister bepalen dat de vrijstelling onmiddellijk na haar bekendmaking in werking treedt. In dat geval kan het vrijstellingsbesluit op andere dan de inbedoelde wijze worden bekendgemaakt. 3 Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat een aanvraag eerst in behandeling wordt genomen nadat een bij die regeling vastgesteld bedrag is voldaan op een daarbij te bepalen wijze. Bij regeling van Onze Minister kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de te volgen procedure en de minimumvoorwaarden voor vrijstelling. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 47 — Artikel 47 Toelating voor het op de markt aanbieden van biociden volgens de vereenvoudigde toelatingsprocedure#
Artikel 47 Toelating voor het op de markt aanbieden van biociden volgens de vereenvoudigde toelatingsprocedure Het college is belast met de uitvoering van artikel 27 van verordening (EU) Nr. 528/2012. 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 48 — Artikel 48 Tijdelijk beperken of verbieden#
Artikel 48 Tijdelijk beperken of verbieden Het college is belast met de uitvoering van artikel 88 van verordening (EU) Nr. 528/2012. 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 49 — Artikel 49 Bekendmaking#
Artikel 49 Bekendmaking Een besluit omtrent toelating of vrijstelling van een biocide van Onze Minister of het college, wordt in de Staatscourant bekendgemaakt en medegedeeld aan de aanvrager en de houder van de toelating. 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 50 — Artikel 50 Voorschriften#
Artikel 50 Voorschriften Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 51 — Artikel 51 paragrafen 1 2 Toepasselijkheiden#
Artikel 51 paragrafen 1 2 Toepasselijkheiden Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 52 — Artikel 52 Afgeleide toelating#
Artikel 52 Afgeleide toelating Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 53 — Artikel 53 Parallelle toelating#
Artikel 53 Parallelle toelating Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 54 — Artikel 54 Voorlopige toelating#
Artikel 54 Voorlopige toelating Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 55 — Artikel 55 Toelating op aanvraag van Onze Minister#
Artikel 55 Toelating op aanvraag van Onze Minister Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 56 — Artikel 56 Wederzijdse erkenning van de toelating#
Artikel 56 Wederzijdse erkenning van de toelating Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 57 — Artikel 57 Toepasselijke procedure#
Artikel 57 Toepasselijke procedure Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 58 — Artikel 58 Voorwaarden#
Artikel 58 Voorwaarden Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 59 — Artikel 59 Aanvraag#
Artikel 59 Aanvraag Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 60 — Artikel 60 Wederzijdse erkenning registratie#
Artikel 60 Wederzijdse erkenning registratie Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 61 — Artikel 61 Weigering van wederzijdse erkenning registratie#
Artikel 61 Weigering van wederzijdse erkenning registratie Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 62 — Artikel 62 De kaderformulering#
Artikel 62 De kaderformulering Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 63 — Artikel 63 De basisstof#
Artikel 63 De basisstof Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 64 — Artikel 64 Proeven#
Artikel 64 Proeven Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 65 — Artikel 65 Niet op andere wijze te bestrijden gevaar#
Artikel 65 Niet op andere wijze te bestrijden gevaar Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 66 — Artikel 66 Verlenging#
Artikel 66 Verlenging Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 67 — Artikel 67 Tijdelijk beperken of verbieden#
Artikel 67 Tijdelijk beperken of verbieden Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 68 — Artikel 68 Wijziging of intrekking#
Artikel 68 Wijziging of intrekking Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 69 — Artikel 69 Bekendmaking#
Artikel 69 Bekendmaking Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 70 — Artikel 70 Openbaarmaking en vertrouwelijkheid#
Artikel 70 Openbaarmaking en vertrouwelijkheid Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 71 — Artikel 71 Opleiding en bewijs van vakbekwaamheid#
Artikel 71 Opleiding en bewijs van vakbekwaamheid 1 artikel 18 Het is verboden zonder een geldig bewijs van vakbekwaamheid op te treden als voorlichter als bedoeld inof een gewasbeschermingsmiddel, toegelaten voor professioneel gebruik, te ontvangen, te gebruiken of voorhanden te hebben, behoudens in bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ter uitvoering van artikel 5 van richtlijn 2009/128/EG regels gesteld over: a. de eisen en procedures voor het verkrijgen van een bewijs van vakbekwaamheid; b. de geldigheidsduur van een bewijs van vakbekwaamheid, c. artikel 85 de eisen en procedures voor het intrekken van een bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in, en d. het vernieuwen van een bewijs van vakbekwaamheid. 3 Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over: a. de instanties die een bewijs van vakbekwaamheid kunnen verlenen of intrekken, b. het tarief dat in rekening wordt gebracht voor het verkrijgen of wederom verkrijgen van een bewijs van vakbekwaamheid, c. overige eisen en procedures in verband met de implementatie van artikel 5 van richtlijn 2009/128/EG. 4 Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op biociden, toegelaten voor professioneel gebruik, in de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen. 2020 65 19-02-2020 05-02-2020 35083 2021 100 26-02-2021 23-02-2021 01-03-2021
Artikel 72 — Artikel 72 Aanprijzing#
Artikel 72 Aanprijzing 1 Het is verboden een niet toegelaten biocide aan te bevelen of aan te prijzen. 2 Het is verboden het gebruik van een biocide aan te bevelen of aan te prijzen in strijd met de voor dat gebruik geldende voorschriften. 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 73 — Artikel 73 Distributie#
Artikel 73 Distributie 1 Een distributeur brengt een gewasbeschermingsmiddel, niet zijnde een gewasbeschermingsmiddel toegelaten voor niet-professioneel gebruik, uitsluitend op de markt voor een klant die over een geldig bewijs van vakbekwaamheid beschikt. 2 Een distributeur zorgt ervoor dat hij of voldoende van zijn personeel over een bewijs van vakbekwaamheid beschikt, alsmede dat hij of dat personeel op het tijdstip van verkoop beschikbaar is voor klanten, in verband met de voorlichtende taak, bedoeld in het derde lid. Deze verplichting is niet van toepassing op gewasbeschermingsmiddelen die zijn toegelaten voor niet-professioneel gebruik. 3 Een distributeur of zijn personeel geeft voorlichting aan klanten over: a. het juiste gebruik van een gewasbeschermingsmiddel; b. de risico’s van dat gebruik voor de gezondheid en voor het milieu; en c de geldende veiligheidsinstructies voor het gewasbeschermingsmiddel. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de verstrekking van algemene informatie door distributeurs of producenten aan niet-professionele gebruikers over de risico's van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden voor de gezondheid van mens en dier of voor het milieu. De informatieverplichting omvat ten minste blootstelling, een veilige opslag, een veilig gebruik en veilige verwijdering van restanten volgens de geldende regels, alsmede informatie over alternatieve bestrijdingsmethoden die minder risico opleveren. 5 Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een distributeur van biociden in de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 74 — Artikel 74 Invoer, vervoer en uitvoer van niet-toegelaten middelen#
Artikel 74 Invoer, vervoer en uitvoer van niet-toegelaten middelen 1 artikel 43 Het binnen Nederland brengen, de productie, de opslag en het vervoer van niet-toegelaten biociden zijn in afwijking vantoegestaan, indien aangetoond kan worden dat de biociden zijn bestemd voor gebruik in een andere lidstaat van de Europese Unie waar de biociden wel zijn toegelaten, of voor gebruik in een derde land en aldaar niet verboden zijn, en is voldaan aan bij regeling van Onze Minister gestelde voorschriften. 2 artikel 20 De productie, de opslag en het vervoer van niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen zijn in afwijking vantoegestaan, indien aangetoond kan worden dat de gewasbeschermingsmiddelen zijn bestemd voor gebruik in een andere lidstaat van de Europese Unie en het bewuste gewasbeschermingsmiddel daar is toegelaten, of voor gebruik in een derde land, en is voldaan aan bij regeling van Onze Minister gestelde voorschriften in verband met het kunnen controleren dat het bewuste middel niet op het Nederlandse grondgebied wordt gebruikt dan wel daadwerkelijk wordt uitgevoerd. 3 De voorschriften bedoeld in het eerste en het tweede lid hebben betrekking op: a. de bescheiden waarmee kan worden aangetoond dat het gewasbeschermingsmiddel of de biocide is bestemd voor een andere lidstaat of een derde land; b. eisen met betrekking tot de verpakking, de etikettering, de opslag, het vervoer en de administratie van de bewuste partij gewasbeschermingsmiddelen of biociden; en c. andere eisen voor zover nodig voor een goede uitvoering van artikel 28, tweede lid, onderdelen c en d, van verordening (EG) 1107/2009. 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 01-01-2015
Artikel 75 — Artikel 75 Nadere regelgeving op de markt brengen#
Artikel 75 Nadere regelgeving op de markt brengen 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het op de markt brengen of gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen of biociden nadere regels worden gesteld over onder meer: a. het aanbevelen of aanprijzen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden; b. de administratie van biociden en gewasbeschermingsmiddelen; c. het vervoer en de opslag van gewasbeschermingsmiddelen of biociden; d. de wijze van afleveren van gewasbeschermingsmiddelen of biociden. 2 De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 76 — Artikel 76 Bewijs van vakbekwaamheid#
Artikel 76 Bewijs van vakbekwaamheid Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 artikel 73 artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht De klant, bedoeld in, legitimeert zich op verzoek van de distributeur of zijn personeel met een document als bedoeld in. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 78 — Artikel 78 Geïntegreerde gewasbescherming en juist gebruik van biociden#
Artikel 78 Geïntegreerde gewasbescherming en juist gebruik van biociden 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over juist gebruik van biociden of geïntegreerde gewasbescherming overeenkomstig artikel 14 van richtlijn 2009/128/EG en artikel 55 van verordening (EG) 1107/2009. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het gebruik van biociden wordt geadministreerd. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 79 — Artikel 79 Goede praktijken#
Artikel 79 Goede praktijken Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van goede praktijken bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 80 — Artikel 80 Toepassingsmethoden en -apparatuur#
Artikel 80 Toepassingsmethoden en -apparatuur 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de productie, het op de markt brengen of het gebruik van voertuigen, vaartuigen, luchtvaartuigen, apparatuur voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen of andere methoden, technieken en materialen, zowel in de open lucht als in besloten ruimten. Deze regels kunnen een verbod of beperking van het gebruik inhouden. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van artikel 8 van richtlijn 2009/128/EG regels worden gesteld over een keuring van in gebruik zijnde apparatuur voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Deze regels omvatten de keuringsfrequentie, de keuringseisen, de keuringsinstanties, het in rekening te brengen tarief voor de keuring en de mogelijkheid van vrijstelling voor aan te wijzen types apparatuur. 3 De voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 80a — Artikel 80a Bescherming van milieu en volksgezondheid#
Artikel 80a Bescherming van milieu en volksgezondheid Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden in specifieke gebieden als bedoeld in artikel 12 van richtlijn 2009/128/EG. Deze regels kunnen een verbod inhouden dan wel zijn gericht op een vermindering van het gebruik van alle of een bepaald type gewasbeschermingsmiddelen of biociden in bij die maatregel aangewezen gebieden. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 81 — Artikel 81 Vergunning tot toepassing#
Artikel 81 Vergunning tot toepassing 1 artikel 80, eerste lid Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de toepassing van een gewasbeschermingsmiddel of biocide of een gebruik als bedoeld in, alleen is toegestaan na ontheffing, vergunning of vrijstelling door Onze Minister of nadat van vorenbedoelde toepassing of gebruik melding is gedaan aan Onze Minister. 2 Aan vergunningen kunnen voorschriften worden verbonden. 3 Vergunningen kunnen onder beperkingen worden verleend. 4 Het bepaalde in het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing op ontheffingen, vrijstellingen of meldingen als bedoeld in het eerste lid. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 81a — Artikel 81a Nationaal actieplan#
Artikel 81a Nationaal actieplan 1 Onze Ministers stellen een nationaal actieplan op ter uitvoering van artikel 4 van richtlijn 2009/128/EG. 2 Het plan wordt ten minste iedere vijf jaren herzien. 3 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding en wijziging van een nationaal actieplan isvan toepassing. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 81b — Artikel 81b Bevoegde autoriteit#
Artikel 81b Bevoegde autoriteit Onze Minister wordt aangewezen als bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 3, derde lid, van verordening (EU) 2017/625 voor zover het betreft het gebied, genoemd in artikel 1, tweede lid, onderdeel h, van verordening (EU) 2017/625. 2020 65 19-02-2020 05-02-2020 35083 2021 100 26-02-2021 23-02-2021 01-03-2021
Artikel 82 — Artikel 82 Aanwijzing toezichthouders#
Artikel 82 Aanwijzing toezichthouders 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet of onderdelen daarvan zijn belast de bij besluit van Onze Ministers aangewezen ambtenaren. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 3 Onze Minister regelt de taakverdeling tussen de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. 4 De door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, verstrekken elkaar ter uitvoering van hun taak uit eigen beweging of desgevraagd onderling de voor de uitvoering van hun taak noodzakelijke gegevens. 2020 65 19-02-2020 05-02-2020 35083 2021 100 26-02-2021 23-02-2021 01-03-2021
Artikel 83 — Artikel 83 Regels over monsterneming#
Artikel 83 Regels over monsterneming Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over de wijze van monsterneming, het verpakken en het verzegelen van monsters. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 84 — Artikel 84 Binnentreden woningen#
Artikel 84 Binnentreden woningen Een toezichthouder is bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 84a — Artikel 84a#
Artikel 84a 1 Distributeurs en gebruikers zijn een retributie verschuldigd voor herinspectie. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de retributie. 3 Het tarief van de retributie wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. 4 Onze Minister kan de verschuldigde bedragen, verhoogd met de invorderingskosten, invorderen bij dwangbevel. 5 De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 6 Een krachtens het derde lid vast te stellen ministeriële regeling wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging. 2020 65 19-02-2020 05-02-2020 35083 2021 100 26-02-2021 23-02-2021 01-03-2021
Artikel 85 — Artikel 85 Intrekking bewijs van vakbekwaamheid of vergunning#
Artikel 85 Intrekking bewijs van vakbekwaamheid of vergunning 1 Een bewijs van vakbekwaamheid ten behoeve van het verrichten van handelingen ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen of biociden, wordt ingetrokken indien niet langer wordt voldaan aan de eisen die ter zake van het verkrijgen of behouden van een zodanig bewijs van vakbekwaamheid bij of krachtens deze wet is gesteld. 2 Een bewijs van vakbekwaamheid wordt niet eerder ingetrokken dan nadat gedurende een redelijke termijn gelegenheid is gegeven alsnog aan de in het eerste lid bedoelde eisen te voldoen. 3 Omgevingswet Een bewijs van vakbekwaamheid kan tevens worden ingetrokken indien degene aan wie een bewijs van vakbekwaamheid is verleend, dan wel een persoon voor wie diegene verantwoordelijk is of geacht wordt verantwoordelijk te zijn, heeft gehandeld in strijd met bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften of krachtens degestelde voorschriften voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden bij het verrichten van activiteiten. 4 Bij een intrekking als bedoeld in het derde lid kan het bestuursorgaan bepalen dat degene tot wie het bewijs van vakbekwaamheid was gericht gedurende een door dat bestuursorgaan te bepalen termijn niet in aanmerking komt voor een zelfde bewijs van vakbekwaamheid. 5 Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een vergunning, ontheffing of erkenning die ingevolge deze wet wordt verleend. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 86 — Artikel 86 Bestuursdwang#
Artikel 86 Bestuursdwang Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 87 — Artikel 87 Stillegging van activiteiten#
Artikel 87 Stillegging van activiteiten 1 artikel 82 De ingevolgeaangewezen ambtenaren zijn, indien naar hun redelijk oordeel ernstig gevaar voor personen, planten, dieren of het milieu bestaat, bevoegd mondeling of bij gedagtekend schrijven te bevelen dat: a. door hen aan te wijzen werkzaamheden met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen of biociden of met betrekking tot met die middelen behandelde gebouwen, plaatsen of voorwerpen worden gestaakt dan wel niet worden aangevangen en b. in of op door hen aan te wijzen plaatsen geen personen mogen verblijven. 2 Een mondeling bevel wordt zo snel mogelijk schriftelijk bevestigd aan degene die verantwoordelijk is voor de aangewezen werkzaamheden of voor de gang van zaken in of op de aangewezen plaats. 3 Degene tot wie een bevel als bedoeld in het eerste lid is gericht, is verplicht de inhoud van dat bevel ter kennis te brengen van een ieder wie het bevel aangaat. 4 Zodra naar het oordeel van de ambtenaar die een bevel als bedoeld in het eerste lid heeft gegeven, geen ernstig gevaar meer aanwezig is, trekt deze het bevel in. 5 Degene die een bevel als bedoeld in het eerste lid heeft gegeven, is bevoegd met betrekking tot dat bevel de nodige maatregelen te treffen, met inbegrip van oplegging van een last onder bestuursdwang, de nodige aanwijzingen te geven en zo nodig de hulp van de sterke arm in te roepen. 6 Ieder wie het aangaat is verplicht zich te gedragen overeenkomstig een krachtens dit artikel gegeven bevel of aanwijzing. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 87a — Artikel 87a Andere bestuursrechtelijke maatregelen#
Artikel 87a Andere bestuursrechtelijke maatregelen Onze Minister is bevoegd ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels maatregelen te treffen als bedoeld in artikel 138, tweede lid, onderdelen d en g, van verordening (EU) 2017/625. 2020 65 19-02-2020 05-02-2020 35083 2021 100 26-02-2021 23-02-2021 01-03-2021
Artikel 88 — Artikel 88 Verhalen schade#
Artikel 88 Verhalen schade 1 Een overheidslichaam kan – behoudens matiging door de rechter – de te zijnen laste komende kosten van beheer, verwijdering, of vernietiging van gewasbeschermingsmiddelen of biociden, ten aanzien waarvan in strijd is gehandeld met het bij of krachtens deze wet bepaalde, verhalen op degene door wiens onrechtmatige daad die kosten zijn veroorzaakt, of op degene die anderszins krachtens burgerlijk recht buiten overeenkomst aansprakelijk is voor de gevolgen daarvan. 2 Een overheidslichaam kan in een geval als bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de regels betreffende ongerechtvaardigde verrijking, de daar bedoelde kosten verhalen op degene die door het beheer van de betrokken gewasbeschermingsmiddelen of biociden ongerechtvaardigd wordt verrijkt. 3 Voor de toepassing van dit artikel is niet vereist dat op het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde handeling met de in dat lid bedoelde gewasbeschermingsmiddelen en biociden zich heeft voorgedaan, reeds jegens de overheid onrechtmatig werd gehandeld. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 88a — Artikel 88a#
Artikel 88a 1 artikel 82, eerste lid artikel 5:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht verordening (EU) nr. 2019/1020 De ingevolge, aangewezen ambtenaren, zijn in afwijking van, bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen a, d en e, van. 2 Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering Voor het uitoefenen van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen.is van overeenkomstige toepassing. 3 Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het tweede lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht. 4 artikelen 2 3 van de Algemene wet op het binnentreden Deenzijn niet van toepassing. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 88b — Artikel 88b#
Artikel 88b 1 artikel 82, eerste lid verordening (EU) nr. 2019/1020 Artikel 5:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een krachtens, aangewezen ambtenaar is bevoegd om, ter uitvoering van, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot zijn identiteit en hoedanigheid, biociden te verkrijgen en hieraan gerelateerde handelingen te verrichten, verrichten voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is.is niet van toepassing. 2 De ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt: a. zijn naam of nummer en hoedanigheid; b. de motivering van de noodzaak tot uitoefening van de bevoegdheid; c. de voorschriften op de naleving waarvan wordt toegezien; d. het adres, waaronder indien van toepassing het elektronische adres, waar de biocide is verkregen, en voor zover bekend, de omschrijving van de betrokken marktdeelnemer; e. de onjuiste of onvolledige gegevens die zijn verstrekt de verkrijging van de biocide; f. de wijze waarop en het tijdvak waarin de handelingen hebben plaatsgevonden; g. wat de uitkomst is van het onderzoek van de verkregen biocide. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 88c — Artikel 88c#
Artikel 88c 1 verordening (EU) nr. 2019/1020 verordening (EU) nr. 2019/1020 verordening (EU) 2019/1020 verordening (EU) nr. 2019/1020 Ter uitvoering vankan Onze Minister, indien er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van, gevormd door een biocide, weg te nemen, een zelfstandige last opleggen aan degene die daartoe in staat is, om inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, vanof opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing voor eindgebruikers, bedoeld in artikel 3, onderdeel 21, van, wanneer zij zich toegang verschaffen tot een online interface. 2 verordening (EU) nr. 2019/1020 Indien niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan een last als bedoeld in het eerste lid is voldaan, kan Onze Minister een zelfstandige last opleggen aan een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij, als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, vanom alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een online interface te beperken, onder meer door een daarvoor in aanmerking komende derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren. 3 Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of tweede lid is gericht, handelt overeenkomstig die last. 4 Op grond van het eerste of tweede lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt tot het blokkeren of filteren van internetverkeer. 5 Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of tweede lid is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen.is van overeenkomstige toepassing. 6 Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vijfde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister, binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht. 7 Onze Minister maakt de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld in het eerste of tweede lid, bekend. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 88d — Artikel 88d#
Artikel 88d Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht verordening (EU) nr. 2019/1020 artikel 82, eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor zover een krachtens, aangewezen ambtenaar bijstand verleent aan een markttoezichtautoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van, uit een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van artikel 22 of artikel 23 van die verordening. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 89 — Artikel 89 Begripsbepalingen#
Artikel 89 Begripsbepalingen Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 90 — Artikel 90 Bestuurlijke boete#
Artikel 90 Bestuurlijke boete artikel 2a 19 20 21 22 28 29 37, derde lid 38, derde lid 39 43, met uitzondering van het vijfde lid 71 tot en met 81 87, zesde lid 115 118 Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens,,,,,,,,,,,,,of. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 91 — Artikel 91 Geen straf zonder schuld#
Artikel 91 Geen straf zonder schuld Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 92 — Artikel 92 Ne bis in idem#
Artikel 92 Ne bis in idem Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 93 — Artikel 93 Verhouding tot strafvervolging#
Artikel 93 Verhouding tot strafvervolging Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 94 — Artikel 94 Afstemming met openbaar ministerie#
Artikel 94 Afstemming met openbaar ministerie Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij is begaan daartoe aanleiding geven, wordt zij aan het openbaar ministerie voorgelegd. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 95 — Artikel 95 Vervallen van de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete#
Artikel 95 Vervallen van de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 96 — Artikel 96 Proportionaliteit en evenredigheid#
Artikel 96 Proportionaliteit en evenredigheid Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 97 — Artikel 97 Hoogte bestuurlijke boete#
Artikel 97 Hoogte bestuurlijke boete 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete die voor een overtreding of voor categorieën van overtredingen ten hoogste kan worden opgelegd. 2 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht De op grond van het eerste lid te bepalen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is bepaald voor de vijfde categorie, bedoeld in, per overtreding begaan door een natuurlijke persoon, en ten hoogste het bedrag dat is bepaald voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht per overtreding, begaan door een rechtspersoon of een vennootschap, of, indien dat meer is, 10 procent van de jaaromzet in het boekjaar voorafgaande aan het boekjaar waarin de boete wordt opgelegd. 3 artikel 377, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De berekening van de omzet, bedoeld in het tweede lid, geschiedt op voet van het bepaalde invoor de netto-omzet. 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 98 — Artikel 98 Boeterapport#
Artikel 98 Boeterapport Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 99 — Artikel 99 Recht op inzage#
Artikel 99 Recht op inzage Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 100 — Artikel 100 Zienswijze overtreder#
Artikel 100 Zienswijze overtreder Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 101 — Artikel 101 Zwijgrecht#
Artikel 101 Zwijgrecht Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 102 — Artikel 102 Beslistermijn#
Artikel 102 Beslistermijn Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 103 — Artikel 103 Beschikking#
Artikel 103 Beschikking Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 104 — Artikel 104 Betaling#
Artikel 104 Betaling Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 105 — Artikel 105 Uitstel van betaling#
Artikel 105 Uitstel van betaling Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 106 — Artikel 106 Verzuim#
Artikel 106 Verzuim Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 107 — Artikel 107 Aanmaning#
Artikel 107 Aanmaning Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 artikel 4:87 van de Algemene wet bestuursrecht Bij gebreke van volledige betaling binnen de inbedoelde termijn kan Onze Minister de verschuldigde bestuurlijke boete invorderen bij dwangbevel. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 109 — Artikel 109 Geen zienswijze bij aanmaning en dwangbevel#
Artikel 109 Geen zienswijze bij aanmaning en dwangbevel Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 110 — Artikel 110 Bekendmaking dwangbevel#
Artikel 110 Bekendmaking dwangbevel Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 111 — Artikel 111 Verzoek tot algemeen verbindend verklaring#
Artikel 111 Verzoek tot algemeen verbindend verklaring 1 hoofdstuk 6, paragraaf 1 Onze Minister kan op een met redenen omkleed verzoek bepalingen van een schriftelijke overeenkomst tussen degenen die in de uitoefening van beroep of bedrijf handelingen verrichten met gewasbeschermingsmiddelen of biociden, algemeen verbindend verklaren voor zover deze bepalingen betrekking hebben op onderwerpen als bedoeld in, van deze wet. 2 Een verzoek tot algemeenverbindendverklaring kan slechts worden ingediend door degenen die, dan wel organisaties van degenen die, wat betreft hun deelnemersaantal en hun gezamenlijke omzet, een naar het oordeel van Onze Minister belangrijke meerderheid vormen van degenen die de betrokken handelingen met gewasbeschermingsmiddelen of biociden verrichten. 3 Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de onderwerpen die in ieder geval in een overeenkomst waarvoor algemeenverbindendverklaring wordt verzocht, aan de orde dienen te komen, alsmede met betrekking tot de bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid over te leggen gegevens. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 112 — Artikel 112 Besluit tot algemeen verbindend verklaring#
Artikel 112 Besluit tot algemeen verbindend verklaring 1 Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van het besluit tot algemeenverbindendverklaring, met dien verstande dat de termijn vankan worden opgeschort voor zolang nodig ter voldoening aan internationaalrechtelijke verplichtingen. 2 Onze Minister kan aan het besluit tot algemeenverbindendverklaring voorschriften verbinden ten aanzien van aan hem over te leggen rapportages over de uitvoering en handhaving van de overeenkomst. 3 Een besluit tot algemeenverbindendverklaring geldt voor een in het besluit aangegeven termijn van ten hoogste vijf jaar. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 113 — Artikel 113 Ontheffing#
Artikel 113 Ontheffing 1 Onze Minister kan op een daartoe strekkend verzoek van een besluit tot algemeenverbindendverklaring ontheffing verlenen, indien de verzoeker zorg draagt voor het op een zodanige wijze verrichten van de betrokken handelingen dat deze wijze naar het oordeel van Onze Minister ten minste gelijkwaardig is aan de wijze waarop die handelingen overeenkomstig de betrokken algemeenverbindendverklaring worden verricht. 2 Een ontheffing van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 3 Artikel 114, eerste lid Een krachtens het eerste lid verleende ontheffing kan ambtshalve of op een daartoe strekkend verzoek worden gewijzigd of worden ingetrokken., is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het in onderdeel b van dat lid genoemde belang in de plaats treedt: het niet langer voldoen aan het in het eerste lid van dit artikel genoemde vereiste. 4 Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van het besluit tot ontheffing als bedoeld in het eerste lid. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 114 — Artikel 114 Intrekking#
Artikel 114 Intrekking 1 Onze Minister kan een besluit tot algemeenverbindendverklaring intrekken, indien: a. de ter zake verstrekte gegevens onjuist zijn of onvolledig zijn; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het nemen van het besluit, moet worden aangenomen dat het van kracht blijven van de overeenkomst niet meer gerechtvaardigd is; c. een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan wel regels ter uitvoering daarvan, hiertoe verplichten, of d. degenen die het verzoek hebben ingediend, daartoe verzoeken. 2 Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 115 — Artikel 115 Naleving#
Artikel 115 Naleving Een ieder is tot naleving van een voor hem geldende algemeen verbindend verklaarde overeenkomst gehouden tegenover ieder ander, die bij de naleving een redelijk belang heeft. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 116 — Artikel 116 Onderzoek door Onze Minister#
Artikel 116 Onderzoek door Onze Minister 1 Indien een of meer van degenen voor wie een overeenkomst algemeen verbindend is verklaard, het vermoeden gegrond achten dat een of meer van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen uit de overeenkomst niet worden nageleefd, kunnen zij met het oog op het instellen van een rechtsvordering Onze Minister verzoeken een onderzoek daarnaar te doen instellen. 2 Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is ingediend, kan Onze Minister een onderzoek instellen. Nadat het onderzoek is afgerond licht Onze Minister degene of degenen, die om het onderzoek hebben verzocht, in over de uitkomsten van het onderzoek. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 117 — Artikel 117 Begripsbepaling#
Artikel 117 Begripsbepaling 1 In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. EG-verordening: verordening van de Raad van de Europese Unie of van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk, die geheel of gedeeltelijk berust op de artikelen 12, 43, 114, 168, 169, of 192 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of 37, 95, 152, 153, of 175 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en waarin voorschriften zijn neergelegd betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden of het op de markt brengen van producten die met gewasbeschermingsmiddelen of biociden behandeld zijn alsmede daarmee samenhangende activiteiten of waarin voorschriften zijn neergelegd betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de hiervoor bedoelde voorschriften te waarborgen; b. EG-richtlijn: richtlijn van de Raad van de Europese Unie of het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk, die geheel of gedeeltelijk berust op de artikelen 12, 43, 114, 168, 169, of 192 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of 37, 95, 152, 153, of 175 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en waarin voorschriften zijn neergelegd betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden of het op de markt brengen van producten die met gewasbeschermingsmiddelen of biociden behandeld zijn alsmede daarmee samenhangende activiteiten. 2 artikel 1 Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen gelden de begripsomschrijvingen zoals die zijn neergelegd in EG-verordeningen. Daar waar deze begripsbepalingen afwijken van de invan deze wet opgenomen begripsbepalingen, gelden de begripsbepalingen zoals die zijn neergelegd in de EG-verordening. 2020 65 19-02-2020 05-02-2020 35083 2021 100 26-02-2021 23-02-2021 01-03-2021
Artikel 118 — Artikel 118 Wettelijke basis voor implementatie#
Artikel 118 Wettelijke basis voor implementatie 1 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor een goede uitvoering van het bepaalde bij of krachtens EG-verordeningen. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter implementatie van EG-richtlijnen. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter implementatie van EG-beschikkingen. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter implementatie van een overeenkomst betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden of het op de markt brengen van producten die met gewasbeschermingsmiddelen of biociden behandeld zijn alsmede daarmee samenhangende activiteiten tussen de Europese Gemeenschap en een derde land of een internationale organisatie. 5 De regels bedoeld in het eerste tot en met vierde lid kunnen betrekking hebben op: a. de procedures en termijnen voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden; b. de wijze van onderzoek naar gewasbeschermingsmiddelen of biociden; c. de wijze van beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen of biociden; d. het verpakken of etiketteren van gewasbeschermingsmiddelen of biociden; e. de gevolgen die worden verbonden aan de effecten op mens, dier, plant, of milieu van productie van, handel in, opslag van, of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden; f. de wijze van toepassen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden; g. het verlenen, schorsen en intrekken van certificaten, erkenningen, vergunningen en getuigschriften van vakbekwaamheid; h. het erkennen van examens of instanties; i. het op de markt brengen van producten die met gewasbeschermingsmiddelen of biociden behandeld zijn; j. nadere regels ter uitvoering van verordening (EU) 2017/625. 2020 65 19-02-2020 05-02-2020 35083 2021 100 26-02-2021 23-02-2021 01-03-2021
Artikel 119 — Artikel 119 Beroep#
Artikel 119 Beroep Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 120 — Artikel 120 Bevoegdheden andere ministers#
Artikel 120 Bevoegdheden andere ministers 1 Een voordracht voor een op grond van deze wet vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan en een ministeriële regeling op grond van deze wet kan worden vastgesteld door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, dan wel Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister, indien belangen van arbeidsomstandigheden, volksgezondheid, dan wel waterbeheer in het geding zijn. 2 Een ministeriële regeling op grond van deze wet wordt vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, dan wel Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor zover belangen van arbeidsomstandigheden, volksgezondheid, dan wel waterbeheer in het geding zijn. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 121 — Artikel 121 Aanvragen voor besluiten inzake biociden met bestaande werkzame stoffen#
Artikel 121 Aanvragen voor besluiten inzake biociden met bestaande werkzame stoffen Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 121a — Artikel 121a Beoordeling van de aanvraag#
Artikel 121a Beoordeling van de aanvraag Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 122 — Artikel 122 Verlenging van besluiten tot toelating#
Artikel 122 Verlenging van besluiten tot toelating Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 123 — Artikel 123 Besluiten inzake een dringend vereist biocide#
Artikel 123 Besluiten inzake een dringend vereist biocide Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 124 — Artikel 124 Besluiten inzake biociden waarvan de werkzame stoffen zijn opgenomen in de vierde fase van het werkprogramma of zijn bestemd voor biologische landbouw#
Artikel 124 Besluiten inzake biociden waarvan de werkzame stoffen zijn opgenomen in de vierde fase van het werkprogramma of zijn bestemd voor biologische landbouw Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 125 — Artikel 125 Besluiten inzake gewijzigde samenstelling van een biocide#
Artikel 125 Besluiten inzake gewijzigde samenstelling van een biocide Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 126 — Artikel 126 Besluiten inzake vereenvoudigde uitbreidingstoelating van biociden#
Artikel 126 Besluiten inzake vereenvoudigde uitbreidingstoelating van biociden Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 127 — Artikel 127 Besluiten na een communautaire maatregel tot niet opneming#
Artikel 127 Besluiten na een communautaire maatregel tot niet opneming Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 128 — Artikel 128 Besluiten na een communautaire maatregel tot opneming#
Artikel 128 Besluiten na een communautaire maatregel tot opneming Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 129 — Artikel 129 Overgangsrecht toelatingen, registraties, vrijstellingen, ontheffingen en uitzonderingen#
Artikel 129 Overgangsrecht toelatingen, registraties, vrijstellingen, ontheffingen en uitzonderingen 1 Bestrijdingsmiddelenwet 1962 artikel 28 artikel 49 Gewasbeschermingsmiddelen of biociden die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn toegelaten op grond van debij besluit van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen, worden bij de inwerkingtreding van deze wet geacht te zijn toegelaten op grond vanonderscheidenlijkvan deze wet onder de voorschriften die bij de toelating zijn gegeven. 2 artikel 25d van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 artikel 122, eerste lid artikel 122, eerste lid Gewasbeschermingsmiddelen en biociden die op 3 mei 2007 van rechtswege zijn toegelaten op grond vanworden vanaf die datum geacht te zijn toegelaten op grond van, van deze wet onder de voorschriften die bij de toelating zijn gegeven. Alle toelatingen van rechtswege op grond van dit lid vervallen op de datum van inwerkingtreding van het eerste besluit tot vaststelling van een lijst voor gewasbeschermingsmiddelen, onderscheidenlijk biociden, als bedoeld in. 3 artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 artikel 123, eerste lid Gewasbeschermingsmiddelen of biociden, die op of na 3 mei 2007 zijn vrijgesteld van toelating of waarvoor een ontheffing is verstrekt op grond van, worden vanaf die datum geacht te zijn toegelaten op grond van, van deze wet, onder de voorschriften die bij de vrijstelling of ontheffing zijn gegeven. 4 artikel 16a van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 artikel 38 artikel 65 Gewasbeschermingsmiddelen of biociden, die zijn vrijgesteld van toelating of waarvoor een ontheffing is verstrekt op grond van, worden geacht te zijn toegelaten op grond vanvan deze wet voor gewasbeschermingsmiddelen, onderscheidenlijkvan deze wet voor biociden, onder de voorschriften die bij de vrijstelling of ontheffing zijn gegeven en tot de in de vrijstelling of ontheffing opgenomen termijn is verstreken. 5 artikel 1, derde lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 die wet Gewasbeschermingsmiddelen of biociden die op grond vanzijn uitgezonderd van de toepassing van, zijn bij de inwerkingtreding van deze wet van rechtswege toegelaten, tot het moment waarop het college: a. de toelating intrekt of wijzigt op grond van deze wet, of b. artikel 35 55 het middel toelaat op grond vanof. 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 130 — Artikel 130 Overgangsrecht register, aanvragen, bezwaarschriften en beroepen#
Artikel 130 Overgangsrecht register, aanvragen, bezwaarschriften en beroepen Vervallen 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 2013 459 20-11-2013 06-11-2013 33490 21-11-2013 01-09-2013
Artikel 130a — Artikel 130a Overgangsrecht ingevolge de verordening#
Artikel 130a Overgangsrecht ingevolge de verordening 1 De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van de Wet van 24 maart 2011 houdende wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in verband met de implementatie van Europese regelgeving op het gebied van het op de markt brengen en het duurzame gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (Stb. 235) blijft voor zover nodig van toepassing in de in artikel 80, eerste lid, van verordening (EG) 1107/2009 bedoelde gevallen. 2 artikelen 25 27 Op de voet van artikel 8o, tweede lid, van verordening (EG) 1107/2009 blijft het bepaalde bij of krachtens deenvan toepassing zoals deze bepalingen luidden voor de inwerkingtreding van de Wet van 24 maart 2011 houdende wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in verband met de implementatie van Europese regelgeving op het gebied van het op de markt brengen en het duurzame gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (Stb. 235). 3 De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van de Wet van 24 maart 2011 houdende wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in verband met de implementatie van Europese regelgeving op het gebied van het op de markt brengen en het duurzame gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (Stb. 235), blijft van toepassing op aanvragen tot toelating, in de in artikel 80, vijfde lid, van verordening (EG) 1107/2009 bedoelde gevallen, totdat op die aanvragen is beslist. 4 Wet van 6 november 2013 houdende wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ter uitvoering van Verordening (EU) Nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van de(PbEU, L 167) (Stb. 459) blijven voor zover nodig van toepassing in de in artikelen 89, tweede lid, en 93 van verordening (EG) Nr. 528/2012 bedoelde gevallen. 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 01-01-2015
Artikel 131 — Artikel 131 WED Wijziging#
Artikel 131 WED Wijziging Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 132 — Artikel 132 bijlage Awb Wijziging#
Artikel 132 bijlage Awb Wijziging Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 133 — Artikel 133 bijlage Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie Wijziging#
Artikel 133 bijlage Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie Wijziging Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 134 — Artikel 134 Diergeneesmiddelenwet Wijziging#
Artikel 134 Diergeneesmiddelenwet Wijziging Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 135 — Artikel 135 Flora- en faunawet Wijziging#
Artikel 135 Flora- en faunawet Wijziging Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 136 — Artikel 136 Wet milieubeheer Wijziging#
Artikel 136 Wet milieubeheer Wijziging Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 137 — Artikel 137 Wet milieugevaarlijke stoffen Wijziging#
Artikel 137 Wet milieugevaarlijke stoffen Wijziging Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 138 — Artikel 138 Verslag ten behoeve van het parlement#
Artikel 138 Verslag ten behoeve van het parlement Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2020 65 19-02-2020 05-02-2020 35083 2021 100 26-02-2021 23-02-2021 01-03-2021
Artikel 139 — Artikel 139 Bestrijdingsmiddelenwet 1962 Intrekkingen wijzigingswetten#
Artikel 139 Bestrijdingsmiddelenwet 1962 Intrekkingen wijzigingswetten Vervallen 2011 235 24-05-2011 24-03-2011 32372 2011 549 25-11-2011 21-11-2011 26-11-2011
Artikel 140 — Artikel 140 Inwerkingtreding#
Artikel 140 Inwerkingtreding De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007
Artikel 141 — Artikel 141 Citeertitel#
Artikel 141 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. 2007 125 10-04-2007 17-02-2007 30474 2007 386 16-10-2007 10-10-2007 17-10-2007