Wet van 17 december 2009 tot wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur in de Successiewet 1956, alsmede introductie van een regeling voor afgezonderd particulier vermogen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Successiewet 1956)
- BWB-id
- BWBR0026937
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2011-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0026937
- ELI
- /eli/nl/wet/2010/wijzigingswet-successiewet-1956-enz-vereenvoudiging-bedrijfs
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2010/wijzigingswet-successiewet-1956-enz-vereenvoudiging-bedrijfs/2011-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0026937&g=2011-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0026937&z=2026-06-06&g=2011-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0026937/2011-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2010/wijzigingswet-successiewet-1956-enz-vereenvoudiging-bedrijfs
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt de Successiewet 1956. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2011 Onderdeel AHa.
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2010
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2010
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2010
Artikel V — Artikel V#
Artikel V Wijzigt de Invorderingswet 1990. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2011 Onderdeel C, onder 6.
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2010
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII Wijzigt de Natuurschoonwet 1928. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2010
Artikel VIII — Artikel VIII#
Artikel VIII Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2010
Artikel VIIIA — Artikel VIIIA#
Artikel VIIIA Wijzigt de Wet op de accijns. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2010
Artikel VIIIB — Artikel VIIIB#
Artikel VIIIB 1 De accijns op rooktabak wordt met ingang van 1 maart 2010 zodanig verhoogd dat de totale accijns voor de meest gevraagde prijsklasse rooktabak € 0,49 per kilogram hoger zal liggen dan het accijnsbedrag voor deze prijsklasse op 28 februari 2010. 2 artikel 35, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de accijns Bij ministeriële regeling worden met ingang van 1 maart 2010 de tarieven van de accijns, bedoeld inaangepast. De aanpassing geschiedt zodanig dat voor rooktabak van de meest gevraagde prijsklasse het specifieke gedeelte van de accijns 50% bedraagt van de som van de totale accijns en de omzetbelasting. Daarbij dient het bedrag van de totale accijns gelijk te blijven aan het bedrag van de totale accijns dat na de verhoging van de accijns verschuldigd zou zijn zonder de aanpassing. De aanpassing van het bedrag dat in artikel 35, eerste lid, onderdeel c, is opgenomen als de ten minste te betalen accijns voor 1 kilogram rooktabak, geschiedt zodanig dat deze accijns na de aanpassing van de tarieven het totale bedrag van de accijns voor 1 kilogram rooktabak van de meest gevraagde prijsklasse bedraagt. Bij de aanpassing vindt afronding plaats van het procentuele gedeelte van de accijns op honderdsten van een percent. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2010
Artikel IX — Artikel IX#
Artikel IX Wijzigt de Invoeringswet titel 7.13 Burgerlijk Wetboek. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2010
Artikel X — Artikel X#
Artikel X Wijzigt deze wet. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2010
Artikel XA — Artikel XA#
Artikel XA 1 Indien: a. artikel 2.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001 aan een belastingplichtige op grond vande bezittingen en schulden alsmede de opbrengsten en uitgaven van een afgezonderd particulier vermogen worden toegerekend, en b. artikel 1, eerste lid, onder 1° of onder 3°, van de Successiewet 1956 artikel 2.14a, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 ingevolge, zoals die bepalingen op 31 december 2009 luidden, een aanslag is opgelegd ter zake van het voor 1 januari 2010 afzonderen van vermogen, bedoeld in, wordt de aanslag, bedoeld in onderdeel b, op verzoek verminderd met het ter zake van het afzonderen van vermogen, bedoeld in artikel 2.14a, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, geheven recht van successie onderscheidenlijk recht van schenking. 2 De vermindering wordt verleend op een verzoek dat geschiedt door het doen van aangifte. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2010
Artikel XI — Artikel XI#
Artikel XI artikel 6.33, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 In afwijking in zoverre van, wordt een kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instelling die is aangemerkt als een instelling in de zin van artikel 6.33, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dat onderdeel luidde op 31 december 2009, met ingang van 1 januari 2010 niet meer als een instelling in de zin van artikel 6.33, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 aangemerkt. In afwijking in zoverre van de eerste volzin en van artikel 6.33, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, wordt de instelling, bedoeld in de eerste volzin, met ingang van 1 januari 2010 aangemerkt als een instelling in de zin van artikel 6.33, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit onderdeel met ingang van 1 januari 2010 luidt, indien de instelling voor 7 december 2009 tegenover de inspecteur heeft verklaard aan de in dat onderdeel genoemde voorwaarden te voldoen. 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 2009 564 23-12-2009 17-12-2009 31930 01-01-2010
Artikel XII — Artikel XII#
Artikel XII 1 Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2010, met dien verstande dat: a. artikel I, onderdelen U, AC, AE, en AH artikel 35a van de Successiewet 1956 eerst toepassing vindt nadatbij het begin van het kalenderjaar 2010 is toegepast; b. artikel I Successiewet 1956 de ingevolgegewijzigde of ingevoegde artikelen van devoor het eerst toepassing vinden met betrekking tot belastbare feiten in de zin van de Successiewet 1956 die zich hebben voorgedaan op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet, met dien verstande dat: 1°. artikel I, onderdeel B artikel 1a, vierde lid, onderdeel c, van de Successiewet 1956 het in, opgenomenvoor het eerst toepassing vindt met ingang van 1 januari 2012; 2°. artikel I, onderdeel B artikel 1a, vierde lid, onderdeel c, van de Successiewet 1956 indien een akte als bedoeld in het in, opgenomenis verleden in de periode tot 1 januari 2012, geacht wordt te zijn voldaan aan de termijn, bedoeld in het in artikel I, onderdeel B, opgenomen artikel 1a, vijfde lid, onderdeel a, van de Successiewet 1956. 2 Successiewet 1956 53a 53b 53c van die wet Dezoals die luidde op 31 december 2009 blijft van toepassing op belastbare feiten in de zin van die wet zoals die op die datum luidde, die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2010. Het in de artikelen,en, zoals die artikelen op 31 december 2009 luidden, bepaalde blijft van toepassing indien het een schenking of overlijden betreft van vóór 1 januari 2010. 3 artikelen 24, zevende lid 25, elfde, twaalfde en dertiende lid 28, tweede lid, van de Invorderingswet 1990 Successiewet 1956 De,, en, zoals die leden luidden op 31 december 2009, alsmede de daarop berustende bepalingen blijven van toepassing met betrekking tot belastingaanslagen ter zake van rechten van successie of schenking die zijn vastgesteld met toepassing van de regels van dezoals deze luidden vóór 1 januari 2010. 4 Artikel 7, tweede lid, van de Successiewet 1956 Successiewet 1956 is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het ter zake van de waarde, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, geheven recht van overgang ingevolge dezoals deze wet luidde vóór 1 januari 2010. 5 artikel I, onderdeel I artikel 10, derde lid, van de Successiewet 1956 Indien ter zake van een schuldigerkenning uit vrijgevigheid die is gedaan vóór de inwerkingtreding van deze wet, een rente is afgesproken waarvan de betrokkenen in redelijkheid mochten aannemen dat deze zakelijk was en deze rente lager is dan de rente, bedoeld in het ingevolge, ingevoerde, treedt voor de toepassing van artikel 10, derde lid, van de Successiewet 1956 de hiervoor bedoelde overeengekomen rente, voorzover deze is afgesproken vóór de inwerkingtreding van deze wet, in plaats van de in artikel 10, derde lid, van de Successiewet 1956 bedoelde rente. 6 artikel I, onderdeel AHa, en artikel V, onderdeel C, onderdeel 6 In afwijking van het eerste lid treden, in werking met ingang van 1 januari 2011. 7 artikel 5.4, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 artikel 24, tweede lid, van de Successiewet 1956 Voor de toepassing vanwordt onder echtgenoot mede begrepen de persoon die met de erflater een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld inzoals dat lid luidde vóór 1 januari 2010 en de ouder als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, vóór 1 januari 2012 is overleden. 2010 871 29-12-2010 23-12-2010 32401 2010 871 29-12-2010 23-12-2010 32401 01-01-2011 01-01-2010