Wet van 20 mei 2010, houdende tijdelijke regels voor een pilot ter bevordering van de participatie van personen met een arbeidsbeperking met behulp van loondispensatie (Tijdelijke wet pilot loondispensatie)
- BWB-id
- BWBR0027707
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2012-01-01 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027707
- ELI
- /eli/nl/wet/2010/tijdelijke-wet-pilot-loondispensatie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2010/tijdelijke-wet-pilot-loondispensatie/2012-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027707&g=2012-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027707&z=2026-06-06&g=2012-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027707/2012-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2010/tijdelijke-wet-pilot-loondispensatie
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze wet wordt verstaan onder: a. arbeidsbeperking: het vanwege structurele lichamelijke, verstandelijke, psychische of psychosociale beperkingen niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel tot tenminste 20% daarvan; b. college: het college van burgemeester en wethouders van een aan de pilot deelnemende gemeente; c. kring: Wet werk en bijstand inwoners van een aan de pilot deelnemende gemeente, die ten minste 23 jaar oud zijn en algemene bijstand ontvangen op grond van deof een uitkering op grond van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen socialezekerheidswet; d. dienstbetrekking: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking; e. doelgroep: Wet sociale werkvoorziening artikelen 2 7 van die wet artikel 4, eerste lid personen uit de kring, die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking behoren tot de doelgroep van deen die niet werkzaam zijn in een dienstbetrekking als bedoeld in deen, alsmede personen uit de kring van wie met toepassing van, is vastgesteld dat zij een arbeidsbeperking hebben; f. loonwaarde: door het college vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een persoon met een arbeidsbeperking verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die geen arbeidsbeperking heeft; g. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; h. werknemer: artikel 7 persoon uit de doelgroep, die een dienstbetrekking is aangegaan onder toepassing van. 2011 650 29-12-2011 22-12-2011 32815 2011 651 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 2 — Artikel 2 Doel pilot#
Artikel 2 Doel pilot artikel 7, eerste lid In de periode vanaf de inwerkingtreding van deze wet tot de datum waarop deze vervalt, vindt, met het oog op het nemen van een gefundeerde beslissing over het al dan niet landelijk invoeren van het instrument loondispensatie voor mensen met een arbeidsbeperking, een pilot plaats waarmee wordt beoogd inzicht te verkrijgen in de mate waarin de inzet van het instrument, bedoeld in, en de wijze waarop dit instrument wordt ingezet in combinatie met een aanvulling op de inkomsten uit arbeid in dienstbetrekking de arbeidsinschakeling van personen uit de doelgroep in een dienstbetrekking verhoogt, alsmede in daarmee samenhangende vraagstukken en eventuele onvoorziene neveneffecten. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 3 — Artikel 3 Deelname gemeenten#
Artikel 3 Deelname gemeenten Onze Minister kan op hun verzoek gemeenten aanwijzen, die deelnemen aan de pilot. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 4 — Artikel 4 Toegangstoets#
Artikel 4 Toegangstoets 1 Wet sociale werkvoorziening Het college kan met het oog op de toepassing van deze wet inwoners, die behoren tot de kring en die niet blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking behoren tot de doelgroep van de, verplichten mee te werken aan een onderzoek naar het al dan niet bestaan van een arbeidsbeperking. 2 Indien op grond van het eerste lid wordt vastgesteld dat de inwoner een arbeidsbeperking heeft, heeft het college een inspanningsverplichting om met behulp van de toepassing van de instrumenten, die hem ter beschikking staan, ervoor zorg te dragen dat aan die inwoner een dienstbetrekking wordt aangeboden. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 5 — Artikel 5 Re-integratieplicht Wsw-geïndiceerde#
Artikel 5 Re-integratieplicht Wsw-geïndiceerde Artikel 9, vijfde lid, van de Wet werk en bijstand artikel 1, onderdeel c en overeenkomstige bepalingen uit een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen wet als bedoeld in, zijn niet van toepassing op personen uit de doelgroep. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 6 — Artikel 6 Werkzaamheden met behoud van uitkering#
Artikel 6 Werkzaamheden met behoud van uitkering Het college kan zijn inwoner, die behoort tot de doelgroep, gedurende maximaal drie maanden bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden laten verrichten met het oog op een reële vaststelling van de arbeidsprestatie, indien de werkgever voor wie de werkzaamheden worden verricht een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van die inwoner heeft afgesloten. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 7 — Artikel 7 Loondispensatie#
Artikel 7 Loondispensatie 1 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien een werkgever voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon uit de doelgroep teneinde werkzaamheden in een bepaalde functie te verrichten en door het college van de gemeente waarvan die persoon inwoner is, is vastgesteld dat de arbeidsprestatie van die persoon in die functie ten gevolge van zijn arbeidsbeperking minder zal zijn dan de arbeidsprestatie, die een geldelijke beloning van het voor hem geldende wettelijk minimumloon rechtvaardigt, vermindert dat college de hoogte van de aanspraak van die persoon op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid tot de loonwaarde, in afwijking van hetgeen bij en krachtens deis bepaald. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien: a. artikelen 2 7 van de Wet sociale werkvoorziening de arbeid wordt verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in deen; of b. met betrekking tot de dienstbetrekking een proeftijd geldt. 3 Het college, bedoeld in het eerste lid, stelt na aanvang van de dienstbetrekking telkens binnen een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen periode vast of nog sprake is van een arbeidsprestatie als bedoeld in het eerste lid alsmede wat de loonwaarde is. 4 artikelen 4, tweede lid 6 Vanaf het moment dat de op grond van het eerste of derde lid vastgestelde loonwaarde van een persoon meer bedraagt dan het wettelijk minimumloon, dan wel minder bedraagt dan 20% van het wettelijk minimumloon, zijn de, enalsmede het eerste tot en met derde lid niet langer op hem van toepassing. 5 De verlaging van de loonwaarde, die voortvloeit uit een door de werkgever ingesteld bezwaar of beroep, vindt niet eerder plaats dan de dag volgend op die waarop tegen de beslissing op bezwaar geen rechtsmiddelen meer openstaan of de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing in geval van intrekking van het bezwaar of beroep omdat het college geheel of gedeeltelijk is tegemoet gekomen aan het bezwaar of beroep van de werkgever. 6 Het college vergoedt aan de werkgever het verschil tussen de loonkosten, die hij als gevolg van de toepassing van het vijfde lid heeft gehad en de loonkosten, die hij zou hebben gehad als de verlaging van de loonwaarde plaats zou hebben gevonden met ingang van de eerste dag waarop de vernietigde of ingetrokken beschikking ziet. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 8 — Artikel 8 Aanvullende uitkering#
Artikel 8 Aanvullende uitkering 1 artikel 7 eerste lid Zolang de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid onder toepassing vanis verminderd, verstrekt het college aan de werknemer een aanvullende uitkering. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de berekening van de hoogte van de aanvullende uitkering. 3 Wet werk en bijstand Voor de toepassing van andere wetten en de daarop berustende bepalingen, wordt een aanvullende uitkering op grond van deze wet aangemerkt als een uitkering op grond van de. 2011 650 29-12-2011 22-12-2011 32815 2011 651 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 9 — Artikel 9 Voorzieningen#
Artikel 9 Voorzieningen 1 artikel 6 artikel 7, eerste of derde lid Het college verstrekt de persoon, die onder toepassing vanonbeloonde werkzaamheden verricht of gaat verrichten respectievelijk onder toepassing van, arbeid in een dienstbetrekking verricht of gaat verrichten, de voorzieningen, die noodzakelijk zijn voor het verrichten van die arbeid. 2 artikel 35 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Op de persoon, bedoeld in het eerste lid, isniet van toepassing. 3 artikel 36 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Op de werkgever van de persoon, bedoeld in het eerste lid, isniet van toepassing. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 10 — Artikel 10 Wsw Behoud indicatie en inspanningsverplichting op grond van de#
Artikel 10 Wsw Behoud indicatie en inspanningsverplichting op grond van de 1 artikel 12, vierde lid, onderdeel a, van de Wet sociale werkvoorziening die wet artikel 7, eerste lid In afwijking vanbehoudt een persoon, die onder toepassing van, arbeid in een dienstbetrekking aanvaardt, zijn indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking in de zin vangedurende de periode dat de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid naar evenredigheid is verminderd. 2 artikel 7, eerste lid artikel 12 van de Wet sociale werkvoorziening artikel 2, eerste lid, van die wet artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening Indien een dienstbetrekking is aangegaan onder toepassing van, en de werknemer met inachtneming vanen de daarop berustende bepalingen recht heeft op aanbieding van een dienstbetrekking als bedoeld inspant het college zich in om de bestaande dienstbetrekking om te zetten in een dienstbetrekking als bedoeld in. Indien het college daar niet in slaagt, biedt het de werknemer een dienstbetrekking aan als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening. Indien de werknemer dat aanbod niet aanvaardt, vervalt, in afwijking van het eerste lid, de indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 11 — Artikel 11 Bekostiging pilot#
Artikel 11 Bekostiging pilot 1 Onze Minister verstrekt aan het college een tegemoetkoming in de kosten ter uitvoering van de pilot. 2 artikel 12, eerste lid Indien de deelname van een gemeente aan de pilot eindigt voor 31 december 2012 dan wel indien op grond van, de pilot eerder eindigt dan die datum, kan Onze Minister de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, lager vaststellen en hetgeen onverschuldigd is betaald terugvorderen of verrekenen. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 12 — Artikel 12 Beëindiging pilot of beëindiging deelname gemeente aan pilot#
Artikel 12 Beëindiging pilot of beëindiging deelname gemeente aan pilot 1 Indien de tussentijdse resultaten of de uitwerking in de praktijk daartoe redelijkerwijs aanleiding geeft, kan Onze Minister besluiten de pilot te beëindigen voor 31 december 2012. 2 artikelen 7 tot en met 11 14 artikel 7, eerste lid In geval van voortijdige beëindiging van de pilot op grond van het eerste lid blijven deenen de daarop berustende bepalingen van toepassing tot en met 31 december 2012 met betrekking tot degenen, die voor de datum van beëindiging onder toepassing van, een dienstbetrekking zijn aangegaan. 3 artikelen 7 tot en met 11 14 artikel 7, eerste lid Indien de deelname van een gemeente eindigt voor de datum waarop deze wet vervalt, blijven deenen de daarop berustende bepalingen van toepassing tot de datum waarop deze wet vervalt met betrekking tot degenen uit de doelgroep van de desbetreffende gemeente, die voor de datum van beëindiging onder toepassing van, een dienstbetrekking zijn aangegaan. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 13 — Artikel 13 Evaluatiebepaling#
Artikel 13 Evaluatiebepaling 1 Onze Minister zendt uiterlijk 31 oktober 2012 aan de Staten-Generaal een verslag over het inzicht dat de toepassing van deze wet heeft verschaft in: a. artikel 7, eerste lid de mate waarin de inzet van het instrument, bedoeld in, en de wijze waarop dit instrument wordt ingezet in combinatie met een aanvulling op de inkomsten uit arbeid in dienstbetrekking de arbeidsinschakeling van personen uit de doelgroep in een dienstbetrekking verhoogt; b. de overige met onderdeel a samenhangende vraagstukken die zijn onderzocht; en c. eventuele onvoorziene neveneffecten. 2 artikel 12, eerste lid Indien de pilot onder toepassing van, eerder wordt beëindigd dan 31 augustus 2012, zendt Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, uiterlijk twee maanden na de beëindiging van de pilot het verslag, bedoeld in het eerste lid, aan de Staten-Generaal. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 14 — Artikel 14 Lagere regelgeving#
Artikel 14 Lagere regelgeving 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ter uitvoering van deze wet. 2 artikel 3 artikel 4, eerste lid artikelen 6 7 artikel 11, eerste lid De regels, bedoeld in het eerste lid, betreffen in ieder geval regels met betrekking tot de toepassing van de bevoegdheid, bedoeld in, het onderzoek, bedoeld in, de vaststelling van de loonwaarde, bedoeld in deen, en de berekening van de tegemoetkoming, bedoeld in. 3 artikel 1, onderdeel c artikel 7, derde lid artikel 8, tweede lid Een voordracht voor een op grond van het eerste lid,,, of, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan na vier weken nadat het ontwerp daarvan aan beide kamers van de Staten-Generaal is overgelegd. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 14a — Artikel 14a Beroepswet Wijziging van de#
Artikel 14a Beroepswet Wijziging van de Wijzigt de Beroepswet. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 15 — Artikel 15 Citeertitel#
Artikel 15 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet pilot loondispensatie. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding#
Artikel 16 Inwerkingtreding 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt met ingang van 1 januari 2013. 2 Indien voor 1 januari 2013 een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om de pilot om te zetten in een structurele wettelijke regeling vervalt, in afwijking van het eerste lid, deze wet met ingang van de datum waarop dat voorstel van wet, nadat het tot wet is verheven, in werking treedt. 2010 216 08-06-2010 20-05-2010 32165 2010 217 08-06-2010 28-05-2010 09-06-2010