Wet van 19 maart 2009, houdende tijdelijke regels voor experimenten met een gebiedsgerichte bestemmingsheffing ten behoeve van aanvullende activiteiten van samenwerkende ondernemers mede in het publiek belang (Experimentenwet BI-zones)
- BWB-id
- BWBR0025644
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2014-01-25 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025644
- ELI
- /eli/nl/wet/2009/experimentenwet-bi-zones
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2009/experimentenwet-bi-zones/2014-01-25
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025644&g=2014-01-25
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025644&z=2026-06-06&g=2014-01-25
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025644/2014-01-25
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2009/experimentenwet-bi-zones
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De gemeenteraad kan onder de naam BIZ-bijdrage een heffing instellen ter zake van binnen een bepaald gebied in de gemeente (BI-zone) gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2 De BIZ-bijdrage is een belasting die strekt ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone. 3 De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken. 4 De verordening kan bepalen dat indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet in gebruik is, de desbetreffende BIZ-bijdrage wordt geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. 5 artikelen 220a 220b, eerste lid 220d 220e 220h van de Gemeentewet De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2009 165 09-04-2009 19-03-2009 31430 2009 166 09-04-2009 24-03-2009 01-05-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken De heffingsmaatstaf van de BIZ-bijdrage is de op de voet vanvoor de onroerende zaak vastgestelde waarde. 2 De onroerende zaken ter zake waarvan de heffing wordt geheven kunnen in waardeklassen worden ingedeeld. 3 artikel 1, vierde lid Het tarief van de BIZ-bijdrage kan voor verschillende categorieën niet-woningen verschillend worden vastgesteld waarbij onder meer de vestigingslocatie, de bestemming van de onroerende zaak en de branche of sector van de bijdrageplichtige gebruiker in relatie tot het belang bij de activiteiten in aanmerking genomen kunnen worden. Indien de verordening toepassing geeft aan, en tevens branche of sector van de bijdrageplichtige gebruiker in aanmerking neemt voor de bepaling van het tarief, wordt het niet in gebruik zijn van de zaak door de verordening gelijkgesteld aan bepaald gebruik. 4 In afwijking van het eerste, tweede en derde lid kan het tarief worden bepaald op een voor iedere bijdrageplichtige gelijk bedrag. 5 artikelen 230 tot en met 233a 236 tot en met 257 van de Gemeentewet Deenzijn van overeenkomstige toepassing op de heffing en invordering van de BIZ-bijdrage. 2009 165 09-04-2009 19-03-2009 31430 2009 166 09-04-2009 24-03-2009 01-05-2009
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van ten hoogste vijf jaren. 2 artikelen 4 5 Met overeenkomstige toepassing van deenkan de periode telkens met ten hoogste vijf jaren worden verlengd. 2009 165 09-04-2009 19-03-2009 31430 2009 166 09-04-2009 24-03-2009 01-05-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De verordening waarbij de BIZ-bijdrage wordt ingesteld treedt niet in werking dan nadat gebleken is van voldoende steun onder de bijdrageplichtigen. 2 artikel 1, derde of vierde lid Het college van burgemeester en wethouders stelt iedere bij de gemeente bekende bijdrageplichtige na vaststelling van de verordening in de gelegenheid zich schriftelijk voor of tegen inwerkingtreding uit te spreken. In afwijking van het peilmoment, bedoeld in, wordt degene die blijkens de bij de gemeente op dat moment bekende gegevens een onroerende zaak in de beoogde BI-zone gebruikt onderscheidenlijk het genot daarvan heeft aangemerkt als bijdrageplichtige. 3 Bij de toepassing van het tweede lid zorgt het college van burgemeester en wethouders dat alle bijdrageplichtigen zijn geïnformeerd over de strekking van de verordening. 4 Het college zorgt er voor dat de vertrouwelijkheid van de strekking van de schriftelijke verklaring van de bijdrageplichtige gewaarborgd is. 2009 165 09-04-2009 19-03-2009 31430 2009 166 09-04-2009 24-03-2009 01-05-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 Van voldoende steun is sprake indien na toepassing vanblijkt dat: a. ten minste de helft van de bijdrageplichtigen zich voor of tegen inwerkingtreding heeft uitgesproken, b. ten minste tweederde deel daarvan zich vóór inwerkingtreding heeft uitgesproken, en c. artikel 2, eerste lid de som van de WOZ waarden, bedoeld in, van onroerende zaken in gebruik bij bijdrageplichtigen die zich hebben uitgesproken vóór inwerkingtreding hoger is dan de som van de WOZ waarden in gebruik bij bijdrageplichtigen die zich hebben uitgesproken tegen inwerkingtreding. 2 artikel 2, vierde lid In afwijking van het eerste lid blijkt reeds van voldoende steun indien voldaan wordt aan de criteria, bedoeld in dat lid, onder a en b, indien de verordening voorziet in heffing van een voor iedere bijdrageplichtige gelijk bedrag als bedoeld in. 2009 165 09-04-2009 19-03-2009 31430 2009 166 09-04-2009 24-03-2009 01-05-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De gemeenteraad trekt de verordening zo spoedig mogelijk in als blijkt van voldoende steun voor intrekking onder de bijdrageplichtigen. 2 Op verzoek van ten minste een vijfde van de bijdrageplichtigen stelt het college van burgemeester en wethouders iedere bij de gemeente bekende bijdrageplichtige in de gelegenheid zich schriftelijk voor of tegen intrekking van de verordening uit te spreken. 3 Het verzoek kan niet worden gedaan: a. binnen een jaar na inwerkingtreding van de verordening, of b. binnen een jaar na toepassing van het tweede lid. 4 Artikel 4, tweede lid, tweede volzin, vierde lid artikel 5 artikel 5, eerste lid, onder b , enzijn van toepassing met dien verstande dat de bijdrageplichtigen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te spreken voor of tegen intrekking en met dien verstande dat in afwijking van, reeds sprake is van voldoende steun voor intrekking indien ten minste de helft zich voor intrekking heeft uitgesproken. 2009 165 09-04-2009 19-03-2009 31430 2009 166 09-04-2009 24-03-2009 01-05-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De opbrengst van de belasting wordt als subsidie verstrekt aan de bij de verordening aangewezen vereniging of stichting. De perceptiekosten kunnen hierop in mindering worden gebracht. 2 De verordening wijst uitsluitend als vereniging of stichting aan: a. een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: 1°. waarvan alle beoogde bijdrageplichtigen lid zijn of dit desgewenst met onmiddellijke ingang kunnen worden, 2°. waarvan de contributie op jaarbasis niet hoger is dan € 50,–, en 3°. artikel 1, tweede lid die als statutaire doelstelling uitsluitend heeft het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in, of b. een stichting: 1°. waarvan ten minste tweederde van de leden van het bestuur bestaat uit beoogde bijdrageplichtigen, en 2°. artikel 1, tweede lid die als statutaire doelstelling uitsluitend heeft het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in. 3 artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht In aanvulling op het tweede lid wijst de verordening uitsluitend een vereniging of stichting aan waarmee de gemeente ter uitvoering van de verordening een overeenkomst als bedoeld inheeft gesloten, waarin is bepaald dat de subsidie-ontvanger verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie wordt verstrekt. 4 De raad stelt bij verordening de nodige regels, met inbegrip van de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de subsidie wordt verstrekt. 2009 165 09-04-2009 19-03-2009 31430 2009 166 09-04-2009 24-03-2009 01-05-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De aangewezen vereniging of stichting zorgt er voor dat: a. jaarlijks door de algemene ledenvergadering van de vereniging of door het bestuur van de stichting een begroting wordt vastgesteld voor de uitvoering van de activiteiten in het daaropvolgende jaar, b. na het eerste jaar jaarlijks aan de algemene ledenvergadering of in het bestuur van de stichting rekening en verantwoording wordt afgelegd over de uitgaven voor de uitvoering van de activiteiten in het voorafgaande jaar. 2 De aangewezen vereniging of stichting zorgt er voor dat alle bijdrageplichtigen kosteloos kennis kunnen nemen van de begroting, de rekening en de verantwoording. 2009 165 09-04-2009 19-03-2009 31430 2009 166 09-04-2009 24-03-2009 01-05-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 3, tweede lid Onverminderd de mogelijkheid van verlenging krachtens, kan de verordening waarbij een BI-zone voor de eerste maal wordt ingesteld niet worden vastgesteld na afloop van de periode die eindigt met ingang van de eerste dag van de vierentwintigste maand volgend op de datum van inwerkingtreding van deze wet. 2 De periode, bedoeld in het eerste lid, kan bij koninklijk besluit éénmaal met ten hoogste 24 maanden worden verlengd. 2009 165 09-04-2009 19-03-2009 31430 2009 166 09-04-2009 24-03-2009 01-05-2009 Door Stb. 2011/22 is de datum, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op 1 januari 2012.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De gemeente zendt een afschrift van de uitvoeringsovereenkomst en van de verordening aan Onze Minister van Economische Zaken. 2 Onze Minister van Economische Zaken zendt voor 1 januari 2013 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk, alsmede een standpunt inzake de voortzetting, anders dan als experiment. 3 De gemeenten waar een verordening tot instelling van een BGV-bijdrage is vastgesteld en de aangewezen verenigingen en stichtingen verlenen Onze Minister van Economische Zaken op diens verzoek medewerking aan de totstandkoming van het verslag. 2014 14 17-01-2014 18-12-2013 33773 2014 31 24-01-2014 20-01-2014 25-01-2014
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Deze wet vervalt met ingang van 1 juli 2015. 2 artikel 3 Onverminderden het eerste lid en met inachtneming van de bepalingen van deze wet kunnen gemeenten na 1 juli 2015 een bepaalde BIZ-bijdrage blijven heffen tot 1 januari 2018 of tot een later, bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, indien: a. vóór 1 juli 2015 een wetsvoorstel is ingediend voor voortzetting anders dan als experiment van een regeling voor BIZ-bijdragen, en b. een zelfde BIZ-bijdrage in dezelfde BI-zone ook geheven werd tussen 1 juli 2014 en 1 juli 2015. 3 Het tweede lid vervalt op het moment dat het wetsvoorstel, bedoeld in het tweede lid, is verworpen dan wel op het moment dat het wetsvoorstel tot wet is verheven en in werking treedt. 2009 165 09-04-2009 19-03-2009 31430 2009 166 09-04-2009 24-03-2009 01-05-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2009 165 09-04-2009 19-03-2009 31430 2009 166 09-04-2009 24-03-2009 01-05-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze wet wordt aangehaald als: Experimentenwet BI-zones. 2009 165 09-04-2009 19-03-2009 31430 2009 166 09-04-2009 24-03-2009 01-05-2009