Wet van 12 juni 2009 tot uitvoering van de op 14 november 1970 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen (Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen)
- BWB-id
- BWBR0025996
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2013-01-01 t/m 2016-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025996
- ELI
- /eli/nl/wet/2009/uitvoeringswet-unesco-verdrag-1970-inzake-onrechtmatige-invo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2009/uitvoeringswet-unesco-verdrag-1970-inzake-onrechtmatige-invo/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025996&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025996&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025996/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2009/uitvoeringswet-unesco-verdrag-1970-inzake-onrechtmatige-invo
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. b. Verdrag: op 14 november 1970 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst inzake de middelen om onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht te verbieden en te verhinderen (Trb. 1972, nr. 50 en Trb. 1983, nr. 66); c. verdragsstaat: staat die het Verdrag heeft bekrachtigd; d. cultuurgoederen: goederen die om godsdienstige of wereldlijke redenen door elke Staat zijn aangewezen als belangrijk voor de oudheidkunde, de prehistorie, de geschiedenis, de letterkunde, de kunst of de wetenschap en derhalve van wezenlijk belang zijn voor zijn cultureel erfgoed en die behoren tot de in artikel 1 van het Verdrag opgesomde categorieën. 2009 255 25-06-2009 12-06-2009 31255 2009 256 25-06-2009 17-06-2009 01-07-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Als cultuurgoederen voor Nederland worden aangewezen: a. artikel 1 onder a van de Wet tot behoud van cultuurbezit de beschermde voorwerpen bedoeld in; b. artikel 14a van de Wet tot behoud van cultuurbezit de roerende zaken bedoeld in. 2009 255 25-06-2009 12-06-2009 31255 2009 256 25-06-2009 17-06-2009 01-07-2009
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het is verboden cultuurgoederen binnen Nederland te brengen die: a. buiten het grondgebied van een verdragsstaat zijn gebracht met schending van de bepalingen welke in overeenstemming met de doelstellingen van het verdrag door die verdragsstaat zijn vastgesteld ter zake van de uitvoer van cultuurgoederen uit die verdragsstaat of ter zake van eigendomsoverdracht van cultuurgoederen; dan wel b. in een verdragsstaat zijn ontvreemd. 2009 255 25-06-2009 12-06-2009 31255 2009 256 25-06-2009 17-06-2009 01-07-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 artikelen 1011a tot en met 1011d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Van cultuurgoederen die in strijd met het verbod, bedoeld in, binnen Nederland zijn gebracht, kan met inachtneming van deteruggave worden gevorderd door de verdragsstaat waaruit die goederen afkomstig zijn of door de rechthebbende op die goederen. 2009 255 25-06-2009 12-06-2009 31255 2009 256 25-06-2009 17-06-2009 01-07-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 2009 255 25-06-2009 12-06-2009 31255 2009 256 25-06-2009 17-06-2009 01-07-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 3. 2009 255 25-06-2009 12-06-2009 31255 2009 256 25-06-2009 17-06-2009 01-07-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Onze Minister verricht hetgeen in aanmerking komt ter uitvoering van de artikelen 2, 5, 6, 7, 9, 10, 13 onder a, b en d en 14 van het Verdrag, behoudens voor zover het betreft het in artikel 10 onder a van het Verdrag bedoelde opleggen aan antiekhandelaren van regels, waarvan de overtreding strafbaar is. Bij ministeriële regeling kunnen in verband met die uitvoering nadere regels worden gesteld. 2009 255 25-06-2009 12-06-2009 31255 2009 256 25-06-2009 17-06-2009 01-07-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 1, onder f, van de Wet tot behoud van cultuurbezit artikel 15, eerste lid, van die wet Met het toezicht op de naleving van het bij deze wet bepaalde en met het daartoe nodige onderzoek zijn belast de inspecteur, bedoeld in, en de ambtenaren, bedoeld in. 2012 171 26-04-2012 23-03-2012 33100 2012 172 26-04-2012 17-04-2012 01-01-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 8 De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd: a. met medeneming van de nodige apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner; b. te vorderen dat de bewoner hun de cultuurgoederen die in de woning aanwezig zijn, toont; c. artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht ruimten en voorwerpen te verzegelen, voor zover dat voor de uitoefening van de inbedoelde bevoegdheid redelijkerwijs noodzakelijk is; d. artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht zonodig met behulp van de sterke arm de bevoegdheid, bedoeld inuit te oefenen. 2012 171 26-04-2012 23-03-2012 33100 2012 172 26-04-2012 17-04-2012 01-01-2013 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 3 Onze Minister kan een cultuurgoed ten aanzien waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat daarmee het verbod vanis overtreden, in bewaring nemen voor de tijd die onze Minister nodig acht om de verdragsstaat waaruit het cultuurgoed afkomstig is, in staat te stellen op dit cultuurgoed beslag te doen leggen, welke tijd niet langer dan twaalf weken mag bedragen. 2 Onze Minister stelt zijn beslissing voorafgaande aan de inbewaringneming op schrift en maakt degene onder wie zich het cultuurgoed bevindt en zo mogelijk ook de bezitter, met de inbewaringneming bekend. De schriftelijke beslissing is een beschikking. Indien de situatie zo spoedeisend is dat onze Minister de inbewaringneming niet tevoren op schrift kan stellen, zorgt hij zo spoedig mogelijk voor opschriftstelling en bekendmaking. 3 De inbewaringneming kan éénmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verlengd. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 4 De inbewaringneming eindigt, doordat op het cultuurgoed in opdracht van de staat waaruit het afkomstig is, beslag wordt gelegd, of de tijd waarvoor de inbewaringneming geldt, ongebruikt is verstreken. 2009 255 25-06-2009 12-06-2009 31255 2009 256 25-06-2009 17-06-2009 01-07-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2012 171 26-04-2012 23-03-2012 33100 2012 172 26-04-2012 17-04-2012 01-01-2013
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Wijzigt de Wet tot behoud van cultuurbezit. 2009 255 25-06-2009 12-06-2009 31255 2009 256 25-06-2009 17-06-2009 01-07-2009
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a Wijzigt de Wet conflictenrecht goederenrecht. 2009 255 25-06-2009 12-06-2009 31255 2009 256 25-06-2009 17-06-2009 01-07-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikelen 3 4 artikel 3 onder a artikel 3 onder b Deenzijn niet van toepassing, wanneer de schending van de inbedoelde bepalingen dan wel de inbedoelde ontvreemding vóór het in werking treden van deze wet heeft plaats gevonden. 2009 255 25-06-2009 12-06-2009 31255 2009 256 25-06-2009 17-06-2009 01-07-2009
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2009 255 25-06-2009 12-06-2009 31255 2009 256 25-06-2009 17-06-2009 01-07-2009
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze wet wordt aan gehaald als: Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen. 2009 255 25-06-2009 12-06-2009 31255 2009 256 25-06-2009 17-06-2009 01-07-2009