Wet van 30 november 2006, houdende nieuwe bepalingen met betrekking tot medezeggenschap op scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs (Wet medezeggenschap op scholen)
- BWB-id
- BWBR0020685
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-08-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020685
- ELI
- /eli/nl/wet/2007/wet-medezeggenschap-op-scholen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2007/wet-medezeggenschap-op-scholen/2025-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020685&g=2025-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020685&z=2026-06-06&g=2025-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020685/2025-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2007/wet-medezeggenschap-op-scholen
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen Deze wet verstaat onder: a. «Onze Minister»: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 Experimentenwet onderwijs «school»: een school als bedoeld in de, de, deen de; c. artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs artikel 69 van de Wet op de expertisecentra artikel 3.34 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 «centrale dienst»: een centrale dienst als bedoeld in,en; d. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 «samenwerkingsverband»: een samenwerkingsverband als bedoeld inen; e. «bevoegd gezag» voor wat betreft: 1. Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 Experimentenwet onderwijs een school: het bevoegd gezag, bedoeld in de, de, deen de; 2. artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs artikel 69 van de Wet op de expertisecentra artikel 3.34 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 een centrale dienst: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in,en; 3. een samenwerkingsverband: het bestuur van een samenwerkingsverband; f. Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 «leerlingen»: leerlingen als bedoeld in de, deen de; g. «ouders»: de ouders, voogden en verzorgers van de leerlingen; h. Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 «schoolleiding»: de directeur, bedoeld in deen deen de rector, directeur of de leden van de centrale directie, bedoeld in de, alsmede de conrectoren of de adjunct-directeuren; i. personeel»: het personeel dat in dienst is dan wel ten minste 6 maanden te werk gesteld is zonder benoeming bij het bevoegd gezag en dat werkzaam is op de school, bij de centrale dienst, dan wel het samenwerkingsverband en personeel dat is benoemd of ten minste 6 maanden te werk gesteld zonder benoeming dat werkzaamheden verricht ten behoeve van meer dan een school; j. Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 «onderwijswet»: de, deen de; k. artikel 3, derde lid «geleding»: de afzonderlijke groepen van leden, bedoeld in. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 1a — Artikel 1a Toepassingsbereik WMS#
Artikel 1a Toepassingsbereik WMS Deze wet is niet van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Aard bepalingen#
Artikel 2 Aard bepalingen De bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften, voor zover zij de scholen en de samenwerkingsverbanden betreffen, zijn regels voor het openbaar onderwijs en voorwaarden voor bekostiging van het bijzonder onderwijs. 2012 533 05-11-2012 11-10-2012 33106 2014 181 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 3 — Artikel 3 Medezeggenschapsraad#
Artikel 3 Medezeggenschapsraad 1 Aan een school, een centrale dienst en een samenwerkingsverband is een medezeggenschapsraad verbonden. 2 De medezeggenschapsraad van een school bestaat uit ten minste 4 en van een centrale dienst en een samenwerkingsverband uit ten minste 2 leden. 3 De medezeggenschapsraad van een school bestaat uit: a. leden die uit en door het personeel worden gekozen; en b. leden die worden gekozen: 1°. uit en door de ouders, voor zover het betreft een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs; 2°. uit en door de ouders, dan wel deels uit en door de ouders en deels uit en door de leerlingen die de leeftijd van dertien jaar hebben bereikt, voor zover het betreft een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs; 3°. deels uit en door de ouders en deels uit en door de leerlingen, voor zover het betreft een school voor voortgezet onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een door Onze Minister aangewezen inrichting voor voortgezet onderwijs. 4 artikel 1 van de Wet op de expertisecentra Wet op het primair onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 De aantallen leden, bedoeld in het derde lid, onderdeel a en onderdeel b, zijn aan elkaar gelijk. Voor zover het betreft een school voor voortgezet onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een door Onze Minister aangewezen instelling voor voortgezet onderwijs zijn tevens de aantallen leden uit en door de ouders en uit en door de leerlingen aan elkaar gelijk. Indien niet aan de tweede volzin kan worden voldaan, omdat onvoldoende ouders dan wel leerlingen bereid zijn lid te worden, kan de niet door de desbetreffende groep te vervullen plaats worden toegedeeld aan de andere groep. Voor zover het betreft een instelling als bedoeld inis een van de leden een ouder van een leerling van een school als bedoeld in deof als bedoeld in de, die wordt ondersteund door die instelling. De in de vorige volzin bedoelde ouder wordt gekozen door de ouders van de in de vorige volzin bedoelde leerlingen. 5 De medezeggenschapsraad van een centrale dienst en van een samenwerkingsverband bestaat uit leden die uit en door het personeel worden gekozen. 6 Indien het bevoegd gezag personeel heeft benoemd of te werk gesteld zonder benoeming dat werkzaamheden verricht ten behoeve van meer dan een school, kan een medezeggenschapsraad worden ingesteld die bestaat uit leden die uit en door dat personeel worden gekozen. De medezeggenschapsraad bestaat in dat geval uit ten minste 2 leden. 7 Geen lid van de medezeggenschapsraad kunnen zijn degenen die deel uitmaken van het bevoegd gezag. 8 Een personeelslid dat is opgedragen om namens het bevoegd gezag op te treden in besprekingen met de medezeggenschapsraad kan niet tevens lid zijn van de medezeggenschapsraad. 9 Kandidaten voor de verkiezing van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel wordt gekozen, kunnen worden gesteld door personeelsleden en door organisaties van personeel. Kandidaten voor de verkiezing van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders of de leerlingen wordt gekozen, kunnen worden gesteld door ouders of leerlingen en door organisaties van ouders of leerlingen. 10 De verkiezing van de leden van de medezeggenschapsraad geschiedt bij geheime schriftelijke stemming. 11 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de periode waarin de verkiezing van de leden van de medezeggenschapsraad plaatsvindt. 12 Het bevoegd gezag draagt er zorg voor, dat de leden van de medezeggenschapsraad niet uit hoofde van hun lidmaatschap van de raad worden benadeeld in hun positie met betrekking tot de school, het samenwerkingsverband en de centrale dienst. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van kandidaatleden en voormalige leden. 13 De beëindiging anders dan op eigen verzoek van de betrekking van een lid van het personeel mag geen verband houden met de kandidaatstelling voor het lidmaatschap, het lidmaatschap of het voormalig lidmaatschap van de betrokkene van de medezeggenschapsraad. Een beëindiging van de betrekking in strijd met dit lid is nietig. 2024 109 30-04-2024 18-04-2024 36478 2024 154 12-06-2024 06-06-2024 01-08-2024
Artikel 4 — Artikel 4 Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad#
Artikel 4 Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad 1 Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Indien het bevoegd gezag meer dan een school als bedoeld in de, dan wel als bedoeld in dedan wel als bedoeld in dein stand houdt, stelt het bevoegd gezag een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in voor de scholen als bedoeld in de, derespectievelijk de. Het bevoegd gezag kan ten behoeve van scholen als bedoeld in deen deéén gemeenschappelijke medezeggenschapsraad instellen, indien de instemming van twee derden van de leden van de desbetreffende medezeggenschapsraden is verkregen. 2 In een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad is elke medezeggenschapsraad van de betrokken scholen vertegenwoordigd. 3 De leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad worden gekozen door de leden van de desbetreffende afzonderlijke medezeggenschapsraden en wel zo dat het aantal leden, gekozen uit personeel onderscheidenlijk uit ouders of leerlingen, elk de helft van het aantal leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bedraagt. 4 Artikel 3, tweede, derde, vierde en zevende tot en met dertiende lid , is van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 4a — Artikel 4a Ondersteuningsplanraad#
Artikel 4a Ondersteuningsplanraad 1 artikel 3, vijfde lid Het samenwerkingsverband stelt naast de medezeggenschapsraad, bedoeld in, een ondersteuningsplanraad in. 2 artikel 18a, tweede lid van de Wet op het primair onderwijs artikel 2.47, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 2.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs De leden van de ondersteuningsplanraad worden afgevaardigd door de leden van de afzonderlijke medezeggenschapsraden van de in, respectievelijk van de in, bedoelde scholen en wel zo dat het aantal leden, gekozen uit personeel onderscheidenlijk uit ouders of leerlingen, elk de helft van het aantal leden van de raad bedraagt. Indien een school onderdeel is van een verticale scholengemeenschap als bedoeld in, vindt de afvaardiging plaats door de gezamenlijke vergadering van ouderraad, studentenraad en ondernemingsraad van die verticale scholengemeenschap. 3 Artikel 3, zevende, achtste, twaalfde en dertiende lid , is van overeenkomstige toepassing op de ondersteuningsplanraad. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022 2021 548 15-11-2021 11-11-2021 35606 2022 116 21-03-2022 23-02-2022 35946 2021 590 03-12-2021 26-11-2021 01-08-2022
Artikel 5 — Artikel 5 Voorzitter (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en ondersteuningsplanraad#
Artikel 5 Voorzitter (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en ondersteuningsplanraad De medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de ondersteuningsplanraad kiezen uit hun midden een voorzitter en een of meer plaatsvervangende voorzitters. De voorzitter, of bij diens verhindering een plaatsvervangende voorzitter, vertegenwoordigt de raad in rechte. 2012 533 05-11-2012 11-10-2012 33106 2013 219 20-06-2013 07-06-2013 01-08-2013
Artikel 6 — Artikel 6 Algemene bevoegdheden medezeggenschapsraad en vertegenwoordiging bevoegd gezag#
Artikel 6 Algemene bevoegdheden medezeggenschapsraad en vertegenwoordiging bevoegd gezag 1 Het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad komen bijeen, indien daarom onder opgave van redenen wordt verzocht door de medezeggenschapsraad, een geleding of het bevoegd gezag. 2 De medezeggenschapsraad en een geleding zijn bevoegd tot bespreking van alle aangelegenheden, de school betreffende. De medezeggenschapsraad en een geleding zijn bevoegd over deze aangelegenheden aan het bevoegd gezag voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. Het bevoegd gezag brengt op de voorstellen, bedoeld in de tweede volzin, binnen drie maanden een schriftelijke, met redenen omklede reactie uit aan de medezeggenschapsraad respectievelijk de geleding. Alvorens over te gaan tot het uitbrengen van de in de vorige volzin bedoelde reactie, stelt het bevoegd gezag de medezeggenschapsraad respectievelijk de geleding ten minste eenmaal in de gelegenheid met hem overleg te plegen over de voorstellen, bedoeld in de tweede volzin. 3 Indien twee derden van de leden van de medezeggenschapsraad en de meerderheid van elke geleding dat wensen, worden de besprekingen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, met de medezeggenschapsraad gevoerd door middel van overleg met elke geleding afzonderlijk. 4 Indien bij een bepaalde vergadering of een onderdeel daarvan een persoonlijk belang van een van de leden van de medezeggenschapsraad in het geding is, kan de medezeggenschapsraad besluiten dat het betrokken lid aan die vergadering, of dat onderdeel daarvan, niet deelneemt. De medezeggenschapsraad besluit dan tevens dat de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in een besloten vergadering plaatsvindt. 5 artikel 24, eerste lid, onderdeel e De besprekingen in de medezeggenschapsraad kunnen namens het bevoegd gezag worden gevoerd. Het bevoegd gezag kan een lid van de schoolleiding dan wel een personeelslid dat managementtaken verricht ten behoeve van meer dan een school opdragen de besprekingen met de medezeggenschapsraad dan wel bepaalde besprekingen met de medezeggenschapsraad namens hem te voeren. Op verzoek van het lid dat namens het bevoegd gezag het overleg voert of op verzoek van de medezeggenschapsraad kan het bevoegd gezag dit lid ontheffen van de taak om een bespreking namens het bevoegd gezag te voeren. Op verzoek van de medezeggenschapsraad voert het bevoegd gezag in bijzondere gevallen naast de gevallen, bedoeld in, zelf de besprekingen met de medezeggenschapsraad. 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 7 — Artikel 7 Algemene taken medezeggenschapsraad#
Artikel 7 Algemene taken medezeggenschapsraad 1 De medezeggenschapsraad bevordert naar vermogen openheid en onderling overleg in de school. 2 De medezeggenschapsraad waakt voorts in de school tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert gelijke behandeling in gelijke gevallen en in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede de inschakeling van personen met een handicap of chronische ziekte en personen met een migratieachtergrond. 3 artikel 20 De medezeggenschapsraad doet aan alle bij de school betrokkenen schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden en stelt de eventuele raden, bedoeld in, in de gelegenheid om over aangelegenheden die hen in het bijzonder aangaan, met hem overleg te voeren. 2024 109 30-04-2024 18-04-2024 36478 2024 154 12-06-2024 06-06-2024 01-08-2024
Artikel 7a — Artikel 7a Onder de aandacht brengen instemmings- of adviesbevoegdheid#
Artikel 7a Onder de aandacht brengen instemmings- of adviesbevoegdheid Indien het bevoegd gezag een voorstel voor advies of instemming voorlegt aan de medezeggenschapsraad of een geleding, wijst het bevoegd gezag de medezeggenschapsraad of die geleding uitdrukkelijk op haar instemmings- of adviesbevoegdheid. 2023 212 21-06-2023 07-06-2023 35920 2023 213 21-06-2023 19-06-2023 01-08-2023
Artikel 8 — Artikel 8 Algemeen informatierecht medezeggenschapsraad#
Artikel 8 Algemeen informatierecht medezeggenschapsraad 1 Het bevoegd gezag verstrekt de medezeggenschapsraad, ongevraagd, tijdig alle inlichtingen die de medezeggenschapsraad voor de vervulling van zijn taak naar redelijkheid en billijkheid nodig kan hebben en, gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak naar redelijkheid en billijkheid nodig acht. 2 Het bevoegd gezag verstrekt de medezeggenschapsraad in elk geval: a. jaarlijks de begroting en bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied; b. jaarlijks voor 1 mei informatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de middelen uit 's Rijks kas die worden toegerekend aan het bevoegd gezag; c. artikel 165 van de Wet op het primair onderwijs artikel 141 van de Wet op de expertisecentra artikel 5.46 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag als bedoeld in,of; d. de uitgangspunten die het bevoegd gezag hanteert bij de uitoefening van zijn bevoegdheden; e. artikel 14 van de Wet op het primair onderwijs artikel 23 van de Wet op de expertisecentra artikelen 3.35 3.36 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikelen 12, eerste lid, onderdeel m 13, eerste lid, onderdeel i 14, tweede lid, onderdeel f en derde lid, onderdeel d terstond informatie over elk oordeel van de klachtencommissie, bedoeld in,en deen, waarbij de commissie een klacht gegrond heeft geoordeeld en over de eventuele maatregelen die het bevoegd gezag naar aanleiding van dat oordeel zal nemen, een en ander met inachtneming van de regelingen, bedoeld in de,, en; f. ten minste eenmaal per jaar schriftelijk gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per groep van de in de school werkzame personen en de leden van het bevoegd gezag; g. ten minste eenmaal per jaar schriftelijk gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken met het orgaan van de rechtspersoon dat is belast met het toezicht op het bevoegd gezag; h. aan het begin van het schooljaar schriftelijk de gegevens met betrekking tot de samenstelling van het bevoegd gezag, de organisatie binnen de school, het managementstatuut en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid; i. artikel 2.38, tiende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 25 van de Wet op de expertisecentra jaarlijks na afloop van het schooljaar doch uiterlijk 1 oktober daaropvolgend gegevens over het aantal daadwerkelijk verzorgde uren van een op de school verzorgd onderwijsprogramma als bedoeld inen. 3 Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 Het tweede lid, onderdeel f, is uitsluitend van toepassing op bevoegde gezagsorganen waarbij in de regel ten minste 100 personen werkzaam zijn. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt voor het bevoegd gezag van een school uitgegaan van alle scholen als bedoeld in de, derespectievelijk devan dat bevoegd gezag. 4 Ten aanzien van het tweede lid, onderdelen f en g wordt inzichtelijk gemaakt met welk percentage deze arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken zich verhouden tot elkaar en tot die van het voorafgaande jaar. 5 Indien een groep van de in de school werkzame personen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, of het orgaan van de rechtspersoon, bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, uit minder dan vijf personen bestaat, kunnen voor de toepassing van die onderdelen twee of meer functies worden samengevoegd, zodat een groep van ten minste vijf personen ontstaat. 6 Indien het bevoegd gezag een voorstel voor advies of instemming voorlegt aan een geleding van de medezeggenschapsraad, wordt dat voorstel gelijktijdig ter kennisneming aan de andere geleding of geledingen aangeboden. Daarbij wordt tevens een overzicht verstrekt van de beweegredenen voor het voorstel, alsmede van de gevolgen die de uitwerking van het voorstel naar verwachting zal hebben voor het personeel, ouders en leerlingen en van de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen. 2024 109 30-04-2024 18-04-2024 36478 2024 154 12-06-2024 06-06-2024 01-08-2024
Artikel 8a — Artikel 8a Sollicitatiecommissie bestuurder#
Artikel 8a Sollicitatiecommissie bestuurder Voor het benoemen van een bestuurder wordt een sollicitatiecommissie ingesteld waarvan in elk geval deel uitmaken: a. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel is gekozen, en b. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 9 — Artikel 9 artikelen 6 7 7a 8 8a Van overeenkomstige toepassing verklaring van de,,,en#
Artikel 9 artikelen 6 7 7a 8 8a Van overeenkomstige toepassing verklaring van de,,,en artikelen 6 7 7a 8 8a De,,,enzijn, met uitzondering van de onderdelen c en d voor wat betreft artikel 8a, van overeenkomstige toepassing op: a. de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, met dien verstande dat het de algemene gang van zaken in alle scholen of de meerderheid van de scholen vallend onder dezelfde onderwijswet betreft, b. de medezeggenschapsraad van een samenwerkingsverband, c. de medezeggenschapsraad van een centrale dienst, d. artikel 3, zesde lid de medezeggenschapsraad, bedoeld in, en e. de ondersteuningsplanraad. 2023 212 21-06-2023 07-06-2023 35920 2023 213 21-06-2023 19-06-2023 01-08-2023
Artikel 10 — Artikel 10 Instemmingsbevoegdheid medezeggenschapsraad#
Artikel 10 Instemmingsbevoegdheid medezeggenschapsraad Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van de medezeggenschapsraad voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot in ieder geval de volgende aangelegenheden: a. verandering van de onderwijskundige doelstellingen van de school; b. vaststelling of wijziging van het schoolplan dan wel het leerplan of de onderwijs- en examenregeling; c. vaststelling of wijziging van een mogelijk schoolreglement; d. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het verrichten van ondersteunende werkzaamheden door ouders ten behoeve van de school en het onderwijs; e. vaststelling of wijziging van regels op het gebied van het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid, voor zover niet behorend tot de bevoegdheid van de personeelsgeleding; f. artikel 13, eerste lid, onderdeel c artikel 14, tweede lid, onderdeel c de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen anders dan in, en, bedoeld en niet gebaseerd op de onderwijswetgeving indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden respectievelijk het onderwijs en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd; g. de vaststelling of wijziging van de voor de school geldende klachtenregeling; h. artikel 64b van de Wet op het primair onderwijs artikel 66b van de Wet op de expertisecentra artikel 3.31 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 overdracht van de school of van een onderdeel daarvan, respectievelijk fusie van de school met een andere school, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake, waaronder begrepen de fusie-effectrapportage, bedoeld in,en; i. artikel 84a van de Wet op het primair onderwijs de verzelfstandiging van een nevenvestiging, of een deel van de school of nevenvestiging dat zich op een andere locatie bevindt dan de plaats van vestiging van die school of nevenvestiging op grond van; j. artikel 2.42, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 vaststelling of wijziging van de data, bedoeld in. 2024 109 30-04-2024 18-04-2024 36478 2024 154 12-06-2024 06-06-2024 01-08-2024
Artikel 11 — Artikel 11 Adviesbevoegdheid medezeggenschapsraad#
Artikel 11 Adviesbevoegdheid medezeggenschapsraad 1 De medezeggenschapsraad wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot in ieder geval de volgende aangelegenheden: a. vaststelling of wijziging van het lesrooster in het voortgezet onderwijs; b. artikel 13, eerste lid, onderdeel c artikel 14, tweede lid, onderdeel c vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de school, waaronder de voorgenomen bestemming van de middelen die door het bevoegd gezag ten behoeve van de school uit de openbare kas zijn toegekend of van anderen zijn ontvangen, met uitzondering van de middelen, bedoeld in, en; c. artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs beëindiging, belangrijke inkrimping, niet zijnde een verzelfstandiging als bedoeld in, of uitbreiding van de werkzaamheden van de school of van een belangrijk onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake; d. het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake; e. deelneming of beëindiging van deelneming aan een onderwijskundig project of experiment, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake; f. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school; g. vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van aanstellings- of ontslagbeleid voor zover die vaststelling of wijziging verband houdt met de grondslag van de school of de wijziging daarvan; h. aanstelling of ontslag van de schoolleiding; h1. aanstelling of ontslag van de leden van het bestuur; i. vaststelling of wijziging van de concrete taakverdeling binnen de schoolleiding, alsmede vaststelling of wijziging van het managementstatuut; j. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toelating en verwijdering van leerlingen; k. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toelating van studenten die elders in opleiding zijn voor een functie in het onderwijs; l. regeling van de vakantie; m. het oprichten van een centrale dienst; n. nieuwbouw of belangrijke verbouwing van de school; o. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het onderhoud van de school; p. artikel 45, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs vaststelling of wijziging van de wijze waarop de voorziening, bedoeld in, wordt georganiseerd; q. vaststelling van de competentieprofielen van de toezichthouders en het toezichthoudend orgaan, alsmede van de leden van het bestuur; en r. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 vaststelling of wijziging van het ondersteuningsaanbod van de school, bedoeld in,en. 2 Het eerste lid, onderdeel q, is niet van toepassing op de medezeggenschapsraad van het samenwerkingsverband. 2024 165 17-06-2024 22-05-2024 36443 2024 268 26-09-2024 09-09-2024 01-08-2025
Artikel 11a — Artikel 11a Adviesbevoegdheid ondersteuningsplanraad#
Artikel 11a Adviesbevoegdheid ondersteuningsplanraad De ondersteuningsplanraad wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over elk door het samenwerkingsverband te nemen besluit met betrekking tot in ieder geval de volgende aangelegenheden: a. de vaststelling van de competentieprofielen van de toezichthouders en het toezichthoudend orgaan, alsmede van de leden van het bestuur van het samenwerkingsverband; en b. aanstelling of ontslag van de leden van het bestuur van het samenwerkingsverband. 2016 273 14-07-2016 15-06-2016 34251 2016 327 14-09-2016 25-08-2016 01-01-2017
Artikel 12 — Artikel 12 Instemmingsbevoegdheid personeelsdeel medezeggenschapsraad#
Artikel 12 Instemmingsbevoegdheid personeelsdeel medezeggenschapsraad 1 Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden: a. artikel 10, onderdeel i artikel 11, eerste lid, onderdelen c, d, e en m regeling van de gevolgen voor het personeel van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in, of; b. vaststelling of wijziging van de samenstelling van de formatie; c. vaststelling of wijziging van regels met betrekking tot de nascholing van het personeel; d. vaststelling of wijziging van een mogelijk werkreglement voor het personeel en van de opzet en de inrichting van het werkoverleg, voor zover het besluit van algemene gelding is voor alle of een gehele categorie van personeelsleden; e. vaststelling of wijziging van de verlofregeling van het personeel; f. vaststelling of wijziging van een arbeids- en rusttijdenregeling van het personeel; g. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toekenning van salarissen, toelagen en gratificaties aan het personeel; h. vaststelling of wijziging van de taakverdeling respectievelijk de taakbelasting binnen het personeel, de schoolleiding daaronder niet begrepen; i. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot personeelsbeoordeling, functiebeloning en functiedifferentiatie; j. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het overdragen van de bekostiging; k. vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het reïntegratiebeleid; l. vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van het bedrijfsmaatschappelijk werk; m. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van het personeel; n. vaststelling of wijziging van een regeling inzake voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van het personeel; o. vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van het bevorderingsbeleid of op het gebied van het aanstellings- en ontslagbeleid voor zover die vaststelling of wijziging geen verband houdt met de grondslag van de school of de wijziging daarvan; p. vaststelling of wijziging van regels waarover partijen die een collectieve arbeidsovereenkomst hebben gesloten, zijn overeengekomen dat die regels of de wijziging daarvan in het overleg tussen bevoegd gezag en het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad tot stand wordt gebracht; q. artikel 28, derde lid vaststelling of wijziging van de regeling, bedoeld in; r. artikel 10, onderdeel j vaststelling of wijziging van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de dagen, bedoeld in. 2 artikel 122, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs Het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs dat tevens bevoegd gezag is van een of meer basisscholen behoeft de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel van eerstgenoemde school is gekozen voor elk door hem te nemen besluit met betrekking tot de inzet van de bekostiging die op grond vanaan eerstgenoemde school is toegekend. 2024 109 30-04-2024 18-04-2024 36478 2024 154 12-06-2024 06-06-2024 01-08-2024
Artikel 13 — Artikel 13 WPO WEC Instemmingsbevoegdheid ouders/leerlingendeel medezeggenschapsraad bij een school als bedoeld in deen de, met uitzondering van scholen voor voortgezet speciaal onderwijs#
Artikel 13 WPO WEC Instemmingsbevoegdheid ouders/leerlingendeel medezeggenschapsraad bij een school als bedoeld in deen de, met uitzondering van scholen voor voortgezet speciaal onderwijs 1 Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in deen de, met uitzondering van scholen voor voortgezet speciaal onderwijs, behoeft de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden: a. artikel 10, onderdeel i artikel 11, eerste lid, onderdelen c, d, e en m regeling van de gevolgen voor de ouders of leerlingen van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in, of; b. verandering van de grondslag van de school of omzetting van de school of van een onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake; c. de vaststelling of wijziging van de hoogte en de vaststelling of wijziging van de bestemming van de middelen die van de ouders of de leerlingen worden gevraagd zonder dat daartoe een wettelijke verplichting bestaat onderscheidenlijk zijn ontvangen op grond van een overeenkomst die door de ouders is aangegaan; d. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van de leerlingen; e. vaststelling of wijziging van een mogelijk ouder- of leerlingenstatuut; f. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan tussenschoolse opvang; g. Wet op het primair onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet op de expertisecentra vaststelling van de schoolgids, met uitzondering van de daarin opgenomen informatie over de basisondersteuningsvoorzieningen, bedoeld in deen de, en het ondersteuningsaanbod van de school, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs,en de Wet voortgezet onderwijs 2020; h. Wet op de expertisecentra vaststelling van de onderwijstijd voor zover het geen voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in debetreft; i. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van ouders en leerlingen; j. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot activiteiten die buiten de voor de school geldende onderwijstijd worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag; k. vaststelling of wijziging van het beleid ten aanzien van de uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders. 2 Wet op de expertisecentra artikel 2.38, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 25, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de Wet op de expertisecentra Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in de, met uitzondering van scholen voor voortgezet speciaal onderwijs, behoeft, ten aanzien van voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, voorafgaand aan instemming met betrekking tot de vaststelling van de gehele schoolgids als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, afzonderlijk instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders en de leerlingen is gekozen voor het in die schoolgids opgenomen onderdeel met betrekking tot de jaarlijkse vaststelling van het totaal aantal uren en het soort activiteiten dat als onderwijstijd als bedoeld indan welwordt geprogrammeerd alsmede voor het onderdeel met betrekking tot het beleid ten aanzien van lesuitval als bedoeld in. 2024 165 17-06-2024 22-05-2024 36443 2024 268 26-09-2024 09-09-2024 01-08-2025
Artikel 14 — Artikel 14 WVO 2020 WEC Instemmingsbevoegdheid ouders/leerlingendeel medezeggenschapsraad bij een school als bedoeld in deof een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de#
Artikel 14 WVO 2020 WEC Instemmingsbevoegdheid ouders/leerlingendeel medezeggenschapsraad bij een school als bedoeld in deof een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de 1 Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet op de expertisecentra Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in deen van een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in debehoeft de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders en de leerlingen is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden: a. Wet op het primair onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet op de expertisecentra de vaststelling van de schoolgids, met uitzondering van de daarin opgenomen informatie over de basisondersteuningsvoorzieningen, bedoeld in deen de, en het ondersteuningsaanbod van de school, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs,en de Wet voortgezet onderwijs 2020; b. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot activiteiten die buiten de voor de school geldende onderwijstijd worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. 2 Het bevoegd gezag behoeft tevens de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden: a. artikel 11, eerste lid, onderdelen c, d, e en m regeling van de gevolgen voor de ouders van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in; b. verandering van de grondslag van de school of omzetting van de school of van een onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake; c. de vaststelling of wijziging van de hoogte en de vaststelling of wijziging van de bestemming van de middelen die van de ouders of de leerlingen worden gevraagd zonder dat daartoe een wettelijke verplichting bestaat onderscheidenlijk zijn ontvangen op grond van een overeenkomst die door de ouders is aangegaan; d. artikel 2.110 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 de vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het beheersbaar houden van de middelen die van de ouders of de leerlingen worden gevraagd voor schoolkosten, met uitzondering van lesmateriaal als bedoeld in, die door het bevoegd gezag noodzakelijk worden bevonden; e. vaststelling of wijziging van een mogelijk ouderstatuut; f. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van ouders; g. vaststelling of wijziging van het beleid ten aanzien van de uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders. 3 Het bevoegd gezag behoeft tevens de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de leerlingen is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden: a. artikel 11, eerste lid, onder c, d, e en m regeling van de gevolgen voor de leerlingen van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in; b. artikel 2.98 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 vaststelling of wijziging van het leerlingenstatuut, bedoeld indan wel een mogelijk leerlingenstatuut anders dan bedoeld in artikel 2.98 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; c. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van de leerlingen; d. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van leerlingen; e. artikel 2.92, tweede lid, onderdeel j, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 vaststelling of wijziging van het leerlingenparticipatiebeleid, bedoeld in. 4 Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet op de expertisecentra artikel 2.38, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 25, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra artikel 2.92, tweede lid, onderdeel c, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de Wet op de expertisecentra Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in deen van een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in debehoeft voorafgaand aan instemming met betrekking tot de vaststelling van de gehele schoolgids als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, afzonderlijk instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders en de leerlingen is gekozen voor het in die schoolgids opgenomen onderdeel met betrekking tot de jaarlijkse vaststelling van het totaal aantal uren en het soort activiteiten dat als onderwijstijd als bedoeld indan welwordt geprogrammeerd alsmede voor het onderdeel met betrekking tot het beleid ten aanzien van lesuitval als bedoeld inonderscheidenlijk. 2024 165 17-06-2024 22-05-2024 36443 2024 268 26-09-2024 09-09-2024 01-08-2025
Artikel 14a — Artikel 14a Instemmingsbevoegdheid ondersteuningsplanraad#
Artikel 14a Instemmingsbevoegdheid ondersteuningsplanraad artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Het samenwerkingsverband behoeft de voorafgaande instemming van de ondersteuningsplanraad voor elk door het samenwerkingsverband te nemen besluit met betrekking tot vaststelling of wijziging van het ondersteuningsplan, bedoeld in, respectievelijk. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 15 — Artikel 15 Tenuitvoerlegging bepaalde besluiten#
Artikel 15 Tenuitvoerlegging bepaalde besluiten 1 artikel 11, eerste lid, onderdelen c, d, e en m Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in, wordt niet ten uitvoer gelegd voordat een definitief besluit is genomen over de regeling van de gevolgen van dat besluit voor het personeel, dan wel voor de ouders of leerlingen, tenzij dringende redenen in het belang van de school een eerdere tenuitvoerlegging noodzakelijk maken. 2 artikel 11, eerste lid, onderdeel b Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in, wordt niet genomen dan na afweging van in elk geval de onderwijskundige, de personele en de materiële belangen van de school, welke afweging schriftelijk in de motivering van het besluit tot uitdrukking wordt gebracht. 3 artikelen 10, onderdeel h 11, eerste lid, onderdeel c 13, eerste lid, onderdelen b en h Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in de,, voor zover het de beëindiging van de school betreft, en onderdeel p, en, wordt niet genomen dan na raadpleging van de ouders. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 16 — Artikel 16 Bevoegdheden (geledingen) gemeenschappelijke medezeggenschapsraad#
Artikel 16 Bevoegdheden (geledingen) gemeenschappelijke medezeggenschapsraad 1 De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad treedt, indien het aangelegenheden betreft die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle scholen of voor de meerderheid van de scholen, in de plaats van de medezeggenschapsraad van die scholen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de onderscheiden geledingen van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad indien het bevoegdheden van een geleding van de medezeggenschapsraad betreft. 2 De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt tevens vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot: a. vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de desbetreffende scholen, waaronder de voorgenomen bestemming van de middelen die aan het bevoegd gezag ten behoeve van elk van de scholen uit de openbare kas zijn toegerekend of van anderen zijn ontvangen; b. de criteria die worden toegepast bij de verdeling van deze middelen over voorzieningen op bovenschools niveau en op schoolniveau; c. de aanstelling of het ontslag van personeel dat is belast met managementtaken ten behoeve van meer dan een school. 3 Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van het deel van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel is gekozen voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot vaststelling of wijziging van de samenstelling van de formatie van personeel dat is benoemd of te werk gesteld zonder benoeming dat werkzaamheden verricht ten behoeve van meer dan een school. 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 17 — Artikel 17 Adviesaanvrage#
Artikel 17 Adviesaanvrage artikel 11 artikel 24, tweede en derde lid Indien een te nemen besluit ingevolge, dan wel op grond van het medezeggenschapsreglement krachtens, vooraf voor advies dient te worden voorgelegd aan de medezeggenschapsraad, draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat: a. advies wordt gevraagd op een zodanig tijdstip, dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming; b. de medezeggenschapsraad in de gelegenheid wordt gesteld met hem overleg te voeren voordat advies wordt uitgebracht; c. de medezeggenschapsraad zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis wordt gesteld van de wijze waarop aan het uitgebrachte advies gevolg wordt gegeven; en d. de medezeggenschapsraad, indien het bevoegd gezag het advies niet of niet geheel wil volgen, in de gelegenheid wordt gesteld nader overleg met hem te voeren alvorens het besluit definitief wordt genomen. 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 18 — Artikel 18 Nadere regels bijzondere bevoegdheden#
Artikel 18 Nadere regels bijzondere bevoegdheden 1 artikelen 10 tot en met 14 artikel 24, tweede en derde lid De bevoegdheden op grond van de, dan wel op grond van het bepaalde in het medezeggenschapsreglement krachtens, zijn niet van toepassing, voor zover: a. de desbetreffende aangelegenheid voor de school reeds inhoudelijk is geregeld in een bij of krachtens wet gegeven voorschrift; b. artikel 38 van de Wet op het primair onderwijs artikel 38 van de Wet op de expertisecentra artikel 7.35 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 het betreft een aangelegenheid als bedoeld in,en, voor zover het in deze artikelen bedoelde overleg niet besluit de aangelegenheid ter behandeling aan het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad over te laten. 2 De bevoegdheden van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel is gekozen, zijn niet van toepassing, voor zover de desbetreffende aangelegenheid voor de school reeds inhoudelijk is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 19 — Artikel 19 Overeenkomstige toepassing t.a.v. GMR#
Artikel 19 Overeenkomstige toepassing t.a.v. GMR artikelen 15 17 18 De,enzijn van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 20 — Artikel 20 Specifieke inrichting medezeggenschapsstructuur#
Artikel 20 Specifieke inrichting medezeggenschapsstructuur 1 Op verzoek van de medezeggenschapsraad en met instemming van het bevoegd gezag kan met instemming van twee derden van de leden van de medezeggenschapsraad een deelraad worden verbonden aan een deel van een school. De deelraad treedt in dat geval in de bevoegdheden van de medezeggenschapsraad voor zover uitoefening van die bevoegdheden geen betrekking heeft op een ander deel van de school. 2 Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 16, tweede en derde lid Op verzoek van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en met instemming van het bevoegd gezag kan met instemming van twee derden van de leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad een groepsmedezeggenschapsraad worden verbonden aan een groep van scholen als bedoeld in de, deen deafzonderlijk. De groepsmedezeggenschapsraad treedt in dat geval in de bevoegdheden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, behoudens de bevoegdheden, bedoeld in. 3 artikelen 3 23 24 De,enzijn van overeenkomstige toepassing op de deelraad, bedoeld in het eerste lid, en de groepsmedezeggenschapsraad, bedoeld in het tweede lid. 4 artikel 10 artikel 11 artikel 16 De medezeggenschapsraad en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kunnen met instemming van het bevoegd gezag en met instemming van twee derden van de leden van de medezeggenschapsraad of de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad voor een of meer van de aangelegenheden, bedoeld inendan wel, een themaraad instellen. 5 Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet voortgezet onderwijs 2020 Indien van elk bevoegd gezag van scholen als bedoeld in de, of deof dede gemeenschappelijke medezeggenschapsraden dan wel bij het ontbreken van een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad alle medezeggenschapsraden, daarmee instemmen kan een bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad worden ingesteld. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 21 — Artikel 21 Medezeggenschapsstatuut#
Artikel 21 Medezeggenschapsstatuut 1 Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens deze wet, ten minste eenmaal in de twee jaar een medezeggenschapsstatuut vast. 2 Het bevoegd gezag legt het medezeggenschapsstatuut, daaronder elke wijziging ervan mede begrepen, als voorstel aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad of bij het ontbreken daarvan aan de medezeggenschapsraad voor en stelt het slechts vast indien het voorstel de instemming van twee derden van het aantal leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad of bij het ontbreken van een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de medezeggenschapsraad heeft verworven. 2008 387 02-10-2008 11-09-2008 31400 2008 409 21-10-2008 01-10-2008 22-10-2008
Artikel 22 — Artikel 22 Inhoud medezeggenschapsstatuut#
Artikel 22 Inhoud medezeggenschapsstatuut In het medezeggenschapsstatuut wordt in ieder geval geregeld: a. artikel 20 de wijze waarop gebruik is gemaakt vanen de bevoegdheden van de themaraden; b. artikel 20 de samenstelling van de medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de raden, bedoeld in; c. artikel 20 de wijze waarop en de termijnen waarbinnen aan de medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, de geledingen dan wel de raden, bedoeld in, informatie beschikbaar wordt gesteld, die noodzakelijk is voor het uitoefenen van de medezeggenschap; d. artikel 20 de wijze waarop de medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, de geledingen dan wel de raden, bedoeld in, elkaar en de geledingen waaruit zij zijn gekozen informatie verstrekken over hun activiteiten; e. artikel 28 artikel 20 de wijze waarop met inachtneming vaninvulling wordt gegeven aan de beschikbaarstelling van faciliteiten aan ouders, leerlingen en personeel, die deelnemen in de medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, de geledingen dan wel de raden, bedoeld in; f. artikel 6, eerste lid indien besprekingen als bedoeld in, namens het bevoegd gezag worden gevoerd, in welke gevallen en door wie dat geschiedt en in welke gevallen die persoon op zijn verzoek van die taak wordt ontheven. 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 23 — Artikel 23 Medezeggenschapsreglement#
Artikel 23 Medezeggenschapsreglement 1 Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens deze wet, een medezeggenschapsreglement voor de medezeggenschapsraad en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad vast. 2 artikel 24, tweede lid Het bevoegd gezag stelt het reglement, daaronder elke wijziging ervan mede begrepen, slechts vast voor zover het voorstel de instemming van twee derden van het aantal leden van de medezeggenschapsraad onderscheidenlijk van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad heeft verworven. Indien het een omzetting dan wel een overdracht als bedoeld inbetreft, behoeft dat deel van het reglement tevens de instemming van de geleding die de bevoegdheden omzet dan wel overdraagt. 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 24 — Artikel 24 Inhoud medezeggenschapsreglement medezeggenschapsraad#
Artikel 24 Inhoud medezeggenschapsreglement medezeggenschapsraad 1 In het reglement wordt in ieder geval geregeld: a. het aantal leden van de medezeggenschapsraad; b. artikel 3, derde lid, onderdeel b, sub 2° de wijze waarop aan de desbetreffende scholen toepassing wordt gegeven aan; c. de wijze en organisatie van de verkiezingen van de leden van de medezeggenschapsraad; d. de zittingsduur van de leden van de medezeggenschapsraad; e. indien een lid van de schoolleiding dan wel een personeelslid dat is benoemd of te werk gesteld en is belast met managementtaken ten behoeve van meer dan een school is opgedragen om namens het bevoegd gezag op te treden in besprekingen met de medezeggenschapsraad, in welke gevallen op verzoek van de medezeggenschapsraad het bevoegd gezag zelf deze besprekingen met de raad voert; f. de wijze waarop het bevoegd gezag informatie verschaft aan de medezeggenschapsraad; g. de termijnen binnen welke tot instemming of onthouding van instemming dient te worden besloten, en de termijnen binnen welke advies dient te worden uitgebracht; h. de bevoegdheden van de medezeggenschapsraad die aan de themaraad worden overgedragen dan wel de bevoegdheden van de medezeggenschapsraad waarin de deelraad treedt; i. in welke gevallen en op welke wijze de medezeggenschapsraad alle bij de school betrokkenen betrekt bij de werkzaamheden van de medezeggenschapsraad; j. in welke gevallen geheimhouding wordt betracht; k. de procedure voor de beslechting van die geschillen tussen het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad waarvoor deze wet niet in een geschillenregeling voorziet. 2 Indien de medezeggenschapsraad een aan de raad toekomende adviesbevoegdheid wenst om te zetten in een instemmingsbevoegdheid, dan wel een instemmingsbevoegdheid in een adviesbevoegdheid, of een geleding een aan die geleding toekomende instemmingsbevoegdheid wenst om te zetten in een adviesbevoegdheid, respectievelijk een geleding een aan die geleding toekomende bevoegdheid wenst over te dragen aan de medezeggenschapsraad, wordt die omzetting respectievelijk die overdracht in het reglement geregeld. Voor een omzetting en een overdracht als bedoeld in de eerste volzin is de instemming van het bevoegd gezag vereist. 3 artikelen 10 11 12 13 14 In het reglement kan tevens worden geregeld dat door het bevoegd gezag te nemen besluiten met betrekking tot nader in het reglement te omschrijven aangelegenheden die niet reeds in de wet worden genoemd, instemming dan wel advies behoeven als bedoeld in de,,,of. 4 In het reglement kan voorts worden geregeld: a. artikel 58, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs artikel 60, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra artikel 8.3 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 de voorwaarde dat leerlingen, die tot de school zijn toegelaten met toepassing van,of, alsmede hun ouders, slechts kandidaat kunnen worden gesteld voor verkiezing tot lid van de medezeggenschapsraad, indien zij hebben verklaard de grondslag en de doelstellingen van de school te respecteren; b. artikel 6, derde lid over welke aangelegenheden op grond van, wordt overlegd met elk van de geledingen afzonderlijk. 5 De voorwaarde, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, kan slechts worden toegepast, indien zij door of namens het bevoegd gezag voorafgaand aan de toelating aan de betrokkenen bekend is gemaakt. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 25 — Artikel 25 artikel 24, tweede en derde lid Geldigheidsduur bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad en bijzondere bevoegdheden ingevolge toepassing#
Artikel 25 artikel 24, tweede en derde lid Geldigheidsduur bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad en bijzondere bevoegdheden ingevolge toepassing 1 artikel 20, vijfde lid De geldigheidsduur van de instelling van een bovenbestuurlijke gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, bedoeld in, bedraagt ten hoogste twee jaren. De in de eerste volzin bedoelde termijn kan telkens met ten hoogste twee jaren worden verlengd indien alle gemeenschappelijke medezeggenschapsraden daarmee instemmen dan wel bij ontbreken van een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad alle medezeggenschapsraden. 2 artikel 24, tweede en derde lid De geldigheidsduur van advies- en instemmingsbevoegdheden die ingevolge de toepassing van, in het medezeggenschapsreglement zijn opgenomen, bedraagt ten hoogste twee jaren. De in de eerste volzin bedoelde termijn kan telkens worden verlengd met ten hoogste twee jaren, indien ten minste twee derden van het aantal leden van de medezeggenschapsraad daartoe besluiten ten aanzien van alle of een aantal van de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheden. 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 26 — Artikel 26 Reglement gemeenschappelijke medezeggenschapsraad#
Artikel 26 Reglement gemeenschappelijke medezeggenschapsraad artikelen 23 24 Deenzijn van overeenkomstige toepassing op het reglement van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 27 — Artikel 27 Mogelijkheid regeling voor specifieke gevallen#
Artikel 27 Mogelijkheid regeling voor specifieke gevallen Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld voor specifieke situaties bij een categorie van scholen. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is overgelegd. 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 28 — Artikel 28 Faciliteiten#
Artikel 28 Faciliteiten 1 Het bevoegd gezag staat de medezeggenschapsraad het gebruik toe van de voorzieningen waarover het kan beschikken en die de medezeggenschapsraad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. 2 De kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de medezeggenschapsraad, scholingskosten daaronder begrepen, komen ten laste van het bevoegd gezag. De redelijkerwijs noodzakelijke kosten van het raadplegen van een deskundige en van het voeren van rechtsgedingen door de medezeggenschapsraad komen slechts ten laste van het bevoegd gezag indien het bevoegd gezag vooraf in kennis is gesteld van de te maken kosten. Het bevoegd gezag kan in overeenstemming met de medezeggenschapsraad de kosten die de medezeggenschapsraad in enig jaar zal maken, vaststellen op een bepaald bedrag dat de medezeggenschapsraad naar eigen inzicht kan besteden. Kosten waardoor het hier bedoelde bedrag zou worden overschreden, komen slechts ten laste van het bevoegd gezag voor zover dat bevoegd gezag in het dragen daarvan toestemt. 3 Het bevoegd gezag treft een regeling voor de leden van de medezeggenschapsraad afkomstig uit het personeel voor faciliteiten in tijd ten behoeve van het voeren van overleg, scholing en overige medezeggenschapsactiviteiten. De in de eerste volzin bedoelde faciliteiten worden vastgesteld op een zodanige omvang als redelijkerwijs noodzakelijk is voor de taakvervulling door de leden van de medezeggenschapsraad. 4 Het bevoegd gezag kan een vacatievergoeding toekennen aan ouders en leerlingen die lid zijn van de medezeggenschapsraad. 5 Tevens kan het bevoegd gezag bijdragen in de kosten voor administratieve ondersteuning van de medezeggenschapsraad. 6 artikel 20 Het eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en van een raad als bedoeld in. 2016 273 14-07-2016 15-06-2016 34251 2016 327 14-09-2016 25-08-2016 01-01-2017
Artikel 29 — Artikel 29 Afwijking in verband met eigen aard#
Artikel 29 Afwijking in verband met eigen aard 1 artikel 24, tweede lid artikelen 21 23 Op gronden die verband houden met de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging die aan de school ten grondslag ligt, kan het bevoegd gezag in het medezeggenschapsreglement in afwijking van, een aan de medezeggenschapsraad of een geleding toekomend instemmingsrecht omzetten in een adviesrecht dan wel een aan een geleding toekomend instemmingsrecht overdragen aan de medezeggenschapsraad dan wel een aan de leerlinggeleding toekomend instemmingsrecht overdragen aan de oudergeleding dan wel een aan de gezamenlijke ouder- en leerlinggeleding toekomend instemmingsrecht, omzetten in een instemmingsrecht voor de oudergeleding en een adviesrecht voor de leerlinggeleding. In afwijking van deenstelt het bevoegd gezag in dat geval het medezeggenschapsstatuut, respectievelijk het medezeggenschapsreglement, daaronder elke wijziging ervan mede begrepen, slechts vast nadat het hierover advies heeft ontvangen van de medezeggenschapsraad onderscheidenlijk van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. Het bevoegd gezag kan slechts toepassing geven aan de eerste volzin indien een meerderheid van twee derden zowel van het personeel van de school als van de ouders en leerlingen dat ondersteunt. 2 De mogelijkheid tot afwijking, bedoeld in het eerste lid, komt te vervallen indien de gronden waarop zij berustte niet langer aanwezig zijn dan wel indien zij niet langer worden ondersteund door een meerderheid van twee derden van elk van de in het eerste lid bedoelde categorieën. 3 Het bevoegd gezag toetst elke vijf jaar de stand van zaken met betrekking tot de gronden van de afwijking en de ondersteuning ervan. 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 29a — Artikel 29a Bepalingen van overeenkomstige toepassing op ondersteuningsplanraad#
Artikel 29a Bepalingen van overeenkomstige toepassing op ondersteuningsplanraad artikelen 21 22 23 24, eerste lid 28 29 De,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing op de ondersteuningsplanraad, met dien verstande dat artikel 29 van toepassing is indien ten minste tweederde van het aantal scholen in het samenwerkingsverband gebruik maakt van de in dat artikel genoemde mogelijkheid. 2012 545 13-11-2012 11-10-2012 32812 2012 631 14-12-2012 06-12-2012 01-08-2013 2012 533 05-11-2012 11-10-2012 33106 2013 219 20-06-2013 07-06-2013 01-08-2013
Artikel 30 — Artikel 30 Commissie voor geschillen#
Artikel 30 Commissie voor geschillen 1 artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Er is een landelijke commissie voor geschillen waarbij elke school, samenwerkingsverband en centrale dienst is aangesloten. Tot voorzitter en tot plaatsvervangend voorzitter kunnen alleen personen worden benoemd die voldoen aan de bij of krachtensgestelde vereisten om te kunnen worden benoemd tot rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast. 2 De commissie bestaat uit 3 leden en ten minste 3 plaatsvervangende leden, van wie een lid en diens plaatsvervangers worden benoemd op bindende voordracht van de landelijke besturenorganisaties en een lid en diens plaatsvervangers op bindende voordracht van landelijke personeelsvak- onderscheidelijk ouder- of leerlingenorganisaties. De leden doen een bindende voordracht voor de benoeming van het derde lid, tevens voorzitter en diens plaatsvervangers. Het aantal plaatsvervangers van elk lid en van de voorzitter is aan elkaar gelijk. De benoeming geschiedt door Onze Minister. 3 De leden en de plaatsvervangende leden mogen niet deel uitmaken van het bevoegd gezag of van de medezeggenschapsraad van een school, samenwerkingsverband en centrale dienst. 2017 261 21-06-2017 07-06-2017 34656 2017 295 07-07-2017 27-06-2017 01-01-2018
Artikel 31 — Artikel 31 Competentie commissie#
Artikel 31 Competentie commissie 1 artikelen 32 33 34 35 De commissie neemt kennis van de geschillen, bedoeld in de,,en. 2 De commissie is in geval van een geschil als bedoeld in het eerste lid bevoegd een bemiddelingsvoorstel voor te leggen aan het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad, tenzij het bevoegd gezag of de medezeggenschapsraad te kennen geven daarop geen prijs te stellen. 3 Uitspraken van de commissie in geschillen als bedoeld in het eerste lid, waaronder begrepen bemiddelingsvoorstellen waarover overeenstemming is bereikt, zijn bindend voor het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad. 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 35 De bepalingen van de derde afdeling van de vijfde titel van het tweede boek van hetzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in geval van een geschil als bedoeld ineen dwangsom uitsluitend kan worden opgelegd aan het bevoegd gezag. 2016 273 14-07-2016 15-06-2016 34251 2016 327 14-09-2016 25-08-2016 01-01-2017
Artikel 32 — Artikel 32 Geschillen instemmingsbevoegdheid#
Artikel 32 Geschillen instemmingsbevoegdheid 1 artikelen 10 12 13 14 Indien de medezeggenschapsraad aan een besluit van het bevoegd gezag de instemming onthoudt die is vereist ingevolge de,,endan wel ingevolge de toepassing van artikel 24, tweede en derde lid, kan het bevoegd gezag de commissie binnen zes weken na de onthouding van de instemming toestemming vragen om het besluit te nemen. De commissie geeft slechts toestemming indien de medezeggenschapsraad niet in redelijkheid tot het onthouden van instemming heeft kunnen komen of indien sprake is van zwaarwegende omstandigheden die het te nemen besluit van het bevoegd gezag rechtvaardigen. 2 Het bevoegd gezag vraagt toestemming als bedoeld in het eerste lid onder overlegging van de door het bevoegd gezag gemaakte afweging van de belangen die daarbij voor het bevoegd gezag onderscheidenlijk de medezeggenschapsraad aan de orde zijn. De commissie stelt de medezeggenschapsraad in de gelegenheid, zijn argumenten voor het onthouden van zijn instemming bij de commissie naar voren te brengen. 3 Een besluit als bedoeld in het eerste lid dat is genomen zonder de instemming van de medezeggenschapsraad of zonder de toestemming van de commissie, is nietig indien de medezeggenschapsraad tegenover het bevoegd gezag schriftelijk een beroep op de nietigheid heeft gedaan. De medezeggenschapsraad kan een beroep op de nietigheid slechts doen binnen zes weken nadat het bevoegd gezag zijn besluit heeft genomen. Bij gebreke van een kennisgeving aan de medezeggenschapsraad van een door het bevoegd gezag genomen besluit gaat de termijn van zes weken pas in op het moment dat de medezeggenschapsraad is gebleken dat het bevoegd gezag uitvoering of toepassing geeft aan het besluit. 4 De medezeggenschapsraad kan de commissie verzoeken aan het bevoegd gezag de plicht op te leggen, zich te onthouden van handelingen die strekken tot uitvoering of toepassing van een nietig besluit als bedoeld in het derde lid. Het bevoegd gezag kan de commissie verzoeken te verklaren dat de medezeggenschapsraad ten onrechte een beroep heeft gedaan op nietigheid als bedoeld in het derde lid. 2016 273 14-07-2016 15-06-2016 34251 2016 327 14-09-2016 25-08-2016 01-01-2017
Artikel 33 — Artikel 33 Geschillen inhoud medezeggenschapsreglement en medezeggenschapsstatuut#
Artikel 33 Geschillen inhoud medezeggenschapsreglement en medezeggenschapsstatuut 1 artikel 24, eerste, derde en vierde lid Indien de medezeggenschapsraad het bevoegd gezag de instemming voor vaststelling of wijziging van het medezeggenschapsstatuut, of van het medezeggenschapsreglement, voor wat betreft onderwerpen als bedoeld in, onthoudt, kan het bevoegd gezag de commissie binnen zes weken na de onthouding van de instemming toestemming vragen het statuut of reglement vast te stellen of te wijzigen. De commissie geeft toestemming, tenzij het bevoegd gezag bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn voorstel heeft kunnen komen. 2 De commissie geeft voor zover zij van oordeel is dat het bevoegd gezag bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn voorstel heeft kunnen komen, in haar uitspraak aan hoe het voorstel dient te worden gewijzigd. Na de uitspraak van de commissie stelt het bevoegd gezag het medezeggenschapsreglement dan wel het medezeggenschapsstatuut vast overeenkomstig de uitspraak van de commissie. 3 artikel 32, tweede lid Op het vragen van toestemming als bedoeld in het eerste lid is, van overeenkomstige toepassing. 4 Een vaststelling of wijziging als bedoeld in het eerste lid, gedaan zonder de instemming door de medezeggenschapsraad of zonder de toestemming van de commissie, is nietig indien de medezeggenschapsraad tegenover het bevoegd gezag schriftelijk een beroep op de nietigheid heeft gedaan. De medezeggenschapsraad kan een beroep op de nietigheid slechts doen binnen zes weken nadat het bevoegd gezag zijn vaststelling of wijziging heeft gedaan. Bij gebreke van kennisgeving van een vaststelling of wijziging aan de medezeggenschapsraad gaat de termijn van zes weken pas in op het moment dat de medezeggenschapsraad is gebleken dat het bevoegd gezag uitvoering of toepassing geeft aan het besluit. 5 De medezeggenschapsraad kan de commissie verzoeken het bevoegd gezag te verplichten zich te onthouden van handelingen die strekken tot uitvoering of toepassing van een nietig besluit als bedoeld in het vierde lid. Het bevoegd gezag kan de commissie verzoeken te verklaren dat de medezeggenschapsraad ten onrechte een beroep heeft gedaan op nietigheid als bedoeld in het vierde lid. 2016 273 14-07-2016 15-06-2016 34251 2016 327 14-09-2016 25-08-2016 01-01-2017
Artikel 34 — Artikel 34 Geschillen adviesbevoegdheid#
Artikel 34 Geschillen adviesbevoegdheid 1 artikel 11 artikel 24, tweede en derde lid Indien het bevoegd gezag een besluit neemt waarbij het een advies van de medezeggenschapsraad, vereist ingevolge, dan wel ingevolge de toepassing van, niet of niet geheel volgt, wordt de uitvoering van het besluit opgeschort met zes weken, tenzij de medezeggenschapsraad tegen onmiddellijke uitvoering van het besluit geen bedenkingen heeft. 2 De medezeggenschapsraad kan in het geval, bedoeld in het eerste lid, een geschil voorleggen aan de commissie binnen zes weken nadat het betrokken besluit door het bevoegd gezag is genomen. 3 De medezeggenschapsraad kan in het geval waarin het bevoegd gezag ten onrechte geen advies heeft gevraagd, binnen zes weken nadat is gebleken dat het bevoegd gezag uitvoering of toepassing geeft aan dat besluit een geschil voorleggen aan de commissie. De medezeggenschapsraad verstrekt daarbij het advies dat zou zijn gegeven indien advies zou zijn gevraagd. Voor de behandeling van het geschil geldt dit advies als niet of niet geheel gevolgd. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. 4 Het voorleggen van een geschil als bedoeld in het tweede of derde lid geschiedt onder overlegging van de argumenten voor het advies en de argumenten voor het oordeel dat door het niet of niet geheel volgen van het advies de belangen van de school of van de medezeggenschapsraad ernstig worden geschaad. De commissie stelt het bevoegd gezag in de gelegenheid, zijn argumenten voor het niet of niet geheel volgen van het advies bij de commissie naar voren te brengen. De behandeling van het verzoek verlengt de opschorting, bedoeld in het eerste lid, niet. 5 De commissie beoordeelt of het bevoegd gezag bij niet of niet geheel volgen van het advies van de medezeggenschapsraad bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. 6 De commissie doet vervolgens de uitspraak of het betrokken besluit al dan niet in stand kan blijven. De commissie is daarbij bevoegd, indien de medezeggenschapsraad daarom heeft verzocht, een of meer van de volgende voorzieningen te treffen: a. het opleggen van de verplichting aan het bevoegd gezag om aan te wijzen gevolgen van dat besluit ongedaan te maken; b. het opleggen van een verplichting aan het bevoegd gezag tot nalaten om handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het besluit of van onderdelen daarvan. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 35 — Artikel 35 Geschil naleving WMS en onderwijswetten#
Artikel 35 Geschil naleving WMS en onderwijswetten 1 De medezeggenschapsraad kan aan de commissie een geschil voorleggen inzake naleving door het bevoegd gezag van de bij of krachtens deze wet of een onderwijswet geldende verplichtingen jegens de medezeggenschapsraad. 2 Het bevoegd gezag kan aan de commissie een geschil voorleggen inzake naleving door de medezeggenschapsraad van de bij of krachtens deze wet of een onderwijswet geldende verplichtingen jegens het bevoegd gezag. 3 artikel 37 De commissie kan in haar uitspraak aan de medezeggenschapsraad onderscheidenlijk het bevoegd gezag de verplichting opleggen om bepaalde handelingen te verrichten of na te laten. Wanneer de medezeggenschapsraad een zodanige verplichting niet nakomt, kan de commissie de medezeggenschapsraad ontbinden, onder oplegging aan het bevoegd gezag van de verplichting tot het doen verkiezen van een nieuwe medezeggenschapsraad dan wel, na toepassing van, onder oplegging aan het samenwerkingsverband van de verplichting tot het doen afvaardigen van een nieuwe ondersteuningsplanraad. 2016 273 14-07-2016 15-06-2016 34251 2016 327 14-09-2016 25-08-2016 01-01-2017
Artikel 35a — Artikel 35a Executoriale titel#
Artikel 35a Executoriale titel 1 artikel 31, vierde lid De tenuitvoerlegging van een uitspraak van de commissie waaraan een dwangsom als bedoeld in, is verbonden kan plaatsvinden nadat de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin het bevoegd gezag is gevestigd, ter griffie van welke rechtbank het origineel van de uitspraak is neergelegd, daartoe op verzoek van de medezeggenschapsraad verlof heeft verleend. 2 Neerleggen ter griffie als bedoeld in het eerste lid vindt plaats door de commissie na een schriftelijk verzoek van de medezeggenschapsraad daartoe. Het verzoek van de medezeggenschapsraad tot neerleggen ter griffie vindt plaats uiterlijk twee jaar na de datum waarop de uitspraak door de commissie is gedaan. 3 Het verlof, bedoeld in het eerste lid, wordt aangetekend op het origineel van de uitspraak. De griffier zendt ten spoedigste aan de partijen een gewaarmerkt afschrift van de uitspraak met het daarop aangetekend verlof tot tenuitvoerlegging. 4 artikel 36, tweede lid Verlof als bedoeld in het eerste lid, kan eerst worden verleend nadat de op grond van, geldende termijn voor hoger beroep ongebruikt is verstreken, dan wel eerder indien schriftelijk van hoger beroep afstand is gedaan. 5 artikel 31, vierde lid tweede boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De voorzieningenrechter van de rechtbank kan de tenuitvoerlegging van de uitspraak slechts weigeren indien hem na summierlijk onderzoek is gebleken dat de uitspraak of de wijze waarop die tot stand is gekomen kennelijk in strijd is met de openbare orde of dat de aan de uitspraak verbonden dwangsom is opgelegd in strijd met, of de bepalingen van de derde afdeling van de vijfde titel van het. In dit laatste geval betreft de weigering alleen de tenuitvoerlegging van de dwangsom. 2016 273 14-07-2016 15-06-2016 34251 2016 327 14-09-2016 25-08-2016 01-01-2017
Artikel 36 — Artikel 36 Beroep#
Artikel 36 Beroep 1 artikelen 32 33 34 35 De medezeggenschapsraad dan wel het bevoegd gezag kan bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam beroep instellen tegen een uitspraak van de commissie als bedoeld in de,,en. 2 Het beroep wordt ingediend bij verzoekschrift binnen een maand nadat de verzoekende partij van de in het eerste lid bedoelde uitspraak op de hoogte is gesteld. De wederpartij wordt van het beroep in kennis gesteld. 3 De ondernemingskamer behandelt het verzoek met de meeste spoed. 4 Tegen een uitspraak van de ondernemingskamer kan geen beroep in cassatie worden ingesteld. 5 artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 20 In afwijking vankan de medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, een geleding onderscheidenlijk een raad als bedoeld inniet in de proceskosten worden veroordeeld. 2016 273 14-07-2016 15-06-2016 34251 2016 327 14-09-2016 25-08-2016 01-01-2017
Artikel 37 — Artikel 37 Overeenkomstige toepassing#
Artikel 37 Overeenkomstige toepassing artikelen 31 32 33 34 35 35a 36 artikel 20, eerste en tweede lid De,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, de geledingen, de raden, bedoeld in, de raad, bedoeld in artikel 20, vierde lid, voor zover het een aangelegenheid betreft waarvoor de raad is ingesteld en de ondersteuningsplanraad. 2016 273 14-07-2016 15-06-2016 34251 2016 327 14-09-2016 25-08-2016 01-01-2017
Artikel 38 — Artikel 38 Inhouding bekostiging#
Artikel 38 Inhouding bekostiging 1 Indien het bevoegd gezag van een school of een samenwerkingsverband de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften niet nakomt, kan Onze Minister besluiten dat de bekostiging uit de openbare kas geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden of opgeschort. 2 De bekostiging wordt wederom toegekend, indien Onze Minister blijkt, dat de reden voor de toepassing van het eerste lid is vervallen. 2012 533 05-11-2012 11-10-2012 33106 2014 181 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 39 — Artikel 39 Wet op de ondernemingsraden#
Artikel 39 Wet op de ondernemingsraden Wet op de ondernemingsraden Deis niet van toepassing op de scholen, samenwerkingsverbanden en centrale diensten in de zin van deze wet. 2012 533 05-11-2012 11-10-2012 33106 2014 181 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 40 — Artikel 40 Besluit medezeggenschap onderwijs#
Artikel 40 Besluit medezeggenschap onderwijs Besluit medezeggenschap onderwijs artikel 27 artikel 27 Hetblijft van kracht totdat de algemene maatregel van bestuur op grond vantot stand is gekomen. Het geldt tot dat tijdstip als besluit, gebaseerd opvan deze wet. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 41 — Artikel 41 Overgangsrecht medezeggenschapreglement en medezeggenschapsstatuut#
Artikel 41 Overgangsrecht medezeggenschapreglement en medezeggenschapsstatuut Vervallen 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 42 — Artikel 42 art. 31 WMO 1992 Geldigheidsduur ontheffing/toestemming op grond van#
Artikel 42 art. 31 WMO 1992 Geldigheidsduur ontheffing/toestemming op grond van Vervallen 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 43 — Artikel 43 Aantreden nieuwe commissie; beslissing aanhangige geschillen#
Artikel 43 Aantreden nieuwe commissie; beslissing aanhangige geschillen Vervallen 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 44 — Artikel 44 Voorlopige medezeggenschapsraad#
Artikel 44 Voorlopige medezeggenschapsraad 1 Indien aan een school nog geen medezeggenschapsraad is verbonden, wordt aan de school binnen een half jaar een voorlopige medezeggenschapsraad gekozen. 2 Artikel 3, derde tot en met negende lid , is van overeenkomstige toepassing op de voorlopige raad. 3 artikelen 23, tweede lid 31, aanhef en onderdeel b 33 Het bevoegd gezag legt binnen drie maanden na de verkiezing van de voorlopige raad een medezeggenschapsreglement als voorstel aan deze raad voor. Vervolgens spreekt de voorlopige raad zich, na overleg met het bevoegd gezag, binnen drie maanden over het voorstel uit. De,, en, zijn van overeenkomstige toepassing. 4 Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien aan scholen nog geen gemeenschappelijke medezeggenschapsraad is verbonden. 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Wijzigt de Experimentenwet onderwijs, de Arbeidstijdenwet en de Wet op de rechterlijke organisatie. 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 46 — Artikel 46 Evaluatie#
Artikel 46 Evaluatie Vervallen 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2021
Artikel 47 — Artikel 47 Inwerkingtreding#
Artikel 47 Inwerkingtreding Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 48 — Artikel 48 Citeertitel#
Artikel 48 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als «Wet medezeggenschap op scholen». 2006 658 19-12-2006 30-11-2006 30414 2006 689 20-12-2006 13-12-2006 01-01-2007