Wet van 24 november 2011, houdende de oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens)
- BWB-id
- BWBR0030733
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0030733
- ELI
- /eli/nl/wet/2011/wet-college-voor-de-rechten-van-de-mens
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2011/wet-college-voor-de-rechten-van-de-mens/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0030733&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0030733&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0030733/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2011/wet-college-voor-de-rechten-van-de-mens
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Er is een College voor de rechten van de mens, hierna te noemen: het College. 2 Het College is het nationaal instituut voor de rechten van de mens, bedoeld in Resolutie A/RES/48/134 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 20 december 1993 inzake nationale instituten voor de bevordering en bescherming van de rechten van de mens en in aanbeveling R (97) 14 van het Comité van ministers van de Raad van Europa van 30 september 1997 inzake de oprichting van onafhankelijke nationale mensenrechteninstituten. 3 Het College heeft tot doel in Nederland de rechten van de mens, waaronder het recht op gelijke behandeling, te beschermen, het bewustzijn van deze rechten te vergroten en de naleving van deze rechten te bevorderen. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius. 2025 389 25-11-2025 08-10-2025 36551 2025 433 15-12-2025 08-12-2025 01-01-2026
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De taak van het College is: a. artikel 10 het doen van onderzoek naar de bescherming van de rechten van de mens, waaronder het onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt en het geven van een oordeel daarover, bedoeld in; b. het rapporteren en het doen van aanbevelingen over de bescherming van de rechten van de mens, waaronder het jaarlijks rapporteren over de mensenrechtensituatie in Nederland; c. artikel 5 het geven van advies, bedoeld in; d. het geven van voorlichting en het stimuleren en coördineren van onderwijs over de rechten van de mens; e. het stimuleren van onderzoek naar de bescherming van de rechten van de mens; f. het structureel samenwerken met maatschappelijke organisaties en met nationale, Europese en andere internationale instellingen die zich de bescherming aantrekken van een of meer rechten van de mens, onder meer door het organiseren van activiteiten in samenwerking met maatschappelijke organisaties; g. het aansporen tot de ratificatie, implementatie en naleving van verdragen over de rechten van de mens en het aansporen tot de opheffing van voorbehouden bij zulke verdragen; h. het aansporen tot de implementatie en naleving van bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties over de rechten van de mens; i. het aansporen tot de naleving van Europese of internationale aanbevelingen over de rechten van de mens. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het College vervult zijn taak in onafhankelijkheid. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het College adviseert op schriftelijk verzoek van Onze Minister wie het aangaat of van een van beide kamers der Staten-Generaal over wetten, voorstellen van wet, algemene maatregelen van bestuur, ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen en ontwerpen van ministeriële regelingen die direct of indirect betrekking hebben op de rechten van de mens. 2 Het College kan uit eigen beweging Onze Minister wie het aangaat of een van beide kamers der Staten-Generaal adviseren over wetten, voorstellen van wet, algemene maatregelen van bestuur, ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen en ontwerpen van ministeriële regelingen die direct of indirect betrekking hebben op de rechten van de mens. 3 Het College kan op schriftelijk verzoek of uit eigen beweging een bestuursorgaan wie het aangaat of een van beide kamers der Staten-Generaal adviseren over ontwerpen van bindende besluiten van Europese en andere internationale instellingen die direct of indirect betrekking hebben op de rechten van de mens en over beleid dat direct of indirect betrekking heeft op de rechten van de mens. 4 Het College kan op schriftelijk verzoek of uit eigen beweging een bestuursorgaan wie het aangaat adviseren over andere algemeen verbindende voorschriften dan bedoeld in het eerste lid die direct of indirect betrekking hebben op de rechten van de mens, en ontwerpen daarvan. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het College en daartoe door het College aangewezen personen kunnen alle inlichtingen en bescheiden vorderen die voor de vervulling van de taak van het College redelijkerwijs nodig zijn. 2 Een ieder is verplicht de ingevolge het eerste lid gevorderde inlichtingen en bescheiden volledig en naar waarheid te verstrekken, een en ander op de wijze en binnen de termijn door of namens het College vast te stellen. 3 Het tweede lid geldt niet voor zover het inlichtingen en bescheiden betreft waarvan het verstrekken in strijd is met het belang van de nationale veiligheid, dan wel een schending van een ambts- of beroepsgeheim met zich brengt. Voorts geldt deze verplichting niet, indien een persoon daardoor of zichzelf of een van zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn in de tweede of de derde graad of zijn echtgenoot of eerdere echtgenoot dan wel geregistreerde partner of eerdere geregistreerde partner aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling ter zake van een misdrijf zou blootstellen. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het College kan een onderzoek ter plaatse instellen. Het heeft toegang tot elke plaats, met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner, voor zover dat redelijkerwijze voor de vervulling van zijn taak nodig is. 2 Wet bescherming staatsgeheimen Het eerste lid geldt niet voor plaatsen die als verboden plaats zijn aangewezen ingevolge de. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 3, onderdelen a en b artikel 5 De onderzoeken, rapporten en aanbevelingen, bedoeld in, en de adviezen, bedoeld in, worden door het College openbaar gemaakt. 2 Onze Minister wie het aangaat stelt het College in de gelegenheid de onderzoeken, rapporten, aanbevelingen en adviezen met hem te bespreken. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Binnen het College is een afdeling belast met de uitvoering van de in dit hoofdstuk bedoelde taak. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Het College a. 1° kan op schriftelijk verzoek onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in de volgende wetten en bepalingen en zijn oordeel daarover kenbaar maken: Algemene wet gelijke behandeling de; Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen de; artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ; artikel 1614aa van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek BES ; Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte de; Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid de; Wet van 7 november 2002 richtlijn 1999/70/EG detot uitvoering van devan de Raad van de Europese Unie van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (Stb. 2002, 560); Wet van 3 juli 1996 houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Ambtenarenwet in verband met het verbod tot maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur de(Stb. 1996, 391); 2° artikel 2 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte kan op schriftelijk verzoek onderzoeken of gehandeld is in strijd meten zijn oordeel daarover kenbaar maken; b. kan uit eigen beweging onderzoeken of zodanig onderscheid stelselmatig wordt gemaakt en zijn oordeel daarover kenbaar maken. 2 Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan worden ingediend door: a. degene die meent dat te zijnen nadele een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten; b. de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of het bevoegd gezag, die wensen te weten of zij een onderscheid maken als bedoeld in een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten; c. degene die belast is met de beslissing over een geschil met betrekking tot onderscheid als bedoeld in een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten; d. een ondernemingsraad, die meent dat in de onderneming waarvoor deze is ingesteld, onderscheidenlijk een met die ondernemingsraad vergelijkbaar medezeggenschapsorgaan, dat meent dat in het organisatorisch samenwerkingsverband waarvoor het is ingesteld, onderscheid wordt gemaakt als bedoeld in een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten; e. een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid of stichting, die in overeenstemming met haar statuten de belangen behartigt van diegenen in wier bescherming een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten beoogt te voorzien. 3 In het geval een schriftelijk verzoek als bedoeld in het tweede lid, onderdelen d en e, personen noemt ten nadele van wie zou zijn gehandeld, dan wel indien een onderzoek ingesteld uit eigen beweging, betrekking heeft op zodanige personen, stelt het College deze personen op de hoogte van het voornemen tot onderzoek. Het College is niet bevoegd in het onderzoek en de beoordeling personen als bedoeld in de eerste volzin te betrekken die schriftelijk hebben verklaard daartegen bedenkingen te hebben. 2025 389 25-11-2025 08-10-2025 36551 2025 433 15-12-2025 08-12-2025 01-01-2026
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het College stelt een onderzoek in en brengt zijn oordeel schriftelijk en met redenen omkleed ter kennis van de verzoeker, van degene die het onderscheid zou maken, alsmede, in voorkomend geval, van degene, jegens wie het onderscheid zou worden gemaakt. 2 Het College kan bij het ter kennis brengen van zijn oordeel aan degene die het onderscheid zou maken, aanbevelingen doen. 3 Het College kan zijn oordeel ter kennis brengen van Onze Ministers wie het aangaat, van naar zijn mening in aanmerking komende organisaties van werkgevers, van werknemers, uit het beroepsleven of van overheidspersoneel, van eindgebruikers van goederen of diensten en van betrokken overlegorganen. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het College stelt geen onderzoek in of beëindigt het onderzoek, indien: a. artikel 10, tweede lid het in, bedoelde verzoek kennelijk ongegrond is; b. het belang van de verzoeker of het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is; c. artikel 10 sinds het inbedoelde onderscheid een zodanige termijn is verstreken dat in redelijkheid geen onderzoek meer kan plaatsvinden. 2 Indien zich gevallen als bedoeld in het eerste lid voordoen, doet het College daarover aan verzoeker schriftelijk en met redenen omkleed mededeling. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 10, eerste lid Het College kan in rechte vorderen dat een gedraging die in strijd is met een of meer van de in, genoemde wetten en bepalingen, onrechtmatig wordt verklaard, dat deze wordt verboden of dat een bevel wordt gegeven om de gevolgen van die gedraging ongedaan te maken. 2 Een gedraging kan niet ten grondslag worden gelegd aan een vordering als bedoeld in het eerste lid, voor zover degene die door deze gedraging wordt getroffen, daartegen bedenkingen heeft. 2025 389 25-11-2025 08-10-2025 36551 2025 433 15-12-2025 08-12-2025 01-01-2026
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Het College bestaat uit minimaal negen en maximaal twaalf leden, onder wie een voorzitter en twee ondervoorzitters. Voorts kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd. 2 artikel 5, eerste en tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De voorzitter en een van beide ondervoorzitters voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechterlijk ambtenaar, gesteld bij of krachtens. Bij de benoeming van de voorzitter van het College kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in de eerste volzin worden afgeweken. 3 Het College wordt vertegenwoordigd door de voorzitter of, bij afwezigheid, door een ondervoorzitter. 2015 478 11-12-2015 02-12-2015 34272 2016 2 08-01-2016 16-12-2015 18-01-2016
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Er is een raad van advies. De raad adviseert het College elk jaar over het voorgenomen beleidsplan van het College en adviseert Onze Minister van Veiligheid en Justitie over de benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden van het College. 2 De raad bestaat uit de Nationale ombudsman, de voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens, de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak en uit minimaal vier en maximaal acht leden afkomstig van maatschappelijke organisaties die zich de bescherming aantrekken van een of meer rechten van de mens, van werkgevers- en werknemersorganisaties en uit de kringen van de wetenschap. 3 De leden van de raad, met uitzondering van de Nationale ombudsman, de voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens en de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, worden benoemd, geschorst en ontslagen door Onze Minister van Veiligheid en Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, gehoord het College, de Nationale ombudsman, de voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens en de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. Deze leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan eenmaal voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 4 De leden kiezen uit hun midden een voorzitter. De raad bepaalt zijn eigen werkwijze. 5 Artikel 13 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van overeenkomstige toepassing op de leden van de raad. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2011 606 16-12-2011 07-12-2011 17-12-2011
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De leden en de plaatsvervangende leden van het College worden benoemd bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie. 2 Ten behoeve van de voordracht adviseert de raad in overeenstemming met het College Onze Minister van Veiligheid en Justitie, rekening houdend met de noodzaak van een deskundig en onafhankelijk College, alsmede met het streven naar een divers samengesteld College. 3 Een vacature voor een lid of plaatsvervangend lid en de te volgen selectieprocedure worden door het College openbaar gemaakt. Het College en de raad brengen de vacature tevens onder de aandacht van maatschappelijke organisaties die zich de bescherming aantrekken van een of meer rechten van de mens. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikelen 46c 46ca 46d, tweede lid 46f 46g 46h, eerste en tweede lid 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c 46j 46l, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c 46m 46n 46o 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De,,,,,,,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing op de leden en plaatsvervangende leden van het College, met dien verstande dat: a. artikel 46ca, eerste lid, onderdeel a de disciplinaire maatregel, bedoeld in, ten aanzien van de voorzitter van het College door de president van het gerechtshof Den Haag en ten aanzien van de overige leden en plaatsvervangende leden door de voorzitter van het College wordt opgelegd; b. artikel 46c, onderdeel b het in, genoemde verbod zich in een onderhoud of een gesprek in te laten met partijen of haar advocaten of gemachtigden of een bijzondere inlichting of schriftelijk stuk van hen aan te nemen niet op de leden en de plaatsvervangende leden van het College van toepassing is; c. artikelen 46j 46o, tweede lid in deen, onder functionele autoriteit wordt verstaan: de voorzitter van het College. 2 De benoeming van de leden en van de plaatsvervangende leden geschiedt voor een tijdvak van ten hoogste zes jaar. Herbenoeming is terstond mogelijk. 3 artikel 9 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderdkomen voor benoeming als lid of plaatsvervangend lid, ambtenaren die werken onder de verantwoordelijkheid van een Onzer Ministers niet in aanmerking. 4 Artikel 13 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden van het College. 5 artikel 14, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderdworden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld over de rechtspositie van de leden, waaronder in elk geval regels betreffende hun beëdiging, vakantie, verlof, bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, en kunnen nadere regels worden gesteld over de rechtspositie van de plaatsvervangende leden. 2018 298 07-09-2018 27-06-2018 33861 2018 446 04-12-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a artikelen 13a tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie Dezijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de leden en plaatsvervangende leden van het College, met dien verstande dat: a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van het College; b. artikel 13b, eerste lid, onderdelen b en c artikel 26 75 voor de overeenkomstige toepassing van, onder «overeenkomstigofeen klacht» wordt verstaan: een klacht. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Aan het College staat ter ondersteuning van zijn taak een bureau ten dienste. 2 artikel 4.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 In afwijking vansluit, wijzigt en beëindigt het College namens de Staat individuele arbeidsovereenkomsten met de bij het bureau werkzame ambtenaren. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 9 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de werkwijze van de afdeling, bedoeld in, waaronder in elk geval regels betreffende: a. de wijze van behandeling; b. hoor en wederhoor; c. de openbaarheid van zittingen. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikelen 12 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Deenzijn niet van toepassing. 2 artikel 20 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 3, onderdeel a artikel 10 In afwijking vanis het College niet verplicht Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Veiligheid en Justitie inlichtingen te verstrekken of inzage te geven in zakelijke gegevens en bescheiden, met betrekking tot de inhoud en de aanpak van lopende onderzoeken van het College als bedoeld in, en. 3 artikel 22 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 10 In afwijking vankunnen Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Veiligheid en Justitie een besluit van het College dat betrekking heeft op het onderzoek of het oordeel, bedoeld in, niet vernietigen. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderdbevat het jaarverslag een samenvatting van: a. de onderzoeken die het College in het voorafgaande jaar heeft gedaan; b. de adviezen die het College in het voorafgaande jaar heeft gegeven; c. de overige activiteiten die het College heeft ondernomen ter uitvoering van zijn taak. 2 Het jaarverslag wordt openbaar gemaakt. Het College zendt dit verslag tevens aan de Nationale ombudsman, het College bescherming persoonsgegevens, maatschappelijke organisaties die zich de bescherming aantrekken van een of meer rechten van de mens en andere adviesorganen die het aangaat. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Algemene wet gelijke behandeling Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Het College stelt elke vijf jaar een rapport op van zijn bevindingen ten aanzien van de werking in de praktijk van deze wet, de, deen. Het College zendt dit rapport aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 22 Algemene wet gelijke behandeling Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt zo spoedig mogelijk na ontvangst van het inbedoelde rapport aan de Staten-Generaal een verslag over de werking in de praktijk van deze wet, de, deen. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a Vervallen 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Wijzigt de Algemene wet gelijke behandeling. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a a. Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie. b. Wijzigt deze wet. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 24b — Artikel 24b#
Artikel 24b 1 Wijzigt deze wet. 2 Wijzigt de Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Wijzigt de Ambtenarenwet. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Wijzigt de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Wijzigt de Uitvoeringswet EU-richtlijn 1999/70/EG (raamovereenkomst door het EVV, de UNICE en het CEEP inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd). 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Wijzigt de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Wijzigt de Wet medezeggenschap onderwijs 1992. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Wijzigt de Wet Nationale ombudsman. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Wijzigt de Wijzigingswet Burgerlijk Wetboek en Ambtenarenwet ivm verbod tot maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 16 Artikel 17, derde lid In afwijking vanworden de benoemingen van de leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie gelijke behandeling, onder wie de voorzitter en twee ondervoorzitters, van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot leden en plaatsvervangende leden van het College voor de rechten van de mens., is van overeenkomstige toepassing. De datum van benoeming in het latere ambt wordt gelijkgesteld met de datum van benoeming in het eerdere ambt. 2 De overgang van de in het eerste lid bedoelde leden en plaatsvervangende leden vindt plaats met dezelfde rechtspositie als die welke voor elk van hen gold bij de Commissie gelijke behandeling. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 1 artikel 17 van de Algemene wet gelijke behandeling Op het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet behoren de personen die tot het bureau van de Commissie gelijke behandeling behoren, bedoeld in, tot het bureau van het College voor de rechten van de mens. 2 De overgang van de in het eerste lid bedoelde personen vindt plaats met dezelfde rechtspositie als die welke voor elk van hen gold bij de Commissie gelijke behandeling. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 12, eerste lid, van de Algemene wet gelijke behandeling artikel 1 Onderzoeken op schriftelijk verzoek als bedoeld in, die nog niet zijn voltooid op het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet worden voortgezet door het College voor de rechten van de mens. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 De administratie en het archief van de Commissie gelijke behandeling worden van rechtswege overgedragen aan het College voor de rechten van de mens. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 artikelen 15 16 artikel 1 Voor zover deeneerder in werking treden dan, neemt de Commissie gelijke behandeling voor de toepassing van de artikelen 15, derde lid, en 16, tweede en derde lid, de plaats in van het College tot het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 1. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2011 606 16-12-2011 07-12-2011 17-12-2011
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Deze wet wordt aangehaald als: Wet College voor de rechten van de mens. 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2011 606 16-12-2011 07-12-2011 17-12-2011