Wet van 27 juni 2008, houdende nieuwe regels inzake tuchtrechtspraak ten aanzien van accountants (Wet tuchtrechtspraak accountants)
- BWB-id
- BWBR0024238
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024238
- ELI
- /eli/nl/wet/2008/wet-tuchtrechtspraak-accountants
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2008/wet-tuchtrechtspraak-accountants/2023-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024238&g=2023-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024238&z=2026-06-06&g=2023-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024238/2023-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2008/wet-tuchtrechtspraak-accountants
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. accountant: artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep artikel 54 van de Wet op het accountantsberoep accountant als bedoeld inof een externe accountant die een wettelijke auditor is als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de richtlijn, die in een andere lidstaat is toegelaten tot het verrichten van controles als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn en die beschikt over een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld in; b. Autoriteit Financiële Markten de Stichting Autoriteit Financiële Markten; c. betrokkene artikel 22 degene jegens wie een klacht is ingediend op grond vanvan deze wet; d. beroepsorganisatie: artikel 2, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants, bedoeld in; e. het College het College van Beroep voor het bedrijfsleven; f. klager artikel 22 degene die jegens betrokkene een klacht heeft ingediend op grond vanvan deze wet; g. Onze Minister Onze Minister van Financiën; h. Onze Ministers Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie; i. registers: artikel 11, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep het register, bedoeld inen het accountantsregister, bedoeld in. 2016 398 01-11-2016 12-10-2016 34469 2016 507 16-12-2016 08-12-2016 01-01-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties De tuchtrechtelijke maatregelen die de accountantskamer kan opleggen bij handelen of nalaten als bedoeld inof, zijn: a. waarschuwing; b. berisping; c. geldboete; d. tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers voor ten hoogste drie jaren; e. doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers. 2 Een geldboete kan gezamenlijk met een tuchtrechtelijke maatregel als genoemd in het eerste lid onder a, b, d en e, worden opgelegd. 3 artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties Bij de beslissing tot oplegging van een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat deze beslissing op kosten van betrokkene wordt openbaar gemaakt op een daarbij voorgeschreven wijze, indien enig doorofbeschermd belang dat vordert. 4 artikel 41, eerste lid 44, eerste lid Bij de beslissing tot het opleggen van de maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant kan de termijn die is gehanteerd ingevolge, en, op de periode van de tijdelijke doorhaling in mindering worden gebracht. 2016 398 01-11-2016 12-10-2016 34469 2016 507 16-12-2016 08-12-2016 01-01-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2012 680 21-12-2012 13-12-2012 33025 2012 681 21-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 Artikelen 70 tot en met 74 van Stb. 2012/680 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2012 680 21-12-2012 13-12-2012 33025 2012 681 21-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 Artikelen 70 tot en met 74 van Stb. 2012/680 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht Het bedrag van de geldboete is ten minste € 3,– en ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in. 2 De geldboete kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd. 3 Een beslissing tot oplegging van een geldboete bevat de termijn waarbinnen deze moet zijn voldaan. Op verzoek van de betrokkene kan de voorzitter de termijn verlengen. De opgelegde boete komt ten bate van de Staat. 4 artikel 2, onderdelen d of e Wordt de boete niet binnen de gestelde termijn voldaan, dan kan de accountantskamer na het horen van betrokkene of het daartoe behoorlijk oproepen, ambtshalve beslissen een tuchtrechtelijke maatregel als bedoeld in, op te leggen. 2012 680 21-12-2012 13-12-2012 33025 2012 681 21-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 Artikelen 70 tot en met 74 van Stb. 2012/680 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 In het geval waarin de accountantskamer de openbaarmaking van haar uitspraak gelast, bepaalt zij tevens de wijze waarop aan die last uitvoering wordt gegeven. 2 De kosten van de openbaarmaking worden in de uitspraak op een bepaald bedrag geschat. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 In het geval waarin de accountantskamer tijdelijke doorhaling van de inschrijving van betrokkene in de registers gelast, vermeldt zij in haar uitspraak wanneer de tijdelijke doorhaling ingaat en wanneer deze eindigt. 2 Terstond na het doen van de uitspraak informeert de accountantskamer de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie over de naam van de betrokkene, het tijdstip waarop de tijdelijke doorhaling ingaat en het tijdstip waarop deze eindigt. 2018 139 24-05-2018 25-04-2018 34677 2018 186 26-06-2018 19-06-2018 01-07-2018
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 In het geval waarin de accountantskamer doorhaling van de inschrijving van betrokkene in de registers gelast, bepaalt zij tevens de termijn waarbinnen betrokkene niet opnieuw in de registers kan worden ingeschreven. Deze termijn bedraagt maximaal 10 jaren. 2 Terstond na het doen van de uitspraak informeert de accountantskamer de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie over de naam van de betrokkene, het tijdstip waarop de doorhaling ingaat en de termijn waarbinnen betrokkene niet opnieuw in het register kan worden ingeschreven. 2018 139 24-05-2018 25-04-2018 34677 2018 186 26-06-2018 19-06-2018 01-07-2018
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De accountantskamer informeert terstond na het doen van de uitspraak de Autoriteit Financiële Marktenen de beroepsorganisatie omtrent de naam van betrokkene en de aard van de opgelegde tuchtrechtelijke maatregel. 2 artikel 47 De Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie dragen na uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging als bedoeld inzorg voor opname van de tuchtrechtelijke maatregel in de registers. 2018 408 15-11-2018 17-10-2018 34859 2018 486 19-12-2018 27-11-2018 01-01-2019
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Er is een accountantskamer gevestigd te Zwolle. 2 De accountantskamer vormt uit haar midden kamers voor het vervullen van haar taak. Kamers kunnen ook buiten de vestigingsplaats zitting houden. 3 De accountantskamer stelt bij reglement nadere regels vast over haar werkwijze. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-02-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De accountantskamer heeft een voorzitter, ten hoogste veertien leden en een secretaris. 2 De accountantskamer heeft ten hoogste dertig plaatsvervangende leden. 3 De accountantskamer kan een of meer plaatsvervangend-secretarissen hebben. 4 artikel 12, tweede lid, eerste volzin De voorzitter van de accountantskamer kan personen als bedoeld in, aanwijzen als plaatsvervangend voorzitter. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De voorzitter is rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast. 2 Van de leden is ten minste de helft rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast. De overige leden zijn accountant of deskundig ter zake van werkzaamheden die accountants verrichten. 3 De plaatsvervangende leden zijn rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, accountant of deskundig ter zake van werkzaamheden die accountants verrichten. 4 De secretaris en de plaatsvervangend-secretarissen zijn personen die zijn aangewezen om werkzaamheden te verrichten die bij of krachtens wet aan de griffier bij een gerecht zijn opgedragen. 2018 408 15-11-2018 17-10-2018 34859 2018 486 19-12-2018 27-11-2018 01-01-2019
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden worden op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit benoemd voor een periode van zes jaren. 2 Aanwijzing van de secretaris geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister voor een periode van zes jaren. 3 De plaatsvervangend-secretarissen worden aangewezen door de voorzitter van de accountantskamer. 4 De aanwijzingen, bedoeld in het tweede en derde lid, eindigen van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van secretaris geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De secretaris en de leden zijn voor hun werkzaamheden enkel verantwoording verschuldigd aan de accountantskamer. 2 Artikel 42 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren is ten aanzien van de voorzitter de leden en de secretaris van overeenkomstige toepassing. 3 artikelen 13a 13b, uitgezonderd het eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid 13c tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie De,, enzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de voorzitter en de leden, met dien verstande dat: a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van de accountantskamer; en b. artikel 13a de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in, te voldoen, indien de verzoeker redelijkerwijs onvoldoende belang heeft bij een onderzoek als bedoeld in datzelfde artikel. 2018 408 15-11-2018 17-10-2018 34859 2018 486 19-12-2018 27-11-2018 01-01-2019
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 bijlage De voorzitter, de leden leggen voorafgaand aan de aanvang van hun werkzaamheden voor de accountantskamer de eed of belofte af. Het formulier voor de eed of belofte wordt alsbij deze wet gevoegd. 2 De voorzitter legt de eed of belofte af ten overstaan van een plaatsvervangend-voorzitter. 3 De leden en de secretaris leggen de eed of belofte af ten overstaan van de voorzitter. 4 Bij een opvolgende benoeming binnen de accountantskamer van de voorzitter, een lid of de secretaris blijft de beëdiging achterwege. 5 De secretaris houdt een register waarin de koninklijke besluiten van de bij de accountantskamer benoemde personen en de formulieren van de eed/belofte worden bewaard. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De voorzitter, de leden en de secretaris zijn geen lid van het bestuur van of werknemer bij de Autoriteit Financiële Markten, een klachtencommissie belast met het behandelen van klachten inzake externe accountants, accountants of de beroepsorganisatie. Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van functies of betrekkingen die zich niet verhouden tot het lidmaatschap van de accountantskamer. 2 Tussen de voorzitter, de leden en de secretaris mag niet bestaan een verhouding van werkgever tot werknemer. Zij mogen niet met elkaar in de uitoefening van een beroep voor gemene rekening of onder gemeenschappelijke naam optreden. 3 Tussen de voorzitter, de leden en de secretaris mag niet bestaan de verhouding van echtgenoten of geregistreerde partners, bloed- of aanverwantschap tot de derde graad ingesloten. 2012 680 21-12-2012 13-12-2012 33025 2012 681 21-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 Artikelen 70 tot en met 74 van Stb. 2012/680 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De voorzitter, de leden en de secretaris zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-02-2009
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Het lidmaatschap van de accountantskamer van de voorzitter, de leden en de secretaris vervalt van rechtswege indien zij ophouden te voldoen aan de vereisten voor benoeming. Het lidmaatschap eindigt voorts van rechtswege door het verstrijken van de benoemingstermijn van zes jaar. Na deze termijn is herbenoeming mogelijk. 2 De voorzitter, de leden en de secretaris kunnen op eigen verzoek bij koninklijk besluit worden ontslagen. 3 De voorzitter, de leden en de secretaris worden in ieder geval bij koninklijk besluit ontslagen met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin zij de leeftijd van zeventig jaren hebben bereikt. 4 artikelen 46c, onderdelen b en c 46ca, eerste lid, onderdeel d 46d, tweede lid 46l, eerste en derde lid 46m van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De voorzitter, de leden en de secretaris kunnen bij koninklijk besluit worden ontslagen overeenkomstig de,,,, enen indien zij wegens ziekte ongeschikt zijn voor hun taak, mits de ongeschiktheid twee jaar onafgebroken heeft geduurd en herstel binnen zes maanden na de termijn van twee jaar redelijkerwijs niet is te verwachten. 5 De voorzitter, leden en plaatsvervangende leden blijven na het einde van hun lidmaatschap bevoegd om deel te nemen aan de verdere behandeling van en de beslissing over klachten, aan de behandeling waarvan zij voor het einde van hun lidmaatschap reeds hebben deelgenomen. 2018 408 15-11-2018 17-10-2018 34859 2018 486 19-12-2018 27-11-2018 01-01-2019 2018 298 07-09-2018 27-06-2018 33861 2018 446 04-12-2018 20-11-2018 01-01-2019 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden die rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast zijn, alsmede de secretaris en de plaatsvervangend-secretarissen, worden voor hun werkzaamheden bij de accountantskamer vrijgesteld. 2 Onze Minister compenseert het betrokken gerecht voor het vrijstellen van de personen, bedoeld in het eerste lid. 3 De overige leden en plaatsvervangende leden ontvangen van Onze Minister een vacatiegeld voor hun werkzaamheden voor de accountantskamer volgens bij ministeriële regeling te stellen regels. 4 Wet tarieven in strafzaken De opgeroepen getuigen en deskundigen ontvangen ten laste van Onze Minister een vergoeding overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikelen 14, eerste en tweede lid 15 tot en met 18 De, enzijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangers van de voorzitter, de leden en de secretaris. Artikel 14, derde lid is van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangers van de voorzitter en de leden. 2 artikelen 34 35 Deenzijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangers van de voorzitter en de leden. 2018 408 15-11-2018 17-10-2018 34859 2018 486 19-12-2018 27-11-2018 01-01-2019
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Onze Minister draagt de kosten van de accountantskamer. 2 De accountantskamer stelt jaarlijks een begroting op van de in het daaropvolgende jaar te verwachten baten en lasten, investeringsuitgaven alsmede inkomsten en uitgaven met betrekking tot de uitvoering van de bij en krachtens deze wet opgedragen taak en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden. 3 De begrotingsposten worden van een toelichting voorzien. 4 Tenzij de werkzaamheden waarop de begroting betrekking heeft nog niet eerder werden verricht, bevat de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar waarmee Onze Minister heeft ingestemd. 5 De accountantskamer zendt de begroting voor 1 december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar ter instemming aan Onze Minister. 6 De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Ingeval van gebleken strijdigheid wordt instemming niet onthouden dan nadat de accountantskamer in de gelegenheid is gesteld de begroting aan te passen, binnen een door Onze Minister te stellen redelijke termijn. 7 Wanneer Onze Minister niet met de begroting heeft ingestemd vóór 1 januari van het jaar waarop deze betrekking heeft, kan de accountantskamer, in het belang van een juiste uitvoering van haar taak, voor het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven beschikken over ten hoogste drie twaalfde gedeelten van de bedragen die bij de overeenkomstige onderdelen in de begroting van het voorafgaande jaar waren toegestaan. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-02-2009
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet de accountantskamer daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-02-2009
Artikel 21b — Artikel 21b#
Artikel 21b Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de inrichting van de begroting. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-02-2009
Artikel 21c — Artikel 21c#
Artikel 21c 1 De accountantskamer stelt jaarlijks een jaarverslag op en zendt dit voor 1 april aan Onze Ministers. 2 Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van de inhoud van het jaarverslag. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009
Artikel 21d — Artikel 21d#
Artikel 21d 1 artikelen 43 tot en met 43j De secretaris van de accountantskamer bewaart en registreert de beslissingen van de accountantskamer en de beslissingen die het College op basis van dein hoger beroep heeft gedaan. 2 De secretaris van de accountantskamer verstrekt desgevraagd aan de accountantskamer en het College, de leden van de rechterlijke macht en de ambtenaren van het openbaar ministerie inlichtingen omtrent beslissingen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent het in het eerste en het tweede lid bepaalde nadere regels worden gesteld. Daarbij kunnen de in het eerste lid gestelde verplichtingen, voor zover zulks uit het oogpunt van een goede rechtsbedeling toelaatbaar is, worden beperkt. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 21e — Artikel 21e#
Artikel 21e De secretaris van de accountantskamer kan aan degene die daarom verzoekt, tegen betaling der kosten, afschriften van onherroepelijke beslissingen van de accountantskamer en het College verstrekken. Zodanige afschriften worden niet dan na machtiging van de voorzitter van het college dat de desbetreffende beslissing heeft gegeven, verstrekt. Een verzoek daartoe wordt alleen toegestaan ingeval de verzoeker heeft aangetoond dat hij daarbij belang heeft. In de afschriften worden de in de desbetreffende beslissingen vermelde namen, voornamen en woonplaatsen van de klagers, de getuigen en de deskundigen weggelaten. De namen, voornamen en woonplaatsen van degenen over wie is geklaagd worden weggelaten, voor zover hun belang door publicatie in het afschrift onevenredig kan worden geschaad. 2012 680 21-12-2012 13-12-2012 33025 2012 681 21-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 Artikelen 70 tot en met 74 van Stb. 2012/680 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Een ieder kan bij een vermoeden van handelen of nalaten: door middel van een klaagschrift een klacht indienen bij de accountantskamer. De accountantskamer neemt de klacht niet in behandeling indien tussen het moment van het handelen of nalaten en het moment van indiening van de klacht een periode van tien jaar is verstreken. a. artikel 31, eerste lid, van Wet toezicht accountantsorganisaties artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van die wet als bedoeld indoor een externe accountant als bedoeld in, of b. artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep als bedoeld indoor een accountant, 2 De beroepsorganisatie kan ingeval betrokkene is veroordeeld voor een strafbaar feit en dit feit raakt aan de werkzaamheden die een accountant verricht, de zaak binnen drie jaar na de veroordeling aanhangig maken bij de accountantskamer door middel van een klaagschrift. 3 Het klaagschrift vermeldt de naam van de klager, de naam van betrokkene en de feiten waarvoor een tuchtrechtelijke maatregel wordt gevraagd. In het klaagschrift wordt vermeld of de klacht is voorgelegd aan de organisatie waarbinnen de betrokken accountant werkzaam is, of aan een klachten- of geschillencommissie waarbij deze organisatie aangesloten is. Indien de klacht niet is voorgelegd, worden de redenen daarvoor in het klaagschrift vermeld. Bij het klaagschrift worden alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de accountantskamer overgelegd. 4 De accountantskamer kan zaken over hetzelfde of een verwant onderwerp ter behandeling voegen en de de behandeling van gevoegde zaken splitsen. 5 artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties Indien een klaagschrift is gebaseerd op, maar tevens betrekking heeft op, is de accountantskamer gehouden deze klacht ambtshalve aan te vullen. In alle andere gevallen kan de accountantskamer de klacht ambtshalve aanvullen. Betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van vier weken schriftelijk op de aangevulde klacht te reageren en zijn standpunt bekend te maken. De secretaris zendt een afschrift van de reactie van betrokkene aan de klager. 2018 139 24-05-2018 25-04-2018 34677 2018 486 19-12-2018 27-11-2018 01-01-2019
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De secretaris van de accountantskamer heft van de indiener van het klaagschrift een griffierecht van € 70,–. Het griffierecht komt ten bate van de Staat. 2 De secretaris wijst de indiener van het klaagschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de accountantskamer. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven, wordt de klacht niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest. 3 Indien de klacht wordt ingetrokken omdat betrokkene geheel of gedeeltelijk aan de klacht van de klager tegemoet is gekomen, wordt het door de klager betaalde griffierecht vergoed door betrokkene. Indien de klacht gegrond wordt verklaard wordt het door de klager betaalde griffierecht vergoed door betrokkene. 4 In afwijking van het eerste lid, wordt geen griffierecht geheven indien een klaagschrift wordt ingediend door de Autoriteit Financiële Markten, het openbaar ministerie, het Bureau Financieel Toezicht of de beroepsorganisatie. 5 Onze Minister kan het in het eerste lid genoemde bedrag wijzigen voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft. 2018 408 15-11-2018 17-10-2018 34859 2018 486 19-12-2018 27-11-2018 01-01-2019
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Een lid dan wel plaatsvervangend lid van de accountantskamer dat accountant is, wordt ingeval tegen hem een klacht is ingediend, vervangen door een door de voorzitter aan te wijzen ander lid dan wel plaatsvervangend lid. 2012 680 21-12-2012 13-12-2012 33025 2012 681 21-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Artikelen 70 tot en met 74 van Stb. 2012/680 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De voorzitter van de accountantskamer kan betrokkene verzoeken binnen een termijn van vier weken schriftelijk op de ingediende klacht te reageren. De secretaris zendt een afschrift van de reactie van betrokkene aan de klager. 2 De voorzitter van de accountantskamer kan de klager verzoeken binnen vier weken schriftelijk op de reactie van betrokkene te reageren. De secretaris zendt een afschrift van de reactie van de klager aan betrokkene. 3 De voorzitter van de accountantskamer kan betrokkene verzoeken binnen een termijn van twee weken schriftelijk op de reactie van de klager te reageren. De secretaris zendt een afschrift van de reactie van betrokkene aan de klager. 4 De voorzitter van de accountantskamer kan de termijn genoemd in de voorgaande leden verlengen indien het de voorzitter van de accountantskamer blijkt dat daar aanleiding toe is. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009
Artikel 25a — Artikel 25a#
Artikel 25a 1 De secretaris van de accountantskamer doet periodiek opgave van ingediende klachten, met een beschrijving van de aard en inhoud van de klacht, aan: a. artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties de Autoriteit Financiële Markten, voor zover het betreft klachten waarbij een vermoeden bestaat van een handelen of nalaten als bedoeld in; en b. artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep de beroepsorganisatie, voor zover het betreft klachten waarbij een vermoeden bestaat van een handelen of nalaten als bedoeld in. 2 Desgevraagd, of op last van de voorzitter van de accountantskamer, zendt de secretaris van de accountantskamer aan de in het eerste lid bedoelde instanties een afschrift van het klaagschrift en de reactie van betrokkene, de daarbij gevoegde stukken en eventuele aanvullingen daarop. 3 Op verzoek van de klager worden de processtukken, bedoeld in het tweede lid, in geanonimiseerde vorm aan de Autoriteit Financiële Markten of de beroepsorganisatie gezonden, zodat daaruit de persoonsgegevens van de klager en derden niet kunnen worden afgeleid. Alsdan wordt met betrekking tot die klacht de opgave, bedoeld in het eerste lid, eveneens in geanonimiseerde vorm gedaan. 4 De voorzitter van de accountantskamer kan op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten of de beroepsorganisatie de behandeling van een klacht voor ten hoogste zes maanden opschorten indien deze instanties hebben aangegeven een onderzoek te verrichten of voornemens te zijn een onderzoek te verrichten naar het handelen of nalaten waarop de klacht betrekking heeft en dat onderzoek kan leiden tot het indienen van een klacht door deze instanties. 5 De voorzitter van de accountantskamer kan op verzoek van de instantie die overeenkomstig het derde lid heeft aangegeven een onderzoek te verrichten of voornemens te zijn een onderzoek te verrichten, de in het derde lid genoemde termijn met ten hoogste drie maanden verlengen, indien de voorbereiding van een klacht meer tijd vergt. 6 Van de opschorting van de behandeling of de verlenging van de in het derde lid genoemde termijn wordt mededeling gedaan aan de klager en betrokkene. 2014 472 05-12-2014 19-11-2014 33918 2014 534 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De betrokkene wordt binnen een termijn van ten hoogste tien weken nadat de zaak bij de accountantskamer aanhangig is gemaakt opgeroepen om op een door de voorzitter te bepalen dag en uur ter zitting te verschijnen. De voorzitter van de accountantskamer kan deze termijn verlengen indien het hem blijkt dat daar aanleiding toe is. 2 De oproeping wordt ten minste vier weken voor de dag van de zitting aan de betrokkene gezonden en vermeldt de plaats van de zitting. 3 artikel 22 De oproeping gaat vergezeld van een afschrift van het inbedoelde klaagschrift en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken. 4 De oproeping houdt in: a. de namen, het beroep en de woonplaats van de ter zitting opgeroepen getuigen en deskundigen; b. de mededeling dat de betrokkene bevoegd is getuigen en deskundigen ter zitting mede te brengen. 5 De secretaris van de accountantskamer stelt de klager ten minste vier weken voor de dag van de zitting op de hoogte van de dag en het tijdstip waarop de zitting plaatsvindt. 2014 472 05-12-2014 19-11-2014 33918 2014 534 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De voorzitter van de accountantskamer kan bevelen dat betrokkene in persoon verschijnt. 2 Indien de betrokkene wiens persoonlijke verschijning is bevolen, niet op de oproeping verschijnt, kan de voorzitter van de accountantskamer de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland verzoeken de betrokkene ter terechtzitting van de accountantskamer te dagvaarden en daarbij te voegen een bevel tot medebrenging. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De zitting is openbaar. 2 De accountantskamer kan bepalen dat de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvindt indien een openbare behandeling een goede rechtspleging of de belangen van betrokkene, klager of derden ernstig zou schaden. 3 De accountantskamer houdt zitting met de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter en twee of vier leden of hun plaatsvervangers. Naast de voorzitter is het aantal rechterlijke en het aantal niet rechterlijke leden naar evenredigheid verdeeld. 4 Indien niet wordt voldaan aan hetgeen in het derde lid is bepaald, leidt dit tot nietigheid van de beslissing in de tuchtzaak. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 De voorzitter heeft de leiding van de zitting. 2 De secretaris houdt aantekening van het verhandelde ter zitting. 3 De secretaris maakt een proces-verbaal op van de zitting, indien de accountantskamer dit ambtshalve dan wel op verzoek van de betrokkene of de klager bepaalt en indien hoger beroep wordt ingesteld. 4 Het proces-verbaal bevat de namen van de voorzitter en de leden die de zaak behandelen, die van partijen en van hun vertegenwoordigers of gemachtigden die op de zitting zijn verschenen en van degenen die hen hebben bijgestaan, en die van de getuigen, deskundigen en tolken die op de zitting zijn verschenen. 5 Het proces-verbaal houdt een beschrijving in van hetgeen op de zitting met betrekking tot de zaak is voorgevallen. 6 Het proces-verbaal wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. 7 Aan het proces-verbaal kunnen overgelegde pleitnotities worden gehecht. 8 De accountantskamer kan bepalen dat de verklaring van een partij, getuige of deskundige geheel in het proces-verbaal zal worden opgenomen. In dat geval wordt de verklaring onverwijld op schrift gesteld en aan de partij, getuige of deskundige voorgelezen. Deze mag daarin wijzigingen aanbrengen, die op schrift worden gesteld en aan de partij, getuige of deskundige worden voorgelezen. De verklaring wordt door de partij, getuige of deskundige ondertekend. Heeft ondertekening niet plaats, dan wordt de reden daarvan in het proces-verbaal vermeld. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a 1 De voorzitter van de accountantskamer kan, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan, ambtshalve of op verzoek van klager of betrokkene bepalen dat tijdens de klachtprocedure ingediende stukken of gegeven inlichtingen dan wel onderdelen daarvan uitsluitend ter kennisneming van de partijen staan en niet door hen aan anderen mogen worden verstrekt of anderszins openbaar worden gemaakt. 2 Het eerste lid geldt niet ten aanzien van stukken of inlichtingen die partijen op grond van een wettelijk voorschrift verplicht zijn aan anderen te verstrekken of openbaar te maken, en stukken of inlichtingen die reeds openbaar zijn dan wel in de uitspraak van de accountantskamer of in hoger beroep van het College openbaar worden gemaakt. 3 artikelen 611b tot en met 611i van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering De voorzitter van de accountantskamer kan, ambtshalve of op verzoek van klager of betrokkene een partij veroordelen tot betaling van een geldsom, dwangsom genaamd, voor het geval dat niet aan het eerste lid wordt voldaan, onverminderd het recht op schadevergoeding indien daartoe aanleiding is. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2014 472 05-12-2014 19-11-2014 33918 2014 534 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 In geval van intrekking van de klacht wordt de behandeling daarvan gestaakt, tenzij de accountantskamer beslist dat de behandeling van de klacht om redenen aan het algemeen belang ontleend, moet worden voortgezet. In dat laatste geval wordt de klacht verder behandeld als ware deze afkomstig van: a. artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties de Autoriteit Financiële Markten, bij een vermoeden van handelen of nalaten als bedoeld in; of b. artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep de beroepsorganisatie, bij een vermoeden van handelen of nalaten als bedoeld in. 2018 139 24-05-2018 25-04-2018 34677 2018 186 26-06-2018 19-06-2018 01-07-2018
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De accountantskamer kan de behandeling ter zitting schorsen. 2 artikel 26 In het geval de behandeling ter zitting is geschorst, bepaalt de accountantskamer zo spoedig mogelijk het tijdstip waarop de behandeling wordt hervat en stelt de secretaris de betrokkene en de klager hiervan op de hoogte tenzij het tijdstip van de hervatting op de zitting door de accountantskamer reeds mondeling is vastgesteld en mondeling aan klager en de betrokkene is aangezegd. Indien zulks niet mondeling is aangezegd zijn het tweede tot en met het vijfde lid vanvan overeenkomstige toepassing, voor zover daaraan niet reeds eerder is voldaan. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De accountantskamer sluit het onderzoek ter zitting, wanneer zij van oordeel is dat het is voltooid. 2 Voordat het onderzoek ter zitting wordt gesloten, heeft de betrokkene het recht voor het laatst het woord te voeren. 3 artikel 22, vijfde lid Indien de klacht door de accountantskamer overeenkomstig, ter zitting is aangevuld en een schriftelijke reactie van betrokkene daartoe aanleiding geeft, kan de accountantskamer besluiten de zitting te heropenen. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling daarvan aan betrokkene en de klager. 4 Zodra het onderzoek ter zitting is gesloten, deelt de voorzitter mee wanneer uitspraak zal worden gedaan. 2013 487 05-12-2013 25-11-2013 33632 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 De betrokkene kan, tenzij de voorzitter van de accountantskamer beveelt dat hij in persoon zal verschijnen, zich op een terechtzitting doen vertegenwoordigen door een advocaat, indien deze aldaar verklaart daartoe gevolmachtigd te zijn, of wel door een daartoe bij bijzondere volmacht schriftelijk gevolmachtigde. 2 De accountantskamer kan weigeren bepaalde personen, die geen advocaat zijn, als gemachtigde toe te laten. Bij zodanige weigering houdt de accountantskamer de zaak tot de volgende zitting aan. 3 De accountantskamer stelt de betrokkene van de aanhouding en de reden van de aanhouding in kennis en roept hem tevens op om op de voor de zaak bepaalde nadere zitting in persoon of bij een andere gemachtigde tegenwoordig te zijn. 4 De betrokkene kan zich te allen tijde door een raadsman doen bijstaan. 5 De accountantskamer kan weigeren bepaalde personen, die geen advocaat zijn, als raadsman toe te laten. Bij zodanige weigering houdt de accountantskamer op verzoek van de betrokkene de zaak tot een volgende zitting aan. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 artikelen 513 tot en met 515 van het Wetboek van Strafvordering Op verzoek van betrokkene of de klager, kan de voorzitter of elk van de leden die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van de accountantskamer schade zou kunnen lijden. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 34 artikelen 517, tweede en derde lid, tot en met artikel 518 van het Wetboek van Strafvordering Op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld inkan een voorzitter of een lid die een zaak behandelt, verzoeken zich te mogen verschonen. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De accountantskamer kan ambtshalve of op verzoek van de betrokkene of de klager getuigen oproepen. 2 Artikel 27, tweede lid Ieder die als getuige is opgeroepen, is verplicht voor de accountantskamer te verschijnen., is van overeenkomstige toepassing. 3 artikelen 217 tot en met 220 van het Wetboek van Strafvordering Met betrekking tot het horen van de getuigen en hun recht van verschoning zijn devan overeenkomstige toepassing. 4 De voorzitter van de accountantskamer kan bepalen dat getuigen niet zullen worden gehoord dan na het afleggen van de eed of de belofte. Zij leggen in dat geval de eed of de belofte af dat zij zullen zeggen de gehele waarheid en niets dan de waarheid. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 De accountantskamer kan ambtshalve of op verzoek van de betrokkene of de klager deskundigen benoemen, teneinde de accountantskamer voor te lichten, zo nodig, met opdracht een onderzoek in te stellen en de accountantskamer een verslag uit te brengen. 2 artikelen 217 tot en met 220 van het Wetboek van Strafvordering De deskundige is verplicht zijn taak onpartijdig en naar beste weten te verrichten. Ten aanzien van deskundigen en hun verhoor zijn devan overeenkomstige toepassing. 3 De accountantskamer kan de deskundige geheimhouding opleggen. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 De accountantskamer doet schriftelijk uitspraak. De uitspraak wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris. 2 De uitspraak houdt in de beslissing omtrent het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel, de gronden en de voorschriften waarop zij berust. 3 De accountantskamer kan een klacht niet-ontvankelijk verklaren. 4 De accountantskamer, dan wel de voorzitter daarvan, spreekt de beslissing, bedoeld in het tweede en het derde lid, in het openbaar uit. 5 In afwijking van het eerste lid, kan de accountantskamer na sluiting van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak doen. 6 De secretaris maakt van de mondelinge uitspraak een proces-verbaal op. 7 De uitspraak wordt onverwijld aan de betrokkene, de klager, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie gezonden. 2018 139 24-05-2018 25-04-2018 34677 2018 186 26-06-2018 19-06-2018 01-07-2018
Artikel 38a — Artikel 38a#
Artikel 38a 1 artikel 25 De voorzitter van de accountantskamer kan een klacht alvorens deze in behandeling te nemen doorsturen naar de instantie die daarvoor bij verordening van de beroepsorganisatie is aangewezen, in het geval de klacht zich daar naar haar oordeel toe leent en indien uit het klaagschrift blijkt, dat de klacht niet aan deze instantie is voorgelegd. De voorzitter van de accountantskamer kan hierbij zonodig toepassing geven aan. De op de zaak betrekking hebbende stukken worden meegezonden met het klaagschrift. 2 Artikel 38, eerste en vierde tot en met zevende lid Indien de voorzitter van de accountantskamer toepassing geeft aan het eerste lid, stelt hij de klager daarvan in kennis en vermeldt hij de bevoegdheid van de klager om na ommekomst van de behandeling door de betrokken instantie opnieuw een klacht bij de accountantskamer in te dienen., is van overeenkomstige toepassing. 3 De instantie waaraan de klacht overeenkomstig het eerste lid is toegezonden, behandelt de klacht overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de toepasselijke verordening van de beroepsorganisatie. 2012 680 21-12-2012 13-12-2012 33025 2012 681 21-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 Artikelen 70 tot en met 74 van Stb. 2012/680 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Artikel 38 Indien naar het oordeel van de voorzitter van de accountantskamer een klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is, kan de voorzitter de zaak zonder zitting afdoen.is van overeenkomstige toepassing. 2 Artikel 38 Indien naar het oordeel van de voorzitter van de accountantskamer een klacht gegrond is, maar geen andere tuchtmaatregel dan een waarschuwing, berisping of een geldboete dient te worden opgelegd, kan de voorzitter na betrokkene te hebben gehoord, de zaak zonder zitting afdoen.is van overeenkomstige toepassing. 3 artikelen 25 tot en met 38 Tegen de uitspraak, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de betrokkene of de klager binnen zes weken na verzending van de uitspraak verzet doen. In dat geval vervalt de uitspraak en wordt de zaak verder overeenkomstig debehandeld. 2012 680 21-12-2012 13-12-2012 33025 2012 681 21-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 Artikelen 70 tot en met 74 van Stb. 2012/680 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 De accountantskamer is bij wijze van voorlopige voorziening bevoegd tot het opleggen een tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de betrokkene in de registers, op verzoek van: a. artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties de Autoriteit Financiële Markten, ingeval jegens de betrokkene een ernstig vermoeden is gerezen van handelen of nalaten als bedoeld inen daardoor zwaarwegende openbare belangen in het geding zijn; of b. artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep de beroepsorganisatie, ingeval jegens de betrokkene een ernstig vermoeden is gerezen van handelen of nalaten als bedoeld inen daardoor zwaarwegende belangen in het geding zijn. 2 De accountantskamer kan tot en met het moment van de uitspraak de tijdelijke doorhaling opheffen. 3 De secretaris van de accountantskamer stelt de Autoriteit Financiële Markten, de beroepsorganisatie en de betrokkene onverwijld in kennis van een beslissing tot tijdelijke doorhaling als bedoeld in het eerste lid, dan wel tot opheffing daarvan. 4 Over het voornemen tot tijdelijke doorhaling van de inschrijving wordt de betrokkene gehoord. 5 artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep Ingeval de accountantskamer naar aanleiding van de inofbedoelde overtredingen beslist tot het opleggen van een tijdelijke doorhaling van de inschrijving gedurende een bepaalde termijn, kan zij de periode van tijdelijke doorhaling ingevolge het eerste lid in mindering brengen op die termijn. 6 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien tegen betrokkene een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf is ingesteld en het misdrijf mede het uitoefenen van het beroep van betrokkene raakt. 7 In het geval de inschrijving tijdelijk wordt doorgehaald blijft betrokkene ter zake van handelingen en gedragingen, die gedurende de tijd, dat hij ingeschreven stond, hebben plaats gehad, aan tuchtrechtspraak onderworpen. 8 artikelen 43 tot en met 43j Tegen de bij wijze van voorlopige voorziening opgelegde maatregel van doorhaling staat beroep open bij het College. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2018 139 24-05-2018 25-04-2018 34677 2018 186 26-06-2018 19-06-2018 01-07-2018
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 artikel 41, eerste lid De tijdelijke doorhaling van de inschrijving, bedoeld in, vervalt op het moment dat: a. artikel 41, tweede lid de accountantskamer op grond van, de tijdelijke doorhaling opheft; of b. de uitspraak van de accountantskamer onherroepelijk wordt; of c. de tijdelijke doorhaling in hoger beroep wordt vernietigd; of d. artikel 43i, eerste lid het College de zaak zelf afdoet op grond van. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 De betrokkene, de klager of de beroepsorganisatie kunnen ieder binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak van de accountantskamer hoger beroep instellen bij het College, tenzij tegen die uitspraak verzet kan of kon worden gedaan. 2 artikel 38a Hoger beroep staat niet open tegen een tussenbeslissing van de accountantskamer of van de voorzitter van de accountantskamer, tegen de uitspraak, bedoeld in. 3 Het College informeert de accountantskamer, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie, over het feit dat hoger beroep is ingesteld en vermeldt daarbij welke zaak het betreft. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 43a — Artikel 43a#
Artikel 43a 1 Het hoger beroep wordt ingesteld door het indienen van een beroepschrift bij het College. 2 Het beroepschrift is ondertekend en bevat de gronden van het hoger beroep. 3 De griffier zendt binnen een week na ontvangst van het beroepschrift een afschrift daarvan aan de accountantskamer en aan de betrokkene, dan wel de klager of, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 43b — Artikel 43b#
Artikel 43b artikel 43a, derde lid De accountantskamer doet binnen drie weken na ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, bedoeld in, de stukken toekomen aan de griffier van het College. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 43c — Artikel 43c#
Artikel 43c 1 Als het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, kan het College of de president zonder nader onderzoek door het College uitspraak doen. De uitspraak wordt onverwijld aan betrokkene, de klager, de accountantskamer, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie gezonden. 2 Artikel 43a Tegen de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, kan betrokkene dan wel de klager of, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak verzet doen bij het College.is van overeenkomstige toepassing. 3 Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond. Indien het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak en wordt de behandeling van de zaak voortgezet. De laatste zin van het eerste lid is van toepassing. 4 Als het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond is, kan het College het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaren, echter niet dan na betrokkene dan wel de klager of, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord. 5 De uitspraak op het verzet wordt onverwijld aan betrokkene, de klager, de accountantskamer, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie gezonden. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 43d — Artikel 43d#
Artikel 43d 1 artikel 43c, eerste lid Tenzijwordt toegepast, bepaalt de president de dag voor de behandeling van de zaak. De betrokkene, de klager en, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie worden uitgenodigd om op een in de uitnodiging te vermelden plaats en tijdstip op een zitting van het College te verschijnen. 2 Voor de behandeling ter terechtzitting worden de processtukken gedurende ten minste een week ter griffie of elders ter kosteloze inzage voor betrokkene, de klager en, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie dan wel voor hun gemachtigden nedergelegd. De nederlegging wordt door de griffier tijdig ter kennis van betrokkene, de klager en, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie gebracht. 3 De in het vorige lid bedoelde termijn kan met toestemming van betrokkene, de klager en, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie worden verkort. 4 Is de termijn niet in acht genomen, dan bepaalt het College een nieuwe rechtsdag, tenzij betrokkene in persoon of bij gemachtigde is verschenen. In dit laatste geval kan op zijn verzoek uitstel worden verleend. 5 In de gevallen, waarin op de terechtzitting de behandeling van de zaak voor een bepaalde tijd wordt uitgesteld of geschorst, wordt geen nieuwe kennisgeving gedaan. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 43e — Artikel 43e#
Artikel 43e 1 artikelen 28, eerste en tweede lid 29 31 tot en met 35 36, eerste, derde en vierde lid 37 Op het rechtsgeding zijn de,,,envan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. artikelen 29 34 36, eerste, derde en vierde lid 37 in deen,en, in plaats van «betrokkene of de klager» wordt gelezen: betrokkene, de klager of, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie; b. artikel 31 artikel 26, tweede en vijfde lid inin plaats van «de betrokkene en de klager» wordt gelezen: de betrokkene, de klager en, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie, en de termijn genoemd in, twee weken bedraagt; c. artikel 33 invoor «de betrokkene» tevens wordt gelezen: de klager of, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie. 2 Het College houdt zitting met drie of vijf leden, onder wie de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter. 3 Artikel 27, tweede lid Ieder, die als getuige is opgeroepen, is verplicht voor het College te verschijnen., is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «arrondissementsparket Oost-Nederland» wordt gelezen: arrondissementsparket Den Haag. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 43f — Artikel 43f#
Artikel 43f Aan betrokkene, de klager en, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie dan wel aan hun gemachtigden en aan de raadsman wordt de gelegenheid gegeven het woord te voeren en de gronden van het hoger beroep toe te lichten. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 43g — Artikel 43g#
Artikel 43g Na de behandeling van de zaak ter terechtzitting bepaalt de voorzitter de dag voor de uitspraak, tenzij het College onmiddellijk mondeling uitspraak doet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 43h — Artikel 43h#
Artikel 43h 1 Het College verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond. 2 Indien het College niet voldoende is ingelicht, kan het bevelen, dat de behandeling der zaak op een nader te bepalen datum zal worden hervat. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 43i — Artikel 43i#
Artikel 43i 1 Indien het College het hoger beroep gegrond verklaart, vernietigt het de uitspraak van de accountantskamer. In dat geval doet het College de zaak zelf af of verwijst haar naar de accountantskamer om haar af te doen met inachtneming van de beslissing van het College. 2 artikel 26 Indien een nader onderzoek noodzakelijk is en het College de zaak zelf afdoet, geschiedt de oproeping overeenkomstig. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 43j — Artikel 43j#
Artikel 43j 1 Het College doet schriftelijk uitspraak. 2 De uitspraak houdt in de beslissing omtrent het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel, de gronden en de voorschriften waarop zij berust. 3 Het College spreekt de beslissing, bedoeld in het tweede lid, in het openbaar uit. 4 In afwijking van het eerste lid kan het College na sluiting van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak doen. 5 Van de mondelinge uitspraak wordt door de griffier een proces-verbaal opgemaakt. 6 De uitspraak wordt onverwijld aan betrokkene, de klager, de accountantskamer, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie gezonden. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 Het College is bij wijze van voorlopige voorziening bevoegd tot het opleggen van een tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de betrokkene in de registers: a. artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties de Autoriteit Financiële Markten, ingeval jegens de betrokkene een ernstig vermoeden is gerezen dat hij heeft gehandeld of heeft nagelaten als bedoeld inen daardoor zwaarwegende openbare belangen in het geding zijn; b. artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep de beroepsorganisatie, ingeval jegens de betrokkene een ernstig vermoeden is gerezen van handelen of nalaten als bedoeld inen daardoor zwaarwegende openbare belangen in het geding zijn. 2 Het College kan tot en met het moment van de uitspraak de tijdelijke doorhaling opheffen. 3 De griffier stelt de accountantskamer, de Autoriteit Financiële Markten, de beroepsorganisatie en de betrokkene onverwijld in kennis van een beslissing tot tijdelijke doorhaling als bedoeld in het eerste lid, dan wel tot opheffing daarvan. 4 Over het voornemen tot tijdelijke doorhaling van de inschrijving wordt de betrokkene gehoord. 5 artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep Ingeval het College naar aanleiding van de inof, bedoelde overtredingen beslist tot het opleggen van een tijdelijke doorhaling van de inschrijving gedurende een bepaalde termijn, kan het de periode van de tijdelijke doorhaling van de inschrijving ingevolge het eerste lid in mindering brengen op die termijn. 6 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien tegen betrokkene een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf is ingesteld en het misdrijf mede het beroep van betrokkene raakt. 7 In het geval de inschrijving tijdelijk wordt doorgehaald blijft betrokkene ter zake van handelingen en gedragingen, die gedurende de tijd, dat hij ingeschreven stond, hebben plaats gehad, aan tuchtrechtspraak onderworpen. 2018 139 24-05-2018 25-04-2018 34677 2018 186 26-06-2018 19-06-2018 01-07-2018
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 artikel 44, eerste lid De tijdelijke doorhaling van de inschrijving, bedoeld in, vervalt op het moment dat: a. artikel 44, tweede lid het College op grond van, de tijdelijke doorhaling opheft; of b. artikel 43i, eerste lid het College de zaak zelf afdoet op grond van; of c. artikel 43i, eerste lid de accountantskamer, nadat de zaak op grond van, ter afdoening naar de accountantskamer is verwezen, de tijdelijke doorhaling opheft; of d. artikel 43i, eerste lid het vonnis van de accountantskamer onherroepelijk wordt nadat de accountantskamer de zaak die op grond van, ter afdoening naar de accountantskamer verwezen is, heeft behandeld. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015 2014 472 05-12-2014 19-11-2014 33918 2014 534 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Het College informeert terstond na het doen van de uitspraak de accountantskamer, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie omtrent de naam van betrokkene en de aard van de opgelegde tuchtrechtelijke maatregel. 2 artikel 47 De Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie dragen na uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging als bedoeld in, zorg voor opname van de tuchtrechtelijke maatregel in de registers. 2018 408 15-11-2018 17-10-2018 34859 2018 486 19-12-2018 27-11-2018 01-01-2019
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 De tenuitvoerlegging van uitspraken van de accountantskamer en van het College geschiedt op last van de voorzitter van de accountantskamer. Tegen deze last staat geen voorziening open. 2012 680 21-12-2012 13-12-2012 33025 2012 681 21-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 Artikelen 70 tot en met 74 van Stb. 2012/680 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikelen 41 44 Een uitspraak wordt, met uitzondering van uitspraken als bedoeld in deen, niet ten uitvoer gelegd voordat deze onherroepelijk is, tenzij de accountantskamer vanwege zwaarwegende openbare belangen verklaart dat de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad is. 2 Indien een hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak van de accountantskamer dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, kan het College op verzoek van de betrokkene de tenuitvoerlegging van die uitspraak schorsen. 2012 680 21-12-2012 13-12-2012 33025 2012 681 21-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 Artikelen 70 tot en met 74 van Stb. 2012/680 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Wijzigt de Wet op de Accountants-administratieconsulenten. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009 Onderdelen Aa, artikel 3c, C t/m G.
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Wijzigt de Wet op de Registeraccountants. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009 Onderdelen Bb, artikel 22c, Ca, D, E, F en J.
Artikel 50a — Artikel 50a#
Artikel 50a Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2009 21 27-01-2009 22-01-2009 01-05-2009 Onderdelen D, K, Ka en Kb.
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Artikel 22, eerste lid artikel III, onderdeel A, van de Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties , is niet van toepassing op handelen of nalaten dat heeft plaatsgevonden voor het tijdstip van inwerkingtreding van, indien de termijn waarbinnen op grond van artikel 22, eerste lid, zoals dat voor bedoeld tijdstip luidde, ter zake van dat handelen of nalaten een klacht kon worden ingediend bij de accountantskamer, op dat tijdstip reeds was verstreken. 2018 408 15-11-2018 17-10-2018 34859 2018 486 19-12-2018 27-11-2018 01-01-2019
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 2012 680 21-12-2012 13-12-2012 33025 2012 681 21-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 Artikelen 70 tot en met 74 van Stb. 2012/680 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2008 324 14-08-2008 05-08-2008 25-08-2008
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Deze wet wordt aangehaald als: Wet tuchtrechtspraak accountants. 2008 290 22-07-2008 27-06-2008 30397 2008 324 14-08-2008 05-08-2008 25-08-2008
Artikel 15#
artikel 15, eerste lid
Artikel 15#
artikel 15, eerste lid