Wet van 6 december 2006, houdende wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de beëindiging van de bekostigingsrelatie tussen de agrarische innovatie- en praktijkcentra en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- BWB-id
- BWBR0021063
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2007-08-01 t/m 2016-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0021063
- ELI
- /eli/nl/wet/2007/wijzigingswet-wet-educatie-en-beroepsonderwijs-enz-be-indigi
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2007/wijzigingswet-wet-educatie-en-beroepsonderwijs-enz-be-indigi/2007-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0021063&g=2007-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0021063&z=2026-06-06&g=2007-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0021063/2007-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2007/wijzigingswet-wet-educatie-en-beroepsonderwijs-enz-be-indigi
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs. 2007 23 23-01-2007 06-12-2006 30541 2007 72 22-02-2007 01-02-2007 01-08-2007
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Wijzigt de Wet op het onderwijstoezicht. 2007 23 23-01-2007 06-12-2006 30541 2007 72 22-02-2007 01-02-2007 01-08-2007
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Wijzigt de Kaderwet LNV-subsidies. 2007 23 23-01-2007 06-12-2006 30541 2007 72 22-02-2007 01-02-2007 01-08-2007
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV 1 Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kent vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de rechtspersonen waarvan de agrarische innovatie- en praktijkcentra uitgaan, in jaarlijkse termijnen gedurende maximaal vier jaar, een nader te bepalen financiële bijdrage toe. 2 De in het eerste lid genoemde financiële bijdrage is opgebouwd uit: a. een bijdrage in de personele kosten, en b. een overgangsbudget. 3 De bijdrage in de personele kosten wordt door de rechtspersonen waarvan de agrarische innovatie- en praktijkcentra uitgaan in ieder geval besteed aan: a. uitkeringen als gevolg van werkloosheid; b. uitkeringen als gevolg van arbeidsongeschiktheid; c. outplacement, of d. opleidingen. 4 Het overgangsbudget wordt door de rechtspersonen waarvan de agrarische innovatie- en praktijkcentra uitgaan besteed aan door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan te wijzen onderwijsactiviteiten, die in ieder geval kosteloos worden aangeboden aan: a. agrarische opleidingscentra; b. artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs scholengemeenschappen als bedoeld inbestaande uit een agrarisch opleidingscentrum en een school voor middelbaar algemeen voorbereidend onderwijs of bestaande uit een regionaal opleidingscentrum en een school voor voorbereidend en middelbaar beroepsonderwijs in de sector landbouw; c. artikel 19 van de Wet op het voortgezet onderwijs scholengemeenschappen als bedoeld inmet een afdeling landbouw en natuurlijke omgeving; d. scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs in de sector landbouw; e. Hogere Agrarische Opleidingen; f. Wageningen Universiteit; g. de Faculteit Diergeneeskunde Universiteit Utrecht, en h. buitenlandse studenten. 5 Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bepaalt de hoogte van het overgangsbudget aan de hand van het bedrag van de, tot het tijdstip van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel, laatst vastgestelde rijksbijdrage voor de agrarische innovatie- en praktijkcentra, welke in maximaal 4 jaar wordt afgebouwd tot een bedrag van 0 euro. 6 Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan aan het verstrekken van de financiële bijdrage nadere voorwaarden verbinden. 2007 23 23-01-2007 06-12-2006 30541 2007 72 22-02-2007 01-02-2007 01-08-2007
Artikel V — Artikel V#
Artikel V 1 artikel IV artikel IV Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet legt het bestuur van de rechtspersoon waarvan een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum uitgaat in de jaarrekening zichtbaar verantwoording af aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het financiële beheer van het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum voor zover het betreft de financiële bijdrage als bedoeld in. Uit de jaarrekening blijkt dat sprake is van een rechtmatige aanwending van de financiële bijdrage. Van een rechtmatige besteding is slechts sprake wanneer is voldaan aan de in of op grond vangestelde voorwaarden. 2 Het bestuur van de rechtspersoon waarvan een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum uitgaat dient de jaarrekening voor 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar bij Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in. 3 artikel 393, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een door het bestuur aangewezen accountant als bedoeld in. 4 Indien de bijdrage in de personele kosten de daadwerkelijk te maken personele kosten overschrijdt dan wel indien het overgangsbudget de daadwerkelijk te maken kosten voor het verzorgen van de onderwijsactiviteiten overschrijdt, wordt door de rechtspersoon waarvan een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum uitgaat het teveel aan uitgekeerde gelden niet later dan een jaar na indiening van de laatste jaarrekening, bedoeld in het vorige lid, terugbetaald aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2007 23 23-01-2007 06-12-2006 30541 2007 72 22-02-2007 01-02-2007 01-08-2007
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2007 23 23-01-2007 06-12-2006 30541 2007 72 22-02-2007 01-02-2007 01-08-2007