Wet van 9 november 2009 tot intrekking van enige wetten betreffende het waterbeheer, aanpassing van een aantal andere wetten, regeling van het overgangsrecht en aanvulling van de Waterwet, met het oog op de invoering van die wet (Invoeringswet Waterwet)
- BWB-id
- BWBR0026710
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2014-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026710
- ELI
- /eli/nl/wet/2009/invoeringswet-waterwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2009/invoeringswet-waterwet/2014-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026710&g=2014-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026710&z=2026-06-06&g=2014-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026710/2014-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2009/invoeringswet-waterwet
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 Wijzigt de Algemene douanewet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.3 — Artikel 1.3#
Artikel 1.3 Wijzigt de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 25-11-2009
Artikel 1.4 — Artikel 1.4#
Artikel 1.4 Wijzigt de Natuurbeschermingswet 1998. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.4a — Artikel 1.4a#
Artikel 1.4a Wijzigt de Ontgrondingenwet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.5 — Artikel 1.5#
Artikel 1.5 Wijzigt de Planwet verkeer en vervoer. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.6 — Artikel 1.6#
Artikel 1.6 Wijzigt de Provinciewet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.7 — Artikel 1.7#
Artikel 1.7 Wijzigt de Spoedwet wegverbreding. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.8 — Artikel 1.8#
Artikel 1.8 Wijzigt de Waterschapswet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009 Onderdelen A, C en D.
Artikel 1.9 — Artikel 1.9#
Artikel 1.9 Wijzigt de Waterstaatswet 1900. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.10 — Artikel 1.10#
Artikel 1.10 Wijzigt de Waterwet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 02-12-2009
Artikel 1.11 — Artikel 1.11#
Artikel 1.11 Wijzigt de Wet beheer rijkswaterstaatswerken. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.12 — Artikel 1.12#
Artikel 1.12 Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.13 — Artikel 1.13#
Artikel 1.13 Wijzigt de Wet bodembescherming. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.14 — Artikel 1.14#
Artikel 1.14 Wijzigt de Wet op de economische delicten. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.15 — Artikel 1.15#
Artikel 1.15 Wijzigt de Goedkeurings- en uitvoeringswet Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 02-12-2009
Artikel 1.16 — Artikel 1.16#
Artikel 1.16 Wijzigt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.17 — Artikel 1.17#
Artikel 1.17 Wijzigt de Wet inzake de luchtverontreiniging. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.18 — Artikel 1.18#
Artikel 1.18 Wijzigt de Wet milieubeheer. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.19 — Artikel 1.19#
Artikel 1.19 Wijzigt de Wet rampen en zware ongevallen. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 1.20 — Artikel 1.20#
Artikel 1.20 Wijzigt de Wet voorkoming verontreiniging door schepen. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 1 artikelen 2a 2b 3 tot en met 11 van de Wet op de waterhuishouding De,envervallen. 2 Ingetrokken worden: a. Grondwaterwet de, b. wet van 14 juli 1904 (Stb. 147), houdende bepalingen omtrent het ondernemen van droogmakerijen en indijkingen de; c. Wet verontreiniging oppervlaktewateren de; d. Wet verontreiniging zeewater de; e. Wet op de waterhuishouding deen f. Wet op de waterkering de. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 artikel 1.2, derde lid, van de Waterwet artikel 2a van de Wet op de waterhuishouding Het horen van gedeputeerde staten van de betrokken provincies en de beheerders alsmede de bevoegde autoriteiten van de andere staten in het stroomgebieddistrict, bedoeld in, blijft achterwege voor zover de in de maatregel vast te stellen grenzen gelijk zijn aan de grenzen die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel van kracht zijn ingevolge. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.3 — Artikel 2.3#
Artikel 2.3 [Vervallen] 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.4 — Artikel 2.4#
Artikel 2.4 artikel 5 van de Wet op de waterkering artikel 2.6 van de Waterwet De leidraden die zijn tot stand gebracht ingevolgeworden gelijkgesteld met de leidraden, bedoeld in. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.5 — Artikel 2.5#
Artikel 2.5 artikel 10, derde lid, van de Wet op de waterkering artikel 2.7, tweede lid, van de Waterwet De door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat ingevolgekosteloos verkrijgbaar gestelde kaart wordt voor de periode die loopt tot en met 31 december van het kalenderjaar, volgend op het kalenderjaar waarinin werking treedt, gelijkgesteld met de peilkaart, bedoeld in laatstgenoemd artikel. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.6 — Artikel 2.6#
Artikel 2.6 1 artikel 2.12, derde lid, van de Waterwet De eerste rapportage van gedeputeerde staten, bedoeld in, wordt uitgebracht voor 16 januari 2011, met uitzondering van de rapportage over de verslagen van beheerders ingevolge artikel 2.12, tweede lid, van die wet, welke wordt uitgebracht voor 16 januari 2017. 2 artikel 2.12, derde lid, van de Waterwet De eerste rapportage van de minister, bedoeld in, wordt uitgebracht voor 16 januari 2012. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.7 — Artikel 2.7#
Artikel 2.7 artikel 2.13 van de Waterwet De eerste toezending van een verslag als bedoeld invindt plaats voor 16 januari 2018. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.8 — Artikel 2.8#
Artikel 2.8 1 artikel 3.2 van de Waterwet De aanwijzingen van beheerders ingevolgekunnen, voor zover die betrekking hebben op de vaarweg- of havenfunctie van onderdelen van watersystemen, uiterlijk zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel worden vastgesteld. 2 artikel 3.2 van de Waterwet Tot het tijdstip van van kracht worden van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid blijft de zorg voor de vaarweg- of havenfunctie berusten bij het overheidslichaam dat onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding vandie zorg behartigde met betrekking tot de desbetreffende vaarweg of haven. 2014 21 21-01-2014 18-12-2013 33503 2014 155 17-04-2014 04-04-2014 01-07-2014 22-12-2009
Artikel 2.9 — Artikel 2.9#
Artikel 2.9 artikel 15, tweede lid, van de Wet op de waterkering artikel 3.3, tweede lid, van de Waterwet De ingevolgevastgestelde alarmeringspeilen worden voor de periode die loopt tot en met 31 december van het kalenderjaar, volgend op het kalenderjaar waarinin werking treedt, gelijkgesteld met de alarmeringspeilen, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, van de Waterwet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.10 — Artikel 2.10#
Artikel 2.10 1 artikel 3.4 van de Waterwet artikel 15a, derde of vierde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Besluiten die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan kracht zijn ingevolgeworden gelijkgesteld met besluiten ingevolge artikel 3.4, tweede onderscheidenlijk derde lid, van de Waterwet. 2 artikel 15a, derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren artikel 3.4 van de Waterwet Voorstellen als bedoeld indie voor het tijdstip van inwerkingtreding vandoor het betrokken bestuur zijn ontvangen, worden gelijkgesteld met voorstellen ingevolge artikel 3.4, derde lid, van de Waterwet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.11 — Artikel 2.11#
Artikel 2.11 artikel 6, tweede lid, van de Wet op de waterkering artikel 3.9 van de Waterwet Besluiten als bedoeld indie onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan kracht zijn, worden gelijkgesteld met besluiten als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, van de Waterwet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.12 — Artikel 2.12#
Artikel 2.12 1 Wet op de waterhuishouding hoofdstuk 4 van de Waterwet Een nota waterhuishouding, provinciaal plan voor de waterhuishouding of beheerplan voor de rijkswateren dan wel voor andere wateren dan rijkswateren, die of dat is vastgesteld overeenkomstig deen betrekking heeft op de planperiode die aanvangt op 22 december 2009, wordt gelijkgesteld met het nationaal waterplan, onderscheidenlijk het regionaal waterplan van de betrokken provincie of het beheerplan van de betrokken beheerder, een en ander als bedoeld in. 2 Waterwet afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Wet op de waterhuishouding Indien onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van demet toepassing vaneen nota of plan als bedoeld in het eerste lid in voorbereiding is, blijft devan toepassing op de verdere voorbereiding, vaststelling en goedkeuring daarvan. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de aldus tot stand gebrachte nota en het aldus tot stand gebrachte plan. 2012 231 05-06-2012 21-05-2012 32403 2012 231 05-06-2012 21-05-2012 32403 06-06-2012
Artikel 2.13 — Artikel 2.13#
Artikel 2.13 artikel 4.8 van de Waterwet De eerste herziening van de plannen, bedoeld in, wordt voltooid voor 22 december 2015. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.14 — Artikel 2.14#
Artikel 2.14 1 artikel 5.1 van de Waterwet De leggers, bedoeld in, worden, voor zover die geen betrekking hebben op waterkeringen, uiterlijk drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel vastgesteld. 2 artikel 5.1, eerste lid, van de Waterwet Bij of krachtens provinciale verordening of algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald datgedurende een daarbij vast te stellen termijn niet van toepassing is op daarbij aan te wijzen waterkeringen of onderdelen daarvan die in beheer zijn bij een waterschap onderscheidenlijk het Rijk. 3 artikel 13 van de Wet op de waterkering artikel 5.1 van de Waterwet Een legger, overzichtskaart of beheersregister met betrekking tot een primaire waterkering, vastgesteld overeenkomstig, wordt gelijkgesteld met een legger, overzichtskaart of beheersregister als bedoeld in. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.15 — Artikel 2.15#
Artikel 2.15 artikel 5.2 van de Waterwet artikel 16 van de Wet op de waterhuishouding Peilbesluiten die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding vanovereenkomstigvan kracht waren worden gelijkgesteld met peilbesluiten als bedoeld in eerstgenoemd artikel. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.16 — Artikel 2.16#
Artikel 2.16 1 Artikel 5.4 van de Waterwet is niet van toepassing op de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel: a. artikel 148 van de Waterschapswet door de beheerder een beslissing is genomen als bedoeld indie – voor zover vereist – is goedgekeurd door gedeputeerde staten, of b. artikel 12, eerste of tweede lid, van de Waterstaatswet 1900 een koninklijk besluit als bedoeld inis vastgesteld. 2 artikel 5.4 van de Waterwet Indien onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van Waterschapswet Waterstaatswet 1900 blijft devan toepassing op die goedkeuring, onderscheidenlijk deop verdere voorbereiding, vaststelling en mededeling van dat besluit. a. artikel 148 van de Waterschapswet nog goedkeuring door gedeputeerde staten benodigd is voor een beslissing als bedoeld in, dan wel b. artikel 12, eerste of tweede lid, van de Waterstaatswet 1900 met betrekking tot een beoogd koninklijk besluit als bedoeld ineen kennisgeving als bedoeld in het derde lid van dat artikel is gedaan, 3 Het eerste lid, aanhef en onderdeel a of b, is van overeenkomstige toepassing op een overeenkomstig het tweede lid goedgekeurde beslissing onderscheidenlijk tot stand gebracht koninklijk besluit. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.16a — Artikel 2.16a#
Artikel 2.16a 1 artikel 7, eerste lid, van de Wet op de waterkering artikel 5.4 van de Waterwet Een plan als bedoeld in, dat is vastgesteld vóór het tijdstip van inwerkingtreding van, wordt gelijkgesteld met een projectplan als bedoeld in laatstgenoemd artikel. 2 Artikel 5.4 van de Waterwet afdeling 3.5 artikel 3.33, eerste lid artikel 3.35, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening is niet van toepassing op de aanleg, versterking of verlegging van een primaire waterkering ten aanzien waarvan voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel toepassing is gegeven aandan wel, of. 3 artikel 5.4 van de Waterwet artikel XII van de Wet van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet op de waterkering en intrekking van de Deltawet grote rivieren, de Deltawet, de Deltaschadewet, de Wet schade oesterkwekers, de Vergunningwet Westerschelde, de Zuiderzeewet en de Zuiderzeesteunwet Het eerste lid enzijn niet van toepassing met betrekking tot plannen als bedoeld in(Stb. 275), die zijn goedgekeurd door gedeputeerde staten vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 5.4 van de Waterwet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.17 — Artikel 2.17#
Artikel 2.17 1 artikel 1.13 artikelen 76m tot en met 76o van de Wet bodembescherming artikel 29, eerste lid, van de Wet bodembescherming artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming artikel 39c, tweede lid, van de Wet bodembescherming Het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van, met uitzondering van de, blijft van toepassing ten aanzien van saneringen van gevallen van verontreiniging in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam waarvoor vóór dat tijdstip een beschikking als bedoeld inis gegeven waarbij ingevolgeis vastgesteld dat spoedige sanering noodzakelijk is. De eerste volzin is van toepassing tot het moment dat het bevoegde gezag overeenkomstigheeft ingestemd met het verslag van de sanering. 2 artikel 30, tweede tot en met vierde lid artikel 35, eerste lid, van de Wet bodembescherming artikel 5.15, tweede lid, van de Waterwet artikel 1.13 Bevelen als bedoeld in, in samenhang met, gegeven vóór het tijdstip van inwerkingtreding van, worden vanaf dat tijdstip aangemerkt als bevelen als bedoeld in artikel 30, tweede tot en met vierde lid, van de Wet bodembescherming in samenhang met. 3 artikel 43, eerste, derde of vierde lid artikel 63a, eerste lid, van de Wet bodembescherming artikel 5.16, eerste, tweede of derde lid, van de Waterwet artikel 1.13 Bevelen als bedoeld in, in samenhang mettot het verrichten van nader onderzoek of het treffen van tijdelijke beveiligingsmaatregelen, gegeven vóór het tijdstip van inwerkingtreding van, worden vanaf dat tijdstip aangemerkt als bevelen als bedoeld intot het verrichten van onderzoek of het treffen van tijdelijke beveiligingsmaatregelen. 4 artikel 43, eerste, derde of vierde lid, van de Wet bodembescherming artikel 5.16, eerste, tweede of derde lid, van de Waterwet artikel 1.1 van die wet artikel 1.13 Bevelen als bedoeld intot het verrichten van nader onderzoek of het treffen van tijdelijke beveiligingsmaatregelen, dat betrekking heeft op de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, gegeven door gedeputeerde staten vóór het tijdstip van inwerkingtreding van, worden vanaf dat tijdstip aangemerkt als bevelen als bedoeld intot het verrichten van onderzoek of het treffen van tijdelijke beveiligingsmaatregelen, gegeven door de beheerder, bedoeld in. 5 Artikel 74 van de Wet bodembescherming artikel 30, derde of vierde lid artikel 49 artikel 1.13 blijft van toepassing ten aanzien van bevelen als bedoeld in, ofjuncto artikel 30, derde of vierde lid, van die wet, met betrekking tot de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, gegeven door gedeputeerde staten vóór het tijdstip van inwerkingtreding van. 6 Artikel 75 van de Wet bodembescherming artikel 1.13 blijft van toepassing ten aanzien van het verhalen van de kosten van onderzoeksgevallen en van saneringsonderzoek en sanering van gevallen van ernstige verontreiniging van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, voor zover die kosten zijn gemaakt dan wel tot het doen van onderzoek of het uitvoeren van een sanering opdracht is verstrekt vóór het tijdstip van inwerkingtreding van. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.18 — Artikel 2.18#
Artikel 2.18 1 artikelen 5.21 5.22 van de Waterwet artikel 31 32 van de Grondwaterwet Een gedoogplicht die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deenvoor een rechthebbende ten aanzien van gronden of wateren van kracht is ingevolgeofwordt gelijkgesteld met een gedoogplicht als bedoeld in artikel 5.21, onderscheidenlijk 5.22 van de Waterwet. 2 artikel 5.24 van de Waterwet artikel 12 12a van de Waterstaatswet 1900 Een gedoogplicht die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvoor een rechthebbende ten aanzien van gronden of wateren van kracht is ingevolge een besluit als bedoeld inofwordt gelijkgesteld met een gedoogplicht als bedoeld in artikel 5.24 van de Waterwet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.19 — Artikel 2.19#
Artikel 2.19 artikel 69 van de Waterstaatswet 1900 Een onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 5.29 van de Waterwet geldend calamiteitenplan als bedoeld inwordt gelijkgesteld met een calamiteitenplan als bedoeld in artikel 5.29 van de Waterwet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.20 — Artikel 2.20#
Artikel 2.20 artikel 72 van de Waterstaatswet 1900 artikel 73 van de Waterstaatswet 1900 Maatregelen die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 5.30 van de Waterwet van kracht zijn ingevolgeworden, zolang zij nog niet volledig ten uitvoer zijn gelegd, gelijkgesteld met maatregelen krachtens artikel 5.30 van de Waterwet. Een melding die overeenkomstigis gedaan met betrekking tot zodanige maatregelen wordt gelijkgesteld met een melding overeenkomstig artikel 5.30 van de Waterwet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.21 — Artikel 2.21#
Artikel 2.21 artikel 74, eerste lid 75 van de Waterstaatswet 1900 Een opdracht krachtens, ofdie onmiddellijk voor de inwerkingtreding van artikel 5.31 van de Waterwet van kracht is, wordt gelijkgesteld met een aanwijzing krachtens artikel 5.31, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Waterwet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.22 — Artikel 2.22 Grondwaterwet ()#
Artikel 2.22 Grondwaterwet () 1 artikel 6.4 van de Waterwet artikel 14 van de Grondwaterwet Waterwet Een vergunning met betrekking tot een handeling als bedoeld in, die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel van de Waterwet van kracht is overeenkomstig, wordt gelijkgesteld met een door gedeputeerde staten verleende watervergunning als bedoeld in devoor de desbetreffende handeling. 2 artikel 6.4 van de Waterwet artikel 14 van de Grondwaterwet Waterwet artikel 6.5 van die wet Een vergunning met betrekking tot het onttrekken van grondwater of het infiltreren van water in andere gevallen dan bedoeld in, die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel van de Waterwet van kracht is overeenkomstig, wordt gelijkgesteld met een door het bestuur van het betrokken waterschap verleende watervergunning als bedoeld in devoor de desbetreffende handeling, voor zover bij verordening van een waterschap dan wel bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld ineen vergunning of ontheffing voor die handeling wordt vereist. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.23 — Artikel 2.23 Wet beheer rijkswaterstaatswerken ()#
Artikel 2.23 Wet beheer rijkswaterstaatswerken () 1 artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken Waterwet Een vergunning met betrekking tot een handeling als bedoeld in, die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel van kracht is overeenkomstig, wordt gelijkgesteld met een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verleende watervergunning als bedoeld in devoor de desbetreffende handeling, voor zover deze krachtens artikel 6.5, onderdeel c, van die wet wordt vereist. 2 artikel 1 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken artikel 6 van die wet artikel 6.10 van de Waterwet Een verbod of beperking met betrekking tot een van de inbedoelde wateren, waterkeringen of daarin gelegen kunstwerken dat overeenkomstigonmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan kracht is, wordt gelijkgesteld met een verbod of beperking als bedoeld in laatstgenoemd artikel. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.24 — Artikel 2.24 Wet droogmakerijen en indijkingen ()#
Artikel 2.24 Wet droogmakerijen en indijkingen () artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet artikel 1 van de Wet van 14 juli 1904 (Stb. 147), houdende bepalingen omtrent het ondernemen van droogmakerijen en indijkingen Waterwet Een concessie voor een handeling als bedoeld in, die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel van kracht is overeenkomstig, wordt gelijkgesteld met een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verleende watervergunning als bedoeld in devoor de desbetreffende handeling voor zover deze krachtens artikel 6.5, onderdeel c, van die wet wordt vereist. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.25 — Artikel 2.25 Wet verontreiniging oppervlaktewateren ()#
Artikel 2.25 Wet verontreiniging oppervlaktewateren () 1 artikel 6.2 van de Waterwet artikel 1, eerste, tweede of derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Waterwet artikel 6.7 van die wet Een vergunning van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat dan wel het bestuur van een waterschap met betrekking tot een handeling als bedoeld in, die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel van de Waterwet van kracht is krachtens, wordt gelijkgesteld met een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk het bestuur van het waterschap verleende watervergunning als bedoeld in devoor de desbetreffende handeling, tenzij ingevolgeeen vrijstelling van toepassing is. 2 artikel 6.2 van de Waterwet artikel 1, tweede lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Een vergunning met betrekking tot lozen met behulp van een werk dat op een ander werk is aangesloten, die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan kracht is krachtens, wordt, indien op dat lozen artikel 6.2 van de Waterwet niet van toepassing is, gelijkgesteld met: a. artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer artikel 8.1 van die wet artikel 8.2 van die wet indien het lozen plaatsvindt vanuit een inrichting als bedoeld in: een vergunning krachtens, verleend door het voor die inrichting bevoegde gezag ingevolge; b. artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer artikel 10.63, eerste lid, van die wet indien het lozen plaatsvindt anders dan vanuit een inrichting als bedoeld in: een ontheffing krachtens, verleend door burgemeester en wethouders. 3 Het dagelijks bestuur van het waterschap draagt de archiefbescheiden die betrekking hebben op vergunningen als bedoeld in het tweede lid over aan: a. in gevallen als bedoeld in onderdeel a van dat lid: het bevoegde gezag, bedoeld in dat onderdeel; b. in gevallen als bedoeld in onderdeel b van dat lid: burgemeester en wethouders. 4 Archiefwet 1995 Het derde lid geldt niet voor bescheiden die overeenkomstig dezijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 2012 231 05-06-2012 21-05-2012 32403 2012 231 05-06-2012 21-05-2012 32403 06-06-2012
Artikel 2.25a — Artikel 2.25a (overgangsrecht advies indirecte lozingen)#
Artikel 2.25a (overgangsrecht advies indirecte lozingen) 1 artikel 2.26 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer artikel 3.4, eerste lid, van de Waterwet Tot het tijdstip van inwerkingtreding van, stelt het bevoegd gezag voor een vergunning als bedoeld in, waarbij vanuit een inrichting waartoe een gpbv-installatie behoort of vanuit een inrichting die behoort tot een aangewezen categorie van inrichtingen als bedoeld in artikel 8.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer, afvalwater of andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater worden gebracht, naar aanleiding van de aanvraag om die vergunning het dagelijks bestuur van het inbedoelde waterschap of de beheerder van het oppervlaktewaterlichaam waarop het afvalwater vanuit die voorziening wordt gebracht, in de gelegenheid advies uit te brengen. 2 Indien ten gevolge van de activiteit waarvoor vergunning wordt gevraagd: kan het advies inhouden dat de daarin opgenomen voorschriften die nodig zijn om die gevolgen te voorkomen, aan de vergunning moeten worden verbonden. Indien die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, kan het advies inhouden dat de vergunning geheel of gedeeltelijk moet worden geweigerd. a. de doelmatige werking van het zuiveringtechnisch werk zou worden belemmerd, of b. hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer de krachtensgestelde grenswaarden voor de kwaliteit van het oppervlaktewater zouden worden overschreden, 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.25b — Artikel 2.25b (overgangsrecht verzoek handhaving indirecte lozingen)#
Artikel 2.25b (overgangsrecht verzoek handhaving indirecte lozingen) artikel 5.20 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer Tot het tijdstip van inwerkingtreding van, kan in gevallen waarin vanuit een inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen als bedoeld in, van waaruit afvalwater of andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater worden gebracht tengevolge waarvan: artikel 3.4, eerste lid, van de Waterwet het dagelijks bestuur van het inbedoelde waterschap of de beheerder van het oppervlaktewaterlichaam waarop het afvalwater vanuit die voorziening wordt gebracht, voor zover dat nodig is om die gevolgen te beperken of weg te nemen, het voor die inrichting bevoegde bestuursorgaan een verzoek doen om een beschikking te geven tot oplegging van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing. Het bevoegde bestuursorgaan geeft daaraan gevolg, voor zover dat niet in strijd is met het belang van de bescherming van het milieu. a. de doelmatige werking van het zuiveringtechnisch werk wordt belemmerd, of b. hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer de krachtensgestelde grenswaarden voor de kwaliteit van het oppervlaktewater worden overschreden, 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.26 — Artikel 2.26 Wet verontreiniging zeewater ()#
Artikel 2.26 Wet verontreiniging zeewater () artikel 6.3 van de Waterwet artikel 3 van de Wet verontreiniging zeewater artikel 6.7 van die wet Een ontheffing met betrekking tot een handeling als bedoeld in, die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel van de Waterwet van kracht is overeenkomstig, wordt gelijkgesteld met een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verleende watervergunning als bedoeld in de Waterwet voor de desbetreffende handeling, tenzij ingevolgeeen vrijstelling van toepassing is. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.27 — Artikel 2.27 Wet op de waterhuishouding ()#
Artikel 2.27 Wet op de waterhuishouding () artikel 6.5, onderdeel a, van de Waterwet hoofdstuk 6 van de Waterwet artikel 24 van de Wet op de waterhuishouding Waterwet Een vergunning met betrekking tot een handeling als bedoeld in, die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan kracht is overeenkomstig, wordt gelijkgesteld met een watervergunning als bedoeld in devoor de desbetreffende handeling, voor zover deze krachtens artikel 6.5, onderdeel a, van die wet dan wel een verordening van een waterschap wordt vereist. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.28 — Artikel 2.28 (keurvergunningen)#
Artikel 2.28 (keurvergunningen) hoofdstuk 6 van de Waterwet Een vergunning of ontheffing voor een handeling in een watersysteem of een beschermingszone die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan kracht is overeenkomstig een verordening van een waterschap wordt gelijkgesteld met een door dat waterschap verleende watervergunning, voor zover na dat tijdstip ingevolge een zodanige verordening nog steeds een vergunning of ontheffing voor die handeling wordt vereist. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.29 — Artikel 2.29 (afwikkeling aanvragen)#
Artikel 2.29 (afwikkeling aanvragen) 1 paragraaf 6.2 van de Waterwet Het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding vanblijft van toepassing ten aanzien van de voorbereiding en vaststelling van een besluit op een voor die inwerkingtreding gedane aanvraag om een vergunning, ontheffing of concessie als bedoeld in: a. artikel 14 van de Grondwaterwet , b. artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken , c. artikel 1 van de wet van 14 juli 1904 (Stb. 147), houdende bepalingen omtrent het ondernemen van droogmakerijen en indijkingen , d. artikel 1, eerste, tweede of derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren , e. artikel 3 van de Wet verontreiniging zeewater , f. artikel 24 van de Wet op de waterhuishouding , of g. artikel 6.13 van de Waterwet een verordening van een waterschap als bedoeld in, alsmede op de beslissing op een bezwaar of beroep, ingediend onderscheidenlijk ingesteld tegen een zodanig besluit. 2 paragraaf 6.2 van de Waterwet Een vergunning, ontheffing of concessie die overeenkomstig het eerste lid wordt verleend wordt, zodra deze onherroepelijk is geworden, gelijkgesteld met een door het betrokken bestuursorgaan verleende watervergunning voor de desbetreffende handeling, voor zover na de inwerkingtreding vannog steeds een vergunning of ontheffing voor die handeling wordt vereist. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.30 — Artikel 2.30 Wet bodembescherming ()#
Artikel 2.30 Wet bodembescherming () 1 Artikel 6.8 van de Waterwet artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming is mede van toepassing op een ieder die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel handelingen heeft verricht als bedoeld in de, zoals die luidden onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van eerstgenoemd artikel 6.8, en die wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam kon worden verontreinigd of aangetast. 2 artikel 27, tweede lid, van de Wet bodembescherming artikel 6.9, tweede lid, van de Waterwet artikel 1.1 van die wet Een aanwijzing als bedoeld in, gegeven door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat of gedeputeerde staten vóór het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, die betrekking heeft op een verontreiniging of aantasting van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam ten gevolge van handelingen als bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld met een aanwijzing als bedoeld in, gegeven door de beheerder, bedoeld in. 3 artikel 13 van de Wet bodembescherming artikel 1.1 van de Waterwet Een beschikking tot het toepassen van bestuursdwang of een last onder dwangsom, gegeven door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat of gedeputeerde staten vóór het tijdstip, bedoeld in het tweede lid, ter zake van een overtreding van het inbepaalde met betrekking tot de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, wordt gelijkgesteld met een beschikking tot het toepassen van bestuursdwang of een last onder dwangsom, gegeven door de beheerder, bedoeld in. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.31 — Artikel 2.31 Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart ()#
Artikel 2.31 Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart () 1 artikelen 6.6 6.7 10.1 van de Waterwet Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart artikelen 1, derde lid 2f van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Na de inwerkingtreding van de,enberust hetop die artikelen, voor zover dat besluit voordien berustte op de, en. 2 artikel 1.15 Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart artikel 39 39e 39g 39i van de Binnenvaartwet artikel 28c 28e 28i 28k van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Na de inwerkingtreding vanberust hetop,,en, voor zover dat besluit voordien berustte op,,onderscheidenlijk. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.32 — Artikel 2.32 (verontreinigingsheffing)#
Artikel 2.32 (verontreinigingsheffing) hoofdstuk IV van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren hoofdstuk 7 van de Waterwet Het bepaalde bij of krachtens, zoals dat luidde onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van, blijft van toepassing op belastingtijdvakken die zijn aangevangen voor dat tijdstip. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.33 — Artikel 2.33 (grondwaterheffing)#
Artikel 2.33 (grondwaterheffing) hoofdstuk VI van de Grondwaterwet hoofdstuk 7 van de Waterwet Het bepaalde bij of krachtens, zoals dat luidde onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van, blijft van toepassing op belastingtijdvakken die zijn aangevangen voor dat tijdstip. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.34 — Artikel 2.34 (schadevergoeding)#
Artikel 2.34 (schadevergoeding) 1 artikelen 7.14 tot en met 7.17 van de Waterwet Dezijn niet van toepassing indien de schade is veroorzaakt door een uitoefening van een taak of bevoegdheid die plaatsvond voor het tijdstip van inwerkingtreding van die artikelen. 2 artikelen 12b 78 van de Waterstaatswet 1900 9 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren 40 41 van de Wet op de waterhuishouding 41 42 van de Grondwaterwet hoofdstuk 6 van de Waterwet Deof,,endan welen, zoals die luidden onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van, blijven van toepassing met betrekking tot een schade als bedoeld in het eerste lid, voor zover onderscheidenlijk onder die bepalingen vallend. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.35 — Artikel 2.35 (schadevergoeding)#
Artikel 2.35 (schadevergoeding) artikelen 7.18 7.20 van de Waterwet artikelen 35 36 van de Grondwaterwet Deenzijn niet van toepassing met betrekking tot schade als bedoeld in artikel 7.18 van die wet die is veroorzaakt voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel. Met betrekking tot een zodanige schade blijven deen, zoals die luidden onmiddellijk voor dat tijdstip, van toepassing. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.36 — Artikel 2.36 (schade aan waterstaatswerken)#
Artikel 2.36 (schade aan waterstaatswerken) artikel 9 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken artikel 12c van de Waterstaatswet 1900 Artikel 7.21 van de Waterwet is niet van toepassing indien schade als bedoeld in dat artikel is veroorzaakt voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel. Met betrekking tot een zodanige schade blijft voor waterstaatswerken in beheer bij het rijkdan wel, voor andere waterstaatswerken,, zoals die artikelen luidden onmiddellijk voor dat tijdstip, van toepassing. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.37 — Artikel 2.37 (subsidies primaire waterkeringen)#
Artikel 2.37 (subsidies primaire waterkeringen) artikel 12 van de Wet op de waterkering Met betrekking tot subsidies die krachtenszijn verleend blijft het bepaalde bij en krachtens genoemd artikel, zoals dat luidde onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 7.23 van de Waterwet, van toepassing. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.38 — Artikel 2.38 (handhavingsbeschikkingen)#
Artikel 2.38 (handhavingsbeschikkingen) hoofdstuk 8 van de Waterwet § 2.2.6 Het bestuursorgaan dat vóór het tijdstip van inwerkingtreding vaneen beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing heeft gegeven ter zake van een overtreding van een voorschrift dat door deze wet wordt ingetrokken, maar ingevolgevan kracht blijft na die intrekking, blijft bevoegd met betrekking tot die beschikking. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 2.39 — Artikel 2.39 (goedkeuring van of beroep tegen besluiten en beslissingen)#
Artikel 2.39 (goedkeuring van of beroep tegen besluiten en beslissingen) 1 Hoofdstuk XIX van de Waterschapswet artikel 1.8, onderdeel E blijft van toepassing met betrekking tot besluiten en beslissingen die ingevolge dat hoofdstuk zijn onderworpen aan de goedkeuring van gedeputeerde staten, indien die zijn vastgesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding van. 2 Hoofdstuk XX van de Waterschapswet artikel 1.8, onderdeel F blijft van toepassing met betrekking tot besluiten waartegen belanghebbenden ingevolge dat hoofdstuk administratief beroep kunnen instellen bij gedeputeerde staten, indien die zijn vastgesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding van. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 1 Waterwet De tekst van dewordt in het Staatsblad geplaatst. 2 Voor de plaatsing in het Staatsblad stelt Onze Minister van Verkeer en Waterstaat de nummering van de hoofdstukken, paragrafen en artikelen van de Waterwet opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van de hoofdstukken, paragrafen en artikelen met de nieuwe nummering in overeenstemming. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 491 01-12-2009 23-11-2009 03-12-2009
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 Wijzigt de Waterwet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 3.3 — Artikel 3.3#
Artikel 3.3 1 artikelen 1.3 1.8, onderdelen B, E en F Deen, treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij worden geplaatst. 2 De overige artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 3.4 — Artikel 3.4#
Artikel 3.4 Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Waterwet. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009