Wet van 6 november 2008, houdende regeling van de rechtspositie van de vice-president van de Raad van State, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer, alsmede van de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen (Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman)
- BWB-id
- BWBR0024788
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024788
- ELI
- /eli/nl/wet/2009/wet-rechtspositie-raad-van-state-algemene-rekenkamer-en-nati
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2009/wet-rechtspositie-raad-van-state-algemene-rekenkamer-en-nati/2024-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024788&g=2024-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024788&z=2026-06-06&g=2024-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024788/2024-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2009/wet-rechtspositie-raad-van-state-algemene-rekenkamer-en-nati
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De bezoldiging van de vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman wordt bepaald op € 14.760,00 per maand. 2 De bezoldiging van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt bepaald op € 13.787,12 per maand. 3 De bezoldiging van de overige leden van de Raad van State, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen wordt bepaald op € 12.875,98 per maand. 4 De staatsraden ontvangen een zodanig deel van de in het derde lid bedoelde bezoldiging als overeenkomt met de vastgestelde omvang van de te verrichten taak. 5 De bezoldiging vangt aan met de dag van indiensttreding. De bezoldiging eindigt in ieder geval met ingang van de dag na het overlijden. 6 Na het overlijden van de vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden van de Algemene Rekenkamer of de substituut-ombudsmannen wordt een uitkering verstrekt op de voet van hetgeen hieromtrent voor de ambtenaren die op grond van een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen. 7 Indien voor de ambtenaren die op grond van een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen en daarbij is overeengekomen dat die wijziging een algemeen karakter draagt, worden de in het eerste, tweede en derde lid genoemde bedragen bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd. 2024 17611 05-06-2024 03-06-2024 2024-0000313310 2024 17611 05-06-2024 03-06-2024 2024-0000313310 01-07-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De staatsraden in buitengewone dienst en de leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer ontvangen voor het deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad van State onderscheidenlijk de Algemene Rekenkamer een bij algemene maatregel van bestuur te regelen vergoeding. 2 De reis- en verblijfkosten van de in het eerste lid genoemde functionarissen worden vergoed op de voet van hetgeen hieromtrent voor de ambtenaren die op grond van een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen ontvangen een eindejaarsuitkering van 8,3 procent van de bezoldiging en een vakantie-uitkering van 8 procent van de bezoldiging. 2 Indien voor de ambtenaren die op grond van een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een eenmalige uitkering is overeengekomen, ontvangen de vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen deze op gelijke voet. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van: a. de voorzieningen die aan de in het eerste lid genoemde functionarissen ter beschikking worden gesteld en noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun ambt; b. een vaste vergoeding voor de kosten van voorzieningen die voor eigen rekening van de in het eerste lid genoemde functionarissen komen en door hen mede worden aangewend ten behoeve van de vervulling van hun ambt. 4 In de in het derde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in deze algemene maatregel van bestuur opgenomen bedragen bij ministeriële regeling kunnen worden gewijzigd op een in deze algemene maatregel van bestuur aangegeven wijze. 5 Onder de in het derde lid, onder a, bedoelde voorzieningen zijn in ieder geval begrepen die met betrekking tot verhuizing, informatie en communicatie, binnenlandse en buitenlandse dienstreizen, vervoer en, voor zover het de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen betreft, een voorziening voor bedrijfsgeneeskundige zorg. 6 De vice-president van de Raad van State, de president van de algemene Rekenkamer, de leden van de Raad van State en de staatsraden en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer ontvangen een ambtsjubileumgratificatie op de voet van de regeling die hieromtrent geldt voor het personeel werkzaam bij de Sector Rijk. 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 10-07-2021
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Een Nationale ombudsman of een substituut-ombudsman die naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kan aanspraak maken op een voorziening als bedoeld indan wel een financiële vergoeding daarvoor. 2 artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Het gestelde bij of krachtensis van overeenkomstige toepassing. 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 10-07-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De vice-president van de Raad van State kan een lid van de Raad van State en een staatsraad op diens verzoek gedurende een bepaalde periode ontheffen van de waarneming van zijn ambt. 2 De bezoldiging blijft gedurende de periode van de ontheffing van de waarneming van zijn ambt achterwege. 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 175 04-05-2010 22-04-2010 30585 2010 236 24-06-2010 08-06-2010 01-09-2010 Abusievelijk geeft het Staatsblad een wijzigingsopdracht voor artikel 5 in plaats van artikel 4.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 10, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman De substituut-ombudsman die ingevolgegedurende meer dan 30 dagen onafgebroken is belast met de vervanging van de ombudsman, geniet een vervangingstoelage ter hoogte van het verschil tussen zijn bezoldiging en de bezoldiging van de ombudsman. 2 artikel 10, derde lid, van de Wet Nationale ombudsman De substituut-ombudsman die ingevolgeis belast met de waarneming van het ambt van de ombudsman, geniet voor de duur van de waarneming een waarnemingstoelage tot de hoogte van het bedrag van de bezoldiging van de ombudsman. 3 artikel 2, vijfde lid artikel 10, tweede of vierde lid, van de Wet Nationale ombudsman Degene die op grond van, of, de ombudsman vervangt respectievelijk het ambt van ombudsman waarneemt, geniet voor de duur van de vervanging respectievelijk de waarneming, de bezoldiging en de vakantie-uitkering die voor dit ambt zijn vastgesteld. 2008 494 04-12-2008 06-11-2008 31387 2009 53 12-02-2009 26-01-2009 13-02-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 1, eerste tot en met vijfde lid artikel 2, eerste lid artikel 3, eerste lid Op de bezoldiging, bedoeld in, de uitkering, bedoeld in artikel 1, zesde lid, en de vergoeding, bedoeld in, alsmede op de ambtsjubileumgratificatie, de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, bedoeld in, is, voor zover in deze wet niet anders is bepaald, beslag mogelijk overeenkomstig de voorschriften van het gemene recht. 2 artikel 3, tweede lid Kostenvergoedingen krachtens, zijn niet vatbaar voor beslag. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 1, eerste tot en met vijfde lid artikel 2, eerste lid artikel 3, eerste lid Onverschuldigd betaalde bezoldiging als bedoeld in, uitkeringen als bedoeld in artikel 1, zesde lid, vergoeding als bedoeld in, en ambtsjubileumgratificaties, vakantie-uitkeringen en eindejaarsuitkeringen als bedoeld in, kunnen worden teruggevorderd. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 1, eerste tot en met vijfde lid artikel 2, eerste lid artikel 3, eerste lid Met bezoldiging als bedoeld in, uitkeringen als bedoeld in artikel 1, zesde lid, vergoeding als bedoeld in, en ambtsjubileumgratificaties, vakantie-uitkeringen en eindejaarsuitkeringen als bedoeld in, kan worden verrekend hetgeen de betrokken functionaris of zijn nagelaten betrekkingen zelf als zodanig aan de Staat verschuldigd is of zijn. 2 artikel 9, eerste lid Verrekening als bedoeld in het eerste lid kan plaatshebben ondanks gelegd beslag of toegepaste korting als bedoeld in. 3 artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Verrekening als bedoeld in het eerste lid is slechts in zoverre geldig als een beslag op die bezoldiging, ambtsjubileumgratificaties, vakantie-uitkeringen of eindejaarsuitkeringen geldig zou zijn, met dien verstande dat verrekening van hetgeen wegens genoten huisvesting of voeding is verschuldigd eveneens kan plaatsvinden met dat deel van de bezoldiging dat de beslagvrije voet, bedoeld in devormt. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 1, eerste tot en met vijfde lid artikel 2, eerste lid artikel 3, eerste lid Op bezoldiging als bedoeld in, uitkeringen als bedoeld in artikel 1, zesde lid, vergoeding als bedoeld in, en ambtsjubileumgratificaties, vakantie-uitkeringen en eindejaarsuitkeringen als bedoeld in, kan ten behoeve van een schuldeiser van de betrokken functionaris of zijn nagelaten betrekkingen een korting worden toegepast, mits deze functionaris onderscheidenlijk zijn nagelaten betrekkingen de vordering van de schuldeiser erkent of erkennen dan wel het bestaan van de vordering blijkt uit een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak dan wel uit een authentieke akte. 2 Korting is slechts in zoverre geldig als een beslag op die bezoldiging geldig zou zijn. 3 Beslag, faillissement, surséance van betaling en toepassing ten aanzien van de betrokken functionaris of zijn nagelaten betrekkingen van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen sluiten korting uit. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 8, tweede lid artikel 9, derde lid Voor de toepassing vanworden, onverminderd, en, verrekening en korting gelijkgesteld met beslag. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Indien verscheidene schuldeisers uit hoofde van beslag of korting aanspraak hebben op een deel van de bezoldiging geschiedt de verdeling naar evenredigheid der inschulden, voor zover niet de ene schuldeiser voorrang heeft boven de anderen. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Overdracht, inpandgeving of elke andere handeling waardoor de betrokken functionaris of zijn nagelaten betrekkingen enig recht op zijn bezoldiging aan een derde toekent of toekennen, is slechts geldig voor dat deel van de bezoldiging waarop beslag geldig zou zijn. 2 Een volmacht tot voldoening of invordering van de bezoldiging is slechts geldig indien zij schriftelijk is verleend en is steeds herroepelijk. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a Betaling of afgifte aan een gemachtigde, nadat een volmacht tot voldoening of invorderingen van bezoldiging is geëindigd, ontlasten de Staat, indien een gegeven opdracht tot de betaling of afgifte niet meer tijdig kon worden ingetrokken, toen de Staat van het eindigen van de volmacht kennis kreeg. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b artikel 19 van de Invorderingswet 1990 Beslag omvat in deze wet ook de invordering, bedoeld in. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze wet wordt aangehaald als: Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman. 2008 494 04-12-2008 06-11-2008 31387 2009 53 12-02-2009 26-01-2009 13-02-2009