Wet van 30 oktober 2008 tot wijziging van de regeling van het beroepsgoederenvervoer en het eigen vervoer met vrachtauto’s (Wet wegvervoer goederen)
- BWB-id
- BWBR0024800
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024800
- ELI
- /eli/nl/wet/2009/wet-wegvervoer-goederen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2009/wet-wegvervoer-goederen/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024800&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024800&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024800/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2009/wet-wegvervoer-goederen
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: afzender: artikel 1090 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek afzender, bedoeld in; beroepsverordening voor het wegvervoer: de bij regeling van Onze Minister aangewezen beroepsverordening voor het wegvervoer; beroepsvervoer: vervoer van goederen met een of meer vrachtauto's dat tegen vergoeding van een of meer derden wordt verricht, niet zijnde eigen vervoer; bestuurdersattest: bestuurdersattest als bedoeld in de marktverordening voor het wegvervoer; cabotagevervoer: binnenlands beroepsvervoer door een niet in Nederland gevestigde vervoerder; CEMT-vergunning: de vergunning die door het Secretariaat van de Europese Conferentie van Ministers van Verkeer (CEMT) wordt uitgegeven voor het verrichten van grensoverschrijdend goederenvervoer; communautaire vergunning: communautaire vergunning als bedoeld in de marktverordening voor het wegvervoer; eigen vervoer: vervoer van goederen met een of meer vrachtauto's dat voor eigen rekening wordt verricht dan wel als werkzaamheid van ondersteunende aard die direct samenhangt met de hoofdwerkzaamheid binnen de bedrijfsactiviteiten; expediteur: artikel 60 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek expediteur, bedoeld in; gecombineerd vervoer: vervoer als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de richtlijn gecombineerd vervoer; lidstaat: lidstaat van de Europese Unie; marktverordening voor het wegvervoer: de bij regeling van Onze Minister aangewezen marktverordening voor het wegvervoer; NIWO: artikel 4.1 de inbedoelde organisatie; Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; richtlijn gecombineerd vervoer: Richtlijn 92/106/EEG van de Raad van 7 december 1992 houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen Lid-Staten (PbEG 1992, L 368); vervoerder: de natuurlijke persoon, de rechtspersoon, de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid of de maatschap voor wiens rekening en risico het beroepsvervoer of het eigen vervoer wordt verricht; vervoersmanager: vervoersmanager als bedoeld in de beroepsverordening voor het wegvervoer; vrachtauto: motorvoertuig of een samenstel van voertuigen, dat uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer van goederen. 2022 545 27-12-2022 07-12-2022 36155 2023 486 22-12-2023 05-12-2023 01-01-2024
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder beroepsvervoer onderscheidenlijk eigen vervoer mede verstaan de ledige ritten en het laden en lossen van zaken in een vrachtauto in verband met dit vervoer. 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder rechtspersoon mede verstaan de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid en de maatschap. 3 artikel 7.1, eerste lid Een natuurlijk persoon die goederen vervoert met een communautaire vergunning van een derde of met een vergunning als bedoeld in, van een derde, verricht beroepsvervoer indien hij de vrachtauto waarmee de goederen worden vervoerd in eigendom heeft of de vrachtauto hem anderszins tegen vergoeding ter beschikking is gesteld. 4 Het binnenlands vervoer van goederen ten behoeve van een andere rechtspersoon geschiedt voor de toepassing van deze wet voor eigen rekening indien: a. artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 die rechtspersoon samen met de vervoerder al dan niet met een of meer andere rechtspersonen ingevolge een beschikking op basis van, als een fiscale eenheid wordt aangemerkt, of b. artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 die rechtspersoon samen met de vervoerder al dan niet met een of meer andere rechtspersonen ingevolge een beschikking op basis van, als één onderneming wordt aangemerkt. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 1.3 — Artikel 1.3#
Artikel 1.3 Deze wet is van toepassing op het beroepsvervoer en het eigen vervoer dat wordt verricht: a. door een in Nederland gevestigde vervoerder; b. in Nederland door een buiten Nederland gevestigde vervoerder. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 1 De communautaire vergunning is de Nederlandse vergunning voor de uitoefening van het beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg, bedoeld in de beroepsverordening voor het wegvervoer, heeft een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar en kan telkens voor vijf jaar worden verlengd. 2 artikel 3.2, eerste lid 3.4, eerste lid artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Een vervoerder heeft geen toegang respectievelijk geen toegang meer tot het beroep van wegvervoerondernemer indien op basis van, respectievelijk,jegens de vervoerder toepassing vindt. 3 De beroepsverordening voor het wegvervoer is, in afwijking van artikel 1, vierde lid, onderdelen a, a bis en c, van de beroepsverordening voor het wegvervoer, van toepassing op het beroepsvervoer door een in Nederland gevestigde ondernemer dat wordt verricht met één of meer vrachtauto's met een laadvermogen van meer dan 500 kilogram of met een toelaatbare maximummassa van meer dan 2,5 ton. 4 De NIWO is de bevoegde instantie voor de beroepsverordening voor het wegvervoer en de marktverordening voor het wegvervoer. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt onder daarbij te stellen voorwaarden een gehele of gedeeltelijke vrijstelling verleend van de beroepsverordening voor het wegvervoer aan een in Nederland gevestigde vervoerder die uitsluitend binnenlands beroepsvervoer verrichten dat slechts een geringe weerslag heeft op de vervoermarkt wegens de aard van de vervoerde goederen of de geringe afstand die wordt afgelegd. 6 De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2022 545 27-12-2022 07-12-2022 36155 2023 486 22-12-2023 05-12-2023 01-01-2024
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 1 Het is een in een andere lidstaat gevestigde vervoerder verboden om in Nederland cabotagevervoer te verrichten in strijd met daaromtrent bij of krachtens de marktverordening voor het wegvervoer bepaalde. 2 Bij regeling van Onze Minister kan, met inachtneming van de overgangsbepalingen van een verdrag betreffende de toetreding van één of meer staten tot de Europese Unie, in afwijking van de marktverordening voor het wegvervoer, het in Nederland verrichten van grensoverschrijdend beroepsvervoer of cabotagevervoer worden verboden. 3 Het verrichten van beroepsvervoer in strijd met een krachtens het tweede lid vastgesteld verbod, is verboden. 4 De vervoerder overlegt ter plaatse indien een toezichthouder belast met het toezicht op de naleving van de marktverordening voor het wegvervoer die heeft gevorderd, de op grond van die verordening vereiste duidelijke bewijzen dat het cabotagevervoer in overeenstemming met die verordening geschiedt. 5 Cabotagevervoer door een vervoerder die niet in een lidstaat is gevestigd, is verboden. 6 Ter uitvoering van een besluit van de Conferentie van Europese Ministers van Transport of van een bilateraal verdrag met een staat, niet zijnde een EU-lidstaat of een daarmee gelijkgestelde staat, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vrijstelling worden verleend van het verbod, bedoeld in het vijfde lid. 7 De voordracht voor een krachtens het zesde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 8 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, met inachtneming van de marktverordening voor het wegvervoer, worden bepaald dat artikel 8 van de marktverordening voor het wegvervoer van toepassing is op een in een andere lidstaat gevestigde vervoerder indien: a. deze vervoerder in het kader van gecombineerd vervoer diensten voor begin- of eindtrajecten over de weg verricht; en b. die trajecten over de weg een begin- en eindpunt in Nederland hebben. 2022 545 27-12-2022 07-12-2022 36155 2023 486 22-12-2023 05-12-2023 01-01-2024
Artikel 2.3 — Artikel 2.3#
Artikel 2.3 1 Het is een in Nederland gevestigde vervoerder verboden grensoverschrijdend beroepsvervoer te verrichten voor trajecten op het grondgebied van andere staten dan lidstaten, zonder te beschikken over: a. een geldige CEMT-vergunning, of b. één of meerdere daarvoor geldige ritmachtigingen op grond van een verdrag voor het grensoverschrijdend goederenvervoer met een andere staat. 2 De NIWO verleent slechts een CEMT-vergunning dan wel een ritmachtiging voor het verrichten van grensoverschrijdend beroepsvervoer aan de in Nederland gevestigde vervoerders, die houder zijn van een communautaire vergunning. 3 Het is een vervoerder die niet gevestigd is in een lidstaat verboden om naar of vanuit Nederland grensoverschrijdend beroepsvervoer te verrichten zonder te beschikken over: a. een daarvoor geldige CEMT-vergunning, of b. één of meer daarvoor geldende ritmachtigingen op grond van een verdrag voor het goederenvervoer tussen Nederland met de staat waarin de vervoerder is gevestigd. 4 Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste en derde lid en van besluiten van de Conferentie van Europese Ministers van Transport. Daartoe behoren in elk geval regels over: a. de aanvraag tot verlening van een CEMT-vergunning of een ritmachtiging; b. de verlening, het gebruik en de intrekking van een CEMT-vergunning of een ritmachtiging; c. de op de ritmachtiging te vermelden gegevens, en d. de aan de CEMT-vergunning of de ritmachtiging te verbinden voorschriften. 5 Het is een in Nederland gevestigde vervoerder verboden grensoverschrijdend eigen vervoer te verrichten voor trajecten op het grondgebied van andere staten dan lidstaten, zonder te beschikken over een daarvoor geldende door de NIWO verleende ritmachtiging, op grond van een verdrag voor het grensoverschrijdend goederenvervoer met een andere staat. 6 Het is een vervoerder, die niet gevestigd is in een lidstaat verboden om in Nederland eigen vervoer te verrichten zonder te beschikken over één of meerdere daarvoor geldige ritmachtigingen op grond van een verdrag voor het goederenvervoer tussen Nederland met de staat waarin de vervoerder is gevestigd. 7 Ter uitvoering van een besluit van de Conferentie van Europese Ministers van Transport, of van een verdrag met betrekking tot het grensoverschrijdend goederenvervoer, kan bij regeling van Onze Minister vrijstelling worden verleend van het verbod, bedoeld in het eerste, derde, vijfde of zesde lid. 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 2.4 — Artikel 2.4#
Artikel 2.4 1 De andere staten dan lidstaten, die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, worden voor de toepassing van de marktverordening voor het wegvervoer en van deze wet gelijk gesteld met een lidstaat. 2 Voor zover dit uit een verdrag van de Europese Unie met een staat voortvloeit, wordt die staat voor de toepassing van de marktverordening voor het wegvervoer en deze wet met een lidstaat gelijk gesteld. 3 De door de staten, bedoeld in het eerste en tweede lid, verleende soortgelijke vervoervergunningen en attesten voor bestuurders worden voor de toepassing van de marktverordening voor het wegvervoer gelijkgesteld met communautaire vergunningen onderscheidenlijk met bestuurdersattesten. 4 Onze Minister doet van de staten waarop het tweede lid van toepassing is mededeling in de Staatscourant. 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 2.5 — Artikel 2.5#
Artikel 2.5 1 Het is een in Nederland of in een andere lidstaat gevestigde vervoerder verboden om beroepsvervoer te verrichten zonder geldige daartoe verleende communautaire vergunning. 2 Het is een in Nederland of in een andere lidstaat gevestigde vervoerder verboden beroepsvervoer te verrichten zonder de aanwezigheid in de vrachtauto van een eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, bedoeld in het eerste lid. 3 Het is een in Nederland gevestigde vervoerder verboden om grensoverschrijdend beroepsvervoer of cabotagevervoer te verrichten in strijd met het bij of krachtens de marktverordening voor het wegvervoer bepaalde omtrent het bestuurdersattest. 4 Het is een in een andere lidstaat gevestigde vervoerder verboden om naar of vanuit Nederland beroepsvervoer, dan wel binnen Nederland cabotagevervoer te verrichten in strijd met het bij of krachtens de marktverordening voor het wegvervoer bepaalde omtrent het bestuurdersattest. 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 2.6 — Artikel 2.6#
Artikel 2.6 1 Wegenverkeerswet 1994 Het is verboden beroepsvervoer of eigen vervoer te verrichten met een vrachtauto ten aanzien waarvan in strijd wordt gehandeld met de bij regeling van Onze Minister aangewezen bepalingen die zijn vastgesteld bij of krachtens de. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het doen verrichten van beroepsvervoer. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 2.7 — Artikel 2.7#
Artikel 2.7 1 artikel 7.1, eerste lid Het is de houder van een communautaire vergunning of van een vergunning als bedoeld in, verboden om een gewaarmerkte kopie van die vergunning al dan niet tegen betaling ter beschikking te stellen aan een derde ten behoeve van het verrichten van beroepsvervoer. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degene aan wie door de houder van een vergunning een gewaarmerkte kopie van die vergunning ter beschikking is gesteld. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 2.8 — Artikel 2.8#
Artikel 2.8 1 De voorwaarden betreffende de betrouwbaarheidseis voor een vervoerder, bedoeld in de beroepsverordening voor het wegvervoer zijn: a. artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens de overlegging van een niet ouder dan twee maanden zijnde met het oog op de uitoefening van de functie van wegvervoerder verleende verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in; b. het ontbreken van een minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke rechterlijke uitspraak waarbij is vastgesteld dat de vervoerder de geldende voorschriften inzake de financiële arbeidsvoorwaarden niet is nagekomen, en c. het ontbreken van een minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordeling en onherroepelijke sanctie jegens de vervoerder, wegens een van de zwaarste inbreuken op de regels van de Unie, die in bijlage IV van de beroepsverordening voor het wegvervoer als zodanig is aangewezen; d. het aantal minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordelingen of onherroepelijke sancties jegens de vervoerder wegens de krachtens artikel 6, lid 2 bis, van de beroepsverordening voor het wegvervoer aangewezen zware inbreuken op de regels van de Unie, overschrijdt niet de krachtens die verordening vastgestelde grenzen; e. de één of meer aangewezen vervoersmanagers zijn niet ingevolge de beroepsverordening voor het wegvervoer, door een bevoegde instantie voor die verordening, ongeschikt verklaard om de leiding te hebben over de vervoeractiviteiten van een vervoerder of zijn na een dergelijke ongeschiktverklaring gerehabiliteerd, en f. artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens de overlegging door een uitvoerend directeur die belast is met het feitelijk leiding geven aan de vervoerder van een niet ouder dan twee maanden verleende verklaring omtrent het gedrag als bedoeld inmet het oog op de uitoefening van zijn functie. 2 De voorwaarden betreffende de betrouwbaarheidseis voor een vervoersmanager, bedoeld in artikel 6 van de beroepsverordening voor het wegvervoer zijn: a. artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens de overlegging van een niet ouder dan twee maanden zijnde met het oog op de uitoefening van de functie van vervoermanager verleende verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in; b. het ontbreken van een minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, waarbij hij de leiding had over de vervoeractiviteiten van de betrokken vervoerder; c. het ontbreken van een minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordeling of onherroepelijke sanctie jegens hem, wegens een van de zwaarste inbreuken op de regels van de Unie, die in bijlage IV van de beroepsverordening voor het wegvervoer als zodanig is aangewezen; d. het aantal minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordelingen en onherroepelijke sancties wegens de krachtens de beroepsverordening voor het wegvervoer aangewezen zware inbreuken op de regels van de Unie, overschrijdt niet de daarvoor krachtens artikel 6, lid 2 bis, van die verordening vastgestelde grenzen, en e. het ontbreken van een veroordeling en van een sanctie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, waarbij hij de leiding had over de vervoeractiviteiten van de betrokken vervoerder. 3 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen c en d en van het tweede lid, onderdelen c, d en e, worden veroordelingen en sancties, die vóór 4 december 2011 onherroepelijk zijn geworden, niet in aanmerking genomen. 4 Bij regeling van Onze Minister kunnen met inachtneming van de beroepsverordening voor het wegvervoer en de marktverordening voor het wegvervoer regels worden gesteld over de eisen van financiële draagkracht, vestiging en vakbekwaamheid. 2022 545 27-12-2022 07-12-2022 36155 2023 486 22-12-2023 05-12-2023 01-01-2024
Artikel 2.8a — Artikel 2.8a#
Artikel 2.8a 1 artikel 2.8, eerste lid De NIWO verklaart in afwijking van, een vervoerder die niet voldoet aan onderdelen b, c, of d van dat artikellid, als betrouwbaar, indien het verlies van de betrouwbaarheid een onevenredig strenge sanctie is. 2 artikel 2.8, tweede lid De NIWO verklaart in afwijking van, een vervoersmanager, die niet voldoet aan onderdelen b, c, d of e van dat artikellid, als betrouwbaar, indien het verlies van de betrouwbaarheid een onevenredig strenge sanctie is. 3 De bekendmaking van een beschikking inhoudende het verlies van de betrouwbaarheid van een vervoerder geschiedt in één geschrift met de bekendmaking van het daarmee samenhangende besluit tot schorsing of intrekking van diens communautaire vergunning. 4 De bekendmaking van een beschikking inhoudende het verlies van de betrouwbaarheid van de vervoersmanager geschiedt in één geschrift met de bekendmaking van het daarmee samenhangende besluit tot ongeschiktverklaring van de vervoersmanager. 5 De toestemming van Onze Minister is vereist voor het nemen van een besluit van de NIWO als bedoeld in het eerste of tweede lid, behoudens voor zover bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald. 6 De toestemming kan slechts worden onthouden vanwege strijd met het recht of met het gelijkheidsbeginsel in het belang van een eerlijke mededinging op de markt voor het beroepsvervoer. 7 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en vijfde lid, en kunnen andere maatregelen voor rehabilitatie of maatregelen van gelijke werking en nadere regels voor de betrouwbaarheid worden vastgesteld. 8 De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het zevende lid wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp daarvoor aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2022 545 27-12-2022 07-12-2022 36155 2023 486 22-12-2023 05-12-2023 01-01-2024
Artikel 2.9 — Artikel 2.9#
Artikel 2.9 1 De NIWO verstrekt aan Onze Minister onverwijld na ontvangst van een aanvraag tot verlening of verlenging van een communautaire vergunning een afschrift daarvan. 2 De NIWO meldt aan Onze Minister na ontvangst van de daartoe strekkende melding van de vervoerder, welke één of meer natuurlijke personen de vervoerder als vervoersmanagers heeft aangewezen. 3 De NIWO meldt aan Onze Minister de naam van een vervoersmanager die zij ingevolge de beroepsverordening voor het wegvervoer vanwege het niet voldoen aan de betrouwbaarheidseis, ongeschikt heeft verklaard om de leiding te hebben over de vervoeractiviteiten van een vervoerder. 4 Onze Minister en de NIWO verwerken persoonsgegevens ten behoeve van uitvoering van de beroepsverordening en de marktverordening en het bij of krachtens deze wet gestelde, in het bijzonder in het belang van de handhaving van de vereisten voor de toegang tot het beroep van vervoerder en de betrouwbaarheid van de vervoersmanager. 5 Onze Minister en de NIWO zijn verwerkingsverantwoordelijke, voor de in het vierde lid bedoelde door hen verwerkte gegevens. 6 artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie De griffier van een gerecht als bedoeld inverstrekt aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie een afschrift van een: a. uitspraak waarbij is vastgesteld dat de vervoerder de geldende voorschriften inzake de financiële arbeidsvoorwaarden niet is nagekomen, en b. uitspraak waarbij een in onderdeel a bedoelde uitspraak is vernietigd. 7 Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gegeven voor de toepassing van het vierde lid. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 2.10 — Artikel 2.10#
Artikel 2.10 1 Onze Minister wijst een exameninstituut aan dat verantwoordelijk is voor de organisatie en de certificering van de examens, bedoeld in de beroepsverordening voor het wegvervoer. 2 Onze Minister kan de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, intrekken indien het exameninstituut zijn taak ernstig verwaarloost of niet voldoet aan de beroepsverordening voor het wegvervoer. 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 2.11 — Artikel 2.11#
Artikel 2.11 1 Het is een vervoerder verboden beroepsvervoer te verrichten met gebruikmaking van bestuurders van vrachtauto’s die niet bij hem in dienstbetrekking zijn. 2 Ten blijke van de in het eerste lid bedoelde dienstbetrekking wordt door de vervoerder en de bestuurder van een vrachtauto gezamenlijk een verklaring opgesteld waarin in ieder geval wordt vermeldt dat: a. het vervoer voor rekening en risico van de vervoerder wordt verricht; en b. tussen de vervoerder en de bestuurder van een vrachtauto sprake is van een loons- en gezagsverhouding. 3 Onze Minster stelt het model vast van de in het tweede lid bedoelde verklaring. 4 Bij regeling van Onze Minister worden regels gegeven over de gevallen waarin Onze Minister ontheffing kan verlenen van het in het eerste lid vermelde verbod, alsmede over de in die gevallen benodigde documenten. 5 Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 2.12 — Artikel 2.12#
Artikel 2.12 1 Wet arbeid vreemdelingen Het bestuurdersattest wordt verleend voor de periode dat de bestuurder ingevolge degerechtigd is arbeid te verrichten doch ten hoogste voor een periode van vijf jaar. 2 Wet arbeid vreemdelingen De NIWO kan de geldigheid van het bestuurdersattest verlengen tot een periode van ten hoogste vijf jaar indien de periode waarin de bestuurder ingevolge degerechtigd is arbeid te verrichten, is verlengd. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 2.13 — Artikel 2.13#
Artikel 2.13 1 Het is verboden om beroepsvervoer te verrichten of te doen verrichten indien: a. met betrekking tot dat vervoer geen vrachtbrief is opgemaakt; of b. artikel 5.1, eerste lid de volledig en juist ingevulde vrachtbrief niet getoond kan worden bij de eerste vordering door de op grond van, aangewezen personen. 2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de vrachtbrief. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de inhoud van de vrachtbrief voor het binnenlands beroepsvervoer; b. het aanwijzen van het binnenlands beroepsvervoer waarop het verbod, bedoeld in het eerste lid, niet van toepassing is; c. het gebruik van de vrachtbrief voor het binnenlands en het grensoverschrijdend beroepsvervoer; en d. de verantwoordelijkheidsverdeling tussen afzender en vervoerder aangaande het verbod, bedoeld in het eerste lid. 2020 455 18-11-2020 04-11-2020 35319 2020 556 24-12-2020 17-12-2020 01-01-2021
Artikel 2.14 — Artikel 2.14#
Artikel 2.14 artikelen 2.2, eerste, derde, vijfde, en achtste lid 2.5 Het is voor een vervoerder, een afzender of een expediteur verboden om goederenvervoer over de weg te doen verrichten in strijd met de, en, indien hij weet of, rekening houdend met alle relevante omstandigheden, had moeten weten, dat dit goederenvervoer wordt verricht in strijd met de voornoemde artikelen. 2022 545 27-12-2022 07-12-2022 36155 2023 486 22-12-2023 05-12-2023 01-01-2024
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 1 De NIWO beslist binnen acht weken na ontvangst daarvan op de aanvraag door een vervoerder: a. tot verlening of verlenging van een communautaire vergunning; b. tot verlening of verlenging van een bestuurdersattest, of c. tot verlening van een CEMT-vergunning of van een ritmachtiging. 2 artikel 4.6, eerste lid, onderdeel a De NIWO neemt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid niet eerder in behandeling dan nadat zij de daarvoor krachtens, verschuldigde vergoeding heeft ontvangen. 3 Indien de NIWO niet tijdig heeft beslist, is de aanvraag toegewezen. 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 1 artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen De NIWO weigert de verlening of verlenging van een communautaire vergunning in het geval en onder de voorwaarden vandoor het openbaar bestuur. 2 artikel 8, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur artikel 9 van die wet Voordat de NIWO toepassing geeft aan het eerste lid, kan zij het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in, om een advies als bedoeld invragen. 3 De NIWO weigert de verlening of verlenging van de communautaire vergunning of de verlening of intrekking van een bestuurdersattest indien de vervoerder niet of niet meer voldoet aan de vereisten voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer van de beroepsverordening voor het wegvervoer. 4 De NIWO gaat over tot intrekking of schorsing van de communautaire vergunning of van een bestuurdersattest volgens de daarvoor geldende procedure van de beroepsverordening voor het wegvervoer indien de vervoerder niet meer voldoet aan de vereisten voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer van die verordening. 5 De NIWO stelt bij een besluit tot intrekking van een communautaire vergunning vanwege het niet meer voldoen aan de betrouwbaarheidseis, een termijn voor rehabilitatie vast. 6 Een vervoerder waarvan de communautaire vergunning wegens het niet voldoen aan de betrouwbaarheidseis door de NIWO is geschorst, is na het verstrijken van de termijn van die schorsing, voor de toepassing van de beroepsverordening voor het wegvervoer, de marktverordening voor het wegvervoer en van deze wet gerehabiliteerd. 7 Een vervoerder waarvan de NIWO de communautaire vergunning vanwege het niet voldoen aan de betrouwbaarheidseis heeft ingetrokken is na afloop van de termijn, bedoeld in het zesde lid, voor de toepassing van de beroepsverordening voor het wegvervoer, de marktverordening voor het wegvervoer en van deze wet gerehabiliteerd. 2022 545 27-12-2022 07-12-2022 36155 2023 486 22-12-2023 05-12-2023 01-01-2024
Artikel 3.2a — Artikel 3.2a#
Artikel 3.2a 1 De NIWO verklaart een vervoersmanager ongeschikt om leiding te hebben over de vervoeractiviteiten van een vervoerder indien hij niet langer voldoet aan de eis van betrouwbaarheid van de beroepsverordening voor het wegvervoer. 2 Indien een vervoersmanager vanwege het niet voldoen aan de betrouwbaarheidseis, door de NIWO ongeschikt is verklaard om zijn functie uit te oefenen, stelt de NIWO een termijn voor ongeschiktverklaring vast van twee jaar na de datum van ongeschiktverklaring. 3 Een vervoersmanager die vanwege het niet voldoen aan de betrouwbaarheidseis, door de NIWO ongeschikt is verklaard om zijn functie uit te oefenen, is voor de toepassing van de beroepsverordening voor het wegvervoer, de marktverordening voor het wegvervoer en van deze wet gerehabiliteerd: a. na het verstrijken van de termijn voor ongeschiktverklaring; en b. nadat opnieuw de examens, bedoeld in de beroepsverordening voor het wegvervoer, met succes zijn afgelegd. 2022 545 27-12-2022 07-12-2022 36155 2023 486 22-12-2023 05-12-2023 01-01-2024
Artikel 3.3 — Artikel 3.3#
Artikel 3.3 1 De NIWO kan de verlening van een CEMT-vergunning weigeren indien daarvan vermoedelijk geen, onvoldoende of slechts voor bilateraal vervoer gebruik zal worden gemaakt. 2 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld voor de verdeling van de voor de in Nederland gevestigde vervoerders in het kalenderjaar beschikbare CEMT-vergunningen en ritmachtigingen. 2020 455 18-11-2020 04-11-2020 35319 2020 556 24-12-2020 17-12-2020 01-01-2021
Artikel 3.4 — Artikel 3.4#
Artikel 3.4 1 artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur De NIWO gaat over tot schorsing of intrekking van de communautaire vergunning, in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in. 2 artikel 8, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur artikel 9 van die wet Voordat de NIWO toepassing geeft aan het eerste lid, kan zij het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in, om een advies als bedoeld invragen. 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 3.5 — Artikel 3.5#
Artikel 3.5 1 De NIWO trekt een aan een in Nederland gevestigde vervoerder verleende CEMT-vergunning of ritmachtiging in: a. op verzoek van de vervoerder; b. indien de vervoerder niet meer beschikt over een geldige communautaire vergunning, of c. artikel 2.3, vierde lid de daartoe krachtens, vastgestelde gevallen. 2 De NIWO kan een aan een in Nederland gevestigde vervoerder verleende CEMT-vergunning intrekken indien de vervoerder daarvan geen, onvoldoende of slechts voor bilateraal vervoer gebruik heeft gemaakt. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 3.6 — Artikel 3.6#
Artikel 3.6 1 artikel 7.1, eerste lid De vervoerder levert een vervallen of ingetrokken communautaire vergunning, CEMT-vergunning, ritmachtiging, vergunning als bedoeld in, of een vervallen of ingetrokken bestuurdersattest bij de NIWO in binnen één week na de vervaldatum, onderscheidenlijk de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot intrekking. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de verstrekte gewaarmerkte kopieën van de vervallen of ingetrokken communautaire vergunning of van het vervallen of ingetrokken bestuurdersattest. 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 1 Er is een Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie, in het maatschappelijk verkeer aangeduid als NIWO. De organisatie bezit rechtspersoonlijkheid en is gevestigd te Rijswijk. 2 De NIWO is belast met: a. de taken van de bevoegde instantie voor beroepsverordening voor het wegvervoer en van de bevoegde instantie voor de marktverordening voor het wegvervoer; b. de verlening en intrekking van een CEMT-vergunning of een ritmachtiging; c. artikel 7.1, derde en vierde lid het onderzoek, bedoeld in; d. artikel 7.2, eerste en tweede lid de intrekking van een vergunning, bedoeld in; e. de ondersteuning van onderhandelingen in het kader van verdragen over goederenvervoer; f. het beheer van gegevensbestanden en de verstrekking van gegevens uit die bestanden, uit hoofde van haar publieke taken, en g. het houden van een elektronisch register met de bij regeling van Onze Minister daarvoor bepaalde gegevens. 3 Bij regeling van Onze Minister kan de NIWO belast worden met andere taken ten aanzien van het goederenvervoer. 4 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 15 van die wet Op de NIWO is devan toepassing, met uitzondering van. 2016 376 27-10-2016 05-10-2016 34460 2016 518 20-12-2016 14-12-2016 01-01-2017
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 1 De NIWO stelt ten behoeve van haar werkwijze een reglement op, dat de goedkeuring van Onze Minister behoeft. 2 Het reglement, bedoeld in het eerste lid, omvat in elk geval bepalingen omtrent: a. artikel 19 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de wijze waarop invulling wordt gegeven aan, en b. werkwijze van directie en raad van advies. 2016 376 27-10-2016 05-10-2016 34460 2016 518 20-12-2016 14-12-2016 01-01-2017
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 De NIWO heeft een directie en een raad van advies. 2016 376 27-10-2016 05-10-2016 34460 2016 518 20-12-2016 14-12-2016 01-01-2017
Artikel 4.3a — Artikel 4.3a#
Artikel 4.3a 1 De directie: a. is belast met de dagelijkse leiding van de NIWO; b. bestaat uit maximaal twee leden; c. vertegenwoordigt de NIWO in en buiten rechte; d. verstrekt de raad van advies tijdig de voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen en andere gegevens, en e. artikel 4.3, tweede lid, onder b verstrekt aan Onze minister het advies van de Raad van advies inzake de in, bedoelde documenten. 2 Het lidmaatschap van de directie is onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad van advies. 3 In geval van schorsing of ontstentenis van een lid van de directie voorziet Onze Minister in de waarneming van diens functie. 4 De leden van de directie worden benoemd voor een tijdvak van maximaal vier jaar en zijn aansluitend éénmalig voor een tijdvak van maximaal vier jaar herbenoembaar. In het geval van bijzondere omstandigheden binnen de organisatie van de NIWO kan een lid van de directie bij afloop van de tweede benoemingstermijn terstond opnieuw worden benoemd voor een tijdvak van maximaal twee jaar. 5 De directie kan onder haar verantwoordelijkheid de vertegenwoordiging, bedoeld in het derde lid, opdragen aan een of meer directieleden of andere personen. Zij kan bepalen dat deze vertegenwoordiging uitsluitend betrekking heeft op bepaalde onderdelen van de taak van de NIWO dan wel op bepaalde aangelegenheden. 2021 286 18-06-2021 26-05-2021 35664 2021 306 29-06-2021 25-06-2021 30-06-2021 Artikel XIV van Stb. 2021/286 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4.3b — Artikel 4.3b#
Artikel 4.3b 1 De raad van advies adviseert de directie gevraagd of ongevraagd over de uitvoering van de aan de directie opgedragen taken en belangrijke bestuursbesluiten van de directie. 2 De raad van advies ziet toe op: a. de opzet en de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen; b. de financiële jaarverslaggeving en het opstellen van de begroting, en c. de naleving van de toepasselijke wet- en regelgeving. 3 De raad van advies bestaat uit drie leden, onder wie de voorzitter. 4 Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de leden van de raad van advies. 5 Bij de benoeming van de voorzitter hoort Onze Minister de raad van advies. 6 De leden van de raad van advies hebben op persoonlijke titel zitting in de raad van advies en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. 7 De voorzitter en de overige leden van de raad van advies worden benoemd voor een tijdvak van vier jaren en zijn aansluitend eenmalig voor een tijdvak van vier jaren herbenoembaar. 8 Aan de leden van de raad van advies kan tussentijds op eigen verzoek, dan wel om zwaarwichtige reden ontslag worden verleend. 9 Zolang in een vacature van de raad van advies niet is voorzien, vormen de overblijvende leden de raad van advies, met de bevoegdheid van de volledige raad van advies. Betreft het de vacature van de voorzitter, dan wijzen de overblijvende leden uit hun midden een lid aan dat tijdelijk als voorzitter fungeert. 10 Indien een lid wordt benoemd ter vervanging van een tussentijds opengevallen plaats, bepaalt Onze Minister het tijdvak van benoeming. 2016 376 27-10-2016 05-10-2016 34460 2016 518 20-12-2016 14-12-2016 01-01-2017
Artikel 4.3c — Artikel 4.3c#
Artikel 4.3c 1 Onze Minister kan aan de leden van de raad van advies, ten laste van de NIWO, een vergoeding toekennen voor hun werkzaamheden. 2 De leden van de raad van advies hebben aanspraak op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte reis- en verblijfkosten. 3 De NIWO voorziet in het secretariaat van de raad van advies. 2016 376 27-10-2016 05-10-2016 34460 2016 518 20-12-2016 14-12-2016 01-01-2017
Artikel 4.4 — Artikel 4.4#
Artikel 4.4 1 De NIWO maakt jaarlijks een begroting van baten en lasten op, die de instemming van Onze Minister behoeft. 2 artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht Dezijn van overeenkomstige toepassing op het eerste en tweede lid. 3 De NIWO vermeldt in het jaarverslag in ieder geval: a. artikel 7.1, eerste lid het aantal houders van een communautaire vergunning, van een CEMT-vergunning of van een vergunning als bedoeld inop de eerste dag van het kalenderjaar en op de laatste dag van het voorafgaande kalenderjaar; b. het aantal gewaarmerkte kopieën van de vergunningen, bedoeld in onderdeel a op de eerste en op de laatste dag van het voorafgaande kalenderjaar; c. het aantal communautaire vergunningen, bestuurdersattesten, CEMT-vergunningen en ritmachtigingen, dat in het voorafgaande kalenderjaar is verleend, verlengd of ingetrokken; d. het aantal gewaarmerkte kopieën van de in het voorafgaande kalenderjaar verleende communautaire vergunningen; e. artikel 7.1, eerste lid het aantal vergunningen als bedoeld in, dat in het voorafgaande kalenderjaar is ingetrokken. 2016 376 27-10-2016 05-10-2016 34460 2016 518 20-12-2016 14-12-2016 01-01-2017
Artikel 4.5 — Artikel 4.5#
Artikel 4.5 1 artikel 4.1 Onze Minister kan aan de NIWO aanwijzingen van algemene aard geven met betrekking tot de uitvoering van de in, bedoelde taken. 2 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de uitoefening van het toezicht op de NIWO. 2012 442 02-10-2012 13-09-2012 33250 2012 619 12-12-2012 27-11-2012 01-01-2013
Artikel 4.6 — Artikel 4.6#
Artikel 4.6 1 artikel 4.1 Ter dekking van de kosten van uitvoering van de bij of krachtensaan de NIWO opgedragen werkzaamheden: a. is de aanvrager aan de NIWO een vergoeding verschuldigd voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening of verlenging van een communautaire vergunning, tot verlening of verlenging van een bestuurdersattest, tot verlening van een CEMT-vergunning of van een ritmachtiging; b. is de houder van een communautaire vergunning jaarlijks een vergoeding aan de NIWO verschuldigd; c. artikel 7.1, eerste lid is de houder van een vergunning als bedoeld in, jaarlijks een vergoeding aan de NIWO verschuldigd. 2 De NIWO stelt de tarieven van de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid vast. 3 De tarieven voor de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden zodanig vastgesteld dat de begrote baten van die vergoedingen niet uitgaan boven de begrote kosten ter zake van de behandeling van de in het eerste lid bedoelde aanvragen. 4 artikel 4.1 De tarieven voor de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, worden zodanig vastgesteld dat de begrote baten van die vergoedingen niet uitgaan boven de begrote lasten van de taken, bedoeld in, anders dan de behandeling van aanvragen. 5 Onder de in het vierde lid bedoelde lasten wordt mede verstaan de bijdragen aan reserves van de NIWO. 6 artikel 10:31, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht De NIWO maakt de besluiten tot vaststelling van de tarieven van de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, bekend in de Staatscourant met vermelding van de dagtekening van het besluit van Onze Minister waarbij de goedkeuring is verleend of met vermelding van de omstandigheid dat ingevolge, een besluit tot goedkeuring wordt geacht te zijn genomen. 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 4.7 — Artikel 4.7#
Artikel 4.7 1 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 2.8a, vijfde lid Waar in deze wet dan wel dede goedkeuring van Onze Minister is vereist, verleent dan wel onthoudt deze die goedkeuring binnen zes weken na de datum van ontvangst van de aan goedkeuring onderhevige stukken, met uitzondering van de invereiste toestemming. 2 Met goedkeuring dan wel instemming wordt gelijkgesteld het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn zonder dat de goedkeuring dan wel de instemming is verleend of onthouden. 2016 376 27-10-2016 05-10-2016 34460 2016 518 20-12-2016 14-12-2016 01-01-2017
Artikel 4.8 — Artikel 4.8#
Artikel 4.8 Zolang de begroting niet is goedgekeurd, is de directie gerechtigd gedurende ten hoogste zes maanden van het nieuwe boekjaar voor iedere maand uitgaven te doen ter grootte van 115% van een twaalfde deel van de begroting van het voorafgaande boekjaar. 2016 376 27-10-2016 05-10-2016 34460 2016 518 20-12-2016 14-12-2016 01-01-2017
Artikel 4.9 — Artikel 4.9#
Artikel 4.9 1 Indien de NIWO een bij of krachtens een andere wet dan deze wet opgedragen taak naar het oordeel van Onze Minister niet langer naar behoren verricht, kan Onze Minister de nodige voorzieningen treffen na overleg met Onze Minister wie het aangaat. 2 Beleidsregels omtrent de uitoefening van de bij of krachtens andere wetten dan deze wet aan de NIWO opgedragen taken worden door Onze Minister vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister wie het aangaat. 2016 376 27-10-2016 05-10-2016 34460 2016 518 20-12-2016 14-12-2016 01-01-2017
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 1 Met het toezicht op de naleving van de beroepsverordening voor het wegvervoer, de marktverordening voor het wegvervoer en van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast: a. artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering de bij of krachtensaangewezen ambtenaren; b. de bij besluit van Onze Minister daartoe aangewezen personen. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 2014 581 31-12-2014 10-12-2014 33976 01-01-2015
Artikel 5.2 — Artikel 5.2#
Artikel 5.2 1 Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de beroepsverordening voor het wegvervoer, van de marktverordening voor het wegvervoer of van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. 2 artikel 5:24, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking van, kan de beschikking tot toepassing van bestuursdwang bekend worden gemaakt aan de bestuurder van de vrachtauto ten aanzien waarvan bestuursdwang zal worden toegepast. 3 artikel 3.6 In geval van overtreding vankan de NIWO de vervoerder een last onder dwangsom opleggen teneinde die overtreding ongedaan te maken. 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 5.3 — Artikel 5.3#
Artikel 5.3 De Nederlandse strafwet is mede van toepassing op de in Nederland gevestigde vervoerder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 5.4 — Artikel 5.4#
Artikel 5.4 1 artikel 17 van de Wet op de economische delicten artikelen 2.3, eerste en derde lid 2.5 De ambtenaren, die op basis vanzijn belast met de opsporing van overtredingen van deze wet, zijn bevoegd het vervoer van goederen dat wordt verricht in strijd met deente beletten en een mechanisch hulpmiddel aan te brengen of te doen aanbrengen op de vrachtauto waarmee de overtreding is gepleegd waardoor wordt verhinderd dat de vrachtauto wordt weggereden, teneinde de overtreding te doen ophouden. 2 Het aangebrachte mechanisch hulpmiddel wordt verwijderd nadat de overtreding is opgehouden dan wel na het aanbrengen achtenveertig uren zijn verstreken en de kosten van het aanbrengen en het verwijderen ervan zijn voldaan. 3 De betrokken ambtenaar maakt van het aanbrengen van het mechanisch hulpmiddel, bedoeld in het eerste lid, proces-verbaal op. Hij zendt dit proces-verbaal binnen vierentwintig uur aan de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waar het aanbrengen van het mechanisch hulpmiddel, bedoeld in het eerste lid, is geschied. Een afschrift van het proces-verbaal wordt gelijktijdig uitgereikt of toegezonden aan de bestuurder. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 5.5 — Artikel 5.5#
Artikel 5.5 1 artikel 5.4, eerste lid artikel 5.4, derde lid Elke belanghebbende kan tegen het aanbrengen van het mechanisch hulpmiddel, bedoeld in, gedurende vier weken een beroepsschrift indienen bij de rechtbank, bedoeld in. 2 Indien de rechtbank het beroepschrift gegrond acht, kan zij bepalen dat ten laste van de Staat der Nederlanden een vergoeding wordt toegekend. 3 Tegen de beschikking van de rechtbank staat het Openbaar Ministerie binnen twee weken en de belanghebbende binnen twee weken nadat zij hem betekend werd, hoger beroep open bij het gerechtshof. 4 Tegen de beschikking van het gerechtshof staat het Openbaar Ministerie binnen twee weken en de belanghebbende binnen twee weken nadat zij hem betekend werd, beroep in cassatie open. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 Wijzigt de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 6.2 — Artikel 6.2#
Artikel 6.2 Wijzigt de Wet op de economische delicten. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009 2008 428 06-11-2008 24-10-2008 31340 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009 2009 38 05-02-2009 29-12-2008 31562 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 6.3 — Artikel 6.3#
Artikel 6.3 Wijzigt de Vervoersnoodwet. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 6.4 — Artikel 6.4#
Artikel 6.4 Wijzigt de Vestigingswet Bedrijven 1954. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 1 artikel 2.5 artikel 5, eerste lid, van de Wet goederenvervoer over de weg De verboden, bedoeld in, gelden niet voor binnenlands beroepsvervoer door een vervoerder die beschikt over een geldige vergunning als bedoeld in, die vóór de inwerkingtreding van deze wet is verleend. 2 De vergunning, bedoeld in het eerste lid, blijft voor onbepaalde tijd geldig. 3 De NIWO onderzoekt iedere vijf jaar indien de vervoerder een natuurlijk persoon is of : a. hij voldoet aan de eisen van betrouwbaarheid, financiële draagkracht en vakbekwaamheid, of b. hij voldoet aan de eisen van betrouwbaarheid en financiële draagkracht en de natuurlijk persoon die de vervoeractiviteiten permanent en daadwerkelijk leidt, voldoet aan de eisen van betrouwbaarheid en vakbekwaamheid. 4 De NIWO onderzoekt iedere vijf jaar indien de vervoerder een rechtspersoon is of: a. hij voldoet aan de eisen van betrouwbaarheid en financiële draagkracht; b. de een of meer natuurlijke personen die de vervoeractiviteiten permanent en daadwerkelijk leiden, voldoen aan de eisen van betrouwbaarheid, en c. ten minste een van de onder b bedoelde natuurlijke personen voldoet aan de eisen van vakbekwaamheid. 5 artikelen 2.8 2.8a Deenen de artikel 7 van de beroepsverordening voor het wegvervoer zijn van overeenkomstige toepassing op de vergunning, bedoeld in het eerste lid. 6 artikel 21, eerste, of tweede lid, van het Besluit goederenvervoer over de weg Het bij of krachtens, bepaalde zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, is van overeenkomstige toepassing. 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 7.2 — Artikel 7.2#
Artikel 7.2 1 artikel 7.1, eerste lid De NIWO trekt de vergunning, bedoeld in, in: a. artikel 7.1, derde, vijfde en zesde lid onderscheidenlijk vierde tot en met zesde lid indien niet meer wordt voldaan aan de eisen van betrouwbaarheid, financiële draagkracht en vakbekwaamheid, bedoeld in; b. op verzoek van de vergunninghouder; c. indien de vervoerder zijn vervoersactiviteiten heeft gestaakt, of d. artikel 7.1, derde en zesde lid onderscheidenlijk vierde en zesde lid indien de een of meer natuurlijke personen die vóór de inwerkingtreding van deze wet de vervoeractiviteiten van de vervoerder permanent en daadwerkelijk leidden en voldeden aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in, niet langer permanent en daadwerkelijk leiding geven aan die vervoeractiviteiten. 2 artikel 7.1, eerste lid artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur De NIWO kan de vergunning, bedoeld in, intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in. 3 artikel 8, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur artikel 9 van die wet Voordat de NIWO toepassing geeft aan het tweede lid, kan zij het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in, om een advies als bedoeld invragen. 4 artikel 7.1, eerste lid De vergunning, bedoeld in, vervalt van rechtswege met ingang van het tijdstip van: a. overlijden dan wel intreden van wettelijke onbekwaamheid van de natuurlijke persoon waaraan de vergunning is verleend, of b. ontbinding van de rechtspersoon waaraan de vergunning is verleend. 5 artikel 7.1, derde, vijfde en zesde lid onderscheidenlijk vierde tot en met zesde lid Artikel 13 van de beroepsverordening voor het wegvervoer is van overeenkomstige toepassing indien als gevolg van overlijden of lichamelijk of wettelijke onbekwaamheid van een natuurlijk persoon niet meer wordt voldaan aan de eisen van betrouwbaarheid en vakbekwaamheid, bedoeld in. 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 7.3 — Artikel 7.3#
Artikel 7.3 Vervallen 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 8.1 — Artikel 8.1#
Artikel 8.1 1 Tegen een op grond van de beroepsverordening voor het wegvervoer, van de marktverordening van het wegvervoer of van deze wet genomen besluit, kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. 2 artikel 2.8a, vijfde lid In afwijking van het eerste lid kan een belanghebbende indien de ingevolgevereiste toestemming van Onze Minister ontbreekt, geen beroep instellen tegen een beschikking van de NIWO inhoudende het verlies van de betrouwbaarheid als bedoeld in artikel 2.8a, derde en vierde lid. 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 8.2 — Artikel 8.2#
Artikel 8.2 Vervallen 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 2013 233 28-06-2013 13-12-2012 33184 29-06-2013
Artikel 8.3 — Artikel 8.3#
Artikel 8.3 Wijzigt deze wet. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009 2008 428 06-11-2008 24-10-2008 31340 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 8.4 — Artikel 8.4#
Artikel 8.4 Wijzigt de Wet BDU verkeer en vervoer. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-01-2010 2009 38 05-02-2009 29-12-2008 31562 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-01-2010
Artikel 8.5 — Artikel 8.5#
Artikel 8.5 Wijzigt de Spoorwegwet. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 8.6 — Artikel 8.6#
Artikel 8.6 Wet goederenvervoer over de weg Dewordt ingetrokken. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 8.7 — Artikel 8.7#
Artikel 8.7 Wijzigt deze wet. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 8.8 — Artikel 8.8#
Artikel 8.8 artikel 8.4 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kunnen andere tijdstippen worden vastgesteld waarop de onderdelen vanin werking treden. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009
Artikel 8.9 — Artikel 8.9#
Artikel 8.9 Deze wet wordt aangehaald als: Wet wegvervoer goederen. 2008 492 09-12-2008 30-10-2008 30896 2009 193 28-04-2009 06-04-2009 01-05-2009