Wet van 13 september 2007, houdende bepalingen met betrekking tot de veilige vaart op de binnenwateren (Binnenvaartwet)
- BWB-id
- BWBR0023009
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-06-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0023009
- ELI
- /eli/nl/wet/2009/binnenvaartwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2009/binnenvaartwet/2025-06-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0023009&g=2025-06-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0023009&z=2026-06-06&g=2025-06-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0023009/2025-06-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2009/binnenvaartwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder: bedrijfsmatig vervoer: bemanningslid: ieder die zich als schipper, stuurman, machinist, volmatroos, matroos-motordrijver, matroos, lichtmatroos, lid van het veiligheidspersoneel of deksman aan boord van een schip bevindt; bevoegde autoriteit: door Onze Minister aangewezen autoriteit; binnenschip: binnenwateren: wateren die in Nederland zijn gelegen binnen een langs de Nederlandse kust gaande, bij ministeriële regeling aan te wijzen lijn; competentie: het bewezen vermogen om gebruik te maken van de in de vastgestelde normen voorgeschreven kennis en vaardigheden om de taken die nodig zijn voor het besturen van binnenvaartuigen goed uit te voeren; dekbemanningslid: persoon die betrokken is bij de algemene bediening van een vaartuig dat de binnenwateren bevaart en die verschillende taken uitvoert, zoals taken in verband met het besturen van een vaartuig, de beheersing van het vaartuig, ladingsbehandeling, stouwen, het vervoer van passagiers, scheepswerktuigbouwkundige aspecten, onderhoud en reparatie, communicatie, gezondheid, veiligheid en milieubescherming, niet zijnde personen die uitsluitend worden ingezet voor de bediening van de motoren, kranen, of elektrische en elektronische uitrusting; dienstboekje: een persoonlijk register waarin de gegevens met betrekking tot het arbeidsverleden van een bemanningslid staan genoteerd, met name de vaartijden en de gemaakte reizen; diepgang: verticale afstand van het laagste punt van de scheepsromp aan de onderkant van de bodembeplating of van de kiel tot het vlak van de grootste inzinking van de scheepsromp in meters; drijvend werktuig: drijvend bouwsel waarop zich werkinstallaties bevinden, zoals grind- of zandzuigers, baggermolens, hei-installaties, kranen en elevatoren; gezagvoerder: degene die het gezag voert over een schip; Herziene Rijnvaartakte: op 17 oktober 1868 te Mannheim tot stand gekomen Herziene Rijnvaartakte (Trb. 1955, 161); Richtlijn 2017/2397 Richtlijnen 91/672/EEG 96/50/EG kwalificatiecertificaat: een door een bevoegde autoriteit afgegeven certificaat waarin wordt verklaard dat een persoon aan de voorschriften vanbetreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van deenvan de Raad voldoet; kwalificatiecertificaat schipper: een kwalificatiecertificaat houdende een vaarbevoegdheid; onderneming: rechtspersoon, vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, maatschap dan wel natuurlijke persoon, die zich bezig houdt met bedrijfsmatig vervoer; Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; richtlijn 2017/2397 richtlijn (EU) 2017/2397 richtlijnen 91/672/EEG 96/50/EG :van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van deenvan de Raad (PbEU 2017, L 345); schip: zeeschip of binnenschip; schipper: een dekbemanningslid dat gekwalificeerd is om een vaartuig op de binnenwateren te besturen en om aan boord de algemene verantwoordelijkheid te dragen, ook voor de bemanning, de passagiers en de lading; Richtlijn 2017/2397 specifiek risico: een veiligheidsrisico als gevolg van bijzondere navigatie-omstandigheden waarvoor schippers competenties moeten hebben die verder gaan dan wat op grond van debetreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart in het kader van de algemene normen voor managementcompetenties wordt verwacht; richtlijn 2017/2397 specifieke vergunning: een door een bevoegde autoriteit afgegeven aantekening op het kwalificatiecertificaat schipper waarmee wordt aangegeven dat de schipper aan aanvullende voorschriften betreffende de activiteiten genoemd in artikel 6 vanvoldoet; vaarbewijs: een bewijs van vaarbevoegdheid; vaartijd: de tijd, uitgedrukt in dagen, die dekbemanningsleden aan boord hebben doorgebracht tijdens een door de bevoegde autoriteit gevalideerde reis met een vaartuig op binnenwateren, met inbegrip van laad- en losactiviteiten die actieve scheepvaartoperaties vereisen; verwerking van persoonsgegevens: hetgeen daaronder verstaan wordt in artikel 4, onderdelen 1 en 2, van de Algemene verordening gegevensbescherming; werkgever: zeeschip: schip dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor de vaart op zee; 1°. vervoer in de uitoefening van een bedrijf of beroep; 2°. vervoer van goederen, uitsluitend bestemd voor of afkomstig van de eigen onderneming; of 3°. slepen en duwen van schepen met sleep-, duw- en sleepduwboten; 1°. vaartuig dat is bestemd voor de vaart op de binnenwateren of op dienovereenkomstige buitenlandse wateren; 2°. drijvend werktuig; 1°. degene jegens wie de gezagvoerder krachtens arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van arbeid, behalve indien die gezagvoerder aan een derde ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van arbeid welke die derde gewoonlijk doet verrichten; 2°. degene aan wie de gezagvoerder ter beschikking is gesteld voor het verrichten van arbeid als bedoeld onder 1°; of 3°. degene die zonder werkgever als bedoeld onder 1° of 2° te zijn, de gezagvoerder onder zijn gezag arbeid doet verrichten; 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder: eigenaar van een binnenschip: degene die het binnenschip in gebruik heeft, niet zijnde een reis- of tijdbevrachter; vervoer: 1°. aanbieden van schepen voor het vervoeren van goederen en personen; 2°. laden en lossen van goederen; 3°. in- en ontschepen van personen; of 4°. opslaan van goederen in schepen. 3 Visserijwet 1963 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder vervoer niet verstaan het door een schip vervoeren van met behulp van dit schip zelf gevangen vis als bedoeld in de. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij ministeriële regeling de binnenwateren onderverdeeld in zones, die kunnen verschillen met het oog op de eigen omstandigheden van de vaart. 2 Bij regeling van Onze Minister wordt een binnenwatertraject als binnenwater van maritieme aard geclassificeerd indien: a. het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 van toepassing is; b. de boeien en borden overeen komen met het maritieme systeem; c. landnavigatie op die binnenwateren noodzakelijk is; of d. voor de navigatie op die binnenwateren maritieme uitrusting nodig is waarvan de bediening speciale kennis vergt. 3 Een binnenwatertraject kan, wanneer dit nodig is om de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen, bij regeling van Onze Minister worden geclassificeerd als binnenwater met specifieke risico’s wanneer deze risico’s het gevolg zijn van een of meer van de volgende omstandigheden: a. vaak veranderende stroompatronen en -snelheid; b. de hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg en het ontbreken van passende vaarweginformatiediensten over de binnenwaterweg of van geschikte kaarten; c. de aanwezigheid van een specifieke lokale verkeersregeling die wordt gerechtvaardigd door specifieke hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg; of d. artikel 22 een hoge ongevallenfrequentie op een specifiek traject van de binnenwateren, die wordt toegeschreven aan het ontbreken van een competentie die niet door de op grond vanbij ministeriële regeling gestelde regels wordt geëist. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Deze wet is van toepassing op de binnenwateren. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze wet is niet van toepassing op schepen: a. in het beheer van het Ministerie van Defensie; of b. behorende tot een buitenlandse krijgsmacht. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het is degene die bedrijfsmatig vervoer van goederen of personen verricht verboden een schip te gebruiken waarvoor niet een in het tweede lid bedoeld document van toelating is afgegeven. 2 Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur documenten van toelating vastgesteld, die voor bepaalde categorieën van schepen of bepaalde soorten van vervoer kunnen verschillen. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het is een onderneming of degene die een onderneming drijft verboden bedrijfsmatig goederen te vervoeren, anders dan bestemd voor of afkomstig van de eigen onderneming, zonder dat aan deze onderneming een persoon verbonden is aan wie een bewijs van vakbekwaamheid is afgegeven voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen en die daadwerkelijk en bij voortduring leiding geeft aan de vervoersactiviteit van de onderneming. 2 Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister kan vrijstelling verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.is van toepassing. 3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het aantonen van de vakbekwaamheid, waaronder in ieder geval zijn begrepen de vereiste kennisgebieden en de vereiste scholing of praktijkervaring. 4 Documenten die ten bewijze van de vakbekwaamheid zijn afgegeven door een andere lidstaat van de Europese Unie krachtens bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie, door een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of door Zwitserland, worden gelijkgesteld aan het bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in het eerste lid. 5 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen en voor welke termijnen Onze Minister ontheffing kan verlenen van het eerste lid. Onze Minister kan aan de ontheffing voorschriften of beperkingen verbinden. 6 Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften die aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het tweede onderscheidenlijk vijfde lid zijn verbonden. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het is verboden een schip te gebruiken zonder de vereiste geldige certificaten. 2 Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur de soorten certificaten van onderzoek en de categorieën van binnenschepen aangewezen waarvoor een certificaat van onderzoek vereist is. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij ministeriële regeling regels gesteld met betrekking tot de technische staat van een binnenschip. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in aanvulling op de in het eerste lid bedoelde regels. 3 Het is verboden een binnenschip te gebruiken in strijd met de regels, bedoeld in het eerste of tweede lid. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 Onze Minister of de bevoegde autoriteit verstrekt op aanvraag voor het binnenschip een certificaat van onderzoek, indien bij onderzoek is gebleken, dat is voldaan aan de regels, bedoeld in. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van een certificaat van onderzoek, alsmede de voorwaarden waaronder een verloren gegaan of beschadigd exemplaar kan worden vervangen. 3 Aan het certificaat van onderzoek kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 In het certificaat van onderzoek worden de voorschriften opgenomen die bij het gebruik van het binnenschip in acht moeten worden genomen, alsmede in voorkomende gevallen de toegestane afwijkingen en te treffen voorzieningen met vermelding van de binnenwateren en de periode, waarvoor deze gelden. 2 Het is verboden een binnenschip te gebruiken in strijd met het eerste lid. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Het is de eigenaar of gezagvoerder van een binnenschip waarvoor een certificaat van onderzoek is afgegeven verboden het binnenschip te gebruiken zonder dat Onze Minister, onderscheidenlijk de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis wordt gesteld van: a. belangrijke schade en herstel daarvan; b. verbouwing en andere ingrijpende wijzigingen; c. overgang van de eigendom. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het is verboden een schip te gebruiken waarvan de toestand, het gebruik en de uitrusting niet in overeenstemming zijn met hetgeen is vastgelegd in het vereiste geldige certificaat. 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 01-01-2015
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 8 Onze Minister kan met betrekking tot bepaalde categorieën van binnenschepen van een of meer van de krachtensgestelde regels vrijstelling verlenen, indien naar zijn oordeel de veiligheid van de binnenschepen en de opvarenden voldoende gewaarborgd is. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. 2 artikel 8 Onze Minister kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van een of meer van de krachtensgestelde regels. Aan een ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. 3 Onze Minister kan een krachtens het tweede lid verleende ontheffing intrekken, indien de aldaar bedoelde voorschriften niet worden nageleefd. 4 Het is verboden een binnenschip te gebruiken in strijd met de voorschriften die aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid zijn verbonden. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Onze Minister is belast met het onderzoek van een schip ingevolge deze paragraaf. De onderzoeken kunnen geheel of ten dele worden verricht door daartoe door Onze Minister aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen of door de Commissie van de Europese Unie erkende classificatiebureaus. 2 Onze Minister kan in overeenstemming met de ambtgenoten die het aangaat diensten en personen, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister, aanwijzen die voor het verrichten van werkzaamheden samenhangende met het onderzoek van een schip ter beschikking worden gesteld van Onze Minister. 3 Onze Minister stelt in overeenstemming met de ambtgenoten die het aangaat voor de krachtens het tweede lid aangewezen diensten en personen beleidsregels betreffende de vervulling van hun taak. 4 Een aanwijzing als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het onderzoek en de aanwijzing van de in het eerste lid bedoelde personen. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 11, onderdeel a of b Ten aanzien van een schip waarvoor een certificaat van onderzoek is afgegeven kan Onze Minister in de gevallen, bedoeld in, of bij vermoeden van ernstige gebreken aan het schip een onderzoek instellen. 2 Onze Minister kan naar aanleiding van het onderzoek aanwijzingen geven aan de eigenaar van het schip. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Onze Minister kan het certificaat intrekken, indien: a. artikel 8, eerste lid bij het onderzoek blijkt dat niet wordt voldaan aan de in, bedoelde regels; b. bij het onderzoek blijkt dat bij gebruik van het schip de veiligheid van de vaart in gevaar wordt gebracht; c. niet wordt voldaan aan de vordering tot medewerking aan het onderzoek. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Onze Minister kan het gebruik van een schip op de binnenwateren onderbreken, indien de staat waarin het zich bevindt zodanig is dat de veiligheid ervan of van zijn omgeving onmiddellijk gevaar loopt. 2 In geval van toepassing van het eerste lid draagt de gezagvoerder er zorg voor, dat het schip onverwijld en met inachtneming van de aanwijzingen van Onze Minister naar een door hem aangewezen plaats wordt gebracht. 3 De eigenaar dan wel de gezagvoerder laat het schip op de aangewezen plaats liggen, totdat naar het oordeel van Onze Minister de redenen voor het onderbreken van het gebruik zijn weggenomen. 4 Titel 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid. 5 Het is verboden een schip te gebruiken zolang het gebruik met toepassing van dit artikel is onderbroken, tenzij met inachtneming van de ingevolge het tweede lid gegeven aanwijzingen. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 14, tweede lid De kosten van een onderzoek en daarmee samenhangende werkzaamheden, voor zover deze worden verricht door Onze Minister of de in, bedoelde diensten en personen, komen ten laste van het Rijk: a. artikel 15 indien naar aanleiding van een vermoeden ten aanzien van de aanwezigheid van ernstige gebreken aan het schip op grond vaneen onderzoek is ingesteld en gebleken is, dat het vermoeden onjuist is geweest; of b. artikel 17, eerste lid indien ingevolge, het gebruik van een schip is onderbroken en gebleken is, dat het onderbreken ten onrechte is geschied. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 In afwachting van de sluiting van overeenkomsten tussen de Europese Unie en derde landen inzake de wederzijdse erkenning van scheepscertificaten, kan Onze Minister scheepscertificaten van vaartuigen van derde landen erkennen voor het bevaren van de binnenwateren. 2 Het afgeven van certificaten voor vaartuigen uit derde landen geschiedt overeenkomstig de bij of krachtens deze paragraaf gegeven voorschriften. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze paragraaf is van toepassing op: a. artikel 785, eerste lid, met inachtneming van het tweede lid, onderdeel a, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek een binnenschip dat ingevolgete boek is gesteld; b. een zeeschip waarmee, op grond van een certificaat van onderzoek, op de binnenwateren met een grotere diepgang mag worden gevaren dan op zee of in de kustwateren. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Het is verboden een schip te gebruiken zonder geldige meetbrief, afgegeven op grond van de op 15 februari 1966 te Genève tot stand gekomen Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen (Trb.1967, 43). 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de meting en de meetbrieven. 3 Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de afgifte van meetbrieven krachtens het tweede lid, voor zover het gaat om de afgifte van een gewaarmerkt afschrift van eerder afgegeven meetbrieven die verloren zijn geraakt of door slijtage ongeldig zijn geworden. 2011 575 09-12-2011 01-12-2011 32454 2011 627 21-12-2011 15-12-2011 01-01-2012
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij ministeriële regeling regels gesteld voor bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van schepen met betrekking tot de vaartijden en bemanningssterkte, de uitrustingsstukken van binnenschepen en de hiermee verband houdende eisen. 2 In het belang van de veiligheid van de vaart kan de regeling, bedoeld in het eerste lid, aanvullende regels bevatten inzake: a. de vaartijden van schepen; b. de samenstelling van de minimumbemanning van in die regeling aan te wijzen soorten schepen en categorieën daarvan en bij te onderscheiden exploitatiewijzen, alsmede de aan bemanningsleden te stellen eisen; c. eisen aan de deskundigheid van bemanningsleden, waaronder begrepen opleiding en ervaring; d. de rusttijden van de bemanningsleden. 3 Indien de regeling, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend betrekking heeft op de wateren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Herziene Rijnvaartakte, kan Onze Minister voor de overige binnenwateren regels stellen met betrekking tot de in het eerste lid genoemde onderwerpen. 4 Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel de veilige vaart voldoende gewaarborgd is, met betrekking tot bepaalde categorieën van schepen vrijstelling verlenen van een of meer eisen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. 5 Onze Minister kan ontheffing verlenen van de krachtens het eerste tot en met derde lid gestelde eisen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. 6 Onze Minister kan een krachtens het vijfde lid verleende ontheffing intrekken, indien de aldaar bedoelde voorschriften niet worden nageleefd. 7 De gezagvoerder of de werkgever zijn verplicht tot naleving van: a. het bepaalde krachtens het eerste en tweede lid, onderdelen a tot en met c; b. het tot hen gerichte krachtens het tweede lid, onderdeel d, bepaalde; en c. de krachtens het vierde of vijfde lid, aan een vrijstelling of ontheffing verbonden voorschriften. 8 Een bemanningslid is verplicht tot naleving van: a. het tot hem gerichte krachtens het eerste en tweede lid, onderdelen a en d, bepaalde; en b. de tot hem gerichte krachtens het vierde of vijfde lid, aan een vrijstelling of ontheffing verbonden voorschriften. 9 Het is verboden te handelen in strijd met dit artikel. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Het is een gezagvoerder of een werkgever verboden een schip te gebruiken met een bemanningslid dat niet over een geldige geneeskundige verklaring beschikt. 2 artikel 40, eerste of tweede lid Een bemanningslid is verplicht zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid aan te tonen aan de werkgever, schipper of een ambtenaar als bedoeld in, indien er objectieve aanwijzingen zijn dat het bemanningslid niet over die lichamelijke en geestelijke geschiktheid beschikt. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gesteld met betrekking tot de geneeskundige verklaring. 4 artikelen 28 31 Deenzijn van overeenkomstige toepassing op het eerste en tweede lid. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 40, eerste of tweede lid artikel 23, derde lid Een ambtenaar als bedoeld in, kan vorderen dat binnen een door hem te stellen termijn een nieuw geneeskundig onderzoek wordt uitgevoerd, indien hij redelijkerwijs vermoedt dat de houder daarvan niet meer voldoet aan de eisen, bedoeld in. 2 Indien een geneeskundige verklaring wordt afgegeven overeenkomstig het eerste lid, komen de kosten van afgifte ten laste van het Rijk. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Voor het voeren van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen categorieën van schepen is aan de gezagvoerder een geldig vaarbewijs en eventueel een specifieke vergunning afgegeven. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de verschillende soorten vaarbewijzen en specifieke vergunningen en de geldigheidsduur daarvan vastgesteld. 3 Dit artikel is niet van toepassing op de gezagvoerder aan wie een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gelijkwaardig document is afgegeven. 4 Het is verboden een schip te gebruiken zonder dat aan de gezagvoerder het daarvoor vereiste geldige vaarbewijs of de eventueel vereiste specifieke vergunning is afgegeven. 5 Het voeren of als gezagvoerder doen voeren van een schip is verboden aan degene: a. die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld specifieke vergunning of vaarbewijs voor een gedeelte of het geheel van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard, gedurende dat gedeelte of het geheel van de geldigheidsduur, b. artikel 35b van de Scheepvaartverkeerswet aan wie ingevolgede bevoegdheid tot het voeren van schepen is ontzegd, gedurende de termijn van ontzegging, of c. artikel 31 artikelen 35a 35c van de Scheepvaartverkeerswet van wie de specifieke vergunning, het vaarbewijs of het bewijs van vrijstelling of ontheffing, bedoeld in, met toepassing van deofis ingenomen en niet is teruggegeven. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Onze Minister verstrekt een specifieke vergunning of een vaarbewijs na overlegging van verklaringen waaruit blijkt, dat de aanvrager voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorschriften om het binnenschip veilig te voeren. 2 De in het eerste lid bedoelde voorschriften hebben betrekking op: a. de lichamelijke en geestelijke geschiktheid; en b. de kennis en de bekwaamheid om het binnenschip te voeren. 3 De in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen betrekking hebben op de vaartijd. 4 De in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen verschillend zijn naar gelang het soort specifieke vergunning of vaarbewijs. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 26a — Artikel 26a#
Artikel 26a 1 Aan personen die een functie aan boord uitoefenen als onderdeel van de dekbemanning wordt een kwalificatiecertificaat voor de betreffende functie afgegeven. 2 Bij ministeriële regeling worden de verschillende soorten kwalificatiecertificaten voor de dekbemanning niet zijnde gezagvoerder vastgesteld. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt de geldigheidsduur van het kwalificatiecertificaat vastgesteld. 4 Onze Minister verstrekt een kwalificatiecertificaat na overlegging van verklaringen waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorschriften voor het uitoefenen van de desbetreffende functie van het lid van de dekbemanning. 5 De voorschriften hebben betrekking op: a. de lichamelijke en geestelijke geschiktheid; en b. de kennis en de bekwaamheid om de desbetreffende functie als lid van de dekbemanning als bedoeld in het eerste lid uit te voeren. 6 De voorschriften kunnen verschillend zijn naar gelang het soort kwalificatiecertificaat. 7 Richtlijn 2008/106/EG Certificaten die worden gehouden door personen die betrokken zijn bij het bedienen van een vaartuig maar geen schipper zijn en die overeenkomstigafgegeven of erkend zijn, zijn geldig op zeeschepen die gebruikmaken van binnenwateren. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 31 Een vaarbewijs, een kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of bewijs van vrijstelling of ontheffing, bedoeld in, wordt niet afgegeven aan degene: a. artikel 26a die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, behalve in de gevallen waarbij bij in de voorschriften gesteld op grond vaneen lagere leeftijd wordt bepaald waarop een kwalificatiecertificaat voor een bemanningslid dat geen schipper is kan worden behaald; b. van wie het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning, vaarbewijs, het bewijs van vrijstelling of het bewijs van ontheffing ongeldig is verklaard, gedurende de termijn van ongeldigheid; c. artikel 35b van de Scheepvaartverkeerswet aan wie ingevolgede bevoegdheid tot het voeren van schepen is ontzegd, gedurende de termijn van ontzegging; of d. artikelen 35a 35c van de Scheepvaartverkeerswet van wie het bewijs met toepassing van deofis ingenomen en niet is teruggegeven. 2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt onder kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of vaarbewijs mede verstaan een vaarbewijs of de specifieke vergunning, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woont. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 26, tweede lid, onderdeel a artikel 26a, vijfde lid, onderdeel a Onze Minister wijst de deskundigen aan die belast zijn met het onderzoek naar de lichamelijke en geestelijke geschiktheid, bedoeld in, en. De deskundige geeft een verklaring af, indien het onderzoek met gunstig gevolg heeft plaatsgevonden. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde verklaring daartoe aanleiding geeft, kunnen aan het kwalificatiecertificaat of het vaarbewijs voorschriften of beperkingen worden verbonden, die op het vaarbewijs of kwalificatiecertificaat worden opgenomen. 3 Indien de afgifte van een in het eerste lid bedoelde verklaring wordt geweigerd of indien blijkt uit die verklaring dat het gaat om een beperkte geschiktheid, dan wordt de aanvrager op diens aanvraag door een andere door Onze Minister aangewezen deskundige nogmaals onderzocht. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. 4 De deskundige gaat eerst tot een onderzoek over nadat de aanvrager zich heeft gelegitimeerd. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen het onderzoek achterwege blijft en op welke wijze en voor welk soort vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning de aanvrager zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid opnieuw aantoont. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het onderzoek of de verklaring van lichamelijke en geestelijke geschiktheid. 7 Het is de gezagvoerder of de werkgever verboden te handelen in strijd met de voorschriften die ingevolge het tweede lid zijn verbonden aan een vaarbewijs, een kwalificatiecertificaat of een specifieke vergunning. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 26, tweede lid, onderdeel b artikel 26a, vijfde lid, onderdeel b Onze Minister wijst de instellingen of personen aan die belast zijn met het onderzoek naar de kennis en bekwaamheid als bedoeld in, en. Op de aangewezen instellingen of personen is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing. Zij verstrekken een verklaring, indien het onderzoek met gunstig gevolg heeft plaatsgevonden. 2 Het onderzoek kan geheel of gedeeltelijk achterwege blijven, indien de aanvrager in het bezit is van: a. een geldig vaarbewijs, een geldig kwalificatiecertificaat of een geldige specifieke vergunning; b. een vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur; c. artikel 32, eerste lid een door Onze Minister ingevolge, erkend gelijkwaardig document of bewijs van kennis en bekwaamheid voor de binnenvaart. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot: a. het onderzoek naar de kennis en bekwaamheid, bedoeld in het eerste lid; b. de aanwijzing van instellingen of personen, bedoeld in het eerste lid. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Onze Minister kan voor een gedeelte of het geheel van de geldigheidsduur een vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning ongeldig verklaren of aan een vaarbewijs of kwalificatiecertificaat voorschriften of beperkingen verbinden, indien: a. het vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of de specifieke vergunning is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven, indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest; b. het vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of de specifieke vergunning kennelijk abusievelijk aan de houder is afgegeven; c. de houder hierom schriftelijk verzoekt; d. artikel 23, tweede lid de houder blijkens een nader onderzoek, onder andere zoals bedoeld in, niet beschikt over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid die is vereist op basis van de voorschriften voor het verkrijgen van een vaarbewijs of kwalificatiecertificaat dan wel zich op eerste vordering van Onze Minister niet aan een dergelijk onderzoek onderwerpt; e. naar zijn oordeel de houder niet over de kennis of bekwaamheid beschikt die is vereist op basis van de voorschriften voor het verkrijgen van een vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning; of f. artikel 28, tweede lid de houder niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in. 2 Artikel 28, eerste lid en vierde lid Indien bij het nader onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, de ongeschiktheid niet blijkt, komen de kosten van het onderzoek, indien dat is uitgevoerd op vordering van Onze Minister, ten laste van het Rijk., is van overeenkomstige toepassing. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het ongeldig verklaren, het invorderen en het teruggeven van een vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning en met betrekking tot de schorsing van een kwalificatiecertificaat. 4 De voorschriften en beperkingen bedoeld in het eerste lid worden opgenomen op het vaarbewijs of kwalificatiecertificaat. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 25, eerste lid Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel de veilige vaart voldoende gewaarborgd is, met betrekking tot bepaalde categorieën van binnenschepen vrijstelling verlenen van de op een gezagvoerder rustende verplichting, bedoeld in. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. 2 artikel 25, eerste lid Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel de veilige vaart voldoende gewaarborgd is, aan een gezagvoerder ontheffing verlenen van de in, bedoelde verplichting. Aan een ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. 3 Onze Minister kan een krachtens het tweede lid verleende ontheffing intrekken, indien de gezagvoerder de aldaar bedoelde voorschriften niet naleeft. 4 Het is verboden te handelen in strijd met aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid verbonden voorschriften. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Richtlijn 2017/2397 artikel 29, eerste lid Onze Minister kan, voor zover erkenning niet geregeld wordt door debetreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart, een bewijs van kennis en bekwaamheid voor een of meer vormen van binnenvaart erkennen, indien naar zijn oordeel het bewijs voldoende waarborg biedt dat het vereiste competentieniveau behaald wordt en het veiligheidsniveau voldoende is. Alsdan treedt het bewijs van kennis en bekwaamheid gedeeltelijk in de plaats van het onderzoek of geheel in de plaats van de verklaring, bedoeld in. 2 Richtlijn 2017/2397 Bij ministeriële regeling kunnen, voor zover erkenning niet geregeld wordt door debetreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart, vaarbewijzen of bewijzen van kennis en bekwaamheid worden erkend die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit in het buitenland. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 28, eerste lid Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op andere geneeskundige verklaringen dan de verklaring, bedoeld in. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij ministeriële regeling regels gegeven ten aanzien van vaarbewijzen, kwalificatiecertificaten en specifieke vergunningen. 2 Het is verboden te handelen in strijd met de regels, bedoeld in het eerste lid. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden met betrekking tot: a. de binnenwateren waarop de kwalificatiecertificaten, de specifieke vergunningen en de vaarbewijzen geldig zijn, de houder van het kwalificatiecertificaat, de specifieke vergunning of het vaarbewijs of het binnenschip waarmee wordt gevaren; b. de vereisten voor de afgifte van de kwalificatiecertificaten, de specifieke vergunningen en de vaarbewijzen; c. de modellen voor de kwalificatiecertificaten, de specifieke vergunningen en de vaarbewijzen. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Aan autoriteiten die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet of die zijn belast met de handhaving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels, worden op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze gegevens verstrekt omtrent afgegeven, ongeldige of tijdelijk opgeschorte kwalificatiecertificaten, specifieke vergunningen of afgegeven en ongeldige vaarbewijzen die deze autoriteiten voor de uitoefening van hun taak behoeven. 2 Aan de met de afgifte van kwalificatiecertificaten, specifieke vergunningen en vaarbewijzen belaste autoriteiten buiten Nederland worden inlichtingen als in het eerste lid bedoeld verstrekt in de gevallen en op de wijze, zoals bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 35a — Artikel 35a#
Artikel 35a 1 Onze Minister houdt een register bij van: a. de afgifte, verlenging, schorsing of intrekking van kwalificatiecertificaten, specifieke vergunningen, vaarbewijzen, dienstboekjes en vaartijdenboeken; b. artikel 35b van de Scheepvaartverkeerswet ontzeggingen van de vaarbevoegdheid als bedoeld in; c. artikel 31 vaarbewijzen of bewijzen van vrijstelling of ontheffing als bedoeld in, die: 1°. artikelen 35a 35b 35c van de Scheepvaartverkeerswet zijn ingeleverd of ingevorderd ingevolge de,of, of 2°. ongeldig zijn verklaard. d. Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn de afgifte, verlenging, schorsing, intrekking, diefstal, vernietiging of het verlies van kwalificatiecertificaten, vaarbewijzen, dienstboekjes en vaartijdenboeken, afgegeven overeenkomstig het. 2 Het verwerken van gegevens als bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor de volgende doeleinden: a. artikel 25, vijfde lid een goede en adequate uitvoering van deze wet, voor zover het gaat om de ontzegging van de vaarbevoegdheid en de ongeldigverklaring van vaardocumenten, bedoeld in, en de in het eerste lid, onder a en d, benoemde handelingen; b. artikel 25, vijfde lid de handhaving van bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, voor zover het gaat om ontzegging van de vaarbevoegdheid en de ongeldigverklaring van vaardocumenten, bedoeld in. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inrichting en het beheer van het register. Deze regels betreffen in ieder geval: a. de gegevens die in het register worden opgenomen; b. de periode gedurende welke de gegevens worden bewaard; c. de verbetering, aanvulling of verwijdering van gegevens, al dan niet op verzoek van betrokkene; d. de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens kunnen worden verstrekt; e. de voorgenomen doorgiften van gegevens naar landen buiten de Europese Unie. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 35b — Artikel 35b#
Artikel 35b 1 Aan autoriteiten die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet of zijn belast met de handhaving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, worden op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze gegevens verstrekt omtrent ontzeggingen van de vaarbevoegdheid die deze autoriteiten voor de uitoefening van hun taak behoeven. 2 Aan de met de afgifte van kwalificatiecertificaten, specifieke vergunningen of vaarbewijzen belaste autoriteiten buiten Nederland worden inlichtingen als in het eerste lid bedoeld verstrekt in de gevallen en op de wijze, zoals bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 35c — Artikel 35c#
Artikel 35c 1 Onze Minister is op bij algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze bevoegd tot het invoeren, wijzigen dan wel verwijderen van gegevens die van belang zijn voor het bijhouden van het register. 2 Het openbaar ministerie bij de rechtbank waar een ontzegging van de vaarbevoegdheid wordt uitgesproken, doet binnen twee weken mededeling aan Onze Minister van die ontzegging, waarbij de termijn van ontzegging wordt vermeld. 2011 382 23-08-2011 06-07-2011 32539 2011 603 20-12-2011 18-11-2011 01-01-2012
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 785, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Onze Minister kent aan een binnenschip dat in Nederland op grond vante boek is gesteld en aan een binnenschip waarvoor een certificaat van onderzoek is afgegeven een scheepsnummer toe, waaronder mede wordt begrepen het aanmerken als scheepsnummer van een overeenkomstige aanduiding die bij of krachtens andere wet is toegekend. 2 De eigenaar van het binnenschip waaraan een scheepsnummer is toegekend is verplicht: a. dit nummer binnen twee weken na de toekenning en kennisgeving ervan op zijn binnenschip aan te brengen; b. van elke wijziging in de omstandigheden van het binnenschip die aanleiding kunnen geven tot wijziging van het scheepsnummer binnen twee weken aan Onze Minister kennis te geven. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het scheepsnummer. 4 Het is de eigenaar van het binnenschip verboden te handelen in strijd met het tweede lid of met de regels, bedoeld in het derde lid. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 hoofdstuk 3, paragraaf 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de registratie van gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de krachtens, gegeven regels en voorschriften. 2 Het is verboden te handelen in strijd met de regels, bedoeld in het eerste lid. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verstrekking van gegevens betreffende het vervoer in het belang van de statistiek. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming Persoonsgegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld inworden verwerkt ter uitvoering van: a. artikel 6 , mede betreffende de wettelijke onbekwaamheid, met het oogmerk te beoordelen of aan dit artikel toepassing kan worden gegeven dan wel of ontheffing onderscheidenlijk vrijstelling kan worden verleend; b. artikel 23 , met het oogmerk te beoordelen of een bemanningslid voldoet of niet meer voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde vereisten betreffende de lichamelijke geschiktheid; c. artikel 26, eerste lid artikel 26a, vijfde lid , en, met het oogmerk te beoordelen of de aanvrager voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen betreffende de lichamelijke en geestelijke geschiktheid; d. artikel 30, eerste lid, onderdeel d , met het oogmerk te beoordelen of sprake is van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van de houder van een kwalificatiecertificaat of vaarbewijs; e. artikel 35a artikel 31 artikel 25, vijfde lid , ter handhaving van rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de vaarbevoegdheid en ter voorkoming van de afgifte van kwalificatiecertificaten, vaarbewijzen of bewijzen van vrijstelling of ontheffingen, bedoeld in, aan personen als bedoeld in. 2 Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de in het eerste lid bedoelde persoonsgegevens. 3 richtlijn (EU) 2017/2397 Richtlijnen 91/672/EEG 96/50/EG Ter uitvoering van de Herziene Rijnvaartakte en de Europesevan het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van deenvan de Raad (PbEU 2017, L 345) kunnen persoonsgegevens worden verwerkt over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming van de bemanning van schepen die zich op de Rijn, inbegrepen de Lek en de Waal, bevinden. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde de lichamelijke geschiktheid van de bemanning vast te stellen. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wie verwerkingsverantwoordelijke is voor de verwerking van de in het derde lid bedoelde persoonsgegevens. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 39a — Artikel 39a#
Artikel 39a In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. verdrag: het op 9 september 1996 te Straatsburg tot stand gekomen verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (Trb. 1996, 293); b. afvalbeheerbijdrage: de in artikel 6, eerste lid, van het verdrag bedoelde verwijderingsbijdrage; c. artikel 66, eerste lid, onder a, van de Wet op de accijns artikel 70, eerste lid, onder b, van die wet betrekken van gasolie: het betrekken van gasolie in gevallen waarin de levering van die gasolie gepaard gaat met een uitslag of een invoer ter zake waarvanvan toepassing is, dan wel ter zake van de levering van die gasolievan toepassing is; d. leverancier: leverancier van de gasolie; e. nationaal instituut: Nederlandse nationaal instituut, bedoeld in artikel 9 van het verdrag. 1998 687 22-12-1998 26-11-1998 25851 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2010 823 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011
Artikel 39b — Artikel 39b#
Artikel 39b 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op binnenschepen waarvan de hoofd- of hulpmotoren, met uitzondering van ankerlieren, verbrandingsmotoren zijn. 2 artikel 39e In afwijking van het eerste lid is dit hoofdstuk, met uitzondering van, niet van toepassing met betrekking tot schepen die zijn toegelaten voor de zee- of kustvaart en overwegend daartoe bestemd zijn. 1998 687 22-12-1998 26-11-1998 25851 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2010 823 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011
Artikel 39c — Artikel 39c#
Artikel 39c 1 Ter zake van het betrekken van gasolie ten behoeve van een binnenschip wordt een afvalbeheerbijdrage geheven van de eigenaar van het binnenschip. 2 De afvalbeheerbijdrage is verschuldigd op het tijdstip van het betrekken, bedoeld in het eerste lid. 3 De betaling van de afvalbeheerbijdrage geschiedt namens de eigenaar van het binnenschip door de gezagvoerder en door tussenkomst van de leverancier, volgens de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde voorschriften voor de eigenaar van het binnenschip en de gezagvoerder ten aanzien van het betrekken en voor de leverancier ten aanzien van het leveren van gasolie. 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 01-01-2015
Artikel 39d — Artikel 39d#
Artikel 39d 1 De afvalbeheerbijdrage wordt berekend over het aantal liters gasolie dat ten behoeve van het binnenschip is betrokken. 2 Het in een kalenderjaar geldende tarief van de afvalbeheerbijdrage is het tarief dat krachtens artikel 14, derde lid, onder b, van het verdrag voor het desbetreffende kalenderjaar is vastgesteld bij besluit van de Conferentie der Verdragsluitende Partijen. 3 Het tarief van de afvalbeheerbijdrage wordt door Onze Minister telkens zo spoedig mogelijk na de in het tweede lid bedoelde vaststelling in de Staatscourant bekendgemaakt. 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 01-01-2015
Artikel 39e — Artikel 39e#
Artikel 39e Bij algemene maatregel van bestuur worden de administratieve verplichtingen van de eigenaar van het schip en de gezagvoerder, alsmede van de leverancier in verband met de afvalbeheerbijdrage geregeld. 1998 687 22-12-1998 26-11-1998 25851 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2010 823 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011
Artikel 39f — Artikel 39f#
Artikel 39f artikel 39c, derde lid artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht Bij constatering van het feit dat voor een binnenschip niet volledig is voldaan aan de ingevolge, geldende voorschriften, geeft Onze Minister met betrekking tot het bedrag aan afvalbeheerbijdrage dat door de eigenaar van het binnenschip is verschuldigd toepassing aan. 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 01-01-2015
Artikel 39g — Artikel 39g#
Artikel 39g 1 Onze Minister wijst in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, waarin vertegenwoordigers van de bedrijfstak van de binnenvaart zijn opgenomen, aan als nationaal instituut. 2 Het nationaal instituut is belast met: a. de organisatie van de inzameling en de verdere verwijdering van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen, alsmede de financiering daarvan, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het verdrag, met inbegrip van de inning van de afvalbeheerbijdrage, en b. de Nederlandse vertegenwoordiging in het Internationaal Verevenings- en Coördinatieorgaan, in overeenstemming met artikel 10, tweede lid, laatste volzin, van het verdrag. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels omtrent de taken van het nationaal instituut en de wijze van uitoefening daarvan vastgesteld. 4 Onze Minister draagt zorg voor de vervulling van de taken die ingevolge het verdrag aan nationale instituten kunnen worden opgedragen, voor zover die niet behoren tot de in het tweede lid bedoelde taken, alsmede voor de vervulling van de in het tweede lid bedoelde taken indien geen aanwijzing als bedoeld in het eerste lid van kracht is. 5 Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan worden ingetrokken indien de aangewezen instelling niet langer voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, dan wel handelt in strijd met de in het derde lid bedoelde regels. 1998 687 22-12-1998 26-11-1998 25851 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 39h — Artikel 39h#
Artikel 39h 1 artikel 39g Onze Minister verstrekt aan de ingevolgeaangewezen rechtspersoon subsidie: a. artikel 39g ten aanzien van de kosten van de personele en materiële voorzieningen die nodig zijn voor de uitvoering van de ingevolgeaan het nationaal instituut toegekende taken en b. ten aanzien van de internationale financiële verevening, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het verdrag. 2 Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht Deenzijn van toepassing op de subsidieverstrekking. 1998 687 22-12-1998 26-11-1998 25851 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2010 823 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011
Artikel 39i — Artikel 39i#
Artikel 39i Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de in dit hoofdstuk geregelde onderwerpen, voor zover dat nodig is voor een goede uitvoering van het verdrag, daaronder begrepen de uitvoering van een besluit van de Conferentie der Verdragsluitende Partijen. 1998 687 22-12-1998 26-11-1998 25851 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2010 823 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en de Herziene Rijnvaartakte zijn belast: a. artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering de bij of krachtensaangewezen ambtenaren; b. de door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. 2 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn voorts belast andere dan in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde door Onze Minister aangewezen ambtenaren. Indien Onze Minister ambtenaren van provincies, gemeenten of waterschappen aanwijst, doet hij dit in overeenstemming met de desbetreffende besturen. 3 Een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 4 Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot het toezicht op de naleving. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 40 Een ambtenaar als bedoeld inis bevoegd afgifte te vorderen van bij of krachtens deze wet vereiste documenten die ongeldig zijn verklaard of zijn ingetrokken. 2 artikel 40 artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht Een ambtenaar als bedoeld inbeschikt niet over de bevoegdheid, genoemd in. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 40 Een ambtenaar als bedoeld inis bevoegd afgifte van het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs te vorderen indien naar zijn oordeel het vermoeden bestaat van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het voeren van een binnenschip of de houder niet over de kennis of bekwaamheid beschikt die is vereist voor het voeren van een binnenschip. Hij legt het kwalificatiecertificaat of het vaarbewijs waarvan afgifte is gevorderd onverwijld en onder opgave van redenen aan Onze Minister over. 2 artikel 31, derde lid Onze Minister neemt, nadat hij van de vordering tot afgifte kennis heeft genomen, onverwijld een besluit over de geldigheid van het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs. Totdat een besluit als bedoeld in dit lid is genomen, geldt het besluit van de vordering tot afgifte als een besluit als bedoeld in. 3 Wanneer Onze Minister niet tot verlies van geldigheid besluit, geeft hij het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs aan de houder terug. 4 artikel 32, tweede lid Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of een vaarbewijs als bedoeld in. Onze Minister legt dit kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of vaarbewijs onverwijld en onder opgave van redenen over aan de desbetreffende bevoegde autoriteit in het buitenland met het verzoek over de geldigheid van het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs een besluit te nemen. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld welke documenten die bij of krachtens deze wet zijn vereist: a. aan boord van het schip aanwezig zijn; of b. op andere wijze kunnen worden getoond. 2 Het is degene op wie krachtens het eerste lid de verplichting berust documenten aan boord te hebben of op andere wijze te tonen, verboden te handelen in strijd met het eerste lid. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet en de Herziene Rijnvaartakte gestelde verplichtingen. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikel 40 Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet en de Herziene Rijnvaartakte strafbaar gestelde feiten zijn belast de bij of krachtensaangewezen ambtenaren, alsmede de inbedoelde ambtenaren. 2 artikelen 179 tot en met 182 184 van het Wetboek van Strafrecht De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in deen, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikelen 40 45 Op de eerste vordering van de ambtenaren, bedoeld in deen, geeft de houder behoorlijk ter inzage af de documenten die bij of krachtens deze wet zijn vereist. 2 Het is verboden te handelen in strijd met het eerste lid. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikelen 5:13 5:15 tot en met 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 45 Deenzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de ambtenaren, bedoeld in. 2 artikel 45 De ambtenaren, bedoeld in, zijn zonder toestemming van de bewoner bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden. 3 artikel 45 De ambtenaren, bedoeld in, zijn bevoegd afgifte te vorderen van bij of krachtens deze wet vereiste documenten die ongeldig zijn verklaard of zijn ingetrokken. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikelen 5, eerste lid 6, eerste lid en zesde lid 7, eerste lid 8, derde lid 10, tweede lid 11 12 13, vierde lid 21, eerste lid 22, negende lid 23, eerste lid 25, vierde lid en vijfde lid 28, zevende lid 31, vierde lid 33, tweede lid 36, vierde lid 37, tweede lid 39c, derde lid 39e 43, tweede lid 46, tweede lid Onze Minister kan aan degene die handelt in strijd met de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en, een bestuurlijke boete opleggen. 2 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht De bestuurlijke boete die ten hoogste kan worden opgelegd komt overeen met de boete van de vierde categorie, bedoeld in. 3 De op te leggen bestuurlijke boete kan met maximaal 50% worden verhoogd, indien binnen een periode van 48 maanden tweemaal voor een zelfde feit, elk afzonderlijk in een periode van maximaal 24 maanden voorafgaand aan dat feit, een boete is opgelegd en onherroepelijk is geworden. In afwijking van het tweede lid geldt deze verhoging ook voor de ten hoogste op te leggen boete. 4 Bij ministeriële regeling worden de boetebedragen voor de beboetbare feiten vastgesteld. 5 artikelen 25, vierde lid en vijfde lid 28, zevende lid 31, vierde lid 33, tweede lid Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd inzake overtredingen als bedoeld in de,,, en, voor zover het betreft bij ministeriële regeling aangewezen categorieën kwalificatiecertificaten, specifieke vergunningen en vaarbewijzen. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 48a — Artikel 48a#
Artikel 48a Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikelen 5, eerste lid 6, eerste lid en zesde lid 7, eerste lid 8, derde lid 10, tweede lid 11 12 13, vierde lid 21, eerste lid 22, negende lid 23, eerste lid 25, vierde lid en vijfde lid 28, zevende lid 31, vierde lid 33, tweede lid 36, vierde lid 37, tweede lid 43, tweede lid 46, tweede lid Wanneer door het handelen in strijd met de,,,,,,,,,,,,,,,,,, en, gevaar voor de openbare veiligheid ontstaat of kan ontstaan, worden deze gedragingen aangemerkt als strafbaar feit. 2 artikel 17, vijfde lid artikel 48, vijfde lid Handelen in strijd met, alsmede met de bepalingen, bedoeld in, voor zover het betreft bij ministeriële regeling aangewezen categorieën kwalificatiecertificaten, specifieke vergunningen en vaarbewijzen, is een strafbaar feit. 3 Strafbare feiten als bedoeld in het eerste en tweede lid zijn overtredingen. 2023 392 07-11-2023 07-06-2023 36308 392 07-11-2023 2025 125 14-05-2025 06-05-2025 01-06-2025
Artikel 49a — Artikel 49a#
Artikel 49a Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 49b — Artikel 49b#
Artikel 49b Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 49c — Artikel 49c#
Artikel 49c Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 49d — Artikel 49d#
Artikel 49d Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 49e — Artikel 49e#
Artikel 49e Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 49f — Artikel 49f#
Artikel 49f Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 49g — Artikel 49g#
Artikel 49g Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 49h — Artikel 49h#
Artikel 49h Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 49i — Artikel 49i#
Artikel 49i Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 49j — Artikel 49j#
Artikel 49j Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 49k — Artikel 49k#
Artikel 49k Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 49l — Artikel 49l#
Artikel 49l Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Indien een bestuurlijke boete wordt opgelegd kan Onze Minister de geldsom invorderen bij dwangbevel. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 558 22-12-2009 16-12-2009 01-01-2010 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 558 22-12-2009 16-12-2009 01-01-2010 De wijziging is in werking getreden op 1 juli 2009 (Stb. 2009/266).
Artikel 50a — Artikel 50a#
Artikel 50a Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 50b — Artikel 50b#
Artikel 50b Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 50c — Artikel 50c#
Artikel 50c Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 Degene die ingevolge deze wet een aanvraag doet in verband met: is voor de behandeling van die aanvraag een vergoeding van de kosten verschuldigd. a. het verlenen, wijzigen of intrekken van een ontheffing ingevolge deze wet; of b. het afgeven, wijzigen of intrekken van ingevolge deze wet vereiste documenten; 2 Bij ministeriële regeling: a. worden de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld; b. kan worden bepaald dat, voor zover anderen dan Onze Minister de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden verrichten, zij zelf daarvoor de vergoedingen alsmede de wijze van betaling van deze vergoedingen vaststellen met inachtneming van de bij ministeriële regeling gegeven regels; c. wordt bepaald aan wie de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd zijn. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikelen 7, eerste lid 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden artikel 53 Onverminderd de, enkan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President,in werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepaling. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan wordt bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepaling die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, wordt de bepaling die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 52, eerste lid Bij toepassing van, gelden de bepalingen van en krachtens deze wet ten aanzien van een schip en de gezagvoerder slechts, voor zover zulks bij algemene maatregel van bestuur is bepaald.
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 54a — Artikel 54a#
Artikel 54a Vervallen 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Deze wet wordt aangehaald als: Binnenvaartwet. 2007 498 18-12-2007 13-09-2007 30523 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009