Wet van 9 oktober 2008, houdende bepalingen over de zorg voor de publieke gezondheid (Wet publieke gezondheid)
- BWB-id
- BWBR0024705
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024705
- ELI
- /eli/nl/wet/2008/wet-publieke-gezondheid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2008/wet-publieke-gezondheid/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024705&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024705&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024705/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2008/wet-publieke-gezondheid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de Internationale Gezondheidsregeling: de Internationale Gezondheidsregeling met Bijlagen (Trb. 2007, 34); b. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; c. publieke gezondheidszorg: de gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende maatregelen voor de bevolking of specifieke groepen daaruit, waaronder begrepen het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van ziekten; d. jeugdgezondheidszorg: de publieke gezondheidszorg, waarbij een landelijk preventief gezondheidszorgpakket actief wordt aangeboden aan alle jeugdigen tot 18 jaar; da. ouderengezondheidszorg: de publieke gezondheidszorg ten behoeve van personen boven de vijfenzestig jaar; db. groep A1: artikel 20 een krachtens de procedure vanals zodanig aangemerkte infectieziekte; e. groep A2: Middle East respiratory syndrome (MERS), pokken, polio, severe acute respiratory syndrome (SARS), virale hemorragische koorts; f. groep B1: een humane infectie veroorzaakt door een dierlijk influenzavirus, difterie, mpox, pest, rabies, tuberculose; g. groep B2: buiktyfus (typhoid fever), cholera, hepatitis A, B en C, kinkhoest, mazelen, paratyfus, rubella, shigellose, shiga toxine producerende escherichia (STEC)/enterohemorragische escherichia coli-infectie, invasieve groep A streptokokkeninfectie, voedselinfectie, voor zover vastgesteld bij twee of meer patiënten met een onderlinge relatie wijzend op voedsel als een bron; h. groep C: artikel 19 de krachtensaangewezen infectieziekten; i. epidemie van een infectieziekte: een in korte tijd sterke toename van het aantal nieuwe patiënten lijdend aan een infectieziekte behorend tot groep A1, A2, B1, B2 of C; j. quarantaine: verblijf van een persoon die mogelijk besmet is met een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2 in een door de burgemeester aangewezen gebouw, schip of in een aantal aangewezen ruimten daarbinnen, in verband met de bestrijding van de gevaren van die ziekte voor de volksgezondheid; k. medisch toezicht: medisch toezicht op een in quarantaine geplaatste persoon om te bezien of deze met een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2 is geïnfecteerd en dientengevolge ziekteverschijnselen ontwikkelt; l. besmetting: de aanwezigheid van een vector, reservoir, infectieus of giftig agens of infectieuze of giftige stof op of in een terrein, gebouw, goed of vervoermiddel, waardoor een volksgezondheidsrisico kan ontstaan; m. infectie: het binnendringen en de ontwikkeling of vermenigvuldiging van een infectieus agens in het lichaam van mensen, waardoor een volksgezondheidsrisico kan ontstaan; n. vector: een insect of ander dier dat een infectieus agens met zich mee kan voeren en over kan dragen tussen dieren of mensen waardoor een volksgezondheidsrisico kan ontstaan; na. reservoir: een dier, plant of substantie waarin een infectieus agens normaliter leeft en wiens aanwezigheid een volksgezondheidsrisico zou kunnen vormen; o. lijk; artikel 2, eerste lid, onder a, van de Wet op de lijkbezorging een lijk in de zin van; p. haven: haven, inclusief de ankergebieden, ligplaatsen, kaden, steigers en, voor wat betreft zeehavens, aanvaarroutes vanuit zee, alsmede alle zich in de nabijheid daarvan bevindende bedrijven, opslagplaatsen en overige terreinen en gebouwen, die op grond van hun ligging, bestemming of gebruik moeten worden geacht daartoe te behoren; q. luchthaven: een terrein geheel of gedeeltelijk bestemd voor het opstijgen en het landen van luchtvaartuigen met inbegrip van: 1°. de daarmee verband houdende bewegingen van luchtvaartuigen op de grond, 2°. de afwikkeling van het in de aanhef en onder 1° bedoelde luchtverkeer, of 3°. bedrijfsmatige activiteiten die samenhangen met de afwikkeling van het in de aanhef en onder 1° bedoelde luchtverkeer; r. burgerexploitant: artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart burgerexploitant als bedoeld in; s. gebouw: elk bouwwerk dat een overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van het belijden van godsdienst of levensovertuiging; t. vervoermiddel: luchtvaartuig, schip, trein of wegvoertuig; u. goed: artikel 2, eerste lid, onder a, van de Wet op de lijkbezorging tastbaar product, met inbegrip van planten en met uitzondering van dieren, vervoermiddelen en lijken in de zin van; v. waar: eetwaar, waaronder tevens begrepen een kauwpreparaat, drinkwaar alsmede een andere roerende zaak, voor zover gebruikt in de sfeer van de particuliere huishouding of van een krachtens de Warenwet daarmee gelijkgestelde andere huishouding; w. vervoersexploitant: een natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor een schip of luchtvaartuig dat een internationale reis maakt waarbij gebruik wordt gemaakt van een haven of luchthaven, of diens vertegenwoordiger; x. laboratorium: een laboratorium waar van het menselijk lichaam afgescheiden of afgenomen stoffen worden onderzocht ten behoeve van de diagnostiek van infectieziekten; y. samenwerkingsverband van registerloodsen: artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 15, eerste lid, onderdeel b, onder 2, van de Loodsenwet het voor de desbetreffende scheepvaartweg, bedoeld in, aangewezen samenwerkingsverband van registerloodsen, waarin krachtens, is voorzien; z. burgerservicenummer: artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer het burgerservicenummer, bedoeld in; aa. RIVM: artikel 1, onderdeel b, van de Wet op het RIVM het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bedoeld in; ab. voorzitter van de veiligheidsregio: artikel 11, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s de voorzitter van het bestuur van de veiligheidsregio, bedoeld in; ac. inspectie: de Inspectie gezondheidszorg en jeugd; ad. referentielaboratorium: een laboratorium dat naar de laatste stand van de wetenschap gespecialiseerd is in de diagnostiek, surveillance en behandeling dan wel bestrijding van een specifieke ziekte of ziekteverwekker; ad. vaccinatie: actieve immunisatie, daaronder tevens begrepen passieve immunisatie; ae. suïcide: een handeling waarmee opzettelijk een eind wordt gemaakt aan het eigen leven, niet zijnde een zelfdoding waarbij sprake was van hulp bij zelfdoding als bedoeld in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding; af. suïcidepreventie: alle acties gericht op het voorkomen van suïcides of pogingen daartoe. 2024 189 26-06-2024 21-06-2024 35754 2025 334 10-11-2025 30-10-2025 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het college van burgemeester en wethouders bevordert de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. 2 Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: a. het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking, b. artikel 13, tweede lid het elke vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota gemeentelijke gezondheidsbeleid, bedoeld in, op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie, c. het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen, d. het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering, e. het bevorderen van medisch milieukundige zorg, f. het bevorderen van technische hygiënezorg, g. het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen, h. het geven van prenatale voorlichting aan aanstaande ouders, i. het aanbieden van een vrijwillig prenataal huisbezoek door de organisatie die voor het college van burgemeester en wethouders de jeugdgezondheidszorg verricht om hulp en ondersteuning te geven aan zwangere vrouwen en hun gezinnen die in een kwetsbare situatie verkeren, voor zover daartoe aanleiding is na toepassing van een adequaat signaleringsinstrument, alsmede het in dat kader door het college bepalen van de omvang van deze doelgroep. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, en kunnen met het oog op de in het eerste lid bedoelde taak regels worden gesteld over de verstrekking van niet tot een persoon herleidbare gegevens aan het college van burgemeester en wethouders door personen en instellingen werkzaam op het terrein van de gezondheidszorg en kan deze verstrekking verplicht worden gesteld. Voor zover het de gegevensverstrekking door personen en instellingen aan het college van burgemeester en wethouders betreft, bevat deze algemene maatregel van bestuur regels over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de vergoeding van kosten. 2021 631 20-12-2021 15-12-2021 35593 2022 49 31-01-2022 25-01-2022 01-07-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Onze Minister bevordert de kwaliteit en doelmatigheid van de publieke gezondheidszorg en draagt zorg voor de instandhouding en verbetering van de landelijke ondersteuningsstructuur. 2 Onze Minister bevordert interdepartementale en internationale samenwerking op het gebied van de publieke gezondheidszorg. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het verstrekken van niet tot een persoon herleidbare systematische informatie door het college van burgemeester en wethouders aan Onze Minister inzake de uitvoering van deze wet en kan deze verstrekking verplicht worden gesteld. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a Vervallen 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 01-01-2018
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg. 2 Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: a. het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van jeugdigen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren, b. het ramen van de behoeften aan zorg, c. de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen, met uitzondering van het perinatale onderzoek op phenylketonurie (PKU), congenitale hypothyroïdie (CHT) en adrenogenitaal syndroom (AGS), d. het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding, e. het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen. 3 Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat bij de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, gebruik wordt gemaakt van: a. artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers de gegevens uit het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in, b. artikel 7:454 van het Burgerlijk Wetboek digitale gegevensopslag, onder bij regeling van Onze Minister te stellen eisen aan de daarbij te gebruiken software, voor zover het gaat om vastleggen van patiëntgegevens als bedoeld in. 4 Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat het bestand met de gegevens uit het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, uiterlijk één maand na verkrijging wordt vernietigd. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid. 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de uitvoering van de ouderengezondheidszorg. 2 Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: a. het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van ouderen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren; b. het ramen van de behoeften aan zorg; c. de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen als comorbiditeit; d. het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding; e. het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2010 198 28-05-2010 10-04-2010 01-07-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding, waaronder in ieder geval behoort: a. het nemen van algemene preventieve maatregelen op dit gebied, b. het bestrijden van tuberculose en seksueel overdraagbare aandoeningen, inclusief bron- en contactopsporing, c. artikelen 21 22 25 26 bron- en contactopsporing bij meldingen als bedoeld in de,,en. 2 Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor de voorbereiding op de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2, alsmede op de bestrijding van een nieuw subtype humaan influenzavirus, waarbij ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat. 3 hoofdstuk V De burgemeester geeft leiding aan de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte, behorend tot groep B1, B2 of C, alsook de directe voorbereiding daarop en draagt zorg voor de toepassing van de maatregelen, bedoeld in. 4 artikelen 34, vierde lid 47 51 54 55 56 artikelen 58e, tweede tot en met vijfde lid 58j, tweede tot en met vierde lid 58k, tweede tot en met vierde lid 58l 58m 58s, tweede lid 58v, tweede en derde lid 58z, derde en vierde lid 58za, eerste lid De voorzitter van de veiligheidsregio draagt zorg voor de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2, of een directe dreiging daarvan, en is dan ten behoeve van deze bestrijding bij uitsluiting bevoegd om toepassing te geven aan de,,,,of. Voor zover het gaat om een infectieziekte behorend tot groep A1 is de voorzitter van de veiligheidsregio ten behoeve van deze bestrijding voorts bij uitsluiting bevoegd toepassing te geven aan de,,,,,,,, en. 5 artikel 39, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s artikel 39, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s artikelen 5 7 van de Wet veiligheidsregio’s paragraaf 8, van hoofdstuk V Indien de bestrijding van de epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1 of een directe dreiging daarvan, gelet op de mate van beheersing, niet vereist dat de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het vierde lid, laatste zin, plaatsvindt door de voorzitter van de veiligheidsregio, komen die bevoegdheden na een besluit als bedoeld in het zesde lid en zolang een besluit als bedoeld in het zevende lid niet is genomen, bij uitsluiting toe aan de burgemeester. In afwijking vanis in die situatie ten behoeve van het bepaalde in, voor de bestrijding van de epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1 of een directe dreiging daarvan, in plaats van de voorzitter van de veiligheidsregio, de burgemeester bevoegd toepassing te geven aan de ingenoemde artikelen, met uitzondering van deen. 6 Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, besluit na overleg met de voorzitter van de betrokken veiligheidsregio of sprake is van een situatie als bedoeld in het vijfde lid. 7 Onze Minister kan het in het zesde lid bedoelde besluit, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, na overleg met de voorzitter van de betrokken veiligheidsregio wijzigen als de in dat lid bedoelde omstandigheid zich niet langer voordoet. 8 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de taken, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, nader worden uitgewerkt. 9 artikel 6c, eerste lid Als dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn aangewezen de door het RIVM krachtens, aan een gemeentelijke gezondheidsdienst opgedragen activiteiten in het kader van het bestrijden van seksueel overdraagbare aandoeningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 10 artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet De gemeentelijke gezondheidsdienst komt uitsluitend compensatie toe voor de activiteiten, bedoeld in het zesde lid, in de vorm van een specifieke uitkering als bedoeld in. Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven omtrent het toepassingsbereik van de activiteiten en de compensatie. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 6, eerste tot en met vierde lid Voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vectoren of reservoirs draagt Onze Minister, in afwijking van, zorg voor maatregelen ter preventie van vestiging van dergelijke vectoren of reservoirs, waaronder het nemen van bestrijdingsmaatregelen. 2 artikel 47a In gevallen waarin een spoedige voorziening krachtensin het belang van de volksgezondheid zo dringend geboden is dat de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid niet kan worden afgewacht, kan bij regeling van Onze Minister een vector of reservoir als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen. 3 De regeling, bedoeld in het tweede lid, vervalt zes maanden nadat zij in werking is getreden, of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop de maatregel in werking treedt. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b 1 Bij algemene maatregel van bestuur wordt een vaccinatieprogramma vastgesteld, waarin wordt opgenomen welke groepen voor welke vaccinaties in aanmerking komen. Voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan een afwijkend aanbod worden opgenomen. 2 Onze Minister draagt via het RIVM zorg voor de regie op en de coördinatie van de uitvoering, alsmede de registratie, bewaking en evaluatie van het vaccinatieprogramma. 3 artikel 5 Het college van burgemeester en wethouders draagt mede zorg voor het deel van het vaccinatieprogramma dat daartoe bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen. Het college draagt ervoor zorg dat deze wordt uitgevoerd door de organisatie, of onder verantwoordelijkheid van die organisatie, die voor het college de jeugdgezondheidszorg, bedoeld in, uitvoert. 4 Het college van burgemeester en wethouders past bij de uitvoering van het vaccinatieprogramma de vaccins toe die door of vanwege het RIVM worden verstrekt. De vaccins blijven eigendom van het RIVM tot het moment van toediening. 5 Het college van burgemeester en wethouders draagt ervoor zorg dat aan het RIVM ten behoeve van de taken van het RIVM, bedoeld in het tweede lid, wordt gemeld welke organisatie voor de gemeente uitvoering geeft aan de vaccinaties. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de kwalitatieve en programmatische uitvoering van het deel van het vaccinatieprogramma, bedoeld in het derde lid. Voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kunnen voor de programmatische uitvoering afwijkende regels worden gesteld. 7 De voordracht voor een krachtens het zesde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2017 258 20-06-2017 29-05-2017 34472 2017 472 13-12-2017 04-12-2017 01-01-2019
Artikel 6c — Artikel 6c#
Artikel 6c 1 Het RIVM heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens andere wetten, tot taak om namens Onze Minister werkzaamheden te verrichten bij de bestrijding van infectieziekten, waaronder het voeren van de landelijke regie en het laten verrichten van activiteiten, zo nodig onder bij regeling van Onze Minister te stellen eisen, op het terrein van de bestrijding van seksueel overdraagbare aandoeningen in samenhang met seksuele gezondheidszorg. 2 Het RIVM verwerkt de persoonsgegevens waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. 3 Het RIVM verwerkt op grond van het eerste lid slechts persoonsgegevens indien daarop pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5 van de Algemene verordening gegevensbescherming, is toegepast en vervolgens onafgebroken is gecontinueerd. 4 Artikel 21, eerste lid, tweede volzin, van de Algemene verordening gegevensbescherming is bij de verwerking door het RIVM niet van toepassing. 5 Voor zover het voor het RIVM noodzakelijk is om voor de taakuitvoering gebruik te maken van een referentielaboratorium zijn het tweede tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing op het referentielaboratorium. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6, vierde en vijfde lid hoofdstuk V In de situatie, bedoeld in, geeft Onze Minister leiding aan de bestrijding en kan Onze Minister de voorzitter van de veiligheidsregio opdragen hoe de bestrijding ter hand te nemen, waaronder begrepen het opdragen tot het toepassen van de maatregelen, bedoeld in. 2 artikel 6, derde lid hoofdstuk V In afwijking van, geeft Onze Minister leiding aan de bestrijding van een infectieziekte behorend tot groep B1 of B2, indien de burgemeester van een gemeente die het aangaat daartoe verzoekt. Onze Minister kan dan de burgemeester opdragen hoe de bestrijding ter hand te nemen, waaronder begrepen het opdragen tot het toepassen van de maatregelen, bedoeld in. 3 artikelen 51 54 55 artikel 22a van de Wet op de lijkbezorging Onze Minister kan de burgemeester opdragen om, ter uitvoering van de aanbevelingen, bedoeld in de artikelen 15 en 16 van de Internationale Gezondheidsregeling, toepassing te geven aan de maatregelen, bedoeld in de,en, alsook om de maatregelen, bedoeld in, toe te passen. 4 Voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste, tweede of derde lid, voert Onze Minister een bestuurlijk afstemmingsoverleg waarbij in ieder geval Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en de veiligheidsregio’s of gemeenten die het aangaat, worden betrokken. 5 Zodra toepassing wordt gegeven aan het eerste of tweede lid, informeert Onze Minister Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Veiligheid en Justitie. 6 Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste, tweede of derde lid, verstrekt de voorzitter van de veiligheidsregio of de burgemeester aan Onze Minister, indien deze daarom verzoekt, de gegevens die Onze Minister nodig heeft ter uitoefening van die taak. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 6, tweede lid Ter uitvoering van, past het bestuur van de veiligheidsregio de maatregelen toe die door Onze Minister worden opgedragen, indien het gaat om de voorbereiding op de bestrijding van: a. infectieziekten behorende tot groep A1 of A2, of b. een nieuw subtype humaan influenzavirus, waarbij ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat. 2 artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s Het bestuur van de veiligheidsregio beschrijft in het crisisplan, bedoeld in, de organisatie, de taken en bevoegdheden in het kader van de bestrijding van en de voorbereiding op de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2, alsmede de voorbereiding op de bestrijding van een nieuw subtype humaan influenzavirus waarbij ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat. 3 artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s Het deel van het crisisplan, bedoeld in, dat betrekking heeft op bestrijding van en de voorbereiding op de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2, alsmede de voorbereiding op de bestrijding van een nieuw subtype humaan influenzavirus waarbij ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat, wordt vastgesteld in overeenstemming met het algemeen bestuur van de gemeentelijke gezondheidsdienst. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 6, derde lid Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Veiligheid en Justitie bepalen dat, in daarbij aangewezen gevallen, een andere burgemeester de taak, dan wel een bepaald deel van de taak, bedoeld in, dient te vervullen. 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 28-07-2012
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 7, eerste, tweede en derde lid Onverminderd, kunnen bij regeling van Onze Minister regels worden gesteld betreffende de door de burgemeester te treffen maatregelen ter bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep B1, B2 of C. 2012 233 05-06-2012 24-05-2012 32389 2012 276 27-06-2012 13-06-2012 01-10-2012
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Veiligheid en Justitie, kunnen regels worden gesteld over de verdeling van vaccins en therapeutische farmaproducten, indien er een beperkte beschikbaarheid is van deze middelen en ten behoeve van de bestrijding van een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2 prioriteiten moeten worden gesteld voor de verdeling ervan. 2 Onze Minister stelt de beide Kamers der Staten-Generaal onverwijld op de hoogte van de vastgestelde regeling. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Onze Minister draagt ervoor zorg dat aan de informatieverplichtingen, voortvloeiende uit de Internationale Gezondheidsregeling, wordt voldaan. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 Onze Minister draagt via het RIVM zorg voor de regie op en de coördinatie van de uitvoering, alsmede de registratie, bewaking en evaluatie van het bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bevolkingsonderzoek, waaronder de neonatale hielprikscreening. Voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan een afwijkend aanbod worden opgenomen. 2 Bij de uitvoering van de neonatale hielprikscreening kan de betrokken opvolgend kinderarts, indien dit noodzakelijk is vanwege de urgentie van de aansluitende zorg door deze arts, de gegevens betreffende een kind tot de leeftijd van zes maanden raadplegen zonder daarvoor toestemming te vragen. De toestemming wordt alsnog gevraagd zodra daartoe gelegenheid is. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van het bevolkingsonderzoek, bedoeld in het eerste lid. 2017 258 20-06-2017 29-05-2017 34472 2017 472 13-12-2017 04-12-2017 31-12-2017
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b 1 Het is eenieder verboden om zonder vergunning van Onze Minister een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen type poliovirus te bewaren, te bewerken, te gebruiken of anderszins te verwerken. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op: a. handelingen door een zorgverlener en daarmee samenhangende handelingen voor zover deze noodzakelijk zijn ten behoeve van diagnostiek; b. het vervoer van poliovirus; c. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen handelingen. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden eisen gesteld ter zake van het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van aangewezen type poliovirus. Deze eisen die verband houden met de uitvoering van Resolutie WHA71.16 van de Wereld Gezondheidsorganisatie, kunnen in de Engelse taal worden gesteld en bekend worden gemaakt. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat, in afwijking van het eerste lid, zonder vergunning handelingen met een aangewezen type poliovirus mogen worden verricht: a. door degene die op het moment van inwerkingtreding van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, reeds handelingen met het betreffende type poliovirus verrichtte en binnen een nader bepaalde termijn na aanwijzing van dat type poliovirus een aanvraag om een vergunning heeft ingediend; b. artikel 12f, eerste lid, onderdeel a door degene aan wie eerder een vergunning is verleend en die voor het verstrijken van de geldigheidsduur daarvan dan wel voordat zich de situatie voordoet als bedoeld in, een aanvraag om verlenging van die vergunning heeft ingediend. 5 In de gevallen, bedoeld in het vierde lid, mogen de handelingen worden voortgezet totdat op de ingediende aanvraag is beslist, behoudens de bevoegdheid van Onze Minister om te bevelen om bepaalde handelingen of werkzaamheden op te schorten indien dat noodzakelijk is ter bescherming van de volksgezondheid. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025
Artikel 12c — Artikel 12c#
Artikel 12c 1 artikel 12d Onze Minister kan een vergunning verlenen indien zich geen weigeringsgrond als bedoeld invoordoet. 2 Een vergunning is niet overdraagbaar. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de geldigheidsduur van een vergunning. 4 Een vergunning kan onder voorwaarden worden verleend. Aan een vergunning of verleende vergunning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. Een voorschrift of beperking kan worden gewijzigd of worden ingetrokken. 5 Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de indiening en behandeling van een aanvraag om een vergunning, waaronder de termijn waarbinnen op een aanvraag moet worden beslist, en wordt bepaald welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag worden overlegd. 6 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht Met toepassing vanisniet van toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in dit artikel. 7 Onze Minister kan de kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag ten laste brengen van de aanvrager. De bedragen ter vergoeding van de kosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld. 8 Onze Minister informeert het bestuur van de veiligheidsregio die het aangaat, over de verlening van een vergunning of de schorsing dan wel intrekking daarvan. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025
Artikel 12d — Artikel 12d#
Artikel 12d Een vergunning wordt geweigerd, indien: a. artikel 12c, vijfde lid de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, waaronder het niet of niet tijdig overleggen van de gevraagde gegevens en bescheiden, bedoeld in; b. de aanvrager de voor de behandeling van de aanvraag in rekening gebrachte kosten niet of niet tijdig heeft voldaan; c. artikel 12b, derde lid de aanvrager niet aannemelijk heeft gemaakt te zullen voldoen aan de eisen, bedoeld in. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025
Artikel 12e — Artikel 12e#
Artikel 12e artikel 12b, eerste lid De houder van een vergunning, bedoeld in, voldoet aan de krachtens artikel 12b, derde lid, gestelde eisen ter zake van het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van poliovirus, alsmede aan de voorwaarden, voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025
Artikel 12f — Artikel 12f#
Artikel 12f 1 Een vergunning vervalt van rechtswege: a. zodra de rechtspersoon waaraan de vergunning is verleend, is opgehouden te bestaan; b. zodra degene aan wie de vergunning is verleend, is opgehouden de werkzaamheden waarvoor de vergunning is verleend te verrichten. 2 Degene aan wie de vergunning is verleend doet aan Onze Minister melding van een situatie als bedoeld in het eerste lid. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025
Artikel 12g — Artikel 12g#
Artikel 12g 1 Onze Minister kan een vergunning intrekken indien: a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens of bescheiden zijn verstrekt, dan wel feiten of omstandigheden zijn verzwegen en kennis over de juiste of volledige gegevens dan wel kennis van de betreffende feiten of omstandigheden tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. artikel 12b, derde lid de houder van de vergunning niet voldoet aan de krachtens, gestelde eisen of een aan de vergunning verbonden voorwaarde, voorschrift of beperking; c. de houder van de vergunning naar het oordeel van Onze Minister is opgehouden de werkzaamheden te verrichten waarvoor de vergunning is verleend. 2 Een vergunning kan voor bepaalde tijd worden geschorst indien zich de situatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voordoet. 3 Een beschikking tot schorsing vermeldt de voorwaarden waaraan de houder van de vergunning moet voldoen met het oog op opheffing van de schorsing. 4 Schorsing van de vergunning heeft tot gevolg dat de houder van de vergunning gedurende de schorsing uitsluitend bevoegd is tot het bewaren van het poliovirus en niet tot het bewerken, gebruiken of anderszins verwerken daarvan. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025
Artikel 12h — Artikel 12h#
Artikel 12h Indien een vergunning is vervallen of ingetrokken, ontdoet degene aan wie de vergunning was verleend zich van het aanwezige poliovirus. Onze Minister kan daartoe een termijn stellen en ter zake aanwijzingen geven. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025
Artikel 12i — Artikel 12i#
Artikel 12i 1 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat eenieder die bij die maatregel aangewezen handelingen verricht met bij die maatregel aangewezen typen poliovirus, daarvan melding doet aan Onze Minister. 2 artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het bepaalde in het eerste lid, waaronder regels over de bij een melding te verstrekken gegevens en over de termijn waarbinnen een melding moet worden gedaan. Tevens kan daarbij, in afwijking van, worden bepaald dat de melding uitsluitend op elektronische wijze plaatsvindt en kunnen daarbij nadere eisen worden gesteld aan het gebruik van de elektronische weg. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025
Artikel 12j — Artikel 12j#
Artikel 12j artikelen 12b, eerste lid of vijfde lid 12e 12g, vierde lid 12h Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de, voor zover het gaat om de naleving van een gegeven bevel,,, of. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025
Artikel 12k — Artikel 12k#
Artikel 12k 1 artikelen 12b, eerste lid of vijfde lid 12e 12g, vierde lid 12h 12i, eerste lid Onze Minister is bevoegd om een bestuurlijke boete op te leggen ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de, voor zover het gaat om de naleving van een gegeven bevel,,,of. 2 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht De op grond van het eerste lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in. 3 artikel 12b, derde lid artikel 12e Overtreding van krachtens, gestelde eisen die verband houden met de uitvoering van Resolutie WHA71.16 van de Wereld Gezondheidsorganisatie, kan krachtensworden bestraft met een bestuurlijke sanctie indien deze eisen in de Engelse taal zijn gesteld of bekend gemaakt. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025
Artikel 12l — Artikel 12l#
Artikel 12l 1 Onze Minister stelt, in overleg met Onze Ministers die het mede aangaat, integraal beleid vast ter bevordering van suïcidepreventie en draagt zorg voor de coördinatie en uitvoering hiervan. 2 artikel 13, eerste lid Het integraal beleid, bedoeld in het eerste lid, wordt elke vier jaar vastgesteld in samenhang met de landelijke nota gezondheidsbeleid, bedoeld in. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het bepaalde in het eerste en tweede lid, waaronder in ieder geval regels over de inhoud en de wijze van totstandkoming van het vast te stellen beleid. 4 Onze Minister stuurt jaarlijks een verantwoording over de voortgang van de coördinatie en uitvoering van het integraal beleid, bedoeld in het eerste lid, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 2024 189 26-06-2024 21-06-2024 35754 2025 334 10-11-2025 30-10-2025 01-01-2026
Artikel 12m — Artikel 12m#
Artikel 12m Onze Minister draagt er zorg voor dat personen op ieder moment van de dag kosteloos een telefonisch of elektronisch gesprek kunnen voeren, dat niet direct tot hen herleidbaar is, over hun eigen gedachten, voorbereidingshandelingen of pogingen met betrekking tot suïcide, of over die van iemand in hun omgeving, en advies kunnen krijgen gericht op preventie van suïcide. 2024 189 26-06-2024 21-06-2024 35754 2025 334 10-11-2025 30-10-2025 01-01-2026
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Onze Minister stelt elke vier jaar een landelijke nota gezondheidsbeleid en een landelijk programma voor uitvoering van onderzoek vast op het gebied van de publieke gezondheid. 2 De gemeenteraad stelt binnen twee jaar na openbaarmaking van de nota, bedoeld in het eerste lid, een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid vast, waarin de raad in ieder geval aangeeft: a. artikelen 2 5 5a 6 artikel 12l, eerste lid wat de gemeentelijke doelstellingen zijn ter uitvoering van de in de,,engenoemde taken en het beleid, bedoeld in, b. welke acties in de bestreken periode worden ondernomen ter realisering van deze doelstellingen, c. welke resultaten de gemeente in die periode wenst te behalen, d. artikel 16 hoe het college van burgemeester en wethouders uitvoering geeft aan de ingenoemde verplichting. 3 De gemeenteraad neemt bij het vaststellen van de nota gemeentelijk gezondheidsbeleid in ieder geval de landelijke prioriteiten in acht, zoals opgenomen in de landelijke nota gezondheidsbeleid. 2024 189 26-06-2024 21-06-2024 35754 2025 334 10-11-2025 30-10-2025 01-01-2026
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Wet veiligheidsregio’s Ter uitvoering van bij of krachtens deze wet opgedragen taken dragen de colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten die behoren tot een regio als bedoeld in de, via het treffen van een gemeenschappelijke regeling zorg voor de instelling en instandhouding van een regionale gezondheidsdienst in die regio. 2 Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt een openbaar lichaam ingesteld met de aanduiding: gemeentelijke gezondheidsdienst. 3 De gemeentelijke gezondheidsdienst staat onder leiding van een directeur publieke gezondheid, die wordt benoemd door het algemeen bestuur van de gemeentelijke gezondheidsdienst in overeenstemming met het bestuur van de veiligheidsregio. 4 artikelen 2, tweede lid, onder h en i 5, tweede lid, onder a tot en met d artikel 6b, derde lid Met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels, staat het het college van burgemeester en wethouders vrij om de uitvoering van de taken of onderdelen van taken, bedoeld in de,, en, over te laten of mede over te laten aan een ander dan de gemeentelijke gezondheidsdienst. 5 Wet veiligheidsregio’s artikel 32, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s In afwijking van het eerste lid kan een regionale gezondheidsdienst worden ingesteld en in stand gehouden door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in twee of meer regio’s als bedoeld in de. In dat geval geschiedt de benoeming, bedoeld in het derde lid, in overeenstemming met de besturen van de betrokken veiligheidsregio’s, en draagt het algemeen bestuur van de gemeentelijke gezondheidsdienst ervoor zorg dat in elk der regio’s adequaat wordt voorzien in de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in. 2021 631 20-12-2021 15-12-2021 35593 2022 49 31-01-2022 25-01-2022 01-07-2022
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat de gemeentelijke gezondheidsdienst beschikt over deskundigen op de volgende terreinen: a. sociale geneeskunde, b. epidemiologie, c. sociale verpleegkunde, d. gezondheidsbevordering, en e. gedragswetenschappen. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het opleidingsniveau of de deskundigheid waarover de deskundigen dienen te beschikken. Deze eisen kunnen verschillen naar gelang de taken van de gemeentelijke gezondheidsdienst waarvoor de deskundigen worden ingezet. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a Vervallen 2015 407 11-11-2015 07-10-2015 32402 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Voordat besluiten worden genomen die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheidszorg vraagt het college van burgemeester en wethouders advies aan de gemeentelijke gezondheidsdienst. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder gemeentelijke gezondheidsdienst: een door de directeur publieke gezondheid van de gemeentelijke gezondheidsdienst aangewezen arts in dienst van de gemeentelijke gezondheidsdienst die gespecialiseerd is in infectieziektebestrijding. 2011 285 17-06-2011 19-05-2011 32195 2011 386 25-08-2011 08-08-2011 01-01-2012
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikelen 31 35 38 47 53 54 55 Voordat de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio een maatregel als bedoeld in de,,,,,ofneemt of intrekt, vraagt deze om advies aan de gemeentelijke gezondheidsdienst. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Bij algemene maatregel van bestuur worden de infectieziekten behorende tot groep C aangewezen. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Indien het belang van de volksgezondheid dat vordert en in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, kan bij regeling van Onze Minister een infectieziekte, niet behorend tot groep A1, A2, B1, B2 of C, dan wel een ziektebeeld met een volgens de stand van de wetenschap onbekende oorzaak, waarbij een gegrond vermoeden bestaat van besmettelijkheid en ernstig gevaar voor de volksgezondheid, worden aangemerkt als behorend tot groep A1, A2, B1 of B2. 2 Indien het belang van de volksgezondheid dat vordert, kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, bij regeling van Onze Minister een infectieziekte behorend tot groep A2 worden aangemerkt als behorend tot A1, een infectieziekte behorend tot B1 worden aangemerkt als behorend tot groep A1 of A2, een infectieziekte behorend tot groep B2 worden aangemerkt als behorend tot groep A1, A2 of B1, of een infectieziekte behorend tot groep C worden aangemerkt als behorend tot groep A1, A2, B1 of B2. 3 In de regeling, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt bepaald welke bepalingen van deze wet, die gelden voor de infectieziekten behorende tot de desbetreffende groep, in dat geval van toepassing zijn. Na de inwerkingtreding van een krachtens het eerste of tweede lid vastgestelde regeling, vindt de toepassing van deze wet overeenkomstig die regeling plaats. 4 Na het tot stand komen van een krachtens het eerste of tweede lid vastgestelde ministeriële regeling tot aanwijzing van een infectieziekte als behorend tot een andere groep dan A1, wordt binnen acht weken een voorstel van wet tot incorporatie van die regeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien niet binnen deze termijn een voorstel van wet wordt ingediend bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal of indien het voorstel van wet wordt ingetrokken dan wel door een der Kamers der Staten-Generaal wordt verworpen, trekt Onze Minister de regeling onverwijld in. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan vervalt de regeling van rechtswege op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. 5 Na het tot stand komen van een krachtens het eerste of tweede lid vastgestelde ministeriële regeling tot aanwijzing van een infectieziekte als behorend tot groep A1, wordt onverwijld een voorstel van wet tot incorporatie van die regeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken dan wel door een der Kamers der Staten-Generaal wordt verworpen, trekt Onze Minister de regeling onverwijld in. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan vervalt de regeling van rechtswege op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. 6 artikel 5, aanhef en onder a, van de Bekendmakingswet Indien naar het oordeel van Onze Minister een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, kan Onze Minister bepalen dat een op grond van het eerste of tweede lid vastgestelde regeling onmiddellijk na bekendmaking in werking treedt. In dat geval kan Onze Minister deze regeling, in afwijking van, op andere dan de daar genoemde wijze bekendmaken. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a 1 paragraaf 8, van hoofdstuk V artikel 20, eerste of tweede lid Onverminderd de inwerkingstelling van bepalingen, bedoeld in, bij de toepassing van, kunnen niet in werking gestelde of met toepassing van het tweede lid buiten werking gestelde bepalingen van die paragraaf, indien het belang van de volksgezondheid dit vordert en voor zover het betreft een infectieziekte behorend tot groep A1, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, bij regeling van Onze Minister, in werking worden gesteld. 2 artikel 20 paragraaf 8, van hoofdstuk V Zodra het belang van de volksgezondheid niet langer vordert dat krachtensof het eerste lid in werking gestelde bepalingen, bedoeld in, in werking zijn, worden deze bepalingen in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, bij regeling van Onze Minister buiten werking gesteld. 3 Na de inwerkingtreding van een krachtens het eerste of tweede lid vastgestelde regeling, vindt de toepassing van deze wet overeenkomstig die regeling plaats. 4 Artikel 20, vijfde lid, tweede en derde zin, en zesde lid Na het tot stand komen van een krachtens het eerste of tweede lid vastgestelde ministeriële regeling wordt onverwijld een voorstel van wet tot incorporatie van die regeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden., zijn van overeenkomstige toepassing. 2025 151 04-06-2025 26-05-2025 36682 2025 174 04-07-2025 30-06-2025 05-07-2025
Artikel 20b — Artikel 20b#
Artikel 20b 1 artikel 1, onderdeel db Zodra het belang van de volksgezondheid niet langer vordert dat een in, genoemde infectieziekte is aangemerkt als behorend tot groep A1, wordt bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, bepaald dat deze infectieziekte niet langer als zodanig wordt aangemerkt. Indien het belang van de volksgezondheid dat vordert kan deze infectieziekte bij diezelfde regeling worden aangemerkt als behorend tot groep A2, B1 of B2. 2 Artikel 20, derde lid, eerste zin , is van overeenkomstige toepassing op een regeling als bedoeld in het eerste lid, tweede zin. Na de inwerkingtreding van een krachtens het eerste lid vastgestelde regeling, vindt de toepassing van deze wet overeenkomstig die regeling plaats. 3 Artikel 20, vijfde lid, tweede en derde zin, en zesde lid Na het tot stand komen van een krachtens het eerste lid vastgestelde regeling wordt onverwijld een voorstel van wet tot incorporatie van die regeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden.zijn van overeenkomstige toepassing. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De arts die bij een door hem onderzocht persoon een ziektebeeld vaststelt met een volgens de stand van de wetenschap onbekende oorzaak, waarbij een gegrond vermoeden bestaat van besmettelijkheid en ernstig gevaar voor de volksgezondheid, meldt dit onverwijld aan de gemeentelijke gezondheidsdienst. 2 De arts die vaststelt dat een lijk is besmet met een infectieus of giftig agens of een infectieuze of giftige stof waardoor een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan ontstaan, meldt dit onverwijld aan de gemeentelijke gezondheidsdienst. 3 De arts die een voor zijn praktijk ongewoon aantal gevallen vaststelt van een infectieziekte, niet behorend tot groep A1, A2, B1, B2 of C, die een gevaar vormt voor de volksgezondheid, meldt dit binnen 24 uur aan de gemeentelijke gezondheidsdienst. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De arts die bij een door hem onderzocht persoon een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2 vermoedt of vaststelt, meldt dit onverwijld aan de gemeentelijke gezondheidsdienst. 2 De arts die bij een door hem onderzocht persoon een infectieziekte behorend tot groep B1, B2 of C vaststelt, dan wel een vermoeden heeft dat deze persoon lijdt aan difterie, een humane infectie veroorzaakt door een dierlijk influenzavirus of rabies, meldt dit binnen 24 uur aan de gemeentelijke gezondheidsdienst. 3 De arts die gegronde redenen heeft om bij een persoon een infectieziekte behorend tot groep B1 of B2 te vermoeden, meldt dit binnen 24 uur aan de gemeentelijke gezondheidsdienst, indien die persoon weigert het onderzoek te ondergaan dat noodzakelijk is ter vaststelling van die ziekte en daardoor ernstig gevaar voor de volksgezondheid door de verspreiding van die infectieziekte kan ontstaan. 4 Bij regeling van Onze Minister kan vrijstelling worden verleend van de meldingsplicht, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, met ingang van een daarbij te bepalen tijdstip en met inachtneming van daarbij te stellen voorwaarden. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikelen 21 22 De arts doet de in deenbedoelde meldingen aan de gemeentelijke gezondheidsdienst van de gemeente waarin deze zijn praktijk heeft. 2 artikelen 21, eerste lid 22 Indien de meldingen, bedoeld in de, en, betrekking hebben op een persoon die zijn verblijfplaats heeft in een andere gemeente, geeft de gemeentelijke gezondheidsdienst deze melding onverwijld door aan de gemeentelijke gezondheidsdienst van de verblijfplaats van de betrokkene. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikelen 21, eerste lid 22 De melding, bedoeld in de, en, bevat de volgende gegevens: a. de naam, het adres, het geslacht, de geboortedatum, het burgerservicenummer, het telefoonnummer, het e-mailadres en de verblijfplaats van de betrokken persoon, b. de infectieziekte dan wel een beschrijving van het ziektebeeld, de eerste ziektedag, de vaccinatietoestand, het gebruik van chemoprofylaxe, de vermoedelijke infectiebron, de datum van vermoeden of vaststelling van infectie, de wijze van vaststelling van die infectieziekte, en c. indien nodig, of de betrokken persoon dan wel een persoon in zijn directe omgeving beroeps- of bedrijfsmatig betrokken is bij de behandeling van eet- of drinkwaren of bij de behandeling, verpleging of verzorging van andere personen. 2 artikel 21, tweede lid De melding, bedoeld in, bevat de volgende gegevens: de aard van het infectieus of giftig agens of de infectieuze of giftige stof en de plaats waar het lijk zich bevindt. 3 artikel 21, derde lid De melding, bedoeld in, bevat de volgende gegevens: de infectieziekte, het geslacht, de geboortedatum en de nationaliteit van de betrokken personen. 4 De arts verstrekt aan de gemeentelijke gezondheidsdienst uitsluitend andere medische gegevens over de betrokken persoon indien: a. artikel 30 de burgemeester hierom verzoekt krachtens, of b. de betrokken persoon daarvoor toestemming geeft. 5 artikelen 21 22 Voor de beveiliging van de gegevensverwerking bij de meldingen, bedoeld in deen, worden bij regeling van Onze Minister regels gesteld. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De arts die een onderzoek bij een laboratorium aanvraagt, stuurt de volgende gegevens mee: de naam, de geboortedatum en het burgerservicenummer van de betrokken persoon. 2 artikel 22 Onverminderdmeldt het hoofd van het laboratorium de vaststelling van een verwekker van een infectieziekte behorend tot groep A1, A2, B1, B2 of C aan de gemeentelijke gezondheidsdienst van de gemeente waarin de arts die het onderzoek bij het laboratorium heeft aangevraagd zijn praktijk heeft en verstrekt het daarbij de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde gegevens. 3 In aanvulling op het tweede lid bevat de melding de volgende gegevens: de naam van de arts, alsmede de naam, het adres, de geboortedatum, het burgerservicenummer, het telefoonnummer, het e-mailadres en de verblijfplaats van de betrokken persoon. 4 Indien de melding betrekking heeft op een persoon die zijn verblijfplaats heeft in een andere gemeente, geeft de gemeentelijke gezondheidsdienst deze melding onverwijld door aan de gemeentelijke gezondheidsdienst van de verblijfplaats van de betrokkene. 5 Het hoofd van het laboratorium zorgt op verzoek van de gemeentelijke gezondheidsdienst ervoor dat nader onderzoek wordt gedaan naar de ziekteverwekker en dat de gemeentelijke gezondheidsdienst van het resultaat op de hoogte wordt gesteld. 6 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop en de termijn waarbinnen de melding plaatsvindt. 7 Voor de beveiliging van de gegevensverwerking bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, en de melding worden bij regeling van Onze Minister regels gesteld. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Het hoofd van een instelling waar voor infectieziekten kwetsbare populaties verblijven of samenkomen voor een of meer dagdelen per etmaal, stelt de gemeentelijke gezondheidsdienst van de gemeente waarin de instelling gelegen is, op de hoogte van het optreden van een ongewoon aantal zieken met maag- en darmaandoeningen, geelzucht, huidaandoeningen of andere ernstige aandoeningen van vermoedelijk infectieuze aard in de desbetreffende populatie of bij het begeleidend of verzorgend personeel. 2 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop en de termijn waarbinnen de berichtgeving plaatsvindt. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 22, eerste lid De gemeentelijke gezondheidsdienst geeft de ontvangst van een melding als bedoeld in, onverwijld door aan de voorzitter van de veiligheidsregio en de burgemeester van de gemeente waarin de betrokken persoon zijn woon- of verblijfplaats heeft. 2 artikel 21, eerste lid De gemeentelijke gezondheidsdienst geeft de ontvangst van een melding als bedoeld in, onverwijld door aan de burgemeester van de gemeente waarin de betrokken persoon zijn woon- of verblijfplaats heeft. 3 artikel 21, tweede lid De gemeentelijke gezondheidsdienst geeft de ontvangst van een melding als bedoeld in, onverwijld door aan de burgemeester van de gemeente waarin het lijk zich bevindt. 4 artikel 21, derde lid De gemeentelijke gezondheidsdienst deelt de ontvangst van een melding als bedoeld in, zo spoedig mogelijk mee aan de burgemeester van de gemeente waarin de arts zijn praktijk heeft. 5 artikel 22, tweede en derde lid De gemeentelijke gezondheidsdienst deelt de ontvangst van een melding als bedoeld in, zo spoedig mogelijk mee aan de burgemeester van de gemeente waarin de betrokken persoon zijn woon- of verblijfplaats heeft. 6 artikel 26 De gemeentelijke gezondheidsdienst deelt de ontvangst van een melding als bedoeld inbinnen een redelijke termijn mee aan de burgemeester van de gemeente waarin de instelling is gelegen. 7 artikel 24, eerste, tweede en derde lid De gemeentelijke gezondheidsdienst verstrekt de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio de gegevens, bedoeld in, die deze nodig heeft voor de uitoefening van de hem bij deze wet toegekende bevoegdheden. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikelen 21, eerste en tweede lid 22, eerste lid De gemeentelijke gezondheidsdienst geeft de ontvangst van een melding als bedoeld in de, en, onverwijld door aan het RIVM. 2 artikelen 21, derde lid 22, tweede en derde lid De gemeentelijke gezondheidsdienst geeft de ontvangst van een melding als bedoeld in de, en, binnen 24 uur door aan het RIVM. 3 artikelen 21, eerste lid 22 De gemeentelijke gezondheidsdienst verstrekt bij een melding als bedoeld in de, ende volgende gegevens: a. de infectieziekte dan wel een beschrijving van het ziektebeeld, de eerste ziektedag, de vaccinatietoestand, het gebruik van chemoprofylaxe, eventuele ziekenhuisopname, de vermoedelijke infectiebron, zonodig met inbegrip van de daaruit voortkomende gevallen, de datum van vermoeden of vaststelling van infectie, b. het geslacht, de geboortemaand en het geboortejaar van de betrokken persoon, alsmede de eerste drie cijfers van de postcode van diens adres, en c. artikel 25, vijfde lid de uitslag van het nader onderzoek, bedoeld in. 4 artikel 21, tweede lid De gemeentelijke gezondheidsdienst verstrekt bij een melding als bedoeld in, de volgende gegevens: de aard van het infectieus of giftig agens of de infectieuze of giftige stof en de plaats waar het lijk zich bevindt. 5 artikel 21, derde lid De gemeentelijke gezondheidsdienst verstrekt bij een melding als bedoeld in, de volgende gegevens: de infectieziekte, het geslacht, de geboortedatum en de nationaliteit van de betrokken personen, alsmede de woonplaats van de arts die de melding heeft gedaan. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikelen 24 25 30 De gemeentelijke gezondheidsdienst neemt de persoonsgegevens, die ingevolge de,, enzijn verkregen, op in een door hem gehouden registratie. 2 De gemeentelijke gezondheidsdienst bewaart deze gegevens ten hoogste vijf jaar. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a 1 artikel 12b, eerste lid artikel 17 Eenieder die handelingen met poliovirus verricht of heeft verricht, waarvoor de in, bedoelde vergunningplicht geldt, dient van een blootstelling dan wel potentiële blootstelling aan dat virus onverwijld melding te doen aan de inspectie en de arts, bedoeld in. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het bepaalde in het eerste lid, waaronder regels over de bij een melding te verstrekken gegevens. 3 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht Onze Minister is bevoegd om een bestuurlijke boete op te leggen ter handhaving van het eerste lid. De op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de tweede categorie, bedoeld in. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Op verzoek van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio verstrekt de behandelend arts van een persoon die naar het oordeel van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio een gevaar oplevert voor de overbrenging van een infectieziekte behorend tot groep A1, A2, B1 of B2 aan de gemeentelijke gezondheidsdienst zo spoedig mogelijk de hem bekende nadere medische en epidemiologische gegevens die noodzakelijk zijn om de aard en de omvang van het gevaar van verspreiding van de infectieziekte vast te stellen. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De voorzitter van de veiligheidsregio kan een persoon onverwijld ter isolatie in een ziekenhuis doen opnemen, indien: a. de betrokkene lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2, dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de betrokkene daaraan lijdt, b. ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat door verspreiding van die infectieziekte, c. dit gevaar niet op andere wijze effectief kan worden afgewend, en d. de betrokkene niet tot opneming ter isolatie bereid is. 2 De burgemeester kan een persoon onverwijld ter isolatie in een ziekenhuis doen opnemen, indien: a. artikel 22, derde lid ten aanzien van de betrokkene de melding ingevolge, heeft plaatsgevonden, of de betrokkene lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep B1, b. ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat door verspreiding van die infectieziekte, c. dit gevaar niet op andere wijze effectief kan worden afgewend, en d. de betrokkene niet tot opneming ter isolatie bereid is. 3 De voorzitter van de veiligheidsregio dan wel de burgemeester kan een ter isolatie opgenomen persoon door een arts doen onderzoeken, indien: a. ten gevolge van de infectieziekte onmiddellijk gevaar dreigt voor de gezondheid van derden, b. de aard en de omvang van dit gevaar niet op andere wijze dan door onderzoek kunnen worden vastgesteld, c. de uitkomst van het onderzoek noodzakelijk is om dit gevaar effectief te kunnen afwenden, en d. de betrokkene niet bereid is het onderzoek te ondergaan. 4 De voorzitter van de veiligheidsregio dan wel de burgemeester kan een ter isolatie opgenomen persoon door een arts in het lichaam doen onderzoeken indien aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid, is voldaan en de rechter daartoe een machtiging heeft verleend. 5 Het onderzoek, bedoeld in het derde en vierde lid, omvat niet meer dan nodig is ter afwending van het gevaar voor derden. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio doet de beschikking tot opneming ter isolatie aan de betrokkene uitreiken. 2 artikel 34 In de beschikking geeft de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio aan in welk ziekenhuis, aangewezen op grond van, de opneming ter isolatie ten uitvoer wordt gelegd. 3 Na uitreiking van de beschikking voorziet de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio in bijstand van de betrokkene door een raadsman, tenzij de betrokkene daartegen bedenkingen heeft. 4 artikel 31, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b Wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het gevaar, bedoeld in, is geweken of op minder ingrijpende wijze kan worden afgewend, heft de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio de opneming ter isolatie onverwijld op. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 31, vierde lid De voorzitter van de veiligheidsregio dan wel de burgemeester doet de beschikking tot het onderzoek, bedoeld in, aan de betrokkene uitreiken. 2 In zijn beschikking geeft de voorzitter van de veiligheidsregio dan wel de burgemeester aan waaruit het onderzoek bestaat, welke arts het onderzoek verricht en binnen welke termijn het onderzoek plaatsvindt. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 De opneming ter isolatie wordt ten uitvoer gelegd in een gesloten afdeling van een door Onze Minister aangewezen ziekenhuis. 2 Het ziekenhuis neemt de betrokkene onverwijld op. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld waaraan de opneming ter isolatie en het onderzoek moeten voldoen. 4 De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid, indien de omstandigheden onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk maken. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 De voorzitter van de veiligheidsregio kan een persoon onverwijld doen onderwerpen aan de maatregel van quarantaine om de verspreiding van infectieziekten behorend tot groep A1 of A2 tegen te gaan, indien: a. er redenen zijn om aan te nemen dat die persoon recentelijk een dusdanig contact met een lijder of een vermoedelijke lijder aan een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2 heeft gehad, dat deze persoon mogelijk met dezelfde ziekte is geïnfecteerd, b. ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat door verspreiding van die infectieziekte, en c. die persoon niet tot vrijwillige onderwerping aan die maatregel bereid is. 2 De voorzitter van de veiligheidsregio kan toestaan dat de quarantaine onder zonodig te stellen voorwaarden plaatsvindt in de woning van de af te zonderen persoon. 3 Tijdens de quarantaine wordt medisch toezicht verricht. Het toezicht wordt verricht onder medische verantwoordelijkheid van een door de gemeentelijke gezondheidsdienst aangewezen geneeskundige. 4 De quarantaine en het medisch toezicht vinden plaats onder zodanige voorwaarden en omstandigheden en gedurende een zodanige periode als noodzakelijk is om het gevaar, bedoeld in het eerste lid, onder b, af te wenden. Zodra redelijkerwijs kan worden aangenomen dat dit gevaar is geweken of op minder ingrijpende wijze kan worden afgewend, heft de voorzitter van de veiligheidsregio de maatregel onverwijld op. 5 Artikel 31, derde en vijfde lid , zijn van overeenkomstige toepassing. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De voorzitter van de veiligheidsregio doet de beschikking tot onderwerping aan de maatregel van quarantaine aan de betrokkene uitreiken. 2 In de beschikking geeft de voorzitter van de veiligheidsregio aan: a. hoe en waar de maatregel ten uitvoer wordt gelegd, b. waarop bij het medisch toezicht in ieder geval wordt gelet, en c. aan welke regels betrokkene zich heeft te houden. 3 Na uitreiking van de beschikking voorziet de voorzitter van de veiligheidsregio in bijstand van de betrokkene door een raadsman, tenzij de betrokkene daartegen bedenkingen heeft. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikelen 31 35 De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio draagt de tenuitvoerlegging van de maatregelen, bedoeld in deenop aan de gemeentelijke gezondheidsdienst. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 De voorzitter van de veiligheidsregio kan een persoon die gevaar oplevert voor de verspreiding van een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2 het verbod opleggen om beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden te verrichten, die een ernstig risico inhouden voor de verspreiding van die infectieziekte. 2 De burgemeester kan een persoon die gevaar oplevert voor de verspreiding van een infectieziekte behorend tot groep B1 of B2 het verbod opleggen om beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden te verrichten, die een ernstig risico inhouden voor de verspreiding van die infectieziekte. 3 Voordat de maatregel wordt genomen, hoort de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio de werkgever van de betrokkene, tenzij betrokkene hiertegen bezwaar maakt. 4 De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio heft de maatregel op als het gevaar is geweken of op minder ingrijpende wijze kan worden afgewend. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 31, eerste of tweede lid artikel 31, vierde lid artikel 35 De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio stelt de officier van justitie terstond op de hoogte van de beschikking tot opneming ter isolatie, bedoeld invan de beschikking tot het onderzoek, bedoeld in, en van de beschikking een persoon te onderwerpen aan de maatregel van quarantaine, bedoeld in. 2 Zo spoedig mogelijk nadat de beschikking is gegeven, maar in elk geval niet later dan de volgende dag, zendt de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio de officier van justitie een afschrift van de beschikking. 3 artikel 31, eerste of tweede lid artikel 31, vierde lid artikel 35 Ingeval van een beschikking tot opneming ter isolatie als bedoeld inen van een beschikking tot het onderzoek als bedoeld in, is de rechtbank van de plaats waar het aangewezen ziekenhuis is gelegen bevoegd. Ingeval van een beschikking een persoon te onderwerpen aan de maatregel van quarantaine, bedoeld in, is de rechtbank van de verblijfplaats van betrokkene bevoegd. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 31, eerste of tweede lid artikel 31, vierde lid artikel 35 Indien de officier van justitie van oordeel is dat aan de voorwaarden voor de opneming ter isolatie, bedoeld inhet onderzoek, bedoeld in, of de maatregel van quarantaine, bedoeld in, is voldaan, doet hij uiterlijk op de dag na de datum van ontvangst van de beschikking een verzoek tot een machtiging tot voortzetting van de isolatie, de quarantaine of tot het onderzoek. 2 De officier van justitie deelt aan de betrokkene, de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio en in voorkomend geval het ziekenhuis, schriftelijk mede dat hij het verzoek heeft gedaan of dat hij heeft besloten om geen verzoek te doen. 3 Het besluit geen verzoek te doen neemt de officier van justitie niet dan nadat hij het advies van de inspecteur-generaal van de inspectie heeft ingewonnen. 4 artikel 31, eerste of tweede lid artikel 31, vierde lid artikel 35 Met het besluit geen verzoek te doen, vervalt de beschikking tot opneming ter isolatie, bedoeld inde beschikking tot het onderzoek, bedoeld in, of de beschikking een persoon te onderwerpen aan de maatregel van quarantaine, bedoeld in, van rechtswege. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Voordat op het verzoek van de officier van justitie wordt besloten, hoort de rechter degene ten aanzien van wie de maatregel is gevorderd. 2 De rechter hoort de betrokkene op zijn verblijfplaats. 3 De rechter kan zich laten voorlichten, getuigen en deskundigen oproepen en onderzoek door deskundigen bevelen. 4 De rechter stelt de raadsman in de gelegenheid zijn zienswijze kenbaar te maken. 5 De rechter beslist binnen drie dagen, te rekenen vanaf de dag na die van het instellen van de vordering. 6 Tegen de beschikking staat geen voorziening open. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 De ter isolatie opgenomen persoon of de in quarantaine geplaatste persoon kan de rechter verzoeken de maatregel op te heffen. 2 Artikel 41, tweede tot en met vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 41 De rechter kan het verzoek zonder toepassing vanafwijzen, indien geen nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 31, eerste of tweede lid artikel 31, derde of vierde lid artikel 35 artikel 40, eerste lid artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Degene ten aanzien van wie een beschikking tot opneming ter isolatie als bedoeld intot onderzoek als bedoeld in, of tot onderwerping aan een maatregel van quarantaine als bedoeld inis genomen, kan de rechter bij een zelfstandig verzoek bij een verweerschrift als bedoeld in, of bij een desbetreffend verzoekschrift ter gelegenheid van het verhoor van de betrokkene, dan wel, indien de officier van justitie geen verzoek als bedoeld in, doet, bij een afzonderlijk verzoekschrift, verzoeken een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding toe te kennen op de grond dat de beschikking van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio onrechtmatig was. 2 artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Indien het verzoek wordt ingediend bij verzoekschrift ter gelegenheid van het verhoor van betrokkene isvan overeenkomstige toepassing. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 31, eerste of tweede lid artikel 31, derde of vierde lid artikel 35 Indien degene ten aanzien van wie een beschikking is genomen tot opneming ter isolatie als bedoeld intot onderzoek als bedoeld in, of tot onderwerping aan een maatregel van quarantaine als bedoeld in, nadeel heeft geleden doordat de rechter of de officier van justitie een van de bepalingen uit deze paragraaf niet in acht heeft genomen, kent de rechter deze op diens verzoek een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding toe ten laste van de Staat. 2 artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Het verzoek kan worden ingediend als een zelfstandig verzoek bij het verweerschrift als bedoeld in, of bij een desbetreffend verzoekschrift ter gelegenheid van het verhoor van betrokkene, dan wel bij een afzonderlijk verzoekschrift, binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag waarop betrokkene redelijkerwijs bekend kon zijn met de schending van het voorschrift waarop zijn verzoek betrekking heeft. 3 artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Indien het verzoek wordt ingediend bij verzoekschrift ter gelegenheid van het verhoor van betrokkene isvan overeenkomstige toepassing. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Algemene termijnenwet artikelen 39, tweede lid 40, eerste lid 41, vijfde lid Deis van toepassing op de termijnen gesteld in de,, en. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 artikel 42, eerste lid artikel 43, eerste lid Ingeval een verzoekschrift als bedoeld in, of, wordt ingediend, dan wel een van de daartoe bevoegde personen beroep instelt, behoeft de indiening van het verzoekschrift niet bij procureur te geschieden. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 Indien er een gegrond vermoeden bestaat van een besmetting kan de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen controleren op de aanwezigheid van een besmetting, zonodig door het nemen van monsters. 2 In het geval van een besmetting kan de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio: a. voorschriften van technisch-hygiënische aard geven, b. terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen ontsmetten, met inbegrip van de vernietiging van vectoren of reservoirs. 3 In het geval van een besmetting waarbij ernstig gevaar dreigt voor de volksgezondheid, kan de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio: a. gebouwen of terreinen dan wel gedeelten daarvan sluiten, b. een verbod uitvaardigen tot het gebruik maken of betreden van vervoermiddelen, c. waren vernietigen. 4 De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio heft de maatregel op als het gevaar is geweken. 5 De burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio kan een last onder bestuursdwang opleggen aan degene die geen medewerking verleent aan het uitvoeren van het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 47a — Artikel 47a#
Artikel 47a 1 artikel 6a Ter uitvoering vanis Onze Minister bij uitsluiting van de burgemeester bevoegd de volgende maatregelen te nemen: a. het controleren van terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen op de aanwezigheid van een vector of reservoir, zo nodig door het nemen van monsters, indien er een aannemelijk risico is op de aanwezigheid van een dergelijke vector of reservoir, b. het geven van voorschriften van technisch-hygiënische aard bij de aanwezigheid van een vector of reservoir, of indien er een aannemelijk risico daarop is, c. het vernietigen van vectoren of reservoirs op of in terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen. 2 Onze Minister kan een last onder bestuursdwang opleggen aan degene die geen medewerking verleent aan het uitvoeren van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 49 Bij regeling van Onze Minister worden de havens en luchthavens aangewezen waarop de eisen van deze paragraaf van toepassing zijn. De havens of luchthavens kunnen per categorie worden aangewezen voor toepassing van. 2 Een burgerhaven of burgerluchthaven wordt aangewezen in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. 3 Een militaire haven of militaire luchthaven wordt aangewezen in overeenstemming met Onze Minister van Defensie. 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 28-07-2012
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald over welke voorzieningen, bedoeld in artikel 20, eerste lid, en bijlage 1 van de Internationale Gezondheidsregeling, de havens of luchthavens beschikken, alsmede aan welke eisen deze voorzieningen voldoen. Deze voorzieningen en eisen kunnen per categorie haven of luchthaven verschillen. 2 Voor zover het een burgerhaven of burgerluchthaven betreft draagt de exploitant daarvan zorg voor de naleving van het krachtens het eerste lid bepaalde. 3 Voor zover het betreft burgerluchtverkeer op een militaire luchthaven met burgermedegebruik door tussenkomst van een burgerexploitant, draagt de burgerexploitant zorg voor de naleving van het krachtens het eerste lid bepaalde. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 De gezagvoerder van een schip dat een internationale reis maakt, die een haven wil aandoen en wetenschap heeft of een ernstig vermoeden heeft dat er aan boord van zijn schip één of meer ziektegevallen zijn die wijzen op een ziekte van infectieuze aard die een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren, zorgt ervoor dat de verkeersleiding van de haven en de aan boord komende loods hiervan zo spoedig mogelijk doch voor aankomst op de hoogte worden gesteld. 2 De gezagvoerder van een luchtvaartuig dat een internationale reis maakt, die een luchthaven wil aandoen en wetenschap heeft of een ernstig vermoeden heeft dat er aan boord van zijn luchtvaartuig één of meer ziektegevallen zijn die wijzen op een ziekte van infectieuze aard die een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren, zorgt ervoor dat de luchtverkeersleiding van de luchthaven hiervan zo spoedig mogelijk doch voor aankomst op de hoogte wordt gesteld. 3 De verkeersleiding van de burgerhaven geeft een melding onverwijld door aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, het samenwerkingsverband van registerloodsen en de exploitant van de burgerhaven. De luchtverkeersleiding van de burgerluchthaven geeft een melding onverwijld door aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en de exploitant van de burgerluchthaven. 4 De exploitant van de burgerhaven of burgerluchthaven geeft een melding onverwijld door aan de gemeentelijke gezondheidsdienst. De gemeentelijke gezondheidsdienst geeft een melding onverwijld door aan de burgemeester en het RIVM. 5 De verkeersleiding van de militaire haven of de luchtverkeersleiding van de militaire luchthaven geeft een melding onverwijld door aan de gemeentelijke gezondheidsdienst en het RIVM. De gemeentelijke gezondheidsdienst geeft een melding onverwijld door aan de burgemeester. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 50 Onverminderdverstrekt de gezagvoerder van een schip dat een internationale reis maakt op verzoek van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio bij aankomst in de burgerhaven de maritieme gezondheidsverklaring, bedoeld in artikel 37 van de Internationale Gezondheidsregeling. 2 artikel 50 Onverminderdverstrekt de gezagvoerder van een luchtvaartuig dat een internationale reis maakt op verzoek van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio bij aankomst in de burgerluchthaven, dan wel in het voor burgerluchtverkeer bestemde gedeelte van een militaire luchthaven met burgermedegebruik, het gezondheidsgedeelte van de algemene verklaring voor luchtvaartuigen, bedoeld in artikel 38 van de Internationale Gezondheidsregeling. 3 Indien de gezondheidsverklaring, bedoeld in het eerste of tweede lid, daartoe naar het oordeel van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio aanleiding geeft, verstrekt de gezagvoerder op verzoek van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio aanvullende gegevens over de gezondheidstoestand aan boord. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 artikel 50 In geval van een melding als bedoeld inof indien anderszins blijkt van omstandigheden aan boord van een schip of luchtvaartuig dat een internationale reis maakt, die een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kunnen meebrengen, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, na overleg met Onze Minister, bepalen in welke burgerhaven of burgerluchthaven het schip of luchtvaartuig aankomt, alsook, na overleg met het samenwerkingsverband van registerloodsen, hoe de loodsdienstverlening aan het schip plaatsvindt. 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 28-07-2012
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikel 50 In geval van een melding als bedoeld inof indien anderszins blijkt van omstandigheden aan boord van een schip of luchtvaartuig dat een internationale reis maakt, die een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kunnen meebrengen, bepaalt de burgemeester welke maatregelen met betrekking tot de toelating tot of de onttrekking aan het vrije verkeer moeten worden genomen als het schip of luchtvaartuig in de burgerhaven of burgerluchthaven, dan wel in het voor burgerluchtverkeer bestemde gedeelte van een militaire luchthaven met burgermedegebruik, is aangekomen. 2 In geval van een directe dreiging van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2, kan de voorzitter van de veiligheidsregio ten aanzien van een schip of luchtvaartuig dat een internationale reis maakt, bepalen welke maatregelen met betrekking tot de toelating tot of de onttrekking aan het vrije verkeer moeten worden genomen als het schip of luchtvaartuig in de burgerhaven of burgerluchthaven, dan wel in het voor burgerluchtverkeer bestemde gedeelte van een militaire luchthaven met burgermedegebruik, is aangekomen. 3 In de situatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, draagt de gezagvoerder van het schip of luchtvaartuig ervoor zorg dat: a. na aankomst niemand het schip of luchtvaartuig betreedt of verlaat en er geen vervoermiddelen of goederen worden geladen of gelost, tenzij de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio daartoe opdracht of toestemming geeft, en b. op verzoek van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio een overzicht wordt gegeven van de volgende gegevens van de passagiers, voor zover deze gegevens bekend zijn bij de gezagvoerder: naam, adres, geslacht, leeftijd en bestemming. 4 De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio past de maatregelen niet langer toe dan nodig is om het onderzoek uit te voeren om de ernst van het gevaar vast te stellen. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio kan de exploitant van een burgerhaven of burgerluchthaven dan wel de burgerexploitant opdragen om: a. voorlichting aan reizigers te geven over het nemen van maatregelen ter voorkoming van een infectie of van een besmetting van de bagage, b. medewerking te verlenen aan door de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio te nemen maatregelen van onderzoek van vertrekkende of aankomende reizigers naar de aanwezigheid van een ziekte van infectieuze aard die een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren, c. ter voorkoming van een besmetting voorschriften van technisch-hygiënische aard uit te voeren, indien er een gegrond risico is op een besmetting, d. ter bestrijding van een besmetting gebouwen of terreinen dan wel gedeelten daarvan te sluiten. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio kan de vervoersexploitant opdragen om: a. voorlichting aan passagiers te geven over het nemen van maatregelen ter voorkoming van een infectie of van een besmetting van de bagage, b. ter voorkoming van een besmetting maatregelen van technisch-hygiënische aard uit te voeren voor een schip of luchtvaartuig en de hierin aanwezige goederen, indien er een gegrond risico is op een besmetting, c. een schip of luchtvaartuig en de hierin aanwezige goederen te controleren op de aanwezigheid van een besmetting, d. ter bestrijding van een besmetting een schip of luchtvaartuig en de hierin aanwezige goederen te ontsmetten, met inbegrip van de vernietiging van vectoren of reservoirs. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 artikelen 53, eerste en tweede lid 54 55 De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van hetgeen op grond van de,enis opgedragen, indien de omstandigheden onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk maken. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 Een certificaat van sanitaire controle van schepen of een certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen als bedoeld in artikel 39 van de Internationale Gezondheidsregeling, wordt op verzoek van de gezagvoerder door de burgemeester afgegeven indien het schip vrij is van besmetting. 2 De certificaten worden opgesteld volgens het in bijlage 3 van de Internationale Gezondheidsregeling opgenomen model. 3 Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld over de afgifte van de certificaten. Voor zover de nadere regels gebaseerd zijn op eisen van de Wereld Gezondheidsorganisatie, kunnen deze in de Engelse gesteld en bekend worden gemaakt. 4 Bij regeling van Onze Minister worden de havens aangewezen waarvoor de burgemeester bevoegd is tot afgifte van de certificaten. 2025 151 04-06-2025 26-05-2025 36682 2025 174 04-07-2025 30-06-2025 05-07-2025
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 De inenting van personen of de toediening van profylaxe aan personen ter verkrijging van een internationaal geldig certificaat als bedoeld in artikel 36 van de Internationale Gezondheidsregeling, geschiedt onder bij regeling van Onze Minister vast te stellen voorwaarden. 2 De certificaten worden opgesteld volgens het in bijlage 6 van de Internationale Gezondheidsregeling opgenomen model. 3 Bij regeling van Onze Minister worden de organisaties of personen aangewezen waar inentingen tegen gele koorts mogen worden verschaft. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 58a — Artikel 58a Begripsbepalingen#
Artikel 58a Begripsbepalingen 1 In paragraaf 8 van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanbieder van bedrijfsmatig personenvervoer: artikel 58o 58p iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die bepaalde, bij ministeriële regeling krachtensofnader aan te wijzen categorieën van bedrijfsmatig personenvervoer, aanbiedt, verricht of laat verrichten; bedrijfsmatig personenvervoer: artikel 58o 58p artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000 bepaalde bij ministeriële regeling krachtensofnader aan te wijzen categorieën van bedrijfsmatig personenvervoer, niet beperkt tot besloten busvervoer en openbaar vervoer als bedoeld in; besloten plaats: artikel 6, tweede lid, van de Grondwet een andere dan openbare of publieke plaats en een daarbij behorend erf, met inbegrip van gebouwen en plaatsen als bedoeld in; beveiligingsmedewerker: artikel 7, eerste, tweede en derde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus artikel 5, vijfde lid, van die wet een persoon belast met beveiligingswerkzaamheden als bedoeld inalsmede een persoon in dienst van een bestuursorgaan als bedoeld in; evenement: artikel 6, tweede lid, van de Grondwet Wet openbare manifestaties elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, alsmede een herdenkingsplechtigheid, braderie, optocht op de weg, voorstelling of feest op een andere plaats dan in een woning of op een daarbij behorend erf of in een gebouw of op een plaats als bedoeld in, wedstrijd, beurs of congres. Onder evenementen worden niet begrepen: betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de; hygiënemaatregelen: maatregelen betreffende de inrichting van ruimten of aldaar te gebruiken voorwerpen of materialen, of het treffen van voorzieningen ten behoeve van de reinheid of teneinde de verspreiding van ziekteverwekkers zoveel mogelijk tegen te gaan; justitiële inrichting: artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen artikel 1, onder b, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden artikel 2 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES een inrichting als bedoeld in, inrichting als bedoeld in, instelling als bedoeld inof gesticht als bedoeld in; mantelzorger: een natuurlijke persoon die rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie zorg of hulp verleent zonder dat dit beroeps- of bedrijfsmatig geschiedt; Onze Ministers: Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk; openbare plaats: artikel 1, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties een openbare plaats als bedoeld in; ophouden: gedurende enige tijd ergens verkeren, terwijl er feitelijk gelegenheid is om weg te gaan; opsporingsambtenaar: artikel 141 142 van het Wetboek van Strafvordering artikel 184 185 van het Wetboek van Strafvordering BES een persoon die bij of krachtensofofofis belast met de opsporing van strafbare feiten; persoon met een handicap: een persoon als bedoeld in artikel 1, tweede zin, van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169, en 2014, 113); persoonlijk beschermingsmiddel: uitrusting die of voorwerp dat bestemd is om te worden gedragen of vastgehouden teneinde de eigen of een andere persoon zoveel mogelijk te beschermen tegen ziekteverwekkers; plaats in gebruik ten behoeve van een verkiezing: artikel 58j, vijfde lid 58k, vijfde lid Kieswet publieke of besloten plaats, of bij ministeriële regeling krachtens, of, onder eventueel daarbij te stellen voorwaarden of beperkingen aangewezen gedeelte van een publieke of besloten plaats, in gebruik ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de; publieke plaats: artikel 174, eerste lid, van de Gemeentewet artikel 176, eerste lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba artikel 6, tweede lid, van de Grondwet een voor het publiek openstaand gebouw als bedoeld inof, en een daarbij behorend erf, of een voor het publiek openstaand lokaal, voertuig of vaartuig, met uitzondering van gebouwen en plaatsen als bedoeld in; testuitslag: een testuitslag waaruit blijkt of de geteste persoon op het moment van afname van de test al dan niet was geïnfecteerd met een ziekteverwekker; thuisquarantaine: de bij of krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk geldende verplichting voor een reiziger om in afzondering te verblijven in de eigen woning of in een specifiek aan de reiziger toegewezen verblijfplaats; toezichthouder: artikel 64 64a 68h, eerste lid voor zover in deze wet niet anders is bepaald, de bij of krachtens,of, aangewezen toezichthouder; veilige afstand: artikel 58f, tweede lid de afstand, bedoeld in; zorgaanbieder: artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg artikel 1, onder j, van de Wet zorginstellingen BES artikel 1.1 van de Jeugdwet artikel 18.4.7a van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 een zorgaanbieder als bedoeld in, of als bedoeld in, jeugdhulpaanbieder als bedoeld in, aanbieder van jeugdzorg als bedoeld inof aanbieder als bedoeld in; zorglocatie: artikel 1 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg artikel 18.4.7a van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 artikel 1.1 van de Jeugdwet een bouwkundige voorziening of deel van een bouwkundige voorziening met het daarbij behorende terrein waar zorg als bedoeld inwordt verleend, waar jeugdzorg als bedoeld inwordt verleend of waar beschermd wonen of opvang als bedoeld inplaatsvindt, of accommodatie als bedoeld in; zorgverlener: Wet langdurige zorg Zorgverzekeringswet artikel 1.1 van de Jeugdwet artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 artikel 18.4.7a van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een natuurlijke persoon die beroepsmatig zorg of dienst als omschreven bij of krachtens deof deverleent, jeugdhulpverlener als bedoeld in, beroepskracht als bedoeld in, natuurlijke persoon die beroepsmatig jeugdzorg als bedoeld inverleent of zorgverlener als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet algemene verzekering bijzondere ziektekosten BES. 2 In paragraaf 8 van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder: basisregistratie personen: Wet basisadministraties persoonsgegevens BES basisadministratie als bedoeld in de; woning: een daarbij behorend erf. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58b — Artikel 58b Doel, noodzaak, geschiktheid, proportionaliteit en subsidiariteit#
Artikel 58b Doel, noodzaak, geschiktheid, proportionaliteit en subsidiariteit artikel 20 20a De bij of krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk toegekende bevoegdheden worden, voor zover krachtensofin werking gesteld, slechts toegepast voor de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1 of een directe dreiging daarvan en voor zover: a. de bedreiging van de volksgezondheid dusdanig ernstig is dat afwending van die dreiging noodzakelijk is; b. de toepassing van de bevoegdheden gezien de aard van de infectieziekte daadwerkelijk geschikt is voor afwending van de dreiging; c. de gevolgen voor de vrije uitoefening van grondrechten en het maatschappelijk welzijn, waaronder ten minste de sociale, financieel-economische, maatschappelijke en andere gezondheidsbelangen, zo beperkt mogelijk zijn en tevens in redelijke verhouding staan tot de gevolgen die zouden intreden indien de bevoegdheden niet worden toegepast; en d. geen alternatieven beschikbaar zijn waarmee hetzelfde doel kan worden bereikt en die minder ingrijpend zouden zijn voor de vrije uitoefening van grondrechten en het maatschappelijk welzijn. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58c — Artikel 58c Reguliere procedure#
Artikel 58c Reguliere procedure 1 De vaststelling van een krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk vast te stellen ministeriële regeling geschiedt door Onze Ministers in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat en in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad. 2 Een regeling als bedoeld in het eerste lid wordt niet eerder vastgesteld dan een week nadat deze aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien binnen die termijn de Tweede Kamer der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met de regeling, wordt deze niet vastgesteld. 3 Een besluit als bedoeld in het tweede lid, tweede zin, kan worden genomen op voorstel van ten minste een derde van het grondwettelijk aantal leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 4 artikel 58b Indien naar het oordeel van Onze Ministers en Onze Minister die het mede aangaat een krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk vastgestelde ministeriële regeling of een onderdeel daarvan niet langer voldoet aan één van de onderdelen van, wordt die regeling zo spoedig mogelijk gewijzigd of ingetrokken. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58ca — Artikel 58ca Bijzondere procedure#
Artikel 58ca Bijzondere procedure 1 Artikel 58c, tweede lid , kan buiten toepassing blijven: a. artikel 58b indien een krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk vastgestelde ministeriële regeling of een onderdeel daarvan niet langer voldoet aan één van de onderdelen van, of b. indien sprake is van: 1°. een ernstige ontwrichting van de maatschappij of een directe dreiging daarvan, en 2°. onverwijld toepassing van een bij of krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk toegekende bevoegdheid noodzakelijk is. 2 artikel 58c, tweede lid Onze Minister zendt een ministeriële regeling die op grond van het eerste lid is vastgesteld zonder toepassing van, binnen twee dagen na vaststelling aan beide Kamers der Staten-Generaal, voorzien van een motivering waarom het eerste lid is toegepast. De regeling vervalt van rechtswege indien de Tweede Kamer der Staten-Generaal binnen een week na de toezending besluit niet in te stemmen met de regeling. Artikel 58c, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 58c De procedure, bedoeld in het eerste lid, onder b, mag uitsluitend binnen acht weken na de eerste toepassing daarvan worden gebruikt. Deze periode kan steeds met acht weken worden verlengd of voor een periode van acht weken opnieuw aanvangen na de inwerkingtreding van een ministeriële regeling waarin het eerste lid, onder b, weer van toepassing wordt verklaard. Die regeling wordt met toepassing vantot stand gebracht. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58cb — Artikel 58cb Werkingsduur collectieve maatregelen#
Artikel 58cb Werkingsduur collectieve maatregelen 1 artikel 20 20a artikel 58b, onder c en d artikel 58c Bij een daartoe afzonderlijk tot stand te brengen ministeriële regeling wordt bepaald of de toepassing van een krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk toegekende bevoegdheid, voor zover in werking gesteld krachtensof, wordt verbonden aan een vervaltermijn gelet op de mogelijke gevolgen van de toepassing voor de vrije uitoefening van grondrechten en het maatschappelijk welzijn als bedoeld in. De in de eerste zin bedoelde ministeriële regeling wordt met toepassing vantot stand gebracht. 2 artikel 58c, tweede lid, tweede zin Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid, wordt niet vastgesteld indien de Tweede Kamer of de Eerste Kamer der Staten-Generaal binnen de termijn, bedoeld in, besluit niet in te stemmen met de regeling. Artikel 58c, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een besluit van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. 3 Indien voor een ministeriële regeling, dan wel een onderdeel daarvan, ingevolge het eerste lid een vervaltermijn geldt, vervalt deze regeling, dan wel het onderdeel, ten hoogste acht weken na de inwerkingtreding. Dit laat onverlet dat een regeling of onderdeel daarvan telkens, al dan niet gewijzigd, kan worden vastgesteld. Het tijdstip waarop de regeling of het onderdeel vervalt, ligt steeds ten hoogste acht weken na het tijdstip waarop die regeling of dat onderdeel zou vervallen. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58d — Artikel 58d Noodbevoegdheid#
Artikel 58d Noodbevoegdheid 1 artikel 58b, aanhef Bij ministeriële regeling kunnen andere collectieve maatregelen worden genomen voor het in, genoemde doel, indien: a. sprake is van een ernstige ontwrichting van de maatschappij of een directe dreiging daarvan; b. onverwijld handelen noodzakelijk is, en c. een krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk geldende of vast te stellen ministeriële regeling niet toereikend is. 2 artikelen 58c, tweede lid 58ca In afwijking van de, en, wordt de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, niet vastgesteld dan nadat deze regeling ten minste 24 uur is voorgelegd aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Indien binnen die termijn de Tweede Kamer der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met deze ministeriële regeling, wordt deze niet vastgesteld. 3 Een na toepassing van het tweede lid vastgestelde ministeriële regeling wordt door Onze Minister onverwijld aan beide Kamers der Staten-Generaal gezonden, voorzien van een motivering waarom het tweede lid is toegepast. 4 Artikel 58ca, tweede lid, tweede zin Indien het onmogelijk is de termijn van 24 uur, bedoeld in het tweede lid af te wachten, zendt Onze Minister de vastgestelde regeling onverwijld aan beide Kamers der Staten-Generaal, voorzien van een motivering waarom hiervan sprake is., is van toepassing. 5 artikel 58c, tweede lid De ministeriële regeling bedoeld in het eerste lid, vervalt acht weken na de inwerkingtreding en kan steeds met toepassing van, worden verlengd met ten hoogste acht weken na het tijdstip waarop die regeling zou vervallen. 6 artikelen 58c 58ca Na de plaatsing in de Staatscourant van een krachtens het eerste lid vastgestelde ministeriële regeling wordt onverwijld een voorstel van wet tot regeling van het betrokken onderwerp aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken dan wel door een der Kamers der Staten-Generaal wordt verworpen, trekt Onze Minister de regeling onverwijld in, tenzij de regeling ingevolge het vijfde lid is vervallen. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan vervalt de ministeriële regeling van rechtswege op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet, tenzij de ministeriële regeling ingevolge het vijfde lid is vervallen of wordt gebaseerd op de wet zoals deze dan luidt. Op een intrekkingsregeling als bedoeld in de tweede zin, zijn deenniet van toepassing. 7 artikel 58ca artikel 58b, aanhef artikel 7, eerste lid artikel 179 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba Indien zich in het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba een omstandigheid voordoet waarin een krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk, met toepassing vanvast te stellen ministeriële regeling niet zodanig tijdig tot stand kan komen als noodzakelijk is voor het in, genoemde doel, kan Onze Minister ter uitvoering van, de gezaghebber opdragen toepassing te geven aan de hem intoegekende bevoegdheid om algemeen verbindende voorschriften vast te stellen ter bestrijding van een epidemie van de betreffende infectieziekte of een directe dreiging daarvan. 8 Binnen twee weken na de vaststelling van de in het zevende lid bedoelde opdracht wordt een ministeriële regeling vastgesteld tot regeling van de in die voorschriften genoemde onderwerpen. Onze Minister zendt de regeling binnen twee dagen na vaststelling aan beide Kamers der Staten-Generaal. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58e — Artikel 58e Differentiatie, ontheffing en lokaal maatwerk#
Artikel 58e Differentiatie, ontheffing en lokaal maatwerk 1 artikel 58d paragrafen 8.2 8.3 In een krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk vast te stellen ministeriële regeling kan onverminderden deenvan dit hoofdstuk, onderscheid worden gemaakt: a. binnen en tussen gemeenten en met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; b. tussen personen op basis van leeftijd; c. tussen activiteiten; d. tussen openbare, publieke en besloten plaatsen, of gedeelten daarvan. 2 De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio kan met het oog op bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van: Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. a. artikel 58h, eerste of tweede lid 58i, eerste of tweede lid het bepaalde bij of krachtens, of; b. artikel 58g de krachtensgestelde regels, indien dat in die regels is bepaald. 3 Voordat de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio een beslissing neemt over de verlening van een ontheffing als bedoeld in het tweede lid, vraagt hij advies aan de gemeentelijke gezondheidsdienst. 4 De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio verleent geen ontheffing, indien het belang van de bestrijding van de epidemie van de betreffende infectieziekte, of de directe dreiging daarvan, zich daartegen naar zijn oordeel verzet. Bij de afweging van de betrokken belangen betrekt de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio in ieder geval: a. de aard van de plaats, de aard van de activiteit en het aantal personen waarop de te verlenen ontheffing betrekking heeft; b. artikel 58f, tweede lid, en derde lid, onder e de gevolgen die verlening van de ontheffing zou hebben voor de naleving van de bij of krachtens, vastgestelde regels, in en buiten de plaats waarop de te verlenen ontheffing betrekking heeft. 5 In een krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk vast te stellen ministeriële regeling kan aan de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio de bevoegdheid worden toegekend om de plaatsen aan te wijzen waar de in die regeling gestelde regels van toepassing zijn. Aan de uitoefening van de bevoegdheid kunnen in die ministeriële regeling voorwaarden of beperkingen worden verbonden. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58f — Artikel 58f Veilige afstand#
Artikel 58f Veilige afstand 1 Degene die zich buiten een woning ophoudt, houdt een veilige afstand tot andere personen. 2 De veilige afstand wordt vastgesteld bij ministeriële regeling. 3 De veilige afstand geldt niet: a. tussen personen die op hetzelfde adres woonachtig zijn; b. artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht voor een opsporingsambtenaar, toezichthouder als bedoeld in, beveiligingsmedewerker, zorgverlener, mantelzorger of geestelijke bedienaar of persoon die werkzaam is bij een justitiële inrichting, bij de politie, de brandweer, de krijgsmacht, of die eerste hulp biedt bij een het leven of de gezondheid bedreigende situatie, voor zover deze zijn taak of het bieden van eerste hulp niet op gepaste wijze kan uitoefenen met inachtneming van de veilige afstand; c. voor degene jegens wie een onder b genoemde persoon zijn taak of het bieden van eerste hulp uitoefent; d. tussen een persoon met een handicap of persoon tot en met de leeftijd van twaalf jaar en diens begeleider, voor zover die persoon zich niet met inachtneming van de veilige afstand jegens zijn begeleider buiten een woning kan ophouden; of e. voor andere bij ministeriële regeling aangewezen categorieën van personen of aangewezen plaatsen of gevallen, onder daarbij te stellen voorwaarden of beperkingen. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58g — Artikel 58g Hygiënemaatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen#
Artikel 58g Hygiënemaatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over hygiënemaatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen, met inbegrip van de verplichting tot toepassing of gebruik hiervan. De regels hebben geen betrekking op de toepassing of het gebruik in een woning. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58h — Artikel 58h Openstelling van publieke plaatsen#
Artikel 58h Openstelling van publieke plaatsen 1 Bij ministeriële regeling kunnen publieke plaatsen worden aangewezen die: a. niet voor publiek mogen worden opengesteld; b. slechts onder bij die regeling gestelde voorwaarden of beperkingen voor publiek mogen worden opengesteld. 2 Tot de voorwaarden of beperkingen, bedoeld in het eerste lid onder b, kan behoren dat ten hoogste een bij die regeling vast te stellen aantal personen als publiek aanwezig mag zijn. 3 De volgende plaatsen worden niet aangewezen als publieke plaatsen die niet voor publiek mogen worden opengesteld. a. een plaats in gebruik ten behoeve van een verkiezing; b. een plaats die is bestemd voor een vergadering van de Staten-Generaal of van een commissie daaruit; c. een plaats die is bestemd voor een vergadering van de gemeenteraad, provinciale staten en het algemeen bestuur van een waterschap, of van een door deze organen ingestelde commissie; d. een gerechtsgebouw. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58i — Artikel 58i Evenementen#
Artikel 58i Evenementen 1 Bij ministeriële regeling kunnen evenementen worden aangewezen die: a. niet mogen worden georganiseerd; b. slechts onder bij die regeling gestelde voorwaarden of beperkingen mogen worden georganiseerd. 2 Tot de voorwaarden of beperkingen, bedoeld in het eerste lid, onder b, kan behoren dat ten hoogste een bij die regeling vast te stellen aantal personen als publiek aanwezig mag zijn. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58j — Artikel 58j Zorgplicht publieke plaatsen#
Artikel 58j Zorgplicht publieke plaatsen 1 artikelen 58d, eerste lid 58f tot en met 58i Degene die bevoegd is tot het aan een publieke plaats treffen van voorzieningen of tot het openstellen van een publieke plaats voor publiek, draagt ten aanzien van die publieke plaats zorg voor zodanige voorzieningen of openstelling dat de daar aanwezige personen de bij of krachtens de, engestelde regels in acht kunnen nemen. 2 artikelen 58d 58f tot en met 58i Indien de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio van oordeel is dat de daar aanwezige personen het bepaalde bij of krachtens de, enniet in acht kunnen nemen, kan hij een schriftelijke aanwijzing geven aan degene die bevoegd is tot het aan die plaats treffen van voorzieningen of tot het openstellen van die plaats voor publiek. 3 artikelen 58d 58f tot en met 58i In de aanwijzing geeft de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio met redenen omkleed aan op welke punten de aanwezige personen de bij of krachtens de, engestelde regels niet in acht kunnen nemen, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen. Een aanwijzing bevat de termijn waarbinnen degene die bevoegd is tot het aan die plaats treffen van voorzieningen of tot het openstellen van die plaats voor publiek, de maatregelen treft. 4 In een spoedeisende situatie kan de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio een bevel geven. Indien het bevel mondeling wordt gegeven, wordt het zo spoedig mogelijk op schrift gesteld en bekendgemaakt. 5 Het tweede tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op plaatsen in gebruik ten behoeve van een verkiezing. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58k — Artikel 58k Zorgplicht besloten plaatsen#
Artikel 58k Zorgplicht besloten plaatsen 1 artikelen 58d, eerste lid 58f tot en met 58i Degene die bevoegd is tot het aan een besloten plaats, niet zijnde een woning, treffen van voorzieningen of tot het toelaten tot een besloten plaats van personen, draagt ten aanzien van die besloten plaats zorg voor zodanige voorzieningen of toelating dat de daar aanwezige personen de bij of krachtens de, engestelde regels in acht kunnen nemen. 2 artikelen 58d, eerste lid 58f tot en met 58i Indien de besloten plaats een ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend en Onze Minister van oordeel is dat de daar aanwezige personen het bepaalde bij of krachtens de, enniet in acht kunnen nemen, kan hij een schriftelijke aanwijzing geven aan degene die bevoegd is tot het aan die plaats treffen van voorzieningen of tot het toelaten tot die plaats van personen. Indien de besloten plaats een ruimte betreft waar geen beroep of bedrijf wordt uitgeoefend, is de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio bevoegd deze aanwijzing te geven. 3 artikelen 58d 58f tot en met 58i In de aanwijzing geeft Onze Minister onderscheidenlijk de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio met redenen omkleed aan op welke punten de aanwezige personen de bij of krachtens de, engestelde regels niet in acht kunnen nemen, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen. Een aanwijzing bevat de termijn waarbinnen degene die bevoegd is tot het aan die plaats treffen van voorzieningen of tot het toelaten tot die plaats van personen, de maatregelen treft. 4 In een spoedeisende situatie kan Onze Minister onderscheidenlijk de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio een bevel geven. Indien het bevel mondeling wordt gegeven, wordt het zo spoedig mogelijk op schrift gesteld en bekendgemaakt. 5 Het tweede tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op plaatsen in gebruik ten behoeve van een verkiezing of op andere bij ministeriële regeling aangewezen plaatsen onder bij die regeling gestelde voorwaarden of beperkingen. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58l — Artikel 58l Bevelen voor besloten plaatsen#
Artikel 58l Bevelen voor besloten plaatsen Indien door een gedraging of activiteit in of vanuit een besloten plaats, niet zijnde een woning, een ernstige vrees voor de onmiddellijke verspreiding van de betreffende ziekteverwekker ontstaat, kan de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio de bevelen geven die nodig zijn voor de beëindiging van de gedraging of activiteit en de daar aanwezige personen bevelen zich onmiddellijk te verwijderen. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58m — Artikel 58m Bevelen voor openbare plaatsen#
Artikel 58m Bevelen voor openbare plaatsen artikelen 58d, eerste lid 58f tot en met 58i Indien de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio van oordeel is dat de omstandigheden op een openbare plaats zodanig zijn dat de daar aanwezige personen het bepaalde bij of krachtens de, enniet in acht kunnen nemen, of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, kan hij de bevelen geven die nodig zijn om de naleving van deze artikelen op een openbare plaats te verzekeren. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58n — Artikel 58n Zorgaanbieders en zorglocaties#
Artikel 58n Zorgaanbieders en zorglocaties 1 artikelen 58d, eerste lid 58f tot en met 58i Een zorgaanbieder draagt zorg voor een zodanige openstelling, inrichting en zorg, jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning dat de aanwezige personen die niet bij de zorg, jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning betrokken zijn of die geen mantelzorger zijn, de bij of krachtens de, engestelde regels redelijkerwijs in acht kunnen nemen. 2 Een zorgaanbieder kan, indien dit noodzakelijk is om verspreiding van de betreffende ziekteverwekker naar dan wel vanuit een zorglocatie tegen te gaan en de maatregelen die de zorgaanbieder treft op grond van het eerste lid onvoldoende zijn om die verspreiding tegen te gaan, beperkingen of andere voorwaarden stellen aan de toegang van personen tot een zorglocatie door iemand die niet bij de zorg, jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning betrokken is of die geen mantelzorger is. 3 Indien Onze Minister van oordeel is dat personen die niet bij de zorg, jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning betrokken zijn of die geen mantelzorger zijn, de in het eerste lid genoemde regels onvoldoende in acht kunnen nemen, kan hij de zorgaanbieder een schriftelijke aanwijzing geven. In de aanwijzing geeft Onze Minister met redenen omkleed aan op welke punten de aanwezige personen de regels niet in acht kunnen nemen, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen. Een aanwijzing bevat de termijn waarbinnen de zorgaanbieder de maatregelen treft. In een spoedeisende situatie kan Onze Minister een bevel geven. Indien het bevel mondeling wordt gegeven, wordt het zo spoedig mogelijk op schrift gesteld en bekendgemaakt. 4 Indien de maatregelen die een zorgaanbieder neemt op grond van het eerste en tweede lid, onvoldoende of onevenredig zijn om verspreiding van de betreffende ziekteverwekker naar dan wel vanuit een zorglocatie tegen te gaan, kunnen bij ministeriële regeling beperkingen of andere voorwaarden worden gesteld aan het door de zorgaanbieder toelaten tot zorglocaties van personen die niet bij de zorg, jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning betrokken zijn of die geen mantelzorger zijn, tenzij het belang van de volksgezondheid niet opweegt tegen de belangen van de cliënten en patiënten bij die toegang. In de ministeriële regeling kan onderscheid worden gemaakt tussen zorglocaties of categorieën daarvan. 5 Toepassing van een bevoegdheid als bedoeld in het tweede of vierde lid houdt in ieder geval geen beperking in van de toegang: a. van ten minste één familielid of naaste tot een in de zorglocatie verblijvende persoon, behoudens in geval van uitzonderlijke omstandigheden; b. van familieleden of naasten tot een in de zorglocatie verblijvende persoon van wie de behandelend arts verwacht dat deze op korte termijn zal overlijden; c. artikel 38, eerste lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten artikelen 6:1, derde lid 7:1, derde lid, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg in verband met het horen van een cliënt als bedoeld inof het horen van betrokkene als bedoeld in de, en; d. Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg Jeugdwet van advocaten en cliëntenvertrouwenspersonen als bedoeld in de, advocaten en patiëntenvertrouwenspersonen als bedoeld in deen vertrouwenspersonen als bedoeld in de; e. van een geestelijk bedienaar tot een tot zijn geloofsgemeenschap behorende persoon die in de zorglocatie verblijft. 6 artikelen 58k 58l Deenzijn niet van toepassing. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58o — Artikel 58o Bedrijfsmatig personenvervoer#
Artikel 58o Bedrijfsmatig personenvervoer 1 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het aanbieden of verrichten van bepaalde categorieën van bedrijfsmatig personenvervoer geheel of gedeeltelijk verboden is. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het aanbieden van, de toegang tot en het gebruik van voorzieningen voor bedrijfsmatig personenvervoer binnen Nederland of met een bestemming in Nederland. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen categorieën van bedrijfsmatig personenvervoer, gebieden van waaruit de reiziger vertrekt, waaronder het vertrek vanuit gebieden in het buitenland of het reizen tussen het Europese deel van Nederland, Bonaire, Sint Eustatius en Saba, of categorieën van personen voor wie de regels gelden. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58p — Artikel 58p Inreisverplichtingen bedrijfsmatig en niet-bedrijfsmatig personenvervoer#
Artikel 58p Inreisverplichtingen bedrijfsmatig en niet-bedrijfsmatig personenvervoer 1 artikel 58o, tweede lid In een krachtens, vast te stellen ministeriële regeling kan ten aanzien van de reiziger die vertrekt vanuit een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of die reist tussen het Europese deel van Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba, worden bepaald dat: a. artikel 58u de aanbieder van bedrijfsmatig personenvervoer uitsluitend vervoer aanbiedt, toegang daartoe verschaft of gebruik daarvan toestaat, indien de reiziger aan de aanbieder een testuitslag kan tonen waaruit blijkt dat hij op het moment van testen niet was geïnfecteerd met de betreffende ziekteverwekker of een verklaring als bedoeld in, kan tonen, eventueel vergezeld van het voorgeschreven document als bedoeld in dat artikel; b. de reiziger bij de toegang tot het vervoermiddel en tijdens het vervoer beschikt over een testuitslag waaruit blijkt dat hij op het moment van testen niet was geïnfecteerd met de betreffende ziekteverwekker, de reiziger verplicht is deze op verzoek te tonen aan de aanbieder van bedrijfsmatig personenvervoer en verplicht is om de testuitslag te bewaren gedurende een bij ministeriële regeling te bepalen termijn en deze op verzoek te tonen aan de toezichthouder; c. ten aanzien van inreis in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, de reiziger direct na aankomst beschikt over een testuitslag waaruit blijkt dat hij op het moment van testen niet was geïnfecteerd met de betreffende ziekteverwekker, en een verplichting voor de reiziger om de testuitslag te bewaren gedurende een bij ministeriële regeling te bepalen termijn en deze op verzoek te tonen aan de toezichthouder. 2 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de reiziger die heeft verbleven in een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of reist tussen het Europese deel van Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba, anders dan met gebruikmaking van bedrijfsmatig personenvervoer als bedoeld in het eerste lid, bij inreis in Nederland beschikt over een testuitslag waaruit blijkt dat hij op het moment van testen niet was geïnfecteerd met de betreffende ziekteverwekker en om die testuitslag te bewaren gedurende een bij ministeriële regeling te bepalen termijn en deze op verzoek te tonen aan de toezichthouder. 3 Bij ministeriële regeling worden nadere eisen gesteld aan de test, bedoeld in het eerste en tweede lid, die betrekking kunnen hebben op: a. de vaststelling van de identiteit van de geteste persoon; b. het type test dat is uitgevoerd; c. de wijze waarop de testuitslag wordt aangetoond; d. de termijn waarbinnen de test moet zijn uitgevoerd ten opzichte van het moment van inreis in Nederland. 4 Ten aanzien van inreis in Bonaire, Sint Eustatius of Saba geschiedt de aanwijzing van gebieden, bedoeld in het eerste of tweede lid, na overleg met de gezaghebber. 5 Ten aanzien van inreis in Bonaire, Sint Eustatius of Saba kan de in het tweede lid bedoelde testuitslag in bij ministeriële regeling bepaalde gevallen ook worden verkregen direct na het moment van aankomst. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58q — Artikel 58q Uitzondering op de inreisverplichtingen#
Artikel 58q Uitzondering op de inreisverplichtingen artikel 58p, eerste en tweede lid In een ministeriële regeling als bedoeld in, kan in daarbij te bepalen gevallen of ten aanzien van daarbij aan te wijzen categorieën personen, en onder daarbij te stellen voorwaarden of beperkingen worden bepaald dat een bij of krachtens die artikelleden bepaalde verplichting niet van toepassing is. Tot die voorwaarden of beperkingen kan behoren de verplichting voor de reiziger om te beschikken over een bewijs van vaccinatie tegen de betreffende ziekteverwekker, waaruit blijkt dat de betrokkene op het moment van inreizen was gevaccineerd volgens bij die ministeriële regeling bepaalde minimumeisen of een bewijs van herstel van een infectie met deze ziekteverwekker, volgens bij die regeling bepaalde eisen, en dat bewijs te bewaren gedurende een bij die regeling te bepalen termijn en deze op verzoek te tonen aan de toezichthouder. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58r — Artikel 58r Thuisquarantaineplicht Europees Nederland#
Artikel 58r Thuisquarantaineplicht Europees Nederland 1 Bij regeling kan worden bepaald dat degene die het Europese deel van Nederland inreist en voor inreis heeft verbleven in een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of, indien door Onze Minister aangewezen, in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, onverwijld na inreis gedurende een ononderbroken periode van een bij ministeriële regeling te bepalen aantal dagen in thuisquarantaine gaat. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen de aangewezen gebieden. 2 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen de plicht, bedoeld in het eerste lid, niet of niet langer van toepassing is. Daartoe kan behoren de verplichting om te beschikken over een testuitslag waaruit blijkt dat de betrokkene op het moment van testen niet was geïnfecteerd met de betreffende ziekteverwekker en die gedurende een bij ministeriële regeling te bepalen termijn wordt bewaard. 3 Bij ministeriële regeling worden nadere eisen gesteld aan de test, bedoeld in het tweede lid, die betrekking kunnen hebben op: a. de vaststelling van de identiteit van de geteste persoon; b. het type test dat is uitgevoerd; c. de wijze waarop de testuitslag wordt aangetoond. 4 artikel 35 Dit artikel laat de toepassing vanonverlet. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58s — Artikel 58s Uitzonderingen thuisquarantaineplicht#
Artikel 58s Uitzonderingen thuisquarantaineplicht 1 artikel 58r, eerste lid De inbedoelde verplichting, geldt niet in bij ministeriële regeling bepaalde gevallen of aangewezen categorieën personen, onder daarbij gestelde voorwaarden of beperkingen. Tot die voorwaarden of beperkingen kan behoren de verplichting om te beschikken over een bewijs van vaccinatie tegen de betreffende ziekteverwekker, waaruit blijkt dat de betrokkene op het moment van inreizen was gevaccineerd, volgens bij die regeling te bepalen minimumeisen, of een bewijs van herstel van een infectie met deze ziekteverwekker, volgens bij die regeling bepaalde eisen, en dat bewijs gedurende een bij die regeling te bepalen termijn te bewaren en deze op verzoek te tonen aan de toezichthouder. 2 artikel 58r, eerste lid artikel 58u Artikel 58e, derde lid Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio met het oog op bijzondere omstandigheden in een individueel geval ontheffing kan verlenen van het bepaalde bij of krachtens, en. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden of beperkingen worden verbonden., is van overeenkomstige toepassing. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58t — Artikel 58t Verzoekschriftenprocedure#
Artikel 58t Verzoekschriftenprocedure 1 artikel 58r, eerste lid De in, bedoelde persoon kan de burgerlijke rechter schriftelijk verzoeken om opheffing van de ten aanzien van hem geldende verplichting om in thuisquarantaine te gaan op de grond dat deze verplichting niet op hem van toepassing is. 2 Artikel 46 Het verzoekschrift wordt ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen wiens rechtsgebied de woonplaats van de indiener van het verzoekschrift is gelegen of binnen wiens rechtsgebied de aan de indiener, ten behoeve van de thuisquarantaine toegewezen verblijfplaats is gelegen. Voor de behandeling van het verzoekschrift wordt geen griffierecht geheven.is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 278, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering In aanvulling opbevat het verzoekschrift het e-mailadres en telefoonnummer waarop de verzoeker bereikbaar is en eventuele bewijsstukken die het verzoek ondersteunen. 4 Artikel 41, derde lid Voordat op het verzoekschrift wordt beslist, hoort de rechter de indiener van het verzoekschrift door middel van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel, tenzij de indiener niet beschikbaar was op het door de rechter vastgestelde tijdstip waarop het horen plaatsvindt., is van toepassing. 5 De rechter beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek, doch uiterlijk binnen drie dagen te rekenen vanaf de dag na die van het indienen van het verzoekschrift. Tegen de beslissing van de rechter staat geen voorziening open. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58u — Artikel 58u Thuisquarantaineverklaring#
Artikel 58u Thuisquarantaineverklaring artikel 58r, eerste lid Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat op de in, bedoelde persoon een verplichting rust om: a. artikel 58s, eerste lid een papieren of digitale verklaring naar waarheid in te vullen, waarin hij verklaart dat hij na inreis onverwijld in thuisquarantaine zal gaan op zijn woonadres of het opgegeven adres van een verblijfplaats, dan wel dat sprake is van een uitzondering als bedoeld in, en om daarbij de in die regeling genoemde gegevens aan Onze Minister te verstrekken; b. artikel 58s, eerste lid bij inreis te beschikken over een papieren verklaring of een bevestiging van een digitaal ingevulde verklaring als bedoeld in onderdeel a, zo nodig vergezeld van het in die regeling voorgeschreven document indien het gaat om een persoon die verklaart dat sprake is van een uitzondering als bedoeld in, of c. de verklaring of bevestiging en het eventuele voorgeschreven document te bewaren gedurende een bij ministeriële regeling te bepalen termijn en deze op verzoek te tonen aan de toezichthouder. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58v — Artikel 58v Gegevensverwerking#
Artikel 58v Gegevensverwerking 1 artikel 7, eerste lid artikel 58r, eerste lid artikelen 58u 58w artikel 58r, eerste lid In het kader van de taak van Onze Minister, bedoeld in, en ter monitoring van de naleving van de verplichting van, is Onze Minister bevoegd tot verwerking van de krachtens deofverstrekte gegevens van een in, bedoelde persoon. 2 artikel 58r, eerste lid Indien Onze Minister op grond van bevindingen in het kader van de monitoring nader onderzoek door een toezichthouder naar de naleving van de verplichting tot thuisquarantaine door een in, bedoelde persoon wenselijk acht, of een in artikel 58r, eerste lid, bedoelde persoon telefonisch niet heeft kunnen bereiken, kan Onze Minister een melding doen aan de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio waar de woon- of verblijfplaats van die persoon is gelegen. 3 artikelen 58u 58w artikel 58r, eerste lid Onze Minister, de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio en de toezichthouders zijn bevoegd tot het verwerken en onderling uitwisselen van een melding als bedoeld in het tweede lid, en de krachtens deofverstrekte gegevens van een in, bedoelde persoon, voor zover dit noodzakelijk is voor het toezicht op en de handhaving van de naleving van artikel 58r, eerste lid. 4 artikelen 58u 58w artikel 58r, eerste lid Onze Minister bewaart de krachtens deofverstrekte gegevens niet langer dan de krachtens, bij ministeriële regeling bepaalde duur van de thuisquarantaine. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58w — Artikel 58w Aanvullende gegevensverstrekking en -verwerking thuisquarantaineverklaring#
Artikel 58w Aanvullende gegevensverstrekking en -verwerking thuisquarantaineverklaring 1 artikel 58r, eerste lid Met het oog op het toezicht op en de handhaving van de naleving van, kan bij ministeriële regeling worden bepaald: a. artikel 58r, eerste lid artikel 58u dat de in, bedoelde persoon die bij inreis gebruik maakt van een papieren verklaring als bedoeld in, deze verklaring op verzoek verstrekt en aan wie deze verklaring wordt verstrekt; b. dat degene aan wie krachtens onderdeel a een verklaring wordt verstrekt, deze inneemt en vervolgens doorgeeft aan een ander of aan Onze Minister, dan wel vernietigt. 2 Degene aan wie krachtens het eerste lid een papieren verklaring wordt verstrekt, is bevoegd tot het verwerken van die verklaring en de daarop vermelde persoonsgegevens, voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan de op hem krachtens dat lid rustende verplichtingen. 3 artikel 58u In de regeling bedoeld in het eerste lid, aanhef, kunnen voort regels worden gesteld over de beveiliging tegen verlies en onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens bij de verwerking van de digitale verklaring als bedoeld in. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58x — Artikel 58x Thuisquarantaineplicht Caribisch Nederland#
Artikel 58x Thuisquarantaineplicht Caribisch Nederland 1 artikel 58r, eerste lid Bij ministeriële regeling kan, na overleg met de gezaghebber, worden bepaald dat op degene die reist tussen Bonaire, Sint Eustatius of Saba of die een van deze eilanden inreist en voor inreis heeft verbleven in het Europese deel van Nederland of in een door Onze Minister, na overleg met de gezaghebber, aangewezen gebied in het buitenland, onder daarbij te stellen voorwaarden of beperkingen, de verplichting, bedoeld in, rust. 2 artikelen 58r tot en met 58w artikel 58t, derde lid artikel 429d, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES Tenzij bij ministeriële regeling anders is bepaald, zijn devan overeenkomstige toepassing indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, met dien verstande dat het bepaalde in, geldt in aanvulling op. 3 Artikel 58e, derde lid In de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat de gezaghebber met het oog op bijzondere omstandigheden in een individueel geval ontheffing kan verlenen van het bepaalde bij of krachtens het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden., is van overeenkomstige toepassing. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58y — Artikel 58y Verantwoording en informatievoorziening#
Artikel 58y Verantwoording en informatievoorziening 1 Onze Minister maakt binnen een redelijke termijn na de aanwijzing van een infectieziekte als behorend tot groep A1, aan beide Kamers der Staten-Generaal inzichtelijk hoe de bestrijding van de epidemie van de betreffende infectieziekte ter hand wordt genomen. Daarbij betrekt Onze Minister de inzet van instrumenten ter voorkoming van verspreiding van de betreffende ziekteverwekker, de mogelijke scenario’s en handelingsperspectieven daarbij en de vooruitzichten. 2 Onze Minister zendt maandelijks aan beide Kamers der Staten-Generaal een met redenen omkleed overzicht van de krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk geldende maatregelen. Daarin worden de beide Kamers tevens geïnformeerd over de monitoring van de effecten van de maatregelen in de praktijk en over de verwachtingen ten aanzien van het voortduren van de maatregelen. 3 De burgemeester verstrekt desgevraagd aan Onze Minister gegevens en inlichtingen die hij voor de statistiek, informatievoorziening en beleidsvorming met betrekking tot de uitoefening van bevoegdheden op grond van dit hoofdstuk nodig heeft. De gegevens en inlichtingen worden kosteloos verstrekt door tussenkomst van de voorzitter van de veiligheidsregio. 4 Indien de voorzitter van de veiligheidsregio toepassing heeft gegeven aan een bevoegdheid als bedoeld in paragraaf 8 van dit hoofdstuk, is hij daarover verantwoording schuldig aan de betrokken gemeenteraden. Hij brengt daartoe een verslag uit en beantwoordt de vragen van die raden. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58z — Artikel 58z Last onder bestuursdwang en last onder dwangsom#
Artikel 58z Last onder bestuursdwang en last onder dwangsom 1 Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van: a. artikelen 58d, eerste lid 58g, eerste zin het bepaalde krachtens deen, indien de overtreding wordt begaan op een besloten plaats indien deze een ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend; b. artikelen 58k, tweede lid, eerste zin 58n, derde lid, eerste en vierde zin, en vierde lid, eerste zin 58o 58p, eerste, tweede en vijfde lid 58q het bepaalde krachtens de, en – indien het een bevel van Onze Minister betreft – vierde lid, eerste zin,,,, en. 2 artikel 58f, eerste lid, en derde lid, onder e Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens, indien de overtreding wordt begaan op een besloten plaats indien deze een ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend. 3 De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van: a. artikelen 58e, tweede lid, laatste zin 58h, eerste en tweede lid 58i 58j, tweede en vierde lid 58k, tweede lid, tweede zin 58l 58m 58s, tweede lid, tweede zin 58x, derde lid, tweede zin het bepaalde bij of krachtens de,, en,,, en – indien het een bevel van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio betreft – vierde lid, eerste zin,,enen; b. artikelen 58d, eerste lid 58g, eerste zin het bepaalde krachtens deenindien de overtreding wordt begaan op een openbare plaats, een publieke plaats of een besloten plaats indien deze geen ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend. 4 artikel 58f, eerste lid, en derde lid, onder e artikelen 58r, eerste en tweede lid 58s, eerste lid 58u 58w, eerste lid, onder a De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens, indien de overtreding wordt begaan op een openbare plaats, een publieke plaats of een besloten plaats indien deze geen ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend, of ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de,,, en. 5 Dit artikel is niet van toepassing indien de overtreding wordt begaan op publieke of besloten plaatsen in gebruik ten behoeve van een verkiezing. 6 artikelen 5:12 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht Indien een bevoegdheid, genoemd in het derde of vierde lid, wordt uitgeoefend door de gezaghebber in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, zijn op de uitoefening van die bevoegdheid devan overeenkomstige toepassing. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 58za — Artikel 58za Bestuurlijke boete#
Artikel 58za Bestuurlijke boete 1 artikel 58r, eerste en tweede lid 58w, eerste lid, onder a 58x, eerste lid De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio is bevoegd een bestuurlijke boete op te leggen ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens,, en. 2 De op grond van het eerste lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt € 339. 3 artikelen 5:12 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht Indien de bevoegdheid, genoemd in het eerste lid, wordt uitgeoefend door de gezaghebber in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, zijn op de uitoefening van die bevoegdheid devan overeenkomstige toepassing. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 Indien de gemeenteraad een bijdrage heft voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van de publieke gezondheidszorg, draagt het college van burgemeester en wethouders ervoor zorg dat dit niet ten koste gaat van het bereik van deze werkzaamheden. 2 artikelen 5 6 6b Geen bijdrage wordt geheven voor de bij of krachtens de,enopgedragen taken, behoudens in gevallen bij algemene maatregel van bestuur aangewezen. 2017 258 20-06-2017 29-05-2017 34472 2017 472 13-12-2017 04-12-2017 31-12-2017
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 hoofdstuk V artikelen 31 35 38 47 De gemeente draagt de kosten van de maatregelen die krachtensvan deze wet worden genomen. Ook draagt de gemeente de kosten van door haar toegekende tegemoetkomingen aan hen, die inkomsten derven door de maatregelen, bedoeld in de,,en. 2 artikel 31 In afwijking van de eerste volzin van het eerste lid draagt het Rijk de kosten van de maatregel, bedoeld in, indien deze wordt toegepast bij een persoon lijdend aan tuberculose. 3 In afwijking van het eerste lid draagt: a. artikel 54 de exploitant van een burgerhaven of burgerluchthaven en de burgerexploitant de kosten van de maatregelen die door de burgemeester krachtenszijn opgedragen, b. artikel 55 de vervoersexploitant de kosten van de maatregelen die door de burgemeester krachtenszijn opgedragen. 4 artikel 47, derde lid, onder c De in, bedoelde waren worden voor vernietiging door de burgemeester gewaardeerd. Het college van burgemeester en wethouders keert aan de eigenaar als schadeloosstelling het bedrag uit waarop de goederen zijn gewaardeerd. 5 artikelen 31 35 38 47 artikelen 5.25 5.26 van de Algemene wet bestuursrecht Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de kosten verbonden aan de maatregelen, bedoeld in de,,en, te verhalen op de natuurlijke- of rechtspersoon ten aanzien van wie een maatregel is getroffen, indien die persoon niet tot vrijwillige medewerking bereid is geweest. Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 6 artikel 47a, eerste lid, onder a en c Artikel 5.25 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister is bevoegd de kosten verbonden aan de maatregelen, bedoeld in, te verhalen op de natuurlijke- of rechtspersoon ten aanzien van wie een maatregel is getroffen, indien die persoon niet tot vrijwillige medewerking bereid is geweest.is van overeenkomstige toepassing. 7 artikelen 54 55 artikel 7, derde lid Onze Minister kan aan de exploitant van een burgerhaven of burgerluchthaven, de burgerexploitant of de vervoersexploitant een naar billijkheid te bepalen vergoeding toekennen terzake van buitengewone kosten die door de exploitant van een burgerhaven of burgerluchthaven, de burgerexploitant of de vervoersexploitant worden gemaakt vanwege de naleving van de maatregelen die krachtens deofin samenhang met, zijn opgedragen. 2017 258 20-06-2017 29-05-2017 34472 2017 472 13-12-2017 04-12-2017 31-12-2017
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 artikel 49, eerste lid De kosten verband houdende met het voorzieningenniveau, bedoeld in, komen, voor zover het een burgerhaven of burgerluchthaven betreft, ten laste van de exploitant. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 7, eerste of derde lid Indien Onze Minister op grond van, de voorzitter van de veiligheidsregio dan wel de burgemeester opdraagt maatregelen te treffen, kan ten behoeve van de bekostiging daarvan een beroep worden gedaan op het Rijk. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het bepaalde in het eerste lid. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 artikel 57, eerste lid De kosten ter verkrijging van een certificaat als bedoeld in, komen ten laste van de gezagvoerder van het desbetreffende schip. 2 artikel 58, eerste lid Behoudens in bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen komen de kosten van inenting van personen of de toediening van profylaxe aan personen ter verkrijging van een certificaat als bedoeld in, ten laste van de belanghebbende. 3 artikelen 57, eerste lid 58, eerste lid Bij regeling van Onze Minister worden de tarieven vastgesteld voor het verkrijgen van de certificaten, bedoeld in de, en. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de ambtenaren van de inspectie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 64a — Artikel 64a Grondslag voor aanwijzing andere toezichthouders dan IGJ en NVWA#
Artikel 64a Grondslag voor aanwijzing andere toezichthouders dan IGJ en NVWA 1 paragraaf 8 van hoofdstuk V artikelen 5:12 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens, zijn voorts belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. Indien de aanwijzing ambtenaren betreft, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister, wordt het besluit genomen in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat. Indien de aanwijzing ambtenaren betreft die belast worden met het toezicht op de naleving in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, zijn devan overeenkomstige toepassing op de uitoefening van die taak. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 In het geval van een besmetting of infectie of bij een gegrond vermoeden daarvan, zijn binnen hun ambtsgebied de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio, de daartoe door de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio aangewezen ambtenaren van de gemeentelijke gezondheidsdienst en de daartoe aangewezen ambtenaren van de inspectie bevoegd, desgevraagd na het tonen van een legitimatiebewijs, elke plaats te betreden of te verlaten, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak op grond van deze wet nodig is. Zonodig verschaffen zij zich toegang met behulp van de sterke arm. 2 artikel 47a Ten behoeve van de uitvoering vanzijn de daartoe aangewezen ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit bevoegd, desgevraagd na het tonen van een legitimatiebewijs, elke plaats te betreden of te verlaten, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich toegang met behulp van de sterke arm. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 65a — Artikel 65a Grondslag voor aanwijzing buitengewone opsporingsambtenaren#
Artikel 65a Grondslag voor aanwijzing buitengewone opsporingsambtenaren 1 artikel 68bis artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES Met de opsporing van de instrafbaar gestelde feiten zijn, onverminderden, belast de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen ambtenaren. Indien de aanwijzing ambtenaren betreft, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister of van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, wordt het besluit genomen in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat. 2 artikelen 179 tot en met 182 184 van het Wetboek van Strafrecht artikelen 185 tot en met 188 190 van het Wetboek van Strafrecht BES De aangewezen ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in deendan wel deen, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. 3 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 artikelen 21, eerste, tweede of derde lid 22, eerste, tweede of derde lid 24, vierde lid 30 Met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft de arts die handelt in strijd met de,,, of. 2 artikel 25, tweede of vijfde lid Met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft het hoofd van een laboratorium dat handelt in strijd met. 3 artikel 26, eerste lid Met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft het hoofd van een instelling die handelt in strijd met. 4 artikel 50, eerste of tweede lid artikelen 51 53, derde lid, onder b Met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft de gezagvoerder die handelt in strijd met, of die weigert te voldoen aan een verzoek als bedoeld in deen. 5 artikel 50, vierde lid Met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft de exploitant van een burgerhaven of burgerluchthaven die handelt in strijd met. 6 artikel 58, eerste en derde lid Met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens. 7 De in het eerste tot en met zesde lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 artikelen 38, eerste lid 47, tweede of derde lid, onder a of b artikel 47, derde lid, onder c Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft degene die zich onttrekt aan de krachtens de in de, of, ten aanzien van hem genomen maatregelen, dan wel de in, bedoelde waren onttrekt aan een krachtens dat lid genomen maatregel. 2 Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft het onbevoegd betreden van een voor isolatie of quarantaine aangewezen locatie. 3 artikel 49, tweede lid artikel 54 Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de exploitant van een burgerhaven of burgerluchthaven die handelt in strijd met, of met een krachtensgegeven opdracht. 4 artikel 49, derde lid artikel 54 Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de burgerexploitant die handelt in strijd met, of met een krachtensgegeven opdracht. 5 artikel 55 Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de vervoersexploitant die handelt in strijd met een krachtensgegeven opdracht. 6 De in het eerste tot en met vijfde lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikel 53, eerste of tweede lid Met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft degene die handelt in strijd met opdrachten die krachtens, zijn gegeven. 2 artikel 53, derde lid, onder a Met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft de gezagvoerder die handelt in strijd met. 3 artikelen 31 35 Met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft degene die zich onttrekt aan een op grond van deoften aanzien van hem genomen maatregel. 4 artikel 12b, eerste lid Met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft degene die handelt in strijd met. 5 De in het eerste, tweede, derde en vierde lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2025 31 07-02-2025 27-01-2025 01-03-2025
Artikel 68bis — Artikel 68bis hoofdstuk V, paragraaf 8 Strafbaarstellingen en strafsancties regels#
Artikel 68bis hoofdstuk V, paragraaf 8 Strafbaarstellingen en strafsancties regels 1 Met een hechtenis van ten hoogste zeven dagen of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft degene die handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens: a. artikel 58e, tweede lid, laatste zin 58s, tweede lid, tweede zin 58x, derde lid, tweede zin ofen; b. artikel 58d, eerste lid 58g 58h, eerste en tweede lid 58i 58j, tweede lid 58k, tweede lid 58n, derde lid, eerste zin en vierde lid, eerste zin 58o, eerste en tweede lid 58p, eerste en tweede lid 58q 58s, eerste lid 58u ,,,,,,,,,,, en. 2 artikel 58f, eerste lid artikel 58f, derde lid, onder e Met een geldboete van ten hoogste vijfennegentig euro wordt gestraft degene die handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens, of in strijd met de voorwaarden of beperkingen, bedoeld in. 3 De in dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 4 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES artikel 58f, eerste lid, en derde lid, onder e In afwijking van het bij en krachtens deen debepaalde worden de gegevens met betrekking tot geldboetes, opgelegd voor overtreding van, niet aangemerkt als justitiële gegevens. 5 artikel 35 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens artikel 22 van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens artikel 15, derde lid, eerste zin, van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES In afwijking vanenworden de in dit artikel strafbaar gestelde feiten niet betrokken bij het onderzoek naar het gedrag van een natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld inof. 6 Dit artikel is niet van toepassing indien de overtreding wordt begaan op plaatsen in gebruik ten behoeve van een verkiezing. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 68a — Artikel 68a#
Artikel 68a Tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald, is het bepaalde bij of krachtens deze wet mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met dien verstande dat telkens in die bepalingen wordt gelezen voor: a. «de gemeente»: het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba; b. «gemeenteraad»: eilandsraad; c. «college van burgemeester en wethouders» en «bestuur van de veiligheidsregio»: bestuurscollege; d. «burgemeester» en «voorzitter van de veiligheidsregio»: gezaghebber; e. «gemeentelijke gezondheidsdienst»: artikel 68c, eerste lid de in, bedoelde geneeskundige; f. «nota gemeentelijk gezondheidsbeleid»: nota gezondheidsbeleid; g. «samenwerkingsverband van registerloodsen»: artikel 1, eerste lid, onder a, van de Loodsenwet 2001 BES een loods als bedoeld in; h. «lijk»: Begrafeniswet BES een lijk als bedoeld in de; i. «goed»: Begrafeniswet BES tastbaar product, met inbegrip van planten en met uitzondering van dieren, vervoermiddelen en lijken als bedoeld in de; j. «waar»: artikel 1, onderdelen b en c, van de Warenwet BES waar alsmede eet- en drinkwaar als bedoeld in; k. «last onder bestuursdwang»: artikel 68j, eerste lid bestuursdwang als bedoeld in; l. «burgerservicenummer»: artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES het nummer van een geldig identiteitsdocument als bedoeld in; m. «ziekenhuis»: artikel 1, onder k, van de Wet zorginstellingen BES zorginstelling als bedoeld in; n. «verweerschrift als bedoeld in artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering»: artikel 429h, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES een verweerschrift als bedoeld in; o. «crisisplan, bedoeld in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s»: artikel 44 van de Veiligheidswet BES rampen- en crisisplan, bedoeld in. 2018 356 23-10-2018 03-10-2018 34923 2018 416 16-11-2018 05-11-2018 17-11-2018
Artikel 68b — Artikel 68b#
Artikel 68b artikelen 5, derde lid, onderdeel a, en vierde lid 6a 8, derde lid 14 tot en met 17 47a 64 Artikel 65 De,,,,, alsmedezijn niet van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.is wat betreft de ambtenaren van de inspectie niet van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2020 441 13-11-2020 28-10-2020 35526 2020 482 30-11-2020 26-11-2020 20-05-2022 2021 93 25-02-2021 18-02-2021 2021 232 20-05-2021 17-05-2021 2021 549 23-11-2021 22-11-2021 2022 76 22-02-2022 21-02-2022 2021 393 25-08-2021 16-08-2021 Op de vergadering van 17 mei 2022 heeft de Eerste Kamer de
goedkeuringswet houdende de vijfde verlenging van de Tijdelijke wet
maatregelen covid-19 verworpen, zie: https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/36042_goedkeuringswet_vijfde. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 58r van de Wet
publieke gezondheid vervalt. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2020/482 gesteld op 1 maart 2021. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2021/93 gesteld op 1 juni 2021. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2021/232 gesteld op 1
september 2021. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2021/393 gesteld op 1 december 2021. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2021/549 gesteld op 1 maart 2022. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2022/76 gesteld op 1 juni 2022. Treedt in werking om 00:00 uur.
Artikel 68c — Artikel 68c#
Artikel 68c 1 Ter uitvoering van de bij of krachtens deze wet opgedragen taken draagt het bestuurscollege er in ieder geval zorg voor dat het beschikt over ten minste één geneeskundige die is belast met de infectieziektebestrijding. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld met betrekking tot het opleidingsniveau of de deskundigheid van de geneeskundige, bedoeld in het eerste lid. 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 28-07-2012
Artikel 68d — Artikel 68d#
Artikel 68d Vervallen 2017 258 20-06-2017 29-05-2017 34472 2017 472 13-12-2017 04-12-2017 01-01-2019
Artikel 68e — Artikel 68e#
Artikel 68e 1 Ingeval er een gegrond vermoeden bestaat van besmetting van goederen kan de gezaghebber het brengen op het grondgebied van het openbaar lichaam van deze goederen verbieden, dan wel verbieden indien niet wordt voldaan aan bij beschikking op te leggen voorschriften. De gezaghebber heft de maatregel op als het gevaar is geweken. 2 Indien een lijk is besmet met een infectieus of giftig agens of een infectieuze of giftige stof, of een gegrond vermoeden daarvoor bestaat, waardoor een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan ontstaan, kan de gezaghebber maatregelen treffen om dit gevaar af te wenden. Deze maatregelen bestaan uit het afnemen van bloed of andere vloeistoffen, het isoleren of het verbranden van het lijk. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 68f — Artikel 68f#
Artikel 68f 1 Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, een laboratorium aanwijzen voor het verrichten van onderzoek ten behoeve van de publieke gezondheid en justitie in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2 artikel 68c, eerste lid De volgende instanties kunnen een beroep doen op de organisatie, bedoeld in het eerste lid: de geneeskundige, bedoeld in, de inspectie, het RIVM en het openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 3 De aanwijzing wordt ingetrokken, indien de organisatie naar het gezamenlijk oordeel van Onze Minister en de Minister van Veiligheid en Justitie niet meer in staat blijkt te zijn het laboratoriumonderzoek naar behoren te vervullen dan wel een publiek belang dit vereist. 4 De organisatie, bedoeld in het eerste lid, stelt jaarlijks vóór 1 juli een verslag op van zijn werkzaamheden, alsmede de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het afgelopen jaar. Het verslag wordt aan Onze Minister gezonden. 5 De werknemers van de organisatie, bedoeld in het eerste lid, zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hun bij het verrichten van hun werkzaamheden bekend is geworden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht of uit de uitvoering van de krachtens deze wet opgelegde taak de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 68g — Artikel 68g#
Artikel 68g Bij regeling van Onze Minister kan aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een bijzondere uitkering worden verstrekt voor de uitvoering van de taken in deze wet, en kunnen regels worden gesteld over: a. de vaststelling van de uitkering; b. de aan de verlening van de uitkering verbonden verplichtingen; c. de betaling en de terugvordering van de uitkering. 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 28-07-2012
Artikel 68h — Artikel 68h#
Artikel 68h 1 artikel 36, eerste en tweede lid, van de Gezondheidswet Wat betreft het bij of krachtens deze wet voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bepaalde zijn de ambtenaren van de inspectie belast met het uitoefenen van de ingenoemde taken. Artikel 36, derde lid, van de Gezondheidswet is niet van toepassing. 2 artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba strafbare gestelde feiten zijn, onverminderd, belast de ambtenaren van de inspectie. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 68i — Artikel 68i#
Artikel 68i artikelen 68j 68k Voor het toepassen van bestuursdwang in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba op grond van deze wet zijn deenvan toepassing. 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 28-07-2012
Artikel 68j — Artikel 68j#
Artikel 68j 1 Bestuursdwang omvat het doen wegnemen, ontruimen, beletten, in de vorige toestand herstellen of verrichten van hetgeen in strijd met de desbetreffende bepalingen van deze wet is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten. 2 Een beslissing tot het toepassen van bestuursdwang wordt op schrift gesteld en geldt als een beschikking. De beschikking vermeldt welk voorschrift is overtreden. 3 De beschikking wordt bekendgemaakt aan de overtreder en andere belanghebbenden. 4 In de beschikking wordt een termijn gesteld waarbinnen de overtreder en eventuele andere rechthebbenden de tenuitvoerlegging van bestuursdwang kunnen voorkomen door zelf de in de beschikking vermelde maatregelen te treffen. Geen termijn behoeft te worden gegund indien de vereiste spoed zich daartegen verzet. 5 Indien de situatie dermate spoedeisend is dat de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan wordt gezet, wordt zo spoedig mogelijk alsnog voor de opschriftstelling en bekendmaking gezorgd. 2013 560 20-12-2013 04-12-2013 33507 2014 62 13-02-2014 03-02-2014 15-02-2014
Artikel 68k — Artikel 68k#
Artikel 68k 1 De overtreder is de kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang verschuldigd, tenzij de kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen. 2 De beschikking vermeldt dat de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder plaatsvindt. 3 Indien de kosten echter geheel of gedeeltelijk niet ten laste van de overtreder zullen worden gebracht, wordt dat in de beschikking vermeld. 4 artikel 68j, vierde lid Onder de kosten worden begrepen de kosten verbonden aan de voorbereiding van bestuursdwang, voor zover deze kosten zijn gemaakt na het tijdstip waarop de termijn bedoeld in, is verstreken. 5 De kosten zijn ook verschuldigd indien de bestuursdwang door opheffing van de onrechtmatige situatie niet of niet volledig is uitgevoerd. 6 Bij dwangbevel kan van de overtreder de verschuldigde kosten, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, worden ingevorderd. 7 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het. 8 Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van het openbaar lichaam. 9 Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van het openbaar lichaam kan het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen. 10 artikel 284 van het Burgerlijk Wetboek BES De kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang zijn bevoorrecht op de zaak ten aanzien waarvan zij zijn besteed en worden na de kosten, bedoeld in, uit de opbrengst van de zaak betaald. 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 28-07-2012
Artikel 68ka — Artikel 68ka Last onder dwangsom BES#
Artikel 68ka Last onder dwangsom BES 1 artikel 58z artikelen 5:5 tot en met 5:10 5:31d tot en met 5:34 5:37 5:38 van de Algemene wet bestuursrecht Op de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de ingenoemde bepalingen zijn de,,envan toepassing. 2 artikel 68k, zesde tot en met tiende lid De bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom verjaart door verloop van een jaar na de dag waarop zij is verbeurd. Op de invordering is, van overeenkomstige toepassing. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 68kb — Artikel 68kb Bestuurlijke boete BES#
Artikel 68kb Bestuurlijke boete BES 1 artikel 58za artikelen 5:5 tot en met 5:10a 5:40 tot en met 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht Op de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de ingenoemde bepalingen zijn deenvan toepassing. 2 artikel 58za, eerste lid De op grond van, op te leggen bestuurlijke boete bedraagt USD 218. 2023 184 07-06-2023 24-05-2023 36194 2023 204 19-06-2023 14-06-2023 20-06-2023
Artikel 68l — Artikel 68l#
Artikel 68l 1 artikel 68e, eerste lid Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft degene die in strijd handelt met, of die het in artikel 68e, tweede lid, bedoelde lijk onttrekt aan een krachtens dat artikel genomen maatregel. 2 artikel 68f, vijfde lid Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft degene die verwijtbaar de geheimhoudingsplicht, bedoeld in, schendt. 3 artikel 68f, vijfde lid Met een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft degene die opzettelijk de geheimhoudingsplicht, bedoeld in, schendt. 4 artikel 68f, vijfde lid Geen vervolging wordt ingesteld anders dan op verzoek van degene te wiens aanzien de geheimhoudingsplicht, bedoeld in, is geschonden. 5 De in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. Het in het derde lid strafbaar gestelde feit is een misdrijf. 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 2012 358 27-07-2012 05-07-2012 33139 28-07-2012
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Wijzigt de Waterleidingwet. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Wijzigt de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Wijzigt de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Wijzigt de Wet op de lijkbezorging. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Wet collectieve preventie volksgezondheid Infectieziektenwet Quarantainewet De, deen deworden ingetrokken. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Deze wet wordt aangehaald als: Wet publieke gezondheid. 2008 460 18-11-2008 09-10-2008 31316 2008 482 25-11-2008 10-11-2008 01-12-2008